<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>100 mijl | Op weg naar de marathon</title>
	<atom:link href="https://www.opwegnaardemarathon.com/tag/100-mijl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.opwegnaardemarathon.com</link>
	<description>The road to the finish!</description>
	<lastBuildDate>Wed, 20 Dec 2023 15:44:13 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.9.4</generator>
	<item>
		<title>Bello Gallico: Mud Edition</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/bello-gallico-mud-edition/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/bello-gallico-mud-edition/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 19 Dec 2023 18:55:38 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[100 mijl]]></category>
		<category><![CDATA[Bello Gallico]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=4234</guid>

					<description><![CDATA[‘Nooit meer!’, riep ik na de vorige keer. Ik heb het nog even nagelezen. De letterlijke tekst was: ‘Na de 120 km wist ik het zeker, dit was eens maar nooit weer. En toen ik het eenmaal gehaald had vinkte ik het af in mijn hoofd, net als die ene marathon onder de vier uur. [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>‘Nooit meer!’, riep ik na de vorige keer. Ik heb het nog even nagelezen. De letterlijke tekst was: ‘<em>Na de 120 km wist ik het zeker, dit was eens maar nooit weer. En toen ik het eenmaal gehaald had vinkte ik het af in mijn hoofd, net als die ene marathon onder de vier uur. Dit hoefde ik niet meer te doen, wilde ik niet meer doen en ging ik ook niet meer doen. Been there, done that. 162 km is gewoon niet leuk meer.’</em></p>



<p>Maar ja, ik roep wel vaker wat. En net als al die andere hardlopers ben ik net een goudvis. Of Dory uit Finding Nemo als je dat leuker vindt. Na een paar uur ben ik alle ellende, pijn, vermoeidheid en ontbering van 34 uur trailen alweer vergeten, laat staan twee maanden later als ik mij opnieuw inschrijf voor de 162 km van de Bello Gallico. Dat ik vervolgens een jaar getekend door iets dat ze de overgang noemen in zou gaan wist ik toen ook nog niet.</p>



<p>De afgelopen week was weer een heerlijke psychologische voorbereiding. Frank noemt het heel treffend het tandartssyndroom. Een week voor dat je naar je afspraak gaat krijg je last van je kiezen, doet je kaak zeer of gaat je tandvlees ontsteken. In dit geval is het een pijntje in je knie, vastzittende nekspieren, last van je bilspier, een kloofje tussen je tenen en het gevoel dat je op het punt staat om ziek te worden, net als al die collega’s die afgelopen week ziek uitgevallen zijn en je waarschijnlijk aangestoken hebben.</p>



<p>Genoeg redenen om je af te vragen of het wel wat gaat worden. Ik zeg bewust niet ‘of het verstandig is’, want dat is het per definitie niet. Op de vrijdag nog lekker lopen stressen omdat alles nog ingepakt moest worden, er nog gewerkt moest worden, er een aantal essentiële items niet gevonden zijn, waarschijnlijk met de verbouwing zoekgeraakt, en het toch stiekem weer druk was rond Antwerpen en Brussel. Und jetz staan we dan toch weer aan de start vandaag. Of eigenlijk is het inmiddels al zaterdag.</p>



<p>Het meeste pijn doet toch elke keer weer die wekker die zo godallejezus vroeg in de ochtend gaat. Of eigenlijk moet ik zeggen midden in de nacht, want 2:15 is nog lang geen ochtend. Douchen, aankleden, spullen pakken en mijn pak Cruesli niet vergeten. Het is weer een ware volksverhuizing als we met vijf tassen en twee trailvesten naar beneden lopen. De planning is om 3:30 bij de start te zijn. Daar aangekomen is het zoeken naar een parkeerplekje en we creëren er zelf maar een want alles staat vol. Dat Frank denkt dat we ons in een beetje drassig stukje gras vastgereden hebben negeer ik maar even voor nu, dat zien we wel weer als we terug zijn.</p>



<p>In de starthal is het druk. Iedereen is nog enigszins zenuwachtig de laatste dingetjes aan het regelen voor de start. Wij gooien onze dropbags af en ik ga nog even naar de WC en dan is het al snel tijd om naar de echte start te lopen die aan de overkant van de weg is, gelijk het bos in. Kusje en we gaan op weg. Ik loop lekker op mijzelf maar de eerste paar kilometer is het toch met de kudde mee. Het is een prachtig gezicht om alle lichtjes te zien die over de vlonders langs het meertje lopen en ik maak er dan ook een foto van. Mijn eerste maar zeker niet de laatste sinds ik op start van mijn klokje gedrukt heb.</p>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9960-scaled.jpeg"><img fetchpriority="high" decoding="async" width="1024" height="768" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9960-1024x768.jpeg" alt="" class="wp-image-4240" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9960-1024x768.jpeg 1024w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9960-300x225.jpeg 300w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9960-768x576.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9960-1536x1152.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9960-2048x1536.jpeg 2048w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9960-1000x750.jpeg 1000w" sizes="(max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a></figure>



<p>Het is niet koud en ik doe mijn muts en buff uit. Handschoenen had ik sowieso al niet aangetrokken en zelfs mijn jasje had eigenlijk niet gehoeven dus die gaat later ook uit. Ik hobbel lekker in de achterhoede en ben zeker niet de laatste. Nog niet in elk geval want ik word toch regelmatig ingehaald. Ik heb nog geen muziek op, ik wil eerst een beetje in mijn flow komen en zeker ook de eerste verzorgingspost gehad hebben want dan heb ik pas ėcht het gevoel dat ik op weg ben. Sowieso is het eerste doel de 43 km. 100 mijl zijn vier marathons, dus zo heb ik ze ook ingedeeld. Na de start op de vlonders en in het bos klimmen we omhoog via een klinkerpad richting de manege. Ik doe dat wandelend want ik moet nog 161 km en ik ga geen energie verspillen. Er staat een man die roept dat het pas de eerste kilometer is en we moeten rennen. Ja dag. Wat ik net zeg, geen energie verspillen.</p>



<p>Ik volg de rode lampjes en de pijlen. Een voordeel van de Bello is dat hij erg goed uitgepijld staat en zeker in het donker met je lamp lichten ze goed op. Trailen in het donker is een kwestie van goed opletten waar je loopt, de pijlen in de gaten houden en voor de rest concentratie op jezelf. Van de week vroeg iemand aan me ‘als je nou zo lang onderweg bent, waar denk je dan aan?’. Tja, aan van alles en nog wat, maar vooral ook aan al die kleine dingen die me irriteren tijdens het lopen. Een bultje in mijn vest, een wiebelend elastiekje, een drukplekje in mijn schoen, het hoofdlampje dat nooit lekker zit en iets afwijkt naar rechts. Aan sommige dingen kan je dan wat doen, aan andere niet en zal je moeten accepteren. </p>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9962-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="768" height="1024" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9962-768x1024.jpeg" alt="" class="wp-image-4241" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9962-768x1024.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9962-225x300.jpeg 225w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9962-1152x1536.jpeg 1152w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9962-1536x2048.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9962-1000x1333.jpeg 1000w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9962-scaled.jpeg 1920w" sizes="(max-width: 768px) 100vw, 768px" /></a></figure>



<p>Dan komen er twee kwebbelende Duitse dames achter me lopen. Als je het nu over irritant hebt. Ik ben niet snel genoeg om van ze weg te lopen maar ook niet langzaam genoeg om achter te blijven zodat ze me voorbij gaan. Het is kilometers haasje over en ik kan alleen maar denken: ‘Mens, spaar je energie en hou toch je muil, je moet nog 160 km!’. Het was zo lekker rustig. Hopelijk raak ik ze nog ergens kwijt. Voorlopig lopen ze met me mee tot aan de 19 km, waar VP1 staat. Zo, die hebben we gehaald.</p>



<p>Als ik daar aankom gaan René en Simone net weg. Frank is even daarvoor al vertrokken. Ik moet eigenlijk best wel nodig naar de wc voor een grote boodschap, dus eenmaal binnen is dat het eerste waar ik naar toe ga. De boel is door het lopen echter zo gespannen dat het niet lukt dus dan toch maar eerst wat eten en drinken bijvullen. Ze hebben naast alle bakken met snoep en chips ook broodjes ham en kaas. Ik heb niet echt trek maar het succes van dit soort loopjes wordt mede bepaald door hoeveel energie je hebt. Blijven eten dus en met enige tegenzin pak ik een broodje kaas. Als die op is waag ik nog een poging op de wc en nu lukt het wel. Gelukkig, het lucht toch op. Nu kan ik weer door.</p>



<p>Ik ga weer op pad, mijn Duitse vriendinnen zitten nog bij de VP. Helaas niet voor lang want voor ik het in de gaten heb zitten ze alweer achter me. Gelukkig gaan ze me dit keer wel voorbij en zie ik ze niet meer terug. Wel gek hoe dat überhaupt werkt. Zo zie je lampjes in de nabijheid voor je, en zo zijn ze verdwenen en zie je ze nergens meer terug. Ik heb inmiddels mijn muziek aangezet en met een ‘Lekker Lopen’ playlist werk ik de kilometers af op naar VP2 en die eerste marathon. Dit eerste stuk is relatief makkelijk. Ik ben al wel wat modder tegengekomen maar heb ėcht natte voeten nog weten te ontwijken. Bovendien is het enigszins vlak. Ik denk weer terug aan een loopje drie jaar geleden met Olav dat we het over de Bello hadden. Hij noemde de Bello ‘een beetje vals plat’. Toen we hem daadwerkelijk liepen vond ik het alles behalve plat maar inmiddels een paar jaar verder zou ik het ook vals plat noemen. Dit stuk dan.</p>



<p>Ik zie tijdens het lopen heel veel stukken die ik herken van vorig jaar toen ik hier in daglicht het laatste stuk terug liep. Het bos waar de Meerdaltrail was, waar ook nu weer de bordjes al klaar voor hangen, dat steile klimmetje, het oversteekje in het dorp, allerlei herinneringen komen weer boven. Als alles goed gaat loop ik hier straks ook weer, maar dan de andere kant op. Door het bos, over de landwegen en af en toe door dorpjes die al veelvuldig in kerstsfeer gehuld zijn. Ik kijk uit naar de zonsopkomst. Van alle momenten tijdens langere trails is dat mijn favoriet. Je loopt in het donker, dan krijg je de darkest hour waar het altijd net even iets kouder is, en dan beginnen de vogeltjes te fluiten, er kraait een haan en dan héél voorzichtig begin je een sprankje licht te zien.</p>



<p>Vandaag laat hij op zich wachten. Ik loop nu met wat andere lopers voor en achter me over wat akkers. Ik word verblind door een grote traktor die vier grote lampen van elk 1000 watt midden in mijn gezicht schijnt. Ik loop snel door om er voorbij te zijn, en als ik zo ver ben draai ik me om naar de horizon om de eerste stralen van de ochtendgloren op te vangen. Het is een beetje bewolkt maar toch is er één moment waarop er een zonnestraal door het wolkendek breekt en ik maak een foto. Tijd om mijn lampje uit te doen en op te bergen. Nu kan ik wat makkelijk opschieten en een beetje om me heen kijken. En vooral ook de modderige wegen zien waar we overheen lopen. Of liever gezegd, die ik continue aan het ontwijken ben. Ik ben blaargevoelig en natte voeten helpen absoluut niet.</p>



<figure class="wp-block-gallery has-nested-images columns-default is-cropped wp-block-gallery-1 is-layout-flex wp-block-gallery-is-layout-flex">
<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9964-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="768" data-id="4243" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9964-1024x768.jpeg" alt="" class="wp-image-4243" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9964-1024x768.jpeg 1024w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9964-300x225.jpeg 300w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9964-768x576.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9964-1536x1152.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9964-2048x1536.jpeg 2048w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9964-1000x750.jpeg 1000w" sizes="(max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a></figure>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9965-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="1024" data-id="4242" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9965-1024x1024.jpeg" alt="" class="wp-image-4242" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9965-1024x1024.jpeg 1024w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9965-300x300.jpeg 300w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9965-150x150.jpeg 150w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9965-768x768.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9965-1536x1536.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9965-2048x2048.jpeg 2048w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9965-1000x1000.jpeg 1000w" sizes="(max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a></figure>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9967-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="768" height="1024" data-id="4244" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9967-768x1024.jpeg" alt="" class="wp-image-4244" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9967-768x1024.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9967-225x300.jpeg 225w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9967-1152x1536.jpeg 1152w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9967-1536x2048.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9967-1000x1333.jpeg 1000w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9967-scaled.jpeg 1920w" sizes="(max-width: 768px) 100vw, 768px" /></a></figure>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9972-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="768" data-id="4245" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9972-1024x768.jpeg" alt="" class="wp-image-4245" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9972-1024x768.jpeg 1024w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9972-300x225.jpeg 300w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9972-768x576.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9972-1536x1152.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9972-2048x1536.jpeg 2048w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9972-1000x750.jpeg 1000w" sizes="(max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a></figure>
</figure>



<p>Iets meer dan 6 uur na vertrek kom ik aan op VP2, waar ik van Guido mijn dropbag krijg. Maar niet nadat hij een foto van mij met de opblaaspinguin en opblaaskerstbal gemaakt heeft. ‘It’s beginning to look a lot like Christmas’. Frank is nog binnen en loopt met Cees. René en Simone zijn net weg. Ze hebben hier wraps, maar dat is het enige ‘hartige eten’ wat ik niet zo lekker vind. Ketura is ook vrijwilligster en heeft soep voor me. Beter en ik mag zelfs een tweede bakje. Ondertussen werk ik mijn ritueel af. Klokje en telefoon op de lader, drinken bijvullen en iets eten. Omdat ik hier een dropbag heb kijk ik of er nog iets in zit dat ik mee wil nemen, maar meer dan wat extra eten heb ik nog niet nodig. Het gaat eigenlijk best wel goed, ik heb weinig last van mijn lijf op wat gebruikelijke pijntjes na en ik loop ook wel lekker. So far so good dus.</p>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9973-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="1024" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9973-1024x1024.jpeg" alt="" class="wp-image-4246" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9973-1024x1024.jpeg 1024w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9973-300x300.jpeg 300w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9973-150x150.jpeg 150w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9973-768x768.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9973-1536x1536.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9973-2048x2048.jpeg 2048w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9973-1000x1000.jpeg 1000w" sizes="(max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a></figure>



<p>Frank en Cees gaan weer op pad en ik eet nog even mijn soep alvorens ik een kwartiertje daarna ook weer op pad ga. One marathon down, three to go! Ik loop door het dorp en kom het huis tegen waar ze een kerstmannetje met een rare bril op de brievenbus gemaakt hebben. Ik herken hem van vorig jaar omdat ik hier toen een foto gemaakt heb en natuurlijk maak ik weer een foto. Vlak daarna kom ik bij het deel waar de bevers zitten en naast mij komt een andere loper staan. Samen staan we naar het pad te kijken. Links een weiland met prikkeldraad, rechts bomen en in het midden een modderpad dat volledig onder water staat. We zuchten en realiseren ons dat er geen ontkomen aan is. We moeten er doorheen en we krijgen natte voeten.</p>



<figure class="wp-block-gallery has-nested-images columns-default is-cropped wp-block-gallery-2 is-layout-flex wp-block-gallery-is-layout-flex">
<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9976.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="1024" data-id="4247" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9976-1024x1024.jpeg" alt="" class="wp-image-4247" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9976-1024x1024.jpeg 1024w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9976-300x300.jpeg 300w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9976-150x150.jpeg 150w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9976-768x768.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9976-1536x1536.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9976-2048x2048.jpeg 2048w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9976-1000x1000.jpeg 1000w" sizes="(max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a></figure>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9985-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="768" height="1024" data-id="4250" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9985-768x1024.jpeg" alt="" class="wp-image-4250" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9985-768x1024.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9985-225x300.jpeg 225w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9985-1152x1536.jpeg 1152w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9985-1536x2048.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9985-1000x1333.jpeg 1000w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9985-scaled.jpeg 1920w" sizes="(max-width: 768px) 100vw, 768px" /></a></figure>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9986-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1920" height="2560" data-id="4252" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9986-edited-scaled.jpeg" alt="" class="wp-image-4252" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9986-edited-scaled.jpeg 1920w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9986-edited-225x300.jpeg 225w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9986-edited-768x1024.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9986-edited-1152x1536.jpeg 1152w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9986-edited-1536x2048.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9986-edited-1000x1333.jpeg 1000w" sizes="(max-width: 1920px) 100vw, 1920px" /></a></figure>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9987-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="768" data-id="4249" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9987-1024x768.jpeg" alt="" class="wp-image-4249" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9987-1024x768.jpeg 1024w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9987-300x225.jpeg 300w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9987-768x576.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9987-1536x1152.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9987-2048x1536.jpeg 2048w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9987-1000x750.jpeg 1000w" sizes="(max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a></figure>
</figure>



<p>Ik laat de man voorgaan. Hij heeft stokken bij zich en langere benen, dus hij zal sneller zijn. Voorzichtig maar vastberaden stap ik in de bagger. Het is koud en ik hoor het slurpende geluid van de modder die net zo vastberaden probeert om mijn schoen vast te houden als ik mijn been er uit trek om de volgende stap te zetten. Bah! Uit de grond van mijn hart, maar het hoort er bij. Voorzichtig zoek ik mijn weg om niet uit te glijden, mijn schoenen te behouden en niet in een gat te stappen. En dan te bedenken dat er mensen zijn die dit echt leuk vinden. Ik kan me er niks bij voorstellen. Het ergste is, straks moet ik hier nog een keer door en dan is het ook nog eens donker. Het voordeel is dat ik dan wel al op driekwart ben.</p>



<p>Met natte vieze modderige soppige schoenen ren ik verder. Hopelijk drogen ze een klein beetje op. Dat doen ze ook maar het is zinloos. 4 kilometer verder kom ik bij het moeras, oftewel het groen bij het meer van Pecrot. Was het vorig jaar een prachtig bevroren landschap, is het nu ook hier een enorme modderpoel die maar één doel heeft. Jou op je Rotterdamse muil laten pleuren. Maar ik laat me niet zo maar vloeren en heel voorzichtig test ik mijn balans tot het uiterste om er zonder kleerscheuren doorheen te komen. Nou vooruit, op een klein haaltje van een doornstruik aan mijn wijsvinger na dan. Ook hier geldt, straks in het donker op de terugweg moet ik er weer langs.&nbsp;</p>



<p>Mijn snelheid is nu van gemiddeld 7 km per uur gezakt naar 6 km per uur, maar dat was te verwachten. Ik moet over het hele stuk gemiddeld 4,5 km per uur lopen maar ik weet hoeveel verval ik nog ga krijgen dus het voelt wel lekker om wat marge te hebben. Ik duik het bos in waar ik vaak moet bukken om onder een boomstam door te lopen, of juist over een boomstam heen moet klimmen. Ik maak een foto en een paar hardlopers die niet meedoen aan de Bello maar gewoon hun dagelijkse rondje aan het lopen zijn moeten lachen als ze het zien. Ik heb er dan officieel een ultra op zitten.&nbsp;</p>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9992-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="1024" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9992-1024x1024.jpeg" alt="" class="wp-image-4255" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9992-1024x1024.jpeg 1024w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9992-300x300.jpeg 300w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9992-150x150.jpeg 150w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9992-768x768.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9992-1536x1536.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9992-2048x2048.jpeg 2048w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9992-1000x1000.jpeg 1000w" sizes="(max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a></figure>



<p>Vanaf nu is het sowieso veel klimmen en dalen. Gevoelsmatig meer dalen dan klimmen en alhoewel dat nu wel lekker is denk ik bij iedere lange heuvel naar beneden alleen maar ‘shit, straks moet ik deze heuvel omhoog lopen’. Onderweg kom ik veel paarden en ezels tegen. Een man die net zijn ezeltjes gaat voeren vraagt wat we aan het doen zijn. Ik leg het uit en hij stelt me honderd vragen die ik geduldig beantwoord. Daarna ga ik gauw weer verder op weg naar de 60 km.</p>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9998-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="768" height="1024" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9998-768x1024.jpeg" alt="" class="wp-image-4251" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9998-768x1024.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9998-225x300.jpeg 225w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9998-1152x1536.jpeg 1152w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9998-1536x2048.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9998-1000x1333.jpeg 1000w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_9998-scaled.jpeg 1920w" sizes="(max-width: 768px) 100vw, 768px" /></a></figure>



<p>Net als vorig jaar kom ik de eerste loper die alweer op de terugweg is tegen nog voor dat ik bij VP3 ben. Ach ja, verschil moet er zijn. Het leuke van trailrunners is dat iedereen evenveel respect voor elkaar heeft en ze groeten me allemaal en wensen me succes. Alhoewel ik niet snel ben, ben ik er achter dat ik ook zeker niet de laatste ben, en ik begin voorzichtig aan zelfs wat mensen in te halen. Hoe sneu ook, ik schat bij sommigen in dat die het niet gaan redden. Meestal krijg ik gelijk. Nog een steile heuvel voordat ik bij VP3, ‘vanaf hier is het nog maar 100 km’, kom. Ook nu zijn Frank en Cees er nog, Simone en René zijn alweer weg. Ik krijg een broodje knakworst en doe mijn ding. Ook check ik even de Whatsapp berichten van de vriendengroep die onze stipjes aan het volgen zijn. Frank en Cees gaan weer op pad, en volg ik ongeveer een kwartier daarna.&nbsp;</p>



<p>Ik merk al goed dat we diep in de middag zitten. Ook het leuke als je de hele dag op pad bent. Je merkt het verloop van de dag en ik voel me dicht bij de natuur. Zo moeten mensen vroeger geleefd hebben. Ik begin zo langzamerhand de 80 km te bereiken en daarmee het beginpunt en het eindpunt. Of het begin van het einde om het zo maar te noemen. Eerst krijg ik nog heerlijk het prikkeldraadpaadje. Hij loopt naar beneden en het is nóg modderiger dan twee jaar geleden. In het midden dit keer ook nog eens een geultje dat vol met stromend water staat, God mag weten waar het vandaan komt. Voetje voor voetje met voorzichtig steun zoekend bij het prikkeldraad werk ik de ongeveer 300 meter af. Hij is in elk geval goed voor opnieuw natte voeten. Een paar lopers spelen vals en duiken onder het prikkeldraad door om via het weiland te lopen. Ze kijken me verontschuldigend aan en mompelen iets van ‘het is wel veel modder’, waarop ik steevast antwoord ‘Ja, dat hoort er bij!’</p>



<p>3 km voor het einde van de eerste ronde kom ik Mike en Diane tegen die op de terugweg zijn. Eerder heb ik Ruud al gezien en na een foto en succes wensen kom ik snel daarna Olav en Leonie tegen die ik al van ver herken. Ook nu een foto en de woorden van Olav die ik het liefste hoor, not. ‘Je krijgt zo weer een heel erg modderig stuk!’. Fijn, daar had ik zin in. Maar ja, ik troost me met het feit dat vlak daarna ronde 1 er op zit. Bovendien prijst Olav de pasta aan. Mooi, ik heb honger. Olav heeft niets gelogen, het is inderdaad een heel erg modderig stuk. Bovendien begint het nu echt donker te worden. Had ik nog de illusie dat ik mijn lampje nog niet nodig zou hebben, het modderstuk duurt lang en in het bos is het toch te donker dus ik vis hem uit mijn zak en doe hem toch maar aan. Ik volg de pijlen en moet naar rechts door het bos voordat ik mag oversteken. Achter mij loopt een vrouw die rechtdoor gelijk de weg op duikt. Ik zeg niks maar denk er het mijne van.</p>



<figure class="wp-block-gallery has-nested-images columns-default is-cropped wp-block-gallery-3 is-layout-flex wp-block-gallery-is-layout-flex">
<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0004-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="768" data-id="4254" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0004-1024x768.jpeg" alt="" class="wp-image-4254" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0004-1024x768.jpeg 1024w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0004-300x225.jpeg 300w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0004-768x576.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0004-1536x1152.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0004-2048x1536.jpeg 2048w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0004-1000x750.jpeg 1000w" sizes="(max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a></figure>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0014-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="1024" data-id="4253" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0014-1024x1024.jpeg" alt="" class="wp-image-4253" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0014-1024x1024.jpeg 1024w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0014-300x300.jpeg 300w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0014-150x150.jpeg 150w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0014-768x768.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0014-1536x1536.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0014-2048x2048.jpeg 2048w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0014-1000x1000.jpeg 1000w" sizes="(max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a></figure>
</figure>



<p>Dan ben ik eindelijk weer terug bij het begin. Terug bij af zouden sommigen zeggen. Ik zoek Frank en Cees op en scoor een bord pasta terwijl ik me omkleed. Mijn vieze voeten worden gretig door Alma op de foto gezet voor het nageslacht. Daarna schone droge schoenen, zolang het duurt, en vooral even droge sokken, maar ook een droge broek en mijn dikke thermoshirt met een droog shirt. Het is zoals gezegd niet koud maar ik ga nu de tweede nacht in en je raakt vermoeid dus ik neem geen risico. Mijn dunne jasje laat ik achter en ik trek mijn regenjasje aan. Zo heb ik laagjes die ik eventueel naar behoefte aan of uit kan trekken. Ook de muts gaat weer op, de handschoenen blijven in het vest. Alhoewel ik al wel wat blaren aan het voorbereiden ben kan ik er nog niks aan doen. Dus een beetje eten aanvullen, stokken in de aanslag en ik ben er weer helemaal klaar voor.</p>



<p>Frank wilde vanaf hier samen gaan lopen maar aangezien hij met Cees loopt en onze ritmes toch anders zijn heb ik gezegd dat hij maar gewoon zijn eigen plan moet trekken. Ze gaan ongeveer 20 minuten eerder weg. Ik heb voldoende marge en gun mezelf wat meer rusttijd voordat ik aan ronde twee begin. ‘Hoe motiveer je jezelf op zo’n moment om gewoon hetzelfde rondje nog een keer te doen?’, wordt er ook wel eens gevraagd. Voor mij is het een kwestie van niet over nadenken en gewoon gaan. Bovendien is het voldoende motivatie om te bedenken dat alles wat ik nu loop, ik niet meer hoef te lopen.</p>



<p>Met nieuwe energie na droge kleding en eten ga ik weer op pad. Als ik het bos door ben verwacht ik de grote modderpoel maar die komt niet. Even denk ik dat ik iets gemist heb maar dan weet ik weer dat het pas over 3 km is. Mijn hersenen beginnen blijkbaar nu toch een beetje last te krijgen van slaapgebrek en vermoeidheid. Ik had me geen zorgen hoeven maken, de grote modderpoel ligt rustig op me te wachten. Ik heb echter dit keer versterking meegebracht en dankzij mijn stokken lukt het me om er weliswaar met vieze schoenen maar wel droge sokken doorheen te komen. Het moment van opnieuw natte voeten daarmee nog even uitstellend.</p>



<p>Als ik een kleine 10 kilometer onderweg ben bedenk ik me dat ik de reservebatterij van mijn lamp niet meegenomen heb, dat ik hem weliswaar een paar weken geleden opgeladen heb, geloof ik, maar hem vanochtend ook al heb gebruikt en me afvraag of hij dat nog een uurtje of twaalf vol gaat houden. Tenslotte is het pas acht uur en komt de zon ook pas morgenochtend rond acht uur op. Nou ja, ik kan er nu toch niks aan doen en ik heb nog wel een reservelamp in mijn dropbag op de nu 120 km. Voor de zekerheid zet ik hem op halve sterkte.</p>



<p>Nog geen tien minuten later voltrekt het noodlot zich. Zonder enige vorm van waarschuwing gaat mijn lamp uit en sta ik in het donker. Ik sta op het punt om een soort wandelpaadje op te gaan. Wat nu? Kan ik in het donker lopen tot de volgende verzorgingspost en hopen dat ik daar een lamp kan lenen van iemand? Ik zou ik niet zijn als ik het niet in elk geval zou proberen. Gelukkig kan ik redelijk goed zien in het donker en als ik voorzichtig loop lukt het wel. De pijlen volgen is een andere uitdaging maar ik heb mijn GPS bij me en dan volg ik die wel. Bovendien geeft het schermpje licht dus daar heb ik misschien ook wel wat aan.</p>



<p>Ik volg het wandelpad en kom daarna weer op asfalt als ik me bedenk dat Frank een handlampje bij zich heeft als het goed is. Als ik hem bel kan ik hem vragen om deze achter te laten bij de VP. Dan hoef ik maar een kleine 10 km in het donker te lopen. Ik bel hem en krijg hem aan de lijn. Dat is een duidelijk voorbeeld van onze band, want hij had een voorgevoel en had daarom express het geluid van zijn telefoon aangezet, wat hij anders nooit doet, onder het motto ‘als Sas belt als er iets aan de hand is hoor ik haar niet en dat zit me niet lekker’. Ik leg mijn probleem uit en ook al heeft hij inderdaad dat lampje in zijn vest zitten, hij is vastbesloten en komt me halen om samen verder te gaan. Ik zit niet zo heel ver achter ze, ze waren een stuk fout gelopen, dus dat is zo gebeurd. Cees loopt door.</p>



<p>Ongeveer een kilometer verder treffen we elkaar. Ik krijg zijn handlampje maar gek genoeg doet die het ook niet. Batterij leeg? Zou niet moeten want hij is van de week nog opgeladen. Nou ja. Dan maar samen in zijn licht verder lopen. Dat blijkt toch een stuk beter, helemaal als we daarna bij het prikkeldraad weiland stukje komen. Weliswaar omhoog makkelijker te lopen dan naar beneden maar eerlijk gezegd zonder licht niet te doen. Dan komen we in een dorp met een wegoversteek waar een paar vrijwilligers staan. Ze vallen gelijk over het feit dat ik geen lamp heb, controleren mijn rode ruglampje die ik gelukkig wel heb, en ook al leg ik uit wat er gebeurd is krijg ik de opmerking dat ze me er eigenlijk uit moeten halen. ‘Snel doorlopen’, sist Frank naar me, wat ik dan ook doe.&nbsp;</p>



<p>Daarna vraagt Frank of ik mijn powerbank bij me heb zodat we het lampje op kunnen laden. Verder filosoferend bedenken we dat ik ook mijn eigen lamp een beetje op kan laden maar ik heb niet het juiste kabeltje bij me. Het blijkt dat Frank dat wel heeft en kunnen we het zo oplossen straks. Dan krijgt Frank een nog briljantere ingeving. Wat als ik mijn lamp op mijn hoofd doe, de kabel aan de powerbank hang en de powerbank boven in mijn vest leg? Dat werkt en ik heb weer licht. Die Frank, stuk McGyver dat hij er is! Maar alle gekkigheid op een stokje had ik zonder hem waarschijnlijk uit moeten stappen.&nbsp;</p>



<p>Zo komen we bij VP5, a.k.a. VP3, waar we wederom broodjes knakworst krijgen. Cees zit er ook. We blijven niet te lang want we krijgen nu weer de nodige heuvels, je weet wel, die van de ‘straks moeten we hier omhoog’, en aan het eind voor VP6 het natte stuk. Cees geeft de indruk samen te willen lopen maar ik kom wat langzaam op gang, met name omdat ik de steile helling nu af moet, en gaat hij er toch soort van vandoor. Ach, die komen we wel weer tegen. We werken ons kilometer voor kilometer verder en dan komt er bij Frank een beetje de klad in. Hij heeft weer veel pijn in zijn knieën en hij is behoorlijk leeg. Als we op een lang stuk asfalt lopen krijg ik een déjà vu als ik hem hoor zeggen: ‘Je gaat me weer haten, maar ik ga er weer uit op de 125 km.’ Nee! Echt niet! Het ging zo goed. Ik denk dat hij gewoon moet eten maar hij krijgt het niet meer weg. Ik probeer hem een beetje op te peppen en we spreken af dat we eerst naar de VP gaan en dan verder kijken.</p>



<p>Dan komen we weer bij het meer van Pecrot, wat ik het moeras noem. Voorzichtig zoeken we onze weg. Frank loopt iets voor, achter ons een wandelaarster. Dan hoor ik gevloek en weet dat Frank gevallen is. Shit, dit gaat niet helpen om hem over te halen om toch door te lopen straks. Hij krabbelt weer op en we lopen door als ik even later weer een schreeuw hoor. In een gat gestapt en in de drek en water gevallen weet ik dat het gedaan is. Opnieuw krabbelt hij op maar als er nog iets van energie in zat is dat nu weg. We shuffelen langzaam verder om uiteindelijk bij het bevergebied te komen. Hopelijk de laatste keer echte natte voeten. Als we er voorbij zijn moeten we bijna bij de VP zijn en komen de eerste snelle mannen van de 80 km voorbij. De VP is toch nog iets verder dan ik dacht en we moeten nog een rondje door het dorp voordat we naar binnen mogen.</p>



<p>Daar worden we weer geweldig opgevangen door de vrijwilligers. Ik krijg soep en wissel sokken, zooltjes en kleding. Frank zit bleekjes onder twee dekens te rillen en krijgt het niet meer warm. Definitief einde oefening. Cees is er ook weer en vertrekt iets eerder dan ik. Ik gooi mijn vest vol met eten, drinken en electronica. Ik neem geen risico meer. Ik kus Frank gedag en hoop dat hij snel mee kan rijden zodat hij lekker naar het hotel kan, douchen en wat slapen. Het is vier uur, een uur en een kwartier eerder dan vorig jaar. Dan heb ik wat extra marge voor de laatste 43 km. 12 uur is 4 km per uur met wat verval en met een klein beetje over.</p>



<p>Ik heb het ergste stuk gehad in termen van route, maar moet nu wel het langste stuk naar de laatste VP 23 km verder. Bovendien ben ik moe, heb het ook koud en zijn de blaren klaar met hun voorbereidingen en volledig volgroeid. Maar ja, ik ben hier niet gekomen om op mijn reet te zitten maar om te lopen. Dus? Lopen kreng! Lopen tot het einde in zicht is of dat ik dood neerval. Figuurlijk dan. Dit stuk van de route kenmerkt zich door de lange stukken landweg langs de weilanden en door de akkers. Ook nu is er modder maar deze is te ontwijken ook al lijkt het alsof er meer modder ligt dan op de heenweg. De lopers van de 80 km komen nu veelvuldig voorbij en een stel zie ik zelfs verkeerd lopen. Ik roep ze maar ze negeren me en ik zie ze verderop weer terug op het parcours komen. Net zo veel kilometers maar makkelijkere ondergrond. Nou ja, moeten ze zelf weten.</p>



<p>De vermoeidheid begint toe te slaan en de stukjes rennen versus wandelen wisselen zich vaker af. Bovendien beginnen de pijntjes in mijn lijf te vechten voor een plaats bovenaan de ranglijst van pijntjes die het meeste pijn doen. Is het de eeuwige blaar op mijn kleine linkerteen, zijn het mijn nagels aan mijn rechtervoet waar ik er zeker weer een paar van kwijt ga raken, is het dat ene spiertje links in het midden van mijn rug of de linker kuitspier? Of toch mijn schouders waar mijn vest steeds zwaarder op gaan drukken? Ze bereiken een compromis en wisselen elkaar gewoon af. Eten lukt ook niet echt meer maar gelukkig heb ik een pakje dextro in mijn zak zitten. Energie is energie ongeacht in welke vorm.</p>



<p>Ik probeer te bedenken waar ik vorig jaar was toen het licht werd en hoe laat dat was maar mijn hersenen zitten vol met watten. De nacht lijkt veel langer te duren dan vorig jaar en rekenen geeft me elke keer een andere uitkomst. Het is al bijna acht uur en ik zie nog weinig ochtendgloren opdoemen. Als er dan eindelijk een sprankje licht aan de horizon gloort zie ik dat het helaas geen prachtige zonsopkomst wordt. De lucht zit potdicht en het is mistig. Daarom duurde het zo lang, maar uiteindelijk kan ik dan toch mijn lampje uitdoen en weer zonder lopen.&nbsp;</p>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0024-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="768" height="1024" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0024-768x1024.jpeg" alt="" class="wp-image-4260" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0024-768x1024.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0024-225x300.jpeg 225w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0024-1152x1536.jpeg 1152w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0024-1536x2048.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0024-1000x1333.jpeg 1000w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0024-scaled.jpeg 1920w" sizes="(max-width: 768px) 100vw, 768px" /></a></figure>



<p>In het licht gaat het toch wat makkelijker en ik gooi er wat housemuziek in om de laatste kilometers naar VP7 te overbruggen. Als ik nog ongeveer twee kilometer moet begint mijn linkerkuit de strijd op de ranglijst te winnen. Ik probeer hem een beetje te masseren en dat is het laatste wat ik had moeten doen want de kramp schiet er gelijk in. En dat doet pijn met hoofdletter P. Is dit mijn Waterloo? Is dit het einde? Ga ik zo stranden in het zicht van de finish? Rennen zit er niet meer in en licht hinkelend en strompelend loop ik nog twee kilometer naar de VP in de hoop dat het een beetje wegtrekt.&nbsp;</p>



<p>Daar aangekomen zie ik vooral de bijna start van de Meerdaltrail en de ambulance die aan komt rijden. Preventief voor de race, niet voor mijn kuit. Bij de VP tref ik Cees weer en ook Fernando en Edwin zitten er. Ik krijg tosti’s en ik probeer mijn benen omhoog te leggen in de hoop dat het helpt met mijn kuit. Zelfs aanraken doet al enorm zeer dus nog meer masseren heeft geen zin. Een beetje rekken en strekken dan maar en ik vraag of ze iets van koelinggel of zo hebben. Alleen een crème die pijnstillend moet werken. Ik smeer het er maar op, baat het niet schaadt het niet. Het lijkt te helpen, althans het doet minder zeer als ik hem aanraak. Als ik later test qua lopen maakt het helaas niet veel uit. Ik kijk in de vriendengroepsapp en lees dat de auto vast staat in de modder en Frank nog helemaal niet naar het hotel geweest is. Wat erg, heeft hij helemaal niet kunnen douchen en slapen. Ik hoop tevens voor mezelf dat het opgelost is voor ik finish. Geluk bij een ongeluk gaat dat nog even duren.</p>



<p>Het is nog 19 km en ik heb ongeveer 6 uur de tijd. Iets sneller dan 3 km per uur. Voorzichtig wandelen gaat maar rennen kan ik vergeten. Goed, wat gaan we doen? Moet je dat nog vragen? De dood of de gladiolen. Ik zal mijn bijnaam als Terminator eer aan doen. Die kruipt ook gewoon met een half lichaam en een arm door, daar is een verkrampt kuitje niks bij. Ik denk maar niet aan het feit dat 19 km nog minstens vijf uur lopen is en ga gewoon op pad. Tenslotte begint de reis van een duizend mijl met een enkele stap. Gelukkig is de Bello maar honderd mijl.</p>



<p>Vorig jaar telde ik per 3 kilometer maar toen kon ik nog een beetje rennen. Wandelend gaat veel langzamer dus ik tel kilometers. Of eerder gezegd, honderden meters. Ik laat me te veel verleiden om om de haverklap op mijn klokje te kijken om te kijken hoe ver ik al ben. Ik leer hoe ontzettend langzaam dat gaat en hoe ver honderd meter is. Mijn oververmoeidheid maakt het er niet beter op omdat de wereld daardoor überhaupt de helft langzamer draait. Ik loop nu in het bos half te slaapwandelen en heb het koud. Daar waar eerder pijntjes streden op de ranglijst is het nu een driegevecht tussen pijn, vermoeidheid en kou. Maar ik loop in Terminatormodus dus blijf ik gewoon doorlopen. Als ik stop stort ik in en daar is maar één oplossing voor, niet stoppen.</p>



<p>De Meerdaltrail is van start en ik kom de lopers in tegengestelde richting tegen. Als ik een heuvel af moet komen zij deze op rennen en ondanks alles probeer ik hoffelijk te zijn door opzij te stappen en ze voorbij te laten. Ik hoor ze kreunen en steunen terwijl ze omhoog rennen en ik kan niet laten om te denken: ‘Stel je niet aan! Ik heb er al 150 km op zitten.’ Maar iedereen loopt zijn eigen race en je kan nooit oordelen over de beleving van een ander. Een stukje verder loop ik weer van het parcours af en ben ik ze kwijt. Ik hoef dan alleen nog een paar, dertien in totaal, mountainbikers voorbij te laten en dan loop ik weer alleen.&nbsp;</p>



<p>Omdat ik zo moe ben en zo langzaam loop twijfel ik steeds vaker of ik wel goed loop en check regelmatig de GPS ter bevestiging. Gelukkig maar want inderdaad blijkt dat ik verkeerd gelopen ben. Als ik doorloop kom ik weer op de route maar dan snij ik wel een stuk af. No way Jose dat ik dat doe. No shortcuts en dus draai ik om en loop terug om op de juiste manier op de route te lopen. Het zonnetje is gaan schijnen en ik vind het heerlijk als ik er in mag lopen. Lekker warm maar net zo jammer als ik weer de schaduw in duik en het gelijk ook weer koud heb. De pijn in mijn kuit is verdrongen naar de achtergrond door de pijn in mijn schouders. Mijn vest weegt honderd kilo lijkt het. Ik probeer mijn stokken er tussen te steken en met een soort kruisconstructie licht ik hem een klein beetje omhoog á la knapzak van Douwe Dabbert. Het helpt, tot ik mijn stokken weer nodig heb.</p>



<p>Ik blijf proberen te rekenen of ik nog steeds snel genoeg loop, hoeveel tijd ik nog heb en hoe ik zit ten opzichte van vorig jaar. Ik ben verbaasd dat ik gemiddeld nog steeds 4 km per uur loop, ik dacht dat de normale wandelsnelheid 3 km per uur was. Ik probeer heel af en toe te dribbelen als ik vals plat omlaag heb maar dat gaat zo langzaam dat ik wandelend net zo snel ben. Ik heb de muziek uitgezet want dat is inmiddels te veel prikkels en mijn voorraad dextro slinkt gestaag. Als ik eindelijk op nog 5 km zit ga ik écht aftellen.&nbsp;</p>



<p>Nog 4 kilometer is nog een uur. Een heel lang uur en zelfs iets langer want ik haal de 4 km per uur niet meer. 3 km nog en het gaat gevoelsmatig steeds langzamer. Ik ga wel finishen en ook binnen de tijd, maar de strijd is nog niet gestreden. 2 km en nu kan ik echt gaan uitkijken naar mijn gloriemoment. Ik ben weer bij de manege en de keienhelling waar ik ruim 34 uur geleden nog ‘de eerste kilometer’ liep. Ik kom in het bos, nog 1 km en ik ben bij de vlonders. Ben ik er al? Nee nog niet, ik moet nog een stukje door. Ik kan zelfs een beetje dribbelen en dan is het nog maar een paar honderd meter. Natuurlijk staat Frank me bij het hek op te wachten en dan ben ik er. Althans, ik moet de weg nog over en mag dan over de rode loper naar het podium voor mijn medaille. Mijn eerste vraag aan Frank. ‘Is het gelukt met de auto?’ Het antwoord is ja, maar net tien minuten geleden. Ik ben opgelucht, kunnen we tenminste zometeen naar het hotel.&nbsp;</p>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_8920-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="1024" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_8920-1024x1024.jpeg" alt="" class="wp-image-4256" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_8920-1024x1024.jpeg 1024w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_8920-300x300.jpeg 300w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_8920-150x150.jpeg 150w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_8920-768x768.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_8920-1536x1536.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_8920-2048x2048.jpeg 2048w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_8920-1000x1000.jpeg 1000w" sizes="(max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a></figure>



<p>Ik krijg eerst nog wat eten, de laatste restjes van de BBQ, twee dekens en een pijnstiller. Schoenen uit en de schade inspecteren. Ik heb voor het eerst van mijn leven echte trenchfeet en gelukkig ben ik bekend met de aanblik van mijn blaren zodat ik niet gelijk flauwval. De voeten mogen even in een warm badje, omkleden doe ik dan toch in het hotel wel. Ik heb het nu echt koud en wil niet te lang blijven hangen. Frank brengt de spullen naar de auto en rijdt hem naar de ingang waar ik volledig stijf, verkleumd en strompelend naar toe loop. In het hotel kan ik uitkleden, douchen en even een uurtje slapen voordat we met Mike en Diane bij de Burger King eten. Die steak komt morgen wel. Even later sluiten René en Simone ook aan en als alles op is duikt iedereen lekker zijn bed in.</p>



<figure class="wp-block-gallery has-nested-images columns-default is-cropped wp-block-gallery-4 is-layout-flex wp-block-gallery-is-layout-flex">
<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0041.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="576" height="1024" data-id="4257" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0041-576x1024.jpeg" alt="" class="wp-image-4257" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0041-576x1024.jpeg 576w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0041-169x300.jpeg 169w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0041-768x1365.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0041-864x1536.jpeg 864w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0041-1000x1778.jpeg 1000w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0041.jpeg 1152w" sizes="(max-width: 576px) 100vw, 576px" /></a></figure>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0026-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="768" data-id="4259" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0026-1024x768.jpeg" alt="" class="wp-image-4259" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0026-1024x768.jpeg 1024w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0026-300x225.jpeg 300w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0026-768x576.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0026-1536x1152.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0026-2048x1536.jpeg 2048w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0026-1000x750.jpeg 1000w" sizes="(max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a></figure>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0030-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="1024" data-id="4258" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0030-1024x1024.jpeg" alt="" class="wp-image-4258" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0030-1024x1024.jpeg 1024w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0030-300x300.jpeg 300w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0030-150x150.jpeg 150w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0030-768x768.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0030-1536x1536.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0030-2048x2048.jpeg 2048w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2023/12/IMG_0030-1000x1000.jpeg 1000w" sizes="(max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a></figure>
</figure>



<p>De volgende dag hebben we uitgebreid ontbijt en rijden we terug naar huis waar alle rotzooi weer opgeruimd wordt, vier wassen gedraaid, een paar boodschapjes gedaan en daarna als een baksteen op de bank. Vooral zo min mogelijk bewegen. Ze zullen me morgen wel weer uitlachen op de zaak als ik de trap op strompel. Volgende week is het kerst en hebben we lekker een paar dagen vrij. Een paar dagen om me eens rustig te gaan verdiepen in het volgende avontuur. Welke dat is? Dat hou ik nog even voor me, ik wil eerst zeker weten dat ik het ga doen en dat betekent sowieso eerst herstellen van de Bello. Tot die tijd…</p>



<p>Hele fijne feestdagen en alvast een geweldig nieuw jaar met mooi nieuwe hardloopdoelen!</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/bello-gallico-mud-edition/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>4</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Bello Gallico: De langste nacht</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/bello-gallico-de-langste-nacht/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/bello-gallico-de-langste-nacht/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 22 Dec 2022 22:57:47 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[100 mijl]]></category>
		<category><![CDATA[Bello Gallico]]></category>
		<category><![CDATA[Hardloopvrienden]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<category><![CDATA[Ultra]]></category>
		<category><![CDATA[ultramarathon]]></category>
		<category><![CDATA[ultratrailen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=3838</guid>

					<description><![CDATA[De dag die je wist dat zou komen. Vrijdag 16 december 2022. De dag dat ik me voorbereid om een nieuwe grens over te gaan. De grens van een honderd mijl lopen. Ik weet nu nog niet of ik het ga halen, maar ik ben vastberaden. In de praktijk, in de echte wereld kan er [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>De dag die je wist dat zou komen. Vrijdag 16 december 2022. De dag dat ik me voorbereid om een nieuwe grens over te gaan. De grens van een honderd mijl lopen. Ik weet nu nog niet of ik het ga halen, maar ik ben vastberaden. In de praktijk, in de echte wereld kan er van alles gebeuren maar in mijn hoofd staat het vast. En terwijl ik nog voor 20:00 in een hotel langs een snelweg in België in bed lig, niet om te kunnen slapen maar wel om zo veel mogelijk rust te pakken, denk ik aan mijn collega’s die lekker op de kerstborrel op kantoor een feestje houden. Ik hoop zondag mijn eigen feestje te hebben.</p>



<p>Frank is al dagen bezig met ‘de grote loop’ zoals ik het gedoopt heb. Ik probeer er juist zo min mogelijk aan te denken en ben volledig in de ontkenning. Natuurlijk kijk ik ook naar wat ik allemaal mee moet nemen, wat ik aan ga trekken en wat ik in welke dropbag ga stoppen, maar ik benader het heel systematisch. Heel gestructureerd en geordend werk ik de lijstjes af als een takenpakket en als ik daarmee klaar ben mag ik gaan zitten en achterover leunen. Het feit dat ik in plaats daarvan juist aan de bak moet heb ik weggeblokt. Als ik er over na ga denken doe ik het niet. Ik moet er gewoon induiken, net als in een ijsbad.</p>



<p>Ik heb dit weekend drie grote vijanden om te overwinnen. Ten eerste mijn lijf in zijn algemeenheid en mijn bil specifiek. Alhoewel het de laatste week behoorlijk goed gaat is het gewoon nog niet weg. De vraag is hoe hij zich houdt en of hij goed genoeg is voor 160 km. Even los van de risico’s van uitglijden door gladheid en daarmee de boel weer verrekken. De tweede vijand is de kou. Mijn oren, mijn handen maar vooral mijn voeten bevriezen nogal gauw en met bevroren voeten loop ik toch iets minder soepel. Uiteindelijk ontdooit de boel altijd wel maar het duurt toch een behoorlijk aantal kilometers voor het zover is. Als laatste en de grootste vijand zijn mijn voeten. Ik ben behoorlijk blaargevoelig en heb nog niet het heilige graal gevonden om dat te voorkomen. En geloof me, blaren gaan op een gegeven moment toch pijn doen. We zullen zien of ik opgewassen ben tegen deze monsters.</p>



<p>Op vrijdagochtend nog even naar de masseuse om de beentjes en de rug los te maken, de laatste boodschappen doen, de laatste dingetjes in de tas, lunchen en dan gaan we op weg naar België. Het is druk, we moeten langs Antwerpen en Brussel en dat op de vrijdagmiddag, maar twee uur later staan we dan toch voor het hotel annex pleisterplaats met een winkel, Starbucks en een Burger King.</p>



<p>Omdat het nog te vroeg is om ons te registreren hangen we een beetje op de kamer en rijden dan alsnog naar het start/finishgebied. Daar treffen we René en Simone die in het restaurant er naast een choco drinken. We sluiten aan want het is nog geen tijd. Als ook Marcel aankomt reken we af en lopen we naar de zaal waar we onze tracker en startnummer ophalen en uiteindelijk ook Tony zich meldt. We mogen mee-eten met de pastaparty maar het gaat nog even duren voor het eten klaar is en we hebben geen zin om te wachten. Terug dan maar naar het restaurant voor de meest vreemde (herten)burger met friet. Van daar uit naar het hotel waar we alles klaar leggen. De wekker gaat op 2:15. Ik begin er zowaar aan gewend te raken.</p>



<p>Om 20:21 doe ik het licht uit. Frank ligt dan al bijna een uur te slapen. Bij mij lukt slapen niet echt. Net iets te warm, een net iets te hard bed, een net iets te groot kussen, Frank die net iets te hard snurkt en misschien net iets te veel cola en M&amp;M’s. Maar goed, ik moet het er mee doen. Als de wekker dan gaat heb ik toch her en der wat hazenslaapjes gedaan. Snel douchen, aankleden, spullen pakken en naar beneden. Marcel rijdt mee en staat al klaar.&nbsp;</p>



<p>Bij de start geven we onze dropbags af en worden de laatste voorbereidingen getroffen. Iets eten, iets drinken, nog even naar de wc en een startfoto van het heldenteam. Om 3:50 loopt iedereen naar het startpunt. Frank is nog van alles aan het doen en ik maan hem tot spoed. Niet dat hij zich er wat van aantrekt, maar om 3:58 staan we dan toch met de hele meute aan de start. Het voelt minder koud dan ik bang voor was. Desalniettemin heb ik drie laagjes aan. Er wordt wat onverstaanbaars gezegd en alleen het feit dat ik mensen in beweging zie komen geeft aan dat we gestart zijn.</p>



<p>Omdat we over een smal pad met vlondertjes moeten, gaan alleen de voorsten er meteen vandoor. Een stukje later in het bos is er ruimte en kan iedereen zijn eigen tempo gaan lopen. De lampjes staan aan, ik heb mijn muziek nog even uit om mijn concentratie te kunnen bewaren en in een rustig tempo beginnen we aan ons avontuur. In plaats van muziek heb ik een oorwurm in mijn hoofd om het ritme van mijn passen aan te geven. Gek genoeg is het irritante ‘Altijd is Kortjakje ziek’, een perfecte maat, maar waar ik in mijn hoofd niet vanaf kom.</p>



<p>In tegenstelling tot vorig jaar, waar het ontzettend modderig was, is alles dit keer hard bevroren en voelt de grond aan als onregelmatig asfalt. Geen glijpartijen dus, maar wel voorzichtig zijn met de enkels. En vooral ook met het stoten van je tenen en struikelen. Want in de eerste drie kilometer tik ik minstens drie keer tegen een steen of boomwortel en voel ik mijn bil en hamstring naar trekken. Dat moet ik dus echt niet te vaak doen anders ga ik het niet redden, maar het zal ongetwijfeld nog wel een paar keer gebeuren. En natuurlijk zijn zowel mijn handen als voeten bevroren.</p>



<p>Op 4 kilometer blijkt dat we ‘verkeerd’ lopen. Dat wil zeggen, we lopen op een paadje parallel aan waar we hadden moeten lopen. Qua kilometers maakt het niet uit en als we doorlopen komen we gewoon weer op het parcours. Bovendien zijn we niet de enigen dus we maken ons er verder niet druk over. Ons eerste doel is de VP van de 19 km. Het landschap is een afwisseling van bospaden, landwegen, stukjes asfalt als we door een dorp moeten en het occasional weiland paadje. Ik probeer me te herinneren of ik de omgeving herken van vorig jaar maar dat lukt moeizaam. We lopen tevens op met een man die we later herkennen als Maarten, met wie we ook haasje over deden op The Great Escape. Ik was er voor gewaarschuwd maar door de kou is de slang van mijn camelback bevroren. Ik dacht eigenwijs dat het wel mee zou vallen maar niet dus. Frank heeft een goede tip en stopt mijn slang via via in mijn jas zodat mijn lichaamswarmte bevriezen voorkomt.</p>



<p>Op een op zich lekker tempo werken we ons naar de 19 km. Mijn bil houdt zich vooralsnog goed maar ik voel wel een drukpunt aan de binnenkant van mijn rechterhiel. Dat zou best nog wel eens een blaar kunnen worden waar ik alleen nu even niks aan kan doen. Ik moet ook plassen, en daar kan ik wel wat aan doen. Frank is dan al tig keer onderweg geweest, ik probeer het op te houden tot bij een echte WC. Op de VP, die op een andere plek dan vorig jaar staat, is die beschikbaar, net als eten en drinken en de goede zorgen van de vrijwilligers. Ik hou het echter bij een koekje en een wit puntje met ham, en twee bekertjes cola. Later zal ik wel wat meer eten denk ik. Naast de VP staat de startboog van een andere loop. Die was er vorig jaar ook en ook nu zien we de oranje pijlen hangen.</p>



<p>We hebben het netjes in 3 uur gedaan maar blijven toch niet te lang hangen en trotseren weer de kou. Het is even de tanden op elkaar maar gewoon niet te lang over nadenken. Het duurt nu niet lang meer voordat we de eerste hanen horen kraaien en er in het oosten de eerste gloren van licht opkomen, tevens het koudste uur van de dag. Dan kunnen de lampjes uit en zien we een prachtig bevroren landschap voor onze ogen uitvouwen. Alles is bedekt met een wit laagje ijs en ik kan het niet laten om er meerdere foto’s te maken. De meesten zijn van Frank, maar op sommige plekken moét ik er gewoon zelf ook even op. Het is nu rond een uur of acht en hebben er vier uur lopen opzitten.</p>



<p>Het monster van de bil houdt zich gelukkig koest. De kou houdt hem in bedwang. Mijn voeten zijn inmiddels een beetje ontdooid alleen mijn handen hebben last van wisselbaden. Dan weer ijskoud bevroren, dan weer lekker warm. Deze eerste 40 km zijn dan ook heel goed om ervaring op te doen voor de rest van de tocht straks. De volgende VP staat op ongeveer 37 km. Alhoewel ik hem wat liever wat verder weg heb is het straks voor de terugweg wel fijn. Opnieuw worden we warm onthaald door de vrijwilligers die er alles aan doen om je zo snel mogelijk te helpen en je in alles te voorzien. Hier krijgen we soep en wraps en uit mijn dropbag haal ik vooral mijn powerbank voor het tussentijds opladen van mijn klokje en telefoon, want stel je voor…&nbsp;</p>



<p>Ik waag me er aan om mijn schoen uit te trekken en mijn inmiddels gevormde blaar te inspecteren. Hij is niet groot maar heeft wel een beetje bloed en doet zeer. Hier ga ik niet nog 120 km mee kunnen rennen dus ik neem de gok en besluit om hem door te prikken. Ik heb alleen niks om hem af te plakken maar een stukje kinesiotape uit de EHBO koffer brengt uitkomst. Ergens in mijn achterhoofd hoor ik iemand zeggen dat je dat er juist niet op moet plakken, maar nood breekt wet want ik wil hem met het risico op infectie niet open laten en een pleister gaat helemaal niet helpen. Bovendien is het rode tape, dus dat zie ik maar als een goed teken. Nu alleen nog de oorzaak weghalen. Die is gauw gevonden. Het randje van mijn zooltje schuurt. Nieuwe schoenen, ik zeg niks, maar gelukkig kan ik de zool iets opzij trekken en is het opgelost. Hoop ik tenminste, maar het voelt een stuk beter.</p>



<p>We hebben er nu één marathon opzitten en moeten er nog drie. Als we weer even uitgerust en bevoorraad zijn duiken we opnieuw de kou in. Ik heb een extra paar handschoenen aangetrokken en mijn muts gewisseld voor een dikkere. Het scheelt tevens dat het licht is waardoor het lopen toch wat makkelijker is en daarmee sneller gaat. Ik blijf genieten van de omgeving en het sprookjeslandschap maar zet nu wel een ‘gezellig’ muziekje op. Bovendien was het parcours tot nu toe redelijk vlak maar de tweede helft van het rondje heeft toch wel wat klimmetjes in zich.&nbsp;</p>



<p>We duiken het ‘moeras’ in waar we vorig jaar tot boven onze enkels in de blubber stonden. Dit jaar is alles bevroren en ligt er een dikke laag ijs. Één voordeel, droge voeten! Een man, die we later leren kennen als Cees en die ons iedere keer weer inhaalt na een VP, wijst ons op de sporen van de bevers, reden waarom het vorig jaar hier onder water stond. Daarna duiken we de rimboe in om uiteindelijk bij een prachtig bevroren meer uit te komen. Genoeg voer voor weer wat mooie foto’s.&nbsp;</p>



<p>Er was ons een zonnetje beloofd, maar de ochtend blijft gehuld in heiige lucht. Toch doet hij zijn best en rond het middaguur lukt het hem om door de mistsluiers heen te breken. Daarmee zet hij de omgeving in een prachtig licht, bijna onaards. We genieten er van zolang het kan want het wordt al snel genoeg weer donker. We komen de eerste lopers van de 100 mijl die alweer op de terugweg zijn tegen. Niet normaal, zij zitten al over de 100 km en wij nog niet op de 60 km. Maar goed, verschil moet er zijn en uiteindelijk komen ook wij bij de VP van de 60 km. Op dat moment heb ik even een dipje. 60 km, dat betekent dat we er nog 100 moeten voordat we bij de finish zijn. Ik hou mijn tactiek van nergens aan denken en focus me op de eerste 80 km. Toch is het een mindfuck. Vorig jaar was dit de laatste VP en liepen we nu naar de finish, wetende dat we het gingen halen. Nu zijn we nog niet eens op de helft.</p>



<p>Op de VP krijgen we witte broodjes met knakworst en ze zijn heerlijk. Ons normale eten is bevroren en ik heb ook behoefte aan zout. Voetjes even van de vloer, muts en handschoenen op de kachel en opwarmen. Het is lastig maar het beste advies kregen we van Maarten en Olav en hou ik in mijn achterhoofd. ‘Blijven eten, hou je kachel aan!’ Was het vorig jaar de modder, dit jaar is het de kou die veel mensen de das om doet en we zien nu al mensen die onderkoeld raken. Nog maar een tweede broodje dan. Daarna op naar het eind van de eerste helft.</p>



<p>Aan het eind van de middag komen we bij ons favoriete paadje, tussen twee weilanden in met links prikkeldraad en rechts stroomdraad. Dit jaar is het appeltje-eitje, geen modder en daglicht. Een half uurtje later begint de zon alweer te zakken, teken dat het snel weer donker wordt en we de tweede nacht in zullen gaan. Dan ineens aan het begin van een heuvel staat onze eigen Maarten foto’s te maken. Wat fijn om hem te zien! We praten even wat, hij maakt een mooie foto van ons, en roept ons bemoedigend toe dat we zo lekker naar beneden mogen rennen, ‘maar eerst nog even een stukje naar boven’. We lopen daarna nog twee uurtjes in het donker en komen eerst Marcel en Guido, daarna Tony en vlak voor we eindelijk weer bij het begin zijn, René en Simone tegen, die ook allemaal aan de terugweg begonnen zijn. De eerste helft zit er op en de 50 mijl hebben we in elk geval gehaald. Het is 18:15 wat betekent dat we er een half uurtje langer over gedaan hebben dan vorig jaar.</p>



<p>Binnen worden we direct besprongen door behulpzame vrijwilligers die alles voor ons willen doen. Maar eerst droge kleding aan en mijn shit klaar maken voor als we zo weer weg gaan. Ik trek een droge broek aan en mijn regenbroek er over heen. Niet voor de regen maar voor de kou. Daarnaast een droog shirt, droge (Unox) muts, droge buff en droge handschoenen. Bovendien neem ik nu mijn stokken mee. Ik voel mijn blaar weer en besluit om hem nog een keer door te prikken en weer af te plakken. Als ik de tape er af probeer te halen trek ik een deel van de bovenhuid mee. Shit, not good. Hij is wel gelijk leeg nu en na even droogdeppen plak ik alles maar weer terug met een extra stuk tape er op om te fixeren. It hurts like hell. Is dit einde oefening? Het zal toch niet? Gelukkig is de druk anders als ik mijn schoen weer aan heb en kan ik er op lopen. Problem solved, voor nu.</p>



<p>Nu alles geregeld is kan ik eten, een bordje pasta met cola, en praat en passant even met Bas die we straks weer tegen komen op VP 3/5, en Arjan die later bij een oversteek staat. Heel even het eten laten zakken en dan wil ik eigenlijk wel weer op pad. Iedereen riep dat dit het moeilijkste moment is, namelijk weer naar buiten gaan. Ik heb er echter geen enkele moeite mee. Ik ga er voor, ga nu op de terugweg en dat geeft psychologisch een enorme boost. Alles wat ik nu loop, hoef ik niet meer te lopen! In een klein uurtje staan we dan ook weer buiten. Ik had gepland om uiterlijk 20:00 weg te zijn, dus 19:15 is helemaal prima.</p>



<p>Dat enthousiasme duurt een kilometer of zeven. Ik ben toch wel een beetje moe en diverse pijntjes in mijn lijf vechten om aandacht. Mijn rechterknie doet vervelend en er zit ook iets raars aan de voorkant links in de overgang tussen mijn been en mijn voet. Is dat de voorkant van de enkel? En het heeft even geduurd, maar ook mijn grote kleine vriend de linker kleine teen meldt zich. Ik dacht even dat hij het feestje ging missen maar nee, hij doet toch mee.&nbsp;</p>



<p>We rennen nu weer tegen de klok in en gek genoeg herken ik nu wél veel meer stukken van de route van vorig jaar. Ik ben net een paard in de manege. Linksom geen enkel probleem om langs die stoel in de hoek te lopen, rechtsom is diezelfde stoel het meest gevaarlijke roofdier dat er bestaat. Kwestie van perspectief om iets te herkennen of niet. We zijn bezig met ‘de langste nacht’, en ik kan niet helpen om te denken aan de conversatie tussen Frank en Maarten. ‘Het wordt een lange nacht’ van Frank met als antwoord van Maarten ‘Héél lang…’.</p>



<p>Toch stoort het me niet. Ik ben niet bang in het donker, sterker nog, ik ben altijd al een nachtmens geweest en hou er wel van om hier zo in de nacht te rennen. Lekker gefocust op het niets. Het enige probleem is dat ik moe ben en het koud heb. Vooral mijn vingers zijn zo nu en dan bevroren. Het is heel raar, maar op sommige stukken voelt het prima en dan ineens lopen we ergens waar het lijkt alsof ze de thermostaat vijf graden omlaag gedraaid hebben. Bijna of je door een onzichtbare deur naar een andere dimensie bent gestapt. Gelukkig staan er soms ook nog buurtbewoners langs het parcours om je iets aan te bieden. Een koekje, warme thee of een mandarijn. Leuk hoe de mensen hier meeleven.</p>



<p>We doen er ongeveer vier á vijf uur over om de VP van de 101 km te bereiken. Daar staat Bas weer die ons opnieuw broodjes worst voert. ‘Broodje Unox’ wordt er gekscherend gezegd, gezien mijn Unox muts. Ze zijn heerlijk want ik heb echt trek. Er gaat cola in de camelback en ik graai nog twee Chocotoffs mee voor onderweg. Voor de vijfde keer stappen we over de drempel van een warme comfortabele omgeving naar het ijskoude winterlandschap. Maarten van de Great Escape heeft aangegeven uit te stappen. Another one bites the dust.&nbsp;</p>



<p>Zowel mijn knie als voet protesteert, maar door de kou is alles zo gevoelloos dat ik het bijna niet merk. Ik zou bijna denken dat het een zegen bij een ongeluk is. Mijn bil roert zich al helemaal niet, volledig onderdrukt door alle andere ongemakken in mijn lijf. Gelukkig maar. Daarentegen heb ik er extra pijn in mijn schouders bij gekregen en voel ik de druk op mijn grote teennagel opvoeren. Bovendien loopt mijn neus harder dan ikzelf en ik word gek van het elke keer afvegen, maar het moet wel. Inmiddels is mijn neus behoorlijk schraal en probeer ik het maar wat meer te laten lopen.</p>



<p>We zijn nog niet koud weg of we worden ingehaald door drie mannen. Een daarvan blijft bij ons achter en vraagt of hij mag aanhaken. Het is een Belg en we weten niet zo goed wat we er mee aan moeten. Hij lijkt niet erg voorbereid op deze tocht getuige het feit dat hij niet weet op hoeveel kilometer hij zit en hij in onze ogen een totaal ongeschikt lampje heeft. Maar goed, zolang hij ons niet in de weg loopt zal je mij niet horen. Hem hoor ik wel, vooral veel kreunen en steunen.</p>



<p>We krijgen nu weer het langste stuk tussen twee VP’s en ik sla aan het rekenen. De GPS van mijn klokje heeft wat gezwabberd bij de VP en ik loop inmiddels twee kilometer voor. Of waren het er nou vier? Ik kan niet zo goed meer denken dus ik hou het maar op twee. Dan roept Frank ineens iets wat ik hoopte niet te horen. Hij heeft besloten om op 120 km uit te stappen. Zijn knieën doen dermate zeer dat als hij doorloopt, hij bang is om permanente schade aan te richten. We doen ongeveer vijf uur over 20 km, en dan moeten we er nog 40 dus dan praat je over nog eens tien tot elf uur lopen. Dat gaat hem niet worden voor hem. Ik hoor aan zijn stem dat het menens is en dat het geen kwestie van opgeven is. Ik reageer alleen maar met een klein maar vastberaden stemmetje: ‘Ik hoop dat je accepteert dat ik wel doorloop?’ Dat doet hij, hij kent me langer dan vandaag.</p>



<p>Ik moet deze change in plans wel even verwerken. Ik twijfel er niet over of ik het kan, maar ik vind het natuurlijk niet leuk. Tenslotte is het een avontuur van ons samen. Bovendien baal ik voor hem. Hij kan dit soort dingen beter handelen dan ik maar toch. Het lijkt wel alsof hij door het besluit hernieuwde vastberadenheid gevonden heeft om de volgende VP te halen want met een militaire precisie zet hij met tempo zijn stappen in het doorlopen. Wie had gedacht dat Frank ook een Terminatorknop had? Ik volg hem op de voet, regelmatig dribbelend om hem bij te kunnen houden. Onze Belg probeert ook te volgen, zij het nog steeds kreunend en steunend.</p>



<p>Als we volgens mijn en Frank zijn berekeningen bij de VP zouden moeten zijn klopt er iets niet. We zitten nog midden in het bos met een heel lang pad en in geen velden of wegen iets van bewoonde wereld te bekennen. Ik begin te twijfelen en ben bang dat we hem misschien gemist hebben, ook al weet ik dat dat bijna onmogelijk is. Ik reken opnieuw en trek de pijnlijke maar voorzichtige conclusie dat ik waarschijnlijk toch 4 km voor loop met mijn klokje en als Frank opnieuw op de GPS handheld kijkt blijkt dat we gewoon nog 3 km verder moeten lopen. En 3 km in deze omstandigheden is heel erg ver. Er zit echter niks anders op.</p>



<p>Opluchting alom als we er dan toch eindelijk zijn. Ook het beverpad hebben we voor de tweede keer overleefd met droge voeten en heel even waren we onze Belg kwijt, achtergebleven bij twee wandelende dames. Maar uiteindelijk haakte hij weer aan. Ik heb het enorm koud en eenmaal binnen en even stil zittend begin ik te rillen. Oncontroleerbaar te rillen, de eerste tekenen van onderkoeling. Ik probeer het te onderdrukken, bang dat iemand, of dat nu iemand van de organisatie of Frank is, tegen me gaat zeggen dat ik niet verder mag. Snel maar een bakje noodles eten en ik krijg van een vrijwilligster een met warm water gevulde colafles die dienst kan doen als een kruik. Wat zijn die vrijwilligers toch goud!</p>



<p>Beiden remedies helpen en ik warm weer op. Frank regelt een ritje naar de finish en als ze zo ver zijn dat hij ook echt mee kan rijden besluit ik dan maar gelijk de duisternis en de kou weer in te duiken voor de laatste twee etappes. Ik wissel handschoenen en muts, trek een extra shirt aan en mijn regenjasje er overheen. Ik heb nu vijf lagen aan, dat moet toch wel genoeg zijn tegen de kou. We gaan het zien. Ik geef Frank nog een kus en ik vertrek. Vanaf nu ben ik op mezelf aangewezen.&nbsp;</p>



<p>Het voelt wat onwennig nu dat ik mijn maatje moet missen, maar mijn basis opvoeding om het alleen te rooien voert de boventoon en vol goede moed ga ik op weg. Het grootste gevecht is wederom mentaal. Ik ben op weg naar de volgende VP die 19 km ver is. Dat is inderdaad een uur of vijf lopen, maar het ergste is dat ik er dan nog niet ben. Als ik het laatste stuk loop, dan kan het nog zo zwaar zijn maar dan ben ik op weg naar de finish, nu ben ik dat nog niet. Maar ik ga gewoon aftellen. Een olifant eet je ook in kleine stukjes, en dit is een olifant van formaat.</p>



<p>Het was 5:15 toen ik vertrok en mijn rekensommen vertellen mij niet alleen hoe snel ik moet, of hoe langzaam ik mag blijven lopen, ze leiden me ook een beetje af van de kilometers. Ellenlange kilometers die maar niet opschieten. Bovendien verlang ik naar daglicht omdat ik hoop dat ik dan makkelijker zal lopen. Het enige voordeel is dat deze laatste 37 km relatief makkelijk zijn in de zin van dat ze vlak zijn. De stokken heb ik eigenlijk niet meer nodig maar ik durfde ze niet achter te laten. Omdat ik inmiddels zo vermoeid ben kan de kleinste heuvel een berg lijken en dan is het toch wel fijn om stokken te hebben.&nbsp;</p>



<p>Zo beweeg ik mij voort in het licht van mijn lampje. Ik heb van Frank de GPS handheld meegekregen voor als ik wil checken of ik goed loop. De eerste keer dat ik twijfel en ik hem pak geeft hij echter aan dat de batterij bijna leeg is, en ik heb geen extra batterijen gekregen. De tweede keer dat ik hem pak is hij al leeg. Daar heb ik niks meer aan. Extra op blijven letten waar ik loop dus. Ik probeer te drinken maar merk dat ik opnieuw in de valkuil van de bevroren slang getrapt ben, zij het niet bewust. Ik dacht dat ik de boel goed weggestopt had maar een klein dapper stukje slang bood blijkbaar weerstand aan mijn warme lijf en stak net boven het maaiveld uit, met als resultaat volledige bevriezing. Ook daar heb ik niks meer aan en ik zal het zonder drinken moeten doen tot de volgende VP. En niet alleen mijn slang is bevroren, ook al mijn eten, tot aan mijn gels toe, zijn hard en koud. Over nieuwe ervaringen gesproken. </p>



<p>Tegen de tijd dat ik weer op de lange saaie paden langs de velden loop begint de ochtend zich langzaam aan te dienen. De zon kleurt de hemel prachtig roze en geeft eenzelfde kleur aan de bevroren bomen. Vond ik het landschap gisteren al mooi, is het vandaag iets magisch. Ik maak een paar foto’s maar krijg het niet zo mooi op de digitale plaat als dat ik het live met mijn ogen zie. Het maakt niet uit. Ik neem het moment in me op.</p>



<p>Terwijl ik loop denk ik terug aan gisteren, was het gisteren?, toen we hier samen liepen en ik ook foto’s maakte. Het lijkt bijna of ik alleen op de wereld ben. Ik zou verwachten dat er hordes mensen van de 50 mijl mij zouden inhalen maar dat is niet zo, slechts een andere eenzame loper die achter mij loopt of die ik soms in de verte voor me zie lopen. Ik vind het niet erg, ik kan heel goed alleen zijn. Ik loop dan ook in mijn eigen wereld, slechts af en toe even bewust van de omgeving omdat ik een mooi plaatje zie of omdat ik even moet kijken waar ik heen moet. En dat is ook wel nodig want ik dreig bijna verkeerd te lopen op het moment dat ik een afslag moet hebben en tegelijkertijd afgeleid wordt doordat mijn horloge weer een kilometer aangeeft. Er zitten vaak langere stukken tussen waarbij ik vaak twijfel of ik nog goed loop. Maar altijd is daar dan weer het gele bordje die me vertelt dat ik op de goede weg ben. Of dat Chocotoff papiertje op de grond, want die liggen bij de VP’s.</p>



<p>Ik kom weer in het bos waar later op de dag de hardloopwedstrijd zal zijn. En net als vorig jaar staat de fotograaf alweer klaar om foto’s te maken, en loop ik dwars door zijn testopstelling. Omdat ik nu veel vroeger ben zijn er geen andere lopers, maar ik zal ongetwijfeld weer op de site staan. Het geeft de burger moed, en brengt me eindelijk bij de laatste VP. Nu kan ik écht gaan aftellen. In plaats van broodjes hebben ze hier nu tosti’s en ik eet er twee. Ik proef weinig, waarschijnlijk is mijn mond dermate uitgedroogd door de koude lucht dat mijn smaakpapillen in shock zijn.&nbsp;</p>



<p>Ik blijf dan ook niet te lang hangen want met dit tempo moet ik nóg vijf uur lopen. Minstens. De moed zakt me even in de schoenen en ik wil eigenlijk alleen maar huilen. Alles doet nu zeer, ik ben moe en ik wil gewoon dat het stopt. Ik wil er zijn en niet nog vijf uur, of langer, bezig zijn. De enige manier om de tijd te verkorten is sneller lopen maar dat gaat gewoon niet meer. Als ik probeer te dribbelen kom ik langzamer vooruit dan gewoon wandelen, dus dan kan ik beter wandelen.&nbsp;</p>



<p>Ik heb de 19 km opgeknipt. Eerst de eerste kilometer even wegwerken en daarna ga ik rekenen. Ik heb officieel tijd voor 3 km per uur, dat is 20 minuten per kilometer en dus nog zes uur lopen. Als ik nou 4 km per uur loop, dan mag ik een kwartier over een kilometer doen en hoef ik maar 4,5 uur te lopen. 4 uur als ik dat op kan trekken naar 4,5 km per uur, en ongeveer 13 minuten per kilometer. En zo lopen tergend langzaam de kilometers op, tot 9 km in setjes van 3. Nu is het nog minder dan 10 km, op naar de laatste 5 km.</p>



<p>Ik heb gek genoeg weinig last van het slaapgebrek. Ik merk aan mijn ogen en een beetje aan mijn denkvermogen dat ik anderhalve nacht overgeslagen heb, maar roze olifanten ben ik nog niet tegen gekomen. Slechts één moment waarop ik heel even dacht dat ik een Minion in de struiken zag, maar het bleek gewoon een combinatie van takken en bladeren. Voor de rest ben ik eigenlijk nog best helder.&nbsp;</p>



<p>En dan ineens is daar het moment dat het nog maar drie kilometer is. In dit tempo is het drie kwartier lopen. Twee kilometer en nog maar een half uur. Een kilometer en het uur van de waarheid. Ik draai het pad uit het bos uit en sta voor de vlondertjes waar ik bijna 34 uur geleden in het donker vanuit de andere richting overheen kwam rennen. Aan de overkant van het meer zie ik niet alleen de finish, maar ook een man staan. Ik kan het niet goed zien maar instinctief weet ik dat het Frank is. Het kan niet anders dan dat het Frank is. Naarmate ik de vlondertjes passeer en dichterbij kom is er geen twijfel meer mogelijk, het is Frank.</p>



<p>Ik loop de laatste meters naar hem toe terwijl hij foto’s maakt en filmt. Ik probeer grappig te zijn en roep iets over een Asterix medaille en dat ik die de volgende keer wel in de stripwinkel koop. Samen steken we de weg over en lopen we het pand binnen. Ik mag de rode loper over die ik natuurlijk rennend neem. Altijd rennend de finish over! Er wordt geapplaudisseerd en als ik het podium op loop krijg ik weer een medaille van ‘Man met snor’, alleen staat er dit keer 100 mijl op het lintje in plaats van 50 mijl. Ik besef het nog niet helemaal, maar ik heb het gewoon gehaald!</p>



<p>Ik loop naar de tafel waar de rest zit, felicitaties alom en een bord met BBQ eten. Omkleden laat ik maar even achterwege, we blijven toch niet lang hangen. De helft is al weg, de andere helft wil weg en we spreken af om ‘s avonds wat te gaan eten. Ik wil lekker naar het hotel, douchen en de schade aan mijn lijf inspecteren. Opstaan is een crime na even gezeten te hebben en nu ik klaar ben heeft mijn lijf dan ook de stekker er uit getrokken. Met het laatste druppeltje energie strompel ik naar de auto en brengt Frank me naar het hotel. Douchen, een klein tukkie doen, schone droge kleding aan en dan ‘s avonds nog wat eten alvorens dood neer te vallen.</p>



<p>100 mijl, 162 km. Het is écht ver. Het was écht koud. Het was mooi, het was fantastisch, het was verschrikkelijk, het was een echte uitdaging. Het is gedaan. Het is volbracht. De grens is verlegd. Op papier haalbaar, in de praktijk was het maar afwachten. De omstandigheden waren zwaar maar toch ook weer niet. Keiharde ondergrond zorgde voor pijnlijke knieën en dikke enkels, maar wat zag het bevroren landschap er magisch uit en vooral geen natte voeten! En nu? Geen idee. Eerst maar even herstellen van dit avontuur, dan kijken we in 2023 wel weer verder.&nbsp;</p>



<p>Fijne kerstdagen en een geweldig 2023 gewenst!</p>



<p>P.D. Toen we in september de 50 mijl van The Great Escape liepen bedacht ik me tegen het eind dat we nog lang niet klaar waren voor de 100 mijl. Ik zei tegen mezelf dat ik het gewoon één keer ging proberen. Lukte het, dan helemaal geweldig, lukte het niet, dan was het gewoon een brug te ver. Na de 120 km wist ik het zeker, dit was eens maar nooit weer. En toen ik het eenmaal gehaald had vinkte ik het af in mijn hoofd, net als die ene marathon onder de vier uur. Dit hoefde ik niet meer te doen, wilde ik niet meer doen en ging ik ook niet meer doen. Been there, done that. 162 km is gewoon niet leuk meer.</p>



<p>Toen ik ‘s nachts rond een uur of vier wakker werd realiseerde ik me wat een mooi avontuur het toch eigenlijk was, en dat ik het eigenlijk nog wel een keer wilde doen. Ik zeg niets meer…</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/bello-gallico-de-langste-nacht/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>12</slash:comments>
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
