<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Blessure | Op weg naar de marathon</title>
	<atom:link href="https://www.opwegnaardemarathon.com/tag/blessure/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.opwegnaardemarathon.com</link>
	<description>The road to the finish!</description>
	<lastBuildDate>Sun, 05 Jul 2026 21:14:52 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=7.0.2</generator>
	<item>
		<title>So you think you can trail: Blessures</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-blessures/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-blessures/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 05 Jul 2026 21:08:01 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Op weg naar de blogs]]></category>
		<category><![CDATA[Blessure]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Ultra]]></category>
		<category><![CDATA[ultramarathon]]></category>
		<category><![CDATA[ultratrailen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=5663</guid>

					<description><![CDATA[Het is alweer even geleden dat ik iets geschreven heb over trailen. Dat is niet in de laatste plaats omdat ik tijd nodig gehad heb om weer wat afstanden op te bouwen en ook al even geen evenementen meer heb gelopen. De reden, een vervelende blessure waar ik goed mee op weg ben, maar nog [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Het is alweer even geleden dat ik iets geschreven heb over trailen. Dat is niet in de laatste plaats omdat ik tijd nodig gehad heb om weer wat afstanden op te bouwen en ook al even geen evenementen meer heb gelopen. De reden, een vervelende blessure waar ik goed mee op weg ben, maar nog steeds niet helemaal vanaf. Want ja, ook als je trailt kan je geconfronteerd worden met een blessure. Toch zijn er blessures die eerder voorkomen tijdens het trailen en andere blessures die meer bij asfalt lopen ‘horen’. Niet dat je niet alle blessures in alle gevallen kan krijgen, maar ja, de herhalende eentonige belasting op je lijf komt nu eenmaal eerder voor op de weg terwijl de boomwortels op een bospaadje, laten we zeggen ‘andere’ gevaren met zich brengen.</p>
<p>Het eerste waar je tegen aan kan lopen als je de weg inruilt voor een bospad is dat je ineens andere spieren gaat gebruiken. Voor je lijf is het dus een beetje alsof je begint met hardlopen. En nee, als je veel krachttraining doet en misschien nog andere sporten zoals het op dit moment zeer populaire Hyrox of Gymraces, geef het beestje een naam, zal je daar minder last van hebben. Maar ben je gewend om gemiddeld 3:45 de kilometer over de afsluitdijk te lopen, dan zal een kronkelig bospad toch een iets ander effect op je lichaam hebben. Rustig aan dus. Niet alleen in snelheid, dat zeg ik wel vaker, maar vooral ook in kilometers. Langzaam opbouwen is dus het devies. Begin gewoon eens met 10 km en bouw dat uit naar 15 km, 20 km, 30 km en eventueel daarna verder als je dat wilt.</p>
<p>Trailblessures. Om even terug te komen over die boomwortels. Een ongeluk zit in een klein hoekje en even los van de spieren en spierpijn is bij het trailen de meest voorkomende blessure het zwikken van een enkel. Ik zeg bewust blessure, want diezelfde boomwortels zijn over het algemeen in 99% van de gevallen verantwoordelijk voor het van dichtbij inspecteren van de ondergrond. Daar komen vaak ook de schaaf- of blauwe plekken vandaan, maar dat beschouw ik niet echt als een blessure. Dat hoort er gewoon bij als je gaat trailen. Als je niet minstens één keer gevallen bent heb je niet getraild zeg ik altijd. Niet dat ik zelf er iedere keer bij ga liggen overigens, maar ik heb het vaak genoeg gedaan, soms zelfs meer dan één keer. Of in elk geval bijna. </p>
<p>Maar die enkel is vervelend. Meer dan vervelend. Doet zeer, duurt even een paar weken, blijft vanaf dat moment altijd een zwakke plek maar meer nog geeft het een deuk in je zelfvertrouwen. Vaak is de mentale schade in de vorm van angst om weer door je enkel te gaan erger dan de fysieke schade aan de enkel zelf. Die eerste duurt namelijk veel langer. Vooral als je hardleers bent zoals ik en te snel weer vol gaat lopen en dan bij de eerstvolgende race wéér door je enkel gaat omdat die nog niet sterk genoeg is. Maar daar hebben we het maar niet meer over. Kan je er wat aan doen om het te voorkomen? Ja en nee. Helemaal voorkomen doe je het nooit. Want ook al kijk je nog zo goed uit waar je loopt, die krengen zijn verraderlijk en hebben jaren de tijd gehad om hun ‘ik ga jou eens even lekker laten struikelen’ techniek te perfectioneren. Je kan wel de eventuele schade beperken door veel balansoefeningen te doen. Bijvoorbeeld op één been je tanden poetsen. Niet alleen leer je snel corrigeren als je je balans kwijt dreigt te raken, maar je maakt je enkelbanden sterker. Overigens heb ik het over boomwortels, maar vlak ook losse keien en takken of vooral je eigen voeten niet uit. Die kunnen er ook wat van.</p>
<p>Natuurlijk kan je nog meer nare dingen oplopen als je valt. Gebroken ledematen, verrekte banden, gescheurde spieren, you name it! Kan je er allemaal gratis en voor niks bij krijgen naast die schaafwonden of blauwe plekken. Je weet alleen nooit van tevoren wat het wordt. Een soort trail-surprise ei. Die deuk in je ego krijg je er, net als de chocola, altijd bij, wat er in het gele bolletje zit is een verrassing. Eén en ander afhankelijk van je snelheid, je omgeving en de inclinatie van je ondergrond. Een rotsige helling heeft iets meer kans op vervelende gevolgen dan een bladerbed in het bos in de herfst, of een zandduin. Net als naar boven klauteren iets minder risico met zich brengt dan de heuvel naar beneden denderen. </p>
<p>En ook als je niet valt moet je rekening houden met schrammen, wondjes, bulten, prikken en bijten. Grijpgrage dorens, irritante brandnetels, weerbarstige takken, niet willen wijkende boomstammen, bloeddorstige muggen en monsterlijke dazen die het allemaal op jouw sappige kuitjes en/of spekkige armpjes voorzien hebben. Noemen we dat dan wel blessures? Nee joh, dat is stoer! Dat noemen we oorlogswonden en laat zien ‘how tough you are!’ ‘Maar dan valt het toch wel allemaal mee met die blessures? Beetje rustig opbouwen en zorgen dat je niet valt. Check!’ </p>
<p>Tja, als je het zo bekijkt wel. Ik heb het alleen nog niet gehad over die ene blessure. En ja, die bestaat ook gewoon op de weg. Hij heet zelfs hetzelfde maar toch vind ik hem anders. Ik heb het over de blessure door overbelasting. Waarom is deze dan anders? Zoals gezegd, trailen doe je langzamer en veel ontspannender. Bovendien heb je veel minder eenzijdige belasting en gebruik je je spieren dus met veel meer variatie en ook nog eens veel (meer) andere spieren. Maar daar zit dan ook het gevaar. Want de overbelastingsblessure bij trailen is een sluipmoordenaar. Als jij namelijk wekelijks 10 km, 20 km of zelfs 30 km gaat lopen zal het allemaal wel goed gaan. Maar trailen leent zich bij uitstek om ultra’s te gaan lopen. En voor wie het niet weet, een ultra is alles boven de 50 km, alhoewel de meningen verdeeld zijn en sommigen alles boven de marathonafstand al een ultra noemen. Ik ben overigens van kamp 50+ en daar bedoel ik niet mijn leeftijd mee. </p>
<p>Anyway, het gevaar zit hem dus in die ultra’s, vooral als die steeds verder zijn. Heb je net als ik een pleurishekel aan krachttraining en ga je regelmatig een ultra lopen, dan gaat zich dat een keer tegen je keren. Want bij een ultra heb je altijd wel ergens een pijntje, of twee, of drie, of meer naarmate je afstanden langer worden. Dat is normaal, dat hoort er bij. Met het risico dat je op een gegeven moment niet meer weet of een pijntje nou komt omdat je er net 100 km op hebt zitten, of omdat die rechter bilspier of dat linker kuitspiertje nu een beetje overbelast begint te raken. Gebeurt dat één keer dan trekt dat wel weer recht, doe je dat drie keer per jaar dan komt er een moment dat dat spiertje ook op 30 km al vervelend begint te doen. Een (ultra) trailer is bovendien heel erg goed in het negeren van pijn(tjes) en dan komt daar ook dat moment dat je fysio dat gevreesde labeltje pakt en keihard op je kuit of je bil plakt. Blessure! Overbelast! Zit je daar met je peen en uiengezicht je af te vragen waar dat nou ineens vandaan komt. ‘Ik snap er niks van, vorige week liep ik nog een tachtiger. Nergens last van.’ Echt niet? </p>
<p>Dus, als je niet van peen en uien houdt en wel graag langere afstanden wil lopen, dan zit er maar één ding op en dat is krachttraining. Helaas, het spijt me. Ik kan het niet mooier maken dan het is. Vallen en alles wat daar bij hoort is nagenoeg niet te voorkomen, gaat gewoon een keer gebeuren, wat zeg ik, gaat meerdere keren gebeuren, dat enkeltje is pure pech en kan je de schade beperken maar overbelasting doe je toch echt zelf. Do as I say, don’t do as I do en doe dus aan krachttraining of hou het bij kortere afstanden. (Ik beken, ik doe het nu toch ook maar. Je moet er wat voor over hebben en ik word er ook niet jonger op.) </p>
<p>Blessures bij trailen zullen naar verwachting dan ook minder vaak voorkomen, maar helemaal zonder zal het niet zijn. Dat is de harde realiteit en heb je rekening mee te houden. En ach, is dat niet bij alles zo? Het blijft een sport, het blijft niet zonder risico, je moet er wat voor doen en het hoort er allemaal bij. Maar het valt wel mee toch? Op de weg is de kans een stuk groter dat je ergens last van krijgt of erger nog, bijvoorbeeld aangereden wordt. Als je valt is het asfalt een stuk harder en bovendien loop je op de weg het risico om door een hond gebeten te worden. Heb je allemaal niet als je gaat trailen.</p>
<p>Which reminds me, had ik het al gehad over wolven, roofvogels, koeien met grote hoorns of teken?</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-blessures/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>11x Rotterdam: Minder is meer</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/11x-rotterdam-minder-is-meer/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/11x-rotterdam-minder-is-meer/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 12 Apr 2026 20:16:32 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Blessure]]></category>
		<category><![CDATA[Hardloopvrienden]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Marathon]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Snelheid]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=5595</guid>

					<description><![CDATA[11 is een gekkengetal zeggen ze wel eens. Vandaag ga ik voor de elfde keer starten op de Rotterdam Marathon. Gekkenwerk? Normaal gesproken niet, vandaag misschien wel een beetje. Want elke andere keer dat ik riep dat ik niet goed voorbereid was, toen ik behoorlijke bloedarmoede had bijvoorbeeld, of recentelijk nog iets anders geks gedaan [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>11 is een gekkengetal zeggen ze wel eens. Vandaag ga ik voor de elfde keer starten op de Rotterdam Marathon. Gekkenwerk? Normaal gesproken niet, vandaag misschien wel een beetje. Want elke andere keer dat ik riep dat ik niet goed voorbereid was, toen ik behoorlijke bloedarmoede had bijvoorbeeld, of recentelijk nog iets anders geks gedaan had, zoals de week ervoor de marathon van Parijs had gelopen, een paar weken later de Two Oceans zou gaan lopen of twee maanden eerder 224 km trailen, dacht ik dat ik niet slechter aan de start kon staan. Vandaag bewijs ik wellicht het tegendeel. Sinds 6 maanden geblesseerd waarvan 3 maanden ook echt stil gestaan, niet specifiek getraind en maximaal één keer 21 km en één keer 30 km gelopen. Toch ga ik starten. Want ik ben een hardloper, en hardlopers zijn niet alleen hardleers, een tikje arrogant en eigenzinnig, maar vooral ook extreem eigenwijs. En ik heb eigenwijsheid niet alleen uitgevonden maar ook verbeterd.</p>
<p>Van de week vroeg iemand me nog of ik nou de hele week pasta ging eten. Ik mag wel zeggen dat ik inmiddels genoeg ervaring heb dat ik dat soort dingen niet meer doe. Gewoon normaal doen, wat ik normaal gesproken ook doe. Pasta op zaterdag is meer gezellige traditie dan behoefte aan stapelen, net als de pannenkoek met spek op zaterdagmiddag en een toetje ‘s avonds na het eten, waarbij het lopen van de marathon gewoon een goed excuus is. Ik neem tijdens het lopen zelf twee gelletjes mee, één om op te eten, één als reserve, ik bak vlak voor de start bananenpannenkoeken omdat dat makkelijk is en ik kijk zaterdagavond de film ‘De Marathon’ om het gevoel van sfeer lekker af te toppen. Koolhydraten stapelen, taperen, een vracht gelletjes meenemen onderweg en isotone sportdrank drinken? Ik ga voor uitlopen, ik hoef geen PR meer. Bovendien veel te veel gedoe. Op tijd naar bed doen we dan wel weer, de hele nacht wakker liggen van de zenuwen niet meer.</p>
<p>En zo is het dan zondagochtend, ik heb mijn pannenkoek gegeten, Frank loopt de tien kilometer dus die heb ik bij Blaak bij Frouke en Deborah afgeleverd en uitgezwaaid, en op mijn gemak ben ik naar het startvak gewandeld, nog even met Rob op de foto, die staat gewoon weer op de Blaak, om dit jaar Berget Lewis ‘You’ll never walk alone’ te horen zingen. Het blijft even wennen dat mijn buurman Lee het niet meer doet net als dat ik Abu mis bij de start. Maar de wereld verandert continue en niets is voor eeuwig dus dit ook niet. De wedstrijdlopers zijn al weg, ik wacht geduldig af tot mijn wave ook weg mag, 10:10, de heartbeat en dan gaan we! Met opwinding en enige twijfel of mijn knie het gaat houden. We gaan het zien. Wat zeg ik ook altijd weer? De dood of de gladiolen, en we gaan natuurlijk altijd voor de gladiolen. Bovendien komt aan alles een eind, ook aan 42,195 km.</p>
<p>In het startvak sta ik met Marcel en Marcella, die eerst naar ons huis gekomen zijn, maar ik heb gezegd dat ze hun eigen gang moeten gaan omdat met mij lopen niet te doen is. Ik start altijd te hard, stort daarna in en loop onregelmatig omdat ik onderweg waarschijnlijk nog foto’s maak. We zien elkaar naar afloop wel weer. Als ik over de startmat loop kijk ik of onze nieuwe burgemeester er staat of wellicht Berget. Carola zie ik niet, Berget wel maar die is druk in gesprek met iemand. Doorlopen dan maar dus mijn muziek gaat aan en ik loop relaxed de Erasmusbrug op. Denk ik, want per saldo loop ik sneller dan 5:30. Maar ja, de eerste kilometer gaat altijd wat sneller en de tweede ook want dat is heuvel ‘Erasmusbrug’ af. </p>
<p>Ik voel me goed, ik loop lekker en heb geen last van mijn been. So far, so good. Hoogmoed gaat voor de val dus ik blijf op het snelle tempo doorlopen richting de eerste 5 km. Maar eerst langs DJ Gewoon Rene. Vanwege de routewijziging staat hij dit jaar op de 4 km in plaats van de 17 km, maar ik heb beloofd dansend bij hem langs te gaan dus dat doen we dan ook. Even een snelle foto en dan toch weer door. Bij de 5 km even wat water pakken en dan kijken hoe het nieuwe stuk van het parcours loopt. Nu moet ik bij de 7 km richting de Kuip en daar draaien voor het heen en weertje. De turn komt eerder dan ik verwacht en voor ik het weet ben ik alweer op de terugweg, waar ik snel nog even een selfie maak met De Kuip op de achtergrond. Door deze routewijziging moet ik de hele planning in mijn hoofd aanpassen. Alles komt nu veel eerder en dus is uitkijken naar de vaste punten ook anders. </p>
<p>Evert staat niet rond de 9 km want ik krijg eerst de 10 km verzorgingspost. Daar staat mijn oude Roparun team Jatogniettan?! water uit te delen. Ze zijn de volgenden in een lange lijst van bekenden die ik onderweg tegen ga komen, en bekenden en onbekenden die mijn naam zullen scanderen. Ik loop nu langs een man die aan het jongleren is tijdens het lopen en weer maak ik een foto. Dan de tunnel door in Lombardijen en als ik de tunnel uitkom kijk ik uit naar Evert. Ik kijk rechts als ik hem in mijn ooghoek ineens links zie staan en er bijna voorbij loop. Ik stop, roep dat hij aan de verkeerde kant staat en loop terug voor de traditionele foto. ‘Het is druk!’ verontschuldigt hij zich en zet me op de kiek terwijl ik een springpoging doe. Nu kan ik dat nog. </p>
<p>Ik lach en ren door terwijl ik voor het eerst mijn been een beetje begin te voelen. Hij doet nog geen zeer maar hij ‘zeurt’ wel terwijl ik de hoek omdraai en richting het Havenspoorpad ga. Veel mensen hebben hier een hekel aan, ik niet, ik hou van het Havenspoorpad. En omdat ik nog redelijk ‘vroeg’ ben is het ook nog niet zo druk. Ik loop nog steeds ok en snel, maar het zeuren gaat wel steeds meer over in ‘het doet een beetje zeer’.  Straks bij de 15 km maar even wandelen of zo. Ik loop door naar de 13 km waar ik een gelletje pak, het eerste voedsel van de loop. Even voorbij de 13 km zie ik ineens Ronald en Ysbrand staan. Wat leuk! Ik stop en krijg van allebei een Powerknuffel voordat ik weer verder ren. Op naar de 15 km en van daar uit naar de halve.</p>
<p>Het wordt steeds warmer en het is lekker druk langs de kant. Ik word nog steeds veelvuldig aangemoedigd terwijl ik lekker doorhobbel. Ook de 15 km passer ik ruim binnen een gemiddelde snelheid van 10 km per uur en ik krijg een déja vu met Amsterdam, waar ik me de eerste helft kapot liep door heel snel te gaan, en de tweede helft doorgeworsteld heb met als gevolg een overbelaste knie. Gelukkig ben ik nu door schade en schande wijs geworden, toch? Oh nee, toch niet want ik loop gewoon net zo snel door. Het lijkt wel of, als ik aan het hardlopen ben, mijn IQ stante pede met 100 punten daalt. Aan de andere kant, geluk is met de domme dus wie weet. Als ik klaar ben met het Havenspoorpad zit ik op 16 km en ga ik echt wel iets rustiger aan doen. Ik neem iets langer de tijd bij de verzorgingspost om daarna weer lekker verder te kunnen.</p>
<p>Na de 17 km krijgen we de laatste koerswijziging, want in plaats van de lus om Ahoy hebben we ook hier weer een heen en weertje. Ik vind het niet erg, de lus bij Ahoy was altijd één van mijn minder favoriete stukken uit het parcours. Waarschijnlijk een trauma van mijn allereerste marathon. Toen ging ik hier al een beetje dood, had geen zin meer en was ik nog niet eens op de helft. Nu gaat het heen en weertje redelijk ongemerkt aan me voorbij met als voordeel dat ik de 20 km passeer. Ik zit nog steeds gemiddeld op 10 km per uur en kan wellicht de halve onder de twee uur aantikken. Het enige dat roet in het eten kan gooien is die verdraaide poot, die steeds irritanter begint te worden. Bovendien krijg ik eerst de verzorgingspost waar ik toch écht weer even mijn bekertje water pak en ook nog een stukje banaan krijg en eet. Ik neem zelfs even de tijd om er toch een paracetamol in te gooien, vooral om te voorkomen dat ik teveel krom ga lopen.</p>
<p>Als ik me weer in beweging zet moet ik eerst naar het 21 km bord en daarna door naar de 21,1 km, met nog ongeveer een minuut te gaan. De sokken er in dan maar en ik passeer in 1:59:40. Voor de marathon zelf heeft het geen betekenis, voor mij is het een wereld van verschil. Vorig jaar deed ik ditzelfde kunstje, maar toen had ik geen manke poot en was ik een stuk beter getraind. Het verschil zit hem dit jaar ergens anders in, namelijk een paar kilo minder. Eenmaal over de helft neem ik écht even de tijd om bij te komen. Dat wil zeggen, het stuk naar en voorbij de 22 km dat een stukje omhoog loopt richting de Brielselaan doe ik gewoon lekker wandelend, wat alle toeschouwers ook schreeuwen. Niet alleen ik maar ook mijn been moet even bijkomen. </p>
<p>Het helpt, ik voel hem minder en kan weer doorlopen naar mijn nieuwe doel, de 25 km. Toch hou ik het niet vol om te blijven rennen en het wordt rennen met af en toe even wandelen tussendoor. Het is warm en zelfs een oudbakken spekje geeft niet voldoende suiker. Ik accepteer het gewoon, vorig jaar was het niet anders en een halve onder de twee uur heeft dit effect nu eenmaal. Ik maak dankbaar gebruik van de sponsjes met koud water om het hoofd koel te houden en hobbel gewoon lekker door waar het kan. Vooral de stukken die omlaag gaan. Alle kilometers na de 20 km komen iets eerder dan normaal en dat is psychologisch wel lekker. De 25 km is dan ook niet pas na de bocht maar er al voor. De verzorgingspost is wel na de bocht richting de 26 km als ik ineens Frank hoor roepen. Die staat onverwachts op rechts. Hij vraagt of ik wat wil hebben en ik grijp een dadel in chocola. Ik krijg nog een kus mee en dan loop ik weer verder want ik moet er nog 16.</p>
<p>Ik vergeet dat ik ook nog een appeltje in de tas had, want de chocola geeft dorst, en bedenk me dat ik wel wat cola had willen hebben maar die heb ik niet in de tas gegooid. Ik app Frank of hij nog iets kan regelen voor straks in het bos en pak wat extra water bij de verzorgingspost om mijn dorst te lessen. De dadel geeft me energie om naar de Erasmusbrug te lopen. Daar zet ik mijn muziek uit en kijk uit naar de afdaling, niet alleen omdat dat heuvel af is, maar omdat dat ook altijd het moment is om ‘Zuid’ af te sluiten. Sommige dingen veranderen niet. Het gaat nu allemaal niet zo snel meer maar dat geeft niet. Het ergste heb ik gehad en met voldoende marge. Aan het eind van de Schiedamsedijk is het draaien naar de Westblaak, het tunneltje en dan uitkijken naar Bart en Patries, die ergens op links moeten staan. </p>
<p>Ik ben nu op terrein waarop wandelen steevast gelijk staat aan extra aanmoediging van de supporters, die bijna niet toestaan dat je niet aan het rennen bent. Ik ben dan ook blij met het tunneltje, waar ik schaamteloos en zonder toeschouwers even extra rustig kan wandelen. Aan de andere kant is het dan ook wel weer leuk dat als je na het wandelen bij de aanmoediging tóch weer gaat rennen, ze extra enthousiast zijn. Je zou het er bijna om doen. Bijna. Terwijl ik na het tunneltje me toch maar weer in beweging zet kijk ik uit op links en zie Bart en Patries staan nog voor ze mij zien. Patries spot me als ik al bijna voor hun neus sta. Een knuffel en een handje salmiakdrop, voor de zoute smaak, als ik weer verder trek. Ik begin me wel serieus af te vragen wanneer mijn maag gaat protesteren op al dat verschillende voedsel. Nou ja, dat merk ik dan vanzelf wel.</p>
<p>Ik ren richting de Kubuswoningen en ben alweer bezig met mijn volgende doel, Frouke, Stans en Deborah, die na de bocht moeten staan. Ik verwacht ze op rechts maar kijk gelukkig ook met een schuin oog naar links als ik ze zie staan. Ik moet wel even kruislings oversteken en als ik op ze af ren en er bijna ben doe ik een klein beetje struikelen. Mijn rechterbeen weigert dienst waardoor ik het niet kan opvangen en mijn evenwicht verlies. Met enig gevoel voor drama stort ik volledig niet gracieus op de grond half tegen het hek aan. Het lijkt wel of ik de scène van gisteravond uit ‘De Marathon’ naspeel. Gelukkig is het niet vlak voor de finish en ook blijf ik niet dood liggen. Onvast op mijn benen sta ik weer op, geef de meiden alsnog een knuffel en hink in eerste instantie weer verder. Even later weten mijn benen weer wat ze ook alweer moeten doen en hobbel ik weer verder, dwars door de meute van de Mariniersweg richting het 30 km punt. </p>
<p>De mensen staan traditiegetrouw rijen dik en het is smal lopen. De warmte begint zich nu toch echt wel te laten gelden en ik heb al de nodige ambulances gehoord en mensen bij de EHBO gezien. Het is ook ieder jaar hetzelfde liedje. Na de koude winter is de lente nog maar nét begonnen en de marathon is altijd warm, ook als het niet warm lijkt. Na de Mariniersweg draai ik de Warande op en van daar uit Crooswijk in richting het bos. Het geluid is oorverdovend en ik ben blij als ik straks in het bos even wat rust krijg. Tenminste, dat denk ik want het lijkt wel weer drukker dan andere jaren. Ook in het begin van het bos staan de mensen rijen dik en pas als ik écht in het bos ben wordt het iets rustiger. Ik kijk uit naar Frank die net na de 32 km staat. </p>
<p>Hij heeft cola weten te scoren die ik in een flesje mee krijg. Voor de rest hoef ik niks en weer vergeet ik mijn appeltje. Ik krijg opnieuw een kus en de mededeling dat Ysbrand en Ronald een stukje verderop staan. Weer iets om naar uit te kijken en weer een paar honderd meter verder. Het is nu nog maar tien kilometer, die lopen we wel uit. Dat hoop ik tenminste want mijn benen blijven signalen afgeven dat ze dienst willen weigeren. Stelletje deserteurs en ik spreek ze streng toe. Als ze het maar uit hun hoofd laten. De pijn in mijn poot is gelukkig aanzienlijk minder, het zit hem vooral in de aansturing van de spieren en ik heb het op mijn heupen. Van Ysbrand en Ronald krijg ik weer een Powerknuffel en dan weet ik dat ik vanaf daar de rest alleen moet doen. Het bos lijkt korter dan normaal, weer vanwege dat psychologische effect, en als ik uiteindelijk de hoek naar de Kralingseweg opdraai is het nog ‘maar’ 6 km. It’s tiiiiiiiiiiiiiime! Tijd voor de Terminatorknop. Ik eet nog een Bifiworstje, voor het zout, en gooi er een Dextro achteraan, voor de energie, zet mijn magische playlist op en druk op de knop. </p>
<p>Het effect is direct zichtbaar. Op de maat van de muziek met het verstand op nul (lekker makkelijk, dat was ik toch al kwijt toen ik vanochtend begon) en de blik op oneindig maak ik mijn stappen en blijf bijna drie kilometer lang op een redelijk constant tempo rennen. Genoeg om lekker af te kunnen tellen, me door Crooswijk te helpen en naar het 40 km punt. Op de Warande staat de laatste verzorgingspost waar ik nog even wandel onder het genot van een bekertje water. Daarna zet ik me weer in beweging en mijn tanden op elkaar voor het laatste stukje. Bij de Gele Kanarie en over de Mariniersweg is het support op zijn hoogtepunt. Ik smokkel nog één keer met wandelen langs de lege hekken op rechts waar de supporters niet kunnen komen. Dan ben ik bij het bordje waar ik de afgelopen dagen meermaals langs gelopen ben. ‘Nog 1000 meter’.</p>
<p>Ik begin weer te rennen en de support en het schreeuwen van mijn naam is nu dusdanig dat ook al zou ik het willen, wat ik stiekem best wil, ik kan nu gewoon niet meer stoppen met rennen. Het zijn kleine langzame pasje maar rennen desalniettemin. Ik kijk nu uit naar Rob, mijn laatste stop before I drop, durf het niet aan om te springen maar doe het last minute toch. Als je dat tenminste springen kan noemen maar goed. Dan doordribbelen, het laatste 500 meter bord, de draai naar de Coolsingel en een ‘ietsminderlangstukopdeCoolsingelgodzijdank’ naar de finish. De finish? Oh nee dat is de 10 km, nog een heel klein beetje verder, en dan yes, yes, yes. Oops I did it again. Nummer 11 done and dusted.</p>
<p>Ik loop door, neem mijn medaille in ontvangst bij oud collega Peter, net als de afgelopen 11 jaar, praat even bij en wandel door om mijn AA, een banaan en een Trekreep in ontvangst te nemen. Hmmm, ze hadden toch chocomelk beloofd? Ik zie het niet en ben teleurgesteld. Daar had ik me nou zo op verheugd. Ik loop door en heb contact met Frank. We spreken af bij het Schouwburgplein want ik wil mijn medaille graveren. Iets met traditie en zo. Het is druk maar het valt toch mee en ik ben relatief snel door de hekken en bij het Schouwburgplein waar ik Frank tref. En surprise, daar wordt ook de chocomelk uitgedeeld die ik blij in ontvangst neem en gelijk opentrek. Lekker! Dan alsnog mijn medaille graveren en nog even bij Ferry kijken waar we Ysbrand, Ronald, Bart, Patries, Linda en Marilene treffen. Na een drankje en even bijpraten over onze avonturen lopen we terug naar de Coolsingel, waar we Marcel en Marcella oppikken en richting huis gaan. Na het afscheid duik in onder de douche en op de bank, waar ik dan toch maar het gesprek met mijn benen aanga. Vooral rechts is behoorlijk pissed off. We zullen zien of dit na een nachtje slapen een beetje bijtrekt.</p>
<p>11 keer Rotterdam, en mijn 23ste officieel geregistreerde niet trail marathon op asfalt (24 als je de ultra van de Two Oceans meetelt). Dat had ik 5 maanden toch écht niet gedacht, en al helemaal niet in de tijd die ik uiteindelijk gelopen heb, 4:21:50. Een tijd die niet alleen heel netjes is, maar voor mijn doen zelfs snel. Hoe komt dat nou zo? Dit is een duidelijk geval van minder is meer. Minder trainen, want laten we eerlijk zijn ik heb minstens drie maanden écht stil gestaan, minder ‘moeten’, want alles wat ik zou doen vandaag was eigenlijk ok als ik maar uitliep, en vooral minder kilo’s, want door het stil staan groeide ik dicht en dat was het zetje dat ik nodig had om even heel serieus wat aan mijn dagelijkse calorieinname te doen. Allemaal factoren die zeker een positieve bijdrage, want ik zie het zeker als een meer dan positief resultaat, hebben geleverd aan vandaag. Alhoewel het minder trainen misschien ietsiepietsie meer had kunnen zijn, dan waren mijn benen misschien iets minder boos geweest nu. Maar de grootse factor van het succes van vandaag waren toch zeker de supporters. De supporters die je letterlijk naar de finish schreeuwen. Daar mag je van vinden wat je wil, maar voor mij?</p>
<p>Voor mij maakt dat Rotterdam voor eens en altijd #demooiste.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/11x-rotterdam-minder-is-meer/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>4</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Hail de Road through Rotterdam</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/hail-de-road-through-rotterdam/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/hail-de-road-through-rotterdam/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 22 Mar 2026 18:04:32 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Op weg naar de blogs]]></category>
		<category><![CDATA[Blessure]]></category>
		<category><![CDATA[Hardloopvoedsel]]></category>
		<category><![CDATA[Hardloopvrienden]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Marathon]]></category>
		<category><![CDATA[RMD]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[rotterdam marathon deelnemers]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=5585</guid>

					<description><![CDATA[Als je een beetje fatsoenlijke marathon wil lopen zal je toch minimaal één training van 30 km moeten lopen, vind ik. Dat kan op verschillende manieren. Gewoon zelf een rondje doen, ergens een 30 km wedstrijd lopen of met een trainingsloop van de atletiekclub meelopen. Optie 1 is saai, optie 2 leek me in mijn [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Als je een beetje fatsoenlijke marathon wil lopen zal je toch minimaal één training van 30 km moeten lopen, vind ik. Dat kan op verschillende manieren. Gewoon zelf een rondje doen, ergens een 30 km wedstrijd lopen of met een trainingsloop van de atletiekclub meelopen. Optie 1 is saai, optie 2 leek me in mijn staat niet verstandig en optie 3 gaat me te snel en bovendien ben ik geen lid van een atletiekclub. Dus wat dan wel? Optie 4 dan maar. Je doet de Road through Rotterdam!</p>
<p>Nou heb ik me opgegeven als bezem voor de 6:40 tempogroep samen met Linda, maar het was tot het laatste moment spannend of ik toestemming van mijn knietje zou krijgen om te gaan lopen. Na de CPC vorige week was de vraag of de draak in zijn grot bleef slapen of dat hij vuur ging spuwen. Uiteindelijk trok hij een half oog open maar sliep daarna weer rustig verder, niet in de laatste plaats door drakendoder Bart uit Breda. Wie? Leg ik een andere keer uit. Maar goed, ik kon Marco laten weten dat ik ging lopen vandaag. Worst case scenario, als het niet meer ging kon ik me altijd nog laten afzakken of uitstappen.</p>
<p>Maar voorlopig sta ik vandaag op voor een rustige 30 km. Ik eet wederom een pannenkoek en Frank zet me af bij Van der Valk Blijdorp. Hij rijdt door naar Oostvoorne voor een 10 km trail. We zijn aan het RAT-ten terwijl we de kilometers opbouwen. Running Apart Together. Het is een gezellig weerzien met oude bekenden die ik al lang niet gezien heb. Minstens een jaar, toen ik vorig jaar ook meeliep met de Road. René Simmons is aangesteld als fotograaf en rond 9:30 is het tijd voor onze groepsfoto zodat we om 9:40 kunnen vertrekken. We zijn een klein clubje, met René als pacer, Ingrid als fietser en Linda en ondergetekende als bezem. We hebben 5 lopers bij ons, allemaal dames. René met zijn harem.</p>
<p>Het is prachtig weer en we gaan lekker op pad. De draak in mijn knie slaapt nog maar mijn been trekt een beetje. Iets met een bilspier en een zenuw die in het gedrang zit, en het goud dat de draak aangetrokken heeft. Lees de feitelijke oorzaak van mijn knieproblemen. Maar voorlopig gaat het goed en kan ik het zonder problemen bijhouden. We lopen langs het Vroesenpark door Noord richting Centraal Station en ik doe gelijk dienst als fotograaf on the move. Daarna dwars door de stad waar het gelukkig nog vroeg is en we alleen een paar toeristen storen in de koopgoot. Van daar uit naar de Kubuswoningen waar ik voorstel een groepsfoto te maken. Dat idee wordt unaniem aangenomen. Een van de eerder genoemde toeristen doet dienst als fotograaf voordat we weer verder gaan.</p>
<p>Als we de kubuswoningen uit komen is het even zoeken naar de route en we raken ook Ingrid, onze fietser kwijt. Gelukkig niets dat een belletje naar het hoofdkwartier niet kan verhelpen met de instructie om ons bij de eerste drankpost weer op te pikken. Daarvoor moeten we nog wel even 5 km doorlopen met een lus via Boijmans van Beuningen en de Erasmusbrug. Daar is opnieuw wat verwarring over de route. Omdat we eerder ergens verkeerd gelopen zijn en René niet uit Rotterdam komt heb ik de route ook op mijn eigen klokje maar aangezet. Maar bij de Erasmusbrug kruist de route heen en terug zich. Uiteindelijk weet René dat we langs de Maasboulevard moeten lopen en later via de Erasmusbrug terug. Op naar de Willemsbrug dus. Ik zou hier uit kunnen stappen en lekker op de bank gaan hangen, maar mijn huissleutel ligt in Blijdorp en Frank is nog niet terug. Hé, jammer joh!</p>
<p>Als we de Willemsbrug over zijn hebben we de eerste verzorgingspost waar we Ingrid ook weer oppikken. Ik neem wat water en eet een pindakaasachtige reep. Niet vies maar zeker ook niet lekker. Of dat komt omdat hij officieel over de datum is weet ik niet, maar ik heb energie nodig en hij moet op, en aangezien ik een krent ben eet ik hem dus gewoon op. Na de nodige rustpauze gaan we weer op pad, rondje Noordereiland. Natuurlijk maken we ook nog een foto op de kop met de Erasmusbrug op de achtergrond. Iets wat ook de groep achter ons doet, de laatste die ons inhaalt want de rest is al voorbij. </p>
<p>Vanaf Noordereiland brengt René ons naar de SS Rotterdam. Ik begin nu serieus protest te krijgen van mijn trekkende been maar ik probeer aangehaakt te blijven tot in elk geval de volgende verzorgingspost. Maar ik kan goed merken dat ik niet alleen vorige week de CPC nog in mijn benen heb zitten, maar ook dat mijn spieren de kilometers niet meer gewend zijn. Het doet zeer, niet alleen fysiek maar vooral ook psychisch als ik terugdenk aan dat ik dit redelijk makkelijk kon lopen. Maar das war einmal en ik moet accepteren dat de situatie nu anders is. Frank staat op 17,5 km kilometer. Hij komt even kijken op de terugweg van Oostvoorne naar huis en loopt een paar honderd meter mee. Gelukkig ging het bij hem heel goed. Bij de auto geef ik mijn sleeves aan hem af en zie hem straks thuis weer. </p>
<p>Ik loop nu met enige regelmaat achter de club aan en heb Linda al gewaarschuwd dat ze gewoon door moeten lopen. Op de Erasmusbrug zie ik Natasja ook achterblijven, samen met Ingrid. Ik weet dat ze ook last van haar knie heeft dus misschien wil ze straks met mij aanhaken en samen uitlopen maar iets langzamer. Aan het eind van de Erasmusbrug ga ik via de trap naar beneden zoals de route aangeeft. Ik zie de groep echter tot het eind doorlopen en dan terug, waar ze wachten op Natasja die ook doorloopt. Zo komen we allemaal weer bij elkaar en ik leg mijn plan aan Natasja voor. Nog een kilometer naar de verzorgingspost en daarna rustig met zijn tweeën proberen de 30 km vol te maken. Ze vindt het een goed plan.</p>
<p>Bij de verzorgingspost staat onder andere Marilene en ik drink wat sportdrank en pik een paar dropjes. We vertrekken weer tegelijkertijd maar bij de ingang van de Maastunnel twijfelt René over de richting van de route. Natasja en ik lopen door waardoor we iets voorlopen. Bij het stoplicht pakken we nog meer voorsprong omdat zij ook nog moeten wachten en wij door kunnen lopen, maar uiteindelijk halen ze ons toch weer in. We hebben dan wel 25 km op de teller staan en zijn beiden blij dat we in elk geval al zo ver gekomen zijn. We houden de club in de smiezen terwijl we dribbelen en af en toe wandelen. De draak begint tevens een beetje wakker te worden. Van der Valk komt uiteindelijk weer in zicht maar we zitten ‘pas’ op 27,5 km. We kijken elkaar aan. ‘Gaan we er voor?’ Natuurlijk gaan we ervoor, maar het wordt nog een uitdaging om die laatste 2,5 km vol te krijgen. </p>
<p>Ik laat de route los en we gaan naar de andere ingang van Blijdorp. De meters gaan nu langzaam en als we voor ons gevoel eeuwen later daar zijn, zitten we pas op 28 km. Maar goed, we moeten sowieso terug dus let’s go. We missen nog een kilometer voor de beoogde 30 als we bijna terug zijn dus we doen nog maar een rondje van de zaak én een rondje over de parkeerplaats om uiteindelijk dan toch de 30 km aan te tikken. Correctie 30,30 km want we blijven cijferfetisjist. Dan geef ik Natasja een high five en strompel naar binnen waar iedereen al klaar is. Flesje chocolademelk Proteine die ik vorige week op de CPC gehad heb naar binnen werken en nog heel even nakletsen voor ik afscheid neem en naar de metro wandel. Frank had gezegd om me op te halen maar zo kan hij lekker thuis blijven en ik even uitwandelen. Als ik had geweten dat ik nog een kwartier op de metro moest wachten en bij Oostplein niet kon uitstappen omdat de conducteur niet ver genoeg het perron opreed, en ik dus een halte verder en weer terug moest, had ik anders besloten. Maar goed dat je niet altijd alles van tevoren weet.</p>
<p>Thuis douchen en toch nog wat eten alvorens ik met een icepack op mijn knie op de bank plof. Ik heb de draak getrotseerd, of ik hem deze week weer in slaap weet te sussen moeten we afwachten maar als dat lukt ga ik natuurlijk starten op de marathon. Als er geen rare dingen gebeuren in de tussentijd natuurlijk. En als de draak wel wakker blijft en vuur gaat spuwen? </p>
<p>Tja, dan ga ik er over nadenken.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/hail-de-road-through-rotterdam/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>4</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Het wonder van CPC2026</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/het-wonder-van-cpc2026/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/het-wonder-van-cpc2026/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 15 Mar 2026 17:57:19 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[anitaactive]]></category>
		<category><![CDATA[Blessure]]></category>
		<category><![CDATA[halvemarathon]]></category>
		<category><![CDATA[Hardloopvrienden]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Snelheid]]></category>
		<category><![CDATA[Training]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=5581</guid>

					<description><![CDATA[Ik sta op en ben nerveus. Ik heb slecht geslapen, ik ben moe en heb de pest in mijn lijf. Mijn knie doet zeer en ik heb een enorm ‘alles is kut’ gevoel. Het lijkt wel of ik dit voor het eerst doe, terwijl ik dit al honderdduizend keer gedaan heb. Maar ik ben niet [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Ik sta op en ben nerveus. Ik heb slecht geslapen, ik ben moe en heb de pest in mijn lijf. Mijn knie doet zeer en ik heb een enorm ‘alles is kut’ gevoel. Het lijkt wel of ik dit voor het eerst doe, terwijl ik dit al honderdduizend keer gedaan heb. Maar ik ben niet meer wie ik was en de vraag is of ik het ooit weer ga worden. Voor het eerst in maanden prak ik weer een banaan met een ei in elkaar en gooi er wat cruesli doorheen om een pannenkoek te bakken als ontbijt. Ik vis een gelletje en een stuk ontbijtkoek uit onze ‘hardloopvoedsel’ bak. Beiden zijn over de datum. Tja, als je geen evenementen meer loopt dan krijg je dat.</p>
<p>Ik trek het shirt aan dat ik er bij gekocht heb. Het ziet er mooi uit maar het is net een hobbezak. Maatje L is normaal gesproken prima maar het is een herenmodel want ze hebben geen rekening gehouden met dat er ook dames meelopen, of ze hebben zich er gewoon makkelijk vanaf gemaakt. Sowieso lijkt hij groot te vallen dus hij komt bijna tot mijn knieën. Zucht, dat kan er ook nog wel bij. Frank kijkt Formule I en Max heeft net zo’n slechte dag als dat ik me voel. Als dat maar geen voorbode is. Maar goed, het moet toch gebeuren. Vandaag loop ik mijn eerste evenement weer in ruim vier maanden. Vandaag loop ik de vijftigste editie van de CPC. Althans, ik ga starten.</p>
<p>Ik wil op tijd weg want ik moet mijn startnummer nog ophalen. Frank zal op de boulevard gaan staan om de laatste 5 km met mij mee te lopen. Gelukkig heb ik een kluisje gehuurd, dan kunnen we daar de tas in kwijt. Hopen we, want alhoewel ik een medium kluisje heb kan ik niet meer terugvinden wat de afmetingen zijn. Nou ja, zal wel passen toch? Ik wil om 10 uur de deur uit maar we hebben wat discussie hoe laat de trein nou vertrekt. Ik heb 10:20 in mijn hoofd, Frank denkt 10:30. Ik wil geen risico lopen want ik heb al genoeg zenuwen om laat aan te komen en te moeten haasten. 10:00 de deur uit dus. Eenmaal bij Blaak hebben we allebei gelijk maar pakken toch die van 10:20 ook al moeten we dan overstappen op Centraal. Als we in de trein zitten kan ik eindelijk een beetje ontspannen, alhoewel mijn humeur nog steeds op storm staat ondanks het mooie loopweer.</p>
<p>Bij het Malieveld moeten we nog een heel eind naar de ingang lopen. Oh ja, dat was vorig jaar ook al. Het is heel druk en ik merk dat ik dat ook niet meer gewend ben. Linda is in de kleedkamer voor de dames maar we lopen eerst naar de lockers zodat we niet alleen weten waar die is maar ook of de tas nu past. Als we hem gevonden hebben staan we voor een heel klein lockertje. Noemen ze dit een medium? Met hoe de dag tot nu toe verloopt had ik het kunnen weten. Met proppen past de tas net maar er moet nog de nodige kleding in. Dan maar alle belangrijke dingen er uit halen en die in een ander plastic tasje doen. Dan kan dat straks in de locker en laat ik de grote tas wel in de kleedtent. </p>
<p>We vinden Linda en nadat ik me raceklaar gemaakt heb gaan we nog even naar de wc. We hebben gelukkig tijd en die heb ik nodig want ik heb Frank zijn buff en petje niet uit de tas gepakt dus ik moet terug naar de kleedkamer. Linda gaat op zoek naar haar collega die met Frank zijn startnummer loopt. Als het euvel verholpen is neem ik afscheid van Frank en ga ik naar mijn startvak. Ik heb een knieband gekocht en na wat twijfel of ik hem aan het begin of aan het eind omdoe toch maar aan het begin. Ik heb er 10 km mee getest. Het liep wel lekker maar na 8 km begon hij te irriteren dus waarschijnlijk moet hij halverwege uit. Ik sta nog geen tien minuten in het startvak te wachten en hij irriteert me nu al. Uit dat ding! Dat voelt een stuk beter, misschien zie ik Frank straks nog even langs de kant, dan kan ik hem afgeven. And now, we wait.</p>
<p>Het lijkt eeuwen te duren maar dan komt er toch beweging in de rij en lopen we de straat richting start op. Ik moet zeggen dat deze methode in elk geval beter is dan andere jaren waar het altijd een chaos was om het startvak in te komen. We mogen redelijk doorlopen en ik sta voor mijn gevoel ook redelijk vooraan. Mooi, ik kan alle extra tijd gebruiken. Ik eet de helft van mijn ontbijtkoek en kijk nog of ik Linda ergens zie maar dan moet ik me concentreren op mijn race. Als ik over de startmat stap is het officieel. Ik ben begonnen.</p>
<p>Ik heb Frank beloofd om rustig aan te lopen maar dat was ik toch wel van plan. Ik voel mijn knie en mijn heup en dat valt me een beetje tegen. Ik had gehoopt dat ik net als de afgelopen weken in elk geval pijnvrij kon starten. Maar het is wat het is. Ik kijk uit naar Frank als ik hem inderdaad zie staan. Hij maakt foto’s of filmt, geen idee. Ik grijp naar mijn knieband en geef hem af. ‘Tot straks schat!’ Vanaf nu is het volle concentratie in modus muziek aan en gaan. De eerste kilometer is veel te snel op 6 minuut de kilometer. Nou ja, het is de eerste en die gaat altijd wat sneller. De tweede is echter nog sneller op 5:50. Dat is niet de bedoeling maar voor mijn gevoel loop ik helemaal niet zo snel. Misschien komt het door de afleiding dat de route wat aangepast is. We lopen uiteindelijk wel weer naar het Vredespaleis en er omheen, en ik kijk of ik nog bekenden zie. Dat is niet het geval maar ik word desondanks door menig toeschouwer aangemoedigd. </p>
<p>De eerste vijf kilometer gaan als vanouds snel voorbij en ik loop eerst de mat over voordat ik een bekertje water pak. De drankpost staat precies hier en ik kan nog net water pakken voordat ze overgaan op sportdrank. Ik loop gemiddeld tien kilometer per uur. Niet het rustige aan dat ik Frank beloofd heb maar ik heb het al lang in de gaten. Ik kan gewoon niet langzaam lopen op een evenement. Iedere keer dat ik denk ‘nu ga ik wat rustiger lopen’ is de kilometer uiteindelijk toch weer op 5:45/5:50. Dit is blijkbaar mijn comfortabele pace op dit moment. Of misschien mijn ‘ik heb een pesthumeur’ pace, mijn ‘ik heb al vier maanden niet echt kunnen racen en ben net een koe die na de winter de wei in mag’ pace, of mijn ‘wat zeur je nou, het is eigenlijk perfect loopweer’ pace. Maar ik weet donders goed welke pace dit is. Dit is een ‘ik ben vijf kilo afgevallen’ pace.</p>
<p>Mijn knie blijft zeer doen maar wordt niet erger. En dan komt de gevaarlijke gedachte van mijn innerlijke duiveltje omhoog. Als het dan toch zeer doet en het niet erger wordt, waarom dan niet gewoon zo door blijven lopen en kijken waar het schip strand? Nog voor ik de gedachte afgemaakt heb heb ik al besloten. De dood of de gladiolen. En ik ga altijd voor de gladiolen! Ik blijf dus gewoon lekker doorlopen ook al weet ik dat ik er op korte termijn een prijs voor zal moeten betalen. Maar de CPC was een doel want de vijftigste editie, bla, bla, bla. Dan zien we daarna wel weer verder. Opnieuw een wijziging in het parcours als ik richting de 10 km loop. Ook deze passeer ik met gemiddeld tien kilometer per uur en even los van de pijn in mijn poot gaat het lopen zelf me verbazingwekkend makkelijk af. Ik ben niet moe of buiten adem, dat had ik niet verwacht. </p>
<p>Na het tien kilometer punt ga ik even wandelen en eet de tweede helft van mijn ontbijtkoek. De weg loopt hier een beetje naar beneden dus ik dribbel rustig door. Naar beneden is altijd nog steeds gratis. De kilometers gaan ook nog steeds snel en soepel als ik op 14 km ineens Linda voor me zie lopen. Ik haal haar in en zeg dat ik niet langzaam kan lopen. Zij wel, waardoor zij wel geniet en ik niet. Mijn slechte humeur ben ik al wel vergeten maar genieten doen we op de trails. Op de weg heb ik een doel en dat doel is nu uitlopen. De rekening krijg ik nu toch wel dus ik kan net zo goed alles er uit halen. Ook hier is er nog een wijziging van het parcours en ik kom van een hele andere kant om de boulevard op te lopen. Maakt niet uit, daarboven staat Frank dus daar moet ik naar uitkijken. Die zal wel gaan schelden dat ik me niet aan mijn belofte gehouden heb. Sorry schat, je kan een dier zijn natuur nu eenmaal niet veranderen.</p>
<p>Ik zie hem al snel staan als ik het heuveltje op loop. Hij kijkt naar me uit en ik ga wandelen en zwaai. Hij ziet me en trekt zijn jasje uit. ‘Zo dame, wij moeten even praten’ is het eerste wat hij tegen me zegt. Dat was te verwachten en ik antwoord gelijk dat ik het gewoon niet kan, rustig lopen tijdens een race. Ik ga weer rennen en Frank rent mee die zich gelijk beklaagt dat ik zo snel ga. Ik hou wat in maar niet te veel. Toevallig voel ik nu mijn knie even niet. Het is druk op de boulevard en als we aan het einde komen mogen we naar beneden voor mijn snelste kilometer tijdens deze race. Ik klok 5:33. Oeps. Eenmaal beneden ga ik wel iets rustiger lopen en pak de extra drankpost mee. Bij 19 kilometer begin ik voor het eerst mijn beenspieren te voelen en een beetje vermoeidheid. Tijd voor een laatste stuiptrekking.</p>
<p>Het oude terminatorgevoel komt naar boven en ik blijf rennen. De pijn in mijn knie is terug en ik voel nu ook wel dat hij zich begint uit te breiden. Niet veel en langzaam, maar toch. De grens komt in zicht, maar ook de finish dus nog even volhouden. Ik tel af naar de 20 km want dan is het er nog maar één en ik kan nu écht niet meer stoppen met doorrennen. Frank loopt nog mee tot aan de bocht en gaat er dan af als ik de laatste honderden meters wegwerk. Ik ben superblij als ik over de finish kom. 2:04:41, dat had ik nooit, maar dan ook nooit gedacht toen ik vanochtend opstond. Ik loop door om mijn medaille op te halen en vlak voor de uitgang zie ik een man met een Aafjeshirt staan en Frank op het startnummer. Dat moet Linda haar collega zijn die Frank zijn nummer overgenomen heeft. Dat klopt en terwijl we op Linda wachten praten we wat. Als ze er is gaan we naar de uitgang en zie ik Frank al in de verte bij de lockers die kijkt waar ik ben. Eenmaal elkaar gevonden pakken we onze spullen, kleden ons om en lopen het terrein af. Daar nemen we afscheid van Linda alvorens we in de trein stappen terug naar huis. Lekker douchen en op de bank met een icepack op mijn knie. Misschien dat ik morgen dan wat korting op de rekening van vandaag krijg.</p>
<p>Ongeveer twee maanden geleden zag ik het heel erg somber in. Vanaf daar ben ik voorzichtig een beetje gaan opbouwen en kreeg ik momenten van hoop. Momenten van hoop maar ook momenten van wanhoop als ik weer een terugval had. Maar alles in het teken van in elk geval de CPC. Want, de vijftigste editie bla, bla, bla. Ik heb het niet alleen gehaald maar ik heb gezien de omstandigheden een geweldige race gelopen. Dat is de CPC zoals ik hem ken. Dit is de elfde keer dat ik hem loop en ik heb hier mijn beste en mijn slechtste halve marathon gelopen. En alles ertussenin met een paar huzarenstukjes. Vorig jaar twee weken na de Duinhopper, dit jaar met een knieblessure en nauwelijks training, beiden rond de twee uur. Het moet niet gekker worden. Kan het gekker? Tja, ik heb ook nog een startbewijs voor de Rotterdam Marathon.</p>
<p>Will I be back?</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/het-wonder-van-cpc2026/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>2</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Opkrabbelen</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/opkrabbelen/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/opkrabbelen/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 09 Feb 2026 18:31:41 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Op weg naar de blogs]]></category>
		<category><![CDATA[Blessure]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Training]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=5576</guid>

					<description><![CDATA[Het is nu 3 maanden. 3 maanden van min of meer stilstand. 3 maanden dat ik geen hardloopblog geschreven heb, want waar moet je over schrijven als je niet kan lopen? En de vordering van mijn boek ligt ook stil. 3 maanden waar ik mijn leven serieus onder de loep aan het nemen ben. Want [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Het is nu 3 maanden. 3 maanden van min of meer stilstand. 3 maanden dat ik geen hardloopblog geschreven heb, want waar moet je over schrijven als je niet kan lopen? En de vordering van mijn boek ligt ook stil. 3 maanden waar ik mijn leven serieus onder de loep aan het nemen ben. Want wie ben ik als ik niet kan hardlopen? Niet dat ik mijn complete identiteit afleidt van het hardlopen, maar toch wel een belangrijk deel. Tenslotte ben ik inmiddels al 16 jaar bezig, van 5 km naar 225 km. Maar nu dus even niet.</p>
<p>Dus wat doe je dan? Ik begon natuurlijk met ontkennen. Want na Amsterdam had ik last van mijn knie, ‘maar dat ging na een weekje wel weer over’. En toen duurde het langer dan een weekje. Ik liep al bij de fysio, die adviseerde om terug te schakelen in kilometers. Nou, daar was ik dan wel toe bereid. Even twee weekjes rustig aan en dan kon ik weer gas geven. Dacht ik. Tot het moment dat ik zelf besloot om even een week of twee helemáál niet te lopen. Natuurlijk bleef ik gewoon paardrijden en ach, ik moest toch blijven bewegen dus dan maar wandelen en zwemmen. Was niet helemaal de bedoeling, rust is rust met hoofdletter R. </p>
<p>Ik bezocht een wonderdokter, die kon het nodige voor me doen…, …in de toekomst. Want de focus lag daar op het voorkomen. Het inmiddels ontstane probleem in mijn knie had ik gehoopt op een snelle oplossing, maar zo makkelijk kwam ik er niet vanaf. Zoals de meeste mensen wel hebben meegekregen kon ik het niet langer ontkennen. Ik was officieel  geblesseerd, moest evenementen cancelen en er kwam radiostilte. De Terminator was eindelijk tot stilstand gebracht. Want als je iets doet, moet je het goed doen. Om vervolgens met mijn ziel onder mijn arm rond te lopen. Of beter gezegd strompelen. Gelukkig was het inmiddels december met genoeg afleiding. Afleiding in de vorm van de feestdagen, etentjes, een weekendje weg, verzin het maar. Goed voor het humeur, slecht voor de lijn. Want lekker eten en niet hardlopen is geen goede combi. Voldoende om een oude nieuwe spijkerbroek uit de kast te trekken die ik nét gekocht had vlak voordat ik 23 kilo afviel, tien jaar geleden. Nu was het de enige broek die ik nog met goed fatsoen paste (en nee ik ben niet ineens 23 kilo aangekomen maar heel eerlijk was er de afgelopen jaartjes ook al een en ander bijgekomen). Er moest dus iets gebeuren.</p>
<p>In elk geval een second opinion bij de huisarts. Die wist het niet en verwees me door naar de sportarts. Die verwees me door naar de bewegingswetenschapper, en plande me in voor een foto en een echo. Alles om de oorzaak te achterhalen. De foto was zo gemaakt, voor de echo moest ik wachten tot begin januari. In de tussentijd kon ik wel naar de bewegingswetenschapper. Ik mocht lopen op de loopband waar ik gefilmd werd, ze deed wat testjes en constateerde dat alles eigenlijk wel min of meer ok was. Was er dan niks mis? Vooruit, een zwakke rechterbilspier, old news, en een spiertje in mijn rechterkuit dat raar deed. Ze greep het beet, ik gilde het uit terwijl ik toch een hoge pijngrens heb, waarna niet het spiertje maar nu mijn knie raar deed. Maar per saldo loste het het probleem nog steeds niet op.</p>
<p>5 januari was judgement day. Ik kreeg ‘s ochtends mijn echo en ‘s middags uitslag. Bart, mijn sportarts die ik inmiddels Bart mocht noemen, liet me de foto’s zien en legde de echo uit. De uitslag was onmiskenbaar en keihard. Ik had slijtage in mijn knie. Verkalking van de meniscus. Niets aan te doen, het wordt alleen maar erger. Stortte mijn wereld in? Nog niet. Het was nog niet heel erg en ik kon blijven lopen. Ik moest alleen twee dingen doen. De belasting verlagen en de belastbaarheid verhogen. Ergo minder kilometers en/of langzamer en krachttraining. Dat eerste zou voorlopig geen uitdaging worden, dat laatste daarentegen. En er was nog een quick fix. Oh nee, we hadden geen quick fixes. Iets dat discipline vraagt maar afgezien daarvan wel relatief makkelijk opgepakt kan worden dan. Loose a few pounds. Voor mij misschien wel een grotere uitdaging dan een 100 km maar goed. Wat moet dat moet.</p>
<p>Gelukkig had ik ook nog een klein beetje goed nieuws. Inmiddels had het obsessief bezig zijn met mijn knie, en misschien ook wel de rust met hoofdletter R, er voor gezorgd dat het knietje wat minder liep te etteren. Hij sluimerde op de achtergrond dus ik mocht van Bart een beetje uitproberen met lopen. De grens lag bij waar het pijn ging doen. Waar dat was? Daar moest ik zelf achter komen. Voorzichtig startte ik met 5 km en 9 januari maakte ik mijn eerste rondje weer. Tijdens dat rondje werd duidelijk dat ik behoorlijk had ingeboet aan conditie, loopgewenning, snelheid en kracht. Daar had ik 3 kilo vet voor teruggekregen. Goeie deal toch? Dat was wel het moment dat het tot me doordrong. Ik had nog een lange weg te gaan wilde ik ooit weer 100 km kunnen lopen. Natuurlijk had ik daar wel weer voor ingeschreven want die Great Escape vraagt om revenge. En ook de 200 km van december was al doorgeschoven naar eind dit jaar. </p>
<p>De hamvraag was, had ik daar nog zin in? Had ik zin om weer helemaal opnieuw op te gaan bouwen? Kon ik het opbrengen om weer afstanden te gaan lopen? Had ik mezelf niet beloofd dat ik het anders ging aanpakken vanaf nu? En kon ik die twee zaken met elkaar combineren? Voorlopig had ik een CPC te lopen. Dat was alleen haalbaar als ik minimaal 16 km kon lopen. Dat wilde ik sowieso wel weer opbouwen. Dan was 5 km wel een goede eerste stap, maar zeker nog niet lang genoeg. Anderhalve week later rekte ik dat op naar 9 km. Het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan. </p>
<p>Vandaag liep ik de beoogde 16 km. Misschien ietwat geforceerd aan het eind en ik zit in volledige onzekerheid of- en wanneer ik weer vrij en onbezorgd rond kan huppelen. Het is work in progress. Ja, ook wat betreft de oefeningen en het afvallen. Natuurlijk ga ik het opbrengen om weer op te bouwen. Zo makkelijk geef ik me niet gewonnen. Bovendien moet ik dat boek nog afschrijven en wil ik blijven bloggen. De Terminator krijgt een upgrade. Tenminste, dat proberen we. Want je weet hoe het gaat met die Terminator. I’ll be back! Een upgrade naar een T-9000 model. Sneller, strakker, sterker. Dat gaat niet vanzelf, daar zal ik het nodige voor moeten doen. Of het gaat lukken weet ik niet, maar we gaan er voor. Als je het niet probeert weet je het niet. Bovendien zit opgeven niet in mijn aard. Zo krabbelen we langzaam weer op.</p>
<p>It doesn’t matter if you fall down. What matters is that you get up again to fight back!</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/opkrabbelen/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Exit 2025, enter 2026!</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/exit-2025-enter-2026/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/exit-2025-enter-2026/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 04 Jan 2026 11:52:07 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Op weg naar de blogs]]></category>
		<category><![CDATA[Blessure]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Marathon]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Training]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=5566</guid>

					<description><![CDATA[2 januari 2025. Ik ben opgewonden want vandaag begin ik aan mijn nieuwe baan. Het wordt een mooi jaar en ik heb spannende dingen op de planning staan. Een jaar waar natuurlijk weer veel in gelopen gaat worden en een jaar waar ik op dat gebied hopelijk een paar mijlpalen ga halen. We gaan het [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>2 januari 2025. Ik ben opgewonden want vandaag begin ik aan mijn nieuwe baan. Het wordt een mooi jaar en ik heb spannende dingen op de planning staan. Een jaar waar natuurlijk weer veel in gelopen gaat worden en een jaar waar ik op dat gebied hopelijk een paar mijlpalen ga halen. We gaan het zien, ik heb er zin in!</p>
<p>2 januari 2026. Het jaar is voorbij en ik kan terugkijken op wat er van alle plannen terecht gekomen is. Hoe is het vergaan, heb ik mijn mijlpalen gehaald, wat was het resultaat? Hoe is die nieuwe baan bevallen, heb ik mijn loopjes gedaan. Wat heb ik anders gedaan dit jaar en wat is vergelijkbaar? Tradities in ere gehouden of juist gebroken? Laten we terugblikken.</p>
<div></div>
<p>Januari verloopt rustig. Met de Duinhopper op de planning in februari doe ik geen gekke dingen. Heel blijven is het devies met 30 km als maximale afstand. Bovendien vraagt die nieuwe baan ook de nodige aandacht. Gelukkig voelt het al heel snel vertrouwd en ben ik soepel geland voor zover je dat kan zeggen zo’n eerste maand. We maken een paar verkenningsloopjes voor de Duinhopper zodat we weten wat we tegen gaan komen als het gaat om routes, water en eventuele omleidingen.</p>
<p>En dan breekt februari aan. De dagen vliegen voorbij en de spanning stijgt. Alle plannen zijn klaar, even los van last minute wijzigingen. Ik ben enorm opgewonden en zenuwachtig maar heb er ook enorm veel zin in. Op het werk is het nog steeds leuk maar ook hectisch en druk en privé hebben we nog even een verlies te verwerken. Ik neem het allemaal mee als daar de grote dag is. De dag dat we starten op de Duinhopper. Dit jaar ben ik vastberaden om hem uit te lopen. We gaan er voor. De eerste dag begint schitterend. Misschien zelfs wel te warm voor de tijd van het jaar. Wat een verschil met de eerste poging! We lopen relatief soepeltjes en lekker door, onderweg her en der vergezeld door bekende en onbekende lopers. Met de tweede dag hebben we minder geluk want de regen zet gedurende de nacht in en houdt behoorlijk aan. In tegenstelling tot de dag er voor is het koud, nat en winderig. Ja, zo ken ik de Duinhopper weer. Het gaat dan ook een stuk langzamer maar zolang we blijven lopen is het goed. Qua planning moeten we wel een beetje inboeten en we moeten ook meer zoeken. De stemming is een beetje verloren onderweg maar ik ben nog steeds vastberaden. Als we op het punt komen waar ik vorig jaar moest stoppen komt de enige zin die ik uit Frank zijn mond niet had willen horen. Zijn knie doet onverantwoord zeer en hij stapt uit. Ik ga door. Er is geen enkele reden om niet door te gaan voor mij maar het maakt het wel een stuk moeilijker. Ik moet nu veel meer zoeken naar mijn route ondanks dat we hier verkend hebben. Ik ben de eerste kilometers te veel van slag om me te herinneren hoe ik ook alweer om het water heen moet lopen maar uiteindelijk vind ik mijn route en mijn ritme weer. Vanaf Schoorl word ik weer bijgestaan door Mike en Marcel en hoef ik alleen maar achter ze aan te lopen. Hebben we hier verkend? Onder de sterrenhemel herken ik het weer en kan ik zelfs aanwijzingen geven hoe te lopen. Dan nog een klein stukje alleen, wat zich gelijk kenmerkt tot weer zoeken en fout lopen, maar daarna neemt Richard het over en brengt mij uiteindelijk, na de meest bizarre kilometers op het strand bij Petten ooit, veilig naar de finish. Ik heb het geflikt maar weet nu ook hoe het voelt als je leven volledig hopeloos is en je toch door moet.</p>
<p>Enter Maart. Ik heb twee weken kunnen herstellen als de CPC zich aandient. Grootheidswaanzin zou ik het achteraf noemen, op dat moment is het ‘maar’ 10% van wat ik daarvoor gelopen heb. En het gaat verbazingwekkend goed. Zou het supercompensatie zijn? Het moet haast wel want 10 km/u op een halve marathon had ik het jaar daarvoor niet meer voor mogelijk geacht. In maart loop ik ouderwets mee met de Road through Rotterdam want de Rotterdam Marathon dient zich al weer aan en natuurlijk vier ik mijn verjaardag. Op het werk gaat het lekker door en vind ik meer en meer mijn draai.</p>
<p>April is nummer tien. Nummer tien? Hoe bedoel je nummer tien? Nou, tien keer de Rotterdam Marathon. Ik ben dit jaar wat ze noemen ‘aspirant marathon master’ maar mag al wel het speciale shirt aan en het staat op mijn startnummer. Als ik hem uitloop krijg ik ook nog een speldje, wordt gehuldigd op het podium en kom ik in de lijst. Natuurlijk loop ik hem uit, en ook nu heb ik weer ‘last’ van supercompensatie als ik mijn vierde snelste tijd op de marathon ooit loop. Wat een mooi eerbetoon aan Rotterdam om op dit punt zo te kunnen lopen. Niet dat het vanzelf ging, ik maakte de heerlijke fout om veel te snel te starten, maar de marge was er voor de laatste 12 km. Het voelt in elk geval goed en de cirkel is rond. Hoe extra waardevol deze notering is voor de Rotterdam Marathon weet ik dan op dat moment nog niet.</p>
<p>De focus gaat vanaf mei op het najaar. Ingeschreven voor de Trail des Fantomes en The Great Escape moeten er hoogtemeters gemaakt worden. Achtjes lopen op de Rotterdamse Alp als training dan maar. Frank doet het al langer maar ik moet er ook maar aan geloven. Bovendien kruipt het bloed waar het niet gaan kan, heb ik een ernstig geval van geheugenverlies en is de uitspraak ‘dit doe ik nooit meer’ na de Duinhopper zoals gewoonlijk een loze uitspraak als ik me inschrijf voor de 200 km van de Bello Gallico. Frank wil natuurlijk revanche op de Duinhopper volgend jaar, dan ga ik volledig ondersteunen en loop niet mee. Zo kan ik toch nog een eigen uitdaging hebben. Ik krijg tegelijkertijd promotie op het werk en dat is superleuk maar vraagt ook weer meer energie.</p>
<p>We gaan alweer naar halverwege het jaar als we in Juni afreizen naar Normandië waar Frank de Liberation Trail gaat lopen. Ik ga mee als vrijwilliger maar maak natuurlijk ook de nodige kilometers. In  7 etappes werken we ons via Frankrijk en België terug naar Nederland om de iconische route van operatie Market Garden te volgen. Twee weken later rijden we weer richting het zuiden voor een heerlijk weekendje Parijs. Een zonsopkomst run dwars over de Champs Elysees is tegelijkertijd magisch als duivels. Ik bedoel, een lege Champs Elyssees zonder mensen of verkeer tegenover een zwaar chagrijnige echtgenoot die nodig moet maar nergens terecht kan. Achteraf kunnen we er om lachen.</p>
<p>En zo duiken we juli in, waar ik traditiegetrouw naar Spanje afreis voor de verjaardag van mijn moeder en de kilometers in de brandende Spaanse zon maak. Ik ben er aan gewend dus kom maar door. Krijg ik gelijk een mooi kleurtje op het bleke lijf. Mijn vangnet op het werk heeft afscheid genomen dus nu moet ik het alleen doen en dat is toch even wennen. Net als met de Duinhopper. Maar het komt vast goed. Inmiddels zijn we ook zo’n beetje vaste crew bij de Breweryrun en begeleiden we de Summer Edition. Tussendoor bereiden we ons voor op onze vakantie. Dit jaar geen exotische oorden maar een rondreis door Denemarken, wat al langer op mijn lijstje staat. De aftrap doen we met het concert van Iron Maiden in Arnhem, wat in tegenstelling tot tien jaar eerder, enorm goed is. Een goed begin van de vakantie. Vakantie die we doorbrengen rondrijdend in een onbekend, maar heerlijk land. Een land dat op mijn lijf geschreven is als halve autist. Alles is goed geregeld en iedereen houdt zich ook aan de regeltjes. Iedereen? Nee, twee eigenwijze rotterdammers bieden dapper weerstand als we op de fiets tegen het verkeer in door Kopenhagen crossen. Of door het rode stoplicht lopen als er geen verkeer aankomt. Voor de rest gedragen we ons netjes hoor. Ik heb het enorm naar mijn zin, niet in de laatste plaats omdat ik toch ook hier weer een zonsopkomst meemaak bij de kleine zeemeermin. Frank is heel verstandig in bed gebleven dit keer. Maar ook naar mijn zin door het verrukkelijke Deense gebak, de mooie natuur, de bijzondere plekken zoals de samenkomst van twee zeeën, en de gigantische mazzel die we hebben om een eland te zien.</p>
<p>Het is alweer augustus als we via Hamburg terugkomen in Nederland. Niet voor lang, want een dag thuis en daarna gaan we alweer richting de Ardennen voor de Trail des Fantomes. Vorig jaar stapte ik uit, dit jaar ben ik ook hier vastbesloten om hem uit te lopen en dat doe ik dan ook. Een mooie afsluiting want we hebben besloten dat dit het laatste jaar is dat we hem lopen. Niet alleen omdat het mooi geweest is maar ook omdat het te druk wordt en je voor de inschrijving vanaf volgend jaar een abonnement moet hebben. Ach ja, soms moet je eens wat anders doen.</p>
<p>We lopen augustus uit en september in. Mijn lijf begint een beetje te piepen en te kraken. Ik heb al wat langer last van mijn bilspier. Nu heb ik daar altijd wel last van, maar nu begint het een beetje in de weg te zitten en met The Great Escape op de agenda is dat niet handig. Op naar de fysio dus om daar toch wat aan te laten doen. De Fantomes was al een uitdaging alhoewel ik tijdens het lopen nergens last van gehad heb maar nu dus weer wel. We doen rustig aan. Ondertussen neem ik afscheid van mijn rode bolide en ruil hem in voor een blauwe. Bijkomend voordeel, deze heeft een hoge instap wat voor na het lopen toch wel fijn is. Tja, we worden toch een dagje ouder, lees krakkemikkiger. Op Frank zijn 60ste verjaardag lopen we ook nog de Tunnelrun en mogen we 10 km over de nieuwe A16 met de Rotterdam Running Crew! Maar eerst tijd voor The Great Escape. 100 km klimmen en dalen. Ik weet dat The Great Escape eigenlijk over het randje van mijn kunnen is maar ik ben nu eenmaal een beetje eigenwijs. Bovendien is dit een hele andere route en het deel van de The Great Escape dat we nooit eerder gelopen hebben dus leuk. Ik hou van nieuwe dingen. Het wordt een beetje een drama. De klimmetjes zijn mega klimmen, wat zeg ik, oneindige klimmen. Niet te doen. Frank haakt af bij 50 km. Ik wil nog door naar de volgende post op 62 km maar met inzettende regen, de berichten dat de laatste 5 km spekglad zijn en 020 op het programma neem ik geen risico. Of is het gewoon een gevoel van hopeloosheid dat me besluit om op 56 km te bellen om me op te laten halen? Achteraf vraag ik me af waarom ik in godsnaam uitgestapt ben.</p>
<p>Met die gedachte begin ik aan oktober. Mijn poot blijft etteren maar oktober is een drukke hardloopmaand met de Oktoberfest editie van de Brewery run, de Pegasus trail, de halve van Urk en de marathon van Amsterdam. De Pegasus trail blijkt ook weer episch als ik midden op de hei op 37 km een gigantische hagelbui op mijn kop krijg. Natuurlijk. Trailen is leuk! Op naar Urk dan maar. Deze zou ik samen met Deborah lopen maar die kan even niet dus valt Frank in. Twee rondjes van tien, rechts, links, links, links, links, links, links, links en dan over de dijk naar de finish. Met een mooi shirt en een nog leukere medaille. En natuurlijk een visje na afloop. Volgend jaar doen we hem weer en dan wél met Deborah. Nog twee keer thuis lopen en dan ga ik het doen. Ja, echt waar! Ik ga in 020 lopen, de marathon van Amsterdam. Want ik vind dat ik die toch een keer gelopen moet hebben en als ik het dan toch ga doen, dan maar de 50ste editie. Het is mooi weer en ik ga de eerste helft als een speer. Stom, stom, stom, de tweede helft stort ik in, doet alles zeer vooral mijn knie en strompel ik naar de finish. Ik ben verbaasd dat ik nog enigszins rond de 4,5 uur loop maar dat dit avontuur nog een hele lange staart krijgt weet ik op dat moment nog niet. De rest van de week doe ik rustig aan, op een concert van Volbeat na dan, maar die knie blijft pijn doen. Ben ik dan eindelijk over mijn grens gegaan?</p>
<p>Het antwoord krijg ik in november en is een volmondig ja! De knie is dik, stijf, pijnlijk en zit vol met vocht. Mijn fysio is alleszins amused en ik weet dat het mijn eigen stomme schuld is. Toch blijf ik lopen zei het rondjes van 5 km, en pak ik nog een medaille in Gouda, ‘want die hadden we nog niet’. De Bello komt er aan en ter voorbereiding ga ik nog bezemen in Oostvoorne. Ik begin me toch een beetje zorgen te maken en hou me vast aan de woorden van mijn fysio die aangeeft dat ik in 5 weken prima zou kunnen herstellen. Ik ben er niet gerust op, klamp me vast aan hoop maar besluit halverwege de maand toch maar te stoppen met lopen en algehele rust te nemen. Ik zoek tevens mijn heil bij een wonderdokter die een hoop goed doet in mijn lijf en me leert hoe ik in de toekomst blessurevrij kan lopen maar de knie is hardnekkig. Dagelijks ben ik geobsedeerd met die knie. Hoe gaat het, gaat het beter, wordt hij al dunner en minder stijf? Hoop doet leven en de wens is de vader van de gedachte maar diep in mijn hart weet ik het al. Het is foute boel. Zekerheidshalve ga ik nog naar de huisarts, die verwijst me door naar de sportarts, die verwijst me door naar de bewegingswetenschapper, röntgenfoto en echo. Alleen…, de feestdagen komen er aan en het duurt allemaal erg lang. En ik weet, dit gaat niet op tijd goed komen.</p>
<p>Voor december heb ik dan ook de stekker er uit getrokken. Geen Oostvoorne en zeker geen Bello! Voorlopig even helemaal niks. Eerst weten wat er aan de hand is en zolang er vocht in zit is het niet goed. Dan begint het lange wachten. De bewegingswetenschapper ziet in principe niets raars, op een zwakkere rechterheup en bilspier na maar dat wisten we al en ik krijg oefeningen mee. Ook manipuleert ze een spiertje in mijn kuit maar alhoewel dat niet goed zat is het niet het magische wonder voor de oplossing van mijn knie. De foto wordt gemaakt maar op de uitslag moet ik wachten tot januari als ook de echo is gemaakt. Ik stort me op het vrijwilligen, zowel bij Oostvoorne als de Bello. Dat loopt ook anders als Frank, die 100 km op de Bello loopt, valt en zijn enkel ernstig verzwikt. Tot 3:00 ‘s nachts in het ziekenhuis in Leuven blijkt het gelukkig niet gebroken maar met de staart tussen onze benen gaan we vroegtijdig naar huis, samen de lappenmand in. Het weekendje naar Keulen laten we doorgaan als afleiding, maar voor Frank is het een opgave. Mijn knie gaat wel iets beter nu ik helemaal niets meer doe, maar helemaal overgaan doet het niet. Duurt lang. Te lang, dus ik waag het er op om toch met hardloopkleding het jaar uit te gaan en 2,5 km te rennen. Het gaat maar het is ook weer nét genoeg. Oud en nieuw vieren we traditiegetrouw met vrienden, spelletjes, oliebollen en het nationale vuurwerk. Exit 2025, enter 2026.</p>
<p>Zo zie je maar weer, de plannen die je aan het begin van het jaar hebt kunnen totaal anders zijn aan het einde van het jaar door onvoorziene gebeurtenissen. Daarmee ook de plannen voor 2026 beïnvloedend. Want we staan ingeschreven voor de CPC 50ste editie en het is nog maar de vraag of we die kunnen lopen. Net als de Rotterdam Marathon. Verdere hardloopplannen staan alleen nog maar met potlood. Revanche op The Great Escape en mijn voor nu doorgeschoven Bello 200 km. Ook Frank zijn Duinhopper is al van de baan, dat gaat hem zeker niet worden. Die moet überhaupt nog maar afwachten wat nu precies de schade is want de dokter heeft pas half januari tijd. Ondertussen zien we iedereen lekker buiten spelen, van de sneeuw genieten en plannen maken voor 2026.</p>
<p>Zitten we nu in een depressie? Nee want het is wat het is. Loslaten is mijn thema voor 2026. Loslaten van strakke schema’s, loslaten van het moeten en loslaten wat ik niet kan veranderen. Van daar uit kijken we wel weer verder en nemen we het met de dag. Carpe Diem, geniet van elke dag, koester wat je hebt, heb geen spijt van de beslissingen die je neemt want op dat moment was het voor jou altijd de beste beslissing anders had je hem niet genomen, en wees dankbaar voor alles wat je kan en mag doen. En vooral…</p>
<p>…dat 2026 maar weer een fantastisch jaar mag worden!</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/exit-2025-enter-2026/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Wonderdokter</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/wonderdokter/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/wonderdokter/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 02 Nov 2025 14:29:16 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Op weg naar de blogs]]></category>
		<category><![CDATA[Blessure]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=5518</guid>

					<description><![CDATA[Daar sta je dan. Of beter gezegd, daar zit je dan want staan is lastig. De onverwoestbare Terminator is toch een beetje stuk. Net als in de film als aan het eind het Sarah Connor toch lukt om te ontsnappen en de Terminator te vernietigen. Mijn Sarah Connor was niet eens Urk of Amsterdam, en [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Daar sta je dan. Of beter gezegd, daar zit je dan want staan is lastig. De onverwoestbare Terminator is toch een beetje stuk. Net als in de film als aan het eind het Sarah Connor toch lukt om te ontsnappen en de Terminator te vernietigen. Mijn Sarah Connor was niet eens Urk of Amsterdam, en zelfs niet het paardrijden 2 dagen later, maar ‘gewoon’ het concert van Volbeat op woensdag. Een hele avond staan heeft me de das om gedaan. Of misschien toch de moshpit waar ik me in gestort heb? Hoe dan ook, dat was de druppel.</p>
<p>De druppel in een emmer die natuurlijk al veel langer aan het vollopen was. Eigen schuld? Natuurlijk. Dom geweest? Absoluut! Zag ik het aankomen? Zeker wel. Maar ja, je bent geen echte hardloper als je niet stronteigenwijs bent. En ik ben sowieso al eigenwijs. Bovendien is mijn motto ‘De dood of de gladiolen.’ Meestal zijn het de gladiolen, nu is het de dood. Ok, mijn motto is ‘Aan alles komt een eind’, maar dat kan ook. In dit geval is er een eind gekomen aan ongestraft gekke dingen kunnen doen.</p>
<p>Wat is er nu eigenlijk aan de hand? Ik heb al jaren een rotte kant. De bron is mijn onderrug rechts. Dat straalt uit en daarmee heb ik soms last van mijn bilspier, soms van mijn rug, schouders of nek. Als het erger wordt zakt het naar mijn knie, mijn kuit en mijn enkel. Wordt het beter dan kruipt het weer omhoog. De kuit en enkel zeuren al een tijdje. Mijn knie is er bij gekomen en daar is het nu blijven hangen. Een paar maanden geleden met een beetje vocht in een bultje waar ik geen last van had. Inmiddels is dat beetje vocht uitgegroeid tot een oceaan in mijn knie. En in een oceaan kan je wel zwemmen maar niet hardlopen. Ik herinner me mijn oma die ook altijd last van haar knie had en denk aan mijn moeder die pijn in haar been heeft. Zou het een familiekwaal zijn? Het is hoe dan ook een probleem en wel mijn probleem. Mijn oma is al lang dood en mijn moeder loopt toch niet hard. Ik wel.</p>
<p>Nou ben ik de beroerdste niet dus als er een probleem is kijk ik nooit naar wie het veroorzaakt heeft, tenminste niet in eerste instantie, maar naar hoe lossen we het op. Want toen de oceaan nog een plasje was hield ik het onder controle met massages en de Chiropractor. Daar kwam een paar weken geleden de fysiotherapeut bij. Maar bij drastische problemen horen drastische maatregelen. Want met een fysio die roept dat ‘als je rustig aan doet ben je in het voorjaar wel weer up and running’ als je in december een 200 km evenement hebt staan kom je er niet. En dan heb ik hem maar niet verteld dat ik half november van plan was om nog een 60 km training te lopen. Eén preek was meer dan voldoende. Dus hoe lossen we dit op?</p>
<p>Enter de wonderdokter! In sommige culturen hebben ze een medicijnman. Enge oude warrige mannetjes die in de rimboe met pretsigaretten, vieze stinkende magische drankjes, onverstaanbare liederen, mystieke rook en zweettenten de boze geesten uit je lijf verdrijven waardoor je na afloop van de sessie alle slechte energie letterlijk uitkotst en als herboren weer 50 km in 5 uur kan rennen. Of zou het toch dat vieze stinkende magische drankje zijn waarvan je lijf zegt ‘dat ga ik écht niet door mijn systeem laten verwerken?’ Overigens zou het wel mooi zijn. Ik heb nog nooit 50 km in 5 uur gelopen. 6,5 uur op mijn best. Maar goed, ik zou al blij zijn als ik gewoon weer 50 km kan lopen zonder een rechterbeenamputatie als gevolg.</p>
<p>Een medicijnman vinden is in de huidige westerse wereld waarin ik leef alleen niet zo makkelijk. De next best thing dan maar, een wonderdokter. Want ik ben wanhopig en wanhopige mensen doen wanhopige dingen. En een wonderdokter vind je het beste door mond op mondreclame. Reclame van iemand die al jaren aan het tobben was en ‘in drie sessies in twee weken’ gewoon weer pijnvrij kon lopen. Iemand die ik bovendien, niet geheel onbelangrijk, respecteer en vertrouw. Dat klinkt als muziek in de oren, vooral die twee weken. Want tijd is van essentieel belang in mijn geval. Voor genezen heb je geduld nodig, tenzij je een quick fix hebt. In dat geval, ga altijd voor de quick fix. Zeker als je zoals ik nou niet bepaald vooraan hebt gestaan bij het uitdelen van geduld.</p>
<p>De wonderdokter dus. Ik had de gegevens al eerder gekregen maar pas na de preek van de fysio en de magische woorden ‘voorjaar’ de koe maar bij de horens gevat en een bericht gestuurd. Ik mag bellen. Oh nee toch niet want het was te druk. De volgende dag. Ook druk. Is dat een goed of een slecht teken? Ik weet het niet. Dan belt hij mij en heb ik een half uur lang het vreemdste gesprek dat ik in jaren gehad heb. Een beetje Rivella. Vreemd maar wel lekker. Want het gaat over hardlopen maar toch ook weer niet. Het gaat over mij. In de breedste zin van het woord. Hij springt van de hak op de tak, hij legt me uit hoe hij werkt en wat hij doet en hoe dat bij mijn past. Over mijn natuurlijke manier van lopen, omgaan met pijntjes, elastieken in je lijf en herinneringen van je spieren aan oud zeer. Ik begrijp er helemaal niets van maar dat geeft niet. Ik besluit me er maar gewoon aan over te geven en vertrouwen in het universum te hebben. Bovendien zegt hij de magische woorden ‘ik geloof niet zo in krachttraining’. Vriend! En ik ben ook wel nieuwsgierig naar ‘het gaat anders dan dat ik denk, meer op gevoel’.</p>
<p>Had ik al gezegd dat ik wanhopig was? Wanhopig maar ook een beetje zweverig, want ik geloof er wel in dat er stiekem veel in mijn leven speelt en er ook nog veel uit mijn verleden dwars zit. Zaken die me op de een of andere manier blokkeren waardoor ik toch een beetje vastroest. En die roest zit me nu dwars dus dat moet opgelost.</p>
<p>Zo zit ik op mijn vrije vrijdagmiddag in de trein op weg naar Utrecht om het onbekende tegemoet te gaan. Ik kijk er naar uit en zie er tegen op. Wat gaat er gebeuren? Wat gaat er loskomen? En hoe gaat het me helpen om weer lekker te kunnen lopen? Misschien wel meer pijnvrij dan ik in jaren heb gedaan. Diep in mijn hart weet ik dat het geen quick fix wordt. Ik zal hard met mezelf aan de slag moeten gaan. Ik hoop dat het resultaat een dikke vette upgrade is en dat ik met recht uit het hart keihard kan roepen:</p>
<p>‘I’ll be back!’</p>
<p>To be continued.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/wonderdokter/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Amsterdam Marathon: 020</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/amsterdam-marathon-020/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/amsterdam-marathon-020/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 19 Oct 2025 17:27:23 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[anitanederland]]></category>
		<category><![CDATA[Blessure]]></category>
		<category><![CDATA[hardloopmaatjes]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Marathon]]></category>
		<category><![CDATA[rotterdam marathon deelnemers]]></category>
		<category><![CDATA[Snelheid]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=5500</guid>

					<description><![CDATA[Amsterdam. Mokum. Het Venetië van het Noorden. Hoofdstad van Nederland. Neuzenstad. Er valt een hoop over te zeggen. Ze troeven niet in volgens Leo. Als je Jules Deelder tekeer hoort gaan weet je het wel. Aardige gasten die Amsterdammers, maar ze moesten hun hart gekookt op hun rug hebben hangen zo laag dat de honden [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Amsterdam. Mokum. Het Venetië van het Noorden. Hoofdstad van Nederland. Neuzenstad. Er valt een hoop over te zeggen. Ze troeven niet in volgens Leo. Als je Jules Deelder tekeer hoort gaan weet je het wel. Aardige gasten die Amsterdammers, maar ze moesten hun hart gekookt op hun rug hebben hangen zo laag dat de honden er bij kunnen. Hoe dan ook, wij zeggen thuis gewoon 020. En dan houden wij niet eens van voetbal.</p>
<p>Maar alle gekheid op een stokje, ik heb niks tegen Amsterdam. Niet dat ik er elke week te vinden ben, ik vind het te toeristisch, parkeren is een drama en ik hou meer van grote open steden met hoge gebouwen en brede straten maar Amsterdam valt voor mij in dezelfde categorie als Utrecht, Eindhoven of Den Haag. Gewoon. Ik heb er zelfs een paar loopjes gedaan. De Vondelparkloop en 8 km van de Amsterdam Marathon, beiden in 2015. Het was eigenlijk de bedoeling dat ik de halve zou lopen, maar drie weken eerder besloot mijn paard om van de les een rodeo te maken met als gevolg dat ik er na de achtste bok af lag en mijn rechterkant bont en blauw, dus toen heb ik hem maar omgezet naar de 8 km. Prima loopje, finish in het Olympisch Stadion maar parkeren was een drama (zei ik toch), de expo en het startnummer ophalen was chaos en Frank, die wel de halve liep, kwam bloedchagrijing over de finish omdat ‘die Amsterdammers’, scheldend met hun fiets gewoon het parcours overstaken waardoor hij elke keer moest uitwijken. Exit Amsterdam.</p>
<p>En toch, na meerdere keren Rotterdam en verschillende marathons in het buitenland vond ik ergens dat ik Amsterdam toch ook een keer gelopen moest hebben. Zo van ‘Keep your friends close, but keep your enemies closer’. Want hoe kan ik oordelen dat Rotterdam de mooiste is als ik Amsterdam nooit gelopen heb? Dus toen ik vorig jaar in een mailing de inschrijving voorbij zag komen voor de 50ste editie (en 750 jaar Amsterdam) dacht ik, ‘als ik hem dan tóch een keer wil lopen, dan deze!’ Ik schreef me in en moest gelijk bedenken hoe ik het aan Frank ging vertellen zonder scheiding en op straat te belanden. Want de marathon in 020 lopen is toch een beetje heiligschennis. Nog meer gekheid. Natuurlijk maakt het hem niks uit en de reactie was te verwachten. ‘Je doet je best maar, ik ga hem niet lopen en ik ga ook niet mee.’ Maar natuurlijk gaat hij mee. Hij moet wel heel erg veel van mij houden.</p>
<p>Verrassing, je kan het startnummer echter niet op zondag halen. Daar kan ik wat van vinden, maar heel eerlijk is dat bij alle andere marathons in het buitenland ook niet zo. Alleen dan zit ik in een hotel in de stad. Voordeel is wel dat het in de RAI is en toevallig is vrijdag mijn part time dag dus rij ik rustig op mijn gemak er naar toe. Gelijk het plan gemaakt dat ik daar dan ook nog een klein rondje ren in het Beatrixpark er achter. Ik ben er drie kwartier na opening en het is nog rustig. Ik heb nog niet koud mijn startnummer opgehaald of ik hoor een stem roepen ‘Hééééé Sas, jij hier?’ Shit, busted. Het is Anja, die loopt de halve, en terwijl we bijkletsen komt Jeanette er ook ineens bij, die loopt ook de halve. Zo kom je toch weer overal bekenden tegen.</p>
<p>Onze wegen scheiden zich weer na het ophalen van het shirt, dat ik een beetje tandenknarsend toe moet geven erg mooi vind. Rood met zwart en gouden opdruk, met subtiel de plattegrond van Amsterdam centrum er op gedrukt. Mijn lievelingskleuren, prachtige combi en anders dan anderen. Maar ja, er staat Amsterdam op hė? Als ik dat in 010 draag ben ik aangeschoten wild. Toch besluit ik nu al om dat lekker recalcitrant gewoon een keer te doen. Voor mijn rondje straks trek ik hem ook aan. Ik loop verder over de expo om een beetje in de sfeer te komen en kom bij de stand van Loopreizen waar Natalie en Marja staan. Ook hier blijf ik uitgebreid staan kletsen. Bij de uitgang staat een vitrine waar de medaille in ligt. Wow. Ik kan niet anders zeggen en ik word enorm hebberig en ben blij dat ik voor deze editie gekozen heb.</p>
<p>Ik gooi mijn tasje en startnummer in de auto en loop weer naar buiten. Eerst foto’s maken bij het ‘I Amsterdam’ bord, als ik dan toch overloop naar 020 dan moet je het goed doen, en veel buitenlanders vragen mij of ik van hen ook een foto wil maken. Als iedereen geweest is begin ik aan mijn rondje. Vanaf de voorkant van de RAI naar de achterkant het park in. Ik moet improviseren want ze zijn aan het werk en mijn route is afgesloten, maar na drie keer heen en weer ben ik weer op het juiste pad en loop 5 km tot ik weer bij de auto ben. Dan naar huis om verder na te denken over de planning van zondag.</p>
<p>Zondag. 7:30 de deur uit betekent 6:30 de wekker. Ik zal er nooit aan wennen. Ik blijf nog heel even liggen en ga er dan met een diepe zucht toch maar uit. Boterhammetje met pindakaas, spullen pakken en netjes volgens planning om 7:30 weg om netjes volgens diezelfde planning om 8:30 in Amsterdam te zijn. Frank zet me af bij de Kiss &amp; Ride en gaat de auto ergens parkeren terwijl ik naar het Olympisch Stadion loop. Daar doe ik mijn trainingsbroek uit, ga naar de WC, pak mijn Flipbelt en eten en gooi mijn tas af. Terwijl ik wegloop voel ik in mijn broekzakje. Mijn telefoon!!! Hij is weg! Ik krijg een complete paniekaanval en vraag me af hoe hij uit mijn zak heeft kunnen vallen. Misschien toen ik mijn broek uit deed? Nu kan ik Frank niet bereiken en hij mij niet. Ik loop terug naar de tassenafgifte en terwijl ik bijna hysterisch roep dat ik mijn telefoon kwijt ben bedenk ik me tegelijkertijd dat ik hem uit mijn zak gehaald heb en in mijn Flipbelt heb gedaan. Sorry, foutje. Het duurt nog zeker vijf minuten voordat mijn hartslag weer normaal is.</p>
<p>Vijf minuten die ik ook zeker nodig heb om in het stadion te komen maar eenmaal binnen kom ik wat Rotterdams gespuis tegen, met RMD shirt en al. Dennis en Kees lopen ook en ik sta even met ze te kletsen als Frank belt om uit te puzzelen waar ik ben. Dat duurt even maar dan weet hij waar ik sta en belangrijker, ik weet waar hij staat als ik zo moet starten. Ik wens de mannen succes en loop mijn startvak in waar ik nog één keer naar de WC ga, de officiële start van de toppers zie en een foto maak met een man die ook een Hussein shirt aan heeft. Hij heeft hem van zijn dochters gekregen en vraagt zich af of dat wel zo kan in Amsterdam. Mijn antwoord? ‘Het kan juíst in Amsterdam!’, en loop lachend weg.</p>
<p>Dan zijn alle waves weg en mogen wij als laatste. Ik zie Frank op de tribune, maak nog wat foto’s en trek mijn vest uit om achter te laten en dan mag ik van start. Eerst het stadion uit als ik Natalie zie staan en naar me zwaait, dan een stukje over de straat en dan het Vondelpark in. Ik zie nauwelijks publiek en roep in mijn hoofd ‘Serieus? Dit kan toch niet waar zijn?’ Maar ik laat me er niet door kisten en ik loop een lekker tempo. Op 4 km ben ik bij het Rijksmuseum, waar wel wat publiek staat, en maak wat foto’s, onder andere van een klein orkestje dat daar staat te spelen. Die mannen doen zo hun best, dat moet gewaardeerd worden. En zo zitten ongemerkt de eerste 5 km er al weer op.</p>
<p>Ik maak gebruik van de drankpost door wat water te pakken. Eten doen we later, daar is het nog te vroeg voor. Frank had gezegd dat hij naar de 10 km zou lopen, dat is aan de andere kant van de zes dus voor de zekerheid kijk ik of ik hem toevallig ergens zie staan. Ik zie hem niet maar tot mijn grote verrassing staat er wel een andere bekende foto’s te maken. Ik kijk recht in het gezicht van Rob Sportfografie en ‘juich’ voor hem en zijn camera. We hebben hier een heen en weer met een lusje en ik zie de lopers aan de andere kant die al verder zijn. Het lusje en het weertje brengen me uiteindelijk naar de 9 km waar Frank aan de kant staat. Ik stop even en geef hem een kus alvorens ik verder ren. Ik hoor hem nog net vaag iets roepen over dat ik mezelf niet op moet blazen. We zullen zien. Voorlopig loop ik iets sneller dan 10 km per uur en passeer de 10 km dan ook in 57:48. Hij gaat lekker. Ik voel mijn bil wel maar gewoon negeren. Ik wil een stukje banaan maar de man is nog aan het snijden en geeft me een hele mee. Ook goed, die komt wel op.</p>
<p>Ik deel mijn loop nu nog op in 5 kilometers. Ergens bij de 15 km moet ik bij de Amstel zijn, dat lange stuk heen en terug waar iedereen altijd zo over klaagt. Ik ben benieuwd, als ik langs de Rotte loop heb ik iets soortgelijks dus het zal wel meevallen denk ik dan maar. Het stuk start al op 14 km en ineens zie ik iemand in een Rotterdam shirt lopen. Ze komt me bekend voor en ik spreek haar aan. Ze twijfelde of ze het Hussein shirt zou aantrekken maar koos voor het Rotterdam shirt. Grappig, ik twijfelde of ik het Rotterdam shirt zou aantrekken maar koos voor het Hussein shirt. Ik wens haar succes en ren verder.</p>
<p>Het hele parcours tot nu toe is niet heel erg breed met als gevolg dat het soms echt zoeken is om voorbij langzamere lopers te kunnen. Ook nu moet ik langs het richeltje als ik sneller ben en moet denken aan het Havenspoorpad. Ik irriteer me er niet aan maar het kost me wel energie. De weersomstandigheden zijn dan wel weer perfect. Lekker koel, droog en bewolkt. Wat dat betreft is een najaarsmarathon dan toch beter dan een voorjaarsmarathon. Ik passeer de 15 km nog steeds lekker en kom bij de 17 km waar ze Maurten gel uitdelen. Mooi, ik steek er één in mijn zak voor straks en eet er één op. Dat moet me wel naar de 21 km kunnen brengen.</p>
<p>Ik zie een kleurrijk geklede man in een boot en maak een foto. Er is veel muziek onderweg maar eerlijk heb ik er meer last van dan plezier want het interfereert met mijn eigen muziek en flow. Zoals verwacht vind ik het stuk langs de Amstel niet zo erg. Er staat meer publiek dan ik had verwacht en als ik bij het eind en keerpunt kom zijn we in Ouderkerk aan de Amstel waar ze er echt een feestje van maken. Ik mag echter aan de terugweg beginnen en naar de helft. De helft die ik passeer in 2:04:35. Gewoon een minuut sneller dan vorige week in Urk. Ik weet dat dat niet goed kan blijven gaan en voel aan mijn benen dat ik mezelf opgeblazen heb. Maar who cares, ik ben over de helft en zie het wel. Volgende checkpoint is de 25 km.</p>
<p>De 25 km die ik met horten en stoten haal. Ik heb een kleine pauze genomen na de helft maar mijn benen weigeren dienst dus ik moet veel wandelen. Afgelopen Rotterdam had ik iets soortgelijks maar toen had ik dit pas na de 25 km. Nu komt het iets eerder. Ik haal de 26 km dat het einde van de Amstel markeert. Het voelt een beetje als ‘klaar met Zuid’. Ik loop op 27 km langs Globalrunning als Marja me roept. Die staat foto’s te maken dus ik loop haar kant op en ze maakt een hele toffe foto! Hoppa, weer een paar meter afleiding. In elk geval op naar de 30 km waar het verval nu wel echt zichtbaar begint te worden. Liep ik de 25 km nog op 2:29, moet ik bij de 30 km al 5 minuten prijs geven op de 10 km per uur. Het geeft niet, alles onder de vijf uur is acceptabel en dat zou ik toch wel moeten kunnen halen. Tot mijn grote verrassing hoor ik Frank ineens roepen. Die is met de metro hier gekomen en ik geef hem een kus. Hij stuurt me weg met ‘alleen nog maar een rondje bos’.</p>
<p>Ik dacht dat ik op 27 km ook nog een gel zou krijgen maar dat blijkt op de 30 km te zijn. Ik zal me dan wel vergist hebben. Mijn klokje loopt inmiddels ongeveer 600 meter voor, net als in Tokio, maar het helpt me de kilometers weg te tikken. Klokje telt een kilometer, dan moet ik nog een stuk doorrennen en dan heb ik een bord en kan ik weer door naar de volgende kilometer op mijn klokje. Ook het publiek vermenigvuldigt zich en mijn naam wordt talloze keren geroepen. Het is geen Kralingen maar op New York en Londen na is niks zoals Kralingen en ze doen erg hun best. Ook dat kan ik waarderen. Mijn benen doen nu écht zeer, vooral mijn rechterknie en de zolen van mijn voeten. En mijn kuiten en heupen voel ik ook. Ok, ik voel gewoon mijn hele lichaam en vraag me af of het leeftijd, hormonen, blessure of gebrek aan training is. Het zal van allemaal een beetje zijn. Misschien moet ik daar toch eens wat aan gaan doen, maar ik ben gewoon te lui. Sorry.</p>
<p>Bij de 35 km zit ik weer ergens in de buurt van het centrum en begin een beetje te rekenen. De vijf uur haal ik zeker, de 4:30 kan ik nét niet meer opbrengen dus het zal er ergens tussenin worden. Ik heb een gok genomen door bij de drankposten nu naast water ook de Maurtendrink te pakken. Het lijkt goed te gaan en geeft me inderdaad wat extra energie. Dan zie ik ineens nóg een verrassend gezicht langs de kant. Dave, mijn instructeur van de hardloopinstructeursopleiding staat daar. Ik stop, spreek hem aan en probeer uit te leggen wie ik ben en of hij me nog herkent. Ik geloof niet dat het lukt. Het geeft niet, ik zeg gedag en loop weer verder. Ik vind het wel mooi dat ik de opleiding hier in Amsterdam heb gedaan destijds en dat de enige keer dat ik hier de marathon loop mijn instructeur tegen kom.</p>
<p>Dan komt het magische moment van de 37 km. Nu is het nog maar 5 km en mag ik gaan aftellen. Ik druk op de Terminatorknop en pers er her en der nog wat uit om stukjes te rennen. Ik loop weer langs het Rijksmuseum en duik het Vondelpark in wat nu wél vol met publiek staat. Ik moet aan New York en Central Park denken. Ik weet het, niet te vergelijken maar ja, een park en een marathon en ik ben een beetje heen. Dan kom ik het Vondelpark uit en is het nog maar 1 km. Een lange zware kilometer, maar ik heb vaker lange zware kilometers gehad. Ik ga de 4:30 inderdaad niet halen maar het zal niet veel schelen. Ik maak nog één foto van het gekleurde IAmsterdam bord met de vlaggen bij de ingang van het stadion maar ik ben er eigenlijk al te ver voorbij en hij komt er maar half op. Bovendien mis ik Frank volledig die in de bocht staat te roepen. Dan het stadion in en de laatste 200 meter tot de finish. Yes, ik heb het weer gered en mag stoppen. Officiële tijd? 4:33:37. Ik reken het goed.</p>
<p>Ik neem mijn medaille in ontvangst, hang de warmtedeken om, pak water, een banaan en een reep en beweeg langzaam naar de uitgang waar Frank wacht. Als ik die gevonden heb lopen we samen naar de auto waar ik wat droogs aantrek en dan rijden we naar huis. We hebben allebei trek dus we stoppen nog even bij de Drive-in van de Burger King bij Delft voor een burger die de ergste trek stilt. Thuis is het douchen, iets makkelijks aantrekken en op de bank wachten op het avondeten dat straks bezorgd wordt. Het zit er weer op, ik heb het weer gedaan, morgen weer een nieuwe dag en de blik richting December voor de Bello Gallico.</p>
<p>Amsterdam a.k.a. 020. De eerste helft was super, het was stukken beter georganiseerd dan destijds, de Amstel en het publiek vielen me 100% mee, de route was niet altijd even inspirerend maar de medaille is supermooi en meer dan de moeite waard geweest. Is het voor herhaling vatbaar. Laten we het zo zeggen, ‘been there, got the T-Shirt, got the bling’, maar Rotterdam is toch echt wel #demooiste, wat iedereen ook vindt van de ontwikkelingen de laatste jaren. Dus ik hoef niet per sé nog een keer te lopen.</p>
<p>Nou maar hopen dat Frank mijn medaille niet omsmelt!</p>
<p>Foto:Marja Baas van Globalrunning</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/amsterdam-marathon-020/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>2</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Halve Marathon Urk</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/halve-marathon-urk-2/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/halve-marathon-urk-2/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 13 Oct 2025 18:00:54 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[anitaactive]]></category>
		<category><![CDATA[Blessure]]></category>
		<category><![CDATA[halvemarathon]]></category>
		<category><![CDATA[Hardloopvrienden]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Snelheid]]></category>
		<category><![CDATA[TeamAnita]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=5494</guid>

					<description><![CDATA[Urk. De kleinste gemeente van de provincie Flevoland maar beter bekend om zijn visserijcultuur, authentieke vissersdorp-uitzicht en sterke gemeenschapszin. Dit jaar wordt er voor het eerst in de geschiedenis een marathon en een halve marathon georganiseerd. And guess what? Ik ga er lopen!    10 maart krijg ik een appje van Deborah. ‘Ga je mee [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;">Urk. De kleinste gemeente van de provincie Flevoland maar beter bekend om zijn visserijcultuur, authentieke vissersdorp-uitzicht en sterke gemeenschapszin. Dit jaar wordt er voor het eerst in de geschiedenis een marathon en een halve marathon georganiseerd. And guess what? Ik ga er lopen! </span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;"> </span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;">10 maart krijg ik een appje van Deborah. ‘Ga je mee halve lopen in Urk Zaterdag 11 oktober?’ Ik zei gelijk ja. Niet ‘hoezo Urk?’, of ‘Urk, ben je niet goed bij hoofd?’, of ‘hoe kom je daar nou bij, Urk?’ Nee, gewoon ‘Ja’. Wel erbij dat ik relaxt wilde lopen omdat ik de week erna de hele van Amsterdam had staan, maar voor de rest geen seconde over nagedacht. Natuurlijk ga ik mee naar Urk. Ik bedoel, wie kan er nou zeggen dat ze een halve marathon in Urk gelopen heeft, of all places? </span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;"> </span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;">Na inschrijving kwam ik er achter dat het op zaterdag was, het twee rondjes van tien over een dijk waren en dat we een shirt kregen in plaats van een medaille. Ach, who cares? Kom jongens, het is Urk. Ik ben één keer eerder in Urk geweest. We kwamen ergens terug uit een weekendje Noorden geloof ik en waren in de buurt. Het was zondag en alles wat uitgestorven en dicht dus lang zijn we niet gebleven. Dat zal nu wel anders zijn. En na afloop natuurlijk vis scoren. Het liep allemaal een klein beetje anders. Deborah kon niet lopen en Frank werd gecharterd om in haar plaats mee te gaan. Maar ze ging natuurlijk wel mee.</span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;"> </span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;">En zo rijden we zaterdagochtend rond een uur of 8, 111 km richting het noordelijkste puntje van de Flevopolder. De start is om 11:15 en we hebben ruim de tijd. Er zijn zo’n 300 deelnemers en we kunnen parkeren op één van de parkeerterreinen rondom het centrum. Ik navigeer ons naar de dichtsbijzijnde op 400 meter van de start waar we rond 9:45 aankomen en we hebben ongelooflijke mazzel. Het is een klein terrein en hij staat vol maar er rijdt nét voor onze neus iemand weg. Het is een beetje grijzig en langs de dijk, het IJsselmeer en de vele windmolens hangt zelfs een beetje mist. Het geeft een mooi plaatje en het is niet koud. We wandelen over de dijk waar we straks ook overheen lopen, richting de start. De hele marathon is al onderweg, die zijn om 9:30 gestart. </span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;"> </span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;">Bij het ophalen van het startnummer heb ik al 6 foto’s gemaakt en komen we Jacolien tegen, mede Anita zus, die in de organisatie zit. Het is een gezellig weerzien en we zullen haar nog een paar keer tegenkomen. Tenslotte is het allemaal niet zo groot. Omdat we vroeg zijn hebben we uitgebreid de tijd om rustig onze spullen klaar te maken, koffie te drinken, naar de WC te gaan en nog meer foto’s te maken. Het loopt langzaam vol met lopers en tegen beter weten in kijk ik of ik bekenden zie. Meestal kom je bij een loopje altijd wel iemand tegen, maar in dit geval zal dat niet zo snel zijn. Nadat Frank nog een stuk appeltaart weggewerkt heeft is het 11:00 en brengen we onze tassen weg. Deborah gaat ergens langs de kant staan en Frank en ik maken ons klaar in het startvak. </span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;"> </span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;">Dan is het tijd. Er wordt afgeteld, de bel wordt geluid en de misthoorn gaat oorverdovend aan. Is weer eens wat anders dan een kanon. Ik ga veel te snel van start. Frank loopt net zo snel, zo niet net even sneller, dus binnen een kilometer loopt hij een klein stukje voor me uit. Toch wordt het gat niet veel groter en blijf ik best goed bij. We duiken na 2 km omhoog en rechts omlaag richting het bos over het betonnen voetpad. Ik wil een foto maken van de windmolens in de mist maar besluit dat ik dat de tweede ronde doe. Nu eerst doorlopen. Het stukje bos is een pad met bochten, een welkome afwisseling op de lange rechte stukken die daarna volgen. Maar eerst krijgen we een verzorgingspost waar ik dankbaar een stuk banaan pak. Ik had bij de start eigenlijk al trek maar niks te eten. Wat ik had heb ik in de auto al opgegeten.</span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;"> </span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;">Ik loop lekker, het is niet koud eerder warm en ben blij met wat water in mijn gezicht van de verzorgingspost en het zachte briesje. Ik poseer natuurlijk even voor de fotografe. Ik dacht dat we met de wind mee zouden lopen maar tegen de tijd dat ik de dijk op ga met 7 km voel ik toch écht wind tegen. Ik zie Frank nog steeds een stukje voor mij lopen en hou hem goed in de gaten. Het stuk over de dijk is lang maar mijn doel is eerst naar de tien kilometer. Dat gaat gesmeerd. Ik voel mijn bil en been behoorlijk maar kan het ook prima negeren en elke kilometer is nog steeds onder de 6 minuut de kilometer. Ok, op eentje na dan maar dat zijn maar twee seconden. Ik tik dan ook 10 km aan op net geen 57 minuten. Als dit een tien kilometerwedstrijd zou zijn zou ik harder aangezet hebben en sneller gelopen, maar nu moet ik nóg zo’n rondje en een beetje dus een beetje doseren. Deborah staat langs de kant en maakt foto’s. </span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;"> </span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;">Er komen nu lopers tegengesteld van het keerpunt af. Ik denk Frank te zien maar als ik een paar tellen later kijk zie ik hem nergens meer. Ben ik aan het hallucineren? Ik haak aan achter een klein groepje mannen en laat me een beetje hazen. Pas een heel stuk verder zie ik Frank écht, geef hem een high five en hij lijkt verbaasd me te zien zo dicht achter hem. Surprise! Ik moet nog een stukje door naar het keerpunt en ga de mannen voorbij. Fijn, ik ben over de helft en ga het tweede rondje in. Ik zit te twijfelen. Ergens is het tijd voor de Terminatorknop met een cafeïne gelletje maar wat is het beste moment? Het liefst doe ik het 6 km voor de finish dus dat is op 15 km maar dat is pas over 4 km. Aan de andere kant heb je tussen 13 km en 18 km wat ik altijd de 5 dode kilometers noem.</span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;"> </span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;">Dan komt er achter mij een brandweerauto met zwaaiende lichten en een loeiende sirene aanrijden. Ik maak ruimte en een ambulance zit er vlak achter. Dat is foute boel maar ik kan er helaas niks aan doen behalve doorlopen. Tegen de tijd dat ik weer richting het bos loop besluit ik dan ook maar gewoon op de knop te drukken. Ik maak eerst de foto van de windmolens alhoewel hij niet echt recht doet aan de werkelijkheid, eet mijn gelletje en wissel mijn playlist. Off we go! Toch hapert de knop een beetje en de motor loopt niet helemaal soepel, maar ik hou mijn voet op het gas. Ik krijg een compliment voor mijn hardloopbroekje en irriteer me aan een man voor mij die zijn lege gelverpakking zo in de sloot gooit. Het is dat hij sneller loopt dan ik maar ik neem me voor dat als ik hem bij de finish nog tegen kom, ik hem er op aan ga spreken. Het is toch een kleine moeite om je zooi bij je te houden. Ik kom de fotografe weer tegen en pers er een sprongetje uit.</span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;"> </span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;">Ik ben bijna weer bij de dijk, maak nog wat foto’s, wandel een stukje en gooi er nog een Dextro tegen aan voor de laatste 4 km. Ik zit op koers voor onder de 2:05 en heb marge, maar dan moet ik wel door blijven lopen. Halverwege de dijk staat er een traumahelikopter en ik weet nu waar de brandweerwagen en de ambulance voor was. Shit. Wat een domper voor alles en iedereen. De route is afgezet en we moeten de dijk op en af, een stuk door het gras en dan weer de dijk op en af om terug op het parcours te komen. Ik pak de pace weer op maar de flow is er uit en wissel rennen met wandelen af. Nog even opzij voor een politiewagen en dan de laatste kilometer in. Ik passeer het keerpunt maar loop nu door weer richting het dorp. Heuveltje op en langs de vuurtoren de laatste meters. Frank staat langs de kant, haakt aan en rent met me mee naar de finish.</span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;"> </span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;">Ik finish in 2:05:36. Dat is nog steeds een mooie tien kilometer per uur en ik ben blij dat ik klaar ben. Ik krijg een mooie medaille maar we hebben het vooral over de persoon op de dijk. Deborah sluit aan en als we naar het foodplein lopen komen we Jacolien tegen. Die weet ons te vertellen dat de man in kwestie naar het ziekenhuis is. We kunnen alleen maar hopen dat het goed komt. We halen de tassen op maar eerst maak ik een foto met mijn medaille bij de piepschuim cijfers van de halve marathon en de vuurtoren. Daarna iets warms aantrekken en tijd voor lunch. Uiteraard wordt het vis. We eten een portie kibbeling alvorens we terug naar de auto gaan. Nog even langs Baarssen voor wat vis voor thuis en dan lekker naar huis voor een douche en een bank.</span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;"> </span></div>
<div><span style="color: #454545; font-family: UICTFontTextStyleBody;">Zondag even lekker niet lopen, uitslapen en ‘s middags naar de bioscoop: The long walk, van Stephen King. </span></div>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/halve-marathon-urk-2/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>2</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Voorne’s Duintrail: Een verstandige keuze</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/voornes-duintrail-een-verstandige-keuze/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/voornes-duintrail-een-verstandige-keuze/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 04 Dec 2022 20:47:12 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Blessure]]></category>
		<category><![CDATA[Hardloopvrienden]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[modder]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<category><![CDATA[Voorne’s Duintrail]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=3827</guid>

					<description><![CDATA[Ik heb al even last van mijn bil, maar de laatste twee weken gaat het eigenlijk wel ok. Ik voel me ook redelijk uitgerust na New York en mijn verkoudheid, dus ik zie het wel zitten zondag voor 43 km Voorne’s Duintrail. Sterker nog, ik heb er echt zin in! Maar no good deed goes [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">Ik heb al even last van mijn bil, maar de laatste twee weken gaat het eigenlijk wel ok. Ik voel me ook redelijk uitgerust na New York en mijn verkoudheid, dus ik zie het wel zitten zondag voor 43 km Voorne’s Duintrail. Sterker nog, ik heb er echt zin in! Maar no good deed goes unpunished. Dus als ik de woensdag ervoor op de manege luchtig aanbied om van paard te ruilen met de dame die al weken op hetzelfde paard zit en om een ander vraagt blijkt dat ik dat beter niet had kunnen doen. Die rotknol geeft in de galop een bok en prompt schiet het met factor twintig opnieuw in mijn bil. En erger nog, mijn hamstring doet dit keer ook gezellig mee, met als gevolg dat ik de dag erna niet eens fatsoenlijk de trap op kom.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In drie dagen tijd met rekken, masseren en heel veel schietgebedjes durf ik het aan om in elk geval te starten. Dan zien we wel waar het schip strand. De start is om 9:00 dus vroeg op. De weersvoorspelling is ijsberenkoud dus we vissen het dikke thermoshirt achter uit de kast vandaan. Handschoenen, wollen muts, buff en dikke sokken maken het setje compleet.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Aangekomen bij het Oostvoornse meer, traditiegetrouw de start en finish van de trail, treffen we Marcel en Marcella, René, Tony, Mike en Karin, die laatste in de rol van vrijwilligster. We hebben net genoeg tijd om onze startnummers op te halen, de tas af te geven, naar de wc te gaan en een foto te maken. Dan wordt er ineens afgeteld en gaan we van start. Ik heb mijn klokje nog niet klaarstaan en vergeet bijna Frank een startvakkus te geven.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Iedereen gaat er lekker vandoor maar door de kou zijn mijn spieren zo stijf dat ik nauwelijks in beweging kom. Ach, winnen ging ik toch niet. Zoals gewoonlijk is het eerste stukje over het MTB parcours, waar ik een pleurishekel aan heb. Een man blijft achter me en ik heb het idee dat hij de bezemwagen is. Ik vraag het en hij bevestigt mijn vermoeden. ‘Maar doe gewoon lekker rustig aan hoor. Doe maar alsof ik er niet ben.’ Ja, ja, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Ik waarschuw hem vast dat ik met een blessure loop, laten we het beestje maar gewoon bij de naam noemen, eerst moet opwarmen en ga kijken hoe ver ik kom.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Hoe dan ook, ik voel toch een lichte druk. Gelukkig warm ik langzaam op en tegen de tijd dat we de dijk over zijn en het bos in duiken kan ik een aardig pasje aanhouden. Zolang het vlak is of naar beneden loopt dan, want omhoog kan ik niet echt rennen. Ik kijk uit naar Rob voor foto’s maar ik zie hem niet. Ik vermoed dat ik al te ver achter loop. Ik doe mijn best om de bezemwagen te negeren en een beetje in mijn flow te komen maar het lukt niet echt. Elke keer als ik omhoog wandel hoor ik hem denken: ‘Wel een beetje doorlopen anders haal ik je van het parcours.’ Ik weet dat het onzin is, maar ik kan het niet helpen. Ik loop nu eenmaal het liefst alleen als ik niet 100% ben.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het been is aanwezig maar ik kan blijven lopen ook al is het niet snel. De problemen ontstaan vooral als ik met de voorkant van mijn schoen ergens tegen aan stoot. Dan trekt mijn lijf aan het zere been en schiet er een pijnscheut door mijn bil en hamstring, waar ik dan weer een halve kilometer voor nodig heb om weer te laten zakken. Not good, zoals dat heet. En natuurlijk gebeurt dat niet één maar wel een keer of vier.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik baal. Ik had het vooruitzicht om lekker te gaan lopen maar op deze manier lukt dat niet echt. En de beste man kan honderd keer zeggen dat ik moet doen alsof hij er niet is, maar hij is er toch. Ik kom Myra tegen, die doet de 15 km wandelen en heeft Frank al voorbij zien komen. De bezemwagen staat even met een vrijwilliger te praten dus heb ik ook even lucht om met Myra te praten. Later bij de eerste verzorgingspost blijft hij ook even hangen waardoor ik wat ruimte heb maar uiteindelijk komt hij natuurlijk gewoon weer bij.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik vraag of ik hem kan ontheffen van zijn plicht maar helaas. Ik had niet anders verwacht. Ondertussen word ik niet alleen ingehaald door mensen van de 27 km maar zit ik ook te twijfelen wat nu verstandig is om te doen. Natuurlijk wil ik de 43 km uitlopen maar diep in mijn hart weet ik ook wel dat het zo niet gaat lukken. Uitlopen lukt altijd wel, maar ten koste van wat, hoe lang ga ik er over doen en wat voor lijdensweg gaat het worden? Ik besluit om op 10 km te kijken hoe ik zit qua tijd en gevoel. Dat wordt 11 km voordat ik het in de gaten heb. Ik zit dan op anderhalf uur.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Een snelle rekensom leert dat 43 km dan zes uur gaat duren. Maar… het wordt steeds zwaarder, ik word steeds vermoeider, ik weet niet hoe lang mijn been het vol gaat houden en ik wil niet continue tegen de klok aan lopen. Ik gok dat ik er zo maar acht uur over ga doen en dat vind ik geen goed plan, even los van het feit dat de organisatie dat ook niet gaat toestaan. Bovendien wil ik voor de verandering eens niet forceren aangezien ik de Bello belangrijker vind. En dan gebeurt er iets ongekends. Ik besluit om verstandig te zijn en straks de afslag van de 27 km te nemen. Ik app Frank het ‘goede’ nieuws. Die ziet dat vast wel ergens en dan hoeft hij zich geen zorgen te maken.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik wil het de bezemwagen vertellen maar hij blijft een beetje achter dus loop ik maar door. Op 13 km komt hij wel bij me en ik vertel hem mijn besluit. Tegelijkertijd vraag ik hem of hij weet waar de splitsing is. Die is op 14,5 km, dus anderhalve kilometer verder. Een paar honderd meter verder vraagt hij me of ik zeker de 27 km ga doen. Dan kan hij een beetje gaan inhalen want hij moet nu doorlopen om bij de laatste van de 43 km te komen. Ik stuur hem weg, het komt goed.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik voel me ineens vrij en maak gelijk gebruik van de gelegenheid om wat foto’s te maken. Van daaruit hobbel ik lekker door naar 14,5 km waar ook de verzorgingspost is. Daar tref ik Olav en Maarten en krijg ik een bekertje bouillon. Omdat ik nu allesbehalve haast heb neem ik de tijd om even met de mannen te praten, tussen het verzorgen van de andere lopers door want ze zijn wel aan het ‘werk’. Uiteindelijk moet ik toch ook wel door en lekker op mijn gemakje ga ik verder. Ik heb geen enkele druk meer en kan eindelijk genieten van het lopen, met aandacht voor de omgeving en foto’s maken voor het nageslacht. Slechts gehinderd door de 27 km lopers die in wedstrijd modus zitten en om de haverklap willen passeren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik kom langs ‘het bankje’ en natuurlijk moet hier een foto gemaakt. Ik kom onderweg Ferry tegen en kijk een beetje uit naar Leonie, die ook gestart is op de 27 km en me vast ergens gaat inhalen. Ik wissel wandelen met rennen af over bekend terrein en na drie uur lopen heb ik 19 km afgelegd. Nog geen 10 km en dan is het alweer gedaan. Ik kom op de weg waar Arjan als vrijwilliger staat. We kletsen wat en ik vertel hem mijn situatie. Hij geeft aan dat ik straks naar rechts moet maar ook en lusje van ongeveer twee kilometer kan overslaan. Zeg, we zijn wel goed maar niet gek! Ik mag dan van de 43 naar de 27 km gegaan zijn, maar dan lopen we wel de volle 27 km. Een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik schiet het lusje in om even later te zien dat ik, waarschijnlijk in een reflex, mijn klokje stil gezet heb. Dat was niet de bedoeling! Gauw zet ik hem weer aan en terwijl ik dan ook maar wat te eten neem wandel ik een stukje terug om wat meters te compenseren. Als ik me realiseer hoe onzinnig het is draai ik me maar weer om en ren verder.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Rond de 21 km kom ik op het strand en loop weer op het traject voor alle afstanden. Als ik bijna aan het einde van het strand ben, zo rond de 23 km, loopt Leonie ineens naast me. We kletsen even en ze vraagt of ik mee ga maar ik voel dat dat geen goed plan is. Ik sla het aanbod dan ook af en geef aan dat ik rustig naar de finish hobbel. Beter voor mij en beter voor mijn been.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">In het gedeelte van de doornenstruiken staat Rob te fotograferen. Leuk, heb ik straks toch nog een professionele foto van de loop. Ook nu neem ik de tijd om even een praatje te maken. De arme ziel heeft niet één maar twee lekke banden op zijn fiets. Die moet hij straks meesjouwen naar de finish. Ook nu ga ik uiteindelijk weer lopen, op naar de laatste kilometers.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het venijn zit hem altijd in de staart, en bij Voorne’s Duintrail is dat vooral een natte staart. Is het hele parcours lekker droog geweest, moet ik voor het laatste stuk langs het meer een slootje over dat net te breed is om overheen te springen. Zonder bilblessure had ik nog een poging kunnen wagen maar nu ben ik kansloos en zit er niets anders op dan er gewoon doorheen te waden. Ergo natte voeten.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik was het helemaal vergeten maar achteraf gezien maakt het toch geen reet uit want droog blijft het toch niet. Natte voeten is dan ook niet meer de uitdaging, het door de modder lopen zonder uit te glijden des te meer. Niet omdat ik bang ben om te vallen of vies te worden, maar uitglijden betekent een ruk aan mijn zere been met alle gevolgen vandien. Het dreigt twee keer te gebeuren maar de schade blijft beperkt.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het laatste stukje met koude natte voeten en open veld maakt dat mijn spieren weer aardig verkleumen en verkrampen en opnieuw kom ik nauwelijks nog vooruit. Maar nauwelijks is geen ‘niet’ dus onder de goedbedoelde ‘niet opgeven’, ‘een klein stukje nog’ en ‘je bent er bijna’ van de lopers die me inhalen kom ik dan toch na vier en een half uur bij de finish. Daar tref ik Marcella en Leonie die al binnen zijn, en Karin die de broodjes worst staat uit te delen. Ik vind dat ik wel een broodje worst verdiend heb en trek daarna binnen wat droge kleding aan. Helaas ben ik een warme broek vergeten en heeft Frank de autosleutel, dus ik moet mijn natte koude sokken en schoenen nog even aanhouden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Een uurtje later zijn Frank en Marcel in aantocht en gaan Marcella en ik ze bij de finish opwachten. Het duurt toch nog lang en we staan te verkleumen. Ik voel vooral mijn voeten niet meer maar ieder nadeel heb zijn voordeel, ik voel ook mijn bil en hamstring niet. Als ze naar ons gevoel dan eindelijk finishen maak ik wat foto’s en ga als de sodemieter naar de auto om droge schoenen te pakken.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Binnen schuiven we aan een tafeltje om wat te drinken, waar later Olav en Maarten ook bij aansluiten. Zij hebben en passant ook nog even het laatste stuk van de route gelopen om alle lintjes en pijlen op te halen. We drinken wat, eten een bittergarnituurtje, of twee, en warmen langzaam op. Rond een uur of half zes gaan we richting huis, waar we verder opwarmen, wat eten en bijkomen op de bank. And guess what? Met mijn bil en hamstring gaat het eigenlijk best wel ok.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Nog twee weken de tijd om de boel echt te fixen. Ik heb er vertrouwen in, zolang ik maar uit de buurt blijf van die rotknollen…</p>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2022/12/6EDFB1B1-4658-4908-9C5F-7B22C123B199.jpeg"><img fetchpriority="high" decoding="async" width="1024" height="683" src="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2022/12/6EDFB1B1-4658-4908-9C5F-7B22C123B199-1024x683.jpeg" alt="" class="wp-image-3831" srcset="https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2022/12/6EDFB1B1-4658-4908-9C5F-7B22C123B199-1024x683.jpeg 1024w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2022/12/6EDFB1B1-4658-4908-9C5F-7B22C123B199-300x200.jpeg 300w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2022/12/6EDFB1B1-4658-4908-9C5F-7B22C123B199-768x512.jpeg 768w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2022/12/6EDFB1B1-4658-4908-9C5F-7B22C123B199-1536x1024.jpeg 1536w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2022/12/6EDFB1B1-4658-4908-9C5F-7B22C123B199-1000x667.jpeg 1000w, https://www.opwegnaardemarathon.com/wp-content/uploads/2022/12/6EDFB1B1-4658-4908-9C5F-7B22C123B199.jpeg 2048w" sizes="(max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a></figure>



<p class="wp-block-paragraph">&#x1f4f8; <a href="https://www.robsportfotografie.nl/">https://www.robsportfotografie.nl/</a></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/voornes-duintrail-een-verstandige-keuze/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>2</slash:comments>
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
