<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>petranpad | Op weg naar de marathon</title>
	<atom:link href="https://www.opwegnaardemarathon.com/tag/petranpad/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.opwegnaardemarathon.com</link>
	<description>The road to the finish!</description>
	<lastBuildDate>Mon, 09 Dec 2024 13:49:31 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=7.0.4</generator>
	<item>
		<title>Revanche op het Petranpad</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/revanche-op-het-petranpad/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/revanche-op-het-petranpad/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 07 May 2023 18:14:25 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Hardloopvrienden]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[petranpad]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Training]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=4090</guid>

					<description><![CDATA[Hoe ga ik dit in godsnaam uitleggen? Vorige week nog een enorme jankblog over hoe ik het allemaal niet meer kan, mijn lijf zeer doet, lopen een opgave lijkt te zijn geworden en de vraag of ik het allemaal nog wel leuk vind, en dan nu het Petranpad van ruim 112 km lopen? En dan [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">Hoe ga ik dit in godsnaam uitleggen? Vorige week nog een enorme jankblog over hoe ik het allemaal niet meer kan, mijn lijf zeer doet, lopen een opgave lijkt te zijn geworden en de vraag of ik het allemaal nog wel leuk vind, en dan nu het Petranpad van ruim 112 km lopen? En dan ook nog binnen de tijd? Net aan, maar toch. Volstrekt ongeloofwaardig toch?</p>



<p class="wp-block-paragraph">Tja, het zit hem gewoon in het feit dat ik mijn lijf niet meer kan vertrouwen.&nbsp;&nbsp;Met het koppie zat het goed, ik ben de hele week braaf geweest met geen stress, goed eten en op tijd naar bed, ik had een doel, ik was gemotiveerd, ik was gefocust en ik had vooral veel afleiding tijdens het lopen. Daarnaast geen enkele druk voor mezelf en geen enkele verwachting. Gewoon starten en dan ‘zouden we wel zien hoe het ging’. En toen ging het ineens wel. Dat ik nu helemaal naar de klote ben en hoe dat komt, dat lees je hieronder. Want ja, het deed toch zeer.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Goed, het Petranpad. 112 km schoon aan de haak. Mijn enige DNF uit mijn hardloopcarrière. Vorige jaar na 107 km er uit gehaald ‘omdat het toch écht te laat werd’. Dus ik (en Frank ook, die ging er vanwege de warmte na 82 km al uit), hadden er nog een appeltje mee te schillen. Een aangezien we dit jaar twee uur extra kregen om te finishen, vorig jaar had maar 50% de finish gehaald binnen de tijd, durfden we het wel aan.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De B&amp;B van vorig jaar zat vol, maar niet getreurd, er zijn er meer. Blitterswijck (waar?) dit keer, De Blauwververij. B&amp;B annex winkel, annex patisserie, annex slijterij. Lekker vrij op vrijdag rustig aan gedaan, spullen gepakt, boodschapjes gedaan, Pokebowl geluncht en rond een uur of 15:00 vertrokken ‘want vanwege de meivakantie is het toch rustig op de weg’. Not! Regen, ongelukken, een dichte Heinenoordtunnel en een hoop mensen die juist terugkeerden van de meivakantie zorgden voor veel files.  Maar goed, twee uur later waren we dan toch in Blitterswijck (waar?).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Koffer gedumpt, met afgrijzen voor zondag naar de steile trap naar boven gekeken, de eigenaresse bevestigd dat we zaterdag écht 112 km gingen lopen en ze het niet verkeerd begrepen had, afspraken gemaakt over broodjes om 4:00 ‘s nachts en daarna naar Meerlo naar ‘t Kasteelke om het startnummer op te halen. Daar maken we kennis met Dylan die ook gaat lopen en ook bij ons in de B&amp;B zit. Daarna een hapje eten en dan lekker in bed nog even Netflixen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Veel slapen doe ik niet maar uitrusten gaat prima. De wekker staat om 3:30 en al met al blijkt dat toch aan de krappe kant. Om 4:45 zijn we bij de start en ik ben net klaar met alles wat ik normaal gesproken voor zo’n start doe als het startsein gegeven wordt. Geen moment van bezinning, geen zenuwen of ik alles wel heb, iedereen begint gewoon te rennen. Frank is zelfs nog niet helemaal klaar, maar komt me al gauw voorbij want volgens planning ben ik binnen een kilometer de laatste loper, en dat zal ik nog wel even blijven.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Toch ben ik niet helemaal alleen. Salif, die we vorig jaar hebben leren kennen, doet net als ik. Gewoon langzaam opwarmen en dan op een sukkeldrafje naar de finish dieselen. Het is niet koud maar wel heel erg mistig wat met het snel opkomende licht prachtige plaatjes oplevert. Ik herken gelijk stukken van de route van vorig jaar en hobbel lekker achter Salif aan die ook net als ik regelmatig foto’s maakt.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">De molen, de bomen op een rij, de volle maan en de hei waar ik vorig jaar nog foto’s van Frank heb gemaakt. Ik kan het dan ook niet laten om hier wat hardloopfoto’s van mezelf te maken. Het moet ook nog steeds leuk blijven en foto’s maken is mijn ding. Als ik na een km of 7 een krentenbol eet raak ik Salif kwijt maar blijkbaar is hij ergens verkeerd gelopen want twee kilometer later kom ik weer bij hem als hij in tegengestelde richting terug komt lopen en een pad in duikt.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ergens voorbij de 10 km loop ik op een karrenspoor naast een bos en zie links een leuke vlonder. ‘Jammer dat de route daar niet loopt’ denk ik bij mezelf als ik het karrenspoor verder heuveltje op loop. Niet veel later check ik de GPS voor de route. Yup, ik ben verkeerd gelopen en had het vlonder moeten hebben. Terug dan maar, maar nu ben ik Salif definitief kwijt. Ik heb mijn voeten ingetapet maar volgens mij heb ik links ietsjepietsje te strak gedaan. Nou ja, dat trekt hopelijk wel weg. Ik kan er nu toch niks aan veranderen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het is inmiddels volledig licht geworden en ik ben wat je noemt op weg naar de eerste verzorgingspost. Vorig jaar moesten we 7 km per uur lopen gemiddeld en hadden we ruim een half uur over op de eerste 20 km. Dit jaar hoeven we ‘maar’ 6,2 km per uur te lopen, maar gelukkig lukt het me om iets sneller te lopen. Dat moet ook wel want er komt nog heel veel verval dus ik moet marge hebben.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit stuk van de route staat me nog goed bij. Inmiddels loop ik door een dorpje, langs de veerpont, en langs de Maas. Ooievaar op rechts en dan toch nog onverwachts weer landinwaarts want de drank post staat na de koeien toch aan het water? Als ik een paar kilometer later weer richting het water langs het veld loop weet ik het weer en klopt het. Behalve dan dat ik volgens mij aan de verkeerde kant van het prikkeldraad loop. Als ik echt niet verder kan zit er niks anders op, ik moet onder het prikkeldraad door, maar daar draaien we ons hand niet voor om.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De koeien staan dit jaar honderd meter eerder en kijken me verbaasd aan. ‘Wat kom jij nou doen?’ Alsof ze niet net de afgelopen uren al een behoorlijke handvol lopers voorbij hebben zien komen. Er is naast de vrijwilligers niemand meer op de drankpost. Ik gooi wat cola in mijn waterzak en pak iets te eten voor zometeen onderweg terwijl ik een heerlijk bekertje bouillon krijg. Voor de rest blijf ik niet te lang hangen. Het is niet nodig maar de tijd heb ik wel nodig. Ik mag in elk geval de eerste checkpoint afvinken en heb drie uur voor de volgende, 21 km verder, want daar moet ik om 11:00 zijn. Muziekje aanzetten en gaan met die banaan, maar eerst even snel plassen trailstyle. Oftewel achter een auto met een stukje papier.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het zonnetje is gaan schijnen en de mist is volledig weg. Al met al is het wat je noemt ‘een prachtige dag’ en het lopen begint zowaar een soort van genieten te worden. Niet dat ik lange stukken achter elkaar kan rennen, dat is dan wel weer een teken dat ik niet ‘fit’ ben, maar met dieselen, lees rennen en heel kort wandelen en dan weer rennen, kom ik een heel eind. Naast koeien kom ik langs paardjes in de wei, de kerk van Grubbenvorst waar we vorig jaar zaten, en natuurlijk komt er net een trein langs als ik het spoor over moet. Ik moet er eigenlijk om lachen.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">De dag begint ook echt op te warmen en als het zo blijft gaan een aantal mensen, waaronder Frank, het nog lastig krijgen. Ik vind het helemaal prima en diesel lekker door. Ik loop opnieuw ergens verkeerd en een paar keer bijna. Dan pak ik de GPS precies op het moment dat ik al 10 meter te ver ben. Alsof ik het instinctief voel. Het behoed me voor een hoop extra kilometers, alhoewel mijn klokje inmiddels een kilometer voor loopt. Een beetje van mij en een beetje van de zwabber. Zo ook als ik door het bos loop langs een pad dat er uit ziet alsof ze hier hard mee aan het werk zijn. Als ik een kleine driehonderd meter verder ben hoor ik het geluid van zware motoren en realiseer ik me dat het een crossmotor parcours is en dat ik eigenlijk net te vroeg ben. Jammer anders had ik een paar foto’s kunnen maken.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Vlak voor de verzorgingspost van de 42 km sta ik weer oog in oog met een kudde koeien, die pontificaal op het pad voor een doorgang staan waar ik door moet. Ze kijken me heel even aan en besluiten dan dat ik heel erg eng ben en als ze niet gauw maken dat ze wegkomen, ik ze opeet. En ik kan ze niet geheel ongelijk geven gezien mijn voorliefde voor een goede biefstuk. Of welk type rundvlees dan ook. Iedere stap die ik zet zorgt er voor dat een van de koeien verschrikt wegspringt. Als ze allemaal weg zijn en het pad vrij kan ik eindelijk doorlopen naar de verzorgingspost.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Nu ben ik niet meer alleen. Salif zit er en nog een jongen en een andere man gaat net weg. Ben ik toch een beetje bijgekomen. Mijn dropbag ligt hier dus ik dump mijn lampje, pak wat eetbaars en vooral ook mijn zonnebril. Deet smeren tegen de muggen en dan weer een bekertje bouillon. Foto met Salif, die net iets voor mij weer weg gaat. Niet veel later ga ik er achteraan. Ik kijk nog even met een schuin oog naar de cut off tijd. Ik hoefde hier pas om 11:40 te zijn in plaats van 11:00 en de volgende is om 14:45. Dat moet te doen zijn.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De kilometers erna doen Salif, ik en de jongen haasje over. Dan loopt Salif mij weer voorbij, dan ik hem weer, en de jongen blijft eerst achter, komt dan ineens weer bij en blijft toch weer achter. Salif maakt foto’s van mij en ik van hem en ik kan niet geheel ontkennen dat ik het wel stiekem stoer van mezelf vind dat ik niet meer de laatste loper ben en toch nog iemand ingehaald heb. We komen langs wat ezeltjes en de beeldjes van de lammetjes die op Facebook hebben gestaan.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik ‘vier’ mentaal de 50 km. Wat er ook gebeurt, ik heb nu in elk geval een ultra gelopen. Maar we gaan natuurlijk op naar de 60 km, iets over de helft. Want hoe je het ook wendt of keert, het klokje tikt door, time flies en pas als ik de 82 km heb gehaald met voldoende tijd zal ik er wat meer in gaan geloven. Ik kom in ietwat moerassig gebied. Het is langs een waterkant en half bos, met gras, modder en takken op de grond. Ik moet over een grote bos takken stappen en dan gaat het mis. Een gefrustreerde tak die waarschijnlijk boos is omdat hij al weken half onderop ligt grijpt mijn voet en ik ga down! De schade is een geschaafde knie, die in elk geval blauw maar ik vrees ook nog wel een beetje dik wordt, een klap op mijn hand en vooral veel viezigheid. Er zit maar één ding op. Doen waar ik goed in ben, de pijn negeren en doorgaan. Bovendien heb je niet getraild als je niet minstens één keer gevallen bent.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Op 56 km, als ik echt op ‘de helft’ zit kom ik op de parkeerplaats van de KFC waar vorig jaar Marcel en Marcella stonden met koude cola en chips, en met die gedachte heb ik enorme dorst en trek in een ijskoude cola. Niet te vergelijken met de halflauwe mix van water en cola in mijn waterzak. Ik trek de stoute schoenen aan, duik de KFC in en bestel een kleine cola. De best geïnvesteerde € 2,60 in maanden, zelfs als ik er achter kom dat het Pepsi is. Ach ja, iets met rauwe bonen en zo.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Binnen no time sta ik weer buiten en steek de weg en de rotonde over. De mannen zijn nergens te bekennen en ik weet even niet meer of ik nu voor of achter loop. Tegen de tijd dat ik het bos in ga is mijn cola op en kan ik de lege beker gelijk dumpen in de vuilnisbak. Het bos is even een uitdaging. Ik loop een paar keer verkeerd en moet goed kijken waar de GPS me naar toe stuurt. Uiteindelijk kom ik bij de derde verzorgingspost op de 60 km. Daar staat onder andere Gert Jan en ik ga zelfs heel even zitten. Tegen de tijd dat ik klaar ben komt Salif aanlopen en iets verder weg ook de andere jongen.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik ga weer op pad en begin er steeds meer vertrouwen in te krijgen. Ik blijf gemiddeld nog steeds boven de 6,2 km per uur lopen en bewaar ook nog wat marge ondanks de tijd die ik ‘verlies’ op de verzorgingsposten. En natuurlijk moet het zwaarste deel nog komen, maar so far so good. Het zonnetje brandt nu lekker maar ik heb er nog steeds geen last van. Toch denk ik dat Frank dat wel heeft, alhoewel het minder dan vorig jaar is, en wellicht dat er nog meer mensen zijn die het toch wel warm vinden.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het pad voert nu langs landwegen, door een dorp, door bos en over vooral lange rechte stukken. Bij het peelkanaal hebben we een klein lusje voor het grenspaaltje en in het bos kom je een oorlogsmonument tegen, waar ik natuurlijk een foto maak. Dan zie ik ineens in de verte twee lopers, waarvan één met een oranje shirt. Zou dat Frank zijn die met iemand oploopt? Het zal toch niet waar zijn? Met enige regelmaat verlies ik ze uit het oog en dan doemen ze ineens weer op. Ze lijken veel te wandelen waardoor ik steeds ietsje pietsje dichterbij lijk te komen. En dan begin ik onbewust een beetje te jagen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit zijn de paden waar Frank het vorig jaar zo zwaar had vanwege de warmte. Voor mij geen probleem, ik heb eerder last van die kloppende teen waarvan ik weet dat hij er bijna af ligt, van die steek in mijn schouder waar een dolk in zit, en die hete pook die door mijn scheenbeen loopt. Zoals al eerder gezegd, gewoon even doorheen lopen, dan trekt het vanzelf weg. En dat werkt, net als altijd.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik kom op een pad waar het lijkt of het sneeuwt maar het zijn de pluizen van de bomen die door de lichte bries loslaten. Ik vrees voor mijn hooikoorts maar blijkbaar zijn dit niet de pluizen waar ik last van heb. Gelukkig maar. Dan komt het laatste stuk voor de verzorgingspost van de 82 km en krijg ik de mannen weer in het vizier. We lopen langs de sloot met de bunkers en nu is het overduidelijk, ik kom langzaam en gestaag dichterbij. Als ik ze niet inhaal voor de post, dan zal ik ze daar toch zeker tegenkomen.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het duurt nog even voor ik dicht bij genoeg ben om definitief vast te stellen dat het niet Frank is. De bewuste man is te klein en loopt anders. Als ik ze bijna ingehaald heb zie ik ineens een stuk verderop een glimp van nog een loper in een oranje shirt, en ik weet 100% zeker dat dit Frank wel is. Die kom ik dan bij de post wel tegen. Tegen de tijd dat ik bij de andere twee mannen ben vraagt een van hen of ik de vrouw van Frank ben en als ik dat beaam zegt hij dat Frank een stukje voor loopt. Mocht ik nog enige twijfel hebben, dan is die nu weg. En inderdaad zit hij lekker op een stoel als ik bij de verzorgingspost kom.</p>



<p class="wp-block-paragraph">We praten even bij. Hij heeft Frans een beetje op sleeptouw genomen en ik heb lekker doorgestekkerd waardoor we nu weer samen zijn. Ik krijg de helft van zijn noedels die er in gaan als zoete koek. Wat zeg ik, beter dan zoete koek want al het andere voedsel krijg ik niet meer weggegeten zonder minstens twee slokken vocht. Mijn dropbag heeft blijkbaar in een mierennest gestaan want ze houden een rave in het voorvak. Gelukkig zit daar geen eten in en in het grote vak waar wel het eten zit zijn ze nog niet doorgedrongen. Ik dump mijn zonnebril en pak mijn lampje voor het laatste stuk. We hebben nog 5,5 uur voor de laatste 30 km en natuurlijk gaan we nu samen naar de finish.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het eerste stuk moet ik wandelen want niet alleen ben ik stijf van het stilzitten, ik voel mijn voeten nu vreselijk. Die moeten weer eerst in de verdoofstand. Het begint een beetje te regenen maar ik ben vergeten mijn jasje te pakken dus ik zal het zonder moeten doen. Al snel zijn we op de hoek van de straat waar ik vorig jaar Tony tegenkwam en even later duiken we de Duitse begraafplaats op waar we natuurlijk uit respect wandelen. Het blijft indrukwekkend en wat iedereen er ook van mag vinden, ik moet onwillekeurig denken aan die jonge jongens die tijdens de oorlog het leven hebben gelaten waarvan het merendeel waarschijnlijk alleen maar deden wat ze opgedragen werd.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Als we er doorheen zijn moet ik toch weer plassen en krijgen we een stukje bos alvorens mijn grootste nachtmerrie van deze trail begint. Een ellenlang pad door het natte gras langs de weilanden en een beekje. Frans loopt ons voorbij terwijl ik met een gezicht op onweer boos en gefrustreerd stevig doorstap. Wat heb ik toch een pokkehekel aan dit soort stukken. Ik heb niet voor niets de bijnaam Graskia gekregen ooit. Het is 2022 all over again, behalve dan dat ik hier toen alleen liep en Frank appjes stuurde hierover.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het stuk duurt ruim drie kilometer maar het voelt als dertig. Het enige voordeel is dat aan alles een eind komt, en als het zover is, zijn we weer drie kilometer verder. Over de weg gaat het weer even wat sneller en kunnen we het gemiddelde tempo weer een beetje optrekken. We komen ook weer bij Frans en met zijn drieën gaan we verder om het bos in te duiken. Moeten we nog wel even over het prikkeldraad een schapenweitje over want er is niet echt een pad. Zo komen we in het bos. Oh ja, dit bos, waar de nodige bulten in zitten.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Eenmaal klaar met het bos komen we bij het moeras en de muggen. De route is hier iets anders en we mogen langs de kant van de weg waar ik vorig jaar verkeerd liep. Dan over een paar stenen over het water naar de overkant, wat best nog wel een uitdaging is als je er bijna honderd kilometer op hebt zitten. De roodbont stier kijkt ons argwanend aan als we langs lopen maar doet niks. De moerassige modder daarentegen doet van alles. Eerst probeert hij mij te pakken en als dat niet lukt vindt hij in Frank een onwillig slachtoffer die volledig vast komt te zitten met zijn schoenen. Met de nodige tijd, energie en vereende krachten krijgen we hem uiteindelijk los.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Om zo min mogelijk last te hebben van de muggen dribbelen we snel de rest van het moeras door. Iets te snel want de wraak van de modder is zoet als zijn maatje de boomwortel mij alsnog met een uit de grond van mijn hart slakende vloek laat struikelen. Dat kon er ook nog wel bij en nu heb ik ook schaafwonden op mijn rechterknie en rechterelleboog. Om over de modderige vlekken op mijn armen en benen maar te zwijgen. De mannen willen me geschrokken helpen maar ik maan ze om snel door te lopen, weg uit dit vervloekte moeras. Tenslotte lopen we twee keer een ultra afstand, dus daar hoort dan ook twee keer vallen bij zullen we maar zeggen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Van daar uit door naar Horst, waar de laatste verzorgingspost staat. Tenminste dat denken we, want blijkbaar staat er op 106 km ook nog één maar daar zullen we geen gebruik van maken. Snel vocht bijvullen, en ook al wilde ik het stukje vlaai bewaren voor de finish moeten we nog 10 km en moet ik toch nog wat eten. Vlaai is het enige dat er in gaat dus vooruit dan maar. Dan weer op pad, eerst strompelen maar uiteindelijk lukt het toch weer om stukjes te gaan rennen. Niet alleen mijn voeten maar ik heb ook enorm last van dat onwillige spiertje in mijn rug. Ik kan maar drie dingen doen, negeren, negeren, negeren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het is inmiddels donker geworden en we moeten onze lampjes op. We lopen nu het laatste stuk weer over graspaden langs water. Ook dit stuk ken ik nog goed van vorig jaar. Ik sla weer aan het rekenen en geef Frank aan dat we ietsje sneller moeten gaan lopen willen we nog binnen de tijd finishen. En eerlijk gezegd was ik dat zo langzamerhand wel van plan. Frank en Frans willen dat ook dus daar zijn we het wel over eens. Iets meer dribbelen dus, zodat we gemiddeld 10 minuut per kilometer blijven&nbsp;&nbsp;lopen. Onbewust trek ik de mannen mee zodat ze door blijven gaan. De laatste drankpost slaan we over.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Geloof het of niet, maar dan breken de laatste vijf kilometer aan en begin ik niet meer in kilometers te rekenen maar in honderden meters. En er moeten nu wel hele gekke dingen gebeuren willen we het niet halen, maar ja je weet het nooit. En dat blijkt als we na wat stukken asfalt toch weer een heerlijk graspad met nat gras door moeten, waar rennen bijna niet mogelijk is. Doorstappen dus. Nog ‘even’ een hekje over klimmen en dan is het nog maar een paar honderd meter. Gehypnotiseerd staar ik naar het aftellen van de meters op de GPS en realiseer me weer eens te meer hoe lang 500 meter kan zijn. Maar ook daar komt een eind aan en dan stappen we van het gras af het asfalt op en zijn we bij ‘t Kasteelke waar Frans ons luid aankondigt. Een hartelijk, onder luid applaus, ontvangst wacht ons als we hand in hand met ons drieën de boog onder door lopen en dan is het klaar. We made it!!!</p>



<p class="wp-block-paragraph">Mijn klokje zegt inmiddels 115 km. De officiële route was blijkbaar 112,8 km waardoor we officieel ook 8 minuten extra gehad zouden hebben, maar ik vind 17:51 beter. Terwijl Frank aan het bier gaat wachten we op de laatste loper, wat ik dus uiteindelijk verrassend genoeg niet ben. Sterker nog, ik ben tweede vrouw op de 112 km geworden! Nu deden er maar drie mee en is er één afgevallen, maar toch. Ik wil wel wat warms eten want elders gaat dat er niet meer van komen, maar ze hebben alleen broodjes frikandel en dat vind ik niet lekker. Maar ja, die rauwe bonen hé, dus voor de tweede keer vandaag val ik van mijn geloof en eet een broodje frikandel, die gezien de omstandigheden eigenlijk best prima smaakt.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Als we zo’n beetje klaar zijn nemen we afscheid en rijden naar de B&amp;B om te douchen en de rest van de nacht wakker te liggen. Te veel adrenaline en alles doet zeer dus ik weet niet hoe ik moet liggen. Drie megablaren, de teennagel aan mijn linker grote teen die bijna net weer helemaal&nbsp;&nbsp;aangegroeid was en waar ik dus weer mee opnieuw mag beginnen, schuurplekken, schrammen, spierpijn en een ietwat blauwe en dikke knie. Ach ja, je moet er wat voor over hebben maar we hebben onze revanche op het Petranpad gekregen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Trailen is leuk!</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/revanche-op-het-petranpad/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>4</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Petrandpad</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/petrandpad/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/petrandpad/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 19 May 2022 19:13:35 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[petranpad]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<category><![CDATA[Ultra]]></category>
		<category><![CDATA[ultramarathon]]></category>
		<category><![CDATA[ultratrailen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=3511</guid>

					<description><![CDATA[Nadat we vorig jaar de 50 mijl van de Bello Gallico liepen riepen we na afloop: ‘volgend jaar de 100 mijl’! Nou ja, ik riep dat, maar Frank wil ook al langer een doelstellingen upgrade, dus die gaat gewoon mee. 100 mijl is 160 km dus dat is best een uitdaging als onze langste afstand [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph"><br>Nadat we vorig jaar de 50 mijl van de Bello Gallico liepen riepen we na afloop: ‘volgend jaar de 100 mijl’! Nou ja, ik riep dat, maar Frank wil ook al langer een doelstellingen upgrade, dus die gaat gewoon mee. 100 mijl is 160 km dus dat is best een uitdaging als onze langste afstand tot nu toe 2x een 100 km is geweest. Dat moet je opbouwen en in de planning voor 2022 moest dus minimaal nog één maar eigenlijk nog twee 100 km afstanden komen te staan. De eerste die voorbij kwam was het Petranpad met 112 km. Haalbaar? Zeker. Uitdaging? Ook. Grootste uitdaging? Er zit een tijdslimiet van 16 uur op. Dat is 7 km per uur. Op 50 km één keer gehaald, op langere afstanden niet. Maar het is vlak, we hebben geen oversteken met pontjes en als we niet al te lang blijven hangen op de verzorgingsposten moet het in theorie te doen zijn. In theorie.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ingeschreven dus. En we ‘enthousiasmeren’ René, Simone en uiteindelijk Tony ook. Wij boeken een hotel en rijden er vrijdag al naar toe. Ik was even vergeten dat ik nog een borrel had georganiseerd op de zaak dus we kunnen pas om 18:00 weg maar gelukkig gaat de reis voorspoedig. Rond 20:00 zijn we in Grubbenvorst en iets meer dan een half uur later zitten we bij de Italiaan in Venlo. Om half tien afrekenen zodat ik nog nét een ijsje bij Clever kan halen en dan in het hotel spullen klaarleggen voor morgen. Nou ja, morgen. De wekker staat om 3:30 want we moeten om 5:00 starten.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik slaap net een beetje als die wekker alweer veel te snel gaat. Om 4:15 de deur uit en naar Meerlo rijden. Even lastig zoeken voor een parkeerplek en dan toch nog haasten voor de start. Ik heb nog geen GPS en ben ook niet meer naar de wc geweest als het startsein gegeven wordt. Het is officieel nog wel donker maar het schemert al wel dus we hebben geen lamp nodig. Toch moet ik wel opletten waar ik loop. We starten op een landweggetje onder de klanken van Supertramp’s ‘Take the long way home’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zoals gewoonlijk lopen we achteraan en Frank zijn naamtag hangt los aan zijn vest waar hij last van heeft tijdens het lopen. Stoppen dus en opnieuw vastmaken. Nu is iedereen uit het zicht. Het wordt al snel licht en als we over een zandweg lopen met links bos/hei gebied en wat mist zie ik een schitterend plaatje met op de achtergrond de opkomende zon. Een Kodak momentje want het gaat niet alleen om lopen maar ook om genieten. Het heet hier dan ook niet voor niets ‘Natuurschoonweg’. Ik ben niet de enige want er zijn nog twee mannen die even gestopt zijn. Nog even wat paarden in de wei tegen de opkomende zon en dan is het toch echt helemaal licht.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik verbaas me er altijd over hoe snel dat gaat. Na een stuk landweg duiken we het bos weer in met single tracks, ideaal om mooie plaatjes van een rennende Frank te schieten. Als hij tenminste er niet bij gaat liggen op 6,5 km. Gelukkig beperkt de schade zich tot een wondje op de knie en een deuk in zijn ego. Het liefste zou ik nu stoppen en een uur lang een fotoshoot doen hier, maar dat bewaar ik maar voor als we niet op de klok lopen. We zijn al op 13 km als we het Schuitwater, zoals het hier heet, uitkomen en weer wat meer bewoonde wereld krijgen.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">We lopen nu voornamelijk langs akkers en weilanden. Dan komen we ineens in bekend gebied. ‘Liepen we hier ook niet de Maasdal Marathons’? En verdraaid, mochten we nog twijfelen, als we Broekhuizen binnenlopen zegt Frank: ‘Hier om de hoek was dat pontje!’ om vervolgens de hoek om te gaan en het pontje te zien. Heel even zijn we bang dat we daar over moeten want hij vaart niet, maar de route stuurt ons langs de dijk langs de Maas.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">De dijk bestaat vooral uit zand. Gelukkig is het ‘maar’ anderhalve kilometer voor we weer een mix van landweg en weiland krijgen. Het pad brengt ons bij de eerste verzorgingspost op 20 km. Maar eerst moeten we nog langs een gevaarlijke kudde koeien met kalfjes. Theo, de organisator,&nbsp;&nbsp;staat ze met een stok weg te jagen. Bij de post pakken we wat te drinken maar blijven niet te lang hangen. We hebben vooralsnog een half uur marge maar we moeten wel door.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Opnieuw een lange landweg, een stuk bos, en een lange landweg. De zon schijnt volop maar gelukkig is het nog niet warm. 7 km verder zijn we in Grubbenvorst. We zouden nu zo het hotel in kunnen stappen, lekker douchen, ergens op een terras ontbijten, daarna een wandeling maken, lunchen, siësta, borrelen, eten, TV kijken en naar bed. Gewoon een relaxte zaterdag zoals andere normale mensen doen. Maar nee.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik maak een foto van een kerk van Grubbenvorst en een bord dat zegt dat ze het dorp van de asperges zijn. Nou snap ik waarom ze in het hotel een volledig menu met asperges hadden. We lopen er omheen door een stukje bos en akkers met… doe eens een gok. Juist, asperges. Ik herken ze nu.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het parcours is één lange afwisseling van landweg, weilanden, bos en af en toe een stuk asfalt. En ieder stuk heeft zijn eigen uitdaging. De landwegen zijn ietwat saai, de weilanden staan vol met brandnetels, het bos heeft verraderlijke wortels en het asfalt, ach ja, het is asfalt. De kilometers tellen desondanks gestaag op en we houden nog steeds voldoende tempo. Er zit iets niet helemaal lekker aan de bovenkant van mijn linkertenen maar ik kan er niet veel aan doen behalve het negeren.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dan voel ik rond de 30 km wat verkrampen. Was Frank al eerder geweest, begin ik zelf nu toch ook wel iets te herkennen dat ik waarschijnlijk een wc op moet zoeken. WC’s zijn echter een schaars goed als je aan het trailen bent. Bosjes daarentegen in overvloed. Een open veld is dan weer niet geschikt en net als ik aan de rand van een bosje wil gaan zitten parkeert er een auto met twee oude mensen. Alsof ze het er om doen dus maar weer door lopen. Als ik een geschikt plekje heb gevonden, inmiddels een kilometer verder, moet ik wat moeite doen maar ben ik daarna drie kilo lichter. Dat lucht op en loopt een stuk makkelijker!&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">We vervolgen onze weg, geplaagd door wat steken in mijn zij. Was ik net van mijn darmkrampjes af, krijgen we dit! Negeren maar weer. Focus op een lang stuk van bijna 2 km, ietwat saai. Op 37 km slaan we iets te vroeg af en moeten we weer terug waardoor we 500 meter extra lopen. Maar dat hoort bij het trailen. Minimaal één keer vallen en minimaal één keer verkeerd lopen. Even balen en dan weer op weg, maar het heeft me beduidend energie gekost. We lopen nu de A73 over, op weg naar de verzorgingspost op de 41 km en de dropbag.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Daar aangekomen heel even zitten en drinken bijvullen. Ik neem dankbaar een bouillonnetje. Er zitten nog vier mannen die een rust momentje hebben. Dan spreekt de dame van de verzorgingspost ons aan. We zitten krap in de tijd en moeten wel doorlopen. Ietwat verontwaardigd roepen we dat we 8 km per uur lopen en een half uur marge hebben. Ze heeft contact met Theo en geeft dan aan dat we gelijk hebben, maar dat we er wel rekening mee moeten houden. Nou ik kan je één ding vertellen. We doen niks anders dan er rekening mee houden. Toch blijft het in mijn hoofd spelen en ben ik eigenlijk een beetje boos over de opmerking. Het zal goed bedoeld zijn, maar het werkt niet echt motiverend.</p>



<p class="wp-block-paragraph">We gebruiken ongeveer 10 minuten van onze ‘extra’ tijd en gaan dan weer verder. Met 42 km zit de ‘eerste’ marathon er op. Nog ongeveer anderhalf te gaan. Na weer wat stukjes bos volgt weer een langer stuk landweg en een stuk langs het spoor waar we verderop overheen moeten. Just our luck als er natuurlijk net een trein aan komt. We kunnen er nog om lachen.&nbsp;&nbsp;Dat lachen vergaat me als we een eindeloos lang stuk door en langs het gras moeten. Ik heb niet voor niets de bijnaam Graskia gekregen tijdens de Black Devils #hekelaangraslopen . Maar aan alles komt een eind dus ongeveer 4 km later tikken we de 50 km aan en lopen we weer op een landweg.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het zonnetje begint nu toch wel lekker te branden en met name de open&nbsp;&nbsp;stukken op het asfalt en de landwegen zijn voor Frank de hel. Ik begin vooral last te krijgen van blaren op mijn voeten. We lopen nog steeds binnen de tijd maar de marge krimpt snel. Na een lang stuk bos staan we ineens op de parkeerplaats van een KFC en staan daar ook ineens Marcel en Marcella met chocola, tucjes en vooral blikjes koude cola. Ze zijn een zegen. We praten kort even bij maar moeten dan toch écht verder.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">We duiken weer bos in voor een mooi stukje voordat we bij de volgende verzorgingspost zijn. Vooral weer vullen en wat bouillon en weer door. De tijd wordt nu wel een issue en het is me wel duidelijk dat we het niet gaan halen. Mijn belangrijkste doelstelling is wel op tijd bij de 80 km te zijn omdat ik mijn dropbag wil hebben. De noodles die er in zitten maar ook mijn lampje voor later en eventueel extra eten.</p>



<p class="wp-block-paragraph">We komen door Helenaveen en daarna door Mariapeel. Ik weet niet meer wanneer maar ook hier ben ik eerder geweest. Het is in elk geval een mooi stuk en op de pijntjes in mijn voeten en het feit dat we door een stuk dermate dik begroeid met brandnetels dat er geen ontwijken mogelijk is na, ben ik eigenlijk wel lekker op dreef. Bij Frank daarentegen zie ik de energie langzaam wegzakken. Toch weer die warmte. Dan hoor ik ineens een harde kreet en ligt hij op de grond. Ik schrik me het apelazerus en denk dat hij minimaal zijn enkel verzwikt heeft. Zo erg is het niet, een kras op zijn wang, nog wat schaafwonden op zijn knie, de schrik en nog meer deuken in zijn ego. Maar hij laat zich niet kennen en rent verder.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De genadeslag is 2 km in de brandende zon over een open landweg die volgt. Dan de woorden waar ik al bang voor was maar waar ik na de val in mijn achterhoofd ook al een beetje rekening mee hield. ‘Als we straks bij de 80 km post zijn stap ik er uit.’ Ik baal maar wil zelf wel door, minimaal tot de 100 km. Maar eerst langs het kanaal door Griendtsveen en dan een neverending stuk graspad langs het water en de bunkers van De Peel richting de verzorgingspost. Die ligt niet op 80 km maar op ruim 82 km en we zijn eigenlijk al buiten de tijd als we daar eindelijk aankomen.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik laat me de noodles smaken terwijl we de mededeling krijgen dat we officieel niet meer door mogen. Wel op eigen verantwoordelijkheid overigens. Naast Frank en mijzelf zitten er nog drie mannen. Één stapt ook uit, één wil door maar wordt misselijk als hij wat eet en stopt dan ook maar, en één gaat net als ik door. Ik mag de tracker nog gebruiken, spreek af met Frank voor later en andere Frank, de coördinator van de post, beloof me in de gaten te houden richting de post van de 100 km. Met die wetenschap ga ik in mijn eentje verder.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik mag gelijk weer over mijn favoriete ondergrond lopen waardoor ik maar moeilijk op gang kom. Ik heb een half uur bij de post gezeten dus ik loop per definitie een half uur achter. Na een paar honderd meter mag ik weer op het asfalt en kan ik gaan dribbelen. Hardlopen zit er niet echt meer in. Als ik voorbij de 85 km aan het einde van een weg kom hoor ik ineens mijn naam. Ik draai me om en zie Tony op de grond in het gras zitten. Hij is misselijk geworden en stapt uit. Simone is doorgelopen. Ik leef even met hem mee maar moet dan weer door. De minuten beginnen wel te tellen nu ik buiten de tijd loop.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Vlak voordat ik moet afslaan om de begraafplaats voor Duitse soldaten over te steken, rijdt de ophaal auto met Tony maar ook met René langs. Ze wensen me succes en ik ga de begraafplaats op. Het is indrukwekkend en ik durf uit respect eigenlijk niet te rennen. Aan het einde zie ik een dicht hek en even bekruipt me de angst dat hij misschien dicht zit en ik om moet gaan lopen. Maar gelukkig is het heel gewoon open en kan ik verder. Door een bos met zowaar wat heuveltjes en dan weer een lang stuk asfalt.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Als ik op 90 km zit draai ik een graspad op. Geen rennen mogelijk want de ondergrond is dermate onregelmatig dat als ik hier ga rennen ik mijn nek breek. En dan heb ik het niet eens over het feit dat ik al op 90 km zit én de blaren onder mijn voeten nu toch wel behoorlijk zeer doen. Het is erg slecht voor mijn humeur en ik app Frank dat het laat gaat worden omdat ik moet wandelen. Het stuk duurt ruim 3 km. Ondertussen ben ik al een half uur bezig om een krentenbol weg te kauwen maar door mijn droge mond krijg ik hem bijna niet weg.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Maar ook aan deze hel komt een eind en volgt er weer een stukje landweg, asfalt en bos. Langzaam tellen de kilometers op tot de magische 99 km. Nog één en dan heb ik in elk geval 100 km. Frank heeft al geappt dat de verzorgingspost weg is. Ik vraag of ik door mag lopen tot in elk geval 105 km. Tenslotte moet hij wachten. Het is ok. Vlak voordat ik weer van de weg af ga en weer het gras in moet komt Frank van de organisatie langsrijden. Hij heeft de loper achter mij opgepikt en checkt hoe het met me is zoals beloofd. Ik geef aan dat ik ok ben en een deal met Frank heb om in elk geval tot 105 km te gaan. Hij ziet dat het goed is, biedt me nog cola en water aan waar ik dankbaar gebruik van maak, en ik vervolg mijn weg. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik draai weer het gras op en ben opnieuw chagrijnig want hier kan ik echt weer niet rennen. Ik app Frank weer en moet bijna een kilometer wandelen. Dan kom ik bij een watertje met bos en veengebied. Na een paar honderd meter kom ik er achter dat ik aan de verkeerde kant het water loop. Shit, ik kan met geen mogelijkheid oversteken dus ik moet terug. Als dat probleem opgelost is kom ik in veengebied met stilstaand water. Het is inmiddels rond 20:00 en ik moet me een weg banen door dikke wolken met muggen en andere vliegende beesten die ik niet kan identificeren. Een seconde stil staan en mijn elleboog ziet er uit als een speldenkussen. En ook mijn vieze kuiten zijn een sappige maaltijd voor de killer bugs. Doorlopen dus.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Bij 103 km krijg ik weer een app van Frank, dat hij onderweg is. Het lijkt even op miscommunicatie maar als ik hem bel heeft het meer te maken met het feit dat ik nog de enige op het parcours ben, alles en iedereen al weg is en hij toch ook al bijna vier uur op me heeft zitten wachten. Bovendien wordt het straks toch ook donker en ben ik nog wel even onderweg tot het eindpunt. De snelheid is er ook wel uit. We overleggen even en ondanks dat ik zwaar twijfel omdat ik diep in mijn hart gewoon uit wil lopen, maakt niet hoe laat het wordt, neem ik met mijn verstand toch wel de moeilijke beslissing om richting Frank te gaan naar het 105 km punt en daar te stoppen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Eenmaal het besluit genomen lijkt het wel of de stekker er uit is. Ik kan nog weinig energie opbrengen en voel nu in volle kracht de pijn in mijn voeten en benen terwijl de vermoeidheid als een deken over me heen ligt. Als er 105 km op mijn klokje staat blijkt Frank nog wat verder weg te staan. Nog even doorbijten door het gras langs het water. Dan auto’s en een bruggetje. Als ik twee stappen omhoog doe en op de weg kom zie ik drie reeën wegspringen. Jammer alleen dat ik weer verkeerd zit. Terug over de brug en weer door. En dan zie ik eindelijk in de verte Frank staan. Tegen de tijd dat ik bij hem en de auto ben heb ik 106,8 km op de teller staan. Dat kan natuurlijk niet, dus nog een paar stappen door voordat ik eindelijk in de auto stap. Ik heb er vrede mee, het is goed zo.</p>



<p class="wp-block-paragraph">We rijden terug naar het ‘t Kasteelke waar Theo nog op ons wacht. Ook zijn vrouw en Frans zijn er nog. Ik geef de tracker af, krijg nog een buff en een stukje vlaai en na een kort praatje rijden we naar het hotel. Eten kan alleen nog bij de McDonalds maar ik wil sowieso eerst douchen en heb eigenlijk geen trek dus slaan we over. Bij het hotel scoren we nog wat te drinken en na een heerlijke douche eet ik mijn stukje vlaai op terwijl ik in bed duik en naar het songfestival kijk. Frank valt snel in slaap, ik zie Ukraine nog nét winnen voordat ik het licht uit doe en onrustig in slaap val, dromend van brandnetels, muggen en graspaden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">112 km. Mijn eerste officiële DNF. Met 107 km op de teller toch verder dan ik ooit gelopen heb en ik krijg er niet eens een medaille voor. Maar wel een stukje vlaai en zoals Joost al zei, 107.000 bragging points. Op naar de 160!</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/petrandpad/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>2</slash:comments>
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
