<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>The great escape | Op weg naar de marathon</title>
	<atom:link href="https://www.opwegnaardemarathon.com/tag/the-great-escape/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.opwegnaardemarathon.com</link>
	<description>The road to the finish!</description>
	<lastBuildDate>Mon, 11 Aug 2025 10:53:50 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.9.4</generator>
	<item>
		<title>Door de ogen van de vrijwilliger</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/door-de-ogen-van-de-vrijwilliger/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/door-de-ogen-van-de-vrijwilliger/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 15 Sep 2024 20:31:41 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Op weg naar de blogs]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Legendary Friends]]></category>
		<category><![CDATA[The great escape]]></category>
		<category><![CDATA[the legends]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Training]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=4619</guid>

					<description><![CDATA[The Great Escape. 50 of 100 mijl voor de liefhebbers door Luxemburg naar België in de Ardennen. Twee jaar geleden liepen Frank en ik samen de 50 mijl, vorig jaar ben ik gestart met als uitgangspunt dat ik niet ging uitlopen maar in elk geval wilde proberen tot de helft te komen. Mijn lichamelijke ongemakjes [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>The Great Escape. 50 of 100 mijl voor de liefhebbers door Luxemburg naar België in de Ardennen. Twee jaar geleden liepen Frank en ik samen de 50 mijl, vorig jaar ben ik gestart met als uitgangspunt dat ik niet ging uitlopen maar in elk geval wilde proberen tot de helft te komen. Mijn lichamelijke ongemakjes waren toen al duidelijk aanwezig en ik had die week ervoor afgezien op 50 km bij de Airborne Freedom Trail. Ik haalde uiteindelijk 55 km. Dus toen Frank dit jaar weer inschreef dacht ik bij mezelf: ‘Bekijk het maar, ik ben wel gek maar toch ook wel een klein beetje goed.’ Bovendien zouden we dan net terug zijn van drie weken vakantie. Maar ja, hem alleen die kant op laten gaan was wel een optie, maar hem alleen na 50 mijl terug laten rijden vond ik geen, dus ik moest wel mee. En als ik daar dan toch was met niks omhanden, kon ik net zo goed gaan vrijwilligen.</p>



<p>Zo gezegd, zo gedaan dus braaf het formulier ingevuld met mijn gegevens en mijn beschikbaarheid. Een week voor het event had ik mijn instructies. Ik mocht me&nbsp;om 21:00&nbsp;melden bij ‘het commandocentrum’ en dan het eerste deel gedurende de avond/nacht de lopers op CP4 verblijden met mijn aanwezigheid, dan een paar uur slapen en vanaf&nbsp;12:00&nbsp;me in de keuken begeven tot het einde van de BBQ. Nou, dat moest lukken.</p>



<p>Inmiddels is het&nbsp;zaterdagmiddag&nbsp;en Frank is er helemaal klaar voor. Bij mij kriebelt het ook wel want ook ik moet nadenken wat ik meeneem. Kleding voor kou zoals een dikke trui, jas en muts en, oh misschien zijn handschoenen ook geen slecht idee. Een oplader voor mijn telefoon, iets te eten en te drinken want er is wel genoeg maar ja, ik ben nogal kieskeurig. Bovendien weet ik dat het vooral koek, snoep en chips is wat ze daar hebben. En natuurlijk een kussen en een slaapzak zoals in de instructies aangegeven. We vertrekken&nbsp;om 17:30&nbsp;vanuit huis na wat pasta te hebben gegeten en komen netjes&nbsp;om 20:30&nbsp;aan. Onderweg houden we wat bekende lopers op de 100 mijl in de gaten en vraagt Frank of ik geen hoofdlampje mee had moeten nemen. ‘Nee joh, op de post hebben ze toch licht en bovendien stond het niet in de instructies.’</p>



<p>Aangekomen in Maboge treffen we Maarten en Christine. Die hebben we al een tijd niet gezien. Terwijl Frank zich aan tafel post meld ik me bij het commandocentrum. Ik krijg een badge en een bandje en hoor er nu officieel bij. Ik ben vrijwilliger bij de The Great Escape van de Legends! Een Legendary Friend zoals ze het zelf noemen. De eerste vraag die ik officieel in functie krijg is of ik een hoofdlampje bij me heb. Niet dus en ik krijg er een te leen. Ik bedenk me dat ik er misschien eentje in ons noodreservekistje heb en dat blijkt te kloppen. It is not much maar het volstaat dus de geleende kan gelijk terug. Komt dat stomme ‘je weet nooit wanneer je het nodig hebt’ kistje toch nog van pas. Nu nog vervoer naar CP4 zien te regelen. Er staan twee andere dames met mij, Ann die er al is, en Inge die net weg is. Ik moet dus even wachten op een busje dat over 37 minuten verwacht wordt. Als die er is mag ik met Arnold meerijden. Ik kus Frank gedag, pak mijn tas, help nog even met uitladen van drop bags en dan zet Arnold mij&nbsp;om 22:18&nbsp;af bij&nbsp;CP4. Een tentje in the middle of nowhere waar het een drukte van belang is. Ann staat er met nog twee anderen die nu afgelost worden, Inge is er nog niet.&nbsp;</p>



<p>De twee anderen gaan weg en laten de CP in de kundige handen van Ann en mij. Dat wil zeggen, ik doe dit voor het eerst en kom er later achter dat Ann het ook voor het eerst doet. Ach ja, gelukkig kunnen we allebei goed improviseren en cola uitschenken en bananen snijden is nu eenmaal geen rocket science. De uitdaging ligt meer bij iets te weinig dekens met iets te veel uitvallers. Er ligt er al één in de tent die eerst moet slapen voordat hij weet of hij doorgaat en vraagt ons om hem na een uur wakker te maken. Een tweede volgt gauw en dan is onze tent vol. De rest moet ‘buiten’ op het bankje zitten als ze stoppen.</p>



<p>Voor mij als eerdere loopster is deze&nbsp;CP4&nbsp;bekend als de eerste die je tegenkomt op de 50 mijl en vooral bedoeld als wat drinken en wat chips pakken en weer door, maar voor de 100 mijl is dit het 100 km punt en bijna een point of no return. En het is koud! Ik was gewaarschuwd, had me er weer geen voorstelling van kunnen maken maar ben blij met mijn drie lagen waar ik gauw een vierde aan toevoeg door mijn regenjasje aan te trekken die ik eigenlijk bij me had onder het motto ‘mocht het nou tóch nog kouder worden dan gedacht, dan heb ik die eventueel ook nog bij me.’ Het ís kouder dan gedacht maar gelukkig met het jasje ben ik voldoende gekleed, vooral omdat het voorlopig best druk is met het af en aanlopen van de lopers. De sterrenhemel is dan wel weer prachtig om naar te kijken.</p>



<p>Opeens staat Inge voor onze neus, zich verontschuldigend dat ze zo laat is maar ze moest naar een andere CP om wat bordjes om te hangen. Een boer had kuikens en die konden niet tegen al die lopers met hun lichtjes. Ze raken van slag en lopen als een kuiken zonder kop rond zich dood. En dus hangen de pijlen nu een stukje om. Inge heeft al wel vaker geholpen, vanaf de eerste editie, en kan nu wat aanwijzingen geven. Voor zover nodig want jullie kennen mij, na een half uur ben ik ‘King of my CP’. De voor velen onbekende Florence Nightingale in mij komt naar boven (ja, ik kan heel erg zorgzaam zijn) en ik vraag iedereen hoe het gaat, deel eten en drinken uit, help met het vullen van flesjes, wikkel uitvallers in dekentjes, zorg dat mensen de goede kant op lopen en hou iedereen in de gaten of het nog goed gaat. Ondertussen leer ik in rap tempo Vlaams van mijn collega vrijwilligers. Als tegenprestatie leer ik hun Nederlands. Hesp blijkt ham te zijn, ze hebben het over Stappers en ik leg op mijn beurt uit wat een capuchon is.&nbsp;</p>



<p>Er komt een busje en het is inmiddels ook een uur verder dus we wekken de loper die uiteindelijk toch besluit om door te gaan. Mooi want het busje kwam alleen proviand brengen en heeft geen plek om mensen mee te nemen. Wel hebben we nu wat meer dekens ter beschikking voor andere uitvallers.&nbsp;En dat zijn er veel. Het is een klein slagveld en we willen onze CP bijna omdopen tot ‘Another one bites the dust’, ware het niet dat we niemand willen demotiveren én dit een van de andere events van de Legends is. Een aantal bekenden komen nu buurten. Eerst Cees, die me in eerste instantie niet herkent door alle lagen stof die over mijn hoofd gedrapeerd zijn heen. Pas als ik mijn drie capuchons af doen en mijn lichtje aan zet ziet hij dat ik het ben. Dat en het feit dat ik zeg: ‘Ik ben het, Saskia.’ Dat helpt denk ik ook wel. Daarna Fernando en Edwin die er nog heel fris bij lopen. Als laatste Guido, met wie het een stuk minder gaat. Hij is enorm misselijk, gaat in de tent liggen en moet de handdoek in de ring gooien. Ik heb met hem te doen en probeer het hem zo makkelijk mogelijk te maken.</p>



<p>Er komt weer een auto aan en het duurt even voor ik in de gaten heb dat het Sandy is. Zij en een man stonden op CP5 die inmiddels gesloten is en komen even kijken. We kletsen even en ze nemen Guido mee naar de finish. Gelukkig, kan die ook weer bijkomen. De passanten beginnen nu een beetje uit te dunnen als de achterhoede van de 100 mijl langzaam maar zeker allemaal voorbij komt. De wandelaars zijn allemaal al geweest en de 50 mijl is pas gestart. Kan ik mooi Frank in de gaten houden. Hij loopt achterin maar gestaag. Toch zal het nog even duren voordat hij hier is. Ik snack wat nootjes en een frangipan, mijn meegebrachte broodje heb ik&nbsp;om 23:00&nbsp;al opgegeten. Het is inmiddels bijna&nbsp;2:00, de sluitingstijd voor de 100 mijl. De laatste lopers komen binnen, een groepje van vijf, waarvan er drie toch ook stoppen. We bellen maar weer om ze op te laten halen. Dan komt ook de laatste loper met nog een paar minuten op de klok en die loopt toch door. Dapper.</p>



<p>Niet veel later komen de eerste lopers van de 50 mijl binnen. Ze hebben haast want ze zijn nog fris. Fris op alle manieren want het wordt steeds kouder. Het is nu twee graden en de meesten lopen toch in korte broek. Ik denk aan Frank en ben blij dat ik niet hoef te lopen vandaag. Ik moet er niet aan denken. Aan de andere kant heb ik dit vaker gedaan, ga ik dit vaker doen en eerlijk gezegd als de omstandigheden anders waren geweest had ik vandaag ook gelopen. Dan had ik het ook koud gehad maar als ik aan het lopen ben is alles anders. Ray had weer een mooie uitspraak in Kamp van Koningsbrugge. ‘Je wilt het wel zijn, maar je wilt het niet worden.’ Ik wil het altijd zijn en ben bereid om het te worden anders begin ik er niet aan. Maar vandaag is vandaag en ik sta nu hier een ander ding te doen. Het zijn vooral mijn voeten die koud zijn doordat het vochtig is.</p>



<p>Na de hoos van de 50 mijl lopers is het weer rustig. Er komt nog een groepje van een man of acht waaronder Frank, en dat zijn de laatsten. Rond drie uur komen ze aanlopen en ook zij hebben het heel erg koud. Tja, beetje doorlopen hé, krijg je het vanzelf warm &lt;knipoog&gt;. Nadat iedereen van eten en drinken voorzien is gaan ook zij, op twee na, weer verder en is het in principe voor ons klaar. Ik kus Frank gedag en bel in voor een jongen die last van zijn hielspoor, heeft en een dame. We spreken af dat we de CP zo goed als mogelijk opruimen en wachten tot de twee lopers opgehaald zijn, dan mogen wij ook naar het finishgebied. Al met al is het al half vier als we vertrekken. Ik rij met Inge mee en Ann zie ik morgen, of liever gezegd later vandaag, wel bij de BBQ weer.&nbsp;</p>



<p>Eenmaal in het finishgebied meld ik mij weer in het commandocentrum. Ik mag slapen en ben vrij tot&nbsp;12:00&nbsp;mijn corveedienst start. Er is een herberg met bedden waar je kan liggen. Ik pak mijn slaapzak en kussen, blij dat ik die toch meegenomen heb, en zoek de herberg op. Een stukje verderop staat een gebouw dat het zou kunnen zijn en na een blik door de ramen gok ik het er maar op. Beneden schoenen uit, de bedden staan boven. Er zijn vier kamers en ik probeer deurtje nummer één. Ik zie volle bedden en ga naar deurtje nummer twee. Ik zie een trap naar boven maar verder niks. Ik ben lui en probeer eerst deurtje nummer drie. Nog een trap maar ook een stapelbed waarvan de bovenste leeg is. Bingo en&nbsp;om 4:45&nbsp;lig ik nagenoeg aangekleed heerlijk warm in mijn slaapzak.</p>



<p>Na ongeveer een uur of drie wat voor slapen door heeft moeten gaan word ik een beetje brak wakker. Ik blijf nog een uurtje liggen maar sta dan in fases op. Eerst even mijn telefoon checken en kijken waar Frank is, dan voorzichtig de slaapzak openritsen en acclimatiseren met de buitentemperatuur, buiten mijn slaapzak dat is, en uiteindelijk pak ik mijn spullen in en sta op om weer richting commandocentrum te gaan. Kijken of ik iets van ontbijt kan scoren want ik heb natuurlijk niks bij me. Vergeten, wat bijzonder is want eten heb ik altijd wel geregeld. Nou ja, eerlijk is eerlijk, ik zou ik niet zijn als ik niet een plan B had dus ik heb een pakje chocomelk bij me en er zit een Madeleine en een frangipan in mijn tas. Worst case scenario als er geen ontbijt is kan ik dat opeten.</p>



<p>Ik meld me bij het commandocentrum en vraag naar mijn taak in de keuken en eventueel ontbijt. Ik word in de handen van Sandy geplaatst die me naar de bevoorradingstent leidt. ‘Hier staat alles wat we te eten hebben, leef je uit’ is vrij vertaald de boodschap. Het worden twee boterhammen met abrikozenjam en twee boterhammen met pure chocoladepasta. En een pakje chocomelk. Als ik dat allemaal op heb is het zo’n beetje elf uur en ondanks dat ik officieel pas om twaalf uur ingedeeld ben loop ik met mijn ziel onder mijn arm. Ik vraag of ik al wat kan doen en krijg twee keuzes: helpen met eten klaarmaken of helpen achter de bar. Het kost me één milliseconde. Met mijn achtergrond als professioneel kroegtijger heb ik genoeg ervaring achter de bar en vind dat ook veel leuker dan rode bieten snijden. Ik word overgedragen aan Harry en Marianna.</p>



<p>Het duurt een kwartiertje voordat ik weet waar alles staat, hoe ik mensen digitaal moet laten betalen, hoeveel iets kost en hoe de bonnetjes van de BBQ werken. Ik kan aan de bak. Met afwisselend drank schenken, glazen ophalen en mijn favoriete lopers in de gaten houden maak ik niet alleen mijn stappen maar gaat de dag ook lekker snel voorbij. Gelukkig maar want anders was ik allang in slaap gevallen. Naarmate Frank de finish nadert alsmede de cut off begin ik ook de bende van ellende op de hoogte te houden. Zelf hebben ze gisteren een ultra trail in Luxemburg gelopen. Cees komt binnen, Fernando en Edwin komen binnen en uiteindelijk is daar het moment waarop ik Frank kan opwachten. Het is rond&nbsp;16:30&nbsp;en heeft dus formeel nog een kwartier over.&nbsp;</p>



<p>Frank is behoorlijk naar de klote. Fysiek dan, hij heeft enorm pijn in zijn knie gehad, maar ik ben super trots op hem dat hij het gehaald heeft en doorgezet. Mentaal valt het dan ook allemaal wel mee en binnen no time heeft hij weer de grootste praatjes. Als iedereen zo’n beetje weg is, is het voor ons ook tijd om te gaan. Het is al vijf uur en we moeten nog minstens drie uur naar huis rijden. Ik neem voorlopig afscheid van mijn nieuwe vrienden want ik ga er zeker een aantal zien tijdens de Bello als ik zelf weer meeloop. Ik heb er nu al weer zin in, helemaal omdat ik nu meer mensen van de Legends familie ken. Een aantal lopers bedanken me nog voor de goede zorgen en ik kan recht uit mijn hart zeggen dat ik het met liefde heb gedaan. Want één ding weet ik nu zeker.</p>



<p>Lopen is leuk, maar supporten op dit soort events en afstanden is evenzo leuk!</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/door-de-ogen-van-de-vrijwilliger/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>The Great Escape: Een goede dag</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/the-great-escape-een-goede-dag/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/the-great-escape-een-goede-dag/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 21 Sep 2023 20:05:44 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[ardennen]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[luxemburg]]></category>
		<category><![CDATA[Snelheid]]></category>
		<category><![CDATA[The great escape]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<category><![CDATA[ultratrail]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=4167</guid>

					<description><![CDATA[Zaterdagnacht 0:00 uur. Ik sta met ongeveer 50 man/vrouw op een terrein van de brandweerdiensten van Clervaux, een klein plaatsje ergens in het midden van Luxemburg. We zijn net ruim een uur met de bus hier naartoe gebracht vanuit Maboge, België, waar de finish is en het gebied dat we maar al te goed kennen [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>Zaterdagnacht 0:00 uur. Ik sta met ongeveer 50 man/vrouw op een terrein van de brandweerdiensten van Clervaux, een klein plaatsje ergens in het midden van Luxemburg. We zijn net ruim een uur met de bus hier naartoe gebracht vanuit Maboge, België, waar de finish is en het gebied dat we maar al te goed kennen van onze Trail des Fantomes avonturen. Het is net een dropping. Zo van ‘ik drop je in Luxemburg en je komt maar terug lopen’. We hebben in de bus gelukkig een beetje kunnen doezelen. Onderweg heb ik met gesloten ogen geluisterd naar de conversaties van enkele medelopers. Het ging voornamelijk over het weer. Ik had me volledig ingesteld op droog en warm weer maar het ziet er naar uit dat het tóch nat wordt. Wel warm, maar zeker ook nat. Bah, daar zat ik nou net niet op te wachten. Nou ja, misschien valt het mee.&nbsp;</p>



<p>Frank is er helemaal klaar voor en Tony is er ook. Mafkees, die heeft vanochtend nog 45 km van Run the Pubs gedaan en staat nu hier met ons om nog eens 80 km te lopen. Ik sta hier alleen maar omdat ik een Hollandse krent ben. Te gierig om het reeds aangeschafte startnummer te laten verlopen omdat niemand reageerde toen ik van de week serieus vroeg of iemand op mijn nummer wilde lopen. Achteraf gezien had Tony het kunnen doen, maar heel diep in mijn hart ben ik blij dat ik toch zelf ga starten.</p>



<p>Uitlopen ga ik vast en zeker niet doen. Na de 50 km van vorige week op de Airborne, de verbouwing die toch wel energie vreet en mijn overgangsperikelen heb ik gewoon te weinig energie en kracht om het te&nbsp;&nbsp;doen. Deze trail is geen kattenpis, vorig jaar zaten we strak op de cut off tijd, en het venijn zit hem in de staart. Bovendien is nog maar de vraag of het wel verstandig is aangezien het feit dat we over drie weken de marathon van Chicago moeten lopen. Maar goed, niet starten weet ik zeker dat het niks wordt en de helft moet ik toch wel kunnen halen.</p>



<p>Er is een verzorgingspost op 18 km, dat moet lukken. De tweede, waar we ook een drop bag kwijt kunnen, ligt op 37 km. Geen marathonafstand maar ik kan er altijd nog wat kilometers aan vast plakken. Deze zou in theorie ook moeten lukken en daar heb ik toch mijn zinnen wel op gezet. De derde op 53 km zou perfect zijn en als alles heel erg voorspoedig gaat en ik een uitermate goede dag heb zou ik misschien door kunnen en willen lopen naar de 67 km. Natuurlijk hou ik altijd in het achterhoofd de volle 80 km, maar op papier is het gewoon niet haalbaar.</p>



<p>Dit jaar zijn René en Simone er wel maar toch ook niet bij. Zij zijn gestart op de 160 km en terwijl wij aan de steak met friet in La Roche zaten zijn zij uitgestapt op 57 km. Nadat ik nog een ijsje had gescoord en we ons in Maboge hadden gemeld voor de registratie kwamen we ze tegen. René had te veel pijntjes en Simone was de hele week ziek geweest, en nog steeds een beetje, dus het was voor hun een mooi avontuur en ze hadden er vrede mee. Ik ga er vanuit dat wat het voor mij ook wordt vannacht en/of morgen, ik dat ook zal hebben.</p>



<p>Het is tijd om te starten maar we krijgen eerst een korte briefing en er wordt even stilte gehouden voor het overlijden van Mark Wagenaars, een bekende in de trailwereld. Het is nu nog droog en als het zo ver is wandelen we een stukje over de weg naar het startpunt. Ik herken het nog van vorig jaar, eerst omhoog en dan het bos in en uit, de weg over, tunneltje en dan weer het bos in. Heuvelachtig bos moet ik er wel bij zeggen.&nbsp;</p>



<p>Als er is afgeteld schiet iedereen er vandoor. Ik volg gewoon op mijn gemak. Ik voel mijn benen en kuiten en moet helemaal opwarmen en in de flow komen, gewoon rustig aan op mijn eigen tempo. Zo heb ik het vorige week ook gedaan en dat zal ik de komende tijd nog wel moeten blijven doen. Toch voel ik me ergens wel ok. Ik dribbel en wandel naar boven en volg de instructies van de vrijwilligers die ons het eerste stukje op weg helpen. Voorzichtig ga ik naar beneden langs het smalle paadje heuvel af vol met boomwortels want ik wil niet in de eerste kilometer al vallen. Eenmaal beneden de weg oversteken en de laatste aanwijzingen. Vanaf nu moeten we de bordjes volgen.</p>



<p>Ik ren over de recent geasfalteerde weg. Ik kan me dit stuk niet meer helemaal goed voor de geest halen maar zie wel dat dit compleet nieuw is. Mij hoor je echter niet klagen, dit is prima te rennen. Ergens links van mij hoor ik nog andere lopers en zie ook hun lichtjes. Ik moet nog een stukje door eer ik daar ben, turend naar de bordjes van de route. Toch pak ik de GPS er bij en dat is maar goed ook. Ik loop langs een spoor maar ben al te ver. Een stukje terug moet ik het spoor over maar er staat een groot lang hek langs, daar kan ik echt niet door. Even speuren in het donker zie ik een bruggetje met een tunneltje dat er onderdoor gaat.&nbsp;</p>



<p>Het geheel doet sprookjesachtig aan en ik probeer dan ook een foto te maken wat niet helemaal lukt. Van daar uit nog een stukje groen en kom ik op een weg uit. Opnieuw voel ik dat ik te ver doorloop. Bij het trailen ontkom je er niet altijd aan om een stukje op asfalt te lopen, maar als dat stuk te lang is zit je meestal fout. Godzijdank voor mijn GPS handheld. Ik ben inderdaad weer te ver en moet terug, zoekend naar het pad het bos in. De eerste 5 km zitten er dan al op en het is begonnen met regenen. Gelukkig is het niet koud.</p>



<p>De regen maakt het echter lastig om de bordjes te zien en soms is het zelfs zo mistig dat je bijna helemaal niets ziet. Ik begin me alweer af te vragen waarom ik zo nodig moest starten en lopen. Waarom ben ik zo eigenwijs? Waarom hou ik er van om mezelf dit aan te doen? Ik snap het ook niet, maar ondanks dat ik inwendig loop te schelden op de regen loop ik stiekem eigenlijk best wel lekker. Het is het avontuur dat me trekt. Hier alleen midden in de nacht in een bos in Luxemburg in de regen aan het hardlopen, zoekend in de straal van mijn hoofdlampje naar de route die ik moet volgen. Meer avontuur dan dit wordt het niet.</p>



<p>Ik hou er van om ‘s nachts in mijn eentje in het bos te zijn. Het heeft iets rustgevends, wat dat betreft ben ik altijd al een nachtmens geweest. Ik zie talloze, ik vermoed, veldmuisjes voor mijn voeten wegspringen. Het lijken wel minikonijntjes zoals ze springen, en één keer ga ik bijna op een grote pad staan. Die beesten weten ook niet wat dat rare mens hier op dit&nbsp;&nbsp;tijdstip doet. Ik zit inmiddels in mijn flow en ren, dribbel en wandel over het bospad, boomwortels ontwijkend en af en toe een beetje glijdend door de modder.</p>



<p>Op ongeveer 9 km gebeurt het onwaarschijnlijke. Ik zie een rood lampje voor me, teken van een andere deelnemer waar ik dus bij gekomen ben. Even later haal ik hem in. Het is een oudere man en hij spreekt Frans. Laat dat nou net niet mijn sterkste kant zijn maar klagen over de regen en vragen hoe het gaat lukt nog wel. Als we weer een aardig klimmetje hebben gaat hij mij weer voorbij. Zo wisselen we elkaar af, haasje over. Dan loopt hij weer voor, dan loop ik weer voor. Omhoog is hij veel sneller, maar omlaag of rechtuit is mijn basis snelheid hoger. Bovendien lijkt het er op dat hij alleen op de bordjes loopt en moet dus soms even zoeken terwijl ik met mijn GPS dan sneller de route gevonden heb én kan anticiperen of we links of rechts moeten.&nbsp;</p>



<p>Zo lopen we alleen maar toch samen. We komen langs een plek waar een disco staat en er klinkt luide housemuziek in de nacht. Wat als ik er gewoon de brui aan geef, lekker naar de disco ga, de hele nacht uit mijn panty dans en morgenochtend een bus naar Maboge neem? Ik doe het natuurlijk niet maar verleidelijk is het wel. We duiken weer een bos in en zitten rond de 15 km als we het bos uitkomen de weg op. Hier staat een bordje en een pijl richting Sassel. Daar heb ik vorig jaar een foto gemaakt, ook in de regen. Omdat de weg twee kanten op gaat en er ook nog een derde bospad is pak ik de GPS er bij maar ik kan niet goed zien welke kant we nu op moeten. De beste man weet het ook niet en samen proberen we de route te vinden. We dreutelen wat heen en weer als we toch een bospad met een bordje zien. Ah, daar moeten we dan waarschijnlijk heen. Bovendien is het omhoog dus dat kan bijna niet anders.</p>



<p>We starten de steile klim en zijn een paar honderd meter verder als er een andere deelnemer ons naar beneden tegemoet loopt. Het is ook een oudere man en spreekt ook Frans. We stoppen verbaasd, vragen ons af wie er nu fout loopt, constateren dat we wel dezelfde afstand hebben en de mannen overleggen druk. Ondertussen kijk ik op de GPS maar wordt er niet helemaal wijs uit. Door de regen en de hoge luchtvochtigheid heeft hij er blijkbaar wat moeite mee. Ik meen te zien dat de pijl zegt dat we de andere kant op moeten en de eindafstand loopt ook op, maar het zit me niet lekker. Ik zet de route op mijn klokje aan maar die geeft geen uitsluitsel en de route op de telefoon geeft me de indruk dat we een lus gemist hebben. Het lijkt wel of we ergens doorgestoken zijn waar dat niet moest.</p>



<p>We besluiten stug onze weg te vervolgen, en de tweede oude fransoos volgt ons. Als we de lus gemist hebben lopen we hem dan maar alsnog, ook al is het andersom is mijn logica. Ik negeer dus eigenlijk de signalen van mijn GPS en dat wordt een dure les als ik even later een hartgrondig ‘Merde!’ hoor van de eerste oude fransoos. Hij herkent een hutje waar we dus al eerder langs gelopen zijn en wat definitief aangeeft dat we terug aan het lopen zijn. Er zit niks anders op dan omdraaien en opnieuw de weg volgen tot we weer bij het bord richting Sassel zijn. Dit keer geven zowel de bordjes als de GPS de route duidelijk aan.</p>



<p>We rennen nu met zijn drieën de geasfalteerde weg richting Sassel af, waarbij de eerste oude fransoos wat achter blijft en de tweede oude fransoos voor me uit loopt. Wordt je toch zo maar op een willekeurige zaterdagnacht geëscorteerd door twee oude Fransozen! In Sassel maak ik weer een foto. Daarna op weg naar de eerste verzorgingspost.</p>



<p>Al met al heb ik nu 2 km extra op mijn klokje staan en heeft dit geintje, inclusief zoeken en overleggen me een half uur gekost. Na Sassel rennen we over een lange weg naar beneden waar volgens mij de drankpost moet staan. Dat klopt ook wel want ik heb inmiddels 20 km op mijn klokje.&nbsp;&nbsp;De verzorgingspost staat echter niet waar ik hem had verwacht en naarmate we verder lopen en de kilometers oplopen krijg ik sterk het idee dat we hem gemist hebben. Ik heb geen idee wat dat met mijn kwalificatie doet en de cut off time, die nu toch wel zo langzamerhand voorbij is. Gelukkig heb ik genoeg eten en eventueel drinken om het tot de volgende post te halen.</p>



<p>Dan ineens, op voor mij 22 km, is daar toch de verzorgingspost. Ik vraag op welke kilometer zij staan en dan blijkt dat het niet 17 of 18 km is, maar 20 km. Gelukkig, dan is mijn ‘overschot’ maar 2 km en lijkt het toch enigszins mee te vallen. Voor het gemiddelde tempo van 5 km per uur heb ik nog een kwartier, ook al loop ik in de praktijk rond de 6 km per uur. Maar ja, dat verloren half uur en die 2 km extra kon ik me eigenlijk niet veroorloven. Ik word er dan ook op gewezen dat ik wel op moet schieten omdat de tijd krap is. Ik drink alleen cola en ga gauw weer op weg. Gelukkig komt nu het ‘makkelijkste en snelste’ gedeelte.&nbsp;</p>



<p>De eerste oude fransoos is wat achtergebleven en zie ik niet meer terug maar ik ruil hem in voor de tweede oude fransoos met wie ik hetzelfde spelletje speel als de eerste. Gaan we omhoog dan is hij sneller en loopt voorop, gaan we omlaag of rechtuit dan ben ik sneller en haal hem weer in. Zo overwinnen we opnieuw alleen maar samen het heuvelachtig bos- en watergebied dat ik omgedoopt heb tot het beverpad, omdat Frank hier vorig jaar een bever zag. Ikzelf heb dit jaar het geluk om op een stukje landweg een hert vlak voor mijn neus de weg over te zien springen. De fransoos zag wel een ‘biche’ maar niet wat het was want hij liep toevallig achter mij.</p>



<p>Naast het bosgebied loopt de route nu ook over ellenlange landwegen, over smalle paadjes langs de wei met prikkeldraad en af en toe over stukken geasfalteerde weg door het land. De regen is na ongeveer vier uur eindelijk gestopt maar dat neemt niet weg dat ik zeik- en zeiknat ben. Bovendien is het nog steeds erg vochtig dus opdrogen tijdens het lopen gaat ook niet gebeuren. Ik ben wel nog steeds erg blij met mijn schoenen. Mijn meerdere malen geamputeerde linker kleine teentje heeft ruimte en er zit geen drukpunt, en ook de blaren lijken voorlopig uit te blijven.&nbsp;</p>



<p>Het blijft af en toe zoeken naar de juiste route en ik neem geen risico’s meer dus ook als we over een lang pad lopen check ik regelmatig of we nog goed gaan. Soms met de nodige hartverzakking als ik denk dat we weer verkeerd gaan maar dan blijkt dat de GPS altijd even tijd nodig heeft om positie te bepalen en de route aan te geven. Dit jaar sta ik niet stil bij de diverse plekken met een oorlogsmonument, geen tijd, met uitzondering&nbsp;&nbsp;van het grenspaaltje tussen België en Luxemburg. Daar liepen we vorige jaar rap voorbij en kon ik er nog net een foto van maken. Dit keer vraag ik aan de fransoos of hij hem van mij wil maken. Er staat dan 32 km op de teller.</p>



<p>We rennen weer door en het begint langzamerhand te schemeren, teken dat straks de zon op komt. De hanen zijn dan al veelvuldig en luid aan het kraaien. Het is enorm mistig maar dat geeft samen met de ochtendgloren een prachtig plaatje. Ik maak dan ook een paar foto’s en we halen weer iemand in. Het moet niet gekker worden. Ik heb echter al wel besloten en aan mezelf beloofd dat ik mag stoppen op de 53 km. Met alle omstandigheden en wetende wat er nog gaat komen ga ik de cut off never nooit halen en vind ik een ultra eigenlijk wel genoeg. Toch doet het ‘pijn’, want uitstappen zit niet in mijn aard. Voorlopig eerst naar de 37 km, 39 km voor de lezers thuis.&nbsp;</p>



<p>In mijn hoofd ben ik ook nog steeds bezig met rekenen. Zolang ik rond de 6 km per uur blijf lopen gaat het goed. Dat red ik niet helemaal, maar ik heb toch best aardig wat ingehaald na de eerste verzorgingspost. Mijn oorspronkelijke doel was om 7 uur te doen over de eerste 37 km en bij de tweede verzorgingspost aan te komen. Uiteindelijk lukt dat in 6 uur en 45 minuten en staat er zelfs 40 km op de teller. Mooi, dan heb ik een kwartiertje extra. De laatste twee kilometer gingen dan ook wel lekker snel, volledig heuvel af. Als ik naar binnen loop kan mijn verbazing niet groter zijn als ik Frank en Tony daar aantref. Ze zitten er blijkbaar al een tijdje. Frank is gevallen en er zit een verbandje om zijn knie. Ze zijn heel moe dus gaan ook nog even 10 minuten liggen. Al met al gaan ze om 7:05 weer op pad, en schiet er toch door mijn hoofd dat ze aardig door moeten gaan lopen om straks uiteindelijk de finish te halen binnen de tijd.</p>



<p>Ikzelf draai mijn programma af. Klokje op de lader, telefoon op de lader, lampje en batterij in de dropbag en inruilen voor een zonnebril. Natte kleding wisselen voor droge (ik had er toch ook een droge onderbroek in gegooid?). Eten en drinken bijvullen en niet geheel onbelangrijk, plassen. De oude fransoos gaat eerder op pad dan ik en ik maak snel een foto met hem. Het is toch soort van een loopmaatje geworden. En tussen alles door ook nog een hot dog eten die ik bijna niet weg krijg vanwege een droge mond. Als ik eindelijk klaar ben om op pad te gaan is het 7:20 en heb ik nog een kwartier voor de officiële cut off van 7:35. Vanaf nu maakt het me niet meer uit, ik stop toch op de volgende post van 53 km.&nbsp;</p>



<p>Het is nu volledig licht en ik voel al een beetje warmte en zie een voorzichtig zonnetje dat probeert door te breken. Het lopen is nu een stuk makkelijker omdat de bordjes goed te zien zijn en ik zie waar ik loop. Het landschap is wederom vele lange landwegen en paden langs weides. Als ik op een gegeven moment door een dorp loop en de vallei in kijk hangt er nog wel een dikke mist, maar het geeft weer een prachtig plaatje.</p>



<p>Relatief snel heb ik toch de oude fransoos weer ingehaald en nog een laatste keer spelen we ons spel. We komen weer bij een dorp waar ik een lange trap op moet. Aan het einde van die trap zit het bakkertje en heel even overweeg ik weer om iets te kopen. Dit keer is het de enorme lange rij die me er voorbij doet lopen. De oude fransoos loopt voor me en weet even niet waar hij heen moet. Hij ziet mij en ik wijs hem de juiste kant op, behoed hem voor fout lopen en stuur hem daarna bijna alsnog verkeerd.&nbsp;</p>



<p>De stedelijke stukken en bewoonde gebieden lijken wat talrijker. Ik zie wel drie eekhoorntjes wegspurten en van boom tot boom springen maar ik begin moe te worden en mijn benen en voeten te voelen. Toch ben ik nog steeds ok voor mijn huidige doen. Bij de laatste verzorgingspost heb ik mijn stokken meegenomen maar ik heb ze eigenlijk nog steeds niet nodig. Ze maken mijn trailvest wel zwaar en dat voel ik in mijn rug. De 6 km per uur haal ik al lang niet meer maar ik zit nog steeds ruim boven de 5 km per uur en hobbel lekker door. Ik heb het vermoeden dat de oude fransoos en ik ons ook aan elkaar optrekken. Als hij gaat rennen ren ik toch met hem mee en als ik een lekker stuk gerend heb zit hij altijd weer vlak achter me. Het is een taaie ouwe baas wat dat betreft.&nbsp;</p>



<p>Als ik nog een paar kilometer moet staat Alma daar, klaar met haar camera en een GoPro. Ze interviewt me, vraagt hoe het gaat en ik hoor de teleurstelling in haar stem als ik zeg dat ik op 55 km uit ga stappen. Ze probeert nog heel even om te zeggen dat ik door moet lopen maar ik leg uit hoe het zit en begrijpt het dan. Ze maakt nog een foto en wenst me succes. Ik heb bij de verzorgingspost mijn muziek opgezet en omdat het de laatste kilometers zijn en ik geen haast meer heb loop ik nu dansend door. Het helpt ook als afleiding voor mijn nu toch wel een beetje pijnlijke voeten. Dan herken ik ineens het laatste stukje weg als ik weer uit een bos kom en weet ineens weer hoe de, dit keer voor mij laatste, verzorgingspost er uit ziet. </p>



<p>Ik kom binnen de tijd aan dus in theorie zou ik door mogen lopen maar ik doe het niet. Frank en Tony zijn nog niet eens zo lang geleden langs geweest en ik krijg de groeten. Ik kondig aan dat ik stop en als ze zeker weten dat ik het zeker weet krijg ik een kop soep en bellen ze naar het hoofdkantoor om het te melden. De oude fransoos gaat door en ik wens hem succes. Ondertussen zijn de vrijwilligers die de uitstappers naar de finish terug brengen ook gearriveerd. Mij in dit geval. Ik ben echter nog druk in gesprek en uiteindelijk is het al 10:45 geweest eer we vertrekken. Het avontuur zit er voor mij nu op maar ik heb er inderdaad vrede mee, ben heel blij met de afstand én hoe het gegaan is en er zit slechts een heel klein beetje spijt dat ik niet heb kunnen uitlopen. Frank moet de eer maar hoog houden dit keer.</p>



<p>Terug in Maboge tref ik René en Simone weer en ook Maarten is daar. Ik moet wel het een en ander uitleggen maar daarna kan ik lekker douchen en op de bank ploffen met wat drinken. Ook de BBQ is om 12:00 aangegaan dus die eet ik als lunch. Het gaat er goed in na zo’n nacht. Dan is het verder de stipjes van Frank en Tony volgen, andere bekenden spreken en zien finishen en een beetje slap ouwehoeren. Helaas komt het moment dat we de stipjes van Frank en Tony niet alleen buiten de tijd voor de laatste verzorgingspost zien staan, maar ook nog eens te lang er uiteindelijk op. Als Frank belt bevestigt hij waar we allemaal al bang voor waren. Ze zijn er uit gehaald vanwege de cut off. Balen! Ik was er al bang voor. Later blijkt dat ze gewoon veel te lang getreuzeld hebben her en der en Frank de cut off tijden niet in de gaten heeft gehouden. Sufkut noemen we dat want ze gingen als een speer.&nbsp;</p>



<p>Het duurt even voordat ze arriveren en ook zij moeten eten, drinken en vooral kletsen. René en Simone gaan naar huis en ook wij vinden het rond een uur of vier wel welletjes en nemen afscheid. Tenslotte moeten we ook nog drie uur naar huis. Thuis, helaas nog steeds niet in Rotterdam maar in Pijnacker, waar we de spullen opruimen, (nogmaals) douchen en nog maar wat te eten scoren alvorens het bed in te duiken. Thuis waar we bijna niet aangekomen waren omdat de benzinetank leeg was en de weg naar de dichtstbijzijnde pomp door de politie afgesloten. Het is een wonder dat we de volgende gehaald hebben, maar soms moet je een beetje mazzel hebben.</p>



<p>The Great Escape 2023. 80 km van Luxemburg naar België. Ik heb het, zoals verwacht, niet gehaald. Maar ik had een uitstekende dag!</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/the-great-escape-een-goede-dag/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
