<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>trail des fantomes | Op weg naar de marathon</title>
	<atom:link href="https://www.opwegnaardemarathon.com/tag/trail-des-fantomes/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.opwegnaardemarathon.com</link>
	<description>The road to the finish!</description>
	<lastBuildDate>Sun, 10 Aug 2025 16:30:38 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.9.4</generator>
	<item>
		<title>Trail des Fantomes: Aan alles komt een eind</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-aan-alles-komt-een-eind/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-aan-alles-komt-een-eind/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 10 Aug 2025 16:26:15 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Hardloopvrienden]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Snelheid]]></category>
		<category><![CDATA[trail des fantomes]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Training]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=4924</guid>

					<description><![CDATA[De vakantie is voorbij. Voorbij? Nee, niet helemaal. Nog één weekendje biedt dapper weerstand aan het weer aan de bak moeten. Alhoewel, we moeten nu ook aan de bak, maar toch anders. Nadat we&#160;woensdagavond&#160;thuis gekomen zijn van onze trip naar Denemarken, en donderdag drie wassen hebben gedraaid, fotos opgeruimd, een paar boodschappen gedaan, naar de [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>De vakantie is voorbij. Voorbij? Nee, niet helemaal. Nog één weekendje biedt dapper weerstand aan het weer aan de bak moeten. Alhoewel, we moeten nu ook aan de bak, maar toch anders. Nadat we&nbsp;woensdagavond&nbsp;thuis gekomen zijn van onze trip naar Denemarken, en donderdag drie wassen hebben gedraaid, fotos opgeruimd, een paar boodschappen gedaan, naar de masseuse zijn geweest, mijn haar heb laten doen bij de kapper, paardgereden en het skelet weer recht heb laten zetten door de Chiro, kan de sporttas weer uit de kast en inpakken voor het jaarlijkse uitje naar La Roche en Ardenne voor de Trail des Fantomes.&nbsp;</p>



<p>Dit wordt de achtste keer en nadat ik vorig jaar voor het eerst uit moest stappen wegens mijn fysieke gesteldheid en een onfortuinlijke valpartij, ga ik dit jaar voor de revanche. Met ooit een keer de 60 km en de 70 km had ik destijds al besloten niet langer dan tussen de 40 km en 50 km meer te lopen hier. Dit jaar komt hij uit op 55 km, wat dan weer neerkomt op een GPX van 57 km maar dat weet je nooit van tevoren. Maar ja, de eerstvolgende kortere afstand op zaterdag is de 20 km, en dat vinden we dan weer een beetje te kort, dus we doen het er maar mee. Bovendien zit ik op de wip om het sowieso de laatste keer Fantomes te laten zijn. Ik bedoel, het is hier heel leuk en zo, maar het wordt steeds drukker, er is nog zoveel meer te doen en heel eerlijk heb ik niet zo veel zin meer in die hele technische stukken.&nbsp;</p>



<p>Vrijdag rijden we relaxt richting de Ardennen waar we in de middag aankomen. We waren laat met het boeken van een accommodatie dus ons standaard appartementje zat vol. Het is een hotelletje in de buurt geworden. Net zo dichtbij maar aan de andere kant van de brug. Grootste voordeel, privé parking want dat is altijd wel een uitdaging in La Roche. Vrienden Richard en Natascha staan weer op de camping in de buurt, samen met zoon en schoondochter Jur en Danique die dit jaar twee vrienden bij zich hebben, Suus en Jason. De mannen lopen morgen ook maar de 20 km.&nbsp;</p>



<p>Nadat we ingecheckt hebben bij de alleraardigste eigenaar en de tas gedumpt doen we een boodschapje bij de Spar voor het ontbijt morgen, want we moeten rond&nbsp;6:00&nbsp;al weg. We lopen naar de camping van Richard en Natas waar we een drankje doen. Rond&nbsp;17:30&nbsp;rijden we naar Herou om de startbewijzen op te pikken. Startbewijzen, met een tas die we dit jaar krijgen in plaats van een buff en een shirt. Een shirt? Had ik die besteld? Blijkbaar. Ondanks dat ik al 100.000 shirts in de kast heb liggen. Maar goed, hij is leuk dus vooruit dan maar. We rijden weer terug naar La Roche want&nbsp;om 18:30&nbsp;hebben we gereserveerd bij de Italiaan. Is het me de hele vakantie gelukt om geen pizza te eten, vandaag gaat hij er aan. En ik bestel lekker de meest foute pizza die ik kan bedenken, pizza met ansjovis en ananas. Ja je leest het goed, ananas. A-na-nas. So, there you have it. En hij is heerlijk. Daarna natuurlijk een ijsje en op tijd naar bed, want de wekker is weer onverbiddelijk&nbsp;morgenochtend.</p>



<p>We staan gelijk op als blijkt dat de eigenaar van het hotel nog vroeger zijn bed uitgekomen is om toch voor ons ontbijt klaar te zetten op dit vroege tijdstip. Had niet gehoeven maar ontzettend lief en we maken er dankbaar gebruik van. Sterker nog, de broodjes die ik had gekocht tover ik met wat Nutella om tot broodjes voor de start en tijdens het lopen. Daarna gauw op pad en als we daar aankomen staan we zomaar in de file. Dat is ook nieuw en ik weet niet of dat nu is omdat ze de plekken op het parkeerterrein, lees weiland, aan het toekennen zijn dat extra tijd kost, ze de start van de 73 km en de 55 km tegelijk laten lopen of omdat het dit jaar gewoon nog drukker is dan normaal. Het voelt van alles een beetje. Ik krijg het echter wel een beetje op mijn heupen. We hebben nog 20 minuten voor de start en dit gaat nog wel even duren. Bovendien moet ik naar de wc.</p>



<p>Frank zegt dat ik wel vast kan gaan dus ik loop het laatste stuk om in de rij voor de Dixies aan te sluiten. Daar zie ik Marcel die last minute zo’n beetje aangehaakt is om de 73 km te lopen. Die is dus vanochtend deze kant opgereden, gek. Maar ja, dat wisten we al. Tegen de tijd dat ik de pizza met a-na-nas achter gelaten heb heeft Frank kunnen parkeren en hebben we nog 5 minuten voor de start. 5 minuten waar we Fernando, Kees, Diana, Gertjan en Akke ook nog tegen komen. Zo kom je altijd wel iemand tegen die je kent. Ik geef Frank een kus en dan is het aftellen. Frank en ik hebben besloten om op onszelf te lopen. Zo houden we elkaar niet op want de tijdslimiet is strak, heel erg strak en behoorlijk wat strakker dan vorig jaar. Was het ooit 3,7 km per uur, mochten we er vorig jaar 5 km per uur over doen maar dit jaar is het 5,5 km per uur. Het zal best, ik hou er rekening mee dat ik dat niet ga halen, het blijft de Ourthe.&nbsp;Om 20:00&nbsp;sluit de tijd voor de 73 km, dat moet wel genoeg zijn. Die tijdslimiet is overigens nog een reden om er mee te stoppen, en als ik dan ook nog hoor dat ze met een abonnement gaan werken om mee te kunnen lopen weet ik het 99% zeker.</p>



<p>We gaan van start en met frisse tegenzin dribbel ik het eerste weggetje vals plat omhoog, gevolgd door de weg naar beneden het bos in en naar de Ourthe. We zijn begonnen. Mijn eerste focus is de eerste verzorgingspost op ongeveer 14 km. Frank loopt voor me maar als hij iets met zijn vest aan het rotzooien is loop ik hem voorbij. Niet voor lang want hij haalt me wel weer in. Het belooft een mooie dag te worden en zo vroeg in de ochtend is het nog koel maar in de loop van de dag zal het wel warm worden. Ik loop haasje over met een paar Nederlandse dames en het valt me op dat ze de Fantomes zo te horen voor het eerst lopen. Net als een aantal andere lopers heb ik al gemerkt dat er veel newbies zijn en vooral ook mensen die niet zo goed weten wat ze kunnen verwachten. Tijd voor een andere hobby, trailen is veel te populair geworden. Ik vond het in het dorp ook al drukker dan normaal.</p>



<p>Het lopen gaat redelijk goed. Mijn bilspier, waar ik toch al een paar weken last van heb, voel ik wel maar houdt zich rustig, en met een gemiddelde snelheid van 6 km per uur bouw ik toch wat marge op. Tegen de tijd dat ik bij de eerste VP kom staat Frank daar nog, die zit dus niet zo heel erg ver voor mij. Ik pak wat cola en wat sinaasappel maar blijf niet te lang hangen. Tenslotte is het nog vroeg in de wedstrijd. Frank vertrekt iets voor mij maar als ik een paar kilometer verder ben en een steile heuvel op moet krijg ik hem weer in de smiezen. Het volgende doel is de 28 km met de verzorgingspost waarbij we weer bij het startpunt komen. Ik merk dat het terrein wat lastiger wordt en ik tijd aan het verliezen ben. Ik loop nu langs de oever van de Ourthe over de rotsen en de boomwortels als ik Frank weer voor me zie lopen. De twee dames ben ik inmiddels kwijtgeraakt na een langer stukje waar ik lekker naar beneden kon rennen.</p>



<p>Frank heeft niks in de gaten als ik achter hem loop, dan weer wat dichterbij, dan weer wat verder weg. Op een gegeven moment zit ik hoogstens 10 meter achter hem als we langs een beekje komen. Ik heb het warm en sta even stil om mijn gezicht te koelen en weg is hij weer. Het duurt weer even en opnieuw heb ik hem bijna te pakken. Een rots met een boom en een rood wit lint markeert, ja wat eigenlijk? Als ik de rots en de boom passeer zie ik het. Een nest met ietwat groter dan normale wespen die inmiddels een beetje agressief beginnen te worden van al dat passerende vee. Ik loop er als de sodemieter voorbij en hoor later dat menigeen toch gestoken is. Als ik Frank opnieuw ‘te pakken’ heb maak ik me kenbaar en lopen we samen via de eerste watercrossing, kan Frank mooi een foto maken van mij in het water, naar Herou voor de 28 km post, waar we met een exact gemiddelde van 5,5 km per uur aankomen.</p>



<p>Ik ga helemaal los op de watermeloen want ik heb vooral dorst. Ik zweet als een otter en ben drijfnat. Dat heb ik de laatste tijd wel vaker, ook weer een signaal dat mijn lijf allerlei veranderingen aan het doormaken is. Gelukkig heb ik nog steeds geen last van de warmte. Als ik weer wil vertrekken vraagt Frank of ik op hem wacht maar hij moet nog naar de wc, we gaan weer een heftige afdaling tegemoet, ik moet zelf ook nog even plassen en ik heb mijn tijd hard nodig, dus nee. Ik begin aan mijn afdaling en de blarenfabriek is ook opgestart. Mijn voeten zijn lekker blaren aan het kweken en ik voel minstens vier drukplekken. En we zijn pas op de helft.&nbsp;</p>



<p>Ik hobbel lekker door als ik na 4 km bij de afdaling naar de hel kom. Het meest technische stuk dat er tussen zit waar je achteruit hangend aan touwen moet afdalen. Toch heb ik dit vaker gedaan dus ik schrik er niet van en vastberaden grijp ik het touw om af te dalen. Dan slaat het noodlot toe. Van mijn val in Kopenhagen had ik mijn elleboog geschaafd en zat er al een dikke week een irritante dikke korst op die ik er af wilde hebben maar omdat het nog niet genezen was er op bleef zitten. Tot ik de Fantomes ging lopen want natuurlijk door een swing van het touw en een scherpe uitstekende rotspunt schamp ik zo de korst er af. Alsof ik het er om doe. Ik vloek en ik tier (sorry) want het doet niet alleen zeer, het bloed ook nog als een rund en een dikke straal loopt langs mijn onderarm. Voor latere zorg, nu eerst beneden komen. Als ik eenmaal beneden ben neem ik even de tijd om een doekje voor het bloeden te pakken en mijn arm in de Ourthe af te spoelen. En weer door.</p>



<p>Uiteindelijk haalt Frank me weer in. Tenminste, bijna want we gaan nu open veld op om lekker in de brandende zon over het asfalt te banjeren. Niet Frank zijn favoriete loopomstandigheden. Ik heb wat mensen in het vizier en dribbel vastberaden daar waar ik kan omhoog, slechts een momentje stoppend voor een klein stiertje op mijn pad, die mij wel interessant maar als ik een foto van hem maak het toch ook wel spannend vindt. We zijn nu in Maboge waar Richard en de club wacht. Dit is tevens de 40 km VP. Als we daar zijn zit de hele bubs op het terras. We krijgen applaus en ze zijn trots op ons maar manen ons snel naar de VP want daar zijn ze aan het opruimen. Tja, we zijn officieel ‘buiten de tijd’. Ik kan nog vullen met cola en wat cola drinken maar daar houdt het dan wel mee op. Gelukkig ben ik redelijk selfsupporting op wat drinken na.</p>



<p>We moeten nog zo’n 16 km en hebben nog iets meer dan twee uur de tijd. Frank denkt dat we het nog binnen de tijd kunnen halen, ik niet. Ik gok op een uurtje of zeven binnen, dat is twee uur extra. Ook stelt hij voor om de rest toch samen te lopen. Tenslotte lopen we redelijk met elkaar op. Het voordeel van los lopen, en dus niet op elkaar wachten, is wel dat we daarmee geen tijd verliezen, maar wat maakt het uit en samen is toch gezelliger. Zo gezegd zo gedaan en we werken onze weg naar de 45 km. Daar is nog een laatste VP, vooral voor de mensen van de 73 km, waar nog van alles te verkrijgen is. Opnieuw val ik aan op de watermeloen en neem even de tijd om te zitten. Marcel en Fernando zijn er ook.&nbsp;</p>



<p>Als we zo ver zijn gaan we op pad voor de laatste 11 km. De eerste 5 km daarvan gaan soepel maar je weet wat ze zeggen, het venijn zit hem in de staart als we niet de afdaling maar nu de klim naar de hel krijgen. 20 minuten per kilometer is geen uitzondering en zelfs de Dextro moet er hard aan trekken om mij mondjesmaat nog voort te laten bewegen. Twee van de vier blaren zijn inmiddels gesprongen maar dat maakt het niet beter. Ook met Frank gaat het al niet beter. Wij zijn gewoon niet opgewassen tegen 5,5 km per uur in dit landschap. Toch geven we niet op, uitlopen zullen we. Gewoon voetje voor voetje want je weet wat ik altijd zeg. Aan alles komt een eind…</p>



<p>Na nog wat steile klimmetjes, steile afdalinkjes, nog meer steile klimmetjes, nog meer steile afdalinkjes, nog wat steile klimmetjes die overgaan in steile klimmetjes en dan eindelijk, éindelijk de laatste afdaling, met nog een klimmetje en een afdaling, staan we weer langs de Ourthe om na een paar honderd meter de laatste crossing te doen. Nog één foto voor het nageslacht en dan mogen we het valse plat omhoog terug naar Herou. Een laatste krachtsinspanning maar te doen. Een uur en 44 minuten na de officiële tijd lopen we samen over de finish. Daar haal ik mijn, dit jaar houten, medaille op en drinken we nog wat. Trail des Fantomes, done and dusted. Mocht ik nog enige twijfel hebben, nu weet ik 99,99 % zeker dat dit mijn laatste keer was. I’m getting to old for this shit. Ok, ik loop de 100 km Great Escape nog (slechts 4200 hoogtemeters in 22 uur) en de 200 km Bello Gallico en dan ga ik voor 2026 eens serieus nadenken wat ik nog wel en niet meer loop.</p>



<p>In het hotel douchen we en strompelen naar het restaurant waar we Richard en de rest treffen voor een lekker steak met friet, het verhaal van het spook kijken terwijl ik weer een ijsje eet en dan op tijd naar bed. Zondag op tijd naar huis en de rest van de dag relaxen. Morgen nog even bijkomen en dan moet ik weer aan het werk.</p>



<p>Tja, aan alles komt een einde.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-aan-alles-komt-een-eind/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Trail des Fantomes: Terminator 6 &#8211; 1 Spook</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-terminator-6-1-spook/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-terminator-6-1-spook/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 11 Aug 2024 14:47:39 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[La Roche]]></category>
		<category><![CDATA[Snelheid]]></category>
		<category><![CDATA[trail des fantomes]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Training]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=4615</guid>

					<description><![CDATA[Vooruit dan maar. Nog één keer voordat we op vakantie gaan. Alhoewel Frank dit ook een minivakantie noemt. Ik zou het traditionele weekendje Trail des Fantomes, inmiddels onze zevende keer, niet echt een minivakantie noemen maar gewoon een weekendje weg en een trail lopen, maar goed, wat hij wil. Afgelopen week nog even bij de [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>Vooruit dan maar. Nog één keer voordat we op vakantie gaan. Alhoewel Frank dit ook een minivakantie noemt. Ik zou het traditionele weekendje Trail des Fantomes, inmiddels onze zevende keer, niet echt een minivakantie noemen maar gewoon een weekendje weg en een trail lopen, maar goed, wat hij wil. Afgelopen week nog even bij de dokter geweest voor de bloedtest. Na drie maanden twee keer per week roestige spijkers voor het ontbijt waren we allebei benieuwd of The Terminator weer genoeg motion fluid door de aderen had stromen. De resultaten logen er niet om. De HB waarde was gestegen van 5,9 naar 6,9. Het minimum is echter 7,5. Het zuurstof transport is dus wel beter maar nog niet goed genoeg.</p>



<p>Dan de Ferritine. Gestegen van 7 naar 9. De waarde dient echter tussen de 10 en de 150 te zijn. De ijzervoorraad is bij lange na nog niet aangevuld dus. ‘Teleurstellend’ zei de dokter. Maar goed, wat doe je er aan? Ik heb twee opties. Verder diepgaand onderzoek, wat niet logisch lijkt op dit moment, of nog drie maanden en dan elke dag een stukje van Thor’s hamer tot mij nemen. Die dan maar. Oh, en misschien iets rustiger aandoen en even geen Roparuns, Liberation Trails of Chouffe Trails. Vakantie of zo. Maar eerst nog even dit, de Trail des Fantomes. 48 km schoon aan de haak.</p>



<p>Ik zie er wel een beetje tegenop. Misschien dat het komt omdat mijn waardes nog steeds niet goed blijken te zijn of misschien is het de veel strakkere gemiddelde minimale snelheid die ik moet lopen. Vorig jaar was die nog 3,7 km per uur, nu is het 5 km per uur. Nou ja, 10 uur voor 48 km is technisch gezien 4,8 km per uur, maar we weten allemaal dat het vaak 48 km ‘en een beetje’ is. Anyway, de route is wel heel anders en de hele steile klim aan het eind is nu een hele steile afdaling aan het begin. Nou ja, we zien het wel.</p>



<p>We rijden vrijdag richting La Roche. Richard, Natascha, Jurre en Danique zijn er ook en staan op de camping waar we vrijdag BBQ-en. Jurre en Richard lopen de 15 km om 13:00. We maken het niet te laat. De wekker staat op 7:00 want we moeten 9:00 starten. Ik slaap wonderwel redelijk goed. Met horten en stoten maar áls ik slaap, slaap ik wel door heb ik het gevoel. We volgen ‘s ochtends onze routine van aankleden en ontbijten. Broodje pindakaas, wie is er niet groot mee geworden, want met mijn ijzerpilletjes mag ik geen melk twee uur na het slikken, dus ik neem geen risico met een bakje yoghurt. Flesje sap doet het ook altijd goed en ik neem nog een eierkoek mee. Eenmaal daar nog even naar de Dixie als we toch een paar bekenden tegenkomen. Maarten, Marleen, Kees en even later ook Frans. Last minute tickets of last minute aangekomen. Gekkenwerk maar goed, moeten ze zelf weten.</p>



<p>Om 9:00&nbsp;is het tijd en mogen we vertrekken. Ik ga rustig van start achteraan. Ik moet mijn eigen race lopen en vooral focussen op de tijdslimiet. Ik wil 5 km per uur aanhouden. De eerste vier kilometer gaan best aardig en ik heb zelfs puf om te lachen en vliegen voor de fotografen. Na 4 km sta ik weer bij het landgoed voor de eerste verzorgingspost. Ik neem alleen wat cola en ga dan gauw weer door want het is nog kort in de race, het struikgewas in.</p>



<p>Ik heb zowaar twee stelletjes achter me na de post, een Frans(talig) stel en een Nederlands stel. Dan komt de afdaling from hell. Ik heb het eerst niet eens zo in de gaten tot ik de touwen zie. Ja, dit is hem, dat kan niet missen! Voetje voor voetje schuifel ik naar beneden en ben ruim twintig minuten bezig. Dit stuk naar beneden duurt net zo lang als de keren dat ik hem omhoog gelopen heb. Als ik beneden bij de Ourthe sta kan ik alleen maar denken ‘zo, die hebben we gehad’. Ik pak het ritme weer een beetje op samen met de Nederlanders en we babbelen wat. Het terrein varieert wat in klimmetjes en afdalinkjes en de eerste 5 km zijn net binnen het uur. Dit moet ik vol zien te houden.&nbsp;</p>



<p>Maar ja, dit is de Ardennen hé? Ik krijg dus gelijk weer een klim voor mijn kiezen en de Nederlanders zijn weg. Het is behoorlijk warm en nu merk ik toch wel mijn lage waardes. Ik kan niet snel klimmen en ben binnen twee stappen buiten adem. Dat kost tijd en energie. Gelukkig is de klim niet lang en mag ik daarna weer twee kilometer een beetje meters maken. Bij kilometer 7 en 8 zitten dan weer een lastige technische klim en afdaling. Het voelt een beetje ontmoedigingsbeleid. Elke keer als ik denk dat ik een beetje marge kan maken wordt die gelijk weer teniet gedaan. Daarna mag ik hem dan weer opbouwen om de moed er in te houden. Of andersom.</p>



<p>Als de teller op 10 km staat, staat de klok op 2:00:34. Net geen 5 km per uur en ik heb op basis van het parcours al minstens zes keer serieus overwogen om uit te stappen bij de, was het nou 36 km of 37 km? Maar elke keer dan gaat het wel weer en loop ik toch binnen de 5 km per uur. Nog even geen beslissing nemen dan maar. Ik hobbel lekker verder en zie in de verte een stelletje lopen. Het zijn de Franstaligen die ik ook al een paar keer voorbij gelopen ben tijdens een afdeling en zij mij weer tijdens het klimmen. De Nederlanders heb ik niet meer gezien en ik dacht hen ook kwijt te zijn. Niet dus en ik loop langzaam op ze in als we langs een weg lopen.</p>



<p>Als we weer naar rechts mogen met wederom een ‘wat fijn ik kan meters maken’ afdaling haal ik ze weer in. Ik maak zelfs onderweg nog wat foto’s. Dan zie ik een man voor mij. Rond de 12 km haal ik hem in. Het is Frans die aan het wandelen is. Ik herinner hem er aan dat naar beneden gratis is. Hij heeft last van zijn bilspier, ik ken het gevoel, en zit in een dipje. Desondanks haakt hij toch aan tot aan de verzorgingspost van de 17 km. Maar eerst nog een afdaling die ik meen te herkennen als de ‘Muur van Maboge’, maar dan naar beneden. Toch best nog lastig met veel losse stenen, gladde rotsen en een technisch pad. Nog even door de struiken en over het bruggetje en dan is daar de post.</p>



<p>De grootse uitdaging hier is niet gestoken worden door een wesp, die over het eten en in het drinken krioelen. Mijn bekertje cola is alles behalve veilig en ik moet oppassen dat ik geen wesp pak in plaats van een winegum. Inmiddels zijn er ook mensen van de 37 km aangehaakt. Na de verzorgingspost nog even door Maboge heen en dan weer omhoog. Ik laat Frans en het Franstalige stel achter, ik moet aan mijn tijd denken (sorry Frans). Ik word nu links en rechts ingehaald door de 37 km lopers. Omhoog langs een breed pad is dat niet erg, maar als ik even later wat smallere afdalingen heb is het toch wel vervelend.&nbsp;</p>



<p>Gelukkig duurt het niet lang. Op ongeveer 18,5 km splitsen we. De 37 km lopers mogen rechtuit, de 48 km en 60 km lopers moeten links steil omhoog. Dit is het enige moment van de loop dat ik spijt heb dat ik niet officieel de 37 km loop. Dit is ook het moment dat ik mijn stokken tevoorschijn pak. Ook komt het stel weer aanlopen en halen mij weer in. Desondanks loop ik nog steeds 5 km per uur gemiddeld en begin ik zelf een klein beetje marge op te bouwen. Vier uur onderweg en ik zit keurig op 20,5 km, om vervolgens alles weer weg te geven op een lastige afdaling. Bovendien loop ik ook nog ergens verkeerd en moet ik de route op mijn klokje aanzetten om te checken waar ik heen moet. De Franstaligen komen ook weer bij. You win some, you loose some.&nbsp;</p>



<p>De afdalingen gaan of lekker of ok, de klimmetjes wat minder. Ik raak zoals gezegd snel buiten adem en sta elke keer een beetje te shaken als ik boven ben. Toch een teken dat het niet helemaal goed zit. Bovendien ben ik net een druipkaars als ik naar adem sta te happen op zo’n klim, alleen is het vooral vocht wat langs mijn gezicht, langs mijn armen en langs mijn benen druppelt. Ik lijk wel lek en nu begrijp ik een beetje hoe Frank zich altijd voelt. Frank, hoe zou hij zich houden in deze warmte? Frans heb ik helemaal niet meer gezien en ik ben bang dat hij uitgestapt is. Ikzelf heb nog hoop en blijf me optrekken aan het Franstalige stel.&nbsp;</p>



<p>24 km in&nbsp;4:40&nbsp;is op de helft en in elk geval binnen de limiet en op de 25 km heb ik zelfs tien minuten marge opgebouwd. Als ik de 26 km aantik is het ineens&nbsp;5:08. Hé? Ik had toch marge? Waar is die gebleven? Dan blijkt dat ik bijna 20 minuten over deze kilometer gedaan heb. Kutklimmetjes. Ik hoor Frank nog zeggen, er heilig van overtuigd, ‘Het parcours is dit jaar veel makkelijker dan vorig jaar’, en ‘je hebt de Chouffe ook binnen de tijd gelopen’ op mijn voorzichtige opmerkingen dat ik niet wist of ik het wel ging halen. Nou, ik geloofde al niet dat het makkelijker zou zijn, maar nu weet ik het zeker. En de Chouffe is veel en veel minder technisch. Maar goed, het maakt allemaal geen reet uit, ik moet door.</p>



<p>Vlak voor de verzorgingspost van de 27 km zie ik in het bos ineens een softflask liggen. Alle gelverpakkingen, achteloos achtergelaten door andere lopers, laat ik liggen maar dit raap ik op. Duidelijk verloren en iemand zal er blij mee zijn als hij gevonden wordt. Hoe blij hoor ik gelijk bij de verzorgingspost. Een dame die alleen dit bij zich had om te kunnen drinken is nét weg en de vrijwilliger neemt hem over en rent achter haar aan om hem te geven. Glad I could help. Ondertussen moet ik mijn drankvoorraad aanvullen. De cola is op maar ze hebben nog twee blikjes gescoord die we met vijf man delen. Ik pak nog een stukje sinaasappel en wat chips en ga gauw weer door. De volgende post is de cut off en niet op 36 km of 37 km zoals ik dacht, maar op 39 km. Daar moet ik voor&nbsp;17:00&nbsp;binnen zijn anders mag ik niet door. En ook al heb ik inmiddels 100 keer overwogen om daar gewoon te stoppen, ik wil de optie hebben om zelf te kunnen beslissen.</p>



<p>We komen weer door een dorpje en een lekkere lange afdaling. 30 km in&nbsp;5:53&nbsp;geeft me meer dan twee uur voor 9 km. We lopen nu weer langs de Ourthe maar in plaats van de gebruikelijke smalle rotspaadjes met veel stenen en boomwortels is het een redelijk begaanbaar pad met slechts wat keien. Ik ben de Franstaligen weer voorbij en ren een lekker stuk in een tempo rennen, wandelen, rennen, wandelen. Als ik even wandel zie ik verderop dat we weer omhoog moeten en wil het laatste stukje vlak dan ook nog even rennen. Haastige spoed is zelden goed zeggen ze wel eens.</p>



<p>Ik rij op de chicane en crash hardhandig in de muur. Stom uitstekend hoekje rots, of misschien wel gewoon stom ikzelf. Ik knal vooral met mijn rechterarm en rechterheup op de rots waar ik over struikel. De Franstaligen zitten achter me en de man helpt me overeind en pakt mijn door de bocht gevlogen stokken op. ‘Ça va?’ vraagt hij vriendelijk. ‘Oui, merci’ stel ik hem gerust, want hoe zeg je ‘Alleen een deuk in mijn ego’, in het Frans? Ze beginnen langzaam maar gestaag aan de klim terwijl ik even bij moet komen voordat ik ook weer ga lopen. De klim is pittig en nu dubbel lastig. Mijn arm doet zeer en mijn lijf is in shock. Mijn benen zijn stijf en het kost me de grootste moeite om omhoog te lopen. Tergend langzaam ga ik stapje voor stapje omhoog en moet elke twee stappen stilstaan om uit te hijgen. Dat hijgen duurt nu ook twee keer zo lang voor ik verder kan. Ik moet aan de Kilimanjaro denken, daar had ik dit de laatste klim ook, alleen toen had ik te maken met ijle lucht vanwege de hoogte. Ik doe weer ruim twintig minuten over deze kilometer, en ook kilometer 33 en 34 gaan niet echt snel. In elk geval geen 5 km per uur.</p>



<p>Alle marge die ik had opgebouwd is in één klap weg. Ik probeer wanhopig de motor weer op te starten maar er zit te veel zand in en er is schade aan de carrosserie. De vleugel ligt er gewoon af als ik ineens klim na klim krijg en ik geen kilometer meer onder de twaalf minuten loop. Bovendien heb ik al een paar dagen ‘moet ik nu wel of niet ongesteld worden?’ en was het vanochtend toch niet, lijkt het nu misschien toch wel te zijn. Ik besluit te stoppen om het te controleren want het loopt niet prettig. Ik heb alleen geen zakdoekjes bij me, wel een O.B., maar krijg er gelukkig een van een wandelaarster die op de top op het bankje zit. Ik daal eerst nog even een stukje af voordat ik controleer. Nou, toch niet dus maar als ik toch mijn broek op mijn enkels heb kan ik net zo goed plassen. Later blijkt overigens dat ik zelfs twee pakjes zakdoekjes bij me had maar te goed weggestopt.</p>



<p>Op 36 km heb ik nog een half uur voor drie kilometer. In theorie moet het kunnen maar ik krijg de motor gewoon niet meer aan de praat. Met een lekkere afdaling had ik nog een poging gewaagd maar ik heb het gevoel dat het alleen maar blijft klimmen. Of lastig afdalen, als ik dan toch weer langs de Ourthe loop maar niet echt lekker door kan rennen. Met 37 km stap ik uit de race. Ik moet nog 2 km naar de verzorgingspost die gelijk ook bij de finish op Herou ligt. Niet alleen red ik dat niet meer qua tijd, het zit er gewoon niet meer in. En ik hoef mezelf aan niemand iets te bewijzen. Als ik had omgezet naar de 37 km had ik dit ook gelopen dus het is goed zo. Word ik misschien toch nog verstandig op mijn oude dag.</p>



<p>Ik app Frank maar zie dat hij het niet ziet. De dekking is sowieso helemaal kut hier dus ik bel hem maar gewoon even om te zeggen dat ik er uit ga. Hij is net weg bij Herou en Jurre, die nog fris was van zijn 15 km met Richard en net gefinisht, is spontaan aangehaakt om de laatste 9 km met hem mee te lopen. Ik leg hem de situatie uit en waar ik ben. Hij waarschuwt me voor een man met een gebroken been, een oversteek van de Ourthe en ‘een nog hele lange pittige klim’. Precies de woorden die ik wilde horen op dit moment. Ik hang op, hij moet door en ik ook. We spreken elkaar straks wel weer. Nog geen 200 meter verder ligt inderdaad de onfortuinlijke man die zijn been gebroken heeft. Er zijn EHBO’ers bij hem en er staan een aantal lopers om hem heen. Ik blijf niet kijken. Ik kan toch niks voor hem doen, hij is in goede handen en ik moet nog, zei het weliswaar klein, stukje.</p>



<p>Bij 38,5 km moet ik inderdaad de Ourthe oversteken. Aan de overkant staan twee lopers te wachten op een arts om die de goede kant op te wijzen, met even verderop de ambulance. Die arts moet de man een pijnstiller geven om vervoerd te kunnen worden. Omdat ik nu toch geen haast meer heb maak ik een foto als ik in de Ourthe sta. #noourthenoparty zou Olav zeggen. Daarna begin ik aan de ‘hele lange pittige klim’ die vooral twee dingen is. Lang en pittig. Ik mag er in elk geval deze kilometer een heel half uur van genieten. Halverwege komt denk ik de arts naar beneden. Ik hoop het voor de beste man want volgens mij ligt hij er al een tijdje. Een stukje opzij lopen en dan het tweede deel van de hele lange pittige klim. Had ik al gezegd dat hij pittig was? En lang?&nbsp;</p>



<p>Op 39,5 km, want ik was een stukje verkeerd gelopen remember?, en op&nbsp;8:33&nbsp;uur&nbsp;kom ik bij de laatste verzorgingspost met de officiële cut off op&nbsp;8:00 uur. Ik loop hem voorbij richting de finish en Herou terwijl ik mijn startnummer afspeld. Ik moet door de fuik over de finish maar ik wil niet dat de speaker me omroept alsof ik wél gefinisht zou zijn. Gelukkig hebben de fotografen ook door dat ik niet officieel finish en worden er geen foto’s gemaakt. Ik pik wel mijn medaille op, die is voor Frank straks, en koop een cola alvorens ik de organisatie meld dat ik uitgestapt ben. Nu komt pas het appje van Natascha binnen, ze zitten aan het eind van het veld. Ik dacht dat ze al weg waren, niet dus. Ik loop er heen om even bij te komen en mijn verhaal te doen. Daarna besluit ik mijn 39,56 km nog even vol te dribbelen tot 40 km door een heen en weertje naar het einde van de weg en weer terug. Sommige dingen kan ik gewoon niet laten.</p>



<p>We wachten op Frank en Jur die keurig rond&nbsp;18:30&nbsp;binnen komen. Ik heb een extra medaille gekocht. Die wilde ik aan Richard geven maar hij had er zelf al een, dus hou ik mijn eigen maar en heb er tóch een voor Frank. Nog wat drinken en dan gaan we richting douche en eten. Na het eten scoor ik nog een ijsje terwijl het spook op de achtergrond zingt. Dit keer was ze te sterk voor me, maar als ik later groter ben neem ik gewoon revanche. Nu eerst mijn wonden likken, op vakantie, weer sterk worden en dan gaan we er gewoon weer tegen aan.</p>



<p>I&#8217;ll be back!</p>



<p>Is getekend, The Terminator!</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-terminator-6-1-spook/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Rennen door de Ardennen</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/rennen-door-de-ardennen/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/rennen-door-de-ardennen/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 13 Aug 2023 20:48:34 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Marathon]]></category>
		<category><![CDATA[Snelheid]]></category>
		<category><![CDATA[trail des fantomes]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Training]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=4144</guid>

					<description><![CDATA[We zijn er weer, in La Roche en Ardenne. Ons inmiddels jaarlijkse traditie half augustus om de Trail des Fantomes te lopen. De afgelopen jaren liep ik steeds een langere afstand maar na de 69 km van vorig jaar vond ik het wel welletjes. Ik was half twaalf binnen, iedereen had al gegeten en alle [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>We zijn er weer, in La Roche en Ardenne. Ons inmiddels jaarlijkse traditie half augustus om de Trail des Fantomes te lopen. De afgelopen jaren liep ik steeds een langere afstand maar na de 69 km van vorig jaar vond ik het wel welletjes. Ik was half twaalf binnen, iedereen had al gegeten en alle restaurants waren al dicht. Niet alleen ongezellig maar kom niet aan mijn eten! Dus besloten om dit jaar ‘gewoon’ weer de 43 km te doen. Dan ben je nog op een christelijke tijd klaar en kan je douchen en daarna gezellig met elkaar uit eten.&nbsp;</p>



<p>Het clubje is door omstandigheden dit jaar wat kleiner en daardoor ook gelijk wat intiemer. Lekker met z’n zessen, Frank, ik, Richard, Natascha, Jurre en Danique, zitten we dan ook&nbsp;vrijdagavond&nbsp;aan de pizza en pasta. Desalniettemin komen we weer genoeg bekenden tegen in het kleine dorp. Dennis en een vriendin komen voorbij, Boris, Marleen en Tony lopen morgen ook mee en als ik de laatste happen van mijn lasagne weg werk zitten Raymond en Graziella ineens aan het tafeltje schuin achter ons. Na afloop natuurlijk een ijsje halen en dan naar de B&amp;B in het centrum die alleen een B heeft.</p>



<p>Vrijdagavond&nbsp;zagen we al dat er regen dreigde en als de wekker&nbsp;zaterdagochtend&nbsp;gaat en we het gordijn opentrekken is het dreigement uitgevoerd. Het regent en het blijft nagenoeg de hele dag regenen. Getver! Nu had ik op alles gerekend behalve op regen. Gelukkig is het niet koud maar het vooruitzicht om een uurtje of tien nat rond te hobbelen word ik niet vrolijk van. Nou ja, het moet maar.</p>



<p>We rijden op tijd naar Landgoed Herou waar ik toch maar een shirtje koop, ik had nog niet genoeg hardloopshirts in de kast, en nog even naar de wc kan. Blijkbaar is er een Dixie waar niemand op wil. Ik snap het niet maar wellicht zijn mijn standaarden lager want er is papier en hij is maar een klein beetje vies. Hoe dan ook, ik maak er gewoon gebruik van en een halve lasagne lichter sta ik even later klaar bij de start. Gelukkig regent het maar heel zachtjes. Er wordt afgeteld, ik geef Frank een kus en weg zijn we.&nbsp;</p>



<p>Nog voor het eind van de weg loop ik al achterop maar ik heb geen haast. Ik ben tegenwoordig gewoon lekker hardlooptoerist. Het eerste stuk is altijd omhoog en pas na een paar honderd meter mogen we omlaag. De regen is aanwezig, ik word er nat van maar ik merk het eigenlijk niet, deels door de bomen en deels omdat ik gewoon met het lopen bezig ben. Het pad door het bos is mooi en ik maak dan ook en foto. Het pad is wel een beetje modderig dus ik kan wel rennen maar ben voorzichtig. Even later kom ik Tony tegen die zit te kloten met de route op zijn horloge. Ik loop door, hij haalt me straks wel weer in.&nbsp;</p>



<p>Ik ben al gauw bij de oever van de Ourthe en het spel van klimmen en dalen kan beginnen. Als ik bijna bij de 5 km ben hoor ik andere lopers al aan de overkant lopen. Ik loop hier nu voor de zesde keer maar alhoewel ik veel stukken herken weet ik de route nog steeds niet uit mijn hoofd. Toch is het eerste stuk naar de dam en dan weer terug zeker weten hetzelfde. Hier heb ik vorig jaar een foto gemaakt, dit jaar sla ik over.&nbsp;</p>



<p>In totaal is de eerste lus terug naar het landgoed en daarmee de verzorgingspost ongeveer 15 km. Tegen die tijd ben ik al ingehaald door de eerste lopers van de 29 km. Een split second denk ik ‘bekijk het maar, ik loop hier ook’, maar dan bedenk ik me gelijk dat ik toerist ben en zij aan het racen zijn. Dit is hun achtertuin, hun domein, en ik ben slechts die toerist, dus ik stap braaf opzij om ze er langs te laten. Ik krijg een gemeende ‘Merci!’ en ‘Good luck!’. Als ik weer verder wil hang ik aan de doornentakken van een braamstruik. ‘No good deed goes unpunished’, zeggen ze wel eens.&nbsp;</p>



<p>Het opzij stappen gaat nog heel vaak gebeuren, tot vervelends toe want ook al hebben ze allemaal haast en ik niet, het haalt me toch iedere keer uit mijn flow. Ik kijk dan ook uit naar het punt waar onze wegen zich gaan scheiden, maar dat duurt nog wel even. Ik heb geen haast maar loop wel door want ik heb niet eeuwig de tijd. Ik ‘moet’ 3,91 km per uur lopen, maar wil proberen ergens tussen de 4 en 5 km per uur uit te komen. De eerste 5 km zit ik nog op 4,5 km per uur, maar de tweede 5 km trek ik dat weer op naar 5 km per uur en ook als ik 15 km aantik en terug bij het landgoed ben voor de eerste stop zit ik aardig in de buurt. Maar ik weet wat er nog gaat komen, de tijd bij de stops niet meegerekend.</p>



<p>Eenmaal terug bij het landgoed, nadat ik over de stuwdam van Nisramont gelopen ben, kan ik even plassen en eet ik vooral watermeloen en wat chips. Beetje cola er in en ik kan weer verder. ‘Gaan met die banaan’ zoals er op het bord stond dat een aantal toeschouwers langs een stukje weg geplaatst hebben. Ik had eigenlijk wel verwacht dat Richard en Jurre me ook al ingehaald zouden hebben. Zij lopen de 29 km maar ik heb ze nog niet gezien. Ik hoop dat dat betekent dat ik beter loop dan verwacht en niet dat zij minder goed lopen.</p>



<p>Ik blijf niet al te lang hangen en duik de route weer op om bijna twee hele kilometers lekker door te kunnen lopen. Dat schiet lekker op en compenseert een beetje voor de ultralangzame klimmetjes. Het regent afwisselend hard en zacht, en het voelt afwisselend of het hard of zacht regent maar het resultaat is hetzelfde. Ik ben kletsnat. Toch is het niet alleen de regen want ik voel het zweet ook langs mijn gezicht lopen. Ik vraag me serieus af of ik lek ben, mijn camelback lek is of dat de lucht gewoon lek is. Het is een combinatie van de lucht en ikzelf. Toch zijn er ook qua regen wat ‘droge’ momentjes maar de luchtvochtigheid is zo hoog dat ik gewoon niet droog word.</p>



<p>Na het bekende pad langs de vakantiehuisjes loop ik over het bruggetje met het bord ‘L’Ourthe’ en ik kan het niet laten om er toch weer een foto te maken. Ook dit wordt traditie. Leuk voor later om de jaren achter elkaar te zetten. Na een stukje langs de rivier is het weer tijd voor een klim omhoog. En ieder jaar vergeet ik het weer, de eindeloze wegen die maar omhoog blijven gaan. Ook nu is het weer geen uitzondering, ondanks dat dit toch echt een nieuw stuk parcours lijkt te zijn dat ik niet herken. Of ik moet vorig jaar volledig hebben zitten slapen.</p>



<p>Als ik bovenaan ben en weer een stukje asfalt kruis schiet er een eekhoorntje van de ene kant naar de andere kant van de weg. Ook dit begint traditie te worden, ik zie er elk jaar wel één. Hij is donkergrijs en heeft net als ik geen haast maar loopt wel door. Na een kilometer mag ik weer naar beneden, naar de oever van de rivier. Ik zit volgens mijn klokje op de helft in 4,5 uur, maar ik weet diep in mijn hart dat ik zeker een kilometer voor loop op het daadwerkelijke aantal kilometers. Desalniettemin ben ik niet ontevreden over de status, zowel die van mij als die van de cijfers. Bovendien ben ik op de helft en nog geen een keer gevallen.</p>



<p>Dat is het grote nadeel van de regen. Kleine beekjes stromen nu vol water waar ik doorheen en overheen moet, zandwegen waar ik normaal gesproken lekker naar beneden kan denderen zijn nu gevaarlijke glibberpaden en ik wil een ding absoluut. Heel blijven! So far so good ook al gaat dat ten koste van mijn tijd want het lijkt wel of daar waar ik wel zou kunnen rennen ik omhoog moet, en daar waar het niet kan is alleen maar omlaag.&nbsp;</p>



<p>Ik heb niet zo op het netvlies waar nu precies de bevoorrading staat maar hij komt eerder dan verwacht. Vooruit dan maar en opnieuw doe ik me tegoed aan de watermeloen en de chips. Ook vul ik nu cola bij en grijp nog een Frangipan voor onderweg, een soort Belgische versie van een gevulde koek. Eten doe ik sowieso weinig. Na de verzorgingspost gaat het weer even een paar kilometer lekker. De lopers van de 12 km zitten nu ook op de route maar splitsen af. Een dame die naast me loopt is in de war en heeft de afslag gemist. Ze moet terug omhoog want hier ging het lekker naar beneden. Toch merk ik wel dat de afstand begint te tellen. Een halve marathon op asfalt is toch anders dan een halve marathon hier en ik tel af naar 30 km om af te kunnen tellen naar de 42 km. Ik heb nog even gevraagd hoe ver de volgende post is en die staat op 11 km verder. Voor mijn klokje betekent dat 35 km.</p>



<p>Ik kom op de langverwachte splitsing tussen de 29 km en de rest. Nu ben ik weer alleen en ook al keek ik er naar uit, ergens voelt het ook een beetje eenzaam. De stokken zit nog steeds in mijn vest want ik probeer zoveel mogelijk zonder te doen. Eigenlijk is dat niets meer dan luiheid want als ik ze er uit gehaald heb, heb ik geen zin om ze terug te stoppen maar vaak zitten ze meer in de weg dan dat ik er baat bij heb. Waarschijnlijk pak ik ze wel voor de laatste kilometers, als de echt technische stukken komen.</p>



<p>Als ik eindelijk op 30 km zit voelt het eigenlijk alsof ik al minstens op 35 km zit, maar het voordeel is wel dat het gestopt is met regenen en het zonnetje zelfs af en toe probeert door te breken. Dat duurt niet lang want natuurlijk als ik op een stukje open veld loop komt er een hevige regenbui over. En ik was net een beetje opgedroogd! Maar ook die bui duurt niet lang en het lijkt er op dat het nu helemaal droog blijft. Bovendien zit ik al op twee derde en ik ben nog steeds niet gevallen. Dat moet je natuurlijk nooit te hard roepen.&nbsp;</p>



<p>Op 32 km stap ik op een modderige rand en zwik ik mijn voet om vervolgens rechts in de modder en links in de brandnetels te vallen. Niet hard, maar genoeg om vies te zijn en een brandende knie te hebben. Bah, daar zat ik nou net niet op te wachten. En ja, je hebt niet echt getraild als je niet minimaal één keer gevallen bent, maar ik voel mijn voet wel dus ik hoop dat dat muisje geen staartje krijgt. Ik loop voorzichtig door en kom uiteindelijk na weer wat klimmetjes op een lange weg naar beneden waar ik lekker vaart en meters kan maken.</p>



<p>Beneden aan de weg kom ik niet alleen de laatste verzorgingspost maar ook Tony, Boris en Marleen tegen met nog een stel, die net een groepsfoto aan het maken zijn. Ik mag er bij en als zij daarna verder gaan, duik ik op de sinaasappels en de cola. Ik vraag hoe ver het nog is tot aan de finish en krijg te horen dat ik nog 10 km moet. Dat betekent op mijn klokje tot 45 km en ik loop dus iets meer dan 1 km voor.&nbsp;</p>



<p>Ook nu blijf ik niet te lang hangen en mag weer op weg, en weer omlaag naar de Ourthe voor ‘de grote oversteek’. Ik herken de weg van toen we de 42 km virtueel liepen. Toen moesten we hier omhoog. Aan het eind dan de weg duik ik het bos weer in en moet ik via een hele steile helling en een touw aan een boom omlaag. Beneden aan de oever staan Boris en Marleen en het stel te zoeken hoe en waar ze het beste het water in kunnen. Tony staat al in de Ourthe.</p>



<p>Als ik beneden ben pak ik mijn stokken en duik ook de rivier in. Lekker fris, koel aan mijn voet en nat ben ik toch wel. Gelukkig maar want het water komt tot aan mijn kruis. Ik poseer nog even voor de fotograaf en loop voorzichtig naar de overkant. Er staat een sterke stroming en twee keer dreig ik mijn evenwicht te verliezen maar het gaat goed en ik kom ‘droog’ aan de overkant.&nbsp;</p>



<p>Daar gaat een lang stuk van ongeveer anderhalf kilometer langs de oever door een erg modderige single track. Een van de weinige stukken waar ik loop te vloeken en te tieren want ik kan niet rennen, glij iedere keer weg, het doet mijn voet geen goed en heb links en rechts brandnetels. Ik moet onwillekeurig denken aan de Bello Gallico, met een soortgelijk modderige single track maar dan prikkeldraad aan weerszijden. Maar goed, aan alles komt een eind. Tony en de rest zijn al weg en alleen de 42 km loopt nog op dit stuk dus ik hoef niet meer achterom te kijken.</p>



<p>Opnieuw een pittige klim, maar het aftellen begint nu toch echt wel. Weer herkenbare stukken en na de klim een lekker stuk naar beneden als Frank belt. Die is zeker binnen en wil weten hoe ver ik ben, maar ik maak deze flow eerst even af. Als ik weer bij de Ourthe ben probeer ik hem te bellen maar ik heb geen dekking. Ik moet dan nog 5 km en gok een uurtje. Of misschien iets meer gezien het feit dat ik nog wat bekende, lees ‘de hatelijke afdaling’ en ‘de klim from hell’, stukjes verwacht.&nbsp;</p>



<p>Er zit nog een technisch stuk in met touwen aan bomen om je op te trekken maar ook al gaat het niet snel, het gaat wel soepel. Duidelijk gevalletje van ervaring. Mijn muziek roept al eeuwen dat mijn oortjes leeg zijn en als ik nog een kilometer of twee moet scheiden ze er écht mee uit. Dan maar old fashioned rechtstreeks via de telefoon. Nog een kutstuk langs de Ourthe, de hatelijke afdaling heb ik óf gemist of gehad maar het me niet zo gerealiseerd, en dan sta ik voor de laatste klim van het parcours.&nbsp;</p>



<p>Zo in het licht is het wat makkelijker dan vorig jaar in het donker maar dan nog is het een helling die bijna recht omhoog gaat. Zonder morren en met beleid begin ik er aan. Uitgerekend nu draait AC/DC op mijn playlist met ‘Highway to hell’. Ik had het niet beter kunnen plannen. De klim is langer dan dat ik dacht maar ik loop stug door. Ik ben inmiddels de tien uur gepasseerd waar ik toch een beetje op gehoopt had, en geef de schuld aan de regen, de modder en het feit dat ik op veel plekken niet naar beneden kon rennen waar ik dat wel gedaan zou hebben als het droog was geweest.&nbsp;</p>



<p>Dan ben ik eindelijk boven en mag het laatste stukje door het bos naar het landgoed. Frank staat me al op te wachten net als Tony, Boris en Marleen. Als ik gefinisht ben haal ik mijn medaille op en maak nog wat foto’s met Marleen. De teller is gestopt op&nbsp;10:20:57, ruim binnen de tijd en dus met extra tijd om straks gedoucht om 20:00 op het terras te zitten. Na mij komt een man binnen die ik ingehaald heb. Ben ik toch niet laatste tot ik hoor dat hij de 68 km heeft gelopen. Oh well…</p>



<p>Het is weer volbracht en iedereen is tevreden en blij, want ook Richard en Jurre hebben goed gelopen. De steak met friet smaakt heerlijk, net als het royal ontbijt de volgende dag.</p>



<p>Het was weer een geslaagd weekendje rennen in de Ardennen!</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/rennen-door-de-ardennen/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Trail des Fantomes: Sas solo</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-sas-solo/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-sas-solo/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 15 Aug 2022 15:49:20 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[trail des fantomes]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Training]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=3647</guid>

					<description><![CDATA[Het is inmiddels bijna traditie. Trail des Fantomes in La-Roche-en-Ardenne. Inmiddels voor het vijfde jaar op een rij gaan we met een clubje richting onze zuiderburen om door de heuvels van de Ardennen te banjeren. Destijds begonnen met 22 km, ga ik dit jaar voor de 69 km. Vorig jaar al de 60 km gedaan [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>Het is inmiddels bijna traditie. Trail des Fantomes in La-Roche-en-Ardenne. Inmiddels voor het vijfde jaar op een rij gaan we met een clubje richting onze zuiderburen om door de heuvels van de Ardennen te banjeren. Destijds begonnen met 22 km, ga ik dit jaar voor de 69 km. Vorig jaar al de 60 km gedaan in 13 uur en 40 minuten. Frank moest vorig jaar uitstappen en wilde revanche, maar met de weersvoorspellingen van heet, heter, heetst, heeft hij toch maar het wijze besluit genomen om om te zetten naar de 42 km.</p>



<p>Niet per se met opzet, maar ieder jaar zitten we ergens anders en dit jaar hebben we een appartementje in het centrum van La-Roche. Vrijdag lekker vrij genomen, rijden we ‘s ochtends vroeg al die kant op. We zijn te vroeg om in te checken dus we gaan eerst lekker lunchen. De rest van onze hardloopfamilie, zijnde Marilene en Ysbrand, Tony, Richard en Natascha en haar zoon Jur, die voor het eerst zo’n afstand gaat trailen, en zijn vriendin, zitten op een bijgelegen camping. Karin zit ook in de buurt in een appartementje, net als Simone en René, die de club compleet maken.</p>



<p>We hebben voor de avond gereserveerd bij Super Mario voor pasta en pizza om 18:30, waar ook Rob, Wilma, Dennis, Rob, Sasha, Marja en de kids aansluiten. Maar eerst om 18:00 klaar staan om ons startnummer op te halen. Daar komen we ook Bram nog tegen. Dan weer terug naar La-Roche en naar Mario. Ik eet een pizza met tonijn en na een ijsje gaan we lekker op tijd ons bed in. Tenslotte gaat de wekker weer om 5:30, voor de start om 7:00. Frank moet officieel om 9:00 starten op de 42 km maar omdat hij het startnummer van de 69 km nog heeft, gaat hij met mij mee. We hebben afgesproken dat we ieder voor zich lopen zodat we elkaar niet in de weg hoeven te zitten. Sas solo vandaag dus.</p>



<p>Die 69 km is niet zo erg, maar altijd maar dat vroege opstaan. Het meeste is klaar gelegd gisteren dus om 6:30 zitten we in de auto op weg naar landgoed Herou. Daar aangekomen nog even naar de WC, René en Simone gedag zeggen, Tony is nergens te bekennen. De briefing is kort en heeft goed nieuws. Ze hebben drie extra waterposten gemaakt vanwege de warmte, op 20, 40 en 60, naast de 15, 31 en 52. We zullen ze nodig hebben.</p>



<p>Als de wedstrijdleiding aftelt om te starten komt Tony aanrennen. Ik ga volledig mijn eigen tempo lopen. Dat betekent langzaam starten en daarna zien we wel. Doel is de finish halen en heel blijven. Tenslotte moeten we volgende week ook nog op vakantie. Iedereen gaat er als een haas vandoor en ik sukkel er achteraan. Het bekende stukje asfalt omhoog langs het weiland met de maïskolven en dan het bos in. De zon staat al aan de hemel en ik maak mijn eerste foto van de dag, want we doen het ook voor de lol.&nbsp;</p>



<p>Het is altijd gelijk klimmen en ook in het bos is het geen uitzondering. Tony blijft een beetje achter, maar als ik een bruggetje voorbij ben, waar ik gelijk foto 2 maak, haalt hij me in. Nog even een trailselfie en dan ben ik echt weer alleen. Na 3,5 km lopen we langs de bekende oevers van de Ourthe. Het is een continue opletten voor uitstekende stenen en boomwortels en ik blijf al een paar keer hangen waar ik net niet val. Het feit dat ik niet al te snel ga en voorzichtig ben helpt daar wel bij. Toch vind ik dit altijd een leuk stuk. Het uitzicht op de Ourthe is mooi, ook al zie je duidelijke tekenen van droogte.</p>



<p>Na een kilometer of 5 hoor ik aan de overkant van de oever andere lopers rennen. Ik weet niet hoe ver het nog is totdat ik de rivier over moet, maar ergens knaagt het toch wel dat ik helemaal achteraan loop en zij al daar zijn. Het duurt nog minstens een kilometer voordat ik ook de brug over mag naar de overkant. Dat scheelt, ik dacht dat we hier al door het water moesten. Kan ik nog even droge voeten houden.&nbsp;</p>



<p>Aan de overkant is het wat makkelijker lopen en kan ik wat tempo maken. Ook hoef ik mijn stokken nog niet te pakken. Even kijken hoe het gaat maar ik wil proberen om de eerste 15 km, totdat we terug bij Herou zijn, geen stokken en geen muziek te gebruiken. Rond de 8 km moeten we een heuvel over. Als je langs de Ourthe loopt weet je twee dingen. Om er te komen moet je afdalen. En als je er weer van weg wil moet je klimmen. Eenmaal boven loop ik langs een paar huizen en als ik weer beneden ben kom ik langs Olav’s kruis. Oftewel een stenen kruis waar Olav ons ooit op gewezen heeft en waar ik dus natuurlijk een foto maak.</p>



<p>Dan weer verder en ook nu hoor ik lopers aan de overkant. Als ik door het gras banjer hoor ik Frank ineens roepen vanaf de overkant. Hij roept dat hij verkeerd gelopen was en dat ik beneden moet lopen. Ok, goed om te weten en ik zal er op letten. Eerst maar weer bij de crossing zien te komen. Die ligt op bijna 10 km en is ook nu een brug. Nog steeds droge voeten dus. Ook met de warmte valt het reuze mee. Toch vind ik dit stuk zwaar. Misschien omdat ik er nog in moet komen, misschien omdat ik nog geen muziek heb en misschien omdat het gewoon aardig wat klimmen en dalen is. Maar het uitzicht is altijd de moeite waard. Het punt waar Frank verkeerd gelopen zou zijn zie ik niet. Wel denk ik ineens een loper te zien, maar drie seconden later is die nergens meer te bekennen. Ben ik nu al aan het hallucineren? Geen idee maar ik hoop het niet.</p>



<p>We duiken nu wat meer het bos in en herken ineens stukken van vorig jaar. Toen zaten we richting de 30 km en had Frank het heel erg zwaar. Ik weet het zeker als ik op 14 km bij de dam kom. Ook hier moeten foto’s gemaakt worden, tussen de drukte van de dagjesmensen door. Nu nog 1 km naar Herou voor de eerste verzorgingspost. Van de Ourthe af dus dan weet je het wel. Klimmen! Een gezin met een jonge knul moedigt me aan. ‘Hardloper!’ waarschuwt hij enthousiast. Als ik hem corrigeer dat ik niet zo heel erg hard loop zegt hij dat dat niet uitmaakt want tenslotte ben ik wel aan het lopen. En zo is het maar net. Eenmaal boven een stukje asfalt en dan ben ik er.&nbsp;</p>



<p>Het valt me tegen hoe lang ik er toch nog over gedaan heb. Ik had 3 uur de tijd voor de eerste cut off, dat is 5 km per uur, en ik had een beetje gerekend op 2 tot 2,5 uur. Ik heb echter 2:45 nodig gehad. De mensen van de 25 km staan allemaal klaar om te starten. Ik kijk nog of ik Marilene en/of Ysbrand zie maar ik zie ze niet. Bij de post drink ik wat cola en eet wat chips en een stukje sinaasappel. Daarnaast pak ik mijn oortjes, mijn stokken kunnen nog even wachten, maar blijf niet te lang hangen. Nog een tum tummetje of twee en dan weer door.</p>



<p>Nu gaat het naar beneden en ook aan het eind van de heuvel is een lang stuk asfalt langs het privé terrein van een huizencomplex. Ik herken het van vorig jaar, toen liep ik hier de laatste 5 km in tegengestelde richting. Hoe dan ook is het een heerlijke 3 km tempo maken, en het maakt de gebruikte tijd bij de verzorgingspost weer een beetje goed. Aan het eind een brug over de Ourthe waar ik een foto wil maken. Omdat het gewoon een weg is waar ook overig verkeer rijdt moet ik even opletten waar ik mijn telefoon neerzet. Precies in het midden. Ik zet de timer aan en poseer maar er rijdt precies een groep wielrenners langs. De tweede poging is wel raak. Daarna weer door, niet over de weg maar weer langs de oever.</p>



<p>We duiken nu een stuk akkerveld en weiland in. Nog steeds valt het me enorm mee met de warmte, ook in het open veld. Nu heb ik er sowieso niet zo veel last van en is het nog steeds relatief vroeg, maar er staat ook een beetje wind. Richting de 21 km is het weer uit met de pret en dalen we weer af naar de Ourthe. Op het smalle paadje krijgt een gemeen uitstekend stukje rots me te pakken en stort ik ter aarde. Ik ben dan net ingehaald door iemand die de 100 km loopt, misschien dat ik daarom afgeleid was. Hij merkt niet dat ik zand aan het happen ben en loopt door.</p>



<p>De schade valt enigszins mee. Een gat in mijn handschoen, godzijdank dat ik die aan heb, wat schaafwondjes op mijn arm en een iets pijnlijkere plek op mijn rechterknie naast een klap op mijn schouder. Nou ja, stof afkloppen en even het lijf na lopen. Niks gebroken? Nee? Dan kunnen we doorlopen. Ik voel mijn knie een beetje en mijn arm steekt, maar dat trekt wel weer weg. Even later komt Rob van Efferen, van Rob Sportfotografie, de oever opstappen. Die is net de rivier overgestoken. We kletsen even en hij biedt aan om een loopfoto te maken. Hij gaat dan net in de bocht staan en mag ik aan komen rennen. Lief en zo houden we het leuk!</p>



<p>Dan weer een stukje van de Ourthe af en binnendoor. Karrenpad en bos in omhoog. Net als ik me afvraag waar die extra verzorgingspost van de 20 km dan moet zitten zie ik de pijl met de aanwijzing naar rechts. Daar vul ik mijn water bij, drink cola en krijg een stukje watermeloen en pak dan toch maar mijn stokken. Van daar uit weer naar beneden, terug naar de Ourthe. Tussen 23 en 24 km zie ik Frank ineens lopen. Denkend dat de theorie ‘langzaam starten maar dat later inhalen’ bewezen is roep ik hem toe, maar er blijkt iets heel anders aan de hand. Hij is eerst zwaar gevallen, is toen doorgelopen, maar daarna ook nog eens met het gewonde been tegen een uitstekende tak aan gelopen, dusdanig dat zijn hele been dik is. En einde wedstrijd.</p>



<p>Ik vind het enorm kut voor hem want hij was lekker bezig en moet nu hierdoor weer staken. Bovendien hoop ik niet dat dit een staartje krijgt. Voorlopig moet hij eerst maar terug zien te komen bij Herou, en zijn telefoon is ook nog leeg. Het lukt hem wel en hij zegt dat ik maar door moet lopen, wat ik dan ook maar doe. Ik kan toch niks voor hem doen nu. Kusje en wel even waarschuwen in onze vriendenapp. Ysbrand is wellicht op het terrein van Herou en kan hem dan opvangen.</p>



<p>Iets voorbij de 26 km moet ik er dan toch aan geloven. De Ourthe en ik moet er doorheen. Het water staat natuurlijk niet hoog, wat voor mensen zoals ik die laag bij de grond leven een fijne bijkomstigheid is, maar voor de natte voeten maakt dat niks uit. Rob staat er weer te fotograferen met de aanmoedigende woorden: ‘Je mag vallen hoor!’ Grapjas! Aan de overkant komen de mensen van de 25 km, de 42 km, de 69 km en de 100 km samen op de route. Natuurlijk mijn eigen schuld omdat ik zo langzaam ben, maar reteirritant om continue ingehaald te worden door mensen die alleen maar heel snel voorbij willen rennen. Nu mogen ze van mij prima snel lopen en daar waar ik kan laat ik ze voorbij, maar ik wil ook door en niet de hele tijd mijn ritme moeten onderbreken om een groep van 10 man langs te laten. Bovendien zitten er ook tussen die je gewoon opzij lopen.&nbsp;</p>



<p>Als ik weer eens opzij stap voor een groep zie ik René en Simone staan. Die ergeren zich aan precies hetzelfde. Maar ja, wat doe je er aan. Snel door naar de 31 km dan maar, daar zouden ze moeten splitsen. Ik loop een stuk om en om met René en Simone en we krijgen weer een paar pittige klimmetjes voor onze kiezen. Rond de 28 km gaan we voorlopig tot aan het eind van de route weg van de Ourthe. Eerst nog een stukje bos en wat karrenspoor, en dan toch een lang stuk landweg in open veld. Koeien gedag zeggen en een klein beetje kijken hoe het met het thuisfront is en zien dat Frank op het base camp gearriveerd is. Verband om zijn been en een biertje in zijn hand, dus dat komt wel in orde. René en Simone lopen nu een stukje voor mij. Op naar de verzorgingspost van de 31 km.</p>



<p>Daar vul ik weer water en de extra fles met cola die ik achterin heb zitten. René en Simone zijn net klaar en lopen weer door. Die zie ik pas bij de finish weer. Als ik ook klaar ben vervolg ik mijn weg over het asfalt. Dan voel ik wat druppen, om er even later achter te komen dat de fles in mijn vest lekt. Kak, alles is kletsnat van de cola. Beetje leegdrinken dan maar, dan staat er geen spanning meer op en blijft de schade hopelijk beperkt.&nbsp;</p>



<p>Ik mag weer een heerlijke kilometer vals plat naar beneden rennen voordat we het bos in duiken. De pijl wijst nu naar links maar ik zie alleen een pad met allemaal omgevallen boomstammen. Ik wist niet dat het een obstacle run was. Gelukkig is het maar een klein stukje en mag ik nog twee kilometer naar beneden rennen richting Maboge. Zo schiet het wel lekker op. Om er vervolgens achter te komen dat de verhoudingen op de Trail des Fantomes niet kloppen, want voor elke 2 km dat ik naar beneden mag rennen, moet ik er 4 omhoog. </p>



<p>Wat volgt is dan ook zo’n heerlijke lange ‘neverending’ klim omhoog. Ik zit dan op 36 km en ben lekker met overtuiging over de helft. Het worden ruim 3 kilometers blik op oneindig verstand op nul naar het volgende dorp waar ik af en aan weer wat snellere meters kan maken. Op 40 kilometer staat een extra onbemande waterpost. De cola is op maar water bijvullen lukt prima, scheutje sportdrank er in voor het smaakje en eigenlijk moet ik even plassen. Omdat er allemaal auto’s staan met mensen hou ik het nog maar even op.&nbsp;</p>



<p>De beloning is 1,5 km weer naar beneden rennen tot ik weer in het bos ben en een bocht om moet. Dan hou ik het niet meer en pak een boom. Dat lucht op en mag ik nog 2 km naar beneden. Daarmee passeer ik de marathonafstand. Wat er ook gebeurt, die heb ik in elk geval in de pocket!&nbsp;&nbsp;Ik loop nu over een stoffige landweg waar ze aan het bouwen en kappen zijn. Achter mij een 100 km man, voor mij komen in tegengestelde richting twee quads aanrijden die een enorme stofwolk verspreiden. Alsof het nog niet droog en stoffig genoeg is. Mijn mond is permanent uitgedroogd en er valt niet tegen aan te drinken. Maar ook dat overleven we weer.&nbsp;</p>



<p>Op 45 km neem ik een ‘Kijkbuiskindertjes’ videootje op. Normaal gesproken Frank zijn ding, maar nu hij niet kan doe ik het maar. Ondertussen eet ik mijn appeltje, dat natuurlijk het lekkerste appeltje van mijn leven is. Nadat het een uur duurt voor het filmpje op Facebook staat ben ik alweer wat kilometers verder, en afwisselend een beetje omhoog en een beetje omlaag. Rennen gaat nog steeds, maar ik begin mijn knie nu wel een beetje te voelen, net als een blaar die zich onder mijn voet aan het ontwikkelen is, en ook de veiligheid van mijn teennagels durf ik niet meer te garanderen.&nbsp;</p>



<p>Toch blijven de kilometers langzaam maar gestaag doortellen. Bij 50 km heb ik in elk geval een ultra volbracht. Dat is vink twee. De volgende verzorgingspost staat op 52 km dus daar richt ik me nu op. Eenmaal daar aangekomen is het dezelfde post als de 60 km, alleen kom je dan van de andere kant. Ik moet nu eerst een lus maken van 8 km en dan kom ik hier weer terug. Ik hoor de vrijwilligers praten dat ze tot 20:00 blijven en dan afsluiten. Bovendien worden mensen die na 19:48 aankomen van het parcours gehaald. Ik ben blij dat ik er al voorbij ben, maar het is nu zo rond 18:00, dus ik moet minimaal 4 km per uur lopen om op tijd de laatste post te halen. Ik hoop dat ik het red, al helemaal omdat het begin van het&nbsp;lusje gewoon weer keihard omhoog is.</p>



<p>Na een praatje met de vrijwilligers (‘Hoe gaat het?’, ‘Oh wel ok hoor, alleen hebben we in Rotterdam geen heuvels.’ ‘Nee in Utrecht ook niet behalve de Utrechtse Heuvelrug. Nou ja, vergeleken met dit is dat ook niet echt een heuvel.’) De klim blijkt mee te vallen. ‘Slechts’ 2 km omhoog, en aan het eind een monument van een neergeschoten vliegtuig uit de tweede Wereldoorlog. Van daar uit weer 3 km naar beneden en een contactmomentje met Frank.</p>



<p>Nog een paar klimmetjes maar het meeste gaat gek genoeg omlaag. Inmiddels loopt mijn horloge wel een kilometer voor op de officiële route. Een beetje afwijking en een beetje extra meters die ik gemaakt heb. Het laatste stuk terug richting de verzorgingspost is een gravelweg vals plat omhoog maar op zich goed te doen. Hij duurt echter langer dan ik denk maar door de stukken omlaag haal ik het qua tijd prima. En dan is daar dan toch de post.&nbsp;</p>



<p>Ik vul voor de laatste keer alles bij, drink nog wat cola en app Frank dat ik de laatste 9 km in ga. Ik hou rekening met ongeveer 3 km per uur, dus nog drie uurtjes en ik focus dan ook op drie keer drie. Dan zou ik rond elf uur binnen moeten zijn. Ik vraag aan de vrijwilligers of het nog erg technisch wordt maar ze weten het niet. ‘Ze denken van niet.’ Nou ja, we gaan het wel zien. Ik pak nog drie Tucjes en begin aan de laatste etappe. Een dame van de 100 km die nog aan de lus moet beginnen wordt gemaand om er mee te starten want het is 19:48 en dat is de cut off tijd. Ik ben blij dat ik aan de andere kant van post sta.</p>



<p>Ik loop het stukje terug over de route naar de pijl naar rechts. Daar moet ik een supersteil stuk omlaag waar ik beide handen voor nodig heb. Ik stop de Tucjes in mijn mond om mijn handen vrij te hebben, maar mijn mond is al zo droog dat ik het met geen mogelijkheid weg krijg. Uitspugen wil ik niet want ik moet eten, dus dan maar wachten tot ik weer wat kan drinken. De afdaling is pittig en de blaar is heen gegaan en heeft zich vermenigvuldigd. Met andere woorden, hoe ik mijn voeten ook neerzet, ze doen per definitie pijn.&nbsp;</p>



<p>Ik daal weer verder af naar de Ourthe en sta ineens voor een onmogelijke opgave. Voor mij een laatste stap van een steile afdaling van een meter of vijf met twee touwen. Op de grond een pijl die ogenschijnlijk naar rechts wijst om er omheen te gaan, maar ook dat is bijna niet te doen. Dan moet ik door een bed van bladeren naar een boomstam en dan via daar naar beneden. Ik probeer het maar zak en glij weg in de bladeren en kan de grote stap naar wat een stukje stevige grond lijkt niet maken.</p>



<p>Even weet ik het niet meer, hoe moet ik hier in godsnaam naar beneden? Dan herpak ik me, zet mijn kiezen op elkaar en gok op de touwen. Ik gooi mijn stokken naar beneden, val bijna naar beneden als ik de touwen grijp en als een volleerd abseiler loop ik stapje voor stapje naar beneden, mijn blaren negerend. Dan vaste grond onder mijn voeten. That wasn’t so hard, toch? Ik pak mijn stokken weer op en loop weer verder. Langzaam schuifel ik de rest van de afdaling naar de Ourthe.</p>



<p>Eenmaal beneden ben ik weer bij de Ourthe waar ik opnieuw doorheen moet. Lekker voor de voetjes, maar niet heus. De voortgang gaat allemaal niet zo snel meer, en ik zit er niet ver naast met mijn 3 km per uur. Mijn voeten doen zeer, mijn knie doet zeer en ik begin nu toch wel heel erg moe te worden. Ik wil een potje janken van vermoeidheid maar ik heb geen tranen. Alle vocht die ik in mijn lichaam gooi gaat direct naar mijn vitale organen, en in tegenstelling tot wat ik er zelf van vind, beschouwt mijn lichaam mijn traanbuizen niet als vitale organen. Let’s agree to disagree.&nbsp;</p>



<p>De route vervolgt langs de oever, over graspollen en door een oerwoud van struiken. Even denk ik terug aan drie jaar geleden, toen ik met mijn verzwikte enkel hier de 11 km liep, vloekend, tierend en scheldend op diezelfde oever van graspollen. Iets met een ezel en een steen. De zon begint nu langzaam onder te gaan. Het is maar goed dat ik een lampje bij me heb. Natuurlijk krijg ik op de 63 km opnieuw een hele zware klim naar boven. Pas als ik boven ben geeft mijn klokje 64 km aan, wat in feite dus 63 km is gezien de afwijking. One down, two to go.</p>



<p>De volgende 3 km gaan relatief soepel. Relatief omdat ik weliswaar binnen de 20 minuten de kilometer blijf, maar het is afzien en alle souplesse is er uit. Het is alleen nog maar overleven en proberen de pijn in mijn voeten te negeren. Dan de bordjes van ‘Nog 5 km tot de finish’. Ik kijk op mijn klokje en zie dat ik door moet tot ongeveer 71 km. We schuifelen stug door en het begint nu donker te worden. Ik daal opnieuw af naar de Ourthe en besluit beneden mijn lampje te pakken. Ik vervolg mijn weg en word nog even belaagd door een groot vliegbeest. Mijn lamp uitdoen heeft geen zin en het is pitch black dus dan maar weer aan, doorlopen en hopen dat hij weg gaat. Uiteindelijk doet hij dat ook. Het kost allemaal tijd. Maar goed, het tweede deel van de eindetappe zit er nu ook op.</p>



<p>Dat moet gevierd worden, en dat doen we natuurlijk met een stevige klim omhoog, weg van de Ourthe. Bovenaan moeten we het bos in en dan is er een klein probleempje. Ik moet nog 2,5 km, de pijl zegt rechtdoor maar ik twijfel als ik even geen pijlen zie. Ik pak de GPS er bij om te checken zoals ik dat al een aantal keren eerder gedaan heb. Dan zie ik dat ik van de route af ben, exact op het moment dat de batterij leeg is. Ik loop terug om te kijken of ik een pijl gemist heb. Een 100 km man komt me tegemoet lopen en ik vraag of hij de route bij zich heeft. Hij kijkt op zijn telefoon en raakt ook in verwarring want ook hij ziet dat we van de route af lopen.&nbsp;</p>



<p>Ik bel Frank. Ik krijg de GPS ook niet open om de batterijen te verwisselen. Na wat overleg zegt Frank namens Tony dat we een ander bosweggetje moeten nemen maar we kunnen hem niet vinden. Na wat heen en weer geloop besluiten we maar gewoon door te lopen, want ook de batterijen wisselen helpt niet. Later blijkt dat ik ze er verkeerd ingestopt heb, maar ja, na 68 km was ik niet zo scherp meer. Dan zien we gelukkig weer een vertrouwde pijl&nbsp;&nbsp;en uiteindelijk dalen we voor een laatste keer af. Ik app Frank bij het 2 km bordje, en na wat een eeuwigheid lijkt ook bij het 1 km bord. Die komt alleen niet aan, want geen dekking.</p>



<p>Ergens in mijn achterhoofd realiseer ik me dat we nog omhoog moeten en dat dat meestal bij de Fantomes ook wel zo is, maar ik negeer het. Ik wil er niet aan denken. Nog 500 meter en dan komt inderdaad die laatste klim. Hij overtreft mijn ergste nachtmerries. 300 meter in een hoek van 90 graden omhoog. Er staat een 100 km man op het punt om naar boven te gaan, en een man van de organisatie die heel terecht zegt dat het een pittige klim is, maar dat we nu al zo ver gelopen hebben dat ons dit ook nog wel lukt. En dat is ook zo.</p>



<p>Ik zet twee stappen als mijn stok wegglijdt en ik opnieuw val. Natuurlijk opnieuw op mijn rechterarm, om het af te maken, en op mijn billen. Bovendien zie ik dat de pijlen eigenlijk iets meer naar links staan, net even voorbij een geul. Ach, we houden wel van een uitdaging. Op handen en voeten klim ik achter de 100 km man aan maar ga dan toch over de geul naar links voordat dat straks niet meer kan. De man volgt. Het wordt nog spannend maar het lukt en dan via een soort treden de stairway naar heaven. Of hell, het is maar hoe je het bekijkt.</p>



<p>Na een eeuwigheid kom ik boven, dan nog wat schuin omhoog en hoor ik ineens Frank die wanhopig vraagt of ik het ben. Hij maakte zich een beetje zorgen omdat ik over de laatste 2 kilometer zo’n 50 minuten heb gedaan. Nu ik het zo opschrijf realiseer ik me dat dat inderdaad heel lang wachten is. Maar goed, we wandelen de laatste 200 meter naar de finish, waar ik onthaald word door de speaker. Ik heb het gehaald, het was zwaar, het was mooi, het is opnieuw een overwinning. Maar het mooiste van de dag? De uitspraak van de speaker als ik binnen kom met op de achtergrond dank zij René speciaal voor mij Rammstein:&nbsp;</p>



<p>‘En de winnares van de omgekeerde lijst, Saskia Uit den Bogaard op de 69 kilometer!’</p>



<p></p>



<p>P.s. De prachtige foto is gemaakt door Rob Sportfotografie</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-sas-solo/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>4</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Trail des Fântomes: 60 km</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-60-km/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-60-km/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 16 Aug 2021 14:52:19 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Hardloopvrienden]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[trail des fantomes]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=3294</guid>

					<description><![CDATA[‘Iedere keer weer je grens verleggen.’ Dat is het idee achter de Trail des Fantomes van dit jaar. Liepen we vorig jaar nog de 42 km, wil ik dit jaar een stapje verder. En ja, die 42 km was zwaar maar uiteindelijk hebben we die ook gewoon gehaald, en ook nog eens binnen de tijd [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>‘Iedere keer weer je grens verleggen.’ Dat is het idee achter de Trail des Fantomes van dit jaar. Liepen we vorig jaar nog de 42 km, wil ik dit jaar een stapje verder. En ja, die 42 km was zwaar maar uiteindelijk hebben we die ook gewoon gehaald, en ook nog eens binnen de tijd ook al was het met een marge van 2 minuten. Daarnaast zijn we dit jaar weer meer en beter getraind, hebben we inmiddels een 100 km op onze naam staan en lopen we veel regelmatiger langere afstanden. Dus toen ik vorig jaar riep ‘volgend jaar doen we de 60 km!’, meende ik dat. Bovendien ben ik gewoon een beetje maf en heb ik nog steeds de kinderlijke eigenschap dat ik niet altijd de consequenties van mijn onbezonnen acties wil overzien. En ik zeg bewust ‘wil’. ‘Komt wel goed schatje!’&nbsp;</p>



<p>60 km dus. We maken er weer een gezellig weekend van waarbij we een aantal usual suspects optrommelen om mee te gaan. Sommigen lopen 24 km, anderen 42 km, maar allemaal op dezelfde dag, zaterdag, dus qua planning genoeg mogelijkheden om af te spreken. Ik neem vrijdag lekker vrij en na een laatste massage ter voorbereiding en een tas vol eten voor het lopen rijden we in de middag naar La Roche. Het is mooi weer dus een terrasje is geen straf. Voor het eten rijden we naar het startgebied dat ongeveer 12 km verderop ligt, in de heuvels al gauw 20 minuten rijden. Kunnen we gelijk kijken hoe het er daar uit ziet, waar we morgen moeten zijn, kunnen parkeren en welke faciliteiten er zijn. En natuurlijk onze startnummers ophalen. Daarna rijden we terug naar La Roche en is het inmiddels etenstijd. Traditiegetrouw eten we Italiaans bij SuperMario, met een gezellige groep van 11 man. Nog een ijsje voor het meisje en dan ons bed opzoeken want de wekker staat weer vroeg, 5:30. Als ik alles klaar heb gelegd voor morgen nog even lezen terwijl Frank naar Die Hard 2 op Duitsland kijkt (‘Stirb langsam’ en ‘Yippee-Ki-Yay Schweinehund’).</p>



<p>Als de wekker gaat staat Frank gelijk op terwijl ik me nog een keer omdraai. Uiteindelijk sta ik ook maar op en was de slaap onder de douche uit mijn ogen. Het belooft een mooie dag te worden als ik naar buiten kijk. In tegenstelling tot vorige week zondag heb ik er zin in. Buitenland, evenement en een bijzondere omgeving is altijd een goede combinatie. Ik eet wat van het vruchtenbrood dat ik meegenomen heb want het ontbijtbuffet is nog niet open op dit onchristelijke tijdstip. Geen probleem, door Corona ben ik inmiddels behoorlijk getraind om zelfvoorzienend te zijn.&nbsp;</p>



<p>We zijn lekker op tijd bij de start. Toch is het al druk, immers de mensen van de 100 km zijn al gestart. Ik kom zowaar nog wat bekenden tegen en zie ook een man lopen in het Biesbosch Ultra Crossing shirt. Denk je uniek te zijn. Een paar minuten voor de start om 7:00 is er een korte briefing en ik maak van de gelegenheid gebruik om snel een selfie met Frank bij de startboog te maken. Daardoor mis ik wat de beste man vertelt maar ach, hoe moeilijk kan het zijn? Gewoon de pijlen volgen.</p>



<p>De route is een wirwar van lussen en we komen 3 keer langs de start. Op de GPX ziet het er ingewikkeld uit en ik heb hem voor de zekerheid ook op mijn klokje staan. We komen bij een aantal stukken meerdere keren langs, alleen de ene keer van de ene kant en de andere keer van de andere kant. Maar alles zou goed aangegeven moeten staan dus in principe hebben we niks nodig. De eerste lus is ongeveer 13,5 km en volgen we de route van de Night Trail, de blauw met witte pijlen dus. Dan komen we terug op het terrein wat gelijk de eerste van de vijf verzorgingsposten is. Daarna is het alleen nog maar de zwarte met oranje pijlen volgen. Check.</p>



<p>Er zijn ongeveer 150 lopers en we stellen ons op bij de start. Dan zegt de organisator ‘go’ en begint iedereen te rennen. Oh ja, dat hoorde ook alweer bij trailen. Geen aftellen, geen startschot en geen opzwepend muziekje. Gewoon gaan door te beginnen met lopen. We zetten onze klokjes aan en rennen relaxt achter de rest aan. Ik heb altijd bij dit soort evenementen en langere afstanden het beeld van al die snelle ervaren ultra trailers, dan komt er een tijdje niks, en dan komen wij. Als we de eerste kilometer over een stuk asfalt lopen is dat ook exact hoe het deelnemersveld er uit ziet. De koplopers, de volg groep, de bezemwagen, een groot gat en dan wij met zijn tweeën. Maar het kan me geen ruk schelen. Ik kom voor uitlopen en we hebben tot middernacht de tijd. Niet dat we van plan zijn om er zó lang over te doen, maar ik heb voor de zekerheid toch mijn lampje maar in mijn vest gegooid.</p>



<p>Na anderhalve kilometer duiken we het bos in voor een heerlijke snelle afdaling. Het is nog lekker koel en je kan merken dat het nog vroeg is want ook qua licht moet ik nog goed uitkijken. Je ziet gelijk plekken waar het water een aantal weken geleden huisgehouden heeft. We komen bij de Ourthe aan, die tijdens de hele trail altijd de constante factor is. Welke route je ook loopt, of hoe ver, je loopt iedere keer naar de oever van de Ourthe, stukken er langs en er weer vanaf om er altijd weer terug te keren. We zitten op 3,5 km als we er voor de eerste keer doorheen moeten. Vorig jaar was het een makkie omdat het zo droog geweest was. Dit jaar staat er meer water in en het stroomt ook nog eens behoorlijk. Frank glijdt en glibbert over de gladde rotsen en als ik halverwege ben heb ik spijt dat ik mijn stokken nog niet gepakt heb. Tergend langzaam, voetje voor voetje schuifel ik uiteindelijk naar de overkant. Liepen we al achteraan, is het gat met de laatste lopers voor ons nu helemaal groot. Ach, vorig jaar liepen we ook alleen.</p>



<p>Gelukkig hou ik mijn kruis nog net droog en eenmaal aan de overkant kunnen we weer rennen. Nou ja, rennen, het is een aansluitende routine van stukje rennen, klimmen, klauteren en springen. Mede doordat er overal omgevallen bomen liggen waar je onderdoor, of om- c.q. overheen moet. Bij de eerste de beste gelegenheid waar we ook echt weer een stukje moeten gaan stijgen pak ik dan toch maar vast mijn stokken. En dan zitten zomaar de eerste 5 km er op. ‘En dit dan nog 11 keer!’, denk ik weer eens. We duiken nu het struikgewas in over een paadje dat net breed genoeg is voor een persoon om de voeten neer te zetten. Als je niet al te grote voeten hebt dan. De stokken komen dubbel goed van pas om als een soort kapmes de soms doornige takken van de struiken opzij te duwen voordat je er met je been langs komt. Dat lukt niet altijd maar ach, dat hoort er bij. Oorlogswonden noem ik dat.&nbsp;</p>



<p>Het is een constant klimmen en dalen en op veel stukken zie ik naast de blauw met witte pijlen ook zwart met oranje. Die staan alleen de andere kant op dus we komen hier nog een keer maar dan vanaf de andere kant. Daar waar we omhoog moeten lopen denk ik dan ook ‘oeh, straks lekker omlaag’, maar waar we naar beneden rennen is het ‘shit, straks moeten we hier omhoog’. Ik heb eerlijk gezegd geen idee op hoeveel kilometer dat is tot ik een bord zie met ‘nog 2 km tot aan de finish’. Maar dat is straks, nu buigen we eerst af naar links de bult op.&nbsp;</p>



<p>Bij 8,5 km komen we in bewoond gebied waar we over asfalt lopen en een paar prachtige huizen staan. Toch zou ik hier niet willen wonen. Te afgelegen. Als we bij 10 km weer het bos induiken begin ik een beetje af te tellen richting het startterrein en de verzorgingspost. De rest van de groep die 24 km lopen zou rond 9:30 starten dus misschien zien we ze nog. Als we er echter eenmaal zijn zien we niemand. Waarschijnlijk zijn ze al weg. Ik maak even snel gebruik van het toilet terwijl Frank water bijvult en dan is het even zoeken waar we heen moeten. Vanaf nu zijn het de zwart oranje pijlen maar ik zie er een achter de start naar links en eentje in een doorlopende lijn na de start naar rechts. Shit, misschien had ik toch even wat meer aandacht aan de briefing moeten geven?</p>



<p>We lopen de logische lijn en er staat een meneer van de organisatie. Ik vraag het gewoon. ‘Hier rechtdoor toch?’. De man twijfelt een beetje en vertelt dat ze dachten dat iedereen van de 60 al geweest was en dat daarom de feitelijke ‘verkeersleiders’ al weg zijn en ook al wat pijlen (of bordjes?) weggehaald hebben. Volgens hem moeten we de pijl naar links hebben. Hij loopt met ons mee. Omdat dit dezelfde route is waar we vanochtend gestart zijn pakt Frank zijn GPS met de route er op er bij maar kan er geen wijs uit worden. Deze zegt dat we alleen maar van de finish aflopen maar geeft niet aan waar we dan wel heen moeten. Het lijkt er op dat we fout lopen. De beste man twijfelt weer en gaat iemand bellen.&nbsp;</p>



<p>Hij krijgt iemand aan de lijn die zegt dat we fout zitten en toch de pijl naar rechts moeten hebben. Shit, we lopen weer terug. Leek mij ook het meest logisch. Daar aangekomen ren ik vast vooruit naar beneden maar als Frank niet volgt blijf ik staan. Kan ik gelijk een foto van hem maken als hij aan komt rennen. Dat gebeurt niet en ik hoor hem roepen: ‘Sas, we zitten fout!’ Kut. Ik loop weer naar boven. Nu blijkt dat die andere man dacht dat we de grote lus al hadden gehad. We moeten dus toch naar links, hetzelfde stukje als vanochtend maar dan, als we de zwart oranje pijlen volgen, zullen we al gauw zien dat we anders lopen en zitten we weer op de goede route. Ditmaal voor het echie. We balen er van omdat dit geintje ons ruim een kwartier kost en een kilometer extra oplevert. Het heeft echter geen zin om er lang over te blijven mokken. Dit hoort ook bij het trailen en het is wat het is.</p>



<p>We zitten nu al gauw op de goede route en ik zie inderdaad dat we al heel snel op een ander stuk zitten. Qua temperatuur is het ook al warmer geworden maar nog steeds minder warm dan vorig jaar. Zeker in de schaduw van de bossen valt het me reuze mee. We gaan voorbij de 15 km (‘we hebben er nu een kwart opzitten’) en krijgen nu wat serieuze klimmetjes en afdalingen die alleen zigzaggend kunnen. Wat ben ik toch blij met mijn stokken. Ik durf het bijna niet te zeggen maar ik heb echt het idee dat het me wat makkelijker af gaat vergeleken met vorig jaar. Voor Frank lijkt hetzelfde te gelden, die loopt sowieso lekker door en vaak toch iets sneller dan ik, maar hij wacht altijd. Straks zijn de rollen waarschijnlijk weer omgedraaid. Dan loop ik voorop en zal op hem wachten. We lopen weer langs de oever en ik meen stukken van vorig jaar te herkennen. Met name ook omdat we hier wat makkelijker kunnen rennen.&nbsp;</p>



<p>Het schiet een beetje op en voorbij de 20 km gaan we de Ourthe weer over, nu over het dammetje waar vorig jaar een man aangevallen was door een hond en zijn been gebroken had. ‘Vorig jaar zaten we nu op de helft’, denk ik weer bij mezelf. Frank had tegen die tijd al drie keer in de Ourthe gelegen, teken dat het inderdaad dit jaar minder warm is. En ook zijn reden-om-te-gaan-scheiden-maar-ik-hou-zo-van-hem witte hemdje met gaatjes dat hij onder zijn shirt draagt schijnt zijn werk te doen om warmte af te voeren. Zo lopen we (klimmen we) naar de tweede verzorgingspost op 22 km. Ik hoop dat ze er nog staan want mijn water is nu wel zo’n beetje op. Gelukkig zijn ze weliswaar al wel behoorlijk leeg en aan het opruimen maar ze hebben op ons gewacht. Er is nog water en cola en ook kunnen we nog wat te eten krijgen. Niet dat ik dat per sé nodig heb maar het is wel handig. Ik graai ook een Frangipane mee, een soort Belgische versie van een gevulde koek. ‘Voor later’, hamster die ik ben.</p>



<p>We rennen weer door, opnieuw naar beneden. We komen het stenen kruis van het graf tegen waar Olav ons op gewezen heeft en maken een foto. Na een lang stuk langs de oever buigen we weer af, omhoog richting een weg met stenen. Het is niet het ‘neverending pad’ van vorig jaar maar het lijkt er wel op. Vrij van de beschutting van de bomen voelen we ook de warmte. Ik stekker stug door naar boven met de gedachte dat als ik stil ga staan om uit te rusten, het me ontzettend veel moeite gaat kosten om weer op gang te komen. Frank heeft het overduidelijk zwaar en ik denk dat dit het kantelpunt is waar we stuivertje wisselen. We zitten inmiddels op 26,5 km als we weer afdalen naar de rivier, lopen 2 km langs de oever en mogen voor onze tweede crossing. Met mijn stokken gaat dit een stuk makkelijker en ik maan Frank om een foto te maken. Ik moet er toch minimaal 1 in het water hebben!</p>



<p>De derde verzorgingspost, opnieuw op het start/finishterrein, is op 33 km, voor ons 34 km omdat we een extra kilometer hebben. Nog 5 km even doorbijten dus. Frank geeft aan dat hij het zwaar heeft en straks even wat langer op het terrein wil pauzeren. Wat eten, wat drinken en even rust pakken voordat we aan de tweede helft beginnen. Ik wil eigenlijk niet te lang blijven hangen en ga liever gewoon door maar ik snap dat hij het even nodig heeft. Hij zou het voor mij ook doen. De 5 km die volgen is ploeteren, zeker als we op 32 km (33 km voor de kijkers thuis) weer een bult op moeten. Dit is wat Olav een ‘zinloze’ bult noemt, want we gaan omhoog en daarna gelijk weer omlaag om weer bij de rivier uit te komen. Dit keer bij de Barrage de Nisramont, een grote dam die een beetje als toeristische trekpleister dient. Leuk, hier zijn we nog nooit eerder geweest. Frank kan er geloof ik niet van genieten en als we aan de overkant zijn doet hij een uitspraak die me bijna tot tranen brengt. ‘Als we straks op het terrein zijn stop ik er mee. Ik stap uit!’&nbsp;</p>



<p>‘Nee, dat kan niet!’, denk ik bij mezelf. ‘Samen uit, samen thuis.’ Heel even heb ik nog de illusie dat als we er zo zijn en hij even bijgekomen is het wel weer zal gaan, maar ergens hoor ik ook aan zijn stem dat het menens is. Nog een laatste slopende klim omhoog en dan een kilometer door het bos&nbsp;&nbsp;zijn we eindelijk op het terrein. Daar wacht de rest van de groep die al klaar zijn ons op, samen met de supporters. Frank stort in, ik ga plassen en kom weer een bekende tegen die de 100 zouden lopen maar op 55 km uitgestapt is. Dan loop ik terug naar de groep en het is definitief. Frank stopt. Gelukkig gaat hij geen discussie met me aan want ik wil uitlopen.</p>



<p>Ok, nieuw plan de campagne dus. Ik neem de GPS over want ik wil geen risico’s. Ik kijk wat ik nog nodig heb, zet mijn muziek op en neem afscheid. Dit keer moet ik wel de pijl naar rechts en naar beneden hebben maar in alle commotie vergeet ik bijna mijn water bij te vullen. Ik ren gauw weer naar de verzorgingspost waar ik tijdens het vullen ook nog even herkend wordt als loopster van de 60 km. Ik meld ook maar even dat ik de laatste ben en alleen verder ga, dan hebben ze me in elk geval in de smiezen. Dan kan ik echt op weg voor de tweede helft. ‘Iets minder’ dan de helft’, denk ik opbeurend. Ik ben echter nog geen 200 meter weg of alle opgekropte huilbuien van de afgelopen 3 maanden én die nog gaan komen voor de volgende 3 komen er uit. Dat heeft niets met de fysieke omstandigheden of emoties van het lopen zelf te maken maar alles met het feit dat door de vermoeidheid al mijn emotionele belemmeringen en barrières wegvallen. Hierdoor komt er ruimte voor onverwerkte emoties en kunnen die er lekker uit. Opschonen noemen we dat en ik ben er dan ook blij mee. Dit soort dingen doe ik ook het liefste als ik alleen ben en daar zijn dit soort momenten dan ook bij uitstek geschikt voor.</p>



<p>Mijn volgende doel is de verzorgingspost op de 43 km. Onderweg kom ik minstens twee technische afdalingen tegen, waar ik met handen en voeten en een touw me voorzichtig naar beneden moet laten zakken, en waarvan Frank zei dat als hij niet zou uitstappen er ongelukken zouden gebeuren. Mijn stokken al dan niet onder mijn armen of vast naar beneden gooiend. Die wielrenhandschoendjes waren een goede tip. Ook zit er een touwklim naar boven in maar met mijn stokken is het net iets makkelijk om zelf naar boven te lopen door mijn voeten in de aarde schrap te zetten. Ik negeer de inmiddels honderd procent zeker blauwe teennagel aan mijn rechtervoet en vijftig procent blauwe teennagel aan mijn linkervoet. Van de kolonie blaren aan beide voeten heb ik geen last tijdens het klimmen, alleen bij het afdalen of het rennen.</p>



<p>Het is heerlijk ‘me, myself and my music’. En een verdwaalde salamander die voor mijn voeten wegschiet. Het veldmuisje dat ik later tegenkom heeft me dan weer niet in de gaten. De route is een herhaling van zetten. Klimmen, dalen, langs de oever van de Ourthe, bomen, boomwortels, keien, struikgewas en af en toe een stenen pad. Ik twijfel regelmatig of ik nog op de goede route zit maar dan zie ik elke keer toch weer de vertrouwde zwart met oranje pijlen hangen. Ook word ik af en toe ingehaald door iemand, van de 42 km of de 100 km. Ik kan het niet goed zien. Dan kom ik bij een kruising. Rechts staat een pijl voor de 18 km, links voor de 24 en de 42 km. En de 60 km dan? Ik pak de GPS er bij en die zegt naar links. Dat zou ik ook gegokt hebben dus vooruit dan maar.&nbsp;</p>



<p>Even voorbij de 41 km hobbel ik lekker weer naar beneden als ik zelf iemand inhaal. Ik vraag welke afstand hij loopt, want ik twijfel stiekem toch of ik goed zit gezien de eerdere splitsing. Hij blijkt de 60 km te lopen en gaat uitwandelen want het is te zwaar om te blijven rennen. Ik voel me stiekem trots. Niet alleen ben ik niet de laatste meer, maar het feit dat ik sterk genoeg ben om het lang vol te houden ten opzichte van iemand die veel sneller loopt maar aan het einde dan toch een beetje inkakt doet me deugd. En de wetenschap dat ik ‘on track’ ben is ook fijn.</p>



<p>Op 42,2 km kijk ik even op mijn klokje. 8:55 minuten. Dat is toch zo maar 3 minuten sneller dan vorig jaar! Ik app het lachend naar de groep maar ik heb geen dekking dus dat moet wachten. Nog 2 km naar de verzorgingspost. Maar voordat ik daar ben moet ik nog een keer de Ourthe oversteken. Twee keer eigenlijk want er zit er een soort eilandje tussen. Ik vraag me weer af of ik goed zit want zo aan de rand van de rivier lijkt het me stug dat er dichtbij een plek is waar ze kunnen staan. Ik moet omhoog, maar het is er zo steil dat ik denk ‘hoe dan?’. Zelfs aan mijn stokken heb ik niks en als een soort Spider-Man plak ik mezelf maar tegen de aarde en kruip op handen en voeten, met een klein beetje steun van een omgevallen boomtak, dan toch maar omhoog. Eenmaal boven ben ik op een zandpad waar ik dan toch verwacht ergens die verzorgingspost te zien. Later herken ik dit stuk als de weg waar we vorig jaar geëindigd zijn.</p>



<p>De post staat er gelukkig. Dat de cola op is is jammer maar het belangrijkste is er. Water, en ze tovert ook nog wat chips voor me tevoorschijn. Ze complimenteert me met mijn leuke hardloopbroekje en met een beetje trots in mijn stem kan ik aangeven dat er nog iemand achter me zit. Na een kort praatje wenst ze me succes en ga ik weer op pad. Nog ‘maar’ een kleine twintig kilometer. Mijn doel is echter kleiner. Op naar de laatste verzorgingspost op de 49 km. Van daaruit kan ik gaan aftellen en het aankomende stukje is goed te overzien.&nbsp;</p>



<p>Na een stevige klim sta ik boven aan een heuvel waar we ook wel vaker gestaan hebben. Ik voel me even ‘Queen of the world’. Ik heb dan 45 km (44 km op het parcours). Ik check mijn telefoon en zie een berichtje van Frank. Hoe het gaat en waar ik ben. Ik app terug en mis hem enorm. Maar niet te lang want we moeten door. Ik ren nu een stuk over de heuvel alvorens ik weer naar beneden mag richting de rivier. Mijn voeten doen nu écht zeer en ik begin ook mijn heupen te voelen. Mijn bovenbenen deden tig kilometers geleden al branden maar nu alle emoties er uit zijn kan ik mijn gevoel weer lekker op slot gooien en voel ik niks meer. Ik denk aan Olav zijn uitspraak: ‘Meer pijn dan dat het doet kan het niet doen.’</p>



<p>Ik werk mezelf richting de 50 km. Op een zandpad zie ik ineens een eekhoorntje als een idioot mijn kant op rennen. Ik ben zo verbijsterd dat ik er niet eens aan denk om mijn telefoon te pakken voor een foto. Dan lijkt het eekhoorntje zich ineens te beseffen dat we elkaar tegemoet rennen en schrikt zich een hoedje. Hij draait zich vliegensvlug om om weer weg te rennen alvorens hij het struikgewas in duikt. Ik moet er om lachen. Maf beest.&nbsp;</p>



<p>Als ik iets voorbij de 50 km ben ga ik weer twijfelen. De verzorgingspost zou op 49 km moeten staan (voor mij dus 50 km) maar ik zie niks. Ik kijk op de GPS maar die maakt me al helemaal niet wijzer. Ik zie de route, ik zie een waterpost minstens een halve kilometer verderop, maar niet waar ik ben ten opzichte er van of welk gedeelte van de route ik al gelopen heb. Ik probeer in- en uit te zoomen maar maak het alleen maar erger. Ik zou hoogstens kunnen concluderen dat ik een lus gemist heb. Ik besluit hem uit te zetten en op hoop van zegen maar te vertrouwen op dat ik de pijlen gevolgd heb en dat ook moet blijven doen.</p>



<p>Dat blijkt het beste te werken want inderdaad heb ik met 51,8 km de verzorgingspost. Die staat op het officiële parcours op 50 km in plaats van 49 km. Met mijn 1 km extra en waarschijnlijk door schommelingen inmiddels 800 meter meer ben ik dus precies waar ik moet zijn. De vrijwilliger bevestigt ook dat het nu nog 10 km tot aan de finish is. En het beste van alles is dat hij ook nog cola heeft. Ik vul water bij, laat Frank weten waar ik ben en maak me op voor de laatste loodjes.&nbsp;</p>



<p>Ik negeer alle pijntjes en kan lekker doorlopen omdat ik redelijk in de bewoonde wereld zit. Even geen rotsen, geen boomwortels, geen klimmetjes of afdalingen maar gewoon lekker pad ook al is het ook wel omhoog en omlaag. Rond de 56 km, vlak voordat ik de rivier weer op moet zoeken, rijdt er ineens een auto toeterend naast me en hoor ik iemand mijn naam schreeuwen. Het blijkt een bekende die 100 km zou lopen maar ook moest uitstappen. We praten even voordat ik de laatste 5 km in ga. Ik ga een privéterrein op van een soort vakantiehuisterrein langs de Ourthe. De mensen zitten lekker aan hun biertje en aan de BBQ en moedigen me aan. Ik groet beleefd terug. In mijn oren heb ik inmiddels wat harders aanstaan en maak vaart. Ik ruik stal en als mijn voeten niet zo enorm zeer zouden doen zou ik nog meer vaart maken.</p>



<p>58 km nu. Ik zit in een lekkere flow waar ik keihard uitgehaald word. Na een stukje grasland over privéterrein dat ik herken van vorig jaar loop ik weer langs de oever. Nou ja loop, het is hier zo smal en zo steil dat ik met stokken, handen en voeten van steen naar steen en van boomwortel naar boomwortel moet klauteren. En ik ben niet de enige. Met iedere sprong voel ik mijn blaren tot achter mijn oren maar als ik het niet doe lig ik zo beneden, en dat is op sommige stukken best hoog. Maar goed, ook hier komt een einde aan en zie ik eindelijk het bordje van het begin. ‘Nog 2 km tot aan de finish’. Ik heb dan 59,8 km op mijn klokje staan. Vooruit dan maar, dat kan er ook nog wel bij.</p>



<p>Ik sein Frank maar heb weer geen dekking. Ik kan een kleine kilometer weer opschieten en krijg de allerlaatste klim voor mijn kiezen. De uitsmijter. De killer. De ‘hier scheiden we de meisjes van de vrouwen.’ Hoe zat dat ook alweer met die pijn? Maar dan ben ik uiteindelijk toch boven. Dribbelen zit er eigenlijk niet meer in maar weiger ook om wandelend over de finish te komen. Ik rek dan ook tot ik op 61,5 km weer in het bos ben, me wederom afvragend of het allemaal wel klopt want voor mijn gevoel is er in geen velden of wegen bewoonde wereld te bekennen, laat staan de finish. En dan ineens vanuit het niets kom ik het bos uit, sta ik op het grasveld waar de auto’s staan en staat Frank me daar op te wachten.&nbsp;</p>



<p>Ik krijg een knuffel en een kus maar ik ben nog niet over de mat. Ik stuur Frank naar de andere kant van de finishboog, dan kan hij een foto maken, terwijl ik onder luide aankondiging van de speaker langs de hekken naar de mat loop. Daarna gooi ik mijn stokken weg en spring Frank officieel in zijn armen. I made it! 62 km met 2300 hoogtemeters Trailfun in de Ardennen in 13:40:04. Althans, 61,93 km dus we lopen nog een rondje om het grasveld want dat kan niet hé? We moeten wel ronde getallen hebben. Ik haal mijn medaille op en hoef niet lang te blijven plakken. Ik praat nog even met bekenden en stel daarna voor om gelijk te gaan eten. Het is al half negen geweest en anders zijn de keukens straks dicht. Omkleden en douchen doen we daarna wel. Een mens moet zijn prioriteiten kennen. De groep heeft al gegeten maar ze zitten nog wel bij het restaurant dus daar gaan we heen waar we een heerlijke steak eten. Daarna nog even naar de voorstelling van het spook op het kasteel kijken en dan naar het hotel waar ik dankbaar gebruik maak van het invalide stoeltje in de douche. Na een onrustige nacht vanwege de indrukken en de pijn in mijn lijf staan we de volgende dag rustig op, ontbijten we in het dorp en gaan we na 4 jaar eindelijk een keer het kasteel op ook al loop ik als een pinguïn, alvorens we na de lunch weer naar huis rijden. </p>



<p>Volgend jaar de 100 km? Als er geen cut off time zou zijn zou ik het overwegen maar dat red ik nu gewoon niet. Sommige jaren hebben ze ook een 80 km. Misschien, maar eerst maar eens kijken hoe het de komende maanden gaat. Voorlopig staat er over drie weken weer een honderd kilometer op het programma. Daar zitten gelukkig wat minder hoogtemeters in. Hopelijk zijn dan mijn blaren ook weer opgedroogd, is de spierpijn weggetrokken en die blauwe nagel is toch niks meer aan te doen.</p>



<p>Sas en trailen. Ach, misschien wordt het nog wel eens wat met mij.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-60-km/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>14</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Trail des Fantômes: The Covid Edition</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-the-covid-edition/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-the-covid-edition/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 17 Aug 2020 08:18:12 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Marathon]]></category>
		<category><![CDATA[trail des fantomes]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Training]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.opwegnaardemarathon.com/?p=2593</guid>

					<description><![CDATA[Een marathonafstand trailen als je vorige week een Ultratrail gelopen hebt. Je plant het niet. Maar ja, het komt nu eenmaal zo uit dus wat doen Hepie en Hepie? We gaan 42 km lopuh te lopuh ergens in de Ardennen. Je weet wel, waar het meestal ook nog eens lekker hoger is dan in Rotterdam. [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>Een marathonafstand trailen als je vorige week een Ultratrail gelopen hebt. Je plant het niet. Maar ja, het komt nu eenmaal zo uit dus wat doen Hepie en Hepie? We gaan 42 km lopuh te lopuh ergens in de Ardennen. Je weet wel, waar het meestal ook nog eens lekker hoger is dan in Rotterdam.</p>



<p>Ook nu rijden we op vrijdag al richting het zuiden. Richard op de achterbank en Ysbrand, Marilene en Rob en zijn vrouw zijn er al. Ook de Italiaan is al gereserveerd voor vanavond. We hebben een huisje bij Floreal, waar normaal gesproken de start is maar dit jaar in verband met Corona zit de start er  3,4 km vandaan. We zouden het in theorie kunnen lopen. In theorie, want we zijn natuurlijk niet gek. Het staat niet voor niks op mijn nummerplaat. NL betekent Niet Lopen.</p>



<p>Nadat we de tassen uitgeladen hebben en gecheckt hoe alles werkt wandelen we richting centrum om op een terras neer te strijken. Hetzelfde terras als vorig jaar en we bestellen dezelfde drankjes. Kabouterbier en een cola voor het kind. Het duurt niet lang voordat de rest van de groep zich aansluit en nog geen uur later zitten we allemaal aan de pasta. Nog even een ijsje bij de ijsboer en we zijn helemaal klaar voor morgen.</p>



<p>Zoals verwacht is het een onrustige nacht. De wekker staat op 7:30 en voor de verandering eten we weer eens pannenkoeken die Frank de dag ervoor al gebakken heeft. De laatste controle of we alles bij ons hebben, alles in de vesten zit, we voldoende eten en drinken hebben want de hele trail is nagenoeg selfsupporting, en nog een setje droge kleding voor erna en dan rijden we richting het startgebied in Maboge.</p>



<p>We moeten bij een cafeetje zijn en we zien gelijk de boog staan, samen met de plattegronden. Zo op de kaart is die 42 km best wel een lang stuk. Gelukkig is het niet zo warm als vorige week, eigenlijk is het best fris, relatief gezien dan. De feitelijke start is eigenlijk een stukje verderop, zo’n 10 minuten lopen, en aangezien het al 8:40 is en we exact om 9:00 willen starten om maximaal gebruik te maken van de beschikbare tijd tot 18:00 lopen we die kant op. De rest hebben we nog niet gezien maar zullen er al zijn vermoeden we.</p>



<p>De wandeling naar de startmat is gelijk een warming up zo heuvel op. Gelukkig mogen de verplichte mondkapjes die we in Maboge moeten dragen nu af. Daar eenmaal aangekomen staan er wat mensen maar niemand van ons. Berichtjes via Messenger leren dat ze er aan komen maar het is al 8:59. Vertwijfeld staan we te kijken naar de mat als het 9:00 is. Weten we zeker dat hij aan staat en kunnen we al? Een paar anderen&nbsp;twijfelen al net zo hard, maar om 9:01 gaan we dan toch maar rennen. De rest haalt ons wel in.</p>



<p>We mogen gelijk heuvel naar beneden maar we weten allemaal wat dat betekent. What’s going down, must come up! En inderdaad, de route, netjes aangegeven met zwart gele pijlen, stuurt ons een heuvel op die we gelijk moeten klimmen. De toon is gezet en ondanks dat het niet zo warm is loopt het zweet me nu al in stralen van het hoofd. Dat heb ik niet gauw. Eenmaal boven worden we wel gelijk getrakteerd op het eerste mooie uitzicht van een vergezicht, en dus gelijk het eerste Kodakmomentje.</p>



<p>Terwijl ik de foto’s sta te maken komen Marilene, Ysbrand en Rob bij de top aan. Gezellig, het clubje is weer compleet en we kunnen met elkaar verder. Als we weer beneden zijn komen we bij de Ourthe, waarlangs zich eigenlijk de gehele route kronkelt. Frank doopt gelijk zijn buff in het water en eigenlijk is dat best een goed plan. Als we een beetje verfrist zijn lopen we verder, nu een kleine twee kilometer langs de rivieroever. Een moeilijk paadje met heel veel stenen en boomwortels. Om vervolgens weer een heerlijke bult op te mogen.</p>



<p>De weg naar beneden is mijn achilleshiel. Warmte deert me niet, omhoog is zwaar maar kan ik handelen, maar die steile afdalingen naar beneden zitten nog steeds tussen mijn oren. Sinds de Grossglockner ben ik uitermate voorzichtig. Fysiek is mijn enkel prima, misschien wel sterker dan ervoor nu ik die oefeningen blijf doen, maar ik wil gewoon geen risico nemen. De rest dendert naar beneden terwijl ik voorzichtig en voetje voor voetje mijn weg zoek. En dan ben ik ineens alleen en begin te twijfelen of ik goed zit. Ik roep en ik had het kunnen weten. Frank staat een klein stukje verderop op me te wachten. Hij zou me nooit alleen achter laten.</p>



<p>Samen gaan we verder naar beneden waar de rest ook op ons wacht. We worden verrast met een stuk asfalt en mogen van daar uit het bos weer in, weer naar beneden, langs de rivier en weer omhoog. Opnieuw komen we bij een stuk asfalt wat nu lekker naar beneden loopt. Heerlijk, nu kan ik vaart maken en samen met Marilene sjees ik naar beneden. Het asfalt gaat over in landweg maar zolang het breed is en ik voldoende voor me kan kijken waar ik mijn voeten neer moet zetten vlieg ik over het pad. Dit in tegenstelling tot Richard die juist op dit soort paden voorzichtig is na zijn val bij de Dodemanstrail.&nbsp;</p>



<p>Beneden wacht ons opnieuw de Ourthe en ook nu duiken we er in. Het voordeel van bij een rivier lopen. Het pad ernaast is ook nu weer vol met stenen en boomwortels maar inmiddels zit ik redelijk in mijn flow en kan lekker doorlopen. We zitten net voorbij de 13 km als het noodlot toeslaat. Richard mist een wortel en gaat lelijk languit. Niet zijn enkel maar een dikke knie is het resultaat, naast een gekneusd ego en een volledige energiedrain. Dik balen. Als de gemoederen weer een beetje bedaard zijn gaan we verder, je moet wel want je kan niks anders, maar ik weet exact hoe het voelt en denk even terug aan vorig jaar. Toen liep ik de 14 km in mijn eentje en had opnieuw mijn enkel verzwikt. Maar ja, je moet door zo goed en zo kwaad als het gaat.</p>



<p>Na een nieuwe klim tussen km 14 en 15 komen we op het punt waar de 42 km en de 27 km gaan splitsen. We maken nog een groepsfoto en nemen afscheid van Marilene, Ysbrand, Rob en ook Richard, die probeert via de 27 km route terug naar de finish te komen. Zij gaan rechts terwijl Frank en ik als het dynamische duo links verder omhoog mogen. Bij het dalen komen we nu ook af en toe wat trappetjes en bruggetjes tegen. Ook zijn er veel wandelaars op de route die vooral veel respect voor ons hebben. En naarmate de route verder gaat en we iedere keer weer een nieuwe bult omhoog moeten vind ik dat zelf eigenlijk ook wel. Dan komen we bij wat het keerpunt is. We gaan een betonnen brug over naar de andere kant van de oever en lopen nu in tegengestelde richting wijzend op de overkant waar we net nog liepen.</p>



<p>We willen op 21 km even wat vast voedsel eten maar dat redden we niet dus zo rond de 19 km zoeken we een leuke boomstam uit om een krentenbol weg te kauwen. Dat gaat er in als zoete koek want we hebben allebei honger. Er is nu een klein groepje lopers die we regelmatig tegen komen. Dan lopen wij ze weer voorbij, dan lopen ze ons weer voorbij. Op de een of andere manier voelt dat toch fijn en geeft een beetje het racegevoel. Toch worden we ook veel ingehaald door mensen die later dan wij gestart zijn en dus veel sneller. Mijn doel vandaag is gewoon uitlopen.</p>



<p>Na de hernieuwde energie worden we gelijk weer getrakteerd op een bult omhoog. We zullen weten dat we 2130 hoogtemeters hebben. Die twee UTMB punten moeten verdiend worden, die krijg je niet zo maar. Bij 21 km zitten we op vier uur. Als we dit volhouden zouden we rond de 8 uur kunnen finishen. Ik weet op dat moment nog niet wat ik nu weet. Vlak voor de 22 km moeten we weer een tak van de rivier over en dus een brug. Daar is commotie. Een man ligt op de grond en blijkt na een aanval van een hond een gebroken voet te hebben. We kunnen weinig doen en de ambulance is onderweg dus lopen we maar door. Maar niet nadat we nog even in de plomp gelegen hebben, of in mijn geval mijn kop in het water gestoken heb. Het levert een hilarische foto op.&nbsp;</p>



<p>We volgen weer een stuk langs de oever en zitten bijna op 24 km. We denken aan Richard en de rest. Zouden ze al binnen zijn? Hoe gaat het met Richard? We zullen het moeten afwachten als we het bos uit komen waar we heerlijk tempo hebben kunnen maken. Dan leren we dat de makers van de route een stelletje sadisten zijn. Een landweg omhoog met veel bochten. En bij iedere bocht dat je denkt, ‘we zijn er bijna’ loopt de weg nóg verder omhoog. Als we ooit een Highway to hell hebben gehad is het hier. Denk ik. Het is in elk geval een neverending hill en ik krijg flashbacks naar de berg in Zuid Afrika waar ook geen eind aan kwam.</p>



<p>We moeten nog een behoorlijk stuk tot aan de drankpost maar Frank is al leeg. Ik heb nog maar ook niet veel meer. Als we eindelijk, naar wat uren later lijkt, bovenaan bij een weg aankomen staat daar een groep Belgische jongens met een auto. Frank vraagt of ze toevallig wat water hebben en kunnen missen en hij krijgt zomaar een 750 ml fles. Er bestaan toch nog goede mensen op de wereld. Hij was niet de enige die het vroeg en ze hebben diep respect voor wat we aan het doen zijn.&nbsp;</p>



<p>We krijgen weer een gratis kilometer en ook onderaan langs de oever kunnen we redelijk goed doorlopen. Dat duurt tot 27,5 km voordat we natuurlijk weer omhoog mogen. Bovenaan komen we een familie tegen die we al eerder gezien hebben en we maken even kort een praatje alvorens we na een recht stuk weer naar beneden moeten. Het begint nu echt steil te worden en we moeten zigzaggend als skiërs naar beneden. Inmiddels is mijn water ook op maar vullen uit de rivier is geen optie. Als het goed is staat de drankpost op 33 km dus misschien komen we nog ergens wat tegen, anders moeten we op Frank zijn reserves lopen.</p>



<p>Op 30 km stuur ik de groep een berichtje en even later krijg ik melding dat Richard in elk geval ook binnen is. Gelukkig, daar hoeven we ons geen zorgen meer over te maken. Als we bijna bij de 31 km zijn moeten we weer zigzaggen, maar nu steil omhoog. Bovenaan komen we bij een weg crossing en de drie Nederlandse mannen weer tegen met wie we al een tijdje haasje over spelen. Ze vragen of we weten waar de drankpost is omdat zij denken dat hij bij 31 km is. We roepen 33 km maar als we de hoek om zijn blijkt hij daar toch al te staan. De cola is op maar gelukkig is er nog 1 ton waar water in zit. We vullen allebei helemaal vol want we weten nu hoe hard het gaat.</p>



<p>We volgen weer een landweg, krijgen weer wat gratis kilometers en natuurlijk weer een bult. Er begint nu een beetje licht aan het einde van de tunnel te komen, we zitten inmiddels op 34 km en dus minder dan 10 km te gaan. De vermoeidheid waart als het spook rond maar ik stuur weer een update dat we bijna op 35 km zitten. Dat is te vroeg gejuicht want als we wéér een steile bult op moeten zit ik er even helemaal doorheen. Kutbulten, kuttrailen, kutwarmte, kuthardlopen, kutklimmen, gewoon, kut alles! En omlaag is al niet veel beter. Het is zo steil dat we met het touw naar beneden moeten en over deze ene kilometer doen we ruim 20 minuten. Had ik nog een illusie dat we misschien rond de 8 uur binnen zouden zijn, maak ik daar nu 8:30 van en misschien nog wel meer.</p>



<p>We lopen weer langs de oever en net als ik denk dat we weer wat meters kunnen maken moeten we wéér omhoog. Inmiddels is mijn blik op oneindig en verstand op nul en draait de Terminatormodus op volle toeren. Frank sjokt dapper achter me aan als ik vloekend en tierend maar gedecideerd omhoog blijf lopen en klimmen. ‘Leuk hé schat, dat trailen!’</p>



<p>Inmiddels geeft mijn klokje aan dat we nog een uur de tijd hebben. Volgens datzelfde klokje zitten we op 37 km, de GPS geeft 6 km aan tot einde route maar als we even later op een landweg uitkomen staat daar ineens het meest opbeurende en motiverende bordje ooit. Nog 5 km te gaan. Ik meld ons bij de groep en ren heerlijk omlaag. Zou het nu alleen nog maar naar beneden zijn?&nbsp;</p>



<p>Het venijn zit hem in de staart, zo makkelijk komen we er niet vanaf. We mogen nog één keer steil omhoog, we hebben er zelfs een touw voor nodig. Dit keer ben ik echter een woman with a mission. Het zal me puntje puntje puntje na 38 km niet gebeuren dat ik niet binnen de cut off time finish! Frank hobbelt braaf nog steeds achter me aan en in onze kielzog hebben we een Nederlander die ook zijn punten wil halen. Mijn klokje begint te piepen dat hij bijna leeg is. ‘Kom op jongen, nog even volhouden, dat doe ik ook.’ Daar waar het kan blijf ik dan ook gewoon rennen, alle pijn en vermoeidheid negerend. Ik heb geen Terminatorknop meer, geen Terminatormodus, nee ik bén de Terminator geworden!</p>



<p>Een bord ‘nog 3 km’ en de laatste afdaling naar de rivier, een bord ‘nog 2 km’ langs de rivier en ik blijf rennen, af en toe omkijkend of Frank nog bij me blijft. Inmiddels heeft mijn klokje al gepiept dat hij op 41 km zit en ik kijk uit naar het bordje. Door de vermoeidheid mis ik een uitstekende boomwortel en boem, met een dramatisch gebaar stort ik ter aarde. Gelukkig loop je tegen die tijd niet zo heel erg hard meer en val je dus ook niet hard. Desondanks voel ik mijn knie prikken en heeft mijn rechterborstspier en schouder een klap gehad. Als Frank aankomt zeg ik gekscherend: ‘Ach ik dacht, ik ga er even bij liggen.’ Oprecht vraagt Frank: ‘Ben je gevallen?’ Het zal de uitputting wel zijn. Natuurlijk ben ik gevallen, ik ga toch niet echt zomaar liggen gekkie.</p>



<p>Ik sta weer op en we rennen weer door. We hebben nog een minuut of twaalf, dus we moeten het halen. Maar ja, it ain’t over till it’s over. We komen bij de riviercrossing en als we aan de overkant zijn piept mijn klokje 42 km. Met de extra meters die hij sinds het 5 km bordje geregistreerd heeft zou het dus nog 500 meter moeten zijn. Dat halen we. Maar dan ineens paniek! Er staan pijlen naar links en pijlen omhoog. Welke moeten we nu hebben? Frank pakt de GPS en het lijkt er op dat we toch omhoog moeten. Het is een klein klimmetje maar bovenaan staan we voor prikkeldraad om de weg op te komen. Dat is dus niet goed. We lopen parallel aan de weg en het prikkeldraad tot we onmogelijk verder kunnen. Terug! Terug! We waarschuwen ook de jongen achter ons.</p>



<p>We staan weer bij het prikkeldraad en dan zie ik ineens dat de bovenste lijn weggehaald is. Er onderdoor of er overheen? Er overheen dan maar. Als we er alledrie doorheen zijn zien we gelukkig aan de andere kant van het weiland weer een pijl hangen. Rennen! Waar is die finish nou? Bij het prikkeldraad lette ik even niet op de tijd maar nu zie ik dat we nog maar 4 minuten hebben. Koortsachtig kijk ik om me heen en zie niks. Tussen het gras weer omhoog en dan opluchting alom als ik gejuich hoor van een aantal mensen die daar staan te wachten en roepen dat we nog twee minuten hebben en de finish op de weg ligt op nog geen 20 meter. En inderdaad kom ik bij de weg uit en zie de allesverlossende mat. Richard maakt een finishfoto als ik er overheen sprint en terwijl ik achterom kijk zie ik Frank ook finishen. We made it! Barely maar hé, boeien.</p>



<p>We nemen even een minuutje om bij te komen en de mensen gedag te zeggen alvorens we terug naar het cafe wandelen voor mijn medaille en iets te drinken. En vooral om mijn slippers aan te treken zodat ik mijn nieuw gekweekte blaar kan bewonderen. Daarna rijden we terug naar het huisje voor een douche alvorens we richting het centrum wandelen om te eten. Tenslotte is het al 19:00 geweest.&nbsp;&nbsp;Tijdens een heerlijke dikke steak leert de daguitslag dat ik op 8:57:40 gefinisht ben. 2 minuten en 20 seconden. Als je dan bedenkt dat we 9:01 (en een beetje) gestart zijn en de registratie klokslag 18:00 stopte was het inderdaad maar een minuut speling. Maar deze pakken ze ons niet meer af.</p>



<p>De volgende dag voelt deze Terminator zich zo vastgeroest alsof ze 6 jaar in de Maas gelegen heeft, of de Ourthe zo u wil, en ook de schouder zal nog wel even duren voordat die weer normaal kan bewegen maar een tripje naar Bastogne kan er nog wel af alvorens we naar huis rijden. ‘s Avonds sluiten we het weekend af met nog één keer uit eten en thuis met een Tarte aux Citron die ik van de patissier meegenomen heb alvorens het normale leven weer op te pakken. Het voelt gek. Twee weekenden niks op de planning en rustig aan doen.&nbsp;</p>



<p>Allemaal stilte voor de storm, want over drie weken&#8230;</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-the-covid-edition/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
