<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Trailrun | Op weg naar de marathon</title>
	<atom:link href="https://www.opwegnaardemarathon.com/tag/trailrun/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.opwegnaardemarathon.com</link>
	<description>The road to the finish!</description>
	<lastBuildDate>Sun, 18 Oct 2026 14:55:33 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=7.1.3</generator>
	<item>
		<title>So you think you can trail: De magie van de nacht</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-de-magie-van-de-nacht/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-de-magie-van-de-nacht/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 18 Oct 2026 14:22:49 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Op weg naar de blogs]]></category>
		<category><![CDATA[Avontuur]]></category>
		<category><![CDATA[Nachtlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Training]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<category><![CDATA[Ultra]]></category>
		<category><![CDATA[ultramarathon]]></category>
		<category><![CDATA[ultratrailen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=5940</guid>

					<description><![CDATA[Een van de dingen waar ik enorme fan van ben als het om trailen gaat is ‘s nachts lopen. De nacht heeft zijn eigen magie maar ook zijn eigen uitdagingen. De grootste uitdaging? Doe eens een gok. Juist ja, het is donker. Als het donker is, hoe ga je dan zien waar je je voeten [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een van de dingen waar ik enorme fan van ben als het om trailen gaat is ‘s nachts lopen. De nacht heeft zijn eigen magie maar ook zijn eigen uitdagingen. De grootste uitdaging? Doe eens een gok. Juist ja, het is donker. Als het donker is, hoe ga je dan zien waar je je voeten neer moet zetten, hoe ontwijk je die boomwortels en hoe weet je welke kant je op gaat? Maar er zijn meer uitdagingen. Want niet alleen is alles wat je tegenkomt qua horeca, als je al iets tegenkomt, onherroepelijk dicht, maar er zijn weinig mensen op de been dus je moet niet bang uitgevallen zijn. Lopen in het donker vraagt ook iets meer van je concentratievermogen. En dan heb je nog de dieren, overigens reden waarom je in Nederland in een heleboel natuurgebieden niet tussen zonsondergang en zonsopgang mág lopen. Laten we deze uitdagingen eens een voor een bekijken.</p>
<p>De allereerste, het is donker, is natuurlijk de belangrijkste. In principe ook het makkelijkste te verhelpen met een goede hoofdlamp. Als je vaker ‘s nachts, of in elk geval in het donker, gaat lopen, heb ik maar één advies. Investeer in een goede hoofdlamp. De definitie van goede hoofdlamp is dat hij genoeg licht geeft, uitgedrukt in lumen. 300 tot 400 lumen voor standaard bospaden, 400 tot 600 lumen als je over technischer terrein loopt of een snelle jongen of snel meisje bent. De meeste hoofdlampjes hebben twee of soms drie verschillende standen waarbij je kan switchen in de hoeveelheid licht. Dat is om meerdere redenen handig. Ten eerste spaart het batterij. Als je een hele nacht doorloopt moet een goede hoofdlamp het dan ook best lang volhouden. Zeker als je ‘s winters loopt waar de nachten langer zijn. Iets anders dus om naar te kijken is of de lamp de mogelijkheid heeft tot een batterij switchen of een back up batterij. Mijn lamp heeft drie standen met een oplaadbare batterij. Mocht deze leeg zijn, dan kan ik een back up pack koppelen die op AAA-tjes draait. Ik zit dus nooit zonder licht (tenzij de lamp zelf stuk gaat natuurlijk in welk geval een reservehandlampje om bij de bewoonde wereld te komen ook handig is).</p>
<p>Een andere handige reden als een lamp meerdere standen heeft is omdat hardlopen onder het licht van een lamp heel vermoeiend kan zijn. Dan is het fijn om op stukken waar het kan, iets minder fel licht te hebben. Gerelateerd daar aan is dat de nacht, tenzij het hartje zomer en warm is, vaak last heeft van optrekkend vocht. Dat wil zeggen, er hangt vocht in de lucht en dat weerkaatst het licht van je lamp waardoor je in de mist loopt. Ook dan kan een iets minder sterkere lamp prettiger lopen dan vol licht. Overigens vast iets om rekening mee te houden. Als je een evenement loopt en je komt bij een verzorgingspost, lamp uit! Niks vervelender voor mensen dan verblind worden door het licht van jouw lampje. Dat geldt overigens ook als je op straat langs de weg loopt. Hou rekening met automobilisten. Je lamp blijft aan maar draai je hoofd even weg of kijk naar beneden.</p>
<p>Dat gezegd hebbende, het laatste waar je lamp aan moet voldoen is dat hij lekker zit. Net als alle andere zaken, na een x aantal uren gaat zo’n lamp irriteren als hij ergens schuurt of op je hoofd drukt. Lekker zitten en niet verliezen, dus hij moet onbeweeglijk op je hoofd blijven of je nu wandelt, rent of springt. Als laatste is het fijn als je je lampje kan stellen vanuit welke hoek hij schijnt. Iets meer voor je voeten, iets verder weg, afhankelijk van wat je prettig vindt en op welke ondergrond je loopt. Iets verder weg geeft de mogelijkheid om te anticiperen om wat er komt, maar soms heb je het juist meer voor je voeten nodig om goed te kunnen zien waar je loopt. Zo ver het gebruik van je hoofdlamp. Oh ja, misschien toch nog een ding. Wanneer zet je je lamp op en aan? Dat is voor iedereen anders. Ik heb hele stukken gelopen in het donker zonder lamp, je zou verbaasd staan hoe licht het kan zijn bij volle maan en ik probeer het altijd zo lang mogelijk uit te stellen, maar er komt altijd dat moment, meestal in het bos, dat je weet: ‘Nu kan ik niet meer zonder’. Overigens zijn er evenementen waarin ze je verplichten om tussen bepaalde tijdstippen een lamp te dragen.</p>
<p>Het lopen in de nacht vraagt zoals gezegd meer van je concentratievermogen. De focus van de lamp is vermoeiend en je kan veel minder goed anticiperen. Dat betekent nog beter opletten waar je loopt. Op asfalt zal het niet zo’n probleem zijn, maar op zand- of gravelpaden, in het bos of op technische stukken met klimmen en dalen is het van belang dat je goed kijkt waar je je voeten neerzet. Omdat je niet ver kan kijken kan je ook minder goed anticiperen. Sta je ineens met je voeten in de bagger omdat je een plas over het hoofd gezien hebt en die boomwortel die overdag al vervelend doet kan ‘s nachts nog veel vervelender zijn. Maar dat anticiperen geldt niet alleen voor de ondergrond waar je loopt. Een zijweggetje is zo gemist net als die pijl op de route bij een evenement. Meestal gebruiken ze wel fluorescerende pijlen maar de juiste richting volgen bij een kruising kan lastig zijn als je de wegen niet kan overzien. Zo hebben we eens met drie man twee kilometer over de route teruggelopen nadat we gedesoriënteerd waren bij een splitsing. Liepen we een helling terug op waar we achteraf gezien net vandaan kwamen. Pas toen we een heel herkenbare hut voorbij liepen wisten we dat we hier al gelopen hadden maar de andere kant op. Enfin, just saying…</p>
<p>Het niet kunnen overzien waar je loopt in combinatie met dat concentratievermogen is ook relevant in het kader van afleiding. Overdag zie je van alles en ben je makkelijk afgeleid. Mooie vergezichten, diverse paden, een mooie boom of plant of bloem, een leuk meertje en wandelaars die je gedag zeggen of waar je misschien zelfs een praatje mee maakt. ‘s Nachts zie je niks, alleen maar de lichtbundel van je lamp en een paar meter van het pad voor je waar je loopt. Je moet dus goed in staat zijn om lange saaie uren te kunnen maken. Omdat juist die mooie plaatjes en die afleiding een belangrijke reden is voor mensen om te gaan trailen zou ik het zeker uittesten of dit wel je ding is voordat je je inschrijft voor een evenement waar je de nacht door gaat. Maar muziek dan? Kan dat niet afleiden? Dat kan zeker maar dit is ook heel persoonlijk en soms ook afhankelijk van je bui. Muziek leidt af maar dat werkt twee kanten op. Het leidt af van het ‘saaie’ lopen maar het leidt ook af als je juist geconcentreerd moet zijn. Dus muziek is zeker een optie, maar ik zou het wel doen op plekken waar je minder concentratie nodig hebt en zeker uittesten of dat voor jou werkbaar is.</p>
<p>Dat geldt ook voor alleen lopen en/of in het donker in het bos zijn. Je moet niet bang uitgevallen zijn want je gaat weinig mensen tegenkomen. Bij een evenement zijn er natuurlijk andere lopers en als je samen met iemand loopt ben je niet alleen. Maar in mijn geval loop ik vaak achteraan en daarmee alleen. Ik wil Frank niet altijd ophouden waardoor we niet samen lopen en andere lopers zijn me vaak genoeg allemaal voorbij. Als je dan valt is er niemand die je opraapt en vraagt of het goed met je gaat, dat zal je helemaal zelf moeten doen. Net als de juiste weg volgen of jezelf oppeppen als je een dipje hebt. Het vinden van motivatie kan in het donker ook wat lastiger zijn dan als het zonnetje schijnt. Ook hier geldt dat je met een evenement altijd wel een tracker bij je hebt met een noodknop maar ook dat gaat maar zover. Een noodknop heeft namelijk de vervelende eigenschap dat je die wel in moet kunnen drukken. Klinkt allemaal heel ernstig en serieus, dat is het niet als je goed voorbereid en goed getraind bent, maar feit blijft dat het in de nacht nu eenmaal nét even een tikkie anders is.</p>
<p>Nog een dingetje over dat bang zijn. ‘s Nachts lopen er ook dieren in het bos of over de hei. Dieren die zich in het donker iets vrijer wanen dan overdag als ze verscholen zitten voor de wandelaars. De kans dat je ‘s nachts dus dieren tegen komt is daarmee groter aanwezig dan overdag. Zo liep ik ooit ergens waar er ineens een kudde Schotse hooglanders op mijn pad stonden. Ik kon er links niet langs, ik kon er rechts niet langs en de koe met de grootste hoorns stond in het midden van het pad en had geen enkele intentie om ook maar één stap opzij te doen. Terugkeren en omlopen was ook niet echt een optie dus daar sta je dan. Uiteindelijk heb ik haar vriendelijk maar dringend gevraagd of mevrouw alsjeblieft een stapje opzij wilde doen zodat ik er langs kon. Dat deed ze na veel morren uiteindelijk en uiterst voorzichtig en met knikkende knietjes ging ik dwars door de kudde om daarna zo snel mogelijk mijn weg te vervolgen. Een kilometer later schoot er een andere kudde van ‘iets’ keihard weg aan de zijkant van mijn pad. Ik herkende het geluid van paardenhoeven, denk ik, maar mijn hartslag schoot van 120 naar 180 in één seconde. En dan heb ik het niet over de ontelbare keren dat een hert mijn pad kruiste of dat ik in het licht van mijn lamp onheilspellende gloeiende ogen zag. Gelukkig ben ik niet bang aangelegd.</p>
<p>Als je dat zo allemaal leest, waarom zou je je dan überhaupt de nacht in wagen? Omdat zoals gezegd de nacht magisch is. Als je alle zaken goed onder controle hebt is er niks gavers, mooiers en magischer dan ‘s nachts lopen. Het feit dat er niemand is, of heel weinig mensen zijn, de lampjes van een dorp ver weg in de vallei onder je kont schijnen, de sterren en de maan aan de hemel staan te schitteren, het gevoel van helemaal alleen op de wereld zijn en die wereld is van jou en van niemand anders. It’s just you, yourself and you. Het avontuur van de nacht, de dieren die nu wel dichtbij zijn of die je overdag überhaupt niet ziet en het helemaal op jezelf aangewezen zijn. De stilte van de straten als je na een stuk bos of heuvel door een dorp komt. Iedereen ligt in zijn bed te slapen maar jij niet. Jij loopt daar en bent bezig met iets magistraals, namelijk een hele lange afstand lopen. Jij bent de held en je bent uitzonderlijk. Jij doet dingen die andere mensen niet doen. Dat maakt het bijzonder. Het helpt dat ik een nachtmens ben, ‘s nachts ben ik op mijn best.</p>
<p>Maar het allergaafste van de nacht vind ik het blauwe uur. Dat uur vlak voor zonsopgang. Je hebt net tien, twaalf uur door de nacht gelopen met alle geuren, beelden, gevoelens en geluiden die daar bij horen. En dan daalt de temperatuur en wordt het stil. Je voelt het, je ziet het, je hoort het. Je weet dat het niet lang meer duurt voordat het langzaam licht wordt en op een gegeven moment de eerste zonnestralen zich aandienen. De wereld gaat zometeen ontwaken en dan is de magie van de nacht voorbij. Maar nu nog heel even niet. Nu is deze op zijn sterkst en is het nog allemaal van jou. Van jou en van niemand anders. De magie die je het gevoel geeft dat je leeft omdat al je zintuigen op scherp staan. En dan? Dan kraait de haan en is het voorbij.</p>
<p>Ga je een keer met me mee op avontuur in de nacht?</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-de-magie-van-de-nacht/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>The Great Escape: I’m back!</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/the-great-escape-im-back/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/the-great-escape-im-back/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 28 Sep 2026 19:07:41 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Heuveltraining]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Training]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<category><![CDATA[Ultra]]></category>
		<category><![CDATA[ultramarathon]]></category>
		<category><![CDATA[ultratrailen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=5930</guid>

					<description><![CDATA[The Great Escape 100. Of eigenlijk 105 km, met 4200 hoogtemeters, in 22 uur, met relatief weinig training, een zeurende knie en al ruim anderhalf jaar niet verder gelopen dan 55 km. Bovendien komt The Great Escape voor mij uit de categorie dat ik altijd in mijn achterhoofd heb dat ik er eigenlijk nét niet [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>The Great Escape 100. Of eigenlijk 105 km, met 4200 hoogtemeters, in 22 uur, met relatief weinig training, een zeurende knie en al ruim anderhalf jaar niet verder gelopen dan 55 km. Bovendien komt The Great Escape voor mij uit de categorie dat ik altijd in mijn achterhoofd heb dat ik er eigenlijk nét niet goed genoeg voor ben. Nét even een tikkie te zwaar, nét iets te veel hooi op mijn vork, nét iets boven mijn hoofd. En toch trap ik er iedere keer weer in en schrijf me in, met de illusie dat het de volgende keer makkelijker zal gaan. Zo ook deze keer, want nadat we vorig jaar uitstapten en de volgende dag zoiets hadden van ‘waarom zijn we in vredesnaam uitgestapt’, gaan we het toch weer doen. En zoals altijd met de gedachte, ‘ik ga gewoon starten en dan zie ik wel hoe ver ik kom.’</p>
<p>Na drie weken vakantie maar een zware week op kantoor heb ik vrijdag gelukkig vrij om mijn spullen klaar te leggen. Hoef ik zaterdag alleen nog maar naar de bakker om een broodje en een koek te halen. Plan is om om 11:00 weg te rijden maar ik wil het liefst iets eerder. We spreken af om na het ontbijt gewoon spullen te pakken en te gaan, en per saldo is het toch al 10:45 als we richting Luxemburg gaan. De reis gaat soepel en we zijn dan ook rond 14:00 in Clervaux waar het hoofdkantoor en morgen de finish is. We hebben mazzel en er rijdt net iemand weg van de parkeerplaats, net als vorig jaar. Terwijl we parkeren zien we Monica en Jaber staan en ook Olav en Leonie komen net aanlopen.</p>
<p>Eenmaal binnen mogen we gelijk aanmelden en de verplichte gearcheck doen. Ik moet mijn jasje en beker laten zien, Frank zijn lamp en ook zijn jasje. Daarna krijgen we onze tracker en startnummer en dan is het wachten. Wachten op het vertrek van de bus die ons naar de feitelijke start zal brengen, terwijl we met bekenden kletsen, een broodje eten en alles nog eens checken. Hoe verdeel ik mijn eten over mijn racevest, heb ik mijn stokken bij me, wat zit er in de dropbag en wat in de tas bij de finish? Wanneer heb ik eventueel mijn zonnebril nodig en zal ik die buff in mijn broekzak stoppen of gewoon achter in mijn vest? Als ik alles precies zo heb zoals ik het hebben wil ga ik nog één keer naar de wc en dan is het tijd voor de briefing en vertrek. Hier zullen we het mee moeten doen.</p>
<p>Het is mooi weer. Vorig jaar hadden we een regenbuitje maar dit jaar hebben ze beloofd dat het droog blijft. Eigenlijk is het perfect weer, zonnetje, niet te warm, niet te koud. We hebben niet veel tijd voordat het 18:00 is, maar even snel plassen en een selfie met de gang kan altijd. Ik ben Frank kwijt want ondanks dat we afgesproken hebben om apart te lopen wil ik wel een startkusje. We lopen apart want samen zijn we langzamer. We hebben allebei onze sterktes en zwaktes en als we samen lopen, lopen we op elkaars zwaktes en verliezen we tijd. En ik verwacht alle tijd nodig te hebben.</p>
<p>Om exact 18:00 wordt er afgeteld en gaan we van start. Mijn grootste zorg is of mijn knie het gaat houden. Ik heb al de hele week een zeurderig gevoel en meer last dan normaal, maar zodra ik begin met lopen voel ik hem nauwelijks. Alsof de opwinding van het lopen van The Great Escape bij voorbaat al endorfine aangemaakt heeft en de boel verdooft. Mij hoor je niet klagen, houden zo. De eerste kilometers gaan omlaag en dat loopt lekker weg ook al hang ik gelijk een beetje achteraan, mijn normale plek op dit soort loopjes. Dan komt het eerste klimmetje waar ik vorig jaar gelijk al op liep te schelden. Gek genoeg loop ik nu makkelijk omhoog en vraag ik me af waar ik vorig jaar zo moeilijk over deed. Misschien was het in mijn gedachten erger (ik denk het niet), komt het door de vakantie (zal zeker helpen), of schelen die kilo’s écht in het omhoog lopen (waarschijnlijk de beste verklaring). Opnieuw, mij hoor je niet klagen, slechts ietwat gefrustreerd door het feit dat ik snellere stappen maak dan de mensen achter mij maar die mij toch op de een of andere manier inhalen. Misschien lijkt dat maar zo of heb ik gewoon kortere benen? Nou ja, het is wat het is en uiteindelijk moet ik mijn eigen race lopen. Ik zwaai nog even naar de fotografe die op de weg zit en dan gaat mijn focus naar de eerste VP op 23 km.</p>
<p>Het zijn altijd die eerste kilometers. Vooruit, ook de laatste maar vooral de eerste. Als ik eenmaal aan het lopen ben is het goed en als ik voorbij de eerste VP ben zit ik er lekker in. Maar eerst moet ik nog die eerste 23 km door. De cut off is om 22:51 dus in principe genoeg tijd. We zijn in het licht gestart en alhoewel ik het altijd zo lang mogelijk uit probeer te stellen kan ik rond de 15 km écht niet meer zonder licht lopen. Ik ben niet de enige die het uit wil stellen maar we moeten er allemaal aan geloven. Omdat het droog is heb ik gelukkig geen last van de mist die zich altijd in mijn lichtbundel vormt en ondanks dat er weinig maanlicht is kan ik af met de middelste stand. Scheelt weer batterij. In de nacht valt ook nu weinig te zien. Ik loop op stukken die ik totaal niet herken van vorig jaar en een paar stukjes waarvan ik denk ‘oh ja, dat was hier’. Zo ook een dorpje met een camping en een bruggetje dat we over moeten. Dan moet ik even kijken of ik nu de weg rechtdoor of rechts moet hebben. Een man achter mij heeft hetzelfde als blijkt dat we iets naar links omhoog langs een oevertje moeten. Nu weet ik het weer.</p>
<p>Dan kom ik aan op het eerste checkpoint waar Olav en Leonie zich net klaarmaken om weer te vertrekken. Sandy is er en de ruimte is leuk aangekleed met nepkippen, eenhoorntjes en kabouters. Daar waar bij de Bello zo rond de kerst altijd een opblaassneeuwman staat, staat nu een opblaaspinguin voor Halloween bij de ingang. Ik laat een foto maken. Morgen zal ik zelf als een pinguïn rondlopen dus dat is wel toepasselijk. Eenmaal binnen maak ik gelijk mijn shit in orde. Dat wil zeggen, ik neem geen risico en hang mijn klokje gelijk aan een lader, ik check mijn drinken en dump de lege papiertjes van eten en ga even naar de wc. Dan ga ik op zoek naar cola en kijk of ze nog iets lekkers te snacken hebben liggen. Het worden partjes sinaasappel en paprikachips. Er hangt een scherm waar je de deelnemers kan tracken en ik kijk of ik Frank zie. Die loopt op een paar kilometer maar wel helemaal achteraan. Ik hoop dat hij binnen is voordat ik weer vertrek.</p>
<p>Alhoewel ik me altijd voorneem om niet te lang te blijven hangen bij de verzorgingsposten gaat de tijd snel en duurt het altijd langer dan ik wil of denk. Als ik uiteindelijk helemaal klaar sta om te vertrekken check ik nog een keer waar Frank is. Nog twee minuten wordt me gezegd dus daar wacht ik nog even op. Als hij binnen is geef ik hem een kus en ga weer door, ik heb mijn tijd écht nodig. Hij haalt me vast ergens wel weer in. Ik duik de nacht weer in, nu met mijn stokken in de aanslag. Het eerste stuk heb ik nog zonder gelopen maar ik kan me herinneren dat er nu wat meer klimmetjes komen. Desondanks heb ik nog steeds het idee dat ik veel makkelijker loop dan vorig jaar. Ik heb voor dit tweede deel ook een muziekje aangezet. De volgende post is op 43 km dus dat is ook 20 km. Lekker overzichtelijk. Frank heeft een briefje gemaakt met de afstanden en cut off tijden maar met het regelmatig pakken van mijn GPS handheld ben ik die verloren want die zat in dezelfde zak. Nou ja, volgens mij was de volgende cut off 3:30 en heb ik bijna anderhalf uur speling.</p>
<p>Ik loop lekker door, mijn knie houdt zich koest, de muziek doet zijn werk, het is droog en een prima temperatuurtje en de klimmetjes vallen me 100% mee. Wat wil een mens nog meer? Ik snap steeds minder waarom ik vorig jaar uitgestapt ben. Ik eet een ietwat taai stukje ontbijtkoek want doordat ik door mijn mond adem droogt de boel een beetje uit. Ik heb het ook best warm en kijk voor de gein eens naar mijn hartslag. Die zit op 160 slagen per minuut. Ik schrik een beetje, dat is best hoog. Ik hou het een tijdje in de gaten maar ik voel me prima en als ik wandel zakt hij ook weer snel. Het zal wel goed zijn en ik maak me er verder niet druk over. Ik kom door een dorp en zie een stuk of zes lopers langs de kant die bij Hayo zitten. Die zit op de grond en ziet er niet goed uit. Ik vraag of ik kan helpen maar de hulp is al onderweg. Omdat ik verder niks kan betekenen loop ik maar door. Ik hobbel nog een paar kilometer door en dan drink ik mijn waterzak leeg. Geen paniek, ik zit inmiddels op 42 km en de post is op 43 km. Toch? Niet dus, die zit pas op 46 km. Bovendien komt er een heel erg lang gemeen stuk van continue omhoog. En als je denkt dat je er bent moet je nog verder omhoog. Het is ook nog eens een heen en weertje en de lopers die er geweest zijn komen je tegemoet, alleen zij mogen naar beneden en ik moet omhoog. Dit stuk zat er vorig jaar zeker niet in!</p>
<p>Olav en Leonie lopen langs en zeggen gedag terwijl ik mezelf naar boven worstel. Ondanks dat ik lekker loop voel ik het nu al wel in mijn bovenbenen. Ik was al voornemens om toch iets van krachttraining te gaan doen hierna, dus ik weet waar ik op moet gaan focussen. Als ik eindelijk in het dorp ben moet ik ook daar nog verder omhoog maar uiteindelijk kom je er toch en stap ik de VP binnen. Via een trappetje omhoog, dat dan weer wel. Ik werk mijn ritueel weer af en krijg een broodje met hotdog dat ik bijna niet weg kan eten. De worst gaat nog wel maar het brood is me te droog. Wegspoelen met cola dan maar. Alhoewel ik nog steeds ruim binnen de tijd ben is het hier al een stuk rustiger en loop ik dus verder achteraan. De vrijwilligers beamen dat het een snelle groep is dit jaar.</p>
<p>Als ik mijn ding gedaan heb wacht ik niet meer op Frank. Met een beetje mazzel kom ik hem zo op weg naar beneden weer tegen. Als ik weer de straat op ga ligt deze er verlaten bij.  Het is dan ook al twee uur ‘s nachts. Ik kom nog een enkele loper tegen die me succes wenst en bij elk lichtje dat ik zie hoop ik dat het Frank is. Pas bij het vijfde lichtje is het raak en hij roept al gelijk dat hij er uit gaat. Oh nee hé, niet weer. Maar hij kan helaas niet anders. Zijn bovenbenen zijn opgeblazen en hij kan niet meer afdalen. Kop zit goed, motivatie zit goed, zin zit goed maar het lijf blokkeert. Ik baal net zo hard voor hem. Hij werkt zich nog naar boven om zich af te melden, ik daal verder af om mijn weg te vervolgen. Terug de nacht in, terug het parcours op en op weg naar de plek waar ik vorig jaar gestopt ben, vooral ook nieuwsgierig naar wat daar verder ligt.</p>
<p>Het duurt niet lang voor ik op de weg loop waar Frank vorig jaar stopte. Van daar uit is het niet zo veel verder meer waar ik een regenbui over me heen kreeg en langs het klimpad loop waar ik de vuursalamanders zag. Dit jaar zit er niks want het is droog en nogmaals, je hoort mij niet klagen. De klimmetjes en vooral de afdalingen beginnen zo langzamerhand hun tol te eisen. Niet alleen mijn bovenbenen protesteren maar vooral ook mijn tenen die in mijn schoenen drukken en voel ik daar een beginnend blaartje? En dan ben ik pas op de helft. Maar we stappen dapper door en ook hier klagen we niet over. De stokken doen hun werk goed door te ondersteunen en met een blik op oneindig en het verstand op nul kom je een heel eind. Ik speel haasje over met een man die ik uiteindelijk moet laten gaan. Met klimmen gaan we gelijk op, vlak ben ik sneller maar met afdalen ben ik een slak, niet in de laatste plaats vanwege de fysieke ongemakken maar vooral ook omdat ik het me niet kan veroorloven om een verkeerde pas te zetten en uit te glijden, te struikelen of te vallen. Vanwege mijn knie en vanwege 100.000 andere redenen.</p>
<p>We komen samen beneden in het dorp en we steken de weg over waar we langs het spoor en het treinstation lopen. Hier was het. Hier ben ik gestopt. Alles wat nu komt is nieuw en ga ik ontdekken. Ik ben vooral nieuwsgierig naar het stuk met de gladde rotsen wat zo glad en gevaarlijk was vanwege de regen. We gaan het zien. Ik moet nog een stukje langs de weg en dan weer een paadje omhoog. Een paadje dat niet alleen best steil is, maar ook bezaaid met stukken leisteen. Ja, als het zeikregent en alles nat is zal dit behoorlijk glad en glibberig zijn. Ik weet dan nog niet de helft.</p>
<p>Het stuk omhoog is niet zo heel erg lang als het weer wat vlakker wordt. Nou, als dit alles is, valt het alleszins mee. Ook als het had gezeikregend kan je hier prima lopen. Ik juich te vroeg want als ik een paar kilometer verder ben krijg ik weer een klim. Een klim nóg steiler omhoog, met nóg meer gladde rotsen. Ik ben niet alleen blij met mijn stokken maar ook blij met het feit dat er nog een paar andere lopers zijn. Ik zie hun lichtjes een stukje voor mij wat mij twee delen informatie geeft. Ik ben niet alleen maar ik moet nog veel meer omhoog. Als ik eindelijk helemaal boven ben loop ik over een single track over een bergkam. Het is dan wel donker, en dat is maar goed ook, maar toch heb ik dondersgoed in de gaten dat ik zowel links als rechts van mij een klein ravijntje heb. Met andere woorden, ik mag geen pas verkeerd zetten. Nu snap ik waar de term ‘gevaarlijk’ van vorig jaar vandaan kwam en ik ben dolblij dat ik vorig jaar uitgestapt ben en dit stuk overgeslagen heb. Ik had me hier doodgelopen. Bovendien had ik het nooit gehaald binnen de cut off want snel was ik niet gegaan in die regen en gladheid.</p>
<p>Ook nu doe ik voorzichtig en bedenk me dat teruggaan toch geen optie is dus kan ik beter doorlopen. Ik ben echter heel erg blij als ik weer langzaam aan af mag dalen, niet in de laatste plaats omdat ik inmiddels weer alleen ben. Er valt prima te lopen maar je moet wel je kop erbij houden en ik ben nu eenmaal geen fan van hoogtes. De afdaling is zwaarder dan de stijging en ik voel mijn teennagels met de minuut blauwer worden. En ik maakte me zorgen over mijn knie? Maar uiteindelijk ben ik dan toch beneden en op weg naar de volgende verzorgingspost. Hier heb ik een dropbag liggen en kan ik voorraden bijvullen en eventueel mijn lamp achterlaten. Ik zoek tussen de tassen maar kan hem niet vinden. Hij blijkt ergens anders te liggen en een van de vrijwilligers pakt hem voor me.</p>
<p>Ze hebben noedels en soep maar ik neem mijn eigen bakje noedels dus ik heb alleen een beetje heet water nodig. Scheelt weer tijd want ik had 6:00 binnen willen zijn maar inmiddels is het al bijna 6:30 als ik binnen ben. Binnen zitten een handjevol mensen waaronder een dame met dreadlocks waar ik soort van mee oploop. Zij loopt sneller dan ik maar ik kom haar toch tegen bij de verzorgingsposten waar ze dan weer wat langer blijft hangen. Ik vul wat eten bij, herorganiseer mijn vest, neem wat vloeibare magnesium en een paracetamol en eet mijn noedels. Noedels die niet te vreten zijn, er zit kraak noch smaak aan. Alleen de bouillon waar ze in zitten is lekker. Ik dwing mezelf er toch wat van te eten want er moet voedsel in maar het gaat niet van harte. Ik laat het laatste restje noedels staan en maak me weer klaar om te gaan. Ik twijfel of ik mijn lamp achterlaat en kijk naar buiten. Het ziet er nog donker uit dus ik neem hem maar mee maar als ik daadwerkelijk naar buiten stap is het toch lichter dan ik dacht. Bovendien komt de zon razendsnel op dus ik stap weer naar binnen om alsnog mijn lamp achter te laten. Een vrijwilliger neemt hem aan en stopt hem in mijn dropbag. Scheelt weer gewicht.</p>
<p>Ik begin weer te lopen en realiseer me dat ik de zonsopgang gemist heb. Bummer, een van de dingen die ik altijd zo gaaf vindt aan dit soort lopen is om na een nacht doorhalen de zon op te zien komen. En daar natuurlijk mooie plaatjes van te schieten, maar helaas, vandaag is niet de dag. Ik blijf er niet te lang bij stilstaan. Ik heb nu 14 km te gaan tot de volgende verzorgingspost en ik moet 10:33 binnen zijn, het liefst eerder zodat ik daar ook nog wat kan eten en drinken. Ze hebben me verteld dat we het ergste nu gehad hebben. Ik ben benieuwd want ook al is het licht, ook nu krijg ik best nog wel wat hoogtemeters voor mijn kiezen.  Het enige voordeel is dat ik nu de prachtige vergezichten kan zien. Het nadeel is dat ik op bepaalde plekken ook kan zien hoe hoog ik zit, hoe smal het pad is en waar ik terecht kom als ik hier een verkeerde stap maak.  Natuurlijk maak ik daar een foto van maar dat doet absoluut geen recht aan de werkelijkheid. Voorzichtig daal ik af en vervloek mijn zere poten en onwillige bovenbenen. Hoe zat dat ook alweer met die krachttraining? Ik weet het, ik weet het.</p>
<p>Toch loop ik nog steeds lekker door en ik besluit om de Terminatorknop aan te zetten. Een mooi vlak stuk over een weiland en ik zet de sokken er in wat resulteert in kilometer 74 in minder dan tien minuten. Lang kan ik er helaas niet van profiteren, kilometer 75 komt er weer een afdaling from hell wat alle vaart er weer uit haalt. Het zij zo. Wat volgt is weer een klim en een daling, een klim en een daling en een klim. Ik loop weer over een single track en zie in het dal een dorp liggen. Daar moet de laatste verzorgingspost liggen, die per saldo weer verder weg is dan het lijkt. Bovendien moet ik natuurlijk weer eerst een heel stuk naar beneden, want dat is de consequentie van een dorp dat in een dal ligt. Er is slechts één ding dat mij nu op de been houdt. De gedachte, of beter gezegd de hoop, dat ze bij de laatste verzorgingspost tosti’s hebben.</p>
<p>Qua tijd begint het nu wel krap te worden. Het is al 10:00 geweest als ik binnenloop en de cut off is 10:34. Ik heb tijd om wat te eten en drinken, maar daarna geen marge meer. Eten. ‘Wat hebben jullie te eten?’, is het eerste dat ik vraag terwijl ik alleen maar kan denken ‘zeg alsjeblieft tosti’s, zeg alsjeblieft tosti’s’. Hij zegt geen tosti’s, hij noemt het crocs, op zijn Vlaams. Op zijn Vlaams, op zijn Engels, op zijn Frans, op zijn Duits, het maakt me niet uit in welke taal het is, het zijn tosti’s! Hoe blij kan je zijn met zo iets kleins. Ik vraag gelijk of ik er twee mag. De dame met wie ik oploop is er ook weer en zelfs Mike en zijn kompaan zijn er. Die lopen de 200 km en vaak op de cut off.  Ondertussen krijg ik superservice want de vrijwilliger zorgt niet alleen voor twee tosti’s, hij vult ook mijn waterzak bij zodat ik rustig naar de wc kan. Als ik hem terugkrijg zegt hij de legendarische woorden: ‘Ik heb hem helemaal bijgevuld want je moet nu nog 26 km’. 26 km, is dat niet een beetje veel? Het waren toch nog maar 23 km? Of toch 25 km? Ik weet het eerlijk gezegd niet zo goed. Ik kan niet meer helder denken en hoor alleen maar 26 km, 5,5 uur en nog 1100 hoogtemeters. That can’t be right either!</p>
<p>Wel dus. Ik ga rekenen en kom uit op dat ik gewoon vijf kilometer per uur moet lopen. Hoe dan? Met al die hoogtemeters? Er wordt wel gezegd dat ze niet meer zo technisch zijn maar dan nog. Nou ja, we gaan er voor, de dood of de gladiolen en dan kom ik maar te laat binnen. Als ik in elk geval maar uitloop. En die medaille zal ik toch wel krijgen. Tenminste? Ja toch? Ik wil liever het risico niet lopen maar ik weet niet of dit gaat lukken. Piekeren zal me echter niet gaan helpen, doorlopen wel. En doorlopen doe ik. Ik krijg in elk geval ook nog een tosti voor onderweg mee. Het lijkt inderdaad qua terrein wel wat makkelijker en zo lang ik mijn kilometers onder de 12 minuten maak komt het goed. Elke keer als ik dat denk komt er toch stiekem weer een klim, en ondanks dat het niet meer technisch is kosten deze kilometers me toch tijd. Het grote rekenen begint. Hoeveel tijd heb ik nog, wat als ik gemiddeld maar 4 kilometer per uur loop, waar kom ik uit, red ik het nog?</p>
<p>Loop ik omhoog ben ik pessimistisch, loop ik omlaag of vlak ben ik optimistisch. Het zal er om hangen. Ik check ook continue of ik nog goed loop. Het laatste wat ik nu kan gebruiken is verkeerd lopen en tijd verliezen. Ik probeer her en der ook nog te rennen. Het systeem met de handschoenen die in de stokken klikken werkt goed want om de haverklap klik ik ze in en uit. Uit als ik kan rennen, want met de stokken in de hand gaat dat sneller, en in als ik omhoog moet, want dan is met stokken lopen weer beter. De vrijwilligers hadden gelijk, dit stuk is veel minder technisch maar er zitten nog steeds de nodige hoogtemeters in. Hé-ho, hé-ho, je krijgt het niet kado. De pijntjes in mijn lijf en vooral mijn voeten nu negeer ik consequent, tik tak, tik tak, tik tak is het geluid van mijn stokken op de weg, ik kan eindelijk speedmarsen als ik alsmaar door blijf lopen. Het is letterlijk een race tegen de klok. Ik ben stiekem blij dat het zonnetje zich nog niet heeft laten zien en er zelfs een beetje miezer valt. Een eekhoorntje kruist mijn pad in een dorp maar ik neem niet de tijd om er proberen een foto van te maken. Geen tijd, geen tijd, opzij, opzij, ik heb ongelofelijke haast.</p>
<p>Zo tikken de kilometers weg. Er staan regelmatig wegwijzers die niet alleen de route aangeven maar ook de naam Clervaux en de kilometers tot het dorp. Ik moet ongeveer twee kilometer verder dan het dorp, maar het werkt erg motiverend. Ik ben gestopt met rekenen hoe snel ik moet lopen, ik zie alleen nog maar hoeveel uur ik al aan het lopen ben en weet dat ik 22 uur de tijd heb. Als de teller op 22 staat moet ik binnen zijn. Als er geen gekke dingen gebeuren zal ik geen uur te laat komen maar wat het wel gaat worden weet ik ook niet. Als ik nog tien kilometer moet mag ik voorzichtig gaan aftellen. De dame met de dreadlocks loopt voor mij en als we nog zo’n 7 kilometer moeten krijgen we een plensbui over ons heen. Lekker dan, is het bijna 100 km droog, krijg je aan het eind nog even een bui om lekker nat te regenen. Maar goed, gelukkig is het een bui die ook weer overtrekt en snel genoeg droog ik ook wel weer op.</p>
<p>De laatste kilometers gaan in en na een laatste klim en afdaling komen we uit in het dorp. Dan denk je dat je lekker op asfalt mag uitlopen maar er loopt ook een trail naast het dorp en natuurlijk volgen we die. Dan zien we de verlossende gele pijlen van de Legends die aangeven dat we van de route af moeten. Het kan nu niet ver meer zijn en het wordt echt spannend. Ik heb nog een kleine tien minuten maar de route op mijn GPS is onduidelijk en door het zwabberen van mijn klokje weet ik nu niet precies hoever het nog is tot de finish. Het kan 500 meter zijn maar ook nog twee kilometer. Dan zegt de dame voor mij ‘ik zie de parkeerplaats’ en als ik langs haar kijk zie ik Frank met Tim staan. De dame begint weer te dribbelen. Ik laat haar gaan, ze heeft zo lang voor mij gelopen dat ze ook voor mij mag finishen. Bovendien heeft ze me verteld dat dit haar eerste 100 km was dus ik heb diep respect dat je dan gelijk The Great Escape pakt. Dat was ook een vergissing biechtte ze me op.</p>
<p>Ik loop richting Frank en daar aangekomen word ik gelijk doorgestuurd naar binnen om over de rode loper naar het podium te lopen. Ik ben er en ik heb het gehaald met nog drie minuten op de klok. Ik heb het spannend gemaakt! Ach ja, zo ben ik nou eenmaal. Ik weet dat ze thuis aan het volgen zijn dus zo houden we het leuk. Of was het toch omdat ik gewoon niet sneller kon en me de teringtyfustandjes gelopen heb om op tijd binnen te zijn? Ik krijg mijn medaille, geef de tracker terug en strompel het podium af. Olav en Leonie zijn er ook nog en Frank weet me te vertellen dat hij gevraagd heeft of ik de medaille had gekregen als ik te laat binnen was geweest. Het antwoord is nee. Of dat echt zo is zullen we nooit weten en ik ben blij dat ik er niet achter hoef te komen. Als ik te laat was geweest dan was dat zo, maar het is toch wel een eredingetje dat ik tóch binnen de tijd was. Frank heeft een hotelletje met een spa geboekt in plaats van dat we naar huis rijden. Helemaal prima, alleen even regelen dat iemand de mannen van Swiss Sense opvangen morgenochtend want die komen een nieuwe topper brengen. Was hij even vergeten. Gelukkig wil Frenk dat wel doen en kunnen wij met een gerust hart naar het hotel waar we lekker douchen, het bubbelbad in duiken, wat eten en daarna lekker kunnen slapen.</p>
<p>The Great Escape 2.0. Veni, vidi en dit keer was het wél vici. Alhoewel ik heb besloten dat ik deze niet meer zal lopen was het avontuur weer super en ben ik trots op mezelf dat ik het nog kan. 105 km met ruim 4200 hoogtemeters in 22 uur. De Terminator doet het nog.</p>
<p>I’m back!</p></div>
<div></div>
</div>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/the-great-escape-im-back/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>6</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>So you think you can trail: Vies worden</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-vies-worden/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-vies-worden/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 19 Jul 2026 16:19:27 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Op weg naar de blogs]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<category><![CDATA[Ultra]]></category>
		<category><![CDATA[ultratrailen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=5667</guid>

					<description><![CDATA[Van hardlopen ga je zweten. Sommige mensen vinden dat vies en die zullen dus niet snel gaan hardlopen. Maar iedere lichamelijke inspanning zorgt er nu eenmaal voor dat wij mensen gaan zweten en hardlopen vergt lichamelijke inspanning. De een zweet wat meer, de ander wat minder, als het warm is zweet je wat meer, als [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Van hardlopen ga je zweten. Sommige mensen vinden dat vies en die zullen dus niet snel gaan hardlopen. Maar iedere lichamelijke inspanning zorgt er nu eenmaal voor dat wij mensen gaan zweten en hardlopen vergt lichamelijke inspanning. De een zweet wat meer, de ander wat minder, als het warm is zweet je wat meer, als het koud is wat minder. Van trailen ga je niet alleen zweten, maar je wordt ook gewoon VIES. Vies, met hoofdletters! Zo, ik heb je gewaarschuwd. Vind je zweten tot daar aan toe, maar wil je niet vies worden, dan sorry voor de tijd die je in mijn blogs gestopt hebt tot nu toe, maar ga vooral niet trailen. Op de weg zal je, behoudens een regenbui waardoor je misschien wat vieze spetters aan de onderkant van je benen of broek zal krijgen, niet snel geconfronteerd worden met viezigheid. Maar de ondergrond en omgeving tijdens het trailen, ja dat is een ander verhaal. Ik ga niet uitleggen hoe je op de verschillende manieren vies kan worden, ik ga slechts een aantal praktijkvoorbeelden geven waar ik vies, viezer, viest ben geworden.</p>
<p>Ergens in januari 2018 aan het begin van mijn trailcarrière. Was het de Polar Bear Trail? Hoe dan ook, we starten door van een heuvel af een weiland in te rennen. Het had de dagen ervoor geregend maar nu was het droog. Sterker nog, er scheen een lekker zonnetje. Prachtig weer voor een trailtje. Maar nog geen kilometer onderweg, onderaan die heuvel, wat denk je? Een modderpoel waar een gemiddeld varken een moord voor zou plegen. Een modderpoel die je met geen mogelijkheid kon ontwijken want prikkeldraad links, prikkeldraad rechts. Er zat maar één ding op en dat was dwars er doorheen. Tot boven de enkels trok de superzuigende modder de schoenen van mijn voeten. Links kon ik met beleid en krom getrokken tenen nog vast houden, rechts was ik kwijt en moest ik terug zoeken. De resterende 20 km heb ik met chagrijn op mijn gezicht afgelegd. Ik heb een hekel aan natte voeten en dat was de start van mijn ‘ik háát trailen’ fase. Ik kreeg tevens de bijnaam ‘Moppertrailsmurf’. Inmiddels weet ik beter, maar hou nog steeds niet van natte voeten.</p>
<p>Trail des Fantomes in het Ourthegebied in de Belgische Ardennen. Frank en ik lopen de 42 km. Niet voor de eerste keer dus ik weet wat ik kan verwachten. We moeten een steil stukje heuvel af. Het heeft geregend en het stuk is glad en modderig. Ik ga voorop, pak mijn stokken die ik stevig in de modder plant en voetje voor voetje die ik overdwars neerzet, net als bij het skiën, ga ik heel voorzichtig de heuvel af. ‘Je moet je voeten recht zetten, daar zijn ze voor gemaakt. Het profiel zorgt voor grip dus je kan gewoon naar beneden lopen’, roept Frank die wellicht vindt dat het te langzaam gaat. We kennen elkaar al jaren, ik ben normaal gesproken eigenwijs maar vaak trap ik er toch weer in en luister naar hem. Ook nu besluit ik hem de voordeel de twijfel te geven en zet ik de volgende pas mijn voet recht naar beneden. De grip onder de schoen doet zijn werk maar de modder werkt harder. Ik glij uit en lig met de volledige lengte van mijn rechterbeen in de modder. Dank je lief, goede tip! Volgende keer doe ik het weer op mijn manier, goed?</p>
<p>Devils Trail Loonse en Drunense duinen. Dé plek in Nederland om midden op de dag in hartje zomer te oefenen als je ooit de Marathon des Sables wil gaan lopen. Bloedheet maar vooral veel zand. Zand dat zich uitstekend leent om door de kleine poriën van je hardloopschoenen heen te laten glippen, en vervolgens haar weg door de mazen van je sokken heen weten te vinden. Met als gevolg dat je schoenen, je sokken en respectievelijk je voeten vol met zand zitten. ‘Nou ja, dat klop je er dan toch ook gewoon weer af?’ Als je voeten droog zijn wel ja, maar als ze lekker 13 km hebben zitten zweten in je schoenen zijn ze nat. En dan heeft zand de vervelende onhebbelijkheid om te blijven plakken. Had ik al gezegd dat ik naast een hekel aan natte voeten ook geen fan van zand tussen mijn tenen ben?</p>
<p>Iedere willekeurige trail. Als het geregend heeft stap je onvermijdelijk ergens een keer in een plas. Als het droog is krijg je onvermijdelijk zand of aarde aan je benen. Als je moet klimmen gebruik je onvermijdelijk je handen. Als je valt lig je onvermijdelijk in de viezigheid. Als je een korte broek of korte mouwen hebt loop je onvermijdelijk door gras en struiken. En als je nodig moet, dan zal je onvermijdelijk op je hurken moeten en je behelpen met een zakdoekje. Als je die tenminste bij je hebt. Ik herinner me een gevalletje van niet. Lang leve een plant met grote bladen. Je kan niet trailen en niet vies worden.</p>
<p>Vooruit, de uitsmijter. Februari 2025. Ik loop van Hoek van Holland naar Den Helder. 2 dagen en 2 nachten non stop lopen, in totaal 236 km in bijna 52 uur. Niet slapen, niet douchen, geen tandenpoetsen, naar de wc ging dan over het algemeen nog wel op een echt toilet maar soms ook niet en wel shirtjes en schoenen gewisseld maar geen broeken of ondergoed. Ook vooral zweten in de zon maar ook lopen in de regen. Als ik eindelijk in Den Helder aangekomen ben waar vrienden mij weer naar huis zullen brengen, heb ik al een tijdje een regenbroek over mijn hardloopbroek aan. Ik wil de auto in stappen als ze me vragen of ik mijn regenbroek en jas niet uit wil doen. Ik trek aan het elastiek van mijn broek en de walm die er uit komt heeft iets weg van de geur van een 3 jaar oude zombie die gestorven is aan een virus en in een nat moeras in de zon heeft gelegen. ‘Nee dank je, ik hou mijn broek wel aan en kleed me thuis wel om.’ </p>
<p>Van trailen word je vies, het is de waarheid, ik kan er niks anders van maken.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-vies-worden/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>So you think you can trail: Blessures</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-blessures/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-blessures/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 05 Jul 2026 21:08:01 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Op weg naar de blogs]]></category>
		<category><![CDATA[Blessure]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Ultra]]></category>
		<category><![CDATA[ultramarathon]]></category>
		<category><![CDATA[ultratrailen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=5663</guid>

					<description><![CDATA[Het is alweer even geleden dat ik iets geschreven heb over trailen. Dat is niet in de laatste plaats omdat ik tijd nodig gehad heb om weer wat afstanden op te bouwen en ook al even geen evenementen meer heb gelopen. De reden, een vervelende blessure waar ik goed mee op weg ben, maar nog [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Het is alweer even geleden dat ik iets geschreven heb over trailen. Dat is niet in de laatste plaats omdat ik tijd nodig gehad heb om weer wat afstanden op te bouwen en ook al even geen evenementen meer heb gelopen. De reden, een vervelende blessure waar ik goed mee op weg ben, maar nog steeds niet helemaal vanaf. Want ja, ook als je trailt kan je geconfronteerd worden met een blessure. Toch zijn er blessures die eerder voorkomen tijdens het trailen en andere blessures die meer bij asfalt lopen ‘horen’. Niet dat je niet alle blessures in alle gevallen kan krijgen, maar ja, de herhalende eentonige belasting op je lijf komt nu eenmaal eerder voor op de weg terwijl de boomwortels op een bospaadje, laten we zeggen ‘andere’ gevaren met zich brengen.</p>
<p>Het eerste waar je tegen aan kan lopen als je de weg inruilt voor een bospad is dat je ineens andere spieren gaat gebruiken. Voor je lijf is het dus een beetje alsof je begint met hardlopen. En nee, als je veel krachttraining doet en misschien nog andere sporten zoals het op dit moment zeer populaire Hyrox of Gymraces, geef het beestje een naam, zal je daar minder last van hebben. Maar ben je gewend om gemiddeld 3:45 de kilometer over de afsluitdijk te lopen, dan zal een kronkelig bospad toch een iets ander effect op je lichaam hebben. Rustig aan dus. Niet alleen in snelheid, dat zeg ik wel vaker, maar vooral ook in kilometers. Langzaam opbouwen is dus het devies. Begin gewoon eens met 10 km en bouw dat uit naar 15 km, 20 km, 30 km en eventueel daarna verder als je dat wilt.</p>
<p>Trailblessures. Om even terug te komen over die boomwortels. Een ongeluk zit in een klein hoekje en even los van de spieren en spierpijn is bij het trailen de meest voorkomende blessure het zwikken van een enkel. Ik zeg bewust blessure, want diezelfde boomwortels zijn over het algemeen in 99% van de gevallen verantwoordelijk voor het van dichtbij inspecteren van de ondergrond. Daar komen vaak ook de schaaf- of blauwe plekken vandaan, maar dat beschouw ik niet echt als een blessure. Dat hoort er gewoon bij als je gaat trailen. Als je niet minstens één keer gevallen bent heb je niet getraild zeg ik altijd. Niet dat ik zelf er iedere keer bij ga liggen overigens, maar ik heb het vaak genoeg gedaan, soms zelfs meer dan één keer. Of in elk geval bijna. </p>
<p>Maar die enkel is vervelend. Meer dan vervelend. Doet zeer, duurt even een paar weken, blijft vanaf dat moment altijd een zwakke plek maar meer nog geeft het een deuk in je zelfvertrouwen. Vaak is de mentale schade in de vorm van angst om weer door je enkel te gaan erger dan de fysieke schade aan de enkel zelf. Die eerste duurt namelijk veel langer. Vooral als je hardleers bent zoals ik en te snel weer vol gaat lopen en dan bij de eerstvolgende race wéér door je enkel gaat omdat die nog niet sterk genoeg is. Maar daar hebben we het maar niet meer over. Kan je er wat aan doen om het te voorkomen? Ja en nee. Helemaal voorkomen doe je het nooit. Want ook al kijk je nog zo goed uit waar je loopt, die krengen zijn verraderlijk en hebben jaren de tijd gehad om hun ‘ik ga jou eens even lekker laten struikelen’ techniek te perfectioneren. Je kan wel de eventuele schade beperken door veel balansoefeningen te doen. Bijvoorbeeld op één been je tanden poetsen. Niet alleen leer je snel corrigeren als je je balans kwijt dreigt te raken, maar je maakt je enkelbanden sterker. Overigens heb ik het over boomwortels, maar vlak ook losse keien en takken of vooral je eigen voeten niet uit. Die kunnen er ook wat van.</p>
<p>Natuurlijk kan je nog meer nare dingen oplopen als je valt. Gebroken ledematen, verrekte banden, gescheurde spieren, you name it! Kan je er allemaal gratis en voor niks bij krijgen naast die schaafwonden of blauwe plekken. Je weet alleen nooit van tevoren wat het wordt. Een soort trail-surprise ei. Die deuk in je ego krijg je er, net als de chocola, altijd bij, wat er in het gele bolletje zit is een verrassing. Eén en ander afhankelijk van je snelheid, je omgeving en de inclinatie van je ondergrond. Een rotsige helling heeft iets meer kans op vervelende gevolgen dan een bladerbed in het bos in de herfst, of een zandduin. Net als naar boven klauteren iets minder risico met zich brengt dan de heuvel naar beneden denderen. </p>
<p>En ook als je niet valt moet je rekening houden met schrammen, wondjes, bulten, prikken en bijten. Grijpgrage dorens, irritante brandnetels, weerbarstige takken, niet willen wijkende boomstammen, bloeddorstige muggen en monsterlijke dazen die het allemaal op jouw sappige kuitjes en/of spekkige armpjes voorzien hebben. Noemen we dat dan wel blessures? Nee joh, dat is stoer! Dat noemen we oorlogswonden en laat zien ‘how tough you are!’ ‘Maar dan valt het toch wel allemaal mee met die blessures? Beetje rustig opbouwen en zorgen dat je niet valt. Check!’ </p>
<p>Tja, als je het zo bekijkt wel. Ik heb het alleen nog niet gehad over die ene blessure. En ja, die bestaat ook gewoon op de weg. Hij heet zelfs hetzelfde maar toch vind ik hem anders. Ik heb het over de blessure door overbelasting. Waarom is deze dan anders? Zoals gezegd, trailen doe je langzamer en veel ontspannender. Bovendien heb je veel minder eenzijdige belasting en gebruik je je spieren dus met veel meer variatie en ook nog eens veel (meer) andere spieren. Maar daar zit dan ook het gevaar. Want de overbelastingsblessure bij trailen is een sluipmoordenaar. Als jij namelijk wekelijks 10 km, 20 km of zelfs 30 km gaat lopen zal het allemaal wel goed gaan. Maar trailen leent zich bij uitstek om ultra’s te gaan lopen. En voor wie het niet weet, een ultra is alles boven de 50 km, alhoewel de meningen verdeeld zijn en sommigen alles boven de marathonafstand al een ultra noemen. Ik ben overigens van kamp 50+ en daar bedoel ik niet mijn leeftijd mee. </p>
<p>Anyway, het gevaar zit hem dus in die ultra’s, vooral als die steeds verder zijn. Heb je net als ik een pleurishekel aan krachttraining en ga je regelmatig een ultra lopen, dan gaat zich dat een keer tegen je keren. Want bij een ultra heb je altijd wel ergens een pijntje, of twee, of drie, of meer naarmate je afstanden langer worden. Dat is normaal, dat hoort er bij. Met het risico dat je op een gegeven moment niet meer weet of een pijntje nou komt omdat je er net 100 km op hebt zitten, of omdat die rechter bilspier of dat linker kuitspiertje nu een beetje overbelast begint te raken. Gebeurt dat één keer dan trekt dat wel weer recht, doe je dat drie keer per jaar dan komt er een moment dat dat spiertje ook op 30 km al vervelend begint te doen. Een (ultra) trailer is bovendien heel erg goed in het negeren van pijn(tjes) en dan komt daar ook dat moment dat je fysio dat gevreesde labeltje pakt en keihard op je kuit of je bil plakt. Blessure! Overbelast! Zit je daar met je peen en uiengezicht je af te vragen waar dat nou ineens vandaan komt. ‘Ik snap er niks van, vorige week liep ik nog een tachtiger. Nergens last van.’ Echt niet? </p>
<p>Dus, als je niet van peen en uien houdt en wel graag langere afstanden wil lopen, dan zit er maar één ding op en dat is krachttraining. Helaas, het spijt me. Ik kan het niet mooier maken dan het is. Vallen en alles wat daar bij hoort is nagenoeg niet te voorkomen, gaat gewoon een keer gebeuren, wat zeg ik, gaat meerdere keren gebeuren, dat enkeltje is pure pech en kan je de schade beperken maar overbelasting doe je toch echt zelf. Do as I say, don’t do as I do en doe dus aan krachttraining of hou het bij kortere afstanden. (Ik beken, ik doe het nu toch ook maar. Je moet er wat voor over hebben en ik word er ook niet jonger op.) </p>
<p>Blessures bij trailen zullen naar verwachting dan ook minder vaak voorkomen, maar helemaal zonder zal het niet zijn. Dat is de harde realiteit en heb je rekening mee te houden. En ach, is dat niet bij alles zo? Het blijft een sport, het blijft niet zonder risico, je moet er wat voor doen en het hoort er allemaal bij. Maar het valt wel mee toch? Op de weg is de kans een stuk groter dat je ergens last van krijgt of erger nog, bijvoorbeeld aangereden wordt. Als je valt is het asfalt een stuk harder en bovendien loop je op de weg het risico om door een hond gebeten te worden. Heb je allemaal niet als je gaat trailen.</p>
<p>Which reminds me, had ik het al gehad over wolven, roofvogels, koeien met grote hoorns of teken?</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-blessures/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Lang leve de koning!</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/lang-leve-de-koning/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/lang-leve-de-koning/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 27 Apr 2026 15:47:16 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Op weg naar de blogs]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Heuveltraining]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Training]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=5601</guid>

					<description><![CDATA[4 dagen vrij. Had ik ook wel nodig na een zware en drukke week. Als ik donderdagavond na het eten uitgeteld op de bank lig oppert Frank om zondag naar de Ardennen te rijden met een overnachting om twee loopjes te doen en de drukte van Koningsdag te ontwijken. Goed plan, verkeerd moment om het [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>4 dagen vrij. Had ik ook wel nodig na een zware en drukke week. Als ik donderdagavond na het eten uitgeteld op de bank lig oppert Frank om zondag naar de Ardennen te rijden met een overnachting om twee loopjes te doen en de drukte van Koningsdag te ontwijken. Goed plan, verkeerd moment om het op tafel te gooien. Ik ben te moe om er over na te denken en zie op tegen vroeg opstaan, drie uur heen rijden, drie uur terug rijden, door de bossen rennen (lees vooral veel klimmen want het is de Ardennen) en niet in mijn eigen bed slapen. Vrijdagavond na een beetje uitslapen, een massage en een lekker maaltje vis in mijn maag vind ik het wél een goed idee. Bovendien wordt me maandagochtend ‘het lekkerste bakkertje van België en omstreken’ beloofd. En voor eten ben ik altijd te porren.</p>
<p>Zondagochtend vroeg gaan we in onze hardloopkleding op pad richting Spa. Het is het gebied van de Legends Trails, waar we vaker een paar stukjes van gelopen hebben en afgelopen februari als vrijwilliger een paar huzarenstukjes maar vooral veel ‘broken dreams’ gezien hebben. De Legends is 350 km en niet voor watjes. Wij zijn het wel en gaan voor een paar kilometer minder.</p>
<p>Frank heeft een route getweakt van 24 km. Kunnen we mooi op ons gemak lekker rondhobbelen. We rijden vroeg weg, Frank rijdt en ik mag nog een beetje doezelen in de auto, en rond een uur of tien zijn we op plaats van bestemming, te weten een parkeerterreintje bij een restaurantje in de buurt van Spa. Het is druk, er is een soort paard en wagen evenement bezig, en er zijn meer landgenoten die geen zin hebben in een kleedje met oude troep op de vrijmarkt. Bovendien schijnt het zonnetje en fluiten de vogeltjes. </p>
<p>Als we er klaar voor zijn gaan we op pad en mogen gelijk klimmen. Niet alleen klimmen maar vooral ook de route zoeken want we lopen dwars door een bos waar niet echt een pad te vinden is. Lang leve het avontuur. Maar dan hebben we toch iets dat lijkt op een pad en als we even later langs de rivier over de boomwortels en rotsen klauteren zijn we dan toch ‘en route’. We hebben hier ooit eerder gelopen maar toen was het winter en lag er sneeuw. Nu kabbelt de rivier rustig soms aan onze linkerzijde, soms aan de rechter, afhankelijk van of we een bruggetje overgestoken zijn of terug. Dit wordt in de Legends volksmond het land van de kabouters genoemd maar de enige kabouter die hier over de rotsen klautert ben ik zelf. Maar ik moet het Frank toegeven, het is hier prachtig en beter dan thuis op de bank hangen.</p>
<p>Als goede trailtoerist maak ik de nodige foto’s, de meeste van Frank, terwijl hij die van mij maakt. We klimmen steeds hoger en hoger tot we in de buurt van Baraque Michel zijn. Daar zouden we in theorie kunnen gaan zitten en wat drinken of eten. Moeten we wel 2 km van de route af en straks ook weer terug. Dat is me iets te veel van het goede, ook omdat het pootje nog steeds vervelend doet en we nog net niet halverwege zijn. Ik heb ook nog genoeg eten in mijn vest en aangezien we de laatste tijd niet zo veel gelopen hebben is veel tegen, op of over de datum. Als goede Hollandse krent gooien we niks ‘kan nog best, smaakt hoogstens een beetje muffig’ weg wat niet nodig is en eet ik dat dan wel.</p>
<p>We laten de rivier achter ons en via het gras en de graspollen komen we op de Hoge Venen en de vlondertjes. Jaaaaaaa, de vlondertjes. Ik ben dol op vlondertjes, niet in de laatste plaats omdat ze zo fotogeniek zijn maar ook omdat ze gewoon lekker lopen. Jammer dat het over het algemeen maar korte stukjes zijn, en de laatste die dan wel weer heel erg lang is loopt omhoog. Ach ja, je kan niet alles hebben. </p>
<p>Van daaruit mogen we eerst een stuk naar beneden en dan een lange weg omhoog. Die pak ik mooi als training door deze langzaam maar gestaag door te stiefelen tot ik boven ben. Nog een stuk door het bos en uiteindelijk komen we weer bij de rivier om de laatste paar kilometer weer over de boomwortels, rotsen en bruggetjes te klauteren maar dan naar beneden in plaats van naar boven. Eenmaal bij de auto maken we een pak chocomelk soldaat en drinken nog even wat op het terras. Ik heb trek want het muffe net over de datum hardloopvoedsel is inmiddels wel verteerd. Ik wil een snackje. </p>
<p>Ik heb pech, er is niet veel te krijgen dus gaan we onze slaapplaats aan de rand van Spa maar opzoeken. Daar aangekomen staat er politie op de weg die ons dreigend maant dat we daar niet mogen parkeren. Het blijkt dat Luik-Bastenaken-Luik vandaag gereden wordt, onze B&#038;B op de route ligt en de dames er over tien minuten aankomen. Vooruit dan maar. We parkeren de auto buiten de route terwijl ik in mijn slechtste Frans de dame van de B&#038;B aanspreek. Die schiet volledig in de paniek. Ze had ons nog niet verwacht en niks is klaar. Desdondanks ratelt ze in rap Frans de instructies voor parkeren, slapen en de sleutel van het huis. Gelukkig ben ik soms, zoals vandaag, snel van begrip en heb tien minuten later de sleutel van het huis in handen, weet in welke kamer we slapen, waar we mogen zitten, morgenochtend koffie kunnen krijgen, de auto kwijt kunnen en morgen de sleutel weer moet achterlaten na vertrek. Ondertussen pakt Frank onze tassen en zien we de dames wielrenners voorbij sjezen. </p>
<p>Nadat we ons geïnstalleerd hebben, gedoucht en aangekleed duiken we op het buurterras en zoeken via Google een restaurantje in Spa uit. Frank wil streekgerechten eten, ik ga voor alles dat iets van een steak en een lekker toetje heeft. Een uur later zitten we aan tafel, smult Frank van kikkerbilletjes en een steak en ik van kaaskroketjes en een soort carpaccio maar dan met stukjes biefstuk in plaats van feitelijke carpaccio. Appeltaart en chocolademousse maken het diner compleet.</p>
<p>Het is nog relatief vroeg, ik ben nog nooit in Spa geweest en zag allerlei beelden van ‘Spamannetjes’ door de stad. Frank voelt de bui al hangen, ik wil door het centrum wandelen. Niet dat hij veel te vertellen heeft in deze, als hij me meesleept naar België om daar te lopen zal hij ook mee moeten wandelen door het centrum van Spa. Er is zelfs een officiële route ‘de blauwe lijn’ die je in ongeveer een kleine 3 kilometer langs de highlights van Spa leidt. Die gaan we dus volgen. We komen niet alleen langs de highlights maar ook langs wat achtergelegen steegjes waar een paar drugsfiguren rondhangen. Gewoon doen of je daar hoort, dan is er niks aan de hand. Als de route klaar is rijden we naar de B&#038;B waar we lekker in bed duiken want morgen willen we weer vroeg op. Althans, ik wil dat want ik wil op een christelijke tijd ook weer thuis zijn.</p>
<p>De volgende ochtend maken we ons weer klaar en rijden naar Frank zijn bakkertje. Het ruikt er heerlijk en het water loopt me in de mond bij de aanblik van alle lekkere gebakjes en de geur van vers brood. Maar eerst lopen. Frank eet een croissantje, ik hou het bij een brioche met rozijnen. Straks neem ik wel een broodje, en een croissantje, en een eclair, en misschien ook nog wel een wafel. Of een citroentaartje. Of toch een mille-feuille, wat het dichtst bij onze Nederlandse tompouce komt. We zien wel, zoals ik zeg, eerst lopen.</p>
<p>We parkeren weer op een parkeerplaats nu aan de voet van de Ninglinspo, de rivier van vandaag. Waren we gisteren in het land van de kabouters, dit is het terrein van de elfjes. Ook nu trotseren we de boomwortels, rotsen en bruggetjes. Omdat we veel vroeger op de dag zijn is het een stuk frisser dus ik heb sleeves en een buff aan. Allebei in het oranje, net als de elastiekjes in mijn haar. Tenslotte is het Koningsdag! Door het klimmen en klauteren is het meer hiken dan trailen en alhoewel we vandaag maar 15 km doen hebben we meer hoogtemeters dan gisteren. Mijn pootje vindt dat minder erg dan snel maar vlak rennen. </p>
<p>Het ‘kost’ ons een paar kilometer om helemaal op het hoogste punt te komen waar we de rivier verlaten en inruilen voor een gravel weg. In deze route zitten drie lange klimmetjes en dalen dus one down, two to go. Het eerste stuk naar beneden is lang, heel lang, maar loopt wel lekker. Kunnen we een beetje oefenen voor The Great Escape in september. Bovendien gaat onze gemiddelde snelheid weer een beetje omhoog, om weer keihard omlaag te gaan als we weer mogen klimmen.</p>
<p>Toch valt het me niet tegen. Ik ben een paar kilo kwijt en juist op dit soort plekken kan ik dat goed merken. Het kost me minder moeite en het is vooral mijn poot die me nu dwars zit. Als ik dat nou ook nog kan fixen wordt mijn hardloopleven een stuk makkelijker. Maar uiteindelijk zijn we ook boven aan de tweede klim en mogen we weer naar beneden. Hierna is het nog een stukje omhoog voor het laatste klimmetje alvorens we langs de rivier naar beneden klauteren. We hebben Ninglinspo verlaten en lopen nu langs de Chefna. De gemiddelde snelheid gaat weer omlaag maar we zijn bijna aan het einde van de route. Nog een paar kilometer voordat we weer bij de auto zijn. </p>
<p>Daar is het ook aanzienlijk weer drukker en ons plekje wordt gauw ingenomen door een landgenoot als we naar de bakker rijden. Ik zit kwijlend en likkebaardend op de passagiersstoel en heb enorme keuzestress. We stoppen nog even bij de Carrefour voor een paar boodschappen maar dan is het toch écht tijd voor het hoogtepunt van de trip. Eerst eten we braaf een broodje en dat is maar goed ook. Mijn ergste trek is gestild en ik kan weer rationeel denken. Het croissantje laat ik schieten net als de wafel en ga voor de mille-feuille. Hebben we vanavond toch een beetje tompouce idee. Vlak voor het afrekenen bestel ik toch nog een croissantje maar die zijn gelukkig op. Iets met grote ogen op een kleinere maag want ik heb niet echt trek meer maar wil gewoon snoepen. Vanavond. We rijden lekker naar huis waar we ouderwets weer eens in bad duiken. ‘S avonds eten we rib-eye met een patatje en als toetje de Frans &#8211; Belgische versie van de tompouce.</p>
<p>Lang leve de koning!</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/lang-leve-de-koning/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Pegasus Trail met onstuimig weer</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/pegasus-trail-met-onstuimig-weer/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/pegasus-trail-met-onstuimig-weer/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 05 Oct 2025 14:21:56 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<category><![CDATA[Ultra]]></category>
		<category><![CDATA[ultramarathon]]></category>
		<category><![CDATA[ultratrailen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=5471</guid>

					<description><![CDATA[‘What was I thinking?’ Blijkbaar niet heel helder toen ik me inschreef voor de Pegasus Trail, twee weken na The Great Escape. Nu was het oorspronkelijke plan natuurlijk om de volle 100 km te lopen maar dat werden er 56 km. In dit geval een gelukje bij een ongelukje want dat zou vandaag dan weer [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div>‘What was I thinking?’ Blijkbaar niet heel helder toen ik me inschreef voor de Pegasus Trail, twee weken na The Great Escape. Nu was het oorspronkelijke plan natuurlijk om de volle 100 km te lopen maar dat werden er 56 km. In dit geval een gelukje bij een ongelukje want dat zou vandaag dan weer iets beter haalbaar moeten maken. Bovendien zijn het twee rondes van 25 km, dus ik kan er na één ronde ook gewoon de brui aan geven. Kan ik dat? Náh, zeker gezien het feit dat ik al twee weken toch een beetje spijt heb dat ik uitgestapt ben moet het toch wel erg bont worden vandaag. Het universum doet in elk geval heel erg zijn best om me te testen.</p>
<p>Gisteren was ik vrij en had ik een heerlijke massage geboekt, een bezoekje aan de chiropractor en  voor de rest een lekkere relaxte dag. ‘s Avonds de Brewery Run begeleiden met een gezellige 7 km, thema Oktoberfest, en dan op tijd naar bed. Ik werd echter wakker met een zwaar hoofd en een fikse verkoudheid die in elk geval roet door mijn relaxdageten gooide. Als een zielig hoopje mens lag ik op de massagetafel meer snotterend dan genietend van de massage, daarna thuis op de bank nog een keer. Tegen de tijd dat we moesten gaan lopen ging het iets beter, maar daar had het universum wat op gevonden, namelijk ontiegelijke zeikregen. En dat in mijn blote Oktoberfest hempje. De kou op mijn lijf kon twee dingen teweegbrengen. Of ik zou de volgende dag als een dood vogeltje wakker worden, of alle bacillen in mijn lijf zouden zijn doodgevroren. Het werd dat laatste, dus het universum gooide er nog maar een laatste troef tegen aan. De troef ‘onstuimig weer’. Bovendien had de kou niet alleen de bacillen bevroren, maar ook alle olie in mijn rechterbilspier, die na een paar weken fysio het weer leek te doen, maar vandaag dus even niet. Maar zoals gewoonlijk, als het niet gaat zoals het moet, moet het maar zoals het gaat.</p>
<p>En dus rijden we om 7:30 met druk zwabberende ruitenwissers richting Ede en de Ginkelse Hei. Daar treffen we René en Simone, een paar andere bekenden van de Liberation Trail en natuurlijk de organisatoren René, Christiaan en Erwin. Veel tijd om bij te praten is er niet. De aanhoudende regen nodigt niet uit om gezellig te keuvelen dus René doet zijn praatje vanuit onder de tent en dan lopen we naar het monument waar het startsein gegeven wordt. We beginnen over de hei en door de regen is het zand zwaar. Ik heb mijn waterdichte sokken aan die ik al een tijd heb maar altijd vergeet. Dit keer heb ik er wel aan gedacht dus ik ben benieuwd of het helpt. Ik loop al gelijk achteraan samen met een andere dame. Na 2 km duiken we het bos in en bij 3 km blijken de batterijen van mijn GPS Handheld leeg. Tuurlijk joh. Misschien wel de grootste uitdaging van de dag. In de stromende regen de batterijen vervangen met natte glibberige vingers.</p>
<p>Het duurt dan ook even maar uiteindelijk lukt het en ben ik weer on the road. De dame met wie ik een beetje opliep vraagt of het gaat en of ik wil dat we samen lopen. Sorry, ik ben een lone wolf en loop liever alleen. Ze loopt door en ik zie dat ze aanhaakt bij een andere dame. Na het bos lopen we weer over de hei en ik zie ze met enige regelmaat voor me lopen. Misschien haal ik ze nog in maar als we bij kilometer 10 het bos weer in gaan en ik betoverd wordt door grote paddestoelen rood met witte stippen raak ik ze definitief kwijt. Het droogt zowaar op en blij kan ik mijn capuchon af doen. Dan kom ik bij het begin van een lus. In de verte zie ik lopers die de lus weer uitkomen maar ik moet er eerst in. Ik eet mijn boterhammen met pindakaas die eigenlijk bedoeld waren voor bij de start. Dan zie ik weer iets waar ik blij van wordt. Koeien, of beter gezegd stieren getuige de grote hoorns van de dieren. Ik loop voorzichtig naar de dichtstbijzijnde voor een foto en maak me gauw weer uit de voeten. Ik ben niet bang dat ze op me af komen rennen maar met die hoorns neem ik ook geen risico.</p>
<p>Ik hol weer door en zie weer een mooie paddestoel, dit keer een witte. Sorry maar ook deze gaat op de foto. Ik heb geen haast en laatste ben ik toch al. Op 17 km kom ook ik de lus weer uit en een kilometer verder duiken we ook de hei weer op. En gaat het weer regenen. Dat is een beetje het patroon van vandaag, bos afwisselen met hei, regen afwisselen met droog. Ik zie zowaar een klein zonnetje door de bomen breken. Het moet niet gekker worden. Toch ben ik er nu al een beetje klaar mee, maar ik ben nog niet halverwege. Voorlopig eerst maar naar de verzorgingspost, dan zien we vanaf daar wel weer verder. Die komt gelukkig steeds dichter bij maar de laatste kilometer is nog even tegen de wind in en met regen. Bovendien is de zuidlus geen 25 km maar 27 km. Ik kom dan ook precies op de cut off aan. Niet dat ze daar heel erg spannend over doen, maar voor mezelf telt het wel.</p>
<p>Ik pak een gelletje en mijn pakje Caprisonne mee. Ik vraag Erwin om deze in het grote vak van mijn vest te doen, dan hoef ik die niet uit te doen. Ik graai nog wat chipjes en een banaan mee en begin aan de noordlus met de wetenschap dat ik al over de helft ben. Nog 25 km en dan ben ik weer terug. Ik vraag maar niet of ik ver achter loop. Het is toch niet relevant en ik loop mijn eigen race zoals dat heet. Inmiddels weer in het zonnetje loop ik weer over de hei. Dan voel ik iets geks, er zit iets niet lekker op mijn rug. Ik voel langs mijn vest en dan blijkt dat het pakje Caprisonne los tussen mijn vest en mijn rug ligt. Ik kan hem zo pakken. Lachend vraag ik me af hoe Erwin mijn pakje weggeborgen heeft. In elk geval niet in het grote vak. Ik loop langs een monumentje en ik mis een paadje maar heb hem alweer snel gevonden. Het is ook wel een heel klein paadje dwars door het gras.</p>
<p>Dan sta ik ineens onverwachts op een heuveltje en heb een prachtig uitzicht over de hei. Ik zie in de verte een kudde schapen en vraag me af of er een wolf in de buurt zit. Hij zou hier moeten zitten maar de kans dat ik hem tegen kom is minimaal. Dan moet je ‘s ochtends vroeg of ‘s avonds laat komen. Ik ren verder, mis weer een afslag, loop weer in het bos, zie weer een mooie paddestoel, maak een foto en duik de hei weer op. Ik zit inmiddels op 36 km en het begint weer te regenen. Wacht, regen? Dit is geen regen. Dit is keiharde hagel! De kleine witte korrels slaan in mijn gezicht en op mijn blote benen. Ik maak de fout om me om te keren en met mijn rug in de wind te gaan staan. De bedoeling was om mijn gezicht te beschermen maar het enige dat ik er mee bereik is dat mijn kont, die nog enigszins droog was, binnen een halve seconde ook zeiknat is. Ik maak een filmpje, wat kan je anders doen? Dit gelooft niemand en ik sta nu eenmaal hier en kan alleen maar gewoon rustig doorlopen. Het is wat het is.</p>
<p>Gelukkig duurt het niet lang en even later is het weer droog. Four seasons in one day was het toch? Of in dit geval in een paar uur. Twee kilometer verder loop ik in het bos en krijg ik een tweede hagelbui op mijn kop. Dan ben ik het zat. Nog 14 km te gaan en ik wil naar onder de 10 km. Er zit dus maar één ding op. Terminator time! Ik eet een gelletje met cafeïne, ik zet mijn speciale muziek op, ik drink nog wat, zet mijn blik op oneindig en mijn verstand op nul , druk op de Terminatorknop en zet de sokken er in. Ruim 6 kilometer en een uur lang draaf ik door het bos en over de hei, met regen, zon en een derde hagelbui. Ik zie mezelf gaan door de ogen van een toeschouwer. ‘Waar háált ze het vandaan?’ vragen mensen zich vaak af. Dat is mijn geheim.</p>
<p>Als de knop uitgewerkt is, is het nog maar ongeveer 7 km. Dat is te overzien maar het zal nét aan worden om binnen de cut off binnen te komen. Resultaat van een onwillige bil, het feit dat gisteren er waarschijnlijk qua energie toch harder in gehakt heeft dan ik dacht, misschien nog iets van twee weken terug maar vooral ook van het verzamelen van paddenstoelenfoto’s. I can’t help myself, ik ben nou eenmaal een trailtoerist. De laatste 7 km overbrug ik dribbelend, rennend, wandelend, met regen, zon, wind en gewoon droog. Ik kom episch binnen. Dwars door niet alleen regen maar ook een stevige wind trotserend tik ik af en krijg tot mijn verrassing zelfs een medaille. Die had ik niet verwacht. Frank heeft de auto gehaald en onder de achterklep strip ik mijn zeiknatte loopkleding af om iets droogs aan te trekken. Daarna gauw de auto in en lekker naar huis. Frank was een half uurtje voor mij maar is ook helemaal verkleumd. Eenmaal thuis lekker onder de douche en een dikke steak voor avondeten om vervolgens op de bank te ploffen. Grootste voordeel? Het is pas zaterdag dus morgen alsnog die relaxdag maar inplannen. En me langzaam mentaal gaan voorbereiden op volgende week. Volgende week? Wat heb ik dan volgende week?</p>
<p>Volgende week sta ik aan de start van de Halve Marathon van Urk. Waar? Urk. Of all places. Hopelijk met minder ‘onstuimig weer’.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/pegasus-trail-met-onstuimig-weer/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>The great escape 100 km: Veni, vidi, en roemloos ging ik ten onder</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/the-great-escape-100-km-veni-vidi-en-roemloos-ging-ik-ten-onder/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/the-great-escape-100-km-veni-vidi-en-roemloos-ging-ik-ten-onder/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 21 Sep 2025 17:31:52 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Hardloopvrienden]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Heuveltraining]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Ultra]]></category>
		<category><![CDATA[ultramarathon]]></category>
		<category><![CDATA[ultratrailen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=5392</guid>

					<description><![CDATA[Roemloos? Oordeel zelf. Drie jaar geleden liepen Frank en ik voor het eerst de 50 mijl van The Great Escape. Met moeite haalden we de finish, officieel net buiten de tijd maar het is Ourthegebied dus dan moet je sowieso drie uur extra rekenen. Ik kreeg een medaille maar ging dood en besloot dat de [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Roemloos? Oordeel zelf. Drie jaar geleden liepen Frank en ik voor het eerst de 50 mijl van The Great Escape. Met moeite haalden we de finish, officieel net buiten de tijd maar het is Ourthegebied dus dan moet je sowieso drie uur extra rekenen. Ik kreeg een medaille maar ging dood en besloot dat de GE net boven mijn kunnen is. Na het jaar daarna gestart te zijn met de intentie niet te finishen omdat ik de week ervoor de 50 km van de Freedom Trail gedaan had, liep ik toch nog 55 km. Vorig jaar heb ik het niet eens geprobeerd en stond ik achter de tafels van de verzorgingsposten in plaats van ervoor. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, werd de opzet veranderd en maakte ze niet alleen van 50 mijl 100 km, maar liep de route ook andersom waardoor je het deel van de route in Luxemburg zou lopen in plaats van de Ourthe. 2 redenen om het toch maar weer te proberen want Luxemburg hadden we nooit gehad. Eén klein detail werd tijdens de inschrijving over het hoofd gezien. De 100 km had 4200 hoogtemeters ten opzichte van de 2500 op de 80 km.</p>
<p>Maar goed, eenmaal ingeschreven is ingeschreven dus ik ging achtjes lopen op de Rotterdamse Alp, waar ik achteraf gezien mijn bilspier over de zeik geholpen heb. Na een, weliswaar buiten de tijd maar toch wel ok, Trail des Fantomes en wat bezoekjes aan de masseuse, chiropractor én fysiotherapeut togen Frank en ik zaterdagochtend richting Clervaux waar we andere jaren richting de Ourthe liepen en nu een rondje Luxemburg zullen doen. Al onze andere trailvriendjes van de Bende van Ellende waren vrijdagavond al gestart op de 200 km, waarbij Tony en Leonie vanwege ziekte al uitgestapt zijn. Ook Cees heeft door een val op moeten geven. De rest is nog aan het lopen. Gekkenwerk maar dat wisten we al. Olav, Marcel en Rene zullen we, als alles goed gaat, zondag bij de BBQ zien.</p>
<p>Rond een uur of 15:00 komen we bepakt en bezakt aan, want we gaan een rondje hardlopen al zou je denken dat we drie weken op vakantie gaan, en hebben mazzel. Er is een parkeerplekje op het parkeerterrein van de hal. Binnen worden we gelijk beetgepakt voor de registratie en nadat we bewezen hebben dat we alle verplichte gear bij ons hebben ploffen we neer bij Bas, Jaco en zijn zoon en Jantine en Rachel. Later zie ik Akke, Kees en Marleen ook nog binnenkomen. We maken de tijd vol door een bordje pasta te eten en te wachten tot we met de bus naar ons startpunt gebracht worden, 20 km verderop. De buschauffeur rijdt er in eerste instantie voorbij want het is een verzorgingspost buiten, maar na ten halve gekeerd om niet ten hele te dwalen staan we dan toch klaar op de juiste plek. Een kwartier te vroeg dus we moeten wachten want 18:00 starten is 18:00 starten. En natuurlijk gaat het regenen, maar gelukkig is het maar een beetje.</p>
<p>Frank en ik lopen apart want samen gaan we langzamer. Dat werkt als volgt. Als we samen lopen gaan we op elkaar staan wachten op de momenten dat de ander langzamer loopt. Als we alleen lopen doen we dat niet en lopen we per saldo toch wel redelijk bij elkaar in de buurt is tijdens de Fantomes gebleken. Als we eindelijk mogen starten valt het wel weer mee met de regen en lopen we een graspad naar beneden. Een lekkere start zoals dat heet, en dat mag ook wel want de eerste verzorgingspost is op 23 km en we moeten zo’n 6 km per uur lopen. Ik loop iets voor Frank maar al snel haalt hij me in. Samen lopen we door en komen Alma tegen die een foto van ons maakt. Dan mogen we gelijk omhoog en dat zet de toon voor de rest van de route.</p>
<p>Een ellenlange klim, die een behoorlijke aanslag op de benen is, en dan een bijna net zo, zo niet nog ellenlangere afdaling, met een net zo, zo niet nóg grotere aanslag. Gelukkig is het nog vroeg in de race, niet wetende dat dit de rode draad van de dag zou zijn. Of moet ik zeggen nacht. De eerste twee uur is het nog licht en mijn bil voel ik wel maar belemmert me niet met lopen. Het gaat lekker en de 6 km per uur gaan goed. Dan wordt het donker. Ik probeer het zo lang mogelijk uit te stellen maar dan is het niet meer te doen in het bos en moet het lampje op. Wat volgt is twee uur lang ellenlange klimmetjes en de bijna net zo ellenlange zo niet ellenlangere afdalingen in een relatief saai landschap. Het is donker dus je ziet weinig en de wegen door het bos zijn nagenoeg allemaal hetzelfde. Bovendien rommelen mijn darmen aan alle kanten en heb ik last van krampjes tijdens het afdalen. Ergens heb ik Frank een paar zakdoekjes afgetroggeld in het voorbijgaan maar ik probeer het uit te stellen.</p>
<p>Ik loop over een brug bij een camping als een man voor mij ineens stilstaat. De beste man heeft kramp en het ziet er niet goed uit. Hij loopt dan ook aardig te vloeken maar ik moet door. Daarna loop ik langs een riviertje door het bos en zie een rood lampje voor me. Dat zijn de momenten waarop ik gemotiveerd ben, want lampjes voor me betekent dat ik niet moederziel alleen achteraan loop en ik heb iets om in te halen. Als dat lukt en de jongen aan het kreunen en steunen is geef ik aan dat de verzorgingspost er bijna is, maar hij vindt 23 km meer dan genoeg. Nou ja, dat moet hij zelf weten. Dan kom ik eindelijk bij de verzorgingspost waar ook nog een behoorlijk aantal mensen van de 200 km zitten. Dat had ik niet verwacht. Frank ligt uitgebreid op de grond te relaxen en Sandy komt me een stukje eclair brengen dat ze speciaal voor mij bewaard heeft. Wat worden we toch weer goed verzorgd en ik blijf langer hangen dan ik oorspronkelijk van plan was. Het scheelt dat de cut off ook 20 minuten langer is dan ik dacht.</p>
<p>Hoe dan ook, uiteindelijk ga ik weer op pad, Frank is nog binnen. Het duurt niet lang voordat hij me weer inhaalt. De afstand naar de volgende verzorgingspost is ‘maar’ 15 km. De ellenlange klimmetjes en de bijna net zo ellenlange zo niet ellenlangere afdalingen in het saaie landschap zijn er niet minder om, en de enige afleiding die ik heb is een paar ogen die me aanstaren als ik mijn lamp in een open graanveld schijn. Ik kan echter niet zien of het een ree, een vos of gewoon een kat is dus ik laat mijn fantasie maar de vrije loop. Dat en het feit dat mijn darmen blijven pruttelen en na twee pogingen laat ik een stukje van mezelf in het bos in Luxemburg achter. Gelukkig had ik twee zakdoekjes van Frank gepikt. Dat lucht op. Mijn onwillige bil krijgt daarnaast de kans niet om vervelend te doen. Hij wordt volledig overgeschreeuwd door kuiten, bovenbenen, rug, schouders, nek en voeten. Maar vooral door een spier in mijn rechterbovenbeen. Als dat niet wegtrekt wordt het een kort rondje maar vooralsnog zit het probleem vooral omhoog.</p>
<p>Zo kom ik toch bij de 38 km waar ik opnieuw Frank tref maar ook Marcel, het volgende slachtoffer van de GE. Ik maak mijn shit in orde en eet een kopje soep. Mijn benen, wat zeg ik, mijn hele lijf voelt als een rijpe puist op het punt om te ontploffen. Jantine en Rachel bieden me vloeibare magnesium aan die ik dankbaar aanneem. We hadden het vrijdag geprobeerd te kopen maar konden het nergens vinden. Frank gaat nu eerder weg dan ik en ik probeer ook niet te lang te blijven hangen. Door het opladen van mijn klokje zwabbert hij er 2 km bij dus daar moet ik rekening mee houden. Nog even plassen en dan duik ik de nacht weer in. Ik heb een uur speling maar moet weer 24 km naar de 62 km. Ik zoek even de weg als Frank ineens aan komt lopen. Die was verkeerd gelopen en haakt nu bij mij aan om samen opnieuw aan ellenlange klimmetjes en bijna net zo ellenlange zo niet ellenlangere afdalingen in het saaie landschap te beginnen. Als afwisseling krijgen we nu ook smalle richeltjes langs het ravijn met rotsblokken, omhoog én omlaag, Ourthevallei waardig. Overdag moet het hier mooi zijn, ‘s nachts zien we er weinig van en vorderen we maar langzaam. We lopen haasje over met een paar anderen maar het is goed uitkijken en als ik op een gladde steen stap val ik voor de verandering eens op mijn linkerzij in plaats van rechts. Gelukkig blijft de schade beperkt tot de schrik.</p>
<p>De ellenlange klimmetjes en bijna net zo ellenlange zo niet ellenlangere afdalingen in het saaie landschap beginnen hun tol te eisen. Het moraal ligt ergens op de bodem van de rivier die we af en toe passeren, en de vermoeidheid bereikt een nieuw hoogtepunt. Het zijn nog niet eens de hoogtemeters maar de manier waarop. Ok, ook de hoogtemeters, dit is niet te doen, in elk geval niet voor ons gewone stervelingen. En ook al stappen we dapper door, de kilometers duren steeds langer.  Als we eindelijk weer eens boven aan een klim zijn en een stukje asfalt kruisen zitten we rond de 50 km en geeft Frank er de brui aan. Hij wil bellen om opgehaald te worden. Ik wil in elk geval doorlopen tot de volgende verzorgingspost en zie dan wel verder. Frank raakt dolenthousiast (not) en besluit dan toch tot daar met me mee te lopen ware het niet dat een andere loper ons tegemoet komt met de boodschap dat hij er uit gaat en al gebeld heeft om opgehaald te worden. Die verleiding is te groot. Ik pik Frank zijn cola in, want stiekem heb ik meer gedronken of minder bijgevuld dan ik dacht en ben bijna leeg. We geven elkaar een kus en als strangers in the night gaan we elk onze weg in tegengestelde richting.</p>
<p>En dan gaat het regenen. Met bakken uit de hemel kan ik nog net mijn jasje pakken en aantrekken. Wat volgt zijn ellenlange…, enfin, you catch the drift, maar dan met regen. Als afwisseling krijg ik die eerder smalle richeltjes langs het ravijn met rotsblokken, maar dan spekglad door de regen. Die waait dan wel weer over maar heeft zijn vernietigende werk al gedaan. Dapper wandel ik door als ik ineens een vuursalamander op mijn pad zie. Die moet op de foto. Ik kom er nog meer tegen en tel er vijf. Ook kom ik langs een bankje die recht tegen een soort menhirachtige rots tussen twee bomen aankijkt. Ik zei al, overdag zal het hier best mooi zijn. Ik begin nu ook mijn voeten te voelen en mijn grote vrienden de blaren hebben zich gemeld. De pijnlijke tenen van het afdalen had ik een paar uur geleden al. Op de een of andere manier kan ik niet in mijn nachtelijke flow komen. Normaal gesproken vind ik het superleuk om ‘s nachts te lopen maar dit is gewoon écht niet leuk meer. Ik ben alleen maar bezig met overleven.</p>
<p>Tegen de tijd dat ik alleen nog maar langzaam kan wandelen en de vraag is of ik überhaupt de cut off op 62 km ga halen app ik Frank dat ik op de 62 km ook ga stoppen. Misschien haal ik de cut off en kan ik de volgende 14 km tot 76 km ook nog halen, maar daarna is het nog 27 km met meer van hetzelfde. Dat ga ik gewoon niet doen. Nog 6 km dus. Frank appt terug dat de laatste 5 km tot aan de verzorgingspost levensgevaarlijk zijn met spekgladde rotsen begroeid met mos en raad me aan om eerder opgepikt te worden. Aangezien ik nog meer op het programma heb staan de komende 4 weken (Tunnelrun, Breweryrun, Pegasustrail, halve van Urk en de Amsterdam marathon) en doorlopen me niks gaat brengen bel ik als ik bij een station ben. Niet alleen een herkenbare plek maar ik heb dan 56 km op de klok wat ik een prima afstand vindt en precies op dat moment begint het weer te zeikregenen en kan ik gelukkig schuilen in een fietshok.</p>
<p>Na een kwartiertje word ik opgehaald en naar de verzorgingspost gebracht waar Frank op me wacht. Daar moeten we nog langer wachten om uiteindelijk twee uur later opgehaald te worden om terug naar Clervaux gebracht te worden. De verzorgingspost is dan al gesloten. In de tussentijd heb ik droge kleren aan getrokken, schoenen gewisseld en de tape van mijn voeten getrokken, niet geheel zonder schade door een los velletje en het feit dat mijn zool zo zacht als een weekdier is. Terug in Clervaux zit René, het laatste slachtoffer dat uitgestapt is en is Olav de enige van de bende die een medaille ophaalt vandaag. We blijven echter niet hangen en rijden lekker terug naar huis waar we de zooi opruimen, douchen, een uurtje slapen en daarna lekker Chinees halen en op de bank hangen. Nooit eerder vind ik het totaal niet erg dat ik uitgestapt ben. The Great Escape was nét een hoogtemeter te veel. Nu focussen op de komende evenementjes en dan nog één keer een poging wagen op de 200 km in december bij de Bello. Daarna ga ik maar eens serieus nadenken over wat ik aankan maar vooral ook wat ik nog leuk vind.</p>
<p>Want uiteindelijk doen we het daar voor toch, voor de lol?</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/the-great-escape-100-km-veni-vidi-en-roemloos-ging-ik-ten-onder/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>So you think you can trail: Hardloopgebieden</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-hardloopgebieden/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-hardloopgebieden/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 07 Sep 2025 16:11:37 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Op weg naar de blogs]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=5343</guid>

					<description><![CDATA[Het is bijna eind van de zomer en de hei staat in bloei. Bij uitstek het goede moment om te gaan trailen in heiderijkgebied. En we hebben meer plekken in Nederland met hei dan je denkt. Sterker nog, we hebben in Nederland enorm veel mooie gebieden om te trailen. Ik heb het al gehad over [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Het is bijna eind van de zomer en de hei staat in bloei. Bij uitstek het goede moment om te gaan trailen in heiderijkgebied. En we hebben meer plekken in Nederland met hei dan je denkt. Sterker nog, we hebben in Nederland enorm veel mooie gebieden om te trailen. Ik heb het al gehad over ondergrond en op basis daarvan kan je natuurlijk een corresponderend gebied kiezen. Maar ik begin niet voor niets over de hei in bloei, want er zijn veel meer factoren om te bepalen wat een mooi of leuk gebied is om je trailrondje te doen. Laten we de gebieden grofweg eens onder de loep nemen, gerekend vanaf centrum Rotterdam.</p>
<p>Nederland kent een hoop natuurgebieden waar je de mooiste rondjes kan rennen. Mijn top drie? Eén van mijn favorieten, eigenlijk mijn nummer één, is de Utrechtse Heuvelrug. Zeer gevarieerd als het gaat om hei, bos en heuvels, alhoewel het voornamelijk bos is. Als je mazzel hebt zie je eekhoorns, reeën of everzwijnen en in de herfst prachtige en verschillende soorten paddenstoelen. En natuurlijk vind je hier De eenzame eik. Een grote eikenboom in het midden boven aan een heuvel met paden in 8 verschillende richtingen. Makkelijk parkeren en genoeg leuke tentjes in de buurt om na afloop te lunchen.</p>
<p>Op nummer twee staat voor mij de Veluwe. Hei, hei, hei en heuvels. Vooral geroemd om de genoemde hei in bloei aan het eind van de zomer, waarbij alles prachtig paars kleurt. De Veluwe is zeer uitgestrekt dus je kan er vanaf alle kanten van Nederland wel een stuk vinden waar je je route kan starten. Natuurlijk zie je hier ook reeën en everzwijnen, maar ook vossen behoren tot de mogelijkheden. Toch zal het waarschijnlijker zijn dat áls je iets ‘wilds’ tegenkomt, het wilde koeien zullen zijn, zoals Schotse hooglanders. En mocht je zeker willen zijn van je zaak, loop dan gewoon langs het beeld de Highlander. Heb je altijd een toffe foto.</p>
<p>Ben je meer het ‘strand’ type, dan hebben we aan de kust ook voldoende te vinden. Bij Den Haag en Scheveningen vind je nummer drie, Meijendel. Mooi duingebied om door het mulle zand te banjeren maar als je daar geen zin in hebt kan je ook gewoon de wandelpaden nemen. Ook hier reeën, vossen en koeien relatief makkelijk te vinden en ga je wat dieper Meijendel in, dan staat er misschien een kudde wilde paarden op je pad. Kijk omhoog en zie met enige regelmaat roofvogels overvliegen. Natuurlijk kan je er voor kiezen om ook een stukje over het strand te lopen of als je een lange route wil doen, richting Wassenaar en Katwijk. Na afloop, als je genoeg tijd hebt, rij je naar de visafslag om een heerlijke vismaaltijd te scoren bij Simonis, niet in de laatste plaats waarom deze bij mij in de top drie staat. Een groot voordeel van Meijendel is tevens dat je in het grootste gedeelte 24/7 toegang hebt, dus je kan er ook prima ‘s nachts lopen.</p>
<p>Wil je gegarandeerd herten en reeën zien? Ga dan naar de Amsterdamse Waterleiding Duinen, oftewel AWD. Het lijkt wel een hertenkamp. Staan ze niet al op de parkeerplaats, dan toch zeker wel binnen 5 km zodra je het gebied binnenloopt. Let op, je moet wel een kaartje kopen. Verder heb je kans op een vos en heb je uitgebreid keuze tussen vlak, een beetje heuvelachtig of zeer heuvelachtig. Heel grappig is het kabouterbos. Een plek ongeveer 1 km vanaf parkeerplaats De Zilk waar bezoekers allerlei soorten tuinkabouters achtergelaten hebben. Beste tijd van het jaar? In het najaar hoor je de herten burlen.</p>
<p>Maar er zijn meer gebieden op de lijst. Een soortgelijk gebied maar niet direct een hertenkamp is meer naar het noorden, de Kennemerduinen. Ook weer een divers en uitgestrekt gebied, en op het Kraansvlak leven zelfs Wisenten, een zeer bijzonder ras Europese bizons. De Kennemerduinen zijn bereikbaar vanaf Zandvoort of vanaf IJmuiden. Voorbij IJmuiden, nog verder naar het noorden, vind je als laatste Egmond en Schoorl. Iedereen die de halve van Egmond wel eens gelopen heeft kent het gebied maar vooral van de duinpaden. In Egmond valt er ook nog genoeg onverhard te lopen, met als hoogtepunt, letterlijk en figuurlijk, het Klimduin in Schoorl.</p>
<p>Vanaf het noorden gaan we nu eerst richting het zuiden. De Biesbosch, wie kent hem niet. Een prachtig natuurgebied met vooral veel water, bevers en ijsvogels. Toch vind ik dit iets minder geschikt om te trailen. Ja, je kan best routes maken maar om een ijsvogel te zien moet je toch veel geduld hebben en lang stilstaan. Groot wild loopt op open gebied en de variatie van je route is dan toch wat gematigd. Dan kan je beter de andere kant op rijden richting zee en Oostvoorne. Ook hier voor ieder wat wils. Een rondje om het Oostvoornse meer of lekker richting Rockanje door bos en duinen. Vooral duinen om de kuiltjes lekker te trainen, stukje strand meepakken. In de winter en lente, als het veel geregend heeft, is het hier overigens pootje baden en modderglijden. Qua wild genoeg te zien, reeën, verschillende soorten koeien en wilde paarden, kies maar.</p>
<p>Nog iets zuidelijker hebben we de Kalmthoutse heide en het Grenspark. Bos, hei en vennen, en als je je route goed plot kom je langs een grenspaaltje met België en loop je voor je het weet in het land van onze zuiderburen. Aan de omgeving zal je het niet snel merken, aan het accent en het bier als je de kroeg in stapt wel.</p>
<p>Aan de andere kant van de Biesbosch liggen de Loonse en Drunense duinen, het gebied van de bokkenrijders, voor wie wel eens in Villa Volta in de Efteling is geweest. Alhoewel niet bij zee zijn het met recht wel duinen. Want alhoewel hier weinig wild te spotten valt, zand is er genoeg. Wil je een goede warmtestage doen, dan kan dat hier prima in de zomer. Ik ken iemand die hier ‘s zomers trainde voor de Marathon des Sables. Zorg dan wel dat je goed voorbereid bent met eten en drinken want de temperaturen kunnen door de zandvlakte hoog oplopen. Nog iets verder rijden heb je Kampina. Je bent dan echt al wel richting Eindhoven maar ook hier vind je mooie vlaktes met hei, bos, gras en vennen.</p>
<p>Tot zover de gebieden waar ik zelf het meest bekend mee ben. Maar er zijn er nog veel meer. Wat dacht je van de Oostvaardersplassen? Ook wat lastiger om hard te lopen en een interessante route te maken, net als in de Biesbosch, maar het kan wel. Loop een rondje in de buurt, pak je camera en wandel daarna nog even naar de uitkijktoren voor een paar mooie foto’s. Zit je meer in het noorden van het land? Ga dan naar het Drentsche Aa met alle beekjes en slingerpaadjes, het Drents-Friese Wold dat niet onderdoet voor één van de eerder genoemde gebieden en vergeet vooral de hunebedden in de buurt niet, Dwingelderveld waar de witte wieven en de nodige slangen huizen, of natuurgebied Weerribben-Wieden.</p>
<p>Als je van daar uit afzakt naar het zuiden kom je de Sallandse Heuvelrug tegen met de beroemde Holterberg. Leuk voor de halve marathon, net zo leuk, zo niet leuker voor een prachtig trailrondje. Je vindt hier de zeldzame korhoen. En nee, die heb ik zelf helaas nog nooit gezien, maar wie weet heb ik een keer mazzel. De kans op een kudde schapen is dan weer een stuk hoger. Nog wat verder afzakkend kom je nog langs De Maasduinen, waar je in het voor- en najaar de kraanvogel tegen kan komen, en stuit je op de De Groote Peel, moeras en hoogveenvlaktes.</p>
<p>Natuurlijk zijn er nog meer mooie natuurgebieden. Een beetje neuzen op de pagina van Natuurmonumenten of de ANWB en met alles wat ik uitgelegd heb over het maken van routes kan je de mooiste loopjes creëren. Varieer met de routes maar ook met de tijdstippen en de jaargetijden. Een gebied in de zomer onder de brandende zon midden op de dag ziet er totaal anders uit dan ‘s ochtends vroeg in het voorjaar of het najaar. Hou je van paddenstoelen en een wijd palet aan bruine kleuren, loop dan in het najaar. Ben je dol op een sneeuwlandschap, dan is uiteraard de winter de beste tijd. En wat dacht je van een zonsopgang loopje in de lente, als de dauw nog over de velden hangt?</p>
<p>Een speciale vermelding is voor de Waddeneilanden. Niet een gebied waar je ‘eventjes’ naar toe rijdt, maar als je een weekendje weg wil dan zijn ze zeker aan te raden. Texel, Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog of Vlieland, stuk voor stuk prachtige gebieden om te lopen. De één met wat meer ruimte en variatie dan de ander. Zelf ben ik een aantal keer op Terschelling geweest waar voldoende ruimte is om door de duinen, het bos en over het strand te struinen. Ik kan het van harte aanbevelen.</p>
<p>Toch wil ik nog een paar zaken benadrukken voordat je er op uit trekt. Alhoewel natuurgebieden in Nederland talrijk zijn, goed onderhouden worden en uitnodigen om een heerlijk rondje te rennen en wild te spotten, gelden er ook een aantal regels. Zo is de toegang in veel gebieden alleen tussen zonsopgang en zonsondergang toegestaan. Let ook goed op of je op de paden moet blijven, en ook op welke paden, of dat je vrij rond mag lopen. En er zijn gebieden waar je in bezit moet zijn van een toegangskaartje. Als laatste, om diezelfde leuke beestjes goed te onderhouden, moet je vaak rekening houden met het broedseizoen of werkzaamheden. Check dus altijd op de website wat de op dat moment geldende regels zijn om te voorkomen dat je na ruim een uur rijden met je staart tussen je trailschoenen weer rechtsomkeert moet maken richting huis.</p>
<p>Anders dan dat, show me your best pic!</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-hardloopgebieden/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Trail des Fantomes: Aan alles komt een eind</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-aan-alles-komt-een-eind/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-aan-alles-komt-een-eind/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 10 Aug 2025 16:26:15 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Wedstrijdverslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Hardloopvrienden]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[Snelheid]]></category>
		<category><![CDATA[trail des fantomes]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Training]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=4924</guid>

					<description><![CDATA[De vakantie is voorbij. Voorbij? Nee, niet helemaal. Nog één weekendje biedt dapper weerstand aan het weer aan de bak moeten. Alhoewel, we moeten nu ook aan de bak, maar toch anders. Nadat we&#160;woensdagavond&#160;thuis gekomen zijn van onze trip naar Denemarken, en donderdag drie wassen hebben gedraaid, fotos opgeruimd, een paar boodschappen gedaan, naar de [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">De vakantie is voorbij. Voorbij? Nee, niet helemaal. Nog één weekendje biedt dapper weerstand aan het weer aan de bak moeten. Alhoewel, we moeten nu ook aan de bak, maar toch anders. Nadat we&nbsp;woensdagavond&nbsp;thuis gekomen zijn van onze trip naar Denemarken, en donderdag drie wassen hebben gedraaid, fotos opgeruimd, een paar boodschappen gedaan, naar de masseuse zijn geweest, mijn haar heb laten doen bij de kapper, paardgereden en het skelet weer recht heb laten zetten door de Chiro, kan de sporttas weer uit de kast en inpakken voor het jaarlijkse uitje naar La Roche en Ardenne voor de Trail des Fantomes.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit wordt de achtste keer en nadat ik vorig jaar voor het eerst uit moest stappen wegens mijn fysieke gesteldheid en een onfortuinlijke valpartij, ga ik dit jaar voor de revanche. Met ooit een keer de 60 km en de 70 km had ik destijds al besloten niet langer dan tussen de 40 km en 50 km meer te lopen hier. Dit jaar komt hij uit op 55 km, wat dan weer neerkomt op een GPX van 57 km maar dat weet je nooit van tevoren. Maar ja, de eerstvolgende kortere afstand op zaterdag is de 20 km, en dat vinden we dan weer een beetje te kort, dus we doen het er maar mee. Bovendien zit ik op de wip om het sowieso de laatste keer Fantomes te laten zijn. Ik bedoel, het is hier heel leuk en zo, maar het wordt steeds drukker, er is nog zoveel meer te doen en heel eerlijk heb ik niet zo veel zin meer in die hele technische stukken.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Vrijdag rijden we relaxt richting de Ardennen waar we in de middag aankomen. We waren laat met het boeken van een accommodatie dus ons standaard appartementje zat vol. Het is een hotelletje in de buurt geworden. Net zo dichtbij maar aan de andere kant van de brug. Grootste voordeel, privé parking want dat is altijd wel een uitdaging in La Roche. Vrienden Richard en Natascha staan weer op de camping in de buurt, samen met zoon en schoondochter Jur en Danique die dit jaar twee vrienden bij zich hebben, Suus en Jason. De mannen lopen morgen ook maar de 20 km.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Nadat we ingecheckt hebben bij de alleraardigste eigenaar en de tas gedumpt doen we een boodschapje bij de Spar voor het ontbijt morgen, want we moeten rond&nbsp;6:00&nbsp;al weg. We lopen naar de camping van Richard en Natas waar we een drankje doen. Rond&nbsp;17:30&nbsp;rijden we naar Herou om de startbewijzen op te pikken. Startbewijzen, met een tas die we dit jaar krijgen in plaats van een buff en een shirt. Een shirt? Had ik die besteld? Blijkbaar. Ondanks dat ik al 100.000 shirts in de kast heb liggen. Maar goed, hij is leuk dus vooruit dan maar. We rijden weer terug naar La Roche want&nbsp;om 18:30&nbsp;hebben we gereserveerd bij de Italiaan. Is het me de hele vakantie gelukt om geen pizza te eten, vandaag gaat hij er aan. En ik bestel lekker de meest foute pizza die ik kan bedenken, pizza met ansjovis en ananas. Ja je leest het goed, ananas. A-na-nas. So, there you have it. En hij is heerlijk. Daarna natuurlijk een ijsje en op tijd naar bed, want de wekker is weer onverbiddelijk&nbsp;morgenochtend.</p>



<p class="wp-block-paragraph">We staan gelijk op als blijkt dat de eigenaar van het hotel nog vroeger zijn bed uitgekomen is om toch voor ons ontbijt klaar te zetten op dit vroege tijdstip. Had niet gehoeven maar ontzettend lief en we maken er dankbaar gebruik van. Sterker nog, de broodjes die ik had gekocht tover ik met wat Nutella om tot broodjes voor de start en tijdens het lopen. Daarna gauw op pad en als we daar aankomen staan we zomaar in de file. Dat is ook nieuw en ik weet niet of dat nu is omdat ze de plekken op het parkeerterrein, lees weiland, aan het toekennen zijn dat extra tijd kost, ze de start van de 73 km en de 55 km tegelijk laten lopen of omdat het dit jaar gewoon nog drukker is dan normaal. Het voelt van alles een beetje. Ik krijg het echter wel een beetje op mijn heupen. We hebben nog 20 minuten voor de start en dit gaat nog wel even duren. Bovendien moet ik naar de wc.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Frank zegt dat ik wel vast kan gaan dus ik loop het laatste stuk om in de rij voor de Dixies aan te sluiten. Daar zie ik Marcel die last minute zo’n beetje aangehaakt is om de 73 km te lopen. Die is dus vanochtend deze kant opgereden, gek. Maar ja, dat wisten we al. Tegen de tijd dat ik de pizza met a-na-nas achter gelaten heb heeft Frank kunnen parkeren en hebben we nog 5 minuten voor de start. 5 minuten waar we Fernando, Kees, Diana, Gertjan en Akke ook nog tegen komen. Zo kom je altijd wel iemand tegen die je kent. Ik geef Frank een kus en dan is het aftellen. Frank en ik hebben besloten om op onszelf te lopen. Zo houden we elkaar niet op want de tijdslimiet is strak, heel erg strak en behoorlijk wat strakker dan vorig jaar. Was het ooit 3,7 km per uur, mochten we er vorig jaar 5 km per uur over doen maar dit jaar is het 5,5 km per uur. Het zal best, ik hou er rekening mee dat ik dat niet ga halen, het blijft de Ourthe.&nbsp;Om 20:00&nbsp;sluit de tijd voor de 73 km, dat moet wel genoeg zijn. Die tijdslimiet is overigens nog een reden om er mee te stoppen, en als ik dan ook nog hoor dat ze met een abonnement gaan werken om mee te kunnen lopen weet ik het 99% zeker.</p>



<p class="wp-block-paragraph">We gaan van start en met frisse tegenzin dribbel ik het eerste weggetje vals plat omhoog, gevolgd door de weg naar beneden het bos in en naar de Ourthe. We zijn begonnen. Mijn eerste focus is de eerste verzorgingspost op ongeveer 14 km. Frank loopt voor me maar als hij iets met zijn vest aan het rotzooien is loop ik hem voorbij. Niet voor lang want hij haalt me wel weer in. Het belooft een mooie dag te worden en zo vroeg in de ochtend is het nog koel maar in de loop van de dag zal het wel warm worden. Ik loop haasje over met een paar Nederlandse dames en het valt me op dat ze de Fantomes zo te horen voor het eerst lopen. Net als een aantal andere lopers heb ik al gemerkt dat er veel newbies zijn en vooral ook mensen die niet zo goed weten wat ze kunnen verwachten. Tijd voor een andere hobby, trailen is veel te populair geworden. Ik vond het in het dorp ook al drukker dan normaal.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het lopen gaat redelijk goed. Mijn bilspier, waar ik toch al een paar weken last van heb, voel ik wel maar houdt zich rustig, en met een gemiddelde snelheid van 6 km per uur bouw ik toch wat marge op. Tegen de tijd dat ik bij de eerste VP kom staat Frank daar nog, die zit dus niet zo heel erg ver voor mij. Ik pak wat cola en wat sinaasappel maar blijf niet te lang hangen. Tenslotte is het nog vroeg in de wedstrijd. Frank vertrekt iets voor mij maar als ik een paar kilometer verder ben en een steile heuvel op moet krijg ik hem weer in de smiezen. Het volgende doel is de 28 km met de verzorgingspost waarbij we weer bij het startpunt komen. Ik merk dat het terrein wat lastiger wordt en ik tijd aan het verliezen ben. Ik loop nu langs de oever van de Ourthe over de rotsen en de boomwortels als ik Frank weer voor me zie lopen. De twee dames ben ik inmiddels kwijtgeraakt na een langer stukje waar ik lekker naar beneden kon rennen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Frank heeft niks in de gaten als ik achter hem loop, dan weer wat dichterbij, dan weer wat verder weg. Op een gegeven moment zit ik hoogstens 10 meter achter hem als we langs een beekje komen. Ik heb het warm en sta even stil om mijn gezicht te koelen en weg is hij weer. Het duurt weer even en opnieuw heb ik hem bijna te pakken. Een rots met een boom en een rood wit lint markeert, ja wat eigenlijk? Als ik de rots en de boom passeer zie ik het. Een nest met ietwat groter dan normale wespen die inmiddels een beetje agressief beginnen te worden van al dat passerende vee. Ik loop er als de sodemieter voorbij en hoor later dat menigeen toch gestoken is. Als ik Frank opnieuw ‘te pakken’ heb maak ik me kenbaar en lopen we samen via de eerste watercrossing, kan Frank mooi een foto maken van mij in het water, naar Herou voor de 28 km post, waar we met een exact gemiddelde van 5,5 km per uur aankomen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik ga helemaal los op de watermeloen want ik heb vooral dorst. Ik zweet als een otter en ben drijfnat. Dat heb ik de laatste tijd wel vaker, ook weer een signaal dat mijn lijf allerlei veranderingen aan het doormaken is. Gelukkig heb ik nog steeds geen last van de warmte. Als ik weer wil vertrekken vraagt Frank of ik op hem wacht maar hij moet nog naar de wc, we gaan weer een heftige afdaling tegemoet, ik moet zelf ook nog even plassen en ik heb mijn tijd hard nodig, dus nee. Ik begin aan mijn afdaling en de blarenfabriek is ook opgestart. Mijn voeten zijn lekker blaren aan het kweken en ik voel minstens vier drukplekken. En we zijn pas op de helft.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik hobbel lekker door als ik na 4 km bij de afdaling naar de hel kom. Het meest technische stuk dat er tussen zit waar je achteruit hangend aan touwen moet afdalen. Toch heb ik dit vaker gedaan dus ik schrik er niet van en vastberaden grijp ik het touw om af te dalen. Dan slaat het noodlot toe. Van mijn val in Kopenhagen had ik mijn elleboog geschaafd en zat er al een dikke week een irritante dikke korst op die ik er af wilde hebben maar omdat het nog niet genezen was er op bleef zitten. Tot ik de Fantomes ging lopen want natuurlijk door een swing van het touw en een scherpe uitstekende rotspunt schamp ik zo de korst er af. Alsof ik het er om doe. Ik vloek en ik tier (sorry) want het doet niet alleen zeer, het bloed ook nog als een rund en een dikke straal loopt langs mijn onderarm. Voor latere zorg, nu eerst beneden komen. Als ik eenmaal beneden ben neem ik even de tijd om een doekje voor het bloeden te pakken en mijn arm in de Ourthe af te spoelen. En weer door.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Uiteindelijk haalt Frank me weer in. Tenminste, bijna want we gaan nu open veld op om lekker in de brandende zon over het asfalt te banjeren. Niet Frank zijn favoriete loopomstandigheden. Ik heb wat mensen in het vizier en dribbel vastberaden daar waar ik kan omhoog, slechts een momentje stoppend voor een klein stiertje op mijn pad, die mij wel interessant maar als ik een foto van hem maak het toch ook wel spannend vindt. We zijn nu in Maboge waar Richard en de club wacht. Dit is tevens de 40 km VP. Als we daar zijn zit de hele bubs op het terras. We krijgen applaus en ze zijn trots op ons maar manen ons snel naar de VP want daar zijn ze aan het opruimen. Tja, we zijn officieel ‘buiten de tijd’. Ik kan nog vullen met cola en wat cola drinken maar daar houdt het dan wel mee op. Gelukkig ben ik redelijk selfsupporting op wat drinken na.</p>



<p class="wp-block-paragraph">We moeten nog zo’n 16 km en hebben nog iets meer dan twee uur de tijd. Frank denkt dat we het nog binnen de tijd kunnen halen, ik niet. Ik gok op een uurtje of zeven binnen, dat is twee uur extra. Ook stelt hij voor om de rest toch samen te lopen. Tenslotte lopen we redelijk met elkaar op. Het voordeel van los lopen, en dus niet op elkaar wachten, is wel dat we daarmee geen tijd verliezen, maar wat maakt het uit en samen is toch gezelliger. Zo gezegd zo gedaan en we werken onze weg naar de 45 km. Daar is nog een laatste VP, vooral voor de mensen van de 73 km, waar nog van alles te verkrijgen is. Opnieuw val ik aan op de watermeloen en neem even de tijd om te zitten. Marcel en Fernando zijn er ook.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Als we zo ver zijn gaan we op pad voor de laatste 11 km. De eerste 5 km daarvan gaan soepel maar je weet wat ze zeggen, het venijn zit hem in de staart als we niet de afdaling maar nu de klim naar de hel krijgen. 20 minuten per kilometer is geen uitzondering en zelfs de Dextro moet er hard aan trekken om mij mondjesmaat nog voort te laten bewegen. Twee van de vier blaren zijn inmiddels gesprongen maar dat maakt het niet beter. Ook met Frank gaat het al niet beter. Wij zijn gewoon niet opgewassen tegen 5,5 km per uur in dit landschap. Toch geven we niet op, uitlopen zullen we. Gewoon voetje voor voetje want je weet wat ik altijd zeg. Aan alles komt een eind…</p>



<p class="wp-block-paragraph">Na nog wat steile klimmetjes, steile afdalinkjes, nog meer steile klimmetjes, nog meer steile afdalinkjes, nog wat steile klimmetjes die overgaan in steile klimmetjes en dan eindelijk, éindelijk de laatste afdaling, met nog een klimmetje en een afdaling, staan we weer langs de Ourthe om na een paar honderd meter de laatste crossing te doen. Nog één foto voor het nageslacht en dan mogen we het valse plat omhoog terug naar Herou. Een laatste krachtsinspanning maar te doen. Een uur en 44 minuten na de officiële tijd lopen we samen over de finish. Daar haal ik mijn, dit jaar houten, medaille op en drinken we nog wat. Trail des Fantomes, done and dusted. Mocht ik nog enige twijfel hebben, nu weet ik 99,99 % zeker dat dit mijn laatste keer was. I’m getting to old for this shit. Ok, ik loop de 100 km Great Escape nog (slechts 4200 hoogtemeters in 22 uur) en de 200 km Bello Gallico en dan ga ik voor 2026 eens serieus nadenken wat ik nog wel en niet meer loop.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In het hotel douchen we en strompelen naar het restaurant waar we Richard en de rest treffen voor een lekker steak met friet, het verhaal van het spook kijken terwijl ik weer een ijsje eet en dan op tijd naar bed. Zondag op tijd naar huis en de rest van de dag relaxen. Morgen nog even bijkomen en dan moet ik weer aan het werk.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Tja, aan alles komt een einde.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/trail-des-fantomes-aan-alles-komt-een-eind/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>So you think you can trail: Ondergrond</title>
		<link>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-ondergrond/</link>
					<comments>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-ondergrond/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Saskia Uit den Bogaard]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 02 Aug 2025 20:43:25 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Op weg naar de blogs]]></category>
		<category><![CDATA[hardlopen]]></category>
		<category><![CDATA[ondergrond]]></category>
		<category><![CDATA[Snelheid]]></category>
		<category><![CDATA[So you think you can trail]]></category>
		<category><![CDATA[Trailen]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrun]]></category>
		<category><![CDATA[Trailrunning]]></category>
		<category><![CDATA[Uitdaging]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.opwegnaardemarathon.com/?p=4917</guid>

					<description><![CDATA[Als je op de weg loopt heb je een paar soorten ondergrond. Asfalt is de meest bekende voor bijvoorbeeld een marathon, maar je hebt ook nog stoeptegels, kinderkopjes of straatstenen en natuurlijk kan je op een atletiekbaan lopen, het tartan. Als je gaat trailen krijg je ook te maken met diverse ondergronden, en dat zijn [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">Als je op de weg loopt heb je een paar soorten ondergrond. Asfalt is de meest bekende voor bijvoorbeeld een marathon, maar je hebt ook nog stoeptegels, kinderkopjes of straatstenen en natuurlijk kan je op een atletiekbaan lopen, het tartan. Als je gaat trailen krijg je ook te maken met diverse ondergronden, en dat zijn er een paar meer dan op de weg. Iedere soort ondergrond heeft zijn eigen eigenaardigheden. Daarbij zijn weersomstandigheden ook in sommige gevallen van invloed. Officieel is de ondergrond dan niet anders, maar de manier waarop het zich gedraagt ten aanzien van jouw loopje wel. Laten we het eens bekijken.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Bosgrond. Dit is één van mijn favoriete ondergronden. Lekker zacht verend hobbel je door het bos over aarde, af en toe een stukje mos, takjes knappen onder je voeten, en in de herfst ligt er vaak een prachtig mooi en zacht tapijt van bladeren. Daar zit vaak dan ook de angel, want onder dat tapijt van bladeren kan je niet zien wat er ligt. En dat kan zo maar een gat in de grond, een grote steen of een boomwortel zijn. Verdere uitdagingen zijn losse takken, die altijd de neiging hebben om zich tussen je voeten te deponeren waardoor je struikelt over je eigen voeten. Eikeltjes zijn vaak te klein om impact te hebben, maar die boomwortels steken altijd net een extra halve centimeter uit op het moment dat jij je voet daar neerzet waardoor je met de punt van je schoen er nét achter blijft haken. Remedie is dus je voeten goed optillen. Wil je het extra spannend maken, pak dan een single track variant.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De single tracks, heidevariant. Meestal een zandpad, soms hard, soms zacht, maar vooral met het kenmerk dat ze vaak net te smal zijn om je voeten lekker neer te kunnen zetten. De hei aan de zijkanten vormen hier de extra uitdaging want meestal tikt die tegen je benen aan. Vooral erg fijn als het net geregend heeft. Natte poten gegarandeerd. Remedie, geen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Over zand gesproken, de zandvlakte, zandpaden, het strand of de duinen, al dan niet in combinatie met hoogteverschil. Lekker voor de kuitjes en ideaal om je schoenen vol met zand te vullen. Dit dwingt je om elke kilometer je schoenen uit te doen en het zand er uit te gooien. Om er vervolgens achter te komen dat het zand niet in je schoenen zit maar in je sokken. De enige remedie zijn zogeheten gaiters, een soort beschermhoesjes die je over je schoenen doet om zand te weren. Let op, het zand komt niet alleen via je voeten er in, maar ook via de gaatjes van je schoenen. By the way, ik haat zand.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Wat ik net zo veel, zo niet meer haat dan zand is gras. Ik heb niet voor niets de bijnaam ‘Graskia’ gekregen. Om te beginnen ben ik allergisch voor gras, letterlijk. Overigens niet voor het gewone gras, maar wel voor het hoge gras met van die pluimen er aan. Het gewone gras is gewoon kwalitatief uitermate teleurstellend om in te lopen vanwege graspollen. Bovendien heb ik een hekel aan natte voeten, en als het geregend heeft of als je vroeg in de ochtend loopt en er is nog dauw aanwezig zorgt gras per definitie voor natte sokken. Ik ken er dan ook maar één remedie tegen. Niet over gras lopen. De ultieme formule voor een donderwolk boven mijn hoofd? Een grasoever van een riviertje of beekje. Mét brandnetels.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Eens kijken, wat hebben we nog meer. Grindwegen. Kom je veel in het buitenland tegen en prima te lopen. Knarst een beetje onder je voeten maar lijkt qua lopen het meest op asfalt. Behalve dan dat er grind op ligt. Beetje oppassen als het steil omhoog of omlaag loopt dat je niet wegglijdt maar voor de rest niks spannend. Het wordt pas spannend als er op diezelfde grindweg losse stenen of keien liggen. Dan schiet het verzwikken van een enkel gevaar van nul naar honderd. Zeer verraderlijk want je denkt dat het een lekkere weg is om bijvoorbeeld naar beneden te rennen maar voor je het weet sta je op de punt van een kei of een losse steen en floep, daar lig je dan, huilend om je mammie. Remedie, langzaam lopen of verdomd goed uit je doppen kijken waar je je voeten neerzet.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Naast de standaard ondergronden heb je nog een aantal varianten. Zo kan een aardepad of zandpad een extra dimensie krijgen als het bijvoorbeeld hard geregend heeft. Dan verandert zo’n pad in een modderpoel of zelfs een zwembad. En modder betekent glijden, helemaal als je een helling op of af moet. Of je route loopt onverhoopt over een militair oefenterrein. Lekker door de geulen van de tanks, die altijd nét te groot zijn om overheen te springen en nét te klein om tussendoor te lopen.&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Andere varianten zijn beekjes, waar je niet goed kan zien waar je je voeten op zet en als je pech hebt ook nog stroming hebben, of rivierbeddingen, die vooral erg ongelijke ondergrond hebben met een hoge variatie aan type en grootte keien en stenen. Rotspartijen in de bergen, waar je je kan afvragen of het nog iets met trailen te maken heeft en niet meer iets met klimmen. Soms heb je mazzel en kom je houten vlondertjes tegen, of pech als diezelfde vlonders door regen spekglad geworden zijn. Akkers zijn ook leuk. Een soort mini militair oefenterrein, lekker onregelmatig en gegarandeerde ritmekillers. Moeilijkheidsgraden van alle varianten als er een helling in voorkomt en/of het geregend heeft.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Maar wil je nu echt de ultieme uitdaging? Als je denkt dat je er klaar voor bent? Als je alle soorten overwonnen en onder de knie hebt? Als geen enkel type geheimen meer voor je heeft? Dan daag ik je uit om een rivieroever te pakken, en dan bij voorkeur eentje in de Ardennen, zeg de Ourthe. De Trail des Fantomes is daar een perfecte race voor overigens. Tijdens een loopje langs de rivieroever van de Ourthe krijg je zo’n beetje alle soorten ondergrond voor je kiezen in pak ‘m beet 5 kilometer. Als het geregend heeft met alle varianten er nog bij. En als je dat volbrengt zonder minstens één keer op je, op zijn Rotterdams gezegd, muil te gaan, dan krijg je van mij een diepe buiging. Maar werk eerst maar eens bovenstaande rijtje af.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Welk type heeft jouw voorkeur?</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.opwegnaardemarathon.com/so-you-think-you-can-trail-ondergrond/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>2</slash:comments>
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
