2 januari 2025. Ik ben opgewonden want vandaag begin ik aan mijn nieuwe baan. Het wordt een mooi jaar en ik heb spannende dingen op de planning staan. Een jaar waar natuurlijk weer veel in gelopen gaat worden en een jaar waar ik op dat gebied hopelijk een paar mijlpalen ga halen. We gaan het zien, ik heb er zin in!
2 januari 2026. Het jaar is voorbij en ik kan terugkijken op wat er van alle plannen terecht gekomen is. Hoe is het vergaan, heb ik mijn mijlpalen gehaald, wat was het resultaat? Hoe is die nieuwe baan bevallen, heb ik mijn loopjes gedaan. Wat heb ik anders gedaan dit jaar en wat is vergelijkbaar? Tradities in ere gehouden of juist gebroken? Laten we terugblikken.
Januari verloopt rustig. Met de Duinhopper op de planning in februari doe ik geen gekke dingen. Heel blijven is het devies met 30 km als maximale afstand. Bovendien vraagt die nieuwe baan ook de nodige aandacht. Gelukkig voelt het al heel snel vertrouwd en ben ik soepel geland voor zover je dat kan zeggen zo’n eerste maand. We maken een paar verkenningsloopjes voor de Duinhopper zodat we weten wat we tegen gaan komen als het gaat om routes, water en eventuele omleidingen.
En dan breekt februari aan. De dagen vliegen voorbij en de spanning stijgt. Alle plannen zijn klaar, even los van last minute wijzigingen. Ik ben enorm opgewonden en zenuwachtig maar heb er ook enorm veel zin in. Op het werk is het nog steeds leuk maar ook hectisch en druk en privé hebben we nog even een verlies te verwerken. Ik neem het allemaal mee als daar de grote dag is. De dag dat we starten op de Duinhopper. Dit jaar ben ik vastberaden om hem uit te lopen. We gaan er voor. De eerste dag begint schitterend. Misschien zelfs wel te warm voor de tijd van het jaar. Wat een verschil met de eerste poging! We lopen relatief soepeltjes en lekker door, onderweg her en der vergezeld door bekende en onbekende lopers. Met de tweede dag hebben we minder geluk want de regen zet gedurende de nacht in en houdt behoorlijk aan. In tegenstelling tot de dag er voor is het koud, nat en winderig. Ja, zo ken ik de Duinhopper weer. Het gaat dan ook een stuk langzamer maar zolang we blijven lopen is het goed. Qua planning moeten we wel een beetje inboeten en we moeten ook meer zoeken. De stemming is een beetje verloren onderweg maar ik ben nog steeds vastberaden. Als we op het punt komen waar ik vorig jaar moest stoppen komt de enige zin die ik uit Frank zijn mond niet had willen horen. Zijn knie doet onverantwoord zeer en hij stapt uit. Ik ga door. Er is geen enkele reden om niet door te gaan voor mij maar het maakt het wel een stuk moeilijker. Ik moet nu veel meer zoeken naar mijn route ondanks dat we hier verkend hebben. Ik ben de eerste kilometers te veel van slag om me te herinneren hoe ik ook alweer om het water heen moet lopen maar uiteindelijk vind ik mijn route en mijn ritme weer. Vanaf Schoorl word ik weer bijgestaan door Mike en Marcel en hoef ik alleen maar achter ze aan te lopen. Hebben we hier verkend? Onder d sterrenhemel herken ik het weer en kan ik zelfs aanwijzingen geven hoe te lopen. Dan nog een klein stukje alleen, wat zich gelijk kenmerkt tot weer zoeken en fout lopen, maar daarna neemt Richard het over en brengt mij uiteindelijk, na de meest bizarre kilometers op het strand bij Petten ooit, veilig naar de finish. Ik heb het geflikt maar weet nu ook hoe het voelt als je leven volledig hopeloos is en je toch door moet.
Enter Maart. Ik heb twee weken kunnen herstellen als de CPC zich aandient. Grootheidswaanzin zou ik het achteraf noemen, op dat moment is het ‘maar’ 10% van wat ik daarvoor gelopen heb. En het gaat verbazingwekkend goed. Zou het supercompensatie zijn? Het moet haast wel want 10 km/u op een halve marathon had ik het jaar daarvoor niet meer voor mogelijk geacht. In maart loop ik ouderwets mee met de Road through Rotterdam want de Rotterdam Marathon dient zich al weer aan en natuurlijk vier ik mijn verjaardag. Op het werk gaat het lekker door en vind ik meer en meer mijn draai.
April is nummer tien. Nummer tien? Hoe bedoel je nummer tien? Nou, tien keer de Rotterdam Marathon. Ik ben dit jaar wat ze noemen ‘aspirant marathon master’ maar mag al wel het speciale shirt aan en het staat op mijn startnummer. Als ik hem uitloop krijg ik ook nog een speldje, wordt gehuldigd op het podium en kom ik in de lijst. Natuurlijk loop ik hem uit, en ook nu heb ik weer ‘last’ van supercompensatie als ik mijn vierde snelste tijd op de marathon ooit loop. Wat een mooi eerbetoon aan Rotterdam om op dit punt zo te kunnen lopen. Niet dat het vanzelf ging, ik maakte de heerlijke fout om veel te snel te starten, maar de marge was er voor de laatste 12 km. Het voelt in elk geval goed en de cirkel is rond. Hoe extra waardevol deze notering is voor de Rotterdam Marathon weet ik dan op dat moment nog niet.
De focus gaat vanaf mei op het najaar. Ingeschreven voor de Trail des Fantomes en The Great Escape moeten er hoogtemeters gemaakt worden. Achtjes lopen op de Rotterdamse Alp als training dan maar. Frank doet het al langer maar ik moet er ook maar aan geloven. Bovendien kruipt het bloed waar het niet gaan kan, heb ik een ernstig geval van geheugenverlies en is de uitspraak ‘dit doe ik nooit meer’ na de Duinhopper zoals gewoonlijk een loze uitspraak als ik me inschrijf voor de 200 km van de Bello Gallico. Frank wil natuurlijk revanche op de Duinhopper volgend jaar, dan ga ik volledig ondersteunen en loop niet mee. Zo kan ik toch nog een eigen uitdaging hebben. Ik krijg tegelijkertijd promotie op het werk en dat is superleuk maar vraagt ook weer meer energie.
We gaan alweer naar halverwege het jaar als we in Juni afreizen naar Normandië waar Frank de Liberation Trail gaat lopen. Ik ga mee als vrijwilliger maar maak natuurlijk ook de nodige kilometers. In 7 etappes werken we ons via Frankrijk en België terug naar Nederland om de iconische route van operatie Market Garden te volgen. Twee weken later rijden we weer richting het zuiden voor een heerlijk weekendje Parijs. Een zonsopkomst run dwars over de Champs Elysees is tegelijkertijd magisch als duivels. Ik bedoel, een lege Champs Elyssees zonder mensen of verkeer tegenover een zwaar chagrijnige echtgenoot die nodig moet maar nergens terecht kan. Achteraf kunnen we er om lachen.
En zo duiken we juli in, waar ik traditiegetrouw naar Spanje afreis voor de verjaardag van mijn moeder en de kilometers in de brandende Spaanse zon maak. Ik ben er aan gewend dus kom maar door. Krijg ik gelijk een mooi kleurtje op het bleke lijf. Mijn vangnet op het werk heeft afscheid genomen dus nu moet ik het alleen doen en dat is toch even wennen. Net als met de Duinhopper. Maar het komt vast goed. Inmiddels zijn we ook zo’n beetje vaste crew bij de Breweryrun en begeleiden we de Summer Edition. Tussendoor bereiden we ons voor op onze vakantie. Dit jaar geen exotische oorden maar een rondreis door Denemarken, wat al langer op mijn lijstje staat. De aftrap doen we met het concert van Iron Maiden in Arnhem, wat in tegenstelling tot tien jaar eerder, enorm goed is. Een goed begin van de vakantie. Vakantie die we doorbrengen rondrijdend in een onbekend, maar heerlijk land. Een land dat op mijn lijf geschreven is als halve autist. Alles is goed geregeld en iedereen houdt zich ook aan de regeltjes. Iedereen? Nee, twee eigenwijze rotterdammers bieden dapper weerstand als we op de fiets tegen het verkeer in door Kopenhagen crossen. Of door het rode stoplicht lopen als er geen verkeer aankomt. Voor de rest gedragen we ons netjes hoor. Ik heb het enorm naar mijn zin, niet in de laatste plaats omdat ik toch ook hier weer een zonsopkomst meemaak bij de kleine zeemeermin. Frank is heel verstandig in bed gebleven dit keer. Maar ook naar mijn zin door het verrukkelijke Deense gebak, de mooie natuur, de bijzondere plekken zoals de samenkomst van twee zeeën, en de gigantische mazzel die we hebben om een eland te zien.
Het is alweer augustus als we via Hamburg terugkomen in Nederland. Niet voor lang, want een dag thuis en daarna gaan we alweer richting de Ardennen voor de Trail des Fantomes. Vorig jaar stapte ik uit, dit jaar ben ik ook hier vastbesloten om hem uit te lopen en dat doe ik dan ook. Een mooie afsluiting want we hebben besloten dat dit het laatste jaar is dat we hem lopen. Niet alleen omdat het mooi geweest is maar ook omdat het te druk wordt en je voor de inschrijving vanaf volgend jaar een abonnement moet hebben. Ach ja, soms moet je eens wat anders doen.
We lopen augustus uit en september in. Mijn lijf begint een beetje te piepen en te kraken. Ik heb al wat langer last van mijn bilspier. Nu heb ik daar altijd wel last van, maar nu begint het een beetje in de weg te zitten en met The Great Escape op de agenda is dat niet handig. Op naar de fysio dus om daar toch wat aan te laten doen. De Fantomes was al een uitdaging alhoewel ik tijdens het lopen nergens last van gehad heb maar nu dus weer wel. We doen rustig aan. Ondertussen neem ik afscheid van mijn rode bolide en ruil hem in voor een blauwe. Bijkomend voordeel, deze heeft een hoge instap wat voor na het lopen toch wel fijn is. Tja, we worden toch een dagje ouder, lees krakkemikkiger. Op Frank zijn 60ste verjaardag lopen we ook nog de Tunnelrun en mogen we 10 km over de nieuwe A16 met de Rotterdam Running Crew! Maar eerst tijd voor The Great Escape. 100 km klimmen en dalen. Ik weet dat The Great Escape eigenlijk over het randje van mijn kunnen is maar ik ben nu eenmaal een beetje eigenwijs. Bovendien is dit een hele andere route en het deel van de The Great Escape dat we nooit eerder gelopen hebben dus leuk. Ik hou van nieuwe dingen. Het wordt een beetje een drama. De klimmetjes zijn mega klimmen, wat zeg ik, oneindige klimmen. Niet te doen. Frank haakt af bij 50 km. Ik wil nog door naar de volgende post op 62 km maar met inzettende regen, de berichten dat de laatste 5 km spekglad zijn en 020 op het programma neem ik geen risico. Of is het gewoon een gevoel van hopeloosheid dat me besluit om op 56 km te bellen om me op te laten halen? Achteraf vraag ik me af waarom ik in godsnaam uitgestapt ben.
Met die gedachte begin ik aan oktober. Mijn poot blijft etteren maar oktober is een drukke hardloopmaand met de Oktoberfest editie van de Brewery run, de Pegasus trail, de halve van Urk en de marathon van Amsterdam. De Pegasus trail blijkt ook weer episch als ik midden op de hei op 37 km een gigantische hagelbui op mijn kop krijg. Natuurlijk. Trailen is leuk! Op naar Urk dan maar. Deze zou ik samen met Deborah lopen maar die kan even niet dus valt Frank in. Twee rondjes van tien, rechts, links, links, links, links, links, links, links en dan over de dijk naar de finish. Met een mooi shirt en een nog leukere medaille. En natuurlijk een visje na afloop. Volgend jaar doen we hem weer en dan wél met Deborah. Nog twee keer thuis lopen en dan ga ik het doen. Ja, echt waar! Ik ga in 020 lopen, de marathon van Amsterdam. Want ik vind dat ik die toch een keer gelopen moet hebben en als ik het dan toch ga doen, dan maar de 50ste editie. Het is mooi weer en ik ga de eerste helft als een speer. Stom, stom, stom, de tweede helft stort ik in, doet alles zeer vooral mijn knie en strompel ik naar de finish. Ik ben verbaasd dat ik nog enigszins rond de 4,5 uur loop maar dat dit avontuur nog een hele lange staart krijgt weet ik op dat moment nog niet. De rest van de week doe ik rustig aan, op een concert van Volbeat na dan, maar die knie blijft pijn doen. Ben ik dan eindelijk over mijn grens gegaan?
Het antwoord krijg ik in november en is een volmondig ja! De knie is dik, stijf, pijnlijk en zit vol met vocht. Mijn fysio is alleszins amused en ik weet dat het mijn eigen stomme schuld is. Toch blijf ik lopen zei het rondjes van 5 km, en pak ik nog een medaille in Gouda, ‘want die hadden we nog niet’. De Bello komt er aan en ter voorbereiding ga ik nog bezemen in Oostvoorne. Ik begin me toch een beetje zorgen te maken en hou me vast aan de woorden van mijn fysio die aangeeft dat ik in 5 weken prima zou kunnen herstellen. Ik ben er niet gerust op, klamp me vast aan hoop maar besluit halverwege de maand toch maar te stoppen met lopen en algehele rust te nemen. Ik zoek tevens mijn heil bij een wonderdokter die een hoop goed doet in mijn lijf en me leert hoe ik in de toekomst blessurevrij kan lopen maar de knie is hardnekkig. Dagelijks ben ik geobsedeerd met die knie. Hoe gaat het, gaat het beter, wordt hij al dunner en minder stijf? Hoop doet leven en de wens is de vader van de gedachte maar diep in mijn hart weet ik het al. Het is foute boel. Zekerheidshalve ga ik nog naar de huisarts, die verwijst me door naar de sportarts, die verwijst me door naar de bewegingswetenschapper, röntgenfoto en echo. Alleen…, de feestdagen komen er aan en het duurt allemaal erg lang. En ik weet, dit gaat niet op tijd goed komen.
Voor december heb ik dan ook de stekker er uit getrokken. Geen Oostvoorne en zeker geen Bello! Voorlopig even helemaal niks. Eerst weten wat er aan de hand is en zolang er vocht in zit is het niet goed. Dan begint het lange wachten. De bewegingswetenschapper ziet in principe niets raars, op een zwakkere rechterheup en bilspier na maar dat wisten we al en ik krijg oefeningen mee. Ook manipuleert ze een spiertje in mijn kuit maar alhoewel dat niet goed zat is het niet het magische wonder voor de oplossing van mijn knie. De foto wordt gemaakt maar op de uitslag moet ik wachten tot januari als ook de echo is gemaakt. Ik stort me op het vrijwilligen, zowel bij Oostvoorne als de Bello. Dat loopt ook anders als Frank, die 100 km op de Bello loopt, valt en zijn enkel ernstig verzwikt. Tot 3:00 ‘s nachts in het ziekenhuis in Leuven blijkt het gelukkig niet gebroken maar met de staart tussen onze benen gaan we vroegtijdig naar huis, samen de lappenmand in. Het weekendje naar Keulen laten we doorgaan als afleiding, maar voor Frank is het een opgave. Mijn knie gaat wel iets beter nu ik helemaal niets meer doe, maar helemaal overgaan doet het niet. Duurt lang. Te lang, dus ik waag het er op om toch met hardloopkleding het jaar uit te gaan en 2,5 km te rennen. Het gaat maar het is ook weer nét genoeg. Oud en nieuw vieren we traditiegetrouw met vrienden, spelletjes, oliebollen en het nationale vuurwerk. Exit 2025, enter 2026.
Zo zie je maar weer, de plannen die je aan het begin van het jaar hebt kunnen totaal anders zijn aan het einde van het jaar door onvoorziene gebeurtenissen. Daarmee ook de plannen voor 2026 beïnvloedend. Want we staan ingeschreven voor de CPC 50ste editie en het is nog maar de vraag of we die kunnen lopen. Net als de Rotterdam Marathon. Verdere hardloopplannen staan alleen nog maar met potlood. Revanche op The Great Escape en mijn voor nu doorgeschoven Bello 200 km. Ook Frank zijn Duinhopper is al van de baan, dat gaat hem zeker niet worden. Die moet überhaupt nog maar afwachten wat nu precies de schade is want de dokter heeft pas half januari tijd. Ondertussen zien we iedereen lekker buiten spelen, van de sneeuw genieten en plannen maken voor 2026.
Zitten we nu in een depressie? Nee want het is wat het is. Loslaten is mijn thema voor 2026. Loslaten van strakke schema’s, loslaten van het moeten en loslaten wat ik niet kan veranderen. Van daar uit kijken we wel weer verder en nemen we het met de dag. Carpe Diem, geniet van elke dag, koester wat je hebt, heb geen spijt van de beslissingen die je neemt want op dat moment was het voor jou altijd de beste beslissing anders had je hem niet genomen, en wees dankbaar voor alles wat je kan en mag doen. En vooral…
…dat 2026 maar weer een fantastisch jaar mag worden!

0 reacties