Het is nu 3 maanden. 3 maanden van min of meer stilstand. 3 maanden dat ik geen hardloopblog geschreven heb, want waar moet je over schrijven als je niet kan lopen? En de vordering van mijn boek ligt ook stil. 3 maanden waar ik mijn leven serieus onder de loep aan het nemen ben. Want wie ben ik als ik niet kan hardlopen? Niet dat ik mijn complete identiteit afleidt van het hardlopen, maar toch wel een belangrijk deel. Tenslotte ben ik inmiddels al 16 jaar bezig, van 5 km naar 225 km. Maar nu dus even niet.

Dus wat doe je dan? Ik begon natuurlijk met ontkennen. Want na Amsterdam had ik last van mijn knie, ‘maar dat ging na een weekje wel weer over’. En toen duurde het langer dan een weekje. Ik liep al bij de fysio, die adviseerde om terug te schakelen in kilometers. Nou, daar was ik dan wel toe bereid. Even twee weekjes rustig aan en dan kon ik weer gas geven. Dacht ik. Tot het moment dat ik zelf besloot om even een week of twee helemáál niet te lopen. Natuurlijk bleef ik gewoon paardrijden en ach, ik moest toch blijven bewegen dus dan maar wandelen en zwemmen. Was niet helemaal de bedoeling, rust is rust met hoofdletter R.

Ik bezocht een wonderdokter, die kon het nodige voor me doen…, …in de toekomst. Want de focus lag daar op het voorkomen. Het inmiddels ontstane probleem in mijn knie had ik gehoopt op een snelle oplossing, maar zo makkelijk kwam ik er niet vanaf. Zoals de meeste mensen wel hebben meegekregen kon ik het niet langer ontkennen. Ik was officieel geblesseerd, moest evenementen cancelen en er kwam radiostilte. De Terminator was eindelijk tot stilstand gebracht. Want als je iets doet, moet je het goed doen. Om vervolgens met mijn ziel onder mijn arm rond te lopen. Of beter gezegd strompelen. Gelukkig was het inmiddels december met genoeg afleiding. Afleiding in de vorm van de feestdagen, etentjes, een weekendje weg, verzin het maar. Goed voor het humeur, slecht voor de lijn. Want lekker eten en niet hardlopen is geen goede combi. Voldoende om een oude nieuwe spijkerbroek uit de kast te trekken die ik nét gekocht had vlak voordat ik 23 kilo afviel, tien jaar geleden. Nu was het de enige broek die ik nog met goed fatsoen paste (en nee ik ben niet ineens 23 kilo aangekomen maar heel eerlijk was er de afgelopen jaartjes ook al een en ander bijgekomen). Er moest dus iets gebeuren.

In elk geval een second opinion bij de huisarts. Die wist het niet en verwees me door naar de sportarts. Die verwees me door naar de bewegingswetenschapper, en plande me in voor een foto en een echo. Alles om de oorzaak te achterhalen. De foto was zo gemaakt, voor de echo moest ik wachten tot begin januari. In de tussentijd kon ik wel naar de bewegingswetenschapper. Ik mocht lopen op de loopband waar ik gefilmd werd, ze deed wat testjes en constateerde dat alles eigenlijk wel min of meer ok was. Was er dan niks mis? Vooruit, een zwakke rechterbilspier, old news, en een spiertje in mijn rechterkuit dat raar deed. Ze greep het beet, ik gilde het uit terwijl ik toch een hoge pijngrens heb, waarna niet het spiertje maar nu mijn knie raar deed. Maar per saldo loste het het probleem nog steeds niet op.

5 januari was judgement day. Ik kreeg ‘s ochtends mijn echo en ‘s middags uitslag. Bart, mijn sportarts die ik inmiddels Bart mocht noemen, liet me de foto’s zien en legde de echo uit. De uitslag was onmiskenbaar en keihard. Ik had slijtage in mijn knie. Verkalking van de meniscus. Niets aan te doen, het wordt alleen maar erger. Stortte mijn wereld in? Nog niet. Het was nog niet heel erg en ik kon blijven lopen. Ik moest alleen twee dingen doen. De belasting verlagen en de belastbaarheid verhogen. Ergo minder kilometers en/of langzamer en krachttraining. Dat eerste zou voorlopig geen uitdaging worden, dat laatste daarentegen. En er was nog een quick fix. Oh nee, we hadden geen quick fixes. Iets dat discipline vraagt maar afgezien daarvan wel relatief makkelijk opgepakt kan worden dan. Loose a few pounds. Voor mij misschien wel een grotere uitdaging dan een 100 km maar goed. Wat moet dat moet.

Gelukkig had ik ook nog een klein beetje goed nieuws. Inmiddels had het obsessief bezig zijn met mijn knie, en misschien ook wel de rust met hoofdletter R, er voor gezorgd dat het knietje wat minder liep te etteren. Hij sluimerde op de achtergrond dus ik mocht van Bart een beetje uitproberen met lopen. De grens lag bij waar het pijn ging doen. Waar dat was? Daar moest ik zelf achter komen. Voorzichtig startte ik met 5 km en 9 januari maakte ik mijn eerste rondje weer. Tijdens dat rondje werd duidelijk dat ik behoorlijk had ingeboet aan conditie, loopgewenning, snelheid en kracht. Daar had ik 3 kilo vet voor teruggekregen. Goeie deal toch? Dat was wel het moment dat het tot me doordrong. Ik had nog een lange weg te gaan wilde ik ooit weer 100 km kunnen lopen. Natuurlijk had ik daar wel weer voor ingeschreven want die Great Escape vraagt om revenge. En ook de 200 km van december was al doorgeschoven naar eind dit jaar.

De hamvraag was, had ik daar nog zin in? Had ik zin om weer helemaal opnieuw op te gaan bouwen? Kon ik het opbrengen om weer afstanden te gaan lopen? Had ik mezelf niet beloofd dat ik het anders ging aanpakken vanaf nu? En kon ik die twee zaken met elkaar combineren? Voorlopig had ik een CPC te lopen. Dat was alleen haalbaar als ik minimaal 16 km kon lopen. Dat wilde ik sowieso wel weer opbouwen. Dan was 5 km wel een goede eerste stap, maar zeker nog niet lang genoeg. Anderhalve week later rekte ik dat op naar 9 km. Het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan.

Vandaag liep ik de beoogde 16 km. Misschien ietwat geforceerd aan het eind en ik zit in volledige onzekerheid of- en wanneer ik weer vrij en onbezorgd rond kan huppelen. Het is work in progress. Ja, ook wat betreft de oefeningen en het afvallen. Natuurlijk ga ik het opbrengen om weer op te bouwen. Zo makkelijk geef ik me niet gewonnen. Bovendien moet ik dat boek nog afschrijven en wil ik blijven bloggen. De Terminator krijgt een upgrade. Tenminste, dat proberen we. Want je weet hoe het gaat met die Terminator. I’ll be back! Een upgrade naar een T-9000 model. Sneller, strakker, sterker. Dat gaat niet vanzelf, daar zal ik het nodige voor moeten doen. Of het gaat lukken weet ik niet, maar we gaan er voor. Als je het niet probeert weet je het niet. Bovendien zit opgeven niet in mijn aard. Zo krabbelen we langzaam weer op.

It doesn’t matter if you fall down. What matters is that you get up again to fight back!

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *