4 dagen vrij. Had ik ook wel nodig na een zware en drukke week. Als ik donderdagavond na het eten uitgeteld op de bank lig oppert Frank om zondag naar de Ardennen te rijden met een overnachting om twee loopjes te doen en de drukte van Koningsdag te ontwijken. Goed plan, verkeerd moment om het op tafel te gooien. Ik ben te moe om er over na te denken en zie op tegen vroeg opstaan, drie uur heen rijden, drie uur terug rijden, door de bossen rennen (lees vooral veel klimmen want het is de Ardennen) en niet in mijn eigen bed slapen. Vrijdagavond na een beetje uitslapen, een massage en een lekker maaltje vis in mijn maag vind ik het wél een goed idee. Bovendien wordt me maandagochtend ‘het lekkerste bakkertje van België en omstreken’ beloofd. En voor eten ben ik altijd te porren.

Zondagochtend vroeg gaan we in onze hardloopkleding op pad richting Spa. Het is het gebied van de Legends Trails, waar we vaker een paar stukjes van gelopen hebben en afgelopen februari als vrijwilliger een paar huzarenstukjes maar vooral veel ‘broken dreams’ gezien hebben. De Legends is 350 km en niet voor watjes. Wij zijn het wel en gaan voor een paar kilometer minder.

Frank heeft een route getweakt van 24 km. Kunnen we mooi op ons gemak lekker rondhobbelen. We rijden vroeg weg, Frank rijdt en ik mag nog een beetje doezelen in de auto, en rond een uur of tien zijn we op plaats van bestemming, te weten een parkeerterreintje bij een restaurantje in de buurt van Spa. Het is druk, er is een soort paard en wagen evenement bezig, en er zijn meer landgenoten die geen zin hebben in een kleedje met oude troep op de vrijmarkt. Bovendien schijnt het zonnetje en fluiten de vogeltjes.

Als we er klaar voor zijn gaan we op pad en mogen gelijk klimmen. Niet alleen klimmen maar vooral ook de route zoeken want we lopen dwars door een bos waar niet echt een pad te vinden is. Lang leve het avontuur. Maar dan hebben we toch iets dat lijkt op een pad en als we even later langs de rivier over de boomwortels en rotsen klauteren zijn we dan toch ‘en route’. We hebben hier ooit eerder gelopen maar toen was het winter en lag er sneeuw. Nu kabbelt de rivier rustig soms aan onze linkerzijde, soms aan de rechter, afhankelijk van of we een bruggetje overgestoken zijn of terug. Dit wordt in de Legends volksmond het land van de kabouters genoemd maar de enige kabouter die hier over de rotsen klautert ben ik zelf. Maar ik moet het Frank toegeven, het is hier prachtig en beter dan thuis op de bank hangen.

Als goede trailtoerist maak ik de nodige foto’s, de meeste van Frank, terwijl hij die van mij maakt. We klimmen steeds hoger en hoger tot we in de buurt van Baraque Michel zijn. Daar zouden we in theorie kunnen gaan zitten en wat drinken of eten. Moeten we wel 2 km van de route af en straks ook weer terug. Dat is me iets te veel van het goede, ook omdat het pootje nog steeds vervelend doet en we nog net niet halverwege zijn. Ik heb ook nog genoeg eten in mijn vest en aangezien we de laatste tijd niet zo veel gelopen hebben is veel tegen, op of over de datum. Als goede Hollandse krent gooien we niks ‘kan nog best, smaakt hoogstens een beetje muffig’ weg wat niet nodig is en eet ik dat dan wel.

We laten de rivier achter ons en via het gras en de graspollen komen we op de Hoge Venen en de vlondertjes. Jaaaaaaa, de vlondertjes. Ik ben dol op vlondertjes, niet in de laatste plaats omdat ze zo fotogeniek zijn maar ook omdat ze gewoon lekker lopen. Jammer dat het over het algemeen maar korte stukjes zijn, en de laatste die dan wel weer heel erg lang is loopt omhoog. Ach ja, je kan niet alles hebben.

Van daaruit mogen we eerst een stuk naar beneden en dan een lange weg omhoog. Die pak ik mooi als training door deze langzaam maar gestaag door te stiefelen tot ik boven ben. Nog een stuk door het bos en uiteindelijk komen we weer bij de rivier om de laatste paar kilometer weer over de boomwortels, rotsen en bruggetjes te klauteren maar dan naar beneden in plaats van naar boven. Eenmaal bij de auto maken we een pak chocomelk soldaat en drinken nog even wat op het terras. Ik heb trek want het muffe net over de datum hardloopvoedsel is inmiddels wel verteerd. Ik wil een snackje.

Ik heb pech, er is niet veel te krijgen dus gaan we onze slaapplaats aan de rand van Spa maar opzoeken. Daar aangekomen staat er politie op de weg die ons dreigend maant dat we daar niet mogen parkeren. Het blijkt dat Luik-Bastenaken-Luik vandaag gereden wordt, onze B&B op de route ligt en de dames er over tien minuten aankomen. Vooruit dan maar. We parkeren de auto buiten de route terwijl ik in mijn slechtste Frans de dame van de B&B aanspreek. Die schiet volledig in de paniek. Ze had ons nog niet verwacht en niks is klaar. Desdondanks ratelt ze in rap Frans de instructies voor parkeren, slapen en de sleutel van het huis. Gelukkig ben ik soms, zoals vandaag, snel van begrip en heb tien minuten later de sleutel van het huis in handen, weet in welke kamer we slapen, waar we mogen zitten, morgenochtend koffie kunnen krijgen, de auto kwijt kunnen en morgen de sleutel weer moet achterlaten na vertrek. Ondertussen pakt Frank onze tassen en zien we de dames wielrenners voorbij sjezen.

Nadat we ons geïnstalleerd hebben, gedoucht en aangekleed duiken we op het buurterras en zoeken via Google een restaurantje in Spa uit. Frank wil streekgerechten eten, ik ga voor alles dat iets van een steak en een lekker toetje heeft. Een uur later zitten we aan tafel, smult Frank van kikkerbilletjes en een steak en ik van kaaskroketjes en een soort carpaccio maar dan met stukjes biefstuk in plaats van feitelijke carpaccio. Appeltaart en chocolademousse maken het diner compleet.

Het is nog relatief vroeg, ik ben nog nooit in Spa geweest en zag allerlei beelden van ‘Spamannetjes’ door de stad. Frank voelt de bui al hangen, ik wil door het centrum wandelen. Niet dat hij veel te vertellen heeft in deze, als hij me meesleept naar België om daar te lopen zal hij ook mee moeten wandelen door het centrum van Spa. Er is zelfs een officiële route ‘de blauwe lijn’ die je in ongeveer een kleine 3 kilometer langs de highlights van Spa leidt. Die gaan we dus volgen. We komen niet alleen langs de highlights maar ook langs wat achtergelegen steegjes waar een paar drugsfiguren rondhangen. Gewoon doen of je daar hoort, dan is er niks aan de hand. Als de route klaar is rijden we naar de B&B waar we lekker in bed duiken want morgen willen we weer vroeg op. Althans, ik wil dat want ik wil op een christelijke tijd ook weer thuis zijn.

De volgende ochtend maken we ons weer klaar en rijden naar Frank zijn bakkertje. Het ruikt er heerlijk en het water loopt me in de mond bij de aanblik van alle lekkere gebakjes en de geur van vers brood. Maar eerst lopen. Frank eet een croissantje, ik hou het bij een brioche met rozijnen. Straks neem ik wel een broodje, en een croissantje, en een eclair, en misschien ook nog wel een wafel. Of een citroentaartje. Of toch een mille-feuille, wat het dichtst bij onze Nederlandse tompouce komt. We zien wel, zoals ik zeg, eerst lopen.

We parkeren weer op een parkeerplaats nu aan de voet van de Ninglinspo, de rivier van vandaag. Waren we gisteren in het land van de kabouters, dit is het terrein van de elfjes. Ook nu trotseren we de boomwortels, rotsen en bruggetjes. Omdat we veel vroeger op de dag zijn is het een stuk frisser dus ik heb sleeves en een buff aan. Allebei in het oranje, net als de elastiekjes in mijn haar. Tenslotte is het Koningsdag! Door het klimmen en klauteren is het meer hiken dan trailen en alhoewel we vandaag maar 15 km doen hebben we meer hoogtemeters dan gisteren. Mijn pootje vindt dat minder erg dan snel maar vlak rennen.

Het ‘kost’ ons een paar kilometer om helemaal op het hoogste punt te komen waar we de rivier verlaten en inruilen voor een gravel weg. In deze route zitten drie lange klimmetjes en dalen dus one down, two to go. Het eerste stuk naar beneden is lang, heel lang, maar loopt wel lekker. Kunnen we een beetje oefenen voor The Great Escape in september. Bovendien gaat onze gemiddelde snelheid weer een beetje omhoog, om weer keihard omlaag te gaan als we weer mogen klimmen.

Toch valt het me niet tegen. Ik ben een paar kilo kwijt en juist op dit soort plekken kan ik dat goed merken. Het kost me minder moeite en het is vooral mijn poot die me nu dwars zit. Als ik dat nou ook nog kan fixen wordt mijn hardloopleven een stuk makkelijker. Maar uiteindelijk zijn we ook boven aan de tweede klim en mogen we weer naar beneden. Hierna is het nog een stukje omhoog voor het laatste klimmetje alvorens we langs de rivier naar beneden klauteren. We hebben Ninglinspo verlaten en lopen nu langs de Chefna. De gemiddelde snelheid gaat weer omlaag maar we zijn bijna aan het einde van de route. Nog een paar kilometer voordat we weer bij de auto zijn.

Daar is het ook aanzienlijk weer drukker en ons plekje wordt gauw ingenomen door een landgenoot als we naar de bakker rijden. Ik zit kwijlend en likkebaardend op de passagiersstoel en heb enorme keuzestress. We stoppen nog even bij de Carrefour voor een paar boodschappen maar dan is het toch écht tijd voor het hoogtepunt van de trip. Eerst eten we braaf een broodje en dat is maar goed ook. Mijn ergste trek is gestild en ik kan weer rationeel denken. Het croissantje laat ik schieten net als de wafel en ga voor de mille-feuille. Hebben we vanavond toch een beetje tompouce idee. Vlak voor het afrekenen bestel ik toch nog een croissantje maar die zijn gelukkig op. Iets met grote ogen op een kleinere maag want ik heb niet echt trek meer maar wil gewoon snoepen. Vanavond. We rijden lekker naar huis waar we ouderwets weer eens in bad duiken. ‘S avonds eten we rib-eye met een patatje en als toetje de Frans – Belgische versie van de tompouce.

Lang leve de koning!

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *