Toen ik nog een heel klein guppie was, was ik smoorverliefd op Apollo van Battlestar Galactica, een oude science fiction serie uit de jaren zeventig (ja, zo oud ben ik al). Ik weet niet meer of dat was voor of nadat ik verliefd werd op stripheld Kuifje, maar daarna volgden Indiana Jones, James Bond en vele andere helden die zich op dat moment in een film, boek of stripverhaal manifesteerden. Alles wat enige vorm van gezag, kracht, macht en/of stoerheid uitstraalde, daar viel ik op, bij voorkeur in een stoer uniformachtig iets. Natuurlijk spaarde ik dan alles van het betreffende object van mijn belangstelling op dat moment en viel iedere avond dromend over onze avonturen samen in slaap. Naarmate ik wat ouder werd verdwenen de stripfiguren, helden en acteurs en kwamen leden van een band waar ik fan van was in beeld. Simon Gullip, de basigitarist van The Cure, Simon le Bon, zanger van Duran Duran, of de zanger van The Sisters of Mercy, Andrew Eldritch, mijn kamer hing vol met posters en ik had dikke plakboeken vol. George Michael was overigens niet mijn ding, ik zocht het bij de wat obscuurdere types, maar dat terzijde.

Eigenlijk ben ik mijn hele jeugd altijd wel verliefd geweest op allerlei ‘helden’. Idolen in allerlei vormen en maten, vooral stoere mannen die het kleine meisje in mij konden beschermen. Waarschijnlijk had ik toen al een vader complex. Dat mijn idolen zich altijd in een universum ver weg bevonden maakte niks uit. Ik hunkerde, droomde en fantaseerde er op los, maar wist diep in mijn hart wel dat het precies dat was, een fantasie. Op een gegeven moment kwam ik in de pubertijd en verruilde alle onbereikbare helden voor jongens die zich wel in mijn nabijheid bevonden. Die bleken overigens net zo onbereikbaar als de striphelden, acteurs of zangers want ik was wel verliefd op hen, zij zagen mij nooit staan. Aangezien die jongens dus ook niks werden, omdat de liefde altijd eenzijdig bleek, richtte ik mijn aandacht op een gegeven moment op andere ‘helden’. Leraren op de universiteit, de beveiligers van de discotheek (die in Spanje met échte pistolen rondlopen), you name it. Die laatsten hadden dan wel weer belangstelling voor mij maar meer vanwege mijn korte rokjes en diepe decolleté. Niet echt boyfriend material, dus ook daar zat mijn droomprins niet echt tussen. Ze waren wel stoer, dat dan weer wel. Uiteindelijk werd ik écht volwassen, liet het onbereikbare los en vond, lang gewacht stil gezwegen nooit gedacht toch gekregen, mijn held en grote liefde in levende lijve, die niet alleen heel toevallig iets stoers in de beveiliging deed, maar ook nog eens ook op mij bleek te vallen. En we leefden nog lang en gelukkig. Exit idolen!

Maar hoe zit dat dan? Zijn er dan geen mensen die ik bewonder? Natuurlijk wel. De fascinatie voor mensen die uitzonderlijke dingen doen, en ik toch als een soort held beschouw, is altijd gebleven. Ik word er niet meer verliefd op, ik sta niet meer uren in de regen te wachten om een handtekening te scoren, spaar niet meer alle foto’s en posters die ik in handen kan krijgen en lig niet meer nachtenlang te dromen van spannende avonturen waar hij me redt uit een gevaarlijke situatie. Maar als ik in de gelegenheid ben zorg ik zeker voor een handdruk en een foto. Met het volwassen worden is mijn definitie van ‘uitzonderlijke dingen’ daarbij ook veranderd. In een film spelen is leuk maar niet uitzonderlijk. Ik heb ooit anderhalf jaar in het Gooi gewoond. Daar kom je geregeld BN’rs tegen. Vriendinnen die bij mij logeerden stonden dan opgewonden aan mijn arm te trekken omdat ‘die en die’ in de supermarkt in de rij voor ons stond, terwijl ik nog nooit van de beste man of vrouw gehoord had. Maar ja, ik keek dan ook geen GTST. Nog steeds niet overigens. Misschien dat als Harrison Ford voor mijn neus staat of Arnold Schwarzenegger, mijn hartslag wel wat omhoog gaat, en ik ben ook zeker niet vies van Jason Momoa of Chris Hemsworth, met wie ik best wel een beschuitje zou willen eten (sorry Frank) maar mijn definitie van held is zoals gezegd veranderd.

Mijn helden richten zich de afgelopen jaren veel meer op mensen in de sportwereld, waarschijnlijk omdat ik daar zelf nu veel meer mee bezig ben. En het grappige is dat ik bij toeval of soms ook doelbewust deze mensen ook de laatste jaren echt tegengekomen ben. Bij een seminar, een bijeenkomst, een presentatie of een sportevenement. Helden in de vorm van Mark Tuitert, Dirk Kuyt of Bas Nijhuis, ook al heb ik niks met schaatsen of voetbal. En natuurlijk mogen, na 23 jaar paardrijden, Anky van Grunsven en bijvoorbeeld Willem Greve (springruiter van het Nederlandse olympisch team) niet ontbreken. Stuk voor stuk mensen die iets gepresteerd hebben en waar ik als Nederlander trots op ben. Of rasrotterdammer Herman den Blijker, mag natuurlijk ook.

Als het gaat om hardlopen heb ik het geluk gehad om helden als Abdi Nageeye en Bashir Abdi te mogen ontmoeten. Eliud Kipchoge ontbreekt helaas maar toen we de laatste keer New York liepen en een paar dagen daarna op het Empire State waren, stonden Evans Chebet en Sharon Lokedi, de winnaars van de marathon, ineens voor onze neus. Nelli Cooman staat steevast bij de start en finish van de Roparun, Robert Lathouwers heeft een paar Anita events verzorgd en Björn Koreman stond ineens bij een loopje in Vlaardingen. Ook één in de combinatie hardlopen met mensen die ik bewonder en het heeft een paar jaar geduurd, maar uiteindelijk lukte het me niet aan het eind maar wel aan het begin van de marathon met burgemeester Aboutaleb en onze eigen Lee Towers op de foto te staan. Daar had ik best een paar minuten van mijn eindtijd voor over. Net zo goed dat ik de hoop al opgegeven had maar ook Martin van Waardenberg en John Buijsman tegengekomen ben ooit. Ja, ja, ik weet, acteurs, maar in dit geval direct gerelateerd aan De Marathon. Of is dat smokkelen? En is het smokkelen dat ik een selfie gemaakt heb met op de achtergrond de koning en de koningin? En als ik nou zeg dat ik ze wel degelijk ook een handje gegeven heb? De laatste aanwinst is Pim Bijl. Afgelopen vrijdag bij zijn boekpresentatie van ‘De mooiste marathon’ wilde ik het boek sowieso hebben en leek het me leuk om bij de presentatie te zijn. Bovendien was ik vrij dus dat kwam goed uit. Hoe leuk is het dan om het boek te laten signeren en natuurlijk even ‘ik ben er nou toch’ op de foto te gaan?

Zo heb ik in de loop der jaren een aardige ‘collectie’ opgebouwd. Misschien niet een waar de fans op een veiling veel geld voor over zouden hebben, maar wel een die net een beetje cachet aan mijn sport- en hardloopactiviteiten geeft. Zover de mensen die enigszins bekend zijn. Want ik heb op de achtergrond ook een paar mensen die ik bewonder waar niemand wat vanaf weet. Die bij mij ook in de categorie ‘held’ vallen. En stiekem een beetje, op mijn eigen manier, misschien wel ‘verliefd’ op ben. Misschien niet mensen die uitzonderlijke dingen doen of gedaan hebben, maar die bij mij een speciaal plekje in mijn hart hebben. Omdat ze altijd bij de finish van de marathon klaar staan om mij de medaille om te hangen bijvoorbeeld, of omdat ze me destijds net dat duwtje gegeven hebben wetende dat ze er op de achtergrond stonden om me te steunen als ik zelf met iets onzinnigs bezig was en het moeilijk had.

Maar uiteindelijk staat er maar één bovenaan die mijn allergrootste held is, en dat de rest van mijn leven zal blijven. Ik heb na mijn eerste marathon een dankwoord voor hem geschreven. Ik heb hem nog eens nagelezen en kom tot de conclusie dat nu, ruim 11 jaar later er niks is veranderd. Ja, ik ben meer marathons gaan lopen en grotere afstanden, maar ook met dat gekke loopje van Hoek van Holland naar Den Helder heeft hij exact diezelfde dingen gedaan als destijds voor mijn eerste marathon. Lees het er maar nog eens op na en vertel me dat het niet klopt. En laten we eerlijk zijn…

…is dat nu niet waar ieder klein meisje van droomt als ze een held in gedachten heeft?

Ode aan Frank

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *