Alle jaren dat wij naar Bonaire gaan eten we minstens één keer een kippetje van Fred. Wij kennen Fred. Althans, we hebben hem een aantal keer ontmoet, een praatje met hem gemaakt. Sympathieke gast. En hij heeft heerlijke kippetjes.
Terwijl wij genieten van onze vakantie zit Fred in Nederland voor de reünie van B&B vol liefde. Een programma dat wij nooit kijken, maar voor deze ene keer een uitzondering gemaakt hebben en met een schuin oog af en toe een stukje van gezien hebben. De stukjes met Fred natuurlijk. Fred zullen we deze vakantie niet in levende lijve gaan zien.
Zijn kippetjes zullen gemist worden.
DEPARTURE DAY
Na een dagje Amsterdam met mijn nichtjes, een stresszaterdag van inpakken en de final lap op Zandvoort is het dan eindelijk tijd om te vertrekken. Vakantie! En vakantie kenmerkt zich met vroeg opstaan, dus de wekker gaat om 5:30. De tijd die we de komende dagen ook zo’n beetje wakker zullen zijn vanwege de jetlag en de 6 uur tijdsverschil met Nederland. Alleen zal het dan vanzelf gaan, nu kost het wat meer moeite. Maar vakantie is altijd een goede reden om op te staan. Even snel douchen, de laatste dingen in de koffer gooien en daarmee van mijn lijstje afstrepen, de vuilniszak naar buiten en de twee overgebleven boterhammetjes opeten en dan zijn we ‘Ready to go!’.
We rijden naar Frank zijn kantoor waar we Frenk treffen die ons naar Schiphol brengt. Het verloopt gelukkig soepel. Eenmaal daar zijn we dankzij onze Tui de Luxe stempel op onze boarding passes snel door alles heen en voor we het weten zitten we in de lounge waar ik me op het buffet stort. Nog geen uurtje later stappen we het vliegtuig in en begint de lange reis naar de Cariben. Twee films, twee maaltijden en een stop op Curaçao later stappen we de kenmerkende warmte van Bonaire in. Auto oppikken, even snel bier en cola bij de supermarkt en het kleine stukje naar Djambo, ons onderkomen voor de komende twee weken.
Daar aangekomen zitten Rainy en Trent al op ons te wachten voor een hartelijk weerzien. Een Amerikaans echtpaar dat we een paar jaar geleden hier hebben leren kennen en waar we de afgelopen keren dat we hier geweest zijn mee opgetrokken hebben. Inmiddels kunnen we het wel vrienden noemen. Net als René en Ingrid, een Nederlands stel uit het oosten van het land. Zij vliegen met KLM en komen een paar uur later ook aan. Een paar uur die wij volmaken met bijpraten met Rainy en Trent, tenslotte is het inmiddels alweer twee jaar geleden dat we hier waren. Als de club compleet is drinken we nog een welkomstdrankje, klaargemaakt door de nieuwe beheerders van Djambo Cris en Cindy ondanks dat de bar gesloten is, maar rond een uur of 21:30 geef ik het op. Mijn brein is nog wel wakker maar mijn lijf is vermoeid. Even snel afspoelen onder douche, wat kleding uithangen en mijn bed in duiken. De rest komt morgen wel.
DAG 1
Vanwege de vermoeidheid van de reis red ik het tot 5:00. Omgerekend is het nu 11:00 in Nederland dus ik vind het nog netjes. Buiten is het nog donker, tenslotte is het hier zo’n beetje van 6:00 tot 18:00 licht. Ik sterf van de dorst en heb honger. Gelukkig heb ik wat mueslibars meegenomen want eer dat we boodschappen gedaan hebben zijn we wel een paar uur verder. Eerst maar een rondje hardlopen. Na de boodschappen, en daarmee het ontbijt, rijden we naar de duikschool om onze spullen duikklaar te maken. Registreren, lucht en lood regelen, de verplichte natuurtag (want Bonaire onderwater is een natuurpark) en dan zijn we er écht klaar voor. We kunnen doen waar we voor gekomen zijn. We kunnen gaan duiken.
We starten met Salt Pier waar we met Rainy en Trent hebben afgesproken. Ingrid en René gaan nog even op zichzelf zodat ze rustig kunnen opstarten. Er ligt geen boot meer dus we mogen er duiken. Het is best druk dus we gaan aan de linkerkant. Het is even zoeken met setje opbouwen en in het water alles goed doen. Tenslotte is het alweer twee jaar geleden en ik moet er altijd weer even inkomen.
Frank seint dat er een schildpad zit dus automaat in en lucht uit het vest en zakken maar. Eenmaal onder water heb ik vooral moeite met mijn masker dat de hele tijd beslaat. Irritant maar daar kan ik nu even niets aan doen. Ik maak een foto, de zoveelste in mijn leven, van de schildpad. En er zwemt er nog één. Daarna zwemmen we langzaam verder naar de pilaren van de pier.
Tussen het proberen schoonmaken van mijn masker door, wat niet lukt en alleen maar zorgt voor prikkende ogen vanwege het zeewater, maak ik wat foto’s van de vissen tussen de pilaren door. Het blijft mooi om te zien. Dan seint Frank dat er barracuda’s zitten. Meestal zijn ze in hun eentje want de volwassen dieren zijn solitair, maar hier hangen er een stuk of vijf. Ik schiet weer een paar plaatjes.
Zo werken we alle pilaren af. Ik kijk uit naar zeepaardjes maar dat zijn de echte lucky shots. Ik vind ze dan ook niet maar krijg in plaats daarvan van Rainy vier pijlstaartinktvisjes. Dan is het langzaam tijd om terug te zwemmen en zit onze eerste duik van de vakantie er officieel op.
We lunchen een Steak Sandwich bij Ocean Oasis en bedenken waar we de tweede duik gaan maken. Het wordt Bari’s Reef maar eerst moet ik even langs het huisje om een nieuwe batterij voor mijn camera te halen want die is leeg. En met een lege batterij kan ik geen foto’s maken. Bovendien kan ik dan misschien gelijk iets aan mijn masker doen. Bij Bari’s Reef kunnen we makkelijk het water in. Mijn masker is gelukkig een stuk beter nu en dat duikt ook een stuk makkelijker. Ik vermaak me met de vissen terwijl ik een schuin oog hou op het koraal of ik niet een frog fish zie. Dat gebeurt niet maar Frank wijst me op een leuke murene en als we uiteindelijk weer terug zwemmen op een mooie octopus die voor de verandering gewoon blijft zitten waar hij zit.
Als we het water uit zijn en omgekleed rijden we naar huis waar we de spullen spoelen en klaar leggen voor morgen. Lekker douchen en mijn haar wassen en de bar is open vandaag dus daar kunnen we gezellig socializen. Rond een uur of zeven gaan Rainy, Trent, Ingrid en René naar de Mexicaan en wij rijden naar de supermarkt voor iets van sla. Het wordt een tonijnsalade voor mij en wat pastasalade met wat kip voor Frank. Stukje brood erbij en dan hebben we wel weer genoeg. Oh, en een klein ondeugend stukje lokale caramelpuddingachtig iets. Een soort flan maar dan op zijn Bonairiaans. Na het eten liggen we nog wat te filosoferen over het leven bij het zwembad als we rond half tien het wederom opgeven en naar bed gaan. Dag 1 was in elk geval een geslaagde dag.
DAG 2
Het is zowaar al zes uur als ik vandaag wakker word. Natuurlijk, ik ben vannacht ook een paar keer wakker geweest, maar dat is niet anders dan normaal. We starten langzaam op en na een ontbijtje en de spullen pakken is het toch stiekem maar weer 9:00 uur. We rijden naar Oil Slick, de rest gaat naar Something Special, dus we zijn met zijn tweetjes. Ook bij Oil Slick is het rustig, slechts een stelletje dat gaat snorkelen. Dan komt het eeuwige dilemma, gaan we links of gaan we rechts. Met stroming is het geen keuze, maar die staat er niet. Het wordt links. En het wordt ook wat ik een NADH duikje noem, een zogeheten Niets Aan De Hand Duik. Rustig duiken, geen spannende dingen, soms een beetje saai. Saai omdat we gewoon gruwelijk verwend zijn met wat we altijd maar onder water zien. Maar het duiken op zich is al relaxt en ik kom altijd wel iets tegen dat ik kan fotograferen, al is het maar een slakje of een garnaaltje. In dit geval een leuke baars, Frank, een paar garnaaltjes en een close up van een platvisje. Als we na toch meer dan een uur richting uitgang zwemmen zie ik nog een schorpioenvis liggen. Dat zeg ik, er is altijd wel iets. Als we het water uitkomen staat de parkeerplaats vol. Het is ineens druk.
Omdat we twee duiken achter elkaar maken hoeven we niet om te kleden. Wel moeten we wat tijd maken aan de oppervlakte om veiligheidsredenen. We eten wat stukken ananas en vermaken ons met het voeren van een paar hagedissen. Niet die hele grote die je hier hebt, maar ook niet de kleintjes. De middelmaatjes dus, en ze vechten om een stukje ananas. Als alles op is stappen we in de auto en rijden vast naar de volgende duikstek, Andrea II. Ook daar is het druk, zowel boven als in het water. Er liggen een paar snorkeltrip boten met hele trossen snorkelaars in het water. Gelukkig hebben wij daar geen last van. Als we bijna het uur vol aan de oppervlakte hebben maken we ons klaar voor de tweede duik. Ook nu weer de vraag links of rechts? En ook nu wordt het links.
De duik verloopt vergelijkbaar als de eerste duik. Rustig, relaxt, geen bijzonderheden maar wel een mooi onderwaterlandschap. Murenetje, platvisje, garnaaltje en Frank. Ik kijk regelmatig om me heen en hoop op een schildpad. Die krijg ik niet als ik ineens iets anders zie fladderen. Het is een eagle ray en niet zo’n kleintje ook. Hij is wel op doorreis, met af en toe een snackje oppikken, dus hij zwemt stevig door en ik krijg hem lastig op de foto. Voor ik het weet is hij alweer weg. We wachten nog heel even of hij stiekem toch niet terug komt zwemmen maar helaas, hij is er vandoor. Geeft niet, we hebben hem gezien. Als we bijna bij de exit zijn seint Frank dat hij trek heeft en vraagt of we bij de Buns gaan eten. Natuurlijk gaan we dat! Dat hoef je mij geen twee keer te zeggen. We komen er toch langs.
Bij ‘Between 2 Buns’ eten we een broodje om alle calorieën die we met duiken verbranden er weer aan te eten. En om het zeker te weten neem ik nog een stuk mango cheesecake mee. Daar kan je mij echt ‘s nachts voor wakker maken, maar het mooie is, dat hoeft niet. Ik kan hem gewoon in de koelkast leggen en eten wanneer ik daar zin in heb. Terug bij Djambo ligt de rest al in het zwembad. Zij hebben frog fish en een zeepaardje gezien. Shit! Ik weet wel waar ik morgen wil gaan duiken! Ik had eigenlijk een ander plan maar dat kan later ook nog. We zijn nog niet weg. Als alles gespoeld is maak ik nog wat foto’s van de kolibries op het complex en ga daarna even op bed liggen. Gewoon, omdat het kan. Rond een uur of 18:00 gaan we met z’n zessen naar Ocean Oasis om naar de zonsondergang te kijken. Door de bewolking zien we echter helaas niets van de ondergaande zon, maar niets dat een drankje, een hapje en vooral goed gezelschap niet kan verhelpen. We sluiten de dag af met een rondje in het zwembad bij Djambo voordat we de batterij weer opladen voor een nieuwe dag.
Life is good!
DAG 3
Ik heb een missie! Vandaag gaan we op zoek naar de frog fish en het zeepaardje. Maar eerst. Eerst moet er gelopen worden. Want met duiken verbrand je wel veel calorieën, ik eet het er net zo makkelijk weer aan en meer. Bovendien hebben we een uitdaging staan als we straks terug in Nederland zijn. Ik ben om zes uur wakker en ook al zou ik best kunnen blijven liggen, ik ga er uit. De dagen zijn kort hier en er is een hoop te doen. Frank volgt al weet ik niet of dat soort van gedwongen is omdat ik er uit ga of omdat hij ook gewoon wakker is. Ik eet een mueslibar en we rijden naar Ocean Oasis om van daar uit naar de Salt Pier en terug te lopen, zo’n zeven kilometer. Het is bewolkt en omdat het nog vroeg is, is het niet warm. Tenminste, voor Bonairiaanse begrippen. Het loopt in elk geval lekker door en we hebben de wind van voren. De zon worstelt zijn weg door de wolken wat prachtige plaatjes oplevert. Ja, zijn we nou aan het hardlopen of ben ik plaatjes aan het schieten? Je weet toch… Ook de ezel ontkomt er niet aan maar hij heeft er weinig zin in en loopt hard weg voor dat gekke mens in dat roze shirt met die twee staarten. De Salt Pier dient zich snel aan en we lopen een klein stukje door anders redden we de zeven niet. Op de terugweg stop ik even bij de bak met zoutkristallen voor een foto. Natuurlijk. Als we bijna terug zijn bij de auto voel ik een paar druppels en zie een regenboog. Dat is altijd een goed teken. Aan het eind van de regenboog ligt een pot goud, in mijn geval hoop ik zeepaardjes en frog fish.
Thuis ontbijten we en als we willen vertrekken geeft de rest aan ook mee te gaan. Rainy en Trent vinden alles zo’n beetje prima en René wil vooral betere foto’s maken. Eenmaal bij Something Special blijkt echter dat ze hun masker vergeten zijn en terug moeten. Wij gaan vast het water in. Bij de blokken waar de frog fish moet zitten zit hij in elk geval niet op het touw waar hij gisteren zat. Trent spot hem echter boven op het blok en er komt bijna stoom uit mijn camera van de hoeveelheid foto’s die ik maak. Ik zie het allemaal niet meer zo goed onder water en van de 100 foto’s zijn er altijd maar een paar mooi en veel op de gok. Dan wijst Frank op een heel klein frog fishje half onder het blok. Deze is lastiger maar vooruit. Later blijkt dat het kleintje diegene is geweest die ze gisteren gezien hebben, en die andere is nieuw. Mij maakt het niet uit, ik heb ze! Als ik eindelijk klaar ben schuif ik door op zoek naar het zeepaardje. Die moet onder de catamaran liggen. Ik heb hem snel gevonden. Ook hij moet er aan geloven. 100.000 foto’s, daar moet een mooie tussen zitten. Mijn flitser doet wel raar maar goed, we zien het wel. Ik kan er niet eeuwig blijven hangen ook al wil ik dat wel dus ik zwem door. Nu een beetje doelloos over het koraal tot ik een mooie anemoon vind met een garnaaltje er in. My favourite dus hoppa, nog meer foto’s. Ook deze heb ik in de loop der jaren al veel van gemaakt, maar mijn motto is, je kan altijd een betere foto maken. Bovendien heb ik genoeg batterij en genoeg geheugen dus wat maakt het uit. Stukje verder zit er nóg een en deze zit ook mooi te poseren. Kom maar door. Na 55 minuten gaan we er toch maar uit, tenslotte ligt er ergens nog een harige frogfish op ons te wachten. Nog even een angel fish en een paar drumfish en dan ben ik écht klaar op er uit te gaan. Ik heb nog 150 bar, genoeg voor de tweede duik er achteraan.
We rijden gelijk door naar de Pool, het openbare openlucht zwembad van Bonaire. Nou ja, het afgezette stukje met vlonders waar mensen kunnen zwemmen dan. Rainy en Trent gaan mee, René en Ingrid vast terug naar het appartement. Eenmaal in het water heb ik ook deze frogfish snel gevonden. Het zijn er twee en terwijl ik mijn camera weer overuren laat draaien wijst Frank zelfs op een derde. Maar ook hier kan ik niet eeuwig blijven hangen dus we zwemmen nog wat rond en maak wat foto’s van Frank, en laat Frank wat foto’s van mezelf maken. Sta ik er ook eens op. Als we het zat zijn zwemmen we terug naar de kant en kom ik nog twee alen tegen. Die zijn altijd lastig om te fotograferen want ze zijn snel en meestal focust de camera op het lijf met een wazige kop als gevolg. Dit keer heb ik een lucky shot. Gelukkiger kan je me niet krijgen.
We rijden via de supermarkt terug naar het appartement met vers brood en kip voor de lunch. Daar hangen we rond en kwijl ik over mijn mooie foto’s alvorens we in de loop van de middag nog een derde duik maken. We gaan nu richting het zuiden. Invisibles it is! Daar hebben we namelijk kans op Eagle Rays. We gaan met zijn zessen. Bij het uitzwemmen over de zandvlakte vallen we gelijk met onze neus in de boter. Want je raadt het niet, er zwemt een Eagle Ray. Wat dat betreft is het vandaag echt een topdag qua duiken. Toch die regenboog vanochtend. Hij zwemt wel snel maar ook nu heb ik ineens een lucky shot waar ik recht voor hem zwem als hij omhoog komt. En de foto is gemaakt.
Daarna zwemmen we rustig langs het rif en ik kiek nog wat zandaaltjes. We zwemmen naar de overkant naar het andere rif maar daar is niks bijzonders te zien dus we zwemmen ook maar weer terug. Daarna gaan we rustig omhoog en terug. Als we over de zandvlakte terugzwemmen richting de boei krijgen we nog een klein kadootje. Er ligt een grote schildpad onder de boei. Dan terug naar de kant, wat foto’s van de groep en verrek, de Eagle Ray is er weer. Net genoeg zodat ik nog een mooie foto kan maken wat me de eerste keer niet helemaal lukte. Nu ben ik helemaal compleet en vraag ik me af wat we nu nog gaan zien dat dit kan overtreffen. Maar mij hoor je niet klagen. We rijden terug naar Djambo want vanavond is pizzaavond.
En het bleef nog lang onrustig in Djambo!
DAG 4
Na vannacht opgebleven te zijn voor de maansverduistering en de bloedmaan ben ik vandaag iets later wakker. Het is dan ook al kwart voor zeven als Frank opstaat. Ik heb bedacht dat ik toch nog een stukje wil lopen. Ik bedoel, ik ben er nou toch. Naar het vliegveld voor een knuffel met mijn vriend, het standbeeld van een leguaan, en dan weer terug. Frank gaat ook mee. Het heeft vannacht geregend en het lijkt warmer dan andere dagen. Gelukkig schijnt de zon nog niet volop maar er staat minder wind. Daarnaast is het wat lastig lopen zo langs de kant van de weg en daar waar normaal droge klei ligt is het nu, na de regen, wat modderig. Maar het is niet ver en we komen zonder kleerscheuren aan op het vliegveld. Na de foto lopen we nog een klein stukje door tot de City Pier en dan weer terug. We ontbijten op ons gemak want we hebben pas rond een uur of tien afgesproken om te gaan duiken. Trent wil naar The Lake dus gaan we naar The Lake. Eenmaal daar is het behoorlijk druk. Ik vind het sowieso druk op het eiland dit jaar. Tenminste, op de duikstekken want het dorp zijn we nog niet in geweest, net zo goed dat we nog niet echt uit eten zijn geweest. Daar gaan we vanavond sowieso verandering in brengen want ik heb gereserveerd bij de Cuba Compagnie. We besluiten in elk geval om door te rijden naar een andere stek waar het wat rustiger is en we eindigen bij Pink Beach. Onder water kunnen we al snel weer wat van het lijstje afstrepen als Frank wijst op een grote groene vrijzwemmende murene. Mijn lievelingsonderwaterdieren. Naast zeepaardjes. En garnaaltjes. En eagle rays, schildpadden, frog fish, haaien, dolfijnen etc, etc, etc…
Na de murene zie ik een leuk heremietkreeftje in een anemoon en maak ik de zoveelste foto van een garnaaltje. Of beter gezegd foto’s want die krengen zijn klein, de camera is oud en mijn ogen zijn niet zo scherp meer. Hij zal er vast wel op staan. Aan het einde van de duik zie ik René bij een anemoon kijken. Als hij weg is kijk ik ook en zie een Conch Shell liggen. Ach waarom niet, ik maak er een foto van. Dan zie ik in mijn linkerooghoek twee ogen. Verrek, daar zit een octopus. Uit de categorie onverwachte ontmoetingen. Dan is het weer mooi geweest en zwemmen we terug naar de kant en de auto. Alweer keuzestress. Waar gaan we lunchen? Het wordt een hamburger bij Kong bij Bachelors Beach. Als die op is besluiten we daar ook maar onze tweede duik te maken. Trap af, strand over, uitzwemmen en we kunnen weer. Een mooie hangende cowrie en een scorpion fish is geen slechte vangst als ik me bedenk dat onze mazzel nu toch wel zo’n beetje op zal zijn. We zwemmen door en komen bij een aantal koraal kweekbomen. Oh ja, vorig jaar hebben we hier toen drie zeepaardjes gevonden. Frank heeft hetzelfde idee als hij dat naar me seint. Ik zie ook iedereen met zijn neus over de grond speuren dus waarschijnlijk zijn we allemaal op zoek. Het is twee jaar geleden dus de kans dat we ze dit jaar weer vinden zal niet zo groot zijn. Die beesten zitten heus niet twee jaar lang op dezelfde plek. Ik heb die gedachte nog niet afgemaakt of mijn oog valt op het onmogelijke. Een zeepaardje, gewoon recht beneden mij. Ik kijk waar de rest is maar iedereen is druk bezig. Eerst maar een foto proberen te maken, voor hetzelfde geld zwemt hij weg. Ha, ha, zal wel meevallen.
Had ik al gezegd dat de camera oud is en mijn ogen niet meer zo scherp. En ook het zeepaardje is klein en zit stiekem nog best lastig om goed te kunnen fotograferen. Ik ben dan ook al 20 foto’s verder waarvan ik er zeker 19 weg kan gooien omdat ze niet scherp zijn. De camera wil niet focussen en de flitser heeft een eigen wil. Soms doet hij het wel, soms niet en als hij het doet, krijg ik zwaar overbelichte foto’s. Als ik even omhoog kijk zie ik Frank naar me loeren dus nu dat ik contact heb is het tijd om de rest erbij te roepen. Misschien lukt het hun beter. Ik sein Frank die ietwat verrast kijkt, en ik tik tegen mijn tank om de rest te waarschuwen. Nu kan iedereen om de beurt proberen zijn of haar foto’s te maken. Ik wacht geduldig af tot iedereen geweest is alvorens ik nieuwe pogingen waag. 50 foto’s verder, waarvan ik zeer zeker 49 weg kan gooien, roept Frank me dat er daar ergens boven ‘iets’ is. Ja, ja, ik kom zo. Ik maak er voor de zekerheid nog 10, waarvan ik er zeker 9 weg kan gooien en laat het verder maar voor wat het is. Een ingecalculeerd risico maar ik denk dat er wel iets bruikbaars tussen zit. Ik zwem naar boven midden in de Baitball. Ik zei het toch! Bij Bachelors Beach hebben we al vaker een Baitball gezien. Hij is groot en de jagende tonijnen en Jacks laten hem van richting veranderen en breken hem op. Ik probeer er in terecht te komen maar ze zwemmen van me weg. Na een paar pogingen lukt het me dan toch. Het blijft magisch om in zo’n enorme school vissen te zwemmen. Frank neemt de camera over en maakt wat foto’s van mij tussen de vissen. Als we uitgespeeld zijn gaan we er uit. Dit is de eerste keer dat ik er met ‘maar’ 50 bar uit kom. Terug bij Djambo hangen we even eerst in en daarna bij het zwembad waar ik inderdaad 3 goeie foto’s van het zeepaardje tussen de rest uit vis. Om 19:00 maken we ons klaar en wandelen we rustig naar de Cuba Compagnie voor onze eerste ‘night out’. Na het eten natuurlijk een ijsje halen, natuurlijk, en daarna lekker naar bed want al met al was het laat vannacht. Het is alweer weekend.
DAG 5
We zijn nu 5 dagen onderweg en de vermoeidheid begint er nu uit te komen. Het is ook niet dat we niks doen en de nachten zijn kort. Maar we klagen niet, want ik denk slechts vluchtig aan mijn werk, ik heb geen stress en hoef over weinig na te denken, hoogstens of ik al mijn duikshit bij me heb en wat we gaan eten. Het is weekend dus ik ben pas om 7 uur mijn bed uit. Voor het ontbijt wil ik vandaag een croissantje dus we wandelen naar de supermarkt. Kan ik gelijk wat stappen maken. Daarna pakken we op ons gemakje onze spullen en rijden we naar Red Slave, samen met Rainy en Trent. Ingrid en René gaan naar Bari Reef. Red Slave is altijd afwachten want er kan veel stroming staan. Als we er aankomen staat er nog een truck en even later komen er vier duikers het water uit. Dat betekent dat het waarschijnlijk meevalt. Dat klopt, er staat nauwelijks stroming. Het zijn Duitsers en we wisselen tips uit. Ze wijzen ons op een leuke duikstek helemaal noord. Ik weet al waar we morgen heen gaan. We zwemmen over de zandvlakte naar de rand van het rif. Er zit sediment in het water dus het zicht is ietwat troebel. Voor Bonariaanse begrippen dan. Red Slave stelt ons eigenlijk nooit teleur. Er zijn altijd wel schildpadden en vaak ook Eagle Rays. Op één keer na toen we slechts één schildpad zagen en verder niks. Na een tijdje zwemmen hebben we nog niks gezien dus het zou zomaar kunnen dat dit ook zo’n duik wordt. Tenslotte hebben we al heel erg veel mazzel gehad, dat houdt een keer op. Ik zie een groene murene onder een rots maar hij is niet zo groot en ik krijg hem niet op de foto. Helaas pindakaas. We zwemmen door als we dan toch een schildpadje zien. Het is een relatief kleintje en is niet van ons gediend dus hij zwemt weer door en gaat even verderop in het zand liggen. Ik laat hem met rust, misschien straks op de terugweg.
We zijn bijna op het punt dat we omkeren en terugzwemmen als ik dan toch ineens iets zie fladderen. Het is een Eagle Ray. Deze hebben we vaker gezien want hij mist een staart. Hij trekt zich weinig van ons aan en we hebben uitgebreid de tijd en gelegenheid om foto’s en filmpjes te maken. Ik kan zelfs soort van poseren met hem. Na ruim een kwartier zwemt hij toch wat verder weg en laten we het voor wat het is. Ik heb mijn hart weer op kunnen halen. Op de terugweg komen we inderdaad de schildpad weer tegen dus die mag ook nog even op de foto voordat we er uit gaan. Ik kijk nog uit naar zeepaardjes maar die zie ik niet. Je kan niet alles hebben. Na de nodige oppervlakteinterval met pretzels en watermeloen besluiten we naar de kite surfers plek te gaan om daar er in te gaan en van A naar B te zwemmen. We starten dus bij Atlantis. Het is een mooie duikstek met veel zachte koralen maar de duik verloopt uiterst rustig en zonder bijzonder spul. Na een uur ben ik het zat en Frank seint ook al om rustig richting de kant te zwemmen. We komen in ‘No mans land’ het water uit. Trent en Frank gaan de auto halen terwijl Rainy en ik de setjes vast afbouwen en daarna rustig wachten tot de mannen terugkomen met de auto. De lunch doen we bij de 2 Buns. Vanavond eten we spareribs van Bobbejans dus er moet cheesecake komen als toetje. Dit keer probeer ik de Pistache en voor het geval ik hem niet lekker vind neem ik ook een stukje Passievrucht-chocola mee. Voor morgen. Of vandaag. Of ergens. Who cares, het is vakantie.
Terug in het appartement hangen we respectievelijk in en aan het zwembad, aan de bar en als we eten gehaald hebben, aan tafel. De bedoeling was spareribs bij Bobbejans maar we krijgen een tip voor een nieuw tentje dat betere spareribs heeft. We proberen het uit en de spareribs zijn inderdaad erg lekker. Ik heb alleen het idee dat het wat minder is dan Bobbejans én het is een menu met friet. Je kan dus geen losse spareribs bestellen. Na het eten hangen we nog wat aan de bar voor een beetje slap ouwehoeren en natuurlijk mijn stukje cheesecake. Pistachesmaak. Heel bijzonder maar ook lekker. Morgen zitten we alweer op de helft. Zucht…
DAG 6
Sunday, runway. En ja ik weet dat we morgen een lange run-drive-run gaan doen, maar ik wil toch graag een stukje gaan lopen. Frank vindt het wel best en blijft bij het zwembad om rustig op te starten. Ik pak de fotoroute, dat is via de hoofdstraat Kaya Grandi naar de Bonaire letters bij Bari Reef en dan via de boulevard terug. Zo’n 7 á 7,5 km maar misschien maak ik er 10 van. Ik loop lekker en het is niet zo heel erg warm want er is bewolking. Omdat ik alleen ben kan ik rustig foto’s maken van alle mooie plekjes en alle streetart die ik onderweg tegen kom. Bij de vlakte met water staan zelfs een paar flamingo’s dus ik loop naar de rand en zoom in om ook van de roze rakkers een paar foto’s te maken. Dan door naar de Bonaire letters en ik loop nog een stukje door naar Captain Don’s omdat ik nu al weet dat ik er 10 km van wil maken.
Als ik 4 km heb aangetikt ga ik weer terug, dan kom ik op ongeveer 8,5 km uit als ik weer bij Djambo ben dus dan hoef ik er maar een klein stukje aan vast te plakken. Als ik bijna aan het einde van de boulevard bent breekt het zonnetje door en warmt het snel op, zelfs voor mij. Bijna bij Djambo zit ik pas op 8 km dus ik ga nog een stukje door. Dat hou ik een halve kilometer vol en dan is het ook ėcht voor mij eigenlijk te warm. Ik wandel en dribbel de 10 km vol maar ben blij als het er op zit. Een goede les voor morgen. IJswater mee om te koelen, koelen, koelen. Terug bij Djambo is iedereen al klaar om te gaan duiken dus ik moet opschieten als ik nog wat wil eten. Bakje yoghurt er in en klaar om te gaan.
We rijden naar 1.000 steps. Dat is voor Ingrid goed te doen en op weg naar waar we eigenlijk heen willen, Nukove, de allerverste duikstek richting Noord voordat je bij het nationaal park bent. Het is erg druk bij 1.000 steps maar we vinden gelukkig allemaal een plekje om te parkeren. Trap af en we’re good to go. Noord heeft mooie landschappen maar qua beestjes is het minder spannend. Af en toe een murene of een schildpad. Daarom maak ik het een beetje spannend door even de 32 meter aan te tikken. Frank ziet een pijlstaartrog maar ik zie hem niet. Daarna gewoon weer omhoog waar ik vooral foto’s maak van wat mooie anemonen en kleine visjes. Vooruit, de invasieve exotische lionfish mag er ook op. Ze zijn nog niet uitgeroeid maar heel vaak zie je ze ook niet meer. Frank wijst me ook nog op een babyfluitvis die zich probeert te verschuilen achter een leerkoraal. De duik verloopt verder rustig en zonder bijzonderheden. Eenmaal weer boven eten we wat voordat we het avontuur opzoeken naar de volgende duikstek. Avontuur in de vorm van een zeer uitdagende weg om er te komen. We moeten om de olieraffinaderij heen en verder, tot de weg zo’n beetje ophoudt. De heuvel op is erg steil en de weg zit vol met enorme gaten. We schudden alle kanten op, thuis op de kermis betaal je hier gewoon geld voor. Maar we komen zonder kleerscheuren aan. Tenminste, dat denken we. Er staat een truck met een Engels stel. We vragen of zij weten of we goed zitten. Ze weten het en we zitten niet goed. We moeten nog veel verder maar het is wel de mooiste duikstek waar zij gedoken hebben. Vooruit dan maar. De weg er naartoe is nagenoeg nog bumpier dan het eerste stuk maar na een paar keer twijfelen hebben we het gevonden. En ook hier zijn we niet de enigen. We weten nu in elk geval dat we goed zitten.
Er zit een leguaan in een boom dus die is sowieso voor mij. Ook al wordt de duik niks, deze heb ik in de pocket. We kijken even bij de entry voordat we ons klaarmaken als blijkt dat Ingrid en René een verkeerde fles bij zich hebben. Dat is, een fles met een verkeerde aansluiting. Dat probleem hadden wij toevallig ook maar ik heb, na een eerdere soortgelijke ervaring in het verleden, mijn adapter bij me. Zij moeten dus naar huis om de fles te wisselen. Omdat het ruim een half uur terug rijden is gaan ze ergens anders duiken. We gaan dus maar met vier het water in. Het is even spannend met de golven maar we zijn ervaren.
Eenmaal onder water staat er nauwelijks stroming en het Engelse stel had gelijk over de omgeving. Een prachtig landschap en het zicht is heel helder. Je kan duidelijk merken dat hier veel minder duikers komen. Maar het blijft noord en ook hier is er qua leven weinig te beleven. Dan zie ik toch een grote groene vrijzwemmende murene. Altijd leuk. Er zijn wat mooie vissen en bijna tegen het einde van de duik zie ik een schildpad. We volgen hem een tijdje als zich een tweede aandient en ze samen verder zwemmen. Ja, een mooie duik maar heel eerlijk, ik vind Zuid mooier.
De terugweg kenmerkt zich dat we het halve eiland om moeten vanwege eenrichtingsverkeer. We rijden langs het Gotomeer met een mooi uitzicht en veel flamingo’s. Dan zien we een dame op de weg wandelend met een fiets. We denken dat ze een lekke band heeft. Dat is niet het geval maar ze wil wel graag een lift naar Rincon. Geen probleem. Terug in Kralendijk rijden we nog even langs de supermarkt voor nieuw drinken en dan is het barhangen tot etenstijd. We hebben gereserveerd bij de Zwitser op de hoek voor kaasfondue. Na het eten ligt er nog een stukje cheesecake op me te wachten en dan is de eerste week een feit.
Morgen is het maandag en dan gaan we de enige keer de wekker zetten. Kunnen we vast weer even wennen.
DAG 7
Goed. We hebben de wekker gezet want vandaag gaan we onze run-drive-run doen. Elk 15 km in stukjes van 3 km per keer, samen 30 km. Rondje om de zuidkant van het eiland. De één loopt, de ander rijdt en zorgt voor eten, drinken en natuurlijk foto’s. De wekker staat om 6:00 zodat we rond 7:00 vanaf Bachelors Beach kunnen starten. In tegenstelling tot vier jaar geleden gaan we linksom en start Frank. Dan hebben we het rotste, lees warmste, stuk als eerste als de zon nog niet zo hoog staat. Dat is het stuk van de ene kant van het eiland naar de andere kant. Heuvelachtig en met weinig tot geen wind.
Ondanks dat we dagelijks rond 7:00 wakker worden is de wekker om 6:00 akelig wreed. De kaasfondue van gisteren lag zwaar op de maag. Of was het de cheesecake? Hoe dan ook, ik wil gewoon lekker in mijn bedje blijven liggen maar nee, we worden weer even herinnerd aan hoe het voelt als je moet werken. Oh wacht, iedereen in Nederland moet dat vandaag ook. Nou, vooruit dan maar, het kan dus altijd erger. Dan is opstaan om een stukje te gaan lopen op een tropisch eiland geen slecht alternatief. Boterhammetje naar binnen, boterhammetje mee, mét pindakaas what else?, en veel vocht. Water en elektrolyten. Banaantje voor de zekerheid en twee knijpfruitjes en off we go.
Frank start en ik rij 3 km door en zet de auto langs de kant. Het was niet opzettelijk maar het feit dat Frank start pakt hij het meest heuvelachtige gedeelte. Ik mag straks het laatste stuk als het het warmst is en in de bebouwde kom, maar dat heb ik er graag voor over. 3 km is ongeveer 20 minuten wachten en dat is stiekem best lang. In de verte zie ik een ezeltje aan komen lopen, en even later komt ook Frank. Ik zeg niks, maar een ezeltje en een… Ik vergeet bijna klaar te gaan staan maar we hebben geen haast dus het is niet erg. Nog een slokje water, muziek aan en gaan. Ooit liep ik hier een spontaan wedstrijdje en werd tweede waardoor ik een mooie medaille kreeg. Nu doe ik het voor de eer. Het is onbewolkt en daardoor ondanks het relatief vroege uur al warm. Gelukkig hebben we straks langs de kust de wind.
3 kilometer is ook lopend stiekem toch best lang maar uiteindelijk ben ik klaar met mijn eerste ronde en mag Frank weer. We zijn inmiddels aan de andere kant van het eiland en ik stop iets eerder om wat leuke foto’s te maken. Frank heeft er nog geen gemaakt dus die moet ik zo even instrueren. Als er geen foto’s zijn dan is het niet gebeurd, zelfs als Strava zegt van wel. Ik heb een goed uitzicht over de uitgestrekte weg en zie Frank al van heel ver aankomen. Kan ik wat mooie epische loopfoto’s maken. Frank is lekker aan het zingen en dansen op de muziek in zijn oren tijdens het lopen, dat kan ik zien. Tegen de tijd dat hij bij mij is sta ik nu wel klaar. Ik laat even zien wat ik bedoel met type foto’s die hij moet maken en ga aan mijn tweede set beginnen. Halverwege komen we langs een meertje met flamingo’s en hij maakt wat foto’s als ik er langs loop. Dat is wat ik bedoel.
Ik loop nu langs de oostkust en zie de ruwe zee links van mij. Wat een verschil met de westkant waar we onze duiken maken. Hier kan je alleen met een boot en met een gids duiken, en alleen bij de juiste omstandigheden. Helemaal zuid kan het bij de vuurtoren, maar ook alleen op specifieke momenten. Dat kan alleen als er nauwelijks wind en golven zijn, en dat gebeurt niet zo vaak. Ik zit nu lekker in de flow en loop heerlijk. De vuurtoren ga ik niet redden, die is voor Frank. Nu ben ik snel aan mijn 3 km en Frank gaat er weer vandoor, inderdaad richting de vuurtoren. Kan ik weer mooie plaatjes maken en wat eten want ik heb trek. Komt die boterham met pindakaas goed van pas. Als ik bij de vuurtoren ben kijk ik opnieuw naar de zee. Daar hadden we vandaag niet kunnen duiken. Als ik stilsta bij de 3 km zie ik heel veel flamingo’s met op de achtergrond Red Slave. Een prachtig plaatje en ik loop wat verder om zo dicht mogelijk foto’s te kunnen maken. Dan zie ik Frank alweer aankomen en moet bijna terug naar de auto rennen.
We zijn nu voorbij het zuidelijkste puntje en daarmee heb ik nu de zon ėn de wind in de rug. Ik merk het gelijk met lopen. Ik loop sneller maar het is ook warmer. Bij Red Slave ga ik even van de weg af zodat ik de huisjes op de achtergrond heb en Frank plaatjes kan schieten. Ik moet nog een stukje door en dan zit mijn derde set er ook op. Mag Frank richting White Slave. Het begint nu echt warm te worden en het wordt nog meer drinken. Ik rijd de 3 km door en bedenk me dan dat ik beter op 1,5 km even had kunnen wachten voor extra drinken. Ik zal het zo tegen Frank zeggen. Als ik hem aan zie komen heeft hij zijn shirt omhoog. Blijkt dat het shirt tegen zijn tepels schuurt. Helaas hebben we daar niks voor dus moet het maar zo.
Ik mag weer en we komen nu in bekend gebied. Ik loop richting Salt Pier en je merkt dat het hier ook al drukker is. Het is natuurlijk ook later maar er zijn ook veel duikers hier die heen en weer rijden. Even voorbij Salt Pier mag Frank aan zijn laatste stuk beginnen. We denken Ocean Oasis maar het is nét iets verder door. Nog een paar laatste foto’s en dan mag ik alweer aan mijn laatste kilometers beginnen. Ik loop nu in bebouwde kom en dat is niet alleen warm maar ook druk en vooral lastig. Ik kan niet echt meer op de weg lopen dus moet ik er naast maar dat is veel keien, kiezels en een verloren cactus. Bovendien ben ik met nog geen twee kilometer alweer bij Bachelors Beach, ons ‘eindpunt’. Maar ik ga natuurlijk niet aftikken op 14 km dus ik loop nog een kilometer door naar de City Pier en dan zit het er zomaar ineens op. Oorspronkelijk wilden we bij Bachelors Beach in het water springen maar nu zijn we al bijna thuis dus we rijden maar gewoon door.
Thuis lekker in het zwembad afspoelen en daarna gebakken eieren met spek. En daarna natuurlijk gewoon duiken. Rainy en Trent hebben een droge dag, met uitzondering van de nachtduik die we nog gaan maken, en René en Ingrid zijn naar Andrea II. Ik mag kiezen waar we gaan duiken en roep eerst The Lake maar bedenk me dat Rainy en Trent dat ook nog graag wilden doen. Dan is het leuker om met elkaar te gaan en kies ik Sweet Dreams. Daar zijn we vanochtend nog langs gelopen en toen had ik me al bedacht dat ik daar nog een duik wilde maken. Er staan wat golven maar dat kunnen we wel aan en heel rustig lopen we het water in. Onder water was ik even vergeten wat een mooie duikstek dit is. Prachtige zachte koralen en vooral veel en nagenoeg ongerept. Ik zie ook gelijk een baars die gepoetst wordt door een garnaal. Even later zwemt er weer een groene murene en nog wat later zie ik een schildpadje zwemmen. Maar de koralen zijn toch wat mijn oog het meeste vangt. Vlak voordat we weer terug willen zwemmen zie ik nog een mooie karetschildpad die zich niet wil laten fotograferen. Hij zit de hele tijd met zijn neus in het koraal en met zijn kont naar me toe. Ik krijg één mooie foto en één gemiddelde voordat hij naar boven zwemt. Als hij bij de oppervlakte is zijn het er ineens twee, alsof hij boven ineens een mini-me gecreëerd heeft. We laten het gaan en zwemmen langzaam terug. Er staat nu wat stroming dus we hoeven niet hard te zwemmen tot we weer terug bij de uitgang zijn.
Op de terugweg halen we voor heel veel geld twee bakken met sla en voor veel minder geld twee stukken biefstuk en een stokbrood als avondeten. De sla eten we voor het duiken, de rest er na. Rond een uur of zeven pakken we onze spullen en rijden met Rainy en Trent en onze nieuwe buren naar Invisibles voor onze ostracods duik. Kleine lichtgevende garnaaltjes die drie dagen na volle maan uit de diepte omhoog komen en voor een geweldig lichtspektakel onder water zorgen. Bij Invisibles is het druk, er staan 7 andere auto’s en als we ons aan het klaarmaken zijn komt er nog een auto met allemaal meiden achterin, die gaan snorkelen. Ik opper ergens anders heen te gaan maar Frank denkt dat het wel meevalt. We gaan het water in en zwemmen een stukje uit. Er is nog wat licht van andere duikers dus we moeten even wachten tot ze weg zijn en dan doen ook wij onze lichten uit. Let the show begin!
Het komt wat langzaam op gang maar als het even donker is begin ik toch de lichtjes te zien. Close encounters of the third kind. Of The Abyss, je mag kiezen. Het blijft een fascinerend fenomeen en ik kan er uren naar kijken. Helaas wordt het schouwspel verstoord door andere duikers die de hele tijd hun licht onze kant op schijnen. Snappen ze het niet, weten ze het niet of interesseert het ze niet? Het duurt lang voordat ze weg zijn, té lang. Woensdag gaan we nog een keer, dan wil ik naar een plek waar niemand is. Na 35 minuten houden we het voor gezien. Even miscommunicatie met Frank of we er uit gaan of nog even een nachtduik doen. Ik wil nog even rondkijken en uiteindelijk heeft hij het door. Er is echter weinig te zien, op heel veel garnaaltjes na. Dan geeft Frank aan dat hij het koud heeft en er uit wil. Is goed schat, we gaan. Terug in het appartement eten we de biefstuk met brood en gaan daarna lekker naar bed. Het was tenslotte een lange dag.
DAG 8
Vandaag is onze trouwdag en we zijn 20 jaar getrouwd. Vanavond dus lekker uit eten en we gaan gezellig met zijn zessen. Oorspronkelijk zouden we eerst nog gaan nachtduiken in verband met de ostracods maar dat hebben we maar aangepast anders wordt het niet alleen heel laat, waarschijnlijk redden we het niet eens. We zijn gisteren geweest en gaan morgen nog wel een keer. Maar er wordt natuurlijk wel gedoken vandaag! Eerst even langs de supermarkt want de cola is op, kan ik gelijk stappen maken, en dan ontbijten en dan is de grote vraag, waar gaan we heen? Uiteindelijk wordt het Buddy’s Reef.
Lekker makkelijk met de trap het water in en langs de lijn naar beneden. Ik verwacht niks dus alles is goed deze duik. Zo ook de twee hagedisvissen die op een koraal liggen te zonnen. Op zich is een hagedisvis wel grappig, maar zo met zijn tweeën maakt het weer bijzonder. We komen bij een wrakje en ik zoek me te pletter naar mogelijke zeepaardjes. Die vind ik niet maar Rene vindt een schorpioenvis, en nog een, en nog een… Ze zitten leuk dus ik kan mooie close ups maken. Daarna nog wat leuke vissen aan het einde van de duik. Mijn oren zijn wel een beetje aan het protesteren dus ik moet even kijken hoe het gaat. Alles wordt minder soepel naarmate je ouder wordt, dus ook je trommelvlies.
De vraag is nu of we een snackje nemen en daarna gelijk de tweede duik doen of eerst gaan lunchen. Ingrid en Rene hebben geen droge kleding bij zich dus linksom of rechtsom moeten we ergens heen waar we niet binnen hoeven te zitten. De Kite City truck is er niet dit jaar vanwege licentieproblemen maar de rode truck heeft ook hamburgers dus die dan maar. Frank moet nog wat halen dus de rest gaat vast. Als wij ook aankomen is er niemand. We wachten en net als ik me zorgen begin te maken komen ze aanrijden. Ze zijn ook nog even gestopt. We eten een hamburger en passen ons plan aan om niet daar te gaan duiken maar ergens anders. Hier is het te dood.
We gaan naar Alice in Wonderland. Het eerste wat we zien zijn 5 pijlstaartinktvisjes die weer heerlijk op een rijtje hangen. Ik maak wat mooie foto’s. We duiken verder en er ligt weer een schorpioenvis te poseren. Terwijl we daar mee bezig zijn zien Frank en ik tegelijkertijd een Eagle Ray rustig langszwemmen. Hij zit wat diep en zwemt onder ons door maar het is een prachtig gezicht om hem zo voorbij te zien glijden. Het lijkt wel een screensaver. Even later wijst Ingrid op een groene murene maar hij zit wat weggestopt. Op de terugweg zien we de pijlstaartinktvisjes weer en er is er een die half wit, half gekleurd is. Dat heb ik nog nooit gezien en net als ik denk dat het een genetisch foutje is, kleurt hij helemaal donker en dan weer terug half half. Cool. We zwemmen terug naar de kant en rijden terug naar het appartement.
Ik ga gelijk douchen en terwijl Frank het zwembad in springt loop ik naar het centrum om een ijsje te halen. Ze hebben Tompouce smaak dus die moet ik uitproberen. Ingrid had ook Bokkepootjes smaak van de week maar die is helaas op. Misschien van de week nog. Als mijn ijsje op is ga ik ook terug en hang ook nog even bij het zwembad. De bar is open vandaag dus na een borrel en een cocktail wandelen we naar Sebastiaan’s voor ons jubileummaal. We mogen op de pier zitten en er ligt een lief kaartje op tafel. Het eten is heerlijk en het gezelschap is nog beter. Als het hoofdgerecht op is komen ze met twee taartjes in de vorm van een hart en met een lichtkaars. Hebben ze voor ons geregeld echt superlief. Natuurlijk delen we ze en eten we ook nog een extra toetje. Ik bestel een glaasje PX er bij en krijg een vol wijnglas. Dat wordt wat morgen, dan willen we de berg op. Al met al is het een super geslaagde avond en duiken we met een dikke pens in bed.
Sweet dreams!
DAG 9
De wekker staat op 6:30. Frank wordt wakker en gaat naar de wc waardoor ik ook wakker word. Ik kijk op mijn klokje en het is 6:28. Dan kunnen we net zo goed meteen opstaan. We ontbijten en maken een tas klaar. Iets meer dan een uurtje later rijden we richting Nationaal Park Washington Slagbaai. Het park gaat om 8:00 open, wij zijn er rond 8:20. We checken in, krijgen uitleg over hoe laat we uiterlijk waar moeten zijn en hoe we moeten rijden om de Brandaris op te gaan want het is alweer twee jaar geleden dat we hier waren. Maar het klinkt allemaal bekend. Nog even naar de wc en dan rijden we het park in. Een paar honderd meter later zitten we op het point of no return want vanaf nu is het eenrichtingsverkeer. Als we ruim tien minuten op weg zijn roept Frank ineens verschrikt: ‘Shit, waar is mijn telefoon? Oh nee, die ligt nog op de wc!’
Wordt het zo’n dag? Wat nu, niet alleen de telefoon maar ook zijn rijbewijs en de creditcard zit er in. Er zit niks anders op. Doorrijden is minstens anderhalf uur over een hobbelige weg, en terug mag officieel niet. Maar nood breekt wet en we zijn nog niet zo ver. We rijden terug, krijgen twee boze blikken van tegenliggers en dan zijn we weer bij de ingang. Ik ren naar de heren wc. Niks bij de bakken, niks in het ene hokje en het andere hokje is bezet. Ik wacht en het duurt lang. Ik vraag of er een telefoon ligt maar krijg geen antwoord. Als de man in kwestie even later naar buiten komt heeft hij me niet eens gehoord. Het zal wel, gelukkig ligt Frank zijn telefoon er nog. Ik gris hem gauw weg en ren terug naar de auto en off we go. Poging twee.
Bij de Brandaris zetten we de auto neer. Er staat nog een auto en een derde parkeert vlak na ons. Twee mensen die ook omhoog gaan. We lopen achter ze aan want wij zijn wat langzamer met spullen pakken. Het gaat redelijk soepel, ik voel me beter dan twee jaar geleden. Ook heb ik een missie want toen strandde ik vlak voor de kam van de berg. Die durfde ik niet over waardoor ik de top nooit bereikt heb. Frank ging toen wel. Dit keer ga ik er voor. Het eerste stuk is sowieso makkelijk te lopen en ook de kleinere klimstukjes gaan prima. Het was de kloof die het hem deed. Als we daar aankomen zet ik mijn blik op oneindig en mijn verstand op nul, doe mijn ogen dicht, denk nergens over na en ga met die banaan. Dan zie ik straks wel hoe ik weer naar beneden kom.
Het is echt maar een paar meter eng en dan zit ik op de kam. Was dat nou zo spannend? Ik snap niet waarom ik daar vorige keer zo moeilijk over gedaan heb, maar eerlijk is eerlijk, ik was minder fit en volgens mij waaide het ook harder. En als het dan eenmaal in mijn kop zit krijg ik het er niet meer uit. Hoe dan ook, het laatste stuk is over de zadelrug en makkelijk en ook het laatste klimmetje naar de echte top is niet spannend. Eenmaal boven zit het andere stel er ook. We maken een praatje en wat foto’s als een derde stel ook arriveert. Het begint nu wat meer te waaien en dreigt daar nou een regenbui aan te komen? We nemen het zekere voor het onzekere en beginnen aan de terugtocht. Tot aan het spannende stuk gaat dat ook prima ook al gaat naar beneden net iets langzamer dan naar boven. Dan komt het spannende stuk en heel even dreigt de paniek op te komen. Voetje voor voetje vind ik mijn weg en dan is het weer voorbij.
Als we uiteindelijk weer op makkelijk begaanbaar pad komen kan ik weer ademhalen. De rest is een makkie en ik kan dit mentaal ook weer afvinken. De DNF (Did Not Finish) van twee jaar geleden is er af. Als we terug bij de auto zijn eten en drinken we wat en ik maak foto’s van twee leguanen die zich onder onze auto geposteerd hebben. Sorry jongens, ik heb niks voor jullie en we gaan weer door. We moeten nog een eindje. We zijn zo’n beetje een uur en heel veel hobbels en kuilen verder voordat we weer bij de ingang zijn, in dit geval voor ons de uitgang. Zo, dat hebben we ook weer gehad. Je bent zo’n beetje langer aan het rijden dan aan het klimmen. En dan is dit nog de korte route door het park. We rijden via de supermarkt terug naar het appartement om daar te lunchen. Brood met gerookte zalm. De rest is duiken en komen net terug als wij weer op pad gaan. Ik moet/mag weer kiezen, mits het op zuid is. Het wordt Larry’s Lair. Ik wil niet dubbelen tenzij er een hele goede reden voor is en deze plek doen we niet zo vaak over de jaren heen. Dat het Larry’s Lair of Doom wordt weet ik dan nog niet. De entry is wat lastig maar dan zakken we en zwemmen richting het rif. Ik zie een mooie netmurene in het koraal en pak mijn camera om een foto te maken. Dan ontvouwt zich de grootste nachtmerrie van een onderwaterfotograaf als ik eerst condens aan de binnenkant van mijn onderwaterhuis en vervolgens een klein laagje water zie. Ik schiet enorm in de stress, sein Frank en begin naar boven te zwemmen. Terwijl ik dat doe zie ik het laagje water steeds sneller stijgen en steeds sneller groter worden. Frank denkt eerst nog dat ik iets moois zie boven als hij ook het water in de camera ziet. Eenmaal aan de oppervlakte trek ik gelijk het huis open om het water er uit te gooien om de boel vervolgens angstvallig boven mijn hoofd te houden. Maar ik weet dat het zinloos en vergeefse moeite is. Dit is nou wat ze bedoelen met een volgelopen camera. The camera is in a coma, presumably dead.
Wordt het zo’n dag? Desondanks zwem ik terug naar de kust. Ik trek mijn setje uit die Frank vasthoudt terwijl ik mijn handdoek uit de auto pak om de natte camera droog te maken, de batterij en de SD kaart er uit te halen en de boel open te leggen om te drogen. Maar ik weet helaas uit ervaring dat het niet zozeer het water is, maar wel het zout dat voor de schade zorgt. Ik heb dit eerder meegemaakt in Egypte destijds. De camera werd droog, ik kreeg hem weer aan de praat maar hij werd nooit meer de oude. Memory card errors om de haverklap en soms deed hij het wel maar vaker ook niet. Ik heb hem ooit uit elkaar gehaald en zag welke schade er aan de binnenkant zat voordat ik hem naar het kerkhof bracht en een nieuwe kocht. Nu had ik met deze ook al bedacht dat ik hem voor de laatste keer mee zou nemen, maar met nog vier duikdagen te gaan had ik hem liever ná de vakantie afgeschreven.
Ik ga terug het water in om alsnog onze duik te maken. Ik voel me naakt en duik nu ineens heel anders. Ik kan nu alleen nog maar om me heen kijken in plaats van dat ik aan het zoeken ben. Het gedrag van bepaalde vissen en ander spul dat ik met camera niet interessant genoeg vind bekijken. Beter, zou je misschien kunnen denken. Nu word ik gedwongen om bewust met het duiken bezig te zijn, maar heel eerlijk is dat niet waarom ik duik. Een fotograaf kijkt altijd met een ander oog naar dingen en als ik het niet kan vastleggen, dan is het nu eenmaal anders. Ik zou dan ook bijna zeggen dat we gelukkig geen bijzondere dingen zien. Een mooie murene leg ik dan maar symbolisch mentaal vast, net als die scorpion fish die prachtig open en bloot ligt. Frank heeft het koud aan het einde van de duik dus we treuzelen niet met het water uit gaan.
Terug in het appartement maak ik alles droog en probeer ik tegen beter weten in of de camera aan wil. Meer dan een oranje lampje krijg ik niet, en als ik het even later opzoek had ik beter geduld kunnen hebben. Het lampje betekent kortsluiting en je kan beter 48 uur wachten tot alles 100% droog is voordat je hem probeert aan te zetten. Ach, ik heb hem toch al afgeschreven en ik ga het morgen toch proberen. Voor nu in elk geval geen ‘Catch of the day’ meer. Misschien als de rest wat mooie foto’s maakt van gezamenlijke duiken de komende dagen. Of er moet morgen toch een wondertje gebeuren.
We relaxen bij het zwembad tot het tijd is voor de nachtduik en de ostracods. Frank heeft het nog steeds koud en besluit niet te gaan duiken. Hij gaat wel mee maar niet het water in. We rijden naar Pink Beach als ik een prachtige zon net boven de horizon zie. Omdat Frank toch niet gaat duiken heb ik mijn telefoon bij me, dan kan ik toch wat foto’s maken. Maar als we bij Pink Beach zijn is de zon al onder, dat gaat in een paar minuten tijd heel snel. We bouwen op en ik maak wat schemerfoto’s, of laat Frank ze maken. Ik kan het ook niet laten. Frank bouwt mijn setje op als mijn octopus blijft haken en een gedeelte van het mondstuk losgetrokken wordt. Met het gebrek aan licht krijgt hij hem er echter niet meer op gemonteerd.
Wordt het zo’n dag? Het lijkt er echter op dat het geen probleem voor het duiken is. Hij blaast niet als we de fles opendraaien. De vraag is wat de octopus in het water gaat doen, maar we concluderen dat het goed zal gaan. We gaan het zien, proberen we de boel er morgen bij daglicht wel weer op te monteren. Het is nog net niet helemaal donker als we het water in gaan. We gaan onder en beginnen te zwemmen richting het rif. Er staat een beetje stroming dus we moeten ook écht zwemmen en het rif ligt hier best ver van de kant af. Als we na tien minuten nog steeds op 3,5 meter zitten weet ik dat er iets niet goed gaat. We zwemmen vermoedelijk in kringetjes of langs de kust in plaats van van de kust af.
Wordt het zo’n dag? Ik maak een beginnersfout door geen kompas te zetten. René is al twee keer boven geweest en na ruim een kwartier ga ik zelf naar boven om alsnog mijn kompas te zetten. Ingrid en René zijn dan inmiddels ook weer boven en Ingrid geeft aan dat ze er klaar mee is. Ze gaat er uit en René gaat mee. Rainy en Trent zijn nog onder water en ondanks dat ik mijn kompas nu gezet heb, niet in de laatste plaats om straks ook weer goed terug te komen, zwem ik verder aan de oppervlakte uit. Iets dat we eigenlijk in dit geval gelijk hadden moeten doen in plaats van onder water gaan en dan zwemmen. Als ik zo’n beetje bij de rand van het rif ben ga ik naar beneden. Rainy en Trent hebben gevolgd en we gaan tussen het zachte koraal hangen. Ik doe mijn lamp uit en dan…
…dan zie ik honderd miljoen lichtjes van de ostracods wat de hele dag weer goed maakt. Er lijkt wel een hele deken van lichtjes over het koraal te hangen. Dit is zoveel keer beter en mooier dan twee dagen geleden en ik vind het jammer dat Frank dit moet missen. We hangen ruim een kwartier tussen de lichtjes. Elke keer als het een beetje dooft doe ik mijn lamp aan en weer uit en laait het weer helemaal op. Alsof ze reageren op mijn licht. Ik zie vlak voor ons cq vlak achter het rif helaas wel een schijnsel van licht van andere duikers en net als maandag irriteer ik me er mateloos aan. Dan kijk ik weer naar de lichtjes en probeer het te negeren. Dat lukt aardig totdat er ook achter ons duikers zitten met hun lamp aan. De lichtjes doven uit en ik sein Rainy en Trent om er een eind aan te maken. Ze zijn het er mee eens. We hebben ons pleziertje gehad, en wat was het mooi, maar nu is het tijd om er uit te gaan. Op weg naar de kant zie ik nog een murene en een aal zwemmen.
Ik volg nu braaf mijn kompas en binnen no time zijn we aan de kant op de juiste plek waar Frank ook al staat te wachten. René en Ingrid zijn er ook nog en staan bij de auto. Iedereen kleedt zich om en we sturen de rest vast naar het appartement als Frank en ik nog even naar de mooie sterrenhemel blijven kijken. Er zit een grote parallel tussen wat ik net onder water heb gezien en waar ik nu naar zit te kijken. Ik zou dit uren vol kunnen houden maar we rijden toch maar terug naar het appartement. Daar spoelen we de spullen en leggen ze klaar voor morgen, eten wat en hangen nog wat bij het zwembad alvorens ik het licht uit doe en bij mezelf denk: ‘Het was zo’n dag’.
DAG 10
Eens kijken of het vandaag beter gaat. Alhoewel, we zitten op een tropisch eiland dus eigenlijk maakt het niet uit, wat er ook gebeurt, het is ok. We beginnen aan het einde van de vakantie te komen en dat is te merken. We slapen zomaar uit tot 8:00. Tegen de tijd dat we helemaal gewend zijn gaan we terug. As usual. Ik wandel naar de supermarkt voor ontbijt en fuck it, ik koop twee broodjes en twee croissantjes. Als we terug in Nederland zijn gaan we wel weer in het gareel. Het is al tegen tienen als we ons klaarmaken voor het duiken. We starten bij de hoer vandaag want als je niet op de hoer gedoken hebt, ben je niet op Bonaire geweest. Trent en Rainy gaan mee, René en Ingrid gaan naar Something Special.
Het valt mee met het aantal auto’s bij de Hilma Hooker, het enige echte wrak dat het eiland rijk is. Overigens hebben ze de boot in de jaren 80 bewust laten zinken als duikattractie. Het vervoerde marihuana dat ze uiteindelijk onderschept hebben. Naast ons staat een auto met de dame die we gisteren op de top van de Brandaris gezien hebben, haar vriend is aan het duiken. We trekken onze spullen aan en ik heb er voor de verandering eens aan gedacht om mijn lamp mee te nemen. Deze hangt op de plek waar ik normaal gesproken mijn camera hang, dan voelt de plek niet zo leeg. Ik heb de camera nog getest maar gaf hij gisteren nog een oranje lichtje, nu doet hij helemaal niks meer en is definitief dood en naar de camera hemel opgestegen.
We zwemmen niet helemaal uit tot de boei maar zakken gewoon schuin weg en binnen no time duikt het wrak op uit de diepte. We gaan linksom en duiken meteen met ons klokje de bodem op om de diepte af te tikken. 30,5 meter, verder gaat hij niet. Dat is niet het diepste van de vakantie maar ik kan niet verder het zand in. Ik pak mijn lamp en concentreer me op de binnenkant van het wrak wat ik dus nooit goed heb kunnen bekijken omdat het altijd donker is. Ondertussen vergaap ik me ook weer aan de tarponen die daar altijd rondhangen en hoe groot ze zijn. Ik hou er van. We zwemmen om het wrak heen en gaan langzaam naar de bovenkant, wat eigenlijk de zijkant is want het wrak ligt op zijn zij. Rainy maakt wat leuke foto’s en ik speel met de sergeant-majoor vissen die ietwat agressief reageren als ik te lang naar ze kijk. Ze hebben allemaal hun eigen plekje op het wrak, duidelijk herkenbaar aan een grijzige plek waar ze de aanslag weggegeten hebben.
Als we klaar zijn met het wrak zwemmen we langzaam langs het rif terug naar de kant. Ik zie een hele kleine murene zitten en zwem zowaar over een slapende schildpad heen die zich lekker tussen het koraal verstopt heeft. We zitten een klein beetje uit de route dus we moeten best een stukje terug zwemmen voor we het water weer uitkomen en bij de auto staan. Daar maken we onze oppervlakte interval want we gaan de tweede duik bij The Lake doen, wat er naast ligt. Ondertussen observeren we een vogeltje dat visjes aan het vangen is. Je moet toch wat om de tijd een beetje te doden. Als we lang genoeg aan de oppervlakte zijn geweest rijden we een klein stukje verderop om daar onze tweede duik te maken.
The Lake heeft een dubbel rif met een zandvlakte in het midden, ergo The Lake. We zwemmen eerst naar rechts een beetje tegen de stroming in, steken dan over om langzaam de andere kant op te gaan. Er is niet veel spannends te zien op het rif en ik hou de zandvlakte in de gaten, misschien dat daar iets gebeurt. Ik zie een conch shell liggen. Niet het meest fascinerende onder water, meestal liggen ze maar gewoon te liggen, als ik zie dat deze beweegt. Hij ‘springt’ met een soort hopjes elke keer een stukje naar voren en je kan het spoor goed zien in het zand. Ik laat het Frank zien. Er zitten nog veel meer van deze schelpen in het zand maar alleen deze beweegt. Ik vind het een grappig gezicht.
Op een gegeven moment zwemmen we weer terug naar het eerste rif, gaan omhoog en beginnen aan de terugweg. Nog wat leuke visjes, en net als we richting uitgang willen zie ik een hele grote krab tussen de rotsen zitten. Meestal komen deze pas tevoorschijn als het donker is, maar deze is goed te zien. Nu mis ik mijn camera maar ik laat hem aan de rest zien zodat zij een foto kunnen maken. Het voelt een beetje als geblesseerd langs de kant staan en vrijwilligen bij een evenement vanwege zelf niet kunnen lopen maar er toch bij betrokken willen zijn. Ik spot, zij maken de foto’s. Toch wil ik hem wel hebben, tenslotte heb ik hem gevonden, gezien en was er bij. Frank wijst ook nog op niet één maar twee schorpioenvissen en dan gaan we echt richting uitgang.
Terug bij het appartement kleden we ons om en wandelen we naar de pier bij Karel’s voor een snackje. Het wordt een kipsatetje delen. Op de terugweg komen we héél toevallig langs Luciano dus dat betekent ijs. Deze verteer ik bij het zwembad totdat de bar open gaat om daarna naar Jardin de Amor te gaan voor het eten, een goed aangeschreven restaurant. Vanavond zijn we samen. Het eten is heerlijk en als toetje krijg ik chocolade cheesecake. Als ik straks weer thuis ben hoef ik minstens een half jaar geen cheesecake. Na het eten terug naar het appartement en lekker naar bed. Het gaat hard nu.
DAG 11
Frank wordt wakker en ik ben ook al half aan het snoozen. Het is 7:00 en Frank vraagt of we op gaan staan, met name omdat we ook nog willen lopen. Ik grom wat. Ik lig nog lekker en wil nog niet opstaan. Drie kwartier later ga ik er toch maar uit maar ik voel het gelijk. Vandaag heb ik een beetje een off day. Frank had het eergisteren, vandaag is het mijn beurt. Ik ben niet vooruit te branden en met de snelheid van een schildpad door de modder kleed ik me aan, pak mijn spullen en eet wat granola. Zonder yoghurt want die is op en met het oog op de laatste dagen heb ik geen nieuwe gekocht. Dan ben ik eindelijk zover dat ik klaar ben om weg te gaan, ware het niet dat ik mijn fotostandaardje niet kan vinden. Nergens. Niet waar hij hoort te liggen en niet waar hij niet hoort te liggen. Shit, dat betekent waarschijnlijk maar één ding. Ik moet hem verloren zijn. Gaat lekker zo. Wil het universum me iets duidelijk maken of zo als het om fotograferen betreft?
Nou ja, ik kan er nu toch niks aan doen en heel misschien duikt hij toch nog ergens op. Hoopvol zoek ik de auto nog even door maar nee, ook daar ligt niks. Als hij niet door iemand gevonden is op Djambo dan ligt hij waarschijnlijk in het park, uit mijn zak gevallen toen ik mijn vestje uittrok toen we vertrokken van de Brandaris. En daar ga ik nu twee dagen later niet nog eens twee uur door het park rijden om te kijken. De off day wordt er niet beter op. We rijden naar de Salt Pier waar we de auto neerzetten om van daar uit een heen en weertje te lopen naar White Slave. Het is inmiddels 9:00 en Frank klaagt dat we te laat zijn en het alweer veel te warm is. Als we beginnen met lopen kan ik niet anders dan hem gelijk geven. Ik heb het heel warm en voel me bléh, dus ik loop een langzaam tempo. Gelukkig is het maar 2x 3 km, dat moet wel lukken.
Bij White Slave moeten we nog een heel klein stukje door en dan weer terug. Bij de huisjes drinken we wat en natuurlijk moeten er foto’s gemaakt worden. De zoveelste loopfoto’s bij White Slave maar ik geef grif toe aan mijn verslaving. Ik bedoel, je moet toch een beetje lol in je leven hebben en ik doe er niemand kwaad mee. Behalve Frank, die moet ze maken, maar dat heeft hij wel voor me over. ‘Ik wil er een hardlopend zus, en dan eentje in het huisje zo en dan nog één op die rots daar.’ Tijd om door te lopen. Nog even via Pink Beach en dan de warme weg weer op. Ik sjok er achteraan maar merk dat mijn humeur wel iets beter wordt. Eenmaal terug bij Salt Pier ben ik lichtelijk oververhit. Dat kan dus ook bij mij.
We rijden terug terwijl ik een flesje koud water in mijn nek leg en het raam wagenwijd open heb staan om een beetje af te koelen. Terug bij Djambo gelijk het zwembad in en dan voel ik me al een stuk beter. We ontbijten. De rest is weg dus wij doen ons eigen ding. Frank wil graag nog een keer naar Red Slave. Ik stel voor dat we alletwee de duiken vandaag op zuid en daar in de buurt maken. Bij Red Slave staat maar één auto en de golven zijn laag dus het ziet er goed uit. Ik mopper toch een beetje bij het er in gaan omdat de golven me toch omver duwen als ik mijn vinnen aan wil doen, maar uiteindelijk lukt het en kunnen we onder water. We zwemmen heel rustig langs de kant en zien gelijk een schildpadje. Ik focus me op de vissen en het valt me op dat ze veel met zijn tweeën zijn. Een grote geelvin tonijn jaagt, we zien nog een schildpad en twee baarzen molesteren een murene. Frank hangt hoog en is duidelijk op zoek naar eagle rays, ik zoek het wat lagerop. De eagle rays blijven uit maar we krijgen wel een derde schildpad. Op de terugweg zien we de tweede omhoog zwemmen en ik mis de grote barracuda omdat ik met mijn neus in het koraal zit. Als we er uiteindelijk uitgaan hebben we 75 minuten gedoken, onze langste duik deze vakantie.
We maken oppervlakte interval terwijl we watermeloen en een appel eten, en tegelijkertijd twee hagedissen voeren. Ook dit zou ik uren kunnen volhouden. Ze weten de stukjes appel feilloos te vinden en maken ruzie over wie het lekkerste hapje krijgt. Ik probeer het eerlijk te houden en ze allebei evenveel te geven maar het blijft de natuur en er is er altijd één die overheerst. Dan rijden we twee duikstekken verderop naar Vista Blue. Ook deze doen we niet zo vaak. We vermaken ons nog even met de vissende pelikanen en een schildpadje dat regelmatig bovenkomt voordat we het water weer in gaan. De entry is heel makkelijk en we lopen zo via het zand het water in. Er hangt ook een boei als referentie dus dit wordt een makkelijke duik. Helemaal als blijkt dat we een beetje stroming hebben en we gewoon kunnen hangen om ons mee te laten voeren.
Het zicht is verrassend helder en de koraaltuinen zijn ook hier prachtig. We zien gelijk weer een schildpad en even later ook een groene murene die echter gauw in een hol duikt en er niet meer uit komt. Ik daal af en zie hem zitten, zwaai even naar hem en zwem weer door. Na een half uur besluiten we om terug te zwemmen. Tenslotte moeten we nu een beetje tegen de stroming in zwemmen. We gaan naar 10 meter en beginnen te zwemmen maar het valt reuze mee. Ik zie weer een schildpad die net lucht gehapt heeft en naar beneden komt zwemmen. Dan posteert hij zich pontificaal boven op een zacht koraal en trekt zich van niks en niemand wat aan. He is king of the underwaterworld! Hier had ik nu wel een foto van willen hebben.
We zwemmen rustig verder en zijn snel terug bij de boei. Ik stel voor om nog een stukje door te zwemmen en dan pas terug en er uit. Zo maken we toch nog een uur vol en tijdens de decostop zien we nóg een schildpadje. Dat is de catch of the day. Ik begin het koud te krijgen dus het is goed dat we er uit gaan. Bij de auto warm ik weer snel genoeg op want de zon brandt als een malle. Het is te laat om nog uitgebreid te lunchen maar een snackje gaat er wel in. We besluiten naar de rode bus te rijden en te kijken of we daar nog iets kunnen krijgen. Dat kan en ik had nog een tuna sashimi burger op mijn lijstje staan. Ik heb al meerdere keren tonijn gegeten deze vakantie en overal is hij verser dan vers. Dat ga ik wel missen. We rijden terug naar het appartement waar we aan het zwembad hangen tot het tijd is om te gaan eten. Ja, we gaan wéér uit eten en voor wat ons verteld is, is dit een wat sjieker restaurant. Tja, het is vakantie of niet.
Flora is the place to be en het is inderdaad sjiek. We zitten heerlijk op het terras aan het water en hebben de aanvliegroute van de vliegtuigen op het vizier. De KLM is vertraagd, die komt straks, in de tussentijd landen er meerdere kleine vliegtuigen. We gaan voor het 4 gangen verrassingsmenu en het is dubbel verrassing. Ten eerste weten we niet wat we krijgen, ten tweede is elke gang qua smaak, ingrediënten en samenstelling absoluut een verrassing. Een aangename want alles smaakt heerlijk. Als we aan het hoofdgerecht zitten komt de KLM bulderend aanvliegen. Indrukwekkend is het zeker maar herinnert ons wel aan het feit dat wij over twee dagen ook weer in zo’n kist naar huis vliegen. We genieten nog even van het eten en het toetje en rijden voldaan weer naar huis. Lekker slapen, morgen voorlopig nog steeds een nieuwe dag.
DAG 12
Vandaag weer een niet lopen dag, dus moet ik weer iets anders verzinnen om mijn stappen te maken. Op naar de supermarkt dan maar, en als ik er dan toch ben, kan ik net zo goed een chocolade croissantje meenemen. En een beetje kaas want de eieren moeten op. Gebakken eitje met kaas. Met dit ontbijt gaan we duiken vandaag. Een paar jaar geleden hebben we La Dania’s Leap gedaan, een One Way duikstek. Only entry, no exit want je springt vanaf een rots het water in en eenmaal in het water kan je er niet meer uit. Van daar uit is het zwemmen naar Tolo of Karpata. Wat ons betreft die laatste want die staat nog op het lijstje. Rainy en Trent gaan ook mee. Het is even zoeken waar we precies moeten zijn. Het is na Tolo maar als we te ver gaan kunnen we ook niet terugrijden omdat het eenrichtingsverkeer is. Goed kijken dus naar de gele steen. Als we er één zien staat er niks op maar er is een pad naar beneden naar het water. Frank gaat kijken en eenmaal beneden laat hij grijnzend een grote gele steen met een pijl er op zien. This is the spot! We zorgen dat de auto’s niet in de weg staan, controleren onze spullen twee keer en lopen dan voorzichtig over de scherpe rotsen naar beneden. De golven zijn hoog maar het afstapje is maar ongeveer een meter. Dat moet lukken.
Ik ga als eerste en zwem gauw naar de boei. Dan Trent, dan Rainy en als laatste Frank. Als iedereen veilig in het water is duiken we naar beneden waar we gelijk al een schildpadje zien. Ook hier is het water helder en het rif is mooi. Totaal anders dan op zuid maar ook met zijn eigen schoonheid. Er staat nauwelijks stroming en het kleine beetje dat er staat gaat de goede kant op dus we zwemmen rustig in de richting van Karpata. Als ik op een gegeven moment naar rechts kijk schrik ik van een groene murene die ineens naast me zwemt. Hij mist een stuk van zijn staart en we kijken hem na hoe hij rustig langs het rif glijdt. Even later opnieuw een schildpad die zich lekker in het koraal nestelt. Wat is dat toch met die schildpadden en dat koraal? We zwemmen rustig verder en beginnen andere duikers tegen te komen. Duikers die ‘gewoon’ op Karpata duiken. Het is in elk geval gedaan met onze rust en een teken dat we in de buurt van onze exit komen. Ik herken op een gegeven moment het plateau waar we er zo langzamerhand uit zullen moeten en dat klopt wel ongeveer als we al 50 minuten onderweg zijn. Terwijl we langzaam omhoog komen over het rif zien we nog een schildpad en deze zit lekker zijn schild of zijn buik te schuren. Of misschien wel allebei. Een fenomeen dat we van de week ook al eerder gezien hebben. Uiteindelijk komen we met een uur op de klok het water uit en lopen de trap op naar boven. Er zijn bankjes dus we kunnen daar mooi de spullen neerleggen en zitten tot Frank en Trent de auto gehaald hebben.
Als alle spullen in de auto liggen en we allemaal iets droogs aan hebben rijden we de lange weg terug naar Kralendijk en een stukje verder naar de oostkant van het eiland naar Foodies voor de lunch. Ik neem een lekkere salade met vooruit, nog één keer verse tonijn. Ik kan er geen genoeg van krijgen. Tijdens de lunch kijken we naar een schattige ezelfamilie, vader, moeder en zoon, die langs de kant aan het grazen zijn. Daarna rijden we naar Andrea II en doen we nog één poging of we de haai zien. Dat hebben er meer gedacht want het is erg druk. Eenmaal in het water is echter het meest spannende een school vissen die, vergezeld door twee grote vijlvissen en een grote fluitvis, een stuk rots aan het kaalknagen zijn. God mag weten waarom dat stuk zo lekker is maar het is een grappig gezicht. Of Frank, die ineens zwaar opgewonden seint dat hij een mantis shrimp gezien heeft. Tegen de tijd dat ik bij hem ben is hij net onder een rots gedoken en komt er niet meer uit. Frank riep gisteren nog dat er geen mantis shrimps op Bonaire zijn. Wel dus. Ook de triggerfish zijn opvallend. Op de terugweg zie ik Rainy en Trent achter iets aanzwemmen met de camera maar ze zitten me te hoog dus het zal wel. Als ik even later kijk zwemmen ze nog steeds achter iets aan en word ik toch nieuwsgierig. Ik ga omhoog en zie ineens de kenmerkende vleugels van een Eagle Ray. Tja, een Eagle Ray is een Eagle Ray en dus ga ik ook omhoog en zwem er drie seconden later ook achter aan. Als hij het zand in duikt blijf ik rustig hangen om er naar te kijken. Zo rustig dat hij zelf dichterbij komt en zelfs in mijn aura komt zitten. Hij zwemt met zijn koppie vlak langs mij en even denk ik dat hij tegen me aan gaat zwemmen. Maar hij zwemt rustig langs alsof hij alleen even hallo wil zeggen. Hij draait nog een rondje, zwemt nog een keer langs en zwemt dan weer rustig verder. Het duurt even voor ik me realiseer hoe gaaf dit is. Zeker als Rainy een mooie foto gemaakt blijkt te hebben.
We bestempelen dit als einde van onze duik en gaan bij de boei richting de kant. Ik mis echter de koraalculturen maar denk dat ik me waarschijnlijk vergis en deze dieper zitten. Als we onze hoofden boven water steken blijkt dat ik me niet vergist heb, we zitten te vroeg en moeten een boei verder. Een stuk langs de kant zwemmen dan maar om er uiteindelijk wél op de juiste plek uit te gaan. Spullen uit en richting Djambo waar we ons omkleden en klaarmaken voor de avond. Daar lees ik slecht nieuws op Facebook in verband met het plotseling overlijden van een hardloopkennis. Het raakt ons meer dan we denken. We hebben BBQ vanavond en er gaan burgers, kipspiezen en worst op het vuur. Satesaus er bij, beetje brood en een beetje sla, helemaal prima. Het is het niet maar het voelt als de laatste avond. Als alles op is en iedereen uitgegeten ga ik met Rainy nog een ijsje halen. Heb ik gelijk mijn stappen weer gemaakt. Terug zijn de meesten al naar bed en eerlijk gezegd ben ik ook wel een beetje moe. Morgen nog lopen als Frank Formule 1 kijkt en dan bedenken waar we onze laatste duiken gaan doen. Pfff, de laatste alweer. Ik wil niet naar huis.
DAG 13
En daar is hij weer, de laatste volle vakantiedag. Alsof ik er volop van wil genieten nu het nog kan word ik om 6:00 wakker. Ik besluit echter om in bed te blijven liggen en als ik om 7:00 op mijn klokje kijk doe ik dat hardnekkig nog een keer. Pas om 7:45 sta ik op. Frank moet sowieso op, die wil formule 1 kijken en heeft om 8:15 met Trent afgesproken. Ik ga nog een rondje lopen. Of beter gezegd een heen en weertje. Toen we gisteren bij Foodies waren kwamen we onderweg er naartoe allerlei leuke ezeltjes tegen en de flamingo’s stonden hier dicht bij de weg, dus ik heb bedacht om daar op die weg een stukje te rennen. Kan ik tenminste rustig foto’s maken. Als Frank weg is eet ik mijn granola op en rij richting Sorobon en Foodies. Ik word niet teleurgesteld, nog voor ik bij Foodies ben blokkeert de ezelfamilie van gisteren al mijn weg. Ik stop want ik kan niet verder en moet wachten tot ze de weg vrijmaken. Dat doen ze terwijl ze naar me toe komen lopen en voor ik het weet heb ik een ezelneus door mijn raam. Helaas heb ik geen eten voor ze. Bij Foodies gooi ik de truck op de parkeerplaats en zie op het stukje zandvlakte een visarend zitten die met iets bezig is. Wauw, ik val echt met mijn neus in de boter. Voorzichtig pak ik mijn telefoon en maak wat foto’s. Daarna kom ik langzaam aan steeds iets dichterbij. Wat is dit gaaf, hij is zo bezig met zijn prooi, waarvan ik uiteindelijk kan zien dat het een koffervis is, dat hij me wel in de gaten houdt maar niet direct wegvliegt. Nog meer foto’s. Dan neemt hij toch het zekere voor het onzekere en gaat er vandoor.
Reden voor mij om te beginnen aan mijn loopje. Ik heb besloten 3,5 km heen en dan 3,5 km terug te lopen. Met natuurlijk onderweg de nodige stops voor ezeltjes en flamingo’s, als ik ze zie. Ook daar hoef ik me geen zorgen over te maken. Ik kom nog een ezelfamilie tegen met een veulen die ook om eten komen vragen. Meer dan een aai kan ik ze niet geven. Even later zie ik zelfs een kleine kudde met twee veulens, waarvan één echt het aller-, aller-, allerschattigste ezeltje dat ik ooit gezien heb. Deze is wel wat schuwer. Nog wat verder staat een eenzame ezel tussen de afvalbakken te scharrelen. Ook hij komt naar me toe lopen in de hoop op eten maar ook deze ezel moet ik teleurstellen. Als ik dat geweten had. Na mijn overdosis ezels en de visarend is het tijd voor flamingo’s. De bocht om in het water staan er genoeg. Niet zo dichtbij als gisteren, en ik ga zeker niet het gebied in want dat is ten strengste verboden, maar dichtbij genoeg voor de zoom van mijn telefooncamera. Ze hebben me wel in de smiezen want ze draaien snel weg en nemen alsnog extra afstand terwijl er toch zeker zo’n honderd meter tussen mij en de vogels zit. Ik laat ze verder, misschien straks op de terugweg. De terugweg die zich gelukkig niet zo ver meer aandient want het is warm. Deze kant van het eiland is sowieso wat warmer lijkt het en hier op de weg tussen de wildernis is er geen wind en geen schaduw.
Na 3,5 km ben ik blij dat ik kan keren en ik begin het al heel snel heel erg warm te krijgen. Zo warm heb ik het volgens mij nog nooit gehad en ik begin te denken dat dit misschien niet zo’n heel erg goed idee was. Hoe dan ook was het het zeker waard, maar een slecht idee desalniettemin. Ik ben niet eigenwijs en ga gewoon wandelen met af en toe een klein dribbeltje tussendoor. Op de terugweg maak ik nog wat foto’s van de flamingo’s en kom de ezeltjes weer tegen. Nog een aai en een zwaai maar ik blijf nu niet hangen, ik moet door, wil door naar ijskoud water dat ik in de auto heb liggen. Ik heb wel wat eten en drinken bij me maar het vooruitzicht om een bevroren flesje water in mijn nek te kunnen leggen doet me doordribbelen. En dat is precies wat ik doe als ik weer bij de auto ben, een inmiddels half bevroren fles water in mijn nek leggen.
Als ik wat ben afgekoeld rij ik terug naar Djambo, bak de laatste twee eieren en wacht op Frank. Dat duurt niet lang, de race is afgelopen, Max is derde geworden en Frank heeft genoten. Tijd voor onze laatste twee duiken. Omdat Trent met Frank meegegaan is en ik ging lopen is Rainy met René en Ingrid meegegaan om te duiken. Trent weet niet wat Rainy haar verdere plannen zijn en vraagt of hij een duik met ons mee mag maken. Natuurlijk mag dat, op één voorwaarde. Hij moet zeggen waar want Frank en ik kunnen niet kiezen. Het wordt Sweat Dreams. Ik zou denk ik een duikstek gepakt hebben waar we nog niet geweest zijn maar dit is ook prima.
We zijn de enige duikers vanochtend op Sweat Dreams. Er staan wat golven maar geen stroming. Dan is de vraag weer links of rechts. Ik denk rechts want vorige keer zijn we links gegaan, maar Trent zegt links, opnieuw prima, vandaag maakt het me niet zoveel uit. We zien gelijk een schildpad en zwemmen vervolgens rustig langs het rif. Ik kijk uit naar bijzonderheden maar meestal na twee weken heb je het meeste wel gezien, dus wat in de eerste dagen bijzonder is, is het nu niet meer. Het maakt het rif en de duik er niet minder mooi of leuk door, het blijft een mooie stek. Dan zie ik nog een schildpad. Wat een mooie, zijn schild is donker met een mooi patroon. Hij knabbelt aan het koraal en Trent filmt. Dat filmpje wil ik straks wel hebben. Weer een stukje verder zie ik een metaalachtig iets tussen het koraal liggen. Ik kijk voorzichtig of ik het kan pakken. Ik ben nieuwsgierig naar wat het is en sowieso hoort het daar niet. Het lukt me om het zonder schade aan mij of het koraal te pakken te krijgen. Het blijkt een duiklampje en hij doet het ook nog. In the pocket, een beetje compensatie voor mijn camera.
Na 40 minuten besluiten we om een stuk omhoog te gaan en terug te zwemmen. Trent hangt op de rand van het rif, Frank en ik zwemmen er net iets onder. Dan hoor ik Trent als een gek op zijn tank tikken, teken dat hij iets bijzonders ziet. Ik kijk omhoog en zie hem het gebaar van een haai maken. Ik geloof het niet, hij vergist zich. Zou hij weten dat hij het gebaar voor haai maakt? Of maakt hij gewoon een grapje? Hoe dan ook zit er iets, anders zou hij niet op zijn tank getikt hebben dus ik ga omhoog. Als ik bij de rand van het rif kom geloof ik mijn ogen niet. Ik zie een verpleegsterhaai liggen die zich net op dat moment omdraait en uit de voeten maakt. WTF, WTF, WTF? Ik heb het met mijn eigen ogen gezien en kan het niet geloven! Ik verbruik 30 bar lucht in 30 seconden. Gekkenhuis!
We zijn allemaal extatisch terwijl we verder zwemmen. Ik heb nergens anders mee oog voor, kan alleen nog maar aan de haai denken en wil het liefst ter plekke het water uit om verbaal uiting te kunnen geven aan mijn emoties. Er met Frank en Trent over praten en het straks natuurlijk aan de andere vertellen. Maar het belangrijkste is, hebben we bewijs? In al zijn opwinding heeft Trent twee foto’s gemaakt voordat de haai wegzwom. Dus ja, wellicht hadden we gehoopt op meer beeldmateriaal maar we hebben bewijs. Ik had hem daar nooit verwacht en dat op onze laatste duikdag. En wij, en iedereen overigens, maar zoeken op Andrea II. Zo zie je maar weer. Wat een dag trouwens, eerst die visarend en nu weer een haai. Eenmaal aan de oppervlakte is het feest compleet en bekijken we de foto’s. Yup, dat is een haai. Check!
Trent gaat terug naar het appartement om Rainy op te wachten, wij rijden naar Salt Pier voor onze laatste duik. We moeten de tijd in de gaten houden, niet in de laatste plaats omdat je 24 uur voor het vliegen niet meer mag duiken, maar ook vanwege het feit dat we de zonsondergang willen zien en het is al 14:00 geweest. We wachten dan ook niet te lang en gaan het water weer in, voor de laatste keer deze vakantie. Als ik onder water ga heb ik een schildpad onder mijn kont, en als we om ons heen kijken tellen we er nog vier. Salt Pier is altijd prijs. We zwemmen naar de pijlers en werken ze één voor één af als we bijna alle highlights van de vakantie voorbij zien komen.
Een prachtige platvis die mooi blauw gekleurd is. Zodra hij op de rots gaat liggen wordt hij wit. De grootste papegaaivis die ik ooit gezien heb, daar zou een hele familie een week van kunnen eten. Een tarpoon met een verstekeling, twee schorpioenvissen, mijn lievelingsgarnaal in de anemoon, een vis tussen de rotsen die zijn bek laat poetsen door een rood-witte garnaal, drie barracuda’s, en op de terugweg nog een zesde schildpad. Ik mis eigenlijk alleen een octopus en een murene. Dan zit het er weer op en komen we voor de laatste keer het water uit. We halen de setjes gelijk los en uit elkaar, lood uit mijn pockets en ademautomaat apart van het vest. We rijden naar AB Diving waar we alles spoelen, het lood teruggeven en ons afmelden. Nog even afspreken voor morgen voor het terugbrengen van de auto en wegbrengen naar het vliegveld en terug naar Djambo. Daar douchen we en kleden ons om. We doen nog één drankje bij de bar en dan gaan we met Rainy en Trent naar Ingridiënts. René en Ingrid gaan hun laatste avond samen eten. Het is Dia di Boneiru dus het is heel druk in het centrum. Gelukkig hebben we er weinig last van en zijn we ruim op tijd in het restaurant om de zonsondergang te zien. Wat gaat dat toch altijd razendsnel maar ik maak een paar mooie plaatjes. Ondertussen bestellen we wat te drinken. Ik doe eens gek, ik bestel een Pornstar Martini, mét alcohol. Die heb ik nou nog nooit in mijn leven gedronken maar voor alles moet een eerste keer zijn en vandaag lijkt me om meerdere redenen wel een goede dag. Hij is lekker. We eten vooraf truffelpasta uit de kaas en ik deel een ribeye met Rainy, en Frank vis met Trent. Nog een laatste toetje en dan is het bedtijd. Morgen spullen pakken, met onze ziel onder onze arm lopen tot 16:00 dat we bij AB Diving moeten zijn en dan is het bye, bye Bonaire.
Onze laatste echte volle dag. What a day, what a day!
DEPARTURE DAY
Oftewel de ‘ziel onder je arm’ dag. Maar eerst gaan we nog een rondje hardlopen. Gewoon omdat het nu nog kan en omdat we nog een paar nieuwe oude schoenen hebben we die aan de wilgen willen hangen. Ik treuzel met opstaan en Frank begint alweer te mopperen, terwijl hij rustig aan vast wat duikspullen klaarlegt om nog een beetje te drogen en straks in te pakken. Ook ik begin vast wat spullen klaar te leggen terwijl ik mijn hardloopkleding aantrek. Gauw nog een boterham met pindakaas er in, oude schoenen in het rugzakje en we kunnen op pad.
Het waait iets harder dan de andere dagen lijkt het en het is bewolkt maar niet minder warm. Van de drukte van gisteren van Dia die Boneiru is weinig meer te merken op wat schoonmaakwagentjes na. Na twee kilometer sjuffelen komen we bij de boom waar we onze schoenen ingooien. Ze hangen mooi naast die van mij van twee jaar geleden. We lopen nog een stukje verder naar het einde van de Boulevard en dan weer terug. Het is écht warm. Niet zo warm als dat ik het gisteren had maar toch.
Eenmaal terug bij Djambo even snel afspoelen in het zwembad en alvast een gedeelte van de koffer inpakken. Dan rijden we naar The Dock voor ontbijt. Ze hebben American Pancakes die ik aanvul met een bakje yoghurt. Frank gaat voor het Continental Breakfast maar dat blijkt meer dan hij dacht. Veel meer. Ik moet er om lachen. Na het ontbijt rijden we toch nog even naar Seru Largo waar ik twee jaar terug van de trap gevallen ben na een vechtpartij met een gestoorde gast. Ik heb nog steeds een deuk in mijn bil er van, letterlijk. Even de negatieve vibes inwisselen voor goede vibes.
Van daaruit weer terug naar het appartement en nu pakken we de rest in op een paar dingen na. We hebben nog twee uur dus we rijden naar Windsock. Plan was om daar te lunchen maar na het ontbijt is er niet veel trek meer dus wat drinken is voldoende. Tenminste, een heel klein snackje in de vorm van een bakje zoete aardappel friet moet kunnen. Een lekkere mango milkshake maakt het compleet. Als ze even later met een hele grote bowl friet aankomen waar je met zes man van kan eten moet ik even slikken. Dat was niet de bedoeling! Nu kan Frank lachen. We maken onze tijd vol en rond een uur of drie rijden we terug, nu om écht de laatste dingen te pakken. Tik, tak, tik, tak, tik, tak. De klokt loopt door.
Als alles ingepakt is springen we nog één keer het zwembad in waar Rainy, Trent, Ingrid en René ook al zijn. Ingrid en René vliegen met KLM en gaan drie uur later weg. Rainy en Trent blijven nog een paar dagen langer. Om half vier gaan we er uit en maken we ons klaar. Overgebleven etenswaren gaan naar Rainy en Trent, net als de bussen insectenspray, de koffers rijden we naar de auto en dan komt het moment van afscheid. Dikke knuffels en de belofte om contact te houden en elkaar ergens weer te zien en dan springen we in de auto en rijden naar AB. Daar mogen we de auto achterlaten en worden we met het busje naar het vliegveld gebracht. De hele 5 minuten rijden. Op het vliegveld zijn we snel door de incheck, Security en douane en begint het lange wachten. Wachten op het boarden, wachten op vertrek, wachten gedurende de vliegreis en na een lange vlucht op Schiphol wachten op de koffers.
De vlucht gaat verder zonder bijzonderheden, de jankende baby, de dame die ongewild het lampje midden in de nacht aandeed terwijl ze sliep en de man achter mij die het touchscreen als dartbord gebruikte niet meegeteld dan. Ik pers er nog een filmpje uit voordat ik moe ben en wat probeer te slapen. Dat lukt voor geen meter. Frank heeft het sowieso al opgegeven en kijkt Netflix op zijn I-pad. Ik heb die ook klaarliggen, net als een puzzel, maar ik kan geen van beiden opbrengen. Een paar uur later zie ik het licht worden buiten en dan gaan we toch ineens landen. Eenmaal thuis is het douchen, nog een beetje slapen, wassen, boodschappen doen en al die andere dingen die je in je dagelijkse leven doet als je gewoon thuis bent. Ik ben de rest van de week gelukkig nog vrij maar de vakantie is officieel over.
Hoogtepunten? Te veel om op te noemen maar zeker de haai, het door mijzelf gevonden zeepaardje, de ostracods, de twee close encounters met een eagle ray en de top van de Brandaris. Dieptepunten eigenlijk maar twee, de 32 meter onderwater niet meegeteld. Het vollopen van de camera en het feit dat ik mijn fotostandaardje verloren ben. Dat laatste is alweer verholpen want er ligt een pakketje op me te wachten thuis met een nieuwe, die kon ik nog net ergens online vinden. En dat eerste verhelpen we ook wel weer tegen de tijd dat we een nieuwe trip boeken. Niets is voor eeuwig zeg ik altijd maar. Of aan alles komt een eind. Zo ook aan deze heerlijke vakantie.
Next destination? Somewhere, someplace…

























































































































































































































0 reacties