Ik sta op en ben nerveus. Ik heb slecht geslapen, ik ben moe en heb de pest in mijn lijf. Mijn knie doet zeer en ik heb een enorm ‘alles is kut’ gevoel. Het lijkt wel of ik dit voor het eerst doe, terwijl ik dit al honderdduizend keer gedaan heb. Maar ik ben niet meer wie ik was en de vraag is of ik het ooit weer ga worden. Voor het eerst in maanden prak ik weer een banaan met een ei in elkaar en gooi er wat cruesli doorheen om een pannenkoek te bakken als ontbijt. Ik vis een gelletje en een stuk ontbijtkoek uit onze ‘hardloopvoedsel’ bak. Beiden zijn over de datum. Tja, als je geen evenementen meer loopt dan krijg je dat.

Ik trek het shirt aan dat ik er bij gekocht heb. Het ziet er mooi uit maar het is net een hobbezak. Maatje L is normaal gesproken prima maar het is een herenmodel want ze hebben geen rekening gehouden met dat er ook dames meelopen, of ze hebben zich er gewoon makkelijk vanaf gemaakt. Sowieso lijkt hij groot te vallen dus hij komt bijna tot mijn knieën. Zucht, dat kan er ook nog wel bij. Frank kijkt Formule I en Max heeft net zo’n slechte dag als dat ik me voel. Als dat maar geen voorbode is. Maar goed, het moet toch gebeuren. Vandaag loop ik mijn eerste evenement weer in ruim vier maanden. Vandaag loop ik de vijftigste editie van de CPC. Althans, ik ga starten.

Ik wil op tijd weg want ik moet mijn startnummer nog ophalen. Frank zal op de boulevard gaan staan om de laatste 5 km met mij mee te lopen. Gelukkig heb ik een kluisje gehuurd, dan kunnen we daar de tas in kwijt. Hopen we, want alhoewel ik een medium kluisje heb kan ik niet meer terugvinden wat de afmetingen zijn. Nou ja, zal wel passen toch? Ik wil om 10 uur de deur uit maar we hebben wat discussie hoe laat de trein nou vertrekt. Ik heb 10:20 in mijn hoofd, Frank denkt 10:30. Ik wil geen risico lopen want ik heb al genoeg zenuwen om laat aan te komen en te moeten haasten. 10:00 de deur uit dus. Eenmaal bij Blaak hebben we allebei gelijk maar pakken toch die van 10:20 ook al moeten we dan overstappen op Centraal. Als we in de trein zitten kan ik eindelijk een beetje ontspannen, alhoewel mijn humeur nog steeds op storm staat ondanks het mooie loopweer.

Bij het Malieveld moeten we nog een heel eind naar de ingang lopen. Oh ja, dat was vorig jaar ook al. Het is heel druk en ik merk dat ik dat ook niet meer gewend ben. Linda is in de kleedkamer voor de dames maar we lopen eerst naar de lockers zodat we niet alleen weten waar die is maar ook of de tas nu past. Als we hem gevonden hebben staan we voor een heel klein lockertje. Noemen ze dit een medium? Met hoe de dag tot nu toe verloopt had ik het kunnen weten. Met proppen past de tas net maar er moet nog de nodige kleding in. Dan maar alle belangrijke dingen er uit halen en die in een ander plastic tasje doen. Dan kan dat straks in de locker en laat ik de grote tas wel in de kleedtent.

We vinden Linda en nadat ik me raceklaar gemaakt heb gaan we nog even naar de wc. We hebben gelukkig tijd en die heb ik nodig want ik heb Frank zijn buff en petje niet uit de tas gepakt dus ik moet terug naar de kleedkamer. Linda gaat op zoek naar haar collega die met Frank zijn startnummer loopt. Als het euvel verholpen is neem ik afscheid van Frank en ga ik naar mijn startvak. Ik heb een knieband gekocht en na wat twijfel of ik hem aan het begin of aan het eind omdoe toch maar aan het begin. Ik heb er 10 km mee getest. Het liep wel lekker maar na 8 km begon hij te irriteren dus waarschijnlijk moet hij halverwege uit. Ik sta nog geen tien minuten in het startvak te wachten en hij irriteert me nu al. Uit dat ding! Dat voelt een stuk beter, misschien zie ik Frank straks nog even langs de kant, dan kan ik hem afgeven. And now, we wait.

Het lijkt eeuwen te duren maar dan komt er toch beweging in de rij en lopen we de straat richting start op. Ik moet zeggen dat deze methode in elk geval beter is dan andere jaren waar het altijd een chaos was om het startvak in te komen. We mogen redelijk doorlopen en ik sta voor mijn gevoel ook redelijk vooraan. Mooi, ik kan alle extra tijd gebruiken. Ik eet de helft van mijn ontbijtkoek en kijk nog of ik Linda ergens zie maar dan moet ik me concentreren op mijn race. Als ik over de startmat stap is het officieel. Ik ben begonnen.

Ik heb Frank beloofd om rustig aan te lopen maar dat was ik toch wel van plan. Ik voel mijn knie en mijn heup en dat valt me een beetje tegen. Ik had gehoopt dat ik net als de afgelopen weken in elk geval pijnvrij kon starten. Maar het is wat het is. Ik kijk uit naar Frank als ik hem inderdaad zie staan. Hij maakt foto’s of filmt, geen idee. Ik grijp naar mijn knieband en geef hem af. ‘Tot straks schat!’ Vanaf nu is het volle concentratie in modus muziek aan en gaan. De eerste kilometer is veel te snel op 6 minuut de kilometer. Nou ja, het is de eerste en die gaat altijd wat sneller. De tweede is echter nog sneller op 5:50. Dat is niet de bedoeling maar voor mijn gevoel loop ik helemaal niet zo snel. Misschien komt het door de afleiding dat de route wat aangepast is. We lopen uiteindelijk wel weer naar het Vredespaleis en er omheen, en ik kijk of ik nog bekenden zie. Dat is niet het geval maar ik word desondanks door menig toeschouwer aangemoedigd.

De eerste vijf kilometer gaan als vanouds snel voorbij en ik loop eerst de mat over voordat ik een bekertje water pak. De drankpost staat precies hier en ik kan nog net water pakken voordat ze overgaan op sportdrank. Ik loop gemiddeld tien kilometer per uur. Niet het rustige aan dat ik Frank beloofd heb maar ik heb het al lang in de gaten. Ik kan gewoon niet langzaam lopen op een evenement. Iedere keer dat ik denk ‘nu ga ik wat rustiger lopen’ is de kilometer uiteindelijk toch weer op 5:45/5:50. Dit is blijkbaar mijn comfortabele pace op dit moment. Of misschien mijn ‘ik heb een pesthumeur’ pace, mijn ‘ik heb al vier maanden niet echt kunnen racen en ben net een koe die na de winter de wei in mag’ pace, of mijn ‘wat zeur je nou, het is eigenlijk perfect loopweer’ pace. Maar ik weet donders goed welke pace dit is. Dit is een ‘ik ben vijf kilo afgevallen’ pace.

Mijn knie blijft zeer doen maar wordt niet erger. En dan komt de gevaarlijke gedachte van mijn innerlijke duiveltje omhoog. Als het dan toch zeer doet en het niet erger wordt, waarom dan niet gewoon zo door blijven lopen en kijken waar het schip strand? Nog voor ik de gedachte afgemaakt heb heb ik al besloten. De dood of de gladiolen. En ik ga altijd voor de gladiolen! Ik blijf dus gewoon lekker doorlopen ook al weet ik dat ik er op korte termijn een prijs voor zal moeten betalen. Maar de CPC was een doel want de vijftigste editie, bla, bla, bla. Dan zien we daarna wel weer verder. Opnieuw een wijziging in het parcours als ik richting de 10 km loop. Ook deze passeer ik met gemiddeld tien kilometer per uur en even los van de pijn in mijn poot gaat het lopen zelf me verbazingwekkend makkelijk af. Ik ben niet moe of buiten adem, dat had ik niet verwacht.

Na het tien kilometer punt ga ik even wandelen en eet de tweede helft van mijn ontbijtkoek. De weg loopt hier een beetje naar beneden dus ik dribbel rustig door. Naar beneden is altijd nog steeds gratis. De kilometers gaan ook nog steeds snel en soepel als ik op 14 km ineens Linda voor me zie lopen. Ik haal haar in en zeg dat ik niet langzaam kan lopen. Zij wel, waardoor zij wel geniet en ik niet. Mijn slechte humeur ben ik al wel vergeten maar genieten doen we op de trails. Op de weg heb ik een doel en dat doel is nu uitlopen. De rekening krijg ik nu toch wel dus ik kan net zo goed alles er uit halen. Ook hier is er nog een wijziging van het parcours en ik kom van een hele andere kant om de boulevard op te lopen. Maakt niet uit, daarboven staat Frank dus daar moet ik naar uitkijken. Die zal wel gaan schelden dat ik me niet aan mijn belofte gehouden heb. Sorry schat, je kan een dier zijn natuur nu eenmaal niet veranderen.

Ik zie hem al snel staan als ik het heuveltje op loop. Hij kijkt naar me uit en ik ga wandelen en zwaai. Hij ziet me en trekt zijn jasje uit. ‘Zo dame, wij moeten even praten’ is het eerste wat hij tegen me zegt. Dat was te verwachten en ik antwoord gelijk dat ik het gewoon niet kan, rustig lopen tijdens een race. Ik ga weer rennen en Frank rent mee die zich gelijk beklaagt dat ik zo snel ga. Ik hou wat in maar niet te veel. Toevallig voel ik nu mijn knie even niet. Het is druk op de boulevard en als we aan het einde komen mogen we naar beneden voor mijn snelste kilometer tijdens deze race. Ik klok 5:33. Oeps. Eenmaal beneden ga ik wel iets rustiger lopen en pak de extra drankpost mee. Bij 19 kilometer begin ik voor het eerst mijn beenspieren te voelen en een beetje vermoeidheid. Tijd voor een laatste stuiptrekking.

Het oude terminatorgevoel komt naar boven en ik blijf rennen. De pijn in mijn knie is terug en ik voel nu ook wel dat hij zich begint uit te breiden. Niet veel en langzaam, maar toch. De grens komt in zicht, maar ook de finish dus nog even volhouden. Ik tel af naar de 20 km want dan is het er nog maar één en ik kan nu écht niet meer stoppen met doorrennen. Frank loopt nog mee tot aan de bocht en gaat er dan af als ik de laatste honderden meters wegwerk. Ik ben superblij als ik over de finish kom. 2:04:41, dat had ik nooit, maar dan ook nooit gedacht toen ik vanochtend opstond. Ik loop door om mijn medaille op te halen en vlak voor de uitgang zie ik een man met een Aafjeshirt staan en Frank op het startnummer. Dat moet Linda haar collega zijn die Frank zijn nummer overgenomen heeft. Dat klopt en terwijl we op Linda wachten praten we wat. Als ze er is gaan we naar de uitgang en zie ik Frank al in de verte bij de lockers die kijkt waar ik ben. Eenmaal elkaar gevonden pakken we onze spullen, kleden ons om en lopen het terrein af. Daar nemen we afscheid van Linda alvorens we in de trein stappen terug naar huis. Lekker douchen en op de bank met een icepack op mijn knie. Misschien dat ik morgen dan wat korting op de rekening van vandaag krijg.

Ongeveer twee maanden geleden zag ik het heel erg somber in. Vanaf daar ben ik voorzichtig een beetje gaan opbouwen en kreeg ik momenten van hoop. Momenten van hoop maar ook momenten van wanhoop als ik weer een terugval had. Maar alles in het teken van in elk geval de CPC. Want, de vijftigste editie bla, bla, bla. Ik heb het niet alleen gehaald maar ik heb gezien de omstandigheden een geweldige race gelopen. Dat is de CPC zoals ik hem ken. Dit is de elfde keer dat ik hem loop en ik heb hier mijn beste en mijn slechtste halve marathon gelopen. En alles ertussenin met een paar huzarenstukjes. Vorig jaar twee weken na de Duinhopper, dit jaar met een knieblessure en nauwelijks training, beiden rond de twee uur. Het moet niet gekker worden. Kan het gekker? Tja, ik heb ook nog een startbewijs voor de Rotterdam Marathon.

Will I be back?

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *