Een marathon in Den Haag. Ooit in de oudheid was er één, maar de afgelopen 13 jaar is hij niet meer geweest, op wat kleine organisaties na. Tot dit jaar, waar Golazo een nieuw tijdperk inluidt door er een te organiseren. Hij heet dan ook Marathon The Hague, First Edition. Helemaal terecht? Het is maar hoe je het bekijkt. Hoe dan ook, niet alleen ben ik enorm gevoelig voor zaken als ‘Limited Edition’ of ‘First Edition’, maar ook voor andere zaken die een hoog FOMO gehalte hebben. Bovendien loop ik al jaren de CPC en heb ik mijn vroege jeugd doorgebracht in Den Haag. Sterker nog, er is een korte periode in mijn leven geweest dat ik plat Haags gesproken heb. Gelukkig is dat ook weer rechtgetrokken, maar een marathon in Den Haag? Daar moet ik bij zijn! Inschrijven dus. Dat ik daarmee achteraf het Berenloop weekend met Anita misloop weet ik dan nog niet en is de prijs die ik moet betalen, maar je kan nu eenmaal niet alles hebben.

Qua timing komt hij redelijk goed uit. 6 weken na The Great Escape en 6 weken voor de Bello Gallico. Het is wel asfalt, maar ik zei net al, je kan niet alles hebben. Twee weken ervoor kan ik nog een 30 km training in de drukke agenda proppen en een week ervoor de halve marathon van de Droomtijdloop. Niet helemaal volgens het boekje maar vooruit. Beiden gaan goed en ik heb er zin in, dus het zal wel weer afzien worden want zo werkt dat bij mij. Op zaterdag ga ik mijn startnummer halen en ik heb gelijk ook maar ingeschreven voor de Shake Out Run van ASICS. Het wordt nog even spannend want allerlei groeperingen hebben demonstraties aangekondigd op het Malieveld en er worden rellen verwacht. Ik hou vrijdag alle berichtgeving in de gaten maar afgelasting blijft uit dus sta ik zaterdag netjes op tijd op en pak de trein naar Den Haag.

De Shake Out Run is leuk, we worden verwend met eten, drinken, sokken van Nationale Nederlanden en ons startnummer is zelfs al opgehaald. Alleen het shirt moet ik zelf nog even ophalen maar ook dat is na afloop zo gebeurd. Het shirt, dat mooi is, maar dat ik niet zal dragen. Ik heb namelijk een plannetje bedacht. Loopmaatje Bart, Hagenees in hart en nieren en groot ADO fan, kan niet meer hardlopen anders had hij zeker deze marathon meegelopen. Op zijn 60ste verjaardag hebben wij hem een ADO shirt gegeven. Nu heb ik geregeld dat ik dat shirt in handen heb en dat zal ik als eerbetoon aan Bart dragen. Is hij er toch een beetje bij. Bovendien heeft hij beloofd op niet één maar zelfs twee plekken te komen staan om mij van lekkers te voorzien. Ik ben zo benieuwd naar zijn gezicht. De rest van de zaterdag staat in het teken van bankhangen, pasta eten en op tijd naar bed. We krijgen nog wel een niet onverwacht maar heel triest bericht wat de pret een beetje drukt. Life sucks sometimes…

Op zondag gaat de wekker weer lekker vroeg. Ik ben maar drie keer wakker geweest vannacht, waarvan één dank zij de studenten die midden in de nacht onder ons raam lekker aan het keuvelen waren. Maar goed, het is niet de eerste keer dat ik een marathon loop en ook niet dat ik de nacht ervoor slecht geslapen heb. Pannenkoek er in, spullen in de tas en voor de tweede keer dit weekend op weg naar de trein. Frank is mee en gaat een rondje Meijendel lopen, maar gaat eerst met mij mee. Op Rotterdam Centraal treffen we Marleen en eenmaal in Den Haag en op het Malieveld voegt ook René zich bij ons. Eerst naar de Dixies waar het nu nog rustig is, daarna naar de kleedkamers waar ik ook mijn tas achter zal laten want er is geen afgifte en de lockers vond ik de vorige keer geen succes. René en Marleen hebben er wel één maar wat ik al wist, ze vallen klein en een grote tas past er niet in. Bovendien heeft Marleen mazzel dat Frank er is, want zelf kan ze er niet bij zo hoog zit hij.

Als we omgekleed en klaar zijn moeten we weer plassen. Nu staat er wel een rij en het duurt lang maar gelukkig hebben we tijd. Als we klaar zijn is het bijna tijd en gaan we naar het startvak, Marleen en René naar 2, ik naar 3. Ik kus Frank gedag en zoek mijn plekje, helemaal vooraan in vak 3. Een paar meter voor mij staan Marleen en René achteraan in vak 2. Dan zingt Chicco, niet dat ik er veel van versta, klinkt de heartbeat en het startschot en is de marathon gestart. Ons lint valt en vak 3 en 2 komen samen waar ik René en Marleen weer opzoek. Samen schuifelen we langzaam naar de start en dan begint voor ons ook de marathon. Ik roep drie keer dat ik, in tegenstelling tot vorige week, vandaag niet ga aanhaken bij ze want ze lopen me veel te hard. En dus haak ik bij ze aan en loop dus veel te hard. Ik kan mezelf gewoon niet helpen. In het begin loop ik lekker, heb een lekker muziekje aan en is er nog niks aan de hand. Het instorten volgt dan later op het parcours, maar ja, de dood of de gladiolen, mijn kenmerk.

Na de eerste meters gaan we veel eerder dan de CPC naar links en lopen langs de Koninklijke Stallen richting het Zuiderpark. Mijn eerste kilometers zitten onder de 5:30 en ik passeer de eerste 5 kilometer dan ook in 27:30 minuten. Misschien moet ik weer eens een 5 km wedstrijdje lopen met dit soort tempo’s. Het is warm en ik merk dat het ADO shirt aanzienlijk dikker is dan andere hardloopshirts, maar dat zal zich wel settelen als ik wat verder ben. Bij de verzorgingspost neem ik een bekertje water en René en Marleen lopen daardoor wat uit. Ik laat ze gaan, hou ik me toch nog een beetje aan mijn plan. Na de 5 km duiken we gelijk het Zuiderpark in. Linda heeft gezegd dat ze bij de uitgang zal staan ergens bij 6 km, dus ik doe mijn muziek even On Hold en kijk naar haar uit. Ik zie haar niet en vraag me af of ze misschien te laat is of dat ik haar gewoon gemist heb. Als ik bijna bij 8 km ben zie ik haar alsnog.

Ik stop even, geef haar een knuffel, we maken een selfie en Linda vertelt dat Bart gevraagd heeft of ze een foto wil sturen. Dat gaat ze niet doen want anders ziet hij vroegtijdig dat ik zijn shirt aan heb. Het shirt dat overigens nu al voor veel aanmoediging zorgt van ADO fans. Ik ren weer verder op weg naar de 10 km waar ik opnieuw gewoon lekker een bekertje water pak en een reep eet. Ik passer op 55:18, een tijd die ik lang niet gelopen heb op de 10 km. Op naar de 15 km. Voor mij loopt een dame die met enige regelmaat aan haar hardloopbroekje trekt. Even later zie ik waarom. De naad aan de binnenkant is gescheurd. Ik benijd haar niet want het is nog een heel eind. Ik heb het ook ooit gehad op een 30 km loop en had na afloop een behoorlijk brandschuurplek. Ondertussen mag ik me zorgen maken over mijn knie, hij loopt nu al te protesteren maar het is wat het is. De route voert ons langs de kleine dorpen in het Westland en ze hebben enorm hun best gedaan om er een feestje van te maken. Ik word veelvuldig aangemoedigd, danwel onder mijn eigen naam, danwel vanwege het ADO shirt. In Kwintsheul herken ik waar we met Bart gevaren hebben, en even later zitten we alweer op 15 km.

Nu is het tijd voor een gelletje en kan ik beginnen met uitkijken naar Bart die op 20 km zal staan. Alhoewel mijn kilometers nog steeds relatief snel zijn begint mijn knie nu echt wel vervelend te doen, wat geen goed teken is want ik ben nog niet op de helft. Maar goed, eerst maar naar Bart. Ik zie hem voordat hij mij ziet als hij op 19 km en een beetje staat. Hij maakt foto’s en als ik bij hem ben zegt hij tot twee keer toe dat ik een mooi shirt aan heb. Ik merk dat hij het niet in de gaten heeft en draai me om om hem de achterkant te laten zien. Hij leest hardop ‘Moordgosâh’, de tekst die we speciaal voor hem op het shirt hebben laten zetten destijds. Dan valt het kwartje. ‘Is dat mijn shirt?’, vraagt hij. Yes. ‘Heb je die van Patries gekregen?’. Yes en ik leg uit waarom. Hij is zichtbaar vereerd, missie geslaagd. Ik krijg twee spekjes en ga weer door, ik zal hem op 27 km weer zien.

Ik ben blij als ik over de helft ben in nagenoeg dezelfde tijd als vorige week. Veel te snel natuurlijk alhoewel niet zo snel als Rotterdam afgelopen april. Maar toen had ik minder last van mijn knie. Ik mag desondanks niet klagen. Het wordt wel een beetje á la Amsterdam een zware tweede helft waar ik me doorheen zal moeten worstelen. Ik leer het ook nooit. Ik heb inmiddels mijn playlist gewisseld en ben geswitched van ‘Lekker lopen’ naar ‘Go hard, go fast’. Niet omdat ik sneller moet, wil of kan, maar omdat ik meer power nodig heb. We lopen nu richting Kijkduin en dat betekent dat we langzaam aan op de terugweg zijn. Het
parcours is hier wat meer rechttoe rechtaan. Ik ben onderweg al wat bekenden tegen gekomen als er een man naast me komt lopen en naar mijn startnummer kijkt. Dan vertelt hij dat hij zich heeft laten inspireren bij zijn eerste marathon door mijn boek, en dat als hij me ooit tegenkwam hij me dat wilde vertellen. Dit is dat moment. Wat leuk! Hij heet Bob maar ik vergeet te kijken wat zijn nummer is om vanavond te kijken wat hij uiteindelijk gedaan heeft. Waarschijnlijk sneller dan ik want hij oogt nog fris en loopt lekker bij me weg.

Na de 25 km, waar ik nog steeds op 10 km per uur loop dankzij de marge van de eerste helft, kan ik weer gaan uitkijken naar Bart en hij staat net een stukje voor de 27 km. Ik krijg de vooraf gevraagde stukjes appel van hem en wat zoute sticks. Precies wat ik nodig heb. Ik neem even de tijd alvorens ik weer op pad ga, nog kauwend op appel en sticks in de hand. Qua tijden loop ik bijna gelijk aan Rotterdam want ook nu als ik op 30 km kom ben ik maar een paar minuten boven de drie uur. Nu is het kwestie van doorlopen naar de 32 km en dan mag ik gaan aftellen.

Ik begin het nu echt wel zwaar te krijgen en werk me met hangen en wurgen naar de beoogde 32 km waar ik de Terminatorknop aan wil zetten. De muziek uit mijn huidige lijst is echter lekker genoeg om nog even aan te laten staan en op 33 km bij de sponzenplaats zie ik tot mijn verrassing ineens mijn oude teamgenoten van de Roparun staan. Ik loop daarna door naar de 35 km en de Scheveningse haven. Het is nu veel wandelen, niet in de laatste plaats omdat mijn knie echt wel vervelend doet. Maar stoppen is geen optie en bovendien is het nog maar 7 km. Als ik voorbij de haven ben nog even een high five met DJ Flyon op 36 km en dan gaan we de boulevard op. Vanaf hier is het de laatste kilometers van het parcours van de CPC en nu is het wel tijd voor de Terminatorknop. Toch is het niet alleen mijn knie, maar ook mijn energieniveau is wel een beetje laag en mijn schouders vonden dat ze vandaag solidair moesten zijn dus die doen net zo’n pijn. Ik snap niet waar het vandaan komt maar mijn lichaam works in mysterious ways. Gelukkig zit er altijd genoeg in om nog een beetje door te lopen.

De boulevard is bekend terrein en loopt beter. Ik kan wat langere stukken blijven lopen zonder te wandelen en er zitten ook wat stukken omlaag in. En iedereen weet, omlaag is gratis. Nu is het vooral blik op oneindig en verstand op nul tot aan de finish. Minder dan 5 km nog. Ik heb redelijk wat marge voor een sub 4:30 maar ik moet in elk geval wel stukken blijven hardlopen. Over beter gezegd, dribbelen want veel meer zit er niet meer in. Ik zie nog meer onverwachte bekenden zowel langs de kant als op het parcours. Een oud collega, een lid van de crew van de Liberation Trail en loopmaatjes van de RMD. De ADO fans zijn het er niet mee eens als ik wandel dus elke keer begin ik maar weer met rennen. Voor mijn beoogde tijd moet ik dat toch blijven doen dus vooruit dan maar.

Dan draai ik eindelijk de Raamweg op voor de laatste anderhalve kilometer. Ik doe mijn best om te blijven dribbelen met kleine korte pasjes maar ik ben de auto van Max Verstappen op een slechte dag. Als ik wandel laad ik net genoeg op om een paar honderd meter te dribbelen en dan ben ik net zo goed weer leeg. Maar ook een duizend mijl is een optelsom van elke keer een enkele stap en zo komt de laatste bocht en daarmee de finish in zicht. Ik zie Frank net iets te laat en bijt op mijn tanden om de laatste 500 meter te blijven dribbelen. Want ik mag dan wel Haagse roots hebben en in Den Haag lopen in een ADO shirt, in mijn hart ben ik een Rotterdammer en in Rotterdam eten we geen honing maar kauwen we op bijen. Ik geef de speaker nog een high five, die ook het ADO shirt prijst, en dan ren ik met gespreide armen eindelijk over de finish. Ik vergeet heel even mijn klokje stil te zetten en wandel rustig richting de medailles. De medaille van First Edition waar ik voor mijn gevoel wederom toch best wel weer voor heb moeten vechten. Het blijft nog steeds 42,195 km.

Ik loop richting de kleedkamer waar ik niet alleen René en Marleen tref, maar ook Marilene en Hans, en even later Linda en Frank. Na het omkleden maken Marilene, Hans en Linda zich klaar voor de 10 km, nemen we afscheid, laat ik traditiegetrouw mijn medaille graveren en gaan we op weg naar de trein om naar huis te gaan. Thuis snel douchen en omkleden want we hebben nog een verjaardag. Mijn knie is niet blij en ik hoop dat hij morgenochtend in een beter humeur is. Voor nu is Den Haag done and dusted en kan de focus weer volledig op de trails want over zes weken staat er een heel andere uitdaging op de planning.

‘Oh, oh Den Haag, mooie stad achter de duinen…’ Zeker een aanrader om te lopen en wil je de ervaring echt speciaal maken? Trek een ADO shirt aan. Driedubbele aanmoedigingen gegarandeerd!

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *