Een van de dingen waar ik enorme fan van ben als het om trailen gaat is ‘s nachts lopen. De nacht heeft zijn eigen magie maar ook zijn eigen uitdagingen. De grootste uitdaging? Doe eens een gok. Juist ja, het is donker. Als het donker is, hoe ga je dan zien waar je je voeten neer moet zetten, hoe ontwijk je die boomwortels en hoe weet je welke kant je op gaat? Maar er zijn meer uitdagingen. Want niet alleen is alles wat je tegenkomt qua horeca, als je al iets tegenkomt, onherroepelijk dicht, maar er zijn weinig mensen op de been dus je moet niet bang uitgevallen zijn. Lopen in het donker vraagt ook iets meer van je concentratievermogen. En dan heb je nog de dieren, overigens reden waarom je in Nederland in een heleboel natuurgebieden niet tussen zonsondergang en zonsopgang mág lopen. Laten we deze uitdagingen eens een voor een bekijken.
De allereerste, het is donker, is natuurlijk de belangrijkste. In principe ook het makkelijkste te verhelpen met een goede hoofdlamp. Als je vaker ‘s nachts, of in elk geval in het donker, gaat lopen, heb ik maar één advies. Investeer in een goede hoofdlamp. De definitie van goede hoofdlamp is dat hij genoeg licht geeft, uitgedrukt in lumen. 300 tot 400 lumen voor standaard bospaden, 400 tot 600 lumen als je over technischer terrein loopt of een snelle jongen of snel meisje bent. De meeste hoofdlampjes hebben twee of soms drie verschillende standen waarbij je kan switchen in de hoeveelheid licht. Dat is om meerdere redenen handig. Ten eerste spaart het batterij. Als je een hele nacht doorloopt moet een goede hoofdlamp het dan ook best lang volhouden. Zeker als je ‘s winters loopt waar de nachten langer zijn. Iets anders dus om naar te kijken is of de lamp de mogelijkheid heeft tot een batterij switchen of een back up batterij. Mijn lamp heeft drie standen met een oplaadbare batterij. Mocht deze leeg zijn, dan kan ik een back up pack koppelen die op AAA-tjes draait. Ik zit dus nooit zonder licht (tenzij de lamp zelf stuk gaat natuurlijk in welk geval een reservehandlampje om bij de bewoonde wereld te komen ook handig is).
Een andere handige reden als een lamp meerdere standen heeft is omdat hardlopen onder het licht van een lamp heel vermoeiend kan zijn. Dan is het fijn om op stukken waar het kan, iets minder fel licht te hebben. Gerelateerd daar aan is dat de nacht, tenzij het hartje zomer en warm is, vaak last heeft van optrekkend vocht. Dat wil zeggen, er hangt vocht in de lucht en dat weerkaatst het licht van je lamp waardoor je in de mist loopt. Ook dan kan een iets minder sterkere lamp prettiger lopen dan vol licht. Overigens vast iets om rekening mee te houden. Als je een evenement loopt en je komt bij een verzorgingspost, lamp uit! Niks vervelender voor mensen dan verblind worden door het licht van jouw lampje. Dat geldt overigens ook als je op straat langs de weg loopt. Hou rekening met automobilisten. Je lamp blijft aan maar draai je hoofd even weg of kijk naar beneden.
Dat gezegd hebbende, het laatste waar je lamp aan moet voldoen is dat hij lekker zit. Net als alle andere zaken, na een x aantal uren gaat zo’n lamp irriteren als hij ergens schuurt of op je hoofd drukt. Lekker zitten en niet verliezen, dus hij moet onbeweeglijk op je hoofd blijven of je nu wandelt, rent of springt. Als laatste is het fijn als je je lampje kan stellen vanuit welke hoek hij schijnt. Iets meer voor je voeten, iets verder weg, afhankelijk van wat je prettig vindt en op welke ondergrond je loopt. Iets verder weg geeft de mogelijkheid om te anticiperen om wat er komt, maar soms heb je het juist meer voor je voeten nodig om goed te kunnen zien waar je loopt. Zo ver het gebruik van je hoofdlamp. Oh ja, misschien toch nog een ding. Wanneer zet je je lamp op en aan? Dat is voor iedereen anders. Ik heb hele stukken gelopen in het donker zonder lamp, je zou verbaasd staan hoe licht het kan zijn bij volle maan en ik probeer het altijd zo lang mogelijk uit te stellen, maar er komt altijd dat moment, meestal in het bos, dat je weet: ‘Nu kan ik niet meer zonder’. Overigens zijn er evenementen waarin ze je verplichten om tussen bepaalde tijdstippen een lamp te dragen.
Het lopen in de nacht vraagt zoals gezegd meer van je concentratievermogen. De focus van de lamp is vermoeiend en je kan veel minder goed anticiperen. Dat betekent nog beter opletten waar je loopt. Op asfalt zal het niet zo’n probleem zijn, maar op zand- of gravelpaden, in het bos of op technische stukken met klimmen en dalen is het van belang dat je goed kijkt waar je je voeten neerzet. Omdat je niet ver kan kijken kan je ook minder goed anticiperen. Sta je ineens met je voeten in de bagger omdat je een plas over het hoofd gezien hebt en die boomwortel die overdag al vervelend doet kan ‘s nachts nog veel vervelender zijn. Maar dat anticiperen geldt niet alleen voor de ondergrond waar je loopt. Een zijweggetje is zo gemist net als die pijl op de route bij een evenement. Meestal gebruiken ze wel fluorescerende pijlen maar de juiste richting volgen bij een kruising kan lastig zijn als je de wegen niet kan overzien. Zo hebben we eens met drie man twee kilometer over de route teruggelopen nadat we gedesoriënteerd waren bij een splitsing. Liepen we een helling terug op waar we achteraf gezien net vandaan kwamen. Pas toen we een heel herkenbare hut voorbij liepen wisten we dat we hier al gelopen hadden maar de andere kant op. Enfin, just saying…
Het niet kunnen overzien waar je loopt in combinatie met dat concentratievermogen is ook relevant in het kader van afleiding. Overdag zie je van alles en ben je makkelijk afgeleid. Mooie vergezichten, diverse paden, een mooie boom of plant of bloem, een leuk meertje en wandelaars die je gedag zeggen of waar je misschien zelfs een praatje mee maakt. ‘s Nachts zie je niks, alleen maar de lichtbundel van je lamp en een paar meter van het pad voor je waar je loopt. Je moet dus goed in staat zijn om lange saaie uren te kunnen maken. Omdat juist die mooie plaatjes en die afleiding een belangrijke reden is voor mensen om te gaan trailen zou ik het zeker uittesten of dit wel je ding is voordat je je inschrijft voor een evenement waar je de nacht door gaat. Maar muziek dan? Kan dat niet afleiden? Dat kan zeker maar dit is ook heel persoonlijk en soms ook afhankelijk van je bui. Muziek leidt af maar dat werkt twee kanten op. Het leidt af van het ‘saaie’ lopen maar het leidt ook af als je juist geconcentreerd moet zijn. Dus muziek is zeker een optie, maar ik zou het wel doen op plekken waar je minder concentratie nodig hebt en zeker uittesten of dat voor jou werkbaar is.
Dat geldt ook voor alleen lopen en/of in het donker in het bos zijn. Je moet niet bang uitgevallen zijn want je gaat weinig mensen tegenkomen. Bij een evenement zijn er natuurlijk andere lopers en als je samen met iemand loopt ben je niet alleen. Maar in mijn geval loop ik vaak achteraan en daarmee alleen. Ik wil Frank niet altijd ophouden waardoor we niet samen lopen en andere lopers zijn me vaak genoeg allemaal voorbij. Als je dan valt is er niemand die je opraapt en vraagt of het goed met je gaat, dat zal je helemaal zelf moeten doen. Net als de juiste weg volgen of jezelf oppeppen als je een dipje hebt. Het vinden van motivatie kan in het donker ook wat lastiger zijn dan als het zonnetje schijnt. Ook hier geldt dat je met een evenement altijd wel een tracker bij je hebt met een noodknop maar ook dat gaat maar zover. Een noodknop heeft namelijk de vervelende eigenschap dat je die wel in moet kunnen drukken. Klinkt allemaal heel ernstig en serieus, dat is het niet als je goed voorbereid en goed getraind bent, maar feit blijft dat het in de nacht nu eenmaal nét even een tikkie anders is.
Nog een dingetje over dat bang zijn. ‘s Nachts lopen er ook dieren in het bos of over de hei. Dieren die zich in het donker iets vrijer wanen dan overdag als ze verscholen zitten voor de wandelaars. De kans dat je ‘s nachts dus dieren tegen komt is daarmee groter aanwezig dan overdag. Zo liep ik ooit ergens waar er ineens een kudde Schotse hooglanders op mijn pad stonden. Ik kon er links niet langs, ik kon er rechts niet langs en de koe met de grootste hoorns stond in het midden van het pad en had geen enkele intentie om ook maar één stap opzij te doen. Terugkeren en omlopen was ook niet echt een optie dus daar sta je dan. Uiteindelijk heb ik haar vriendelijk maar dringend gevraagd of mevrouw alsjeblieft een stapje opzij wilde doen zodat ik er langs kon. Dat deed ze na veel morren uiteindelijk en uiterst voorzichtig en met knikkende knietjes ging ik dwars door de kudde om daarna zo snel mogelijk mijn weg te vervolgen. Een kilometer later schoot er een andere kudde van ‘iets’ keihard weg aan de zijkant van mijn pad. Ik herkende het geluid van paardenhoeven, denk ik, maar mijn hartslag schoot van 120 naar 180 in één seconde. En dan heb ik het niet over de ontelbare keren dat een hert mijn pad kruiste of dat ik in het licht van mijn lamp onheilspellende gloeiende ogen zag. Gelukkig ben ik niet bang aangelegd.
Als je dat zo allemaal leest, waarom zou je je dan überhaupt de nacht in wagen? Omdat zoals gezegd de nacht magisch is. Als je alle zaken goed onder controle hebt is er niks gavers, mooiers en magischer dan ‘s nachts lopen. Het feit dat er niemand is, of heel weinig mensen zijn, de lampjes van een dorp ver weg in de vallei onder je kont schijnen, de sterren en de maan aan de hemel staan te schitteren, het gevoel van helemaal alleen op de wereld zijn en die wereld is van jou en van niemand anders. It’s just you, yourself and you. Het avontuur van de nacht, de dieren die nu wel dichtbij zijn of die je overdag überhaupt niet ziet en het helemaal op jezelf aangewezen zijn. De stilte van de straten als je na een stuk bos of heuvel door een dorp komt. Iedereen ligt in zijn bed te slapen maar jij niet. Jij loopt daar en bent bezig met iets magistraals, namelijk een hele lange afstand lopen. Jij bent de held en je bent uitzonderlijk. Jij doet dingen die andere mensen niet doen. Dat maakt het bijzonder. Het helpt dat ik een nachtmens ben, ‘s nachts ben ik op mijn best.
Maar het allergaafste van de nacht vind ik het blauwe uur. Dat uur vlak voor zonsopgang. Je hebt net tien, twaalf uur door de nacht gelopen met alle geuren, beelden, gevoelens en geluiden die daar bij horen. En dan daalt de temperatuur en wordt het stil. Je voelt het, je ziet het, je hoort het. Je weet dat het niet lang meer duurt voordat het langzaam licht wordt en op een gegeven moment de eerste zonnestralen zich aandienen. De wereld gaat zometeen ontwaken en dan is de magie van de nacht voorbij. Maar nu nog heel even niet. Nu is deze op zijn sterkst en is het nog allemaal van jou. Van jou en van niemand anders. De magie die je het gevoel geeft dat je leeft omdat al je zintuigen op scherp staan. En dan? Dan kraait de haan en is het voorbij.
Ga je een keer met me mee op avontuur in de nacht?

0 reacties