Harbourrun, niet lullen maar poetsen

10km rennen door de havens van Rotterdam. Met af en toe een baal hooi op je pad, of een zeecontainer, of een touwladder. De Harbourrun. Niet lullen maar poetsen dus.

Twee jaar geleden stond ik samen met Frank aan de start bij de eerste editie. Dit jaar staan we er weer, maar nu met 28 collega’s van de zaak waaronder de algemeen directeur. Een behoorlijk opvallende groep met felrode shirts tussen alle gele Harbourrun shirts. En ook al had ik voor mezelf besloten dat obstacleruns niet zo mijn ding zijn, kan ik deze ultieme vorm van teambuilding toch niet aan me voorbij laten gaan. Tenslotte was ik ook bij de Mud Masters en de Ladiesrun, loop ik mee op de donderdagavond met ‘de jongens’, en ben ik aanstichtster van de uitbreiding naar ook de dinsdagavond hardlopen. Dat, en het feit dat ik deze keer wél een medaille krijg!

We hebben vroeg afgesproken zodat we uitgebreid de tijd hebben om spullen te dumpen, bij te praten, foto’s te maken en helemaal in de sfeer te komen. Met blijdschap begroet ik een oud collega met pensioen. Anderhalf uur later en na de officiële groepsfoto zijn we er klaar voor. De start is al gelijk het eerste obstakel, maar met 30 man die elkaar helpen komt iedereen er wel overheen.

Het leek koud, maar al na 500 meter heb ik enorm spijt van mijn thermoshirt onder mijn hardloopshirt. Uit dus dat ding. Gelukkig kan ik hem om mijn middel knopen. Het is een goede afwisseling van hardlopen en klimmen, klauteren, kruipen, trekken en duwen. Het helpt ook om de 10km met mijn kuit vol te houden, die ik halverwege toch wel een beetje begin te voelen. De rustmomentjes als we staan te wachten zijn dan ook meer dan welkom.

En zo klimmen we over zeecontainers, kruipen we onder netten door, zoeken we onze weg door een berg autobanden, springen we over roadblokken, klauteren we via touwladders omhoog, springen we weer omlaag, sjouwen we met zakken zand, verdwalen we en vinden onze weg in een doolhof en kruipen we over muren. Soms staan we lang te wachten, ik moet noodgedwongen één of twee obstakels overslaan – te klein, te mollig, te oud en te geblesseerd – en niet iedereen komt er ongeschonden door, maar bijna twee en een half uur later bereiken we dan toch de finish. Alle dertig op een rijtje. Tijd is niet belangrijk, we hebben het met elkaar gedaan, ongeacht het verschillende trainingsniveau van iedereen. Als één team. Een superleuke middag met sushi als avondmaal. En als bonus?

Ik geloof dat ik een nieuwe medaillehanger moet kopen. Hij begint een beetje vol te raken.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.