Speed devils

Ik kan het niet vaak genoeg zeggen. Ik ben een luie loopster. Dat wil zeggen dat ik liever een marathon loop in 7 min/km dan 5 km in 6 min/km. Want van hard rennen word ik moe. En daar heb ik nooit zin in. Maar soms dan zit je in een situatie waarin je geen keus hebt.

Peer pressure is daar één van. Als je met andere mensen loopt dan gebeurt het bijna automatisch. De donderdag intervalloopjes met de mannelijke collega’s van de zaak zijn daar een goed voorbeeld van. Vaak als enige dame in het groepje van 4 á 5 mannen hebben ze het wel netjes geregeld. De intervallen zijn zo opgebouwd dat ze braaf na iedere interval terug komen lopen om me weer op te pikken. Daarnaast verdenk ik ze er van dat ze van tevoren afspreken wie de galante gentleman van de avond is die altijd een beetje bij me in de buurt blijft. Die blijft dan netjes op mijn snelheid lopen, zodat de rest op hun gebruikelijke snelheid van 12 – 13 km per uur kan rennen. En dus probeer ik mijn beste beentje, excusez le mot, voor te zetten om ze niet al te veel op te houden.

Competitie is ook erg motiverend. Tijdens wedstrijden loop ik altijd een stuk sneller dan tijdens mijn trainingen. Niet omdat ik een plan heb omdat ik zo nodig mijn PR probeer te verbeteren, of dankzij de aanmoedigingen van de supporters langs het parcours. Het helpt overigens wel, maar dat terzijde. Nee, mijn motivatie komt altijd tijdens de race zelf. De kick om die ene afgetrainde vent in te halen, het aanhaken én bijblijven bij die twee dames die niet alleen 20 jaar jonger maar ook 20 kilo lichter zijn, het eruit lopen van die knul die zo snel van start ging of nog net 10 man voorbij lopen in de laatste 100 meter.

Het voorbeeld geven werkt stiekem ook. Als ik ga lopen met collega’s die net begonnen zijn bijvoorbeeld. Dan kijken ze allemaal naar mij, mevrouw-die-al-twee-marathons-gelopen-heeft, met zo’n blik van ‘Nou laat maar zien dan!’ Sluiten ze niet alleen aan bij mijn afstand, maar moet ik ook al pratend toch een beetje snelheid laten zien. Ze zijn namelijk misschien nog niet zo getraind, maar ze kunnen over het algemeen verdomd snel lopen. En met ‘het is beter om langzaam te lopen’ kom ik niet meer weg. Tenslotte hebben ze zelf inmiddels ook al een wedstrijdje of twee gelopen.

En dan heb je nog zo’n dag als vandaag. 5 km rondje brug. Gewoon een trainingsloopje samen met Frank waar ik normaal gesproken ongeveer 35 minuten over doe. Niks bijzonders dus. Behalve dan de melding van de Buienradar die zegt dat er zware regen verwacht wordt om 18:35. We hebben dus exact 30 minuten voordat de hel losbarst. Op de klok staat 18:01, maar we moeten nog naar beneden lopen en de Maasboulevard oversteken. Het hangt voor onze neus en de eerste helft lopen we er naar toe. Ik voel letterlijk de bui hangen. Met iedere stap tarten we het noodlot. Halverwege de brug voel ik een eerste kleine druppel die voorzichtig maar snel vergezeld wordt door een paar broertje en zusjes. Na de brug hebben we de rand geraakt en keren we om. We lopen er weer van weg, maar we worden op de hielen gezeten. Ik durf bijna niet om te kijken. Hij haalt ons in. Ik word moe maar geef niet op. Tempo vasthouden nou, we zijn er bijna. Op de Willemsbrug kan ik het niet vermijden. Ik vertraag en voel meer druppels. Naar beneden toch weer iets harder. Ik voel hem langs mijn billen strijken. Hij heeft me bijna te pakken. Ik voel een steek in mijn zij, ik hijg, mijn benen protesteren, maar ik zie de veilige thuishaven binnen handbereik. Nog 300 meter, nog 200, nog 100. En dan schieten we naar binnen. We hebben het gehaald! Hij is boos en brult met een harde donder. En even later barst hij los en slaat met alle geweld die hij in zich heeft om zich heen. Hij doet zijn best maar, wij zitten lekker binnen en kunnen onder een warme douche.

Een hele donkere dreigende wolk. Hoeveel motivatie heb je nodig?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.