The road to New York – 1

Nog 101 dagen volgens de app die ik op mijn iPhone heb staan. En we zijn op de helft van het trainingsschema. Een schema waarbij de wat langere duurlopen nu écht gaan starten. Toch voelt het nog niet zo. Trainen voor New York. En Joost mag weten waarom.

Misschien omdat ik nu voor het eerst in de zomer train, (alsof ik er al honderd in het voorjaar heb gelopen). Of omdat ik er dit jaar al één gedaan heb. Of omdat ik inmiddels geleerd heb om schema’s een beetje los te laten en meer op gevoel te trainen. Ik ben er in elk geval helemaal niet mee bezig. Nee, dat is niet helemaal waar, ik ben er sporadisch mee bezig. Het eerder genoemde appje op mijn iPhone. Het trainingsschema en de vorderingen op Instagram, inclusief een paar wedstrijdjes die in het schema passen. Een musical geboekt. Een boek over de New York marathon gelezen dat helaas een beetje tegenviel. Één hoofdstuk over de marathon, de rest een beetje saai geleuter over hardlopen. En ja, dat kan. Zelfs ík vind sommige tekst over hardlopen saai.

Het zou ook kunnen omdat we met Rijnmond Marathonreizen gaan. Omdat alles voor je geregeld wordt hoef je alleen maar te boeken en te betalen. En te trainen natuurlijk. Overigens bewust voor gekozen, want ik wil als ik daar ben me nergens druk over hoeven maken. De grootste hobbel lijkt nog het aanvragen van de ESTA verklaring. En beslissen hoe je je dagen gaat vullen want net als bij alles in de USA, keuze XXXL. Groot deel van de voorpret maar wel iets waar ik rustig voor wil gaan zitten. Van de week voorzichtig eens gebrowsed op een website over New York om te kijken wat er zoal te doen is. Maar voor de rest is het gewoon lopen, werken, als de zon schijnt op een terrasje zitten en de gebruikelijke routine van een doorsneeweek.

Ik vraag me af wanneer dat moment gaat komen. Zo van ‘Shit man, we gaan de marathon van New York lopen!’ Nerveus worden, voorbereidingen treffen, nadenken over het hoe en wat, spullen klaar gaan leggen, indeling maken en al dat soort meer. Ik vergelijk het een beetje met als ik vroeger op de universiteit examen moest doen. Negeren dat het er aan kwam, iedere keer het boek ter handen nemen, er even inkijken en dan weer wegleggen onder het motto, ‘het is nog zo ver weg, dat kan volgende week ook. Ik ben nu met andere dingen bezig’. En dan de avond van tevoren in de stress schieten, de hele nacht doorhalen om proberen alle leerstof van de afgelopen 6 maanden in mijn hoofd te proppen en dan de volgende ochtend alles door elkaar halen om tijdens het examen soms mazzel te hebben en er goed uit te komen, en soms niet en alles precies verkeerd om te doen. Ik merk dat ik het nu ook precies zo weer voor me uit aan het schuiven ben. Zo van ‘zo ver is het nog helemaal niet, dat duurt nog even’.

Nou is New York natuurlijk geen examen. Misschien die marathon lopen wel, maar de hele reis er omheen is toch iets om naar uit te kijken en van te genieten. Ik snap het ook niet. Al is het wel zo dat bij mij dat ik voor sommige dingen het juiste moment moet uitkiezen. Ruimte moet maken in mijn hoofd en mijn leven om het de focus te geven die het verdient. Niet er zomaar even tussendoor doen, maar echt tijd maken om er alle aandacht aan te besteden. Een heel erg lekker gebakje prop je ook niet zo maar even naar binnen als je je net volgegeten hebt met twee borden pasta. Dan wacht je tot je lekkere trek hebt, ga je comfortabel zitten, zet je een lekker glas drinken er naast, zorg je dat je niet gestoord kan worden en zet je je volle aandacht en concentratie op je schoteltje, je vorkje en dat prachtige kunstwerk. Je vindt het bijna zonde om het aan te breken en de perfectie ervan te verstoren. Na er even naar gestaard te hebben en de perfecte plek en de perfecte hoek gevonden te hebben waar je je vorkje in gaat zetten duw je vastberaden van boven naar beneden om de perfecte hap af te snijden. Niet te groot, niet te klein, en de juiste mix van alle smaakelementen die het gebakje je te bieden heeft. Je brengt de hap naar je gezicht, je kijkt er goed naar, je ruikt er aan en laat de geuren vast tot je doordringen om je smaakpapillen op scherp te zetten. Dan stop je de hap in je mond en zorgt er voor dat deze precies in het midden terecht komt en het vorkje er schoon weer uit komt. Met je tong verspreid je de hele hap door je mond, en verzadig je diezelfde smaakpapillen met alle smaken die er in de hap beschikbaar zijn. Je wrijft deze nog eens extra over je gehemelte en laat alles even goed tot je doordringen alvorens je eindelijk doorslikt. Pas als je alle uithoeken van je mond leeggemaakt hebt en de smaak dreigt te verdwijnen maak je je klaar voor de volgende hap. Elke keer weer met volle teugen genietend van een hap. Net zo lang tot de laatste kruimel afgelikt en weggewerkt is. Maar niet nadat je dat ene kleine hapje met het suikerbloempje bewaard hebt als allerlaatste hap. Het hoogtepunt van een smaakvolle reis van een opgegeten gebakje. Omdat dat de hap is die je voor de rest van je leven wil herinneren.

Ik geloof dat ik binnenkort de knop maar eens om moet gaan zetten. Ik geloof dat ik maar eens een moment moet gaan kiezen om er aandacht aan te besteden. En ik geloof dat ik er een hoop plezier aan ga beleven als dat moment aangebroken is.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.