The road to New York -3-

Daar is hij weer, de 30 km. Met Rijnmond en de laatste écht lange duurloop. En dit keer extra bijzonder. Want we gaan vier keer de Van Brienenoordbrug op en af, én heen en weer. Dat betekent dus acht keer omhoog. En dat voor een 30 km rondje. Appeltje – eitje. Op papier.

Omdat we vlak bij het startpunt van de training wonen hebben we de avond ervoor overleg over het plan van aanpak. Nou ja, overleg. Meer kibbelen. De training zelf is ongeveer 28 km, maar Frank wil eigenlijk 32 km lopen. Zijn plan is dus vanuit huis er naartoe lopen, vervolgens de training doen en dan weer naar huis. Ik ga rekenen en kom dan op 36 km. Beetje veel misschien? Frank lost dat op door dan uit te lopen, wat ik ook geen goed plan vind omdat we dan moe en bezweet zijn en zullen afkoelen. En we kunnen dan ook niks meenemen zoals een jas of zo. En zo gaan we nog even door, boem, krak, pats. We eindigen onze discussie en zien het de volgende dag wel.

Per saldo gaan we met de auto en zien wel hoe ver we komen. We zijn in elk geval weer vriendjes. Frank maakt zich gewoon zorgen of hij wel genoeg getraind heeft, en ik… ach, ik ben gewoon chagrijnig omdat ik op dieet ben. Bij aankomst is het al lekker druk, en loopmaatjes Angelique, Marcel, Piet en Rick zijn er ook. We laten onze spullen in de auto en hobbelen mee met de warming up en doen braaf de oefeningen. Dan de gebruikelijke groepsfoto en gaat iedereen ineens hollen. Shit, wij moeten onze spullen nog pakken en ik moet zeker ook nog even plassen. Er ontstaat dus al direct een gat van een paar honderd meter tussen ons en het staartje van de groep. Nou ja, we kennen de route.

We trappen net als in New York gelijk af met de brug omhoog. ‘Net als de Verrazano bridge’, roept Jan de trainer. That may be, maar ik denk dat de beleving toch wel ietsje anders zal zijn als we daar over, shit man, drie weken staan. Drie weken. Dat is minder dan een maand. Minder dan tien trainingen. Minder dan een maancyclus. Minder dan een nieuwe verfbeurt bij de kapper. Minder dan…, minder dan…, minder, minder, minder… Gelukkig leidt de klim op de brug me af. Ik moet er nog even inkomen, maar op zich gaat het wel. Tenslotte is het niet de eerste keer dat ik hier loop. En het is heerlijk weer. Beetje koel, klein windje en een groot zonnetje. En eenmaal bovenaan mag ik ook weer naar beneden vliegen.

Aan het eind van de laatste bocht staat een menselijke pion om aan te geven waar we moeten keren en weer terug mogen. Ook dat gaat op zich nog wel soepel. Ooit was ik zeer benauwd voor de zuid-naar-noord klim, maar ik heb geleerd dat deze reuze mee valt. Onder aan de brug snijden we toch een klein stukje af om weer bij de groep aan te kunnen sluiten. Dat halen we straks wel weer in. Terug bij het startpunt ook nog een rondje Autostrada. Alsof we gewoon een standaard trainingsrondje lopen. Voordeel van de thuiswedstrijd. Eenmaal weer terug bij het startpunt zit de eerste ronde er pas écht op. One down, three to go!

De tweede ronde gaat soepel, soepeler dan de eerste. Ik ben wel blij met mijn trailvest. Ik heb alles bij me en kan drinken wat ik wil. Hij weegt gevuld ongeveer twee kilo. Diezelfde twee kilo die ik inmiddels kwijt ben. Pas dan realiseer je je hoeveel je meesjouwt als je te zwaar bent. En ik heb nog een kilootje of 15 die ik zou kunnen missen. Dat schept mogelijkheden. Misschien niet zo goed voor mijn humeur, of dat van Frank, maar vast wel voor mijn snelheid. Hmmm, lastige keuze. Nah, ik zou mezelf te veel missen. En heeft Frank ook geen doel meer tijdens het lopen. Tenslotte moet hij me vooruit kunnen schoppen, als ik me als een slak met spierpijn voortbeweeg. Vindtie leuk.

Dat moet hij dan tijdens het derde rondje ook in de praktijk brengen. Deze gaat lang niet zo soepel als de eerste meer. De snelheden op de brug gaan drastisch omlaag, mijn billen en benen beginnen pijn te doen en zwaar te worden, en ik voel me moe, erg moe. Als we bijna aan het eind van het rondje Autostrada zijn krijg ik een inzinking. Alles doet zeer en ik denk alleen maar aan stoppen en opgeven. Mijn klokje geeft dan bijna 21 km aan en de moed zakt me in de schoenen. Als ik me nu al zo voel terwijl we nog niet eens op de helft zijn wordt New York helemaal niets. Ik spreek dat uit naar Frank en hij antwoord met enige irritatie in zijn stem dat het inderdaad steeds langzamer gaat. En dan breek ik. Een heftige en ongecontroleerde huilbui ontploft in zijn gezicht. Hij slaat troostend zijn armen om me heen. Stress, verdriet en boosheid, opgekropt van de afgelopen vier maanden, komen er uit. ‘Eindelijk’, denk ik bij mezelf, ‘er zit nog zoveel dwars.’ De fysieke inspanning hebben mijn geestelijke barrières opengebroken. Ook dat doet hardlopen met je. En alles wat er vóór New York nog uitkomt is meegenomen.

Als ik even later uitgehuild ben en mijn neus gesnoten heb, lang leve de tissue die ik in mijn vest gestopt heb, voel ik me tien kilo lichter. Maar het heeft me ook de nodige energie gekost. En we moeten nog een rondje. Nog één keer die f@&king brug op. Frank geeft aan dat we ook kunnen stoppen als ik leeg ben. Maar geen haar op mijn hoofd die daar aan denkt. Er zal toch geen brug zijn die mij er onder krijgt. Bovendien zie ik dit ook als training. Doorgaan als je denkt dat je niet meer kan. De grens verleggen. Putten uit je ‘secret stash’ van energie, die je zorgvuldig bewaard hebt om ook die laatste kilometers nog te kunnen lopen. Mijn bijnaam is niet voor niets ‘The Terminator’. En die titel laat ik me niet zomaar afpakken.

En dus gaan we ook de vierde keer die brug op. We zijn inmiddels de laatsten, gezien mijn huilpauze, maar dat maakt niet uit. We offeren ons wel op, tenslotte moet íemand de laatste zijn en per saldo lopen we toch onze eigen training. Bij de laatste keer omhoog neem ik nog een gelletje, en Frank probeert de tune van Rocky te zingen. Lukt niet helemaal, en ik heb liever ‘Eye of the tiger’. In mijn hoofd zing ik het lied. Dat ik alle teksten door elkaar gooi maakt niet uit. Het werkt. Een beetje. Het brengt me in elk geval naar de top van de brug. Bijna 24 km op de klok. Nog 8 km voor de 32, 6 km als we tot 30 gaan. Omlaag gaat ook niet zo snel meer, maar het is het laatste rondje. Blik op oneindig, verstand op nul dus.

Rijnmond staat nog braaf te wachten als we de laatste keer rondje Autostrada lopen. Als we op het punt van mijn eerdere huilbui komen lijkt het een eeuwigheid geleden. Bij het startpunt, of eindpunt, het is maar hoe je het bekijkt, moeten we nog 2 km om in elk geval 30 km aan te tikken. Ik ben kapot en leeg, maar natuurlijk lopen we die laatste 2 ook nog. Als we eindelijk aankomen staat Rijnmond nog steeds braaf te wachten. Tot de laatste loper binnen is. Goeie gasten die Rijnmonders…

Ik kan veel subtitels bedenken voor deze blog. ‘Bridge to bridge to bridge to bridge’, ‘Through hell and back’, ‘Hoge bruggen en diepe dalen’. Maar nu we klaar zijn maakt dat eigenlijk allemaal niet meer uit. Er is namelijk nog maar één ding belangrijk.

Vanavond sushi en chocola!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.