Eeuwig Durende Honger

Het is nu 4,5 maand geleden dat ik begon aan mijn Weight Watchers avontuur. Het lijkt gisteren, maar ook eeuwen geleden. Hoe het ook zij, er is een hoop gebeurd in die tijd. Niet alleen moet ik zo langzamerhand het predikaat ‘mollig’ uit ‘mollig oud wijf’ laten vallen, maar ook heb ik geen excuus meer om als een slak in drijfzand mijn wedstrijden te lopen. -13 kg maakt wat dat betreft écht wel verschil, maar daarover op een ander moment meer. En ik durf ook wel te zeggen dat ik mijn suikerverslaving enigszins onder controle heb. Er is echter één ding dat niet veranderd is. Sterker nog, wat alleen maar versterkt is. En dat is de EDH, oftewel de Eeuwig Durende Honger.

Nu ben ik hongerig geboren. Mijn indianennaam is ‘pedaalemmer’, als ik een sprookjesfiguur was, dan was ik Holle Bolle Gijs en zelfs als ik kotsmisselijk op een boot zit, lig ik nog op mijn zij te eten. Mijn grootste kwajongensstreek was geld jatten uit de zakken van mijn vaders jasjes, en soms de portemonnee van mijn moeder, om snoep van te kopen, mijn grootste jeugdtrauma is die van mijn zus die mijn eten pikte en mijn meest wraakzuchtige actie was het stiekem opeten van de snoepjes die ik had gekregen om met haar te delen. Natuurlijk kwam dat uit en kreeg ik enorm op mijn flikker, maar dat zuurtje en die drop zaten toen al lang en breed in mijn maag.

Toen ik begon met hardlopen werd het alleen maar erger. Want meer inspanning betekent meer verbranding. En dus meer roep om voedsel. Zowel vóór, als tijdens en vooral ná het lopen. Vóór het lopen moet er meestal iets energierijks in, banaan, broodje pindakaas of tegenwoordig een pannenkoek met banaan. Tijdens het lopen nemen we energiegelletjes mee, en het laatste jaar ook iets van een ontbijtkoek, want de maag laat zich niet meer foppen met alleen een gel. Dan schreeuwt hij oorverdovend: ‘Opzouten met dat zielige hapje gel, kom eens met iets consistenters!’ Bij een 10 km rondje krijg ik nog vóór de helft al honger. Frank kijkt me dan na al die jaren nog steeds met verbazing aan. ‘Wat, nu al? Je hebt net twee (!) pannenkoeken op?’ Tja, iets met verbranding en zo. Of gewoon een bodemloze put.

Na het lopen is het al helemaal een drama. Want kan ik tijdens het lopen nog wel eens doen alsof ik het niet hoor, door me te concentreren op iets anders en heel hard te stampen zodat het geluid van mijn voeten het geschreeuw enigszins overstemmen, eenmaal thuis gaat het gegil door merg en been. Om er dan maar gauw iets in te stoppen en de herrie te stoppen.

Tussendoor moeten we blijven voeren met kleine hapjes, om te voorkomen dat het uitgroeit tot iets onhandelbaars. En na het avondeten gaat de EDH onvermoeid door. Zeurend zodra ik de laatste hap van mijn biefstuk doorslik, tot het moment dat ik er aan toe geef om toch nog iets van een toetje te eten. En dan nog even vlák voordat ik naar bed ga, waarbij ik hem meestal negeer. De volgende ochtend als ik opsta, voordat ik mijn ontbijt klaargemaakt heb. Gelukkig is mijn maag ook geen ochtendmens en duurt het even voordat hij wakker is.

Om van het gezeur af te zijn resulteerde dat vroeger ná het rondje dan in een uitgebreid ontbijt, ’s middags een zak chips en ’s avonds na het eten een zak M&M’s. En me dan nog afvragen waar dat mollige vandaan kwam, maar dat terzijde. Inmiddels weet ik beter en heb ik geleerd om het geluid van die roepende maag meer te negeren. Een iets minder uitgebreid ontbijt, met daarna wortels en fruit in plaats van koek, snoep, chips en chocola. Beter voor mijn milieu. Kwestie van zelfdiscipline dus, net als het trainen voor die marathon.

Alleen jammer dat ik er altijd zo’n trek van krijg.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.