Venloop 2017: Revanche

Na de 35 km van vorige week mogen we nu gaan afbouwen. Taperen noemen ze dat. Daarom zijn we afgereisd naar het zuiden om de Venloop te doen, een halve marathon. En rennen we volgende week de ronde van Park16Hoven, ook een wedstrijd. Afbouwen dus. Yeah right. Nou ja, tenslotte is het toch minder kilometers.

Voordat het hardloopgeweld losbarst mag ik op zaterdagochtend eerst nog even meekijken met de training van de AV Maasrunners bij een Start to Run groep. En dat heeft een doel want ik heb binnenkort leuk nieuws. Maar dat is voor een ander moment.

Op zondag is het een schitterende dag. Na een nacht met een uurtje minder slaap, dat dan weer wel. Van mij mogen ze het afschaffen dat winter/zomertijd gedoe. Met pannenkoeken -langlevehetmomentdatwedatontdektenalsperfecthardloopontbijt- in de maag gaan we op weg naar de broer van Jenny, die vlak bij de start woont. Soms is het handig om vrienden in de buurt te hebben. Daar krijgen we vlaai aangeboden. Je bent in Limburg of je bent het niet. Ik bewaar mijn stukje voor ná de wedstrijd. Niet omdat ik verstandig ben, maar omdat ik vind dat er eerst gewerkt moet worden voordat je een beloning krijgt. Gaat bij de paarden ook altijd mis als ik dat andersom doe.

We rijden om 13:15 weg om er om 13:30 te zijn, maar omdat ze toch wat wegafzettingen veranderd hebben zijn we er pas om 13:45. En natuurlijk moet er óók nog geplast worden. Frank gooit de tas af en we sjezen naar het startvak om onderweg de WC mee te pikken. Waar uiteraard een hele, maar dan ook een hele lange rij staat. Met nog 5 minuten voor de start ga ik brutaal in de mannen WC staan waar ik binnen 3 minuten klaar ben. En nog gratis piemels kijken ook! We sneaken het startvak van Gaston in waar we gelijk aan de wandel mogen tot aan de start. Het feest kan weer beginnen.

Frank en Gaston lopen samen op, ik doe vandaag lekker mijn eigen ding. We zijn  voor zover ik kan zien de enigen met een Houssein marathonshirt en dat ontlokt toch wat opmerkingen. De eerste twee kilometer gaan door het centrum waar we vast een voorproefje krijgen van de mensenmassa die ons straks naar de finish gaan schreeuwen. Het gaat traag. Het is druk, warm en ik moet menig keer inhouden omdat ik er niet langs kan. Niet dat ik van plan was om heel hard te gaan racen, maar wel lekker doorlopen. Er lopen ook een hoop mensen uit Duitsland, die opvallend genoeg veel op links blijven lopen. Misschien doen ze daar niet aan ‘langzame lopers rechts’?

Ik voel het zonnetje branden en probeer zoveel mogelijk in de schaduw te lopen. Stiekem heb ik het toch wel warm. Ik geloof dat ik voor 9 april nog maar eens goed moet overdenken om een short aan te doen in plaats van een driekwart. En ik meende ook gezien te hebben dat ze bij InkNBurn een nieuw motiefje binnen hebben gekregen. Laat ik nou toevallig volgende week jarig zijn (Frank? Wink, wink, nudge, nudge)… Maar met de muziek in mijn oren is het op zich wel te doen om lekker door te lopen, zeker als wat verderop in het parcours er ook wat ruimte komt.

Net voorbij de 5 km zie ik één van de wedstrijdlopers verslagen aan de kant zitten, om even later een andere deelnemer op de grond te zien liggen. Ze proberen hem te reanimeren dus het is een ernstige zaak. Als EHBO’er kijk ik gelijk of er voldoende hulpverlening is en of ik moet bijspringen. Dat is niet het geval, maar het voorval raakt me wel. Het gebeurt vaker maar toch is het anders als het voor je neus gebeurt. Eenmaal voorbij de drankpost hoor ik in de verte de gillende sirenes. Later hoor ik overigens dat de loop achter ons zelfs stilgelegd is. ’s Avonds op de bank lees ik het bericht dat er iemand overleden is, maar volgens de details komt de omschrijving niet overeen met wat ik gezien heb. Ik heb de organisatie een mail gestuurd, even afwachten dus. Voor de jongen die overleden is en zijn familie is het in ieder geval triest. De andere kant van de loopsport. Of welke sport dan ook.

Op ongeveer 9 km meen ik Gaston weer voor me te zien, en op km 10 bij de drankpost weet ik het zeker. Hij moet vlak daarna plassen dus ik loop hem voorbij. Zeikerd… Hij haalt me wel weer in en ik laat hem lekker gaan. Het is me te warm en ik krijg ook nog een steekje in mijn zij en dat wil ik er rustig uit proberen te lopen. Naarmate de route vordert komen de herinneringen van vorig jaar weer naar boven. De Maasstraat die de finish in Venlo probeert te evenaren, en daar overigens aardig dicht bij in de buurt komen, de molen, het viaduct, bij alles heb ik een ‘oh ja’ moment. Jenny en haar broer staan twee keer langs de kant om aan te moedigen, ik kom Gaston op 13 km nog een keer tegen voordat ik hem definitief kwijtraak en ik krijg ineens een aanval van kilometeroverdosis. Ik ben er wel weer een beetje klaar mee en verheug me op het feit dat als ik vandaag klaar ben, ik de komende twee weken niet verder dan 10 km hoef te lopen. Iets met laatste loodjes en zo.

De steek in mijn zij trekt eindelijk weg, om aan de andere kant net zo hard weer terug te komen. Ook mijn eten valt niet lekker, de energybar is te droog en ontploft in mijn maag zodra er water bij komt, en het gelletje een paar kilometer verder blijft in mijn keel plakken. Het zal de warmte wel zijn. En ach, ik moet toch iets te zeuren hebben. Het is gauw genoeg kilometer 18 en ik mag gaan aftellen. De laatste kilometer gaat helemaal snel en alhoewel ik niet echt een poging heb gedaan om onder de twee uur te komen zit ik er stiekem toch wel dicht bij. Frank heeft in elk geval niet lang op me hoeven wachten. Ten opzichte van vorig jaar, toen ik net ziek was geweest, heb ik in elk geval zwaar revanche genomen met 2:01:04 ten opzichte van 2:22:53. En Gaston? Die heeft een CPC momentje met zijn 2:00:03. Over nét niet onder de twee uur gesproken. En ook hij snapt totaal niet hoe dat kan want hij had toch doorgerekend dat hij het moest halen als hij onder de 6 min/km bleef lopen. Ik zeg 100 meter…

Na afloop koelen we toch snel af en pakken gauw de tas met kleding. Binnen no time worden we ook heel luxe weer opgepikt en krijgen we broodjes alvorens we de lange weg naar huis weer afleggen. De vlaai sla ik uiteindelijk toch maar over. Dat maak ik vanavond wel weer goed met mezelf en een stukje chocola. Eenmaal thuis na het douchen en het eten maken we vast kennis met iemand die we over twee weken ook gaan tegenkomen op de marathon. Hij staat meestal bij het bos, op een kilometer of 30.

Over twee weken om deze tijd…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.