Leiden in last

Leiden in last. De halve marathon dan. Zal het vandaag gebeuren? Naar aanleiding van de resultaten van vorige week zegt Frank dat ik dat moet kunnen halen. En ik laat het optimistische ‘makkelijk’ maar even achterwege. Maar ja, ik ben altijd voorzichtig, en resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. De belangrijkste vraag is, heb ik er zin in? En het antwoord op die vraag is altijd nee. Ik ben lui, dat weet iedereen nu zo langzamerhand wel. Maar ik ben ook wel ambitieus. Zucht, het eeuwige gevecht tussen mijn twee persoonlijkheden. We gaan het zien. De magische grens van 2 uur. Voor de echte toppers op de hele, ik doe het voor de halve. Maar ik ben dan ook al 46.

Feit is dat we weer belachelijk vroeg op moeten op de zondagochtend. Om 7:30 gaat de wekker, en terwijl Frank braaf opstaat om pannenkoeken te bakken draai ik me nog héél even om. The force needs five more minutes. Ik schrik na een kwartier wakker. Was ik bijna gewoon weer in slaap gevallen. Ik sta dan ook maar gelijk op, om erger te voorkomen. Gelukkig hoef ik niet na te denken over wat ik aantrek. Iets groens in elk geval.

We rijden volgens planning naar Leiden en parkeren de auto bij de P+R, waar we Bart tegen komen. Het is nu al gezellig. We worden voor de kerk afgezet door de pendelbus en komen gelijk ook al wat andere groene shirts tegen. Had ik al eens gezegd dat die shirts reuze handig zijn? We halen ons startnummer op. Dan blijkt niet alleen dat ik in startvak F zit, terwijl Frank in C staat, maar ook dat mijn naam er niet op staat. Heeft iets met het tijdstip van inschrijven te maken. Nou ja, dat laatste is gauw verholpen met een dikke stift, dat eerste fixen we straks wel.

We maken wat foto’s en ik ga een paar keer naar de wc. Zowaar is de rij bij de mannen heel erg lang, en die van de dames juist heel kort. Bijzonder. Dan is het tijd om langzaamaan naar de start te gaan. Frank moet ook nog even langs een Dixie, want die wilde niet in de lange rij, en ik ga dan ook nog maar even. Het is tenslotte pas de 4de keer. Bij de start zoeken we naar startvak C en wil ik met Frank meelopen. Een grote vent houdt me tegen, ik moet naar startvak F. Shit. Ik gooi mijn liefste smile in de strijd en Frank geeft aan dat we altijd samen lopen en dat ik snel ben maar in F ingedeeld vanwege de late inschrijving. ‘Ja, dat zeggen ze allemaal…’, weerlegt de beste man, maar mijn smile doet het hem en ik krijg alsnog een C sticker van hem om het F-je weg te werken. De smile wordt iets breder.

De zon schijnt fel en ik heb het nu al warm. Na een minuut stilte en het Wilhelmus gaan we van start. Frank biedt aan om samen te lopen maar ik ben bang dat ik dan teveel op hem ga focussen. We zullen elkaar toch niet al te veel ontlopen denk ik. Ik ga stevig van start. Te hard weet ik, maar de eerste twee kilometer laat ik mezelf altijd maar gewoon gaan. Zolang ik niet ga hijgen zit het wel goed. Ik loop Frank voorbij die me later weer inhaalt. Als we de stad uit zijn en langs een veld lopen hoor ik een hond blaffen. Ik kijk maar zie hem niet zo snel. Blijkbaar rent hij langs het veld mee want ik blijf hem horen. Als ik hem na een paar honderd meter nog steeds naast me hoor kijk ik nog eens wat beter. En dan blijkt het geen hond te zijn, maar een dame die met iedere ademteug uitblazen het geluid van een blaffende hond maakt. Ik trek een wenkbrauw op, met name omdat ik me afvraag of het wel gezond is en het lijkt me erg vermoeiend als je dat 21 km lang moet doen. Voor de rest bedenk ik me dat iedereen op zijn eigen manier loopt.

Op 4 km is een sponspost, met de allerleukste sponzen ooit, in de vorm van een hardlopend mannetje. Ik bombardeer hem tot vriend van de loop en neem hem mee. Tot 5 km gaat het wel lekker. Frank loopt inmiddels een stuk voor me, ik zie hem niet meer. De eerste drankpost staat bijna op 6 km en ik neem even mijn tijd voordat ik weer vaart maak. Maar ja, al gauw krijg ik gewoon weer honger. Ik wil mijn Powerbar pas op 10 km aanbreken, bij de volgende drankpost. En van de warmte heb ik ook meer last dan vorige week. Ik werk mezelf eerst maar naar die 10 km toe, dan kijken we wel hoe we er voor staan. Gemiddeld loop ik nu nog lekker door, maar het is vandaag 21 km en geen 10. Ik krijg wat cheers her en der en complimenten over het shirt. Bij de 10 km krijg ik zelfs een ‘wat heb je een mooie broek aan’, want het shirt kent hij wel. We maken een praatje, hij zit te twijfelen tussen de marathon van Valencia en Cordoba. Nou, daar hoef ik niet over te twijfelen. Hij brengt me in elk geval tot aan de drankpost, want voor mijn gevoel duurt het uren voordat die komt.

Daar smikkel ik van mijn Chocolate Peanutbutter Powerbar uit Amerika (Michel, ik ben je eeuwig dankbaar!), en kan er weer even tegen. Op km 13 kom ik Frank weer tegen, die een slechte dag heeft en begint te wandelen. Later hoor ik dat hij er helemaal doorheen zat en wilde uitstappen. Ik heb het zelf ook erg zwaar en loop inwendig te schelden op de klinkers onder mijn voeten. Ik heb niet alleen het gevoel dat ik niet vooruit kom, maar voel ook iedere stap door mijn lijf dreunen. Als ik hem passeer wenst hij me succes en roept DNF voor zichzelf. Het duurt even voordat tot me doordringt wat hij eigenlijk tegen me zegt. Na de eerste verbazing heb ik er wel vertrouwen in dat hij ook wel uitloopt. Hoe dan ook heb ik al mijn concentratie nodig om tot de 16 km te komen. Vanaf daar ga ik rekenen.

Nog 5 km en nog 30 minuten. Als ik minimaal de 10 km p/u aan kan houden dan red ik het. Maar ik hou van zekerheid in dit soort gevallen, dus iets sneller lopen is beter. Er spelen nog ergens 12 seconden in mijn hoofd. Ik eet de andere helft van mijn bar terwijl ik water drink uit het flesje dat ik van Rodney gekregen heb die langs de kant staat om foto’s te maken. Ik ben hem dankbaar, niet alleen is dit water veel lekkerder, maar het drinkt ook veel makkelijker dan uit een bekertje. Gelukkig laten we op een gegeven moment de klinkers weer achter ons en lopen we weer op asfalt. Van het parcours krijg ik al kilometers geleden nauwelijks iets mee, want I’m a woman with a mission. Volgende keer gaan we wel weer langzaam lopen en genieten van de omgeving. Wel kom ik langs een muziekstand waar Modern Talking het geluid van Metallica in mijn oren overstemt. Pfff, dat ik dat nog meemaak. Ook zie ik Roos staan, en kan nog een grimas trekken voor een foto.

We tellen langzaam af, nog 4, nog 3, nog 2 en dan eindelijk, eindelijk, eindelijk is daar het 20 km bordje. Ik heb nog iets van 7 minuten. Dat kan ik halen, dat moet ik halen, tenzij ik nu op mijn plaat ga, maar dat was ik niet van plan. Nog twee laatste bruggetjes en dan zie ik opgelucht de finish in beeld komen. Er zit nul versnelling nog in, maar dat geeft niet, met een constant ritme kom ik ook over de streep. En dan heb ik het gehaald! 1:58:18. Een tijd waar ik een jaar geleden niet eens van had durven dromen. Ben ik toch startvak C waardig gebleken.

Frank komt niet heel veel later toch binnen en de groene shirts verzamelen zich om de medaille in ontvangst te nemen en een biertje te halen, want in Leiden wordt er aan de finish gewoon bier getapt. Daarna de tas ophalen en ik wil graag de medaille laten graveren. Helaas is daar geen voorziening voor, dus gaan we maar naar huis. Op weg naar een broodje en een bad, en heel misschien een klein tukje op de bank. Om te dromen van mooie tijden.

De halve van Leiden. Het was een Leidensweg (met dank aan Bart voor de mooie uitspraak) maar hoe zwaarder de weg, hoe mooier de beloning aan het eind.

Een medaille, een PR, en straks een bord Indiase curry en een stukje chocola! Wat wil een mens nog meer?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.