In een hartslag

Huiswerkopdracht 5. Bereid een Hartslagmetertest voor. Doe dit samen met 1 of 2 andere deelnemers van de opleiding. Hmmm. Dat heb ik nou altijd al willen doen, zo’n hartslagmetertest. Ik ben altijd nieuwsgierig naar hoe ik scoor en wat mijn waarden zijn, want volgens mij heb ik maar twee standen, heel laag in rust, en heel hoog als ik aan het rennen ben, zonder iets er tussenin. Maar zo’n test heb ik nou nooit gedaan, want iedere keer als ik er naar keek vond ik het reteingewikkeld. Maar je weet hoe het werkt. Carefull what you whish for. Dus niet alleen ga ik een test doen, nee, ik ga hem ook nog voorbereiden en wellicht uitvoeren op een groep mensen.

Er wordt geadviseerd om ruim van tevoren aan de opdracht te beginnen. Er moet veel gedaan worden en de taken moeten verdeeld. Ik ben er dan ook vroeg bij, roep iedereen op om een groepje te maken en te starten met de voorbereidingen en team zelf uiteindelijk samen met Heleen en Joep. Bij de eerstvolgende bijeenkomst geeft Heleen echter aan dat zij overstapt naar de vrijdag omdat de maandag eigenlijk niet in haar schema past. Dus ik blijf met Joep over. Meer werk, minder afstemming.

Vanwege diezelfde reden van ingewikkeldheid schuif ik de opdracht alsmaar voor me uit, tot het moment dat het Pinksterweekend voorbij is en we alsnog nog maar een week de tijd hebben om hem uit te werken. Met een zucht duik ik er dan toch maar in, en terwijl de technische termen van maximale hartslagfrequentie, anaërobe drempels, hartslagzones, en rusthartslag me om de oren vliegen stem ik met Joep af wat we gaan doen. Er zijn namelijke meerdere tests die allemaal hun eigen organisatorische uitdaging hebben. Gelukkig heb ik op dinsdagochtend inspiratie, en naarmate ik er meer in duik blijkt het wat minder gecompliceerd dan het lijkt en tover ik zowaar een concept plan tevoorschijn. Misschien dat het toch nog wat gaat worden.

Na wat mails en belletjes over en weer met Joep maken we er samen een mooi geheel van. Toch handig zo’n combinatie van een mannen- en vrouwenbrein. Daar waar ik het mooi op papier kan zetten is Joep heel praktisch in een aantal organisatorische zaken waar ik nóóit aan gedacht zou hebben. Er blijft uiteindelijk slechts 1 discussiepunt over, maar dat hebben we ook gauw opgelost. We leggen het gewoon aan Dave voor. En dan is het wachten op de uitslag. Dave kiest van alle opdrachten er één uit om tijdens de les ook daadwerkelijk in de praktijk uit te voeren. Dat groepje is dan ook de lul, maar dat krijgen we pas op zondagavond te horen. Ik vrees het ergste.

Als de boel eindelijk klaar is sturen we het in en begint het wachten. Het lange wachten. Op zondagavond komt de verlossende mail. Onze test is goed bevonden, maar we hoeven hem niet uit te voeren. En stiekem voel ik teleurstelling. Ik had me er eigenlijk al een beetje op verheugd en nu al lol over de te maken polsbandjes met aanbevolen hartslagen. Als ik de volgende dag druk ben met een heleboel andere dingen komt het dan toch wel weer goed uit dat ik niks meer hoef klaar te maken vandaag.

We beginnen de les met een extra half uur techniektraining van Dave voor ons zelf. Ik voel dat ik stijf ben na de Ladiesrun dus het is best pittig. Als daarna blijkt dat er twee mensen zijn die vandaag ook nog eens techniektraining geven om hun vaardigheden te scoren haak ik een beetje af. Ik voel mijn been, ben moe en wil toch wel graag de test lopen. De VIAD test, bedoeld om je anaërobe drempel te bepalen, en waarbij ik fijn 6x een km mag lopen in oplopende snelheden, met een minuutje rust. En morgen staat ook nog de RRC run op het programma. Het begint verdacht veel op werken te lijken!

De anaërobe drempel is overigens het moment waarop ‘shit, waarom doe ik dit eigenlijk’ overgaat in ‘dit doe ik nóóit meer, morgen gaan die hardloopschoenen de deur uit!’. Aan de hand van mijn 10 km wedstrijdtempo, momenteel op 11 km p/u, wordt mijn startsnelheid bepaald, 8 km p/u. Dat leert mij twee dingen. Ten eerste ben ik de langzaamste van de groep, en ten tweede kan ik niet meer op dat tempo lopen. Als ik voor mijn gevoel heel rustig wegloop geeft mijn klokje iets meer dan 10 km p/u aan. En dat mag ik pas in ronde 5 lopen.

Ik doe mijn uiterste best om de snelheid aan te houden en irriteer me mateloos dat ik niet sneller mag. Maar het is voor het goede doel denk ik dan maar. Als ik na uren eindelijk aan het eind van de kilometer kom geef ik braaf mijn hartslag door, rust 1 minuut, geef nogmaals mijn hartslag door en ga weer rennen, nu op 8,5 km p/u. Nou ja, rennen, ik heb nog steeds het gevoel dat ik niet vooruit kom. Zo hou ik die 6 km wel vol. Pas bij ronde 5 als ik eindelijk op 10 km p/u mag lopen heb ik het gevoel dat ik lekker aan het lopen ben. Daar piepte ik vorig jaar wel anders over, maar het kan verkeren.

Het laatste rondje is 10,5 km p/u en zou mijn anaërobe drempel moeten zijn. Ik heb tegen die tijd allang bepaald dat die hoger ligt en dat ik te langzaam gestart ben, en als Dave naast me komt fietsen doe ik mijn beklag. Hij vraagt of ik de test af wil maken, en ik antwoord bevestigend, niet wetende wat dat betekent. Daar kom ik gauw genoeg achter als ik meedogenloos op 11 km p/u nóg een kilometer mag rennen. Maar ik laat me niet kennen en ren nog een keer extra de andere kant op terwijl de rest aan de cooling down begint. Dit lijkt er meer op, maar stiekem denk ik dat ik nóg wel een halve kilometer sneller had gekund. Ik zoek de rest op en dan gaan we gelukkig terug naar het sportcentrum want ik heb het nu wel koud gekregen en mijn maag roept ook dat het de hoogste tijd is.

Volgende week krijgen we de resultaten doorgestuurd, maar mijn conclusie is al lang getrokken. Ik kan harder dan 11 km p/u, ik moet alleen even die mentale drempel over. Dus gij zijt gewaarschuwd. This summer, on a track nearby, Sas is coming. En voor je het weet ben ik je voorbij geraced.

In een hartslag.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.