Lopen als Bonfire

De zenuwen slaan weer toe. Vandaag moet ik het onderdeel techniek van de training voor mijn rekening nemen. Één van de lastigste onderdelen. En natuurlijk maak ik het mezelf weer moeilijk, want ik wil er iets leuks van maken. Op papier heb ik het in elk geval helemaal uitgedacht. Het thema staat vast, ‘actief lopen’. Daar kan ik mooi twee tennisballen voor gebruiken als voorbeeld, eentje die lekker stuitert, te vergelijken met als je actief loopt, en een die als een plumpudding half op de grond blijft liggen, als je passief loopt. De enige uitdaging is om verschil te creëeren tussen de twee ballen.

De ballen zelf zijn zo opgevraagd via Facebook, #durftevragen. Maar ze stuiteren allebei even hard of zacht. Kapot snijden brengt geen oplossing en lopen kloten met zand of vulling lijkt me ook niks. Dan maar een beetje smokkelen door de ene wat actiever op de grond te gooien dan de ander. Het verhaal is ook zo uitgedacht. Tenslotte is schrijven schrijven, of dat nu voor een blog is of als verhaal voor een groep. Nou maar hopen dat ik het ook zo mijn strot uit krijg. En natuurlijk gaat het ook over paarden. Daar maak ik echter een misstap. Er is een techniek oefening die de pendelpas, of paardenpas heet. Helemaal leuk, past perfect in mijn plaatje. Maar zelf krijg ik hem bijna niet uitgevoerd. Dat wordt oefenen.

En ik oefen, en oefen en oefen. Als een Bonfire loop ik door de woonkamer (Bonfire, leuke vergelijking om te kunnen maken tijdens de training!). Nou ja Bonfire…, als het paard van de schillenboer dan. Maar ik ga er vanuit dat ik op magische wijze tijdens de rit van Rotterdam naar Amsterdam ineens de oefening perfect uit leer voeren. Als ik uitgeoefend ben moet ik nog haasten ook, en vergeet mijn Flipbelt mee te nemen. Daar kom ik pas achter als ik al mijn spullen voor de training wil pakken en mijn tennisballen niet kwijt kan. In mijn sportBH durf ik niet aan, ik ben alweer genoeg provocerend bezig door het shirt van De Marathon film te dragen, dus gaat er één tussen de linkerkant van mijn broek en één tussen de rechterkant. Gelukkig is ook mijn L shirt inmiddels wat te wijd.

Het is erg warm en we worden verblijd door Dave met oefeningen die overgaan in techniek. Op verzoek van Alex. Van je medestudenten moet je het maar hebben, ik voel meer voor een ijsje op een terras. Maar ja, ik wilde per sé hardlooptrainer(t) worden dus nu moet ik ook niet zeuren. Als we even later uitgezweet wachten tot de rest van de groep ook aansluit probeer ik mijn paardenpas nog eens uit. Om er achter te komen dat ik nog steeds kreupel ben. Het moet maar. Na het inlopen sla ik de oefeningen over om mijn parcours met de pionnen uit te zetten. 3 m, 5 m en 50 m. Op de gok. Ik ben niet helemaal happy met hoe het staat en verzet het, om 5 minuten later als er meer ruimte langs het grasveld komt het nóg een keer te verzetten. Beter voor mijn zelfvertrouwen. Datzelfde zelfvertrouwen rent keihard weer weg als Dave me tot drie keer toe vraagt waar ik zelf ga staan om het goed te kunnen zien, of ik er al goed over nagedacht heb en of ik het zeker weet. Op dit punt weet ik niks zeker meer. En dan mag ik weer voor het echie.

Het eerste stuk gaat goed. De tennisballen stuiteren, mijn verhaal klopt, en de eerste rensessie gaat netjes langs de pionnen. Dan moet ik de paardenpas demonstreren. Als een ezel met reuma strompel ik langs de troepen waarbij ik duidelijk probeer te maken hoe ze moeten lopen. Niet één keer, niet twee keer, maar drie keer. Want dat hoort zo. Het lukt fantastisch. Iedereen doet me precies na, net zo slecht en fout als dat ik het zelf deed. Als ik niet verstijfd stond van afgrijzen zou ik hardop lachen en ik denk aan mijn Dive Master lessen. ‘Pas op met wat je doet, want je cursisten doen je exact na!’ Dat geldt dus niet alleen voor het duiken.

Zo goed en zo kwaad als het kan sla ik me door dit drama heen. De derde sessie met Kaatsen sla ik over. Het is te warm en ik ga over op de arminzet en stukje lopen met focus op techniek, wat heel sjiek ‘doorlopende organisatie’ wordt genoemd. Dat gaat gelukkig beter. Denk ik, want in de feedback krijg ik op mijn flikker dat ik bij het voorbeeld niet netjes heb gelopen. Oeps, niet op gelet. Gelukkig is dat eigenlijk het enige punt van kritiek. Ik heb het weer overleefd en kan tijdens de theorieles weer gewoon ademhalen.

De theorieles gaat over fysiologie en wordt gegeven door een collega, Dennis, die er een heuse quiz met een prijs van gemaakt heeft. Naarmate de vragen vorderen, waarvan ik bijna alles goed heb, komt mijn zelfvertrouwen ook weer rustig terug wandelen. Om vervolgens weer prominent op te staan als Dave een vraag stelt, en ik brutaal antwoord dat als hij had opgelet, hij het antwoord had geweten omdat Dennis dat net heeft zitten vertellen. Ach ja, je kan ook gewoon zelf je doodvonnis tekenen. De groep is het er in elk geval over eens dat als ik de prijs win, ik hem bij deze dan ook wel extra verdiend heb. Voor de rest krijg ik een hoop geschokte en meewarige blikken. ‘Maar ik heb wél gelijk!’, probeer ik mezelf een beetje op te monteren. Het feit dat ik de quiz een half uurtje later ook daadwerkelijk win verzacht de pijn een beetje.

De verrassing is groot als de prijs een test met een Powerbreathe blijkt te zijn, om te kijken hoe sterk mijn ademhalingsspieren zijn. Want die kan je trainen. Mag ik vrijdag 30 minuten als Darth Vader in een masker hijgen. May the force be with me.

Ik zal het nodig hebben, 6 down, 9 to go…

 

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.