The most wonderfull time of the year

Het was me nog niet zo opgevallen maar terwijl ik bij de slager sta te wachten en mijn gedachten afdwalen voel ik het ineens. Ergens onder in mijn buik, zachtjes maar onmiskenbaar. Een paar denkbeeldige vingers die zich voorzichtig een weg naar boven kriebelen. De timing klopt en ik omarm het gevoel zodat het de ruimte krijgt om te groeien. Het proces is begonnen.

Naarmate de dagen vorderen, neemt alles in omvang toe. De kriebels, maar ook beginnen de eerste pijntjes zich aan te dienen. Die stijve kuit begint vervelend te doen, en tijdens het rondje brug voel ik ineens iets aan mijn linkerknie dat daar nooit eerder heeft gezeten. Vroeger schoot ik daarvan enorm in de stress. Nu lach ik er om. Een klein beetje als een boer met kiespijn want stel je voor dat het toch? Maar als het tien minuten later wegtrekt ben ik weer gerustgesteld. Dat het plaats maakt voor een steek in mijn onderrug hoort er allemaal bij. Mijn lichaam bereid zich voor.

Geforceerd probeer ik rust te nemen en uit te slapen. Volledig in contrast met de filosofie dat ik beter een normaal ritme aan kan houden van vroeg opstaan. Dan is de overgang niet zo groot. Omdat ik niet kan kiezen gebeurt geen van beide. Ik ga laat naar bed, slaap onrustig maar ben nog voor de wekker klaarwakker. Ergens zal ik wat uurtjes in moeten halen op onconventionele tijden. Vlak na het eten of zo. Of misschien wel ergens in de middag. Ik laat het maar over aan mijn eigen lijf om aan te geven hoe en wat.

Voorzichtig laat ik de teugels vieren. Tenminste, in het begin ben ik nog voorzichtig, maar als het hek eenmaal van de dam is sta ik mezelf steeds meer toe. Naast de gewone maaltijden, waarbij ik stiekem een patatje neem bij de biefstuk in plaats van een bak sla, geniet ik van dat knapperige croissantje. Mét chocola. En ook hoef ik niet spastisch te doen over een handje chips en vooruit, als we uit eten gaan mag ik deze dagen bést een stukje chocoladetaart toe. Maar alleen deze dagen. Ik weersta de neiging om me vol te proppen, want dat zou contraproductief zijn, maar voor deze ene keer zijn de koolhydraten mijn vriend in plaats van mijn vijand.

En zo strepen de dagen van de week zich af, waarbij met iedere dag dat we dichterbij komen alles proportioneel groeit. Die week waarin ik mezelf gek maak. Heb ik wel genoeg gelopen? Heb ik niet teveel gelopen? Heb ik wel de juiste schoenen, broek, shirt meegenomen? Had ik niet ander voedsel mee moeten nemen? Die week waarin ik zorgvuldig en inmiddels volgens traditie mijn nagels lak, nog even mijn benen onthaar, een uitgebreide massage neem en er op mijn opperbest uit wil zien.

Die week waarin ik niet kan wachten tot het moment komt, maar ook niet wil dat het voorbij is. Met als hoogtepunt uiteindelijk de dag ervoor en de dag zelf, waarin ik niet slaap, de zenuwen mijn keel bereikt hebben, alles op springen staat, alle pijntjes de revue passeren, ik het hele arsenaal aan ‘verboden voedsel’ weer geproefd heb, en mijn lichaam in opperste staat van paraatheid is. 100 % gereed voor dat ene moment, die ene prestatie, dat ene ‘dingetje’. Die week voor de marathon.

It’s the most wonderfull time of the year!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.