De halve van Egmond: de race die ik niet had moeten lopen…

…maar toch liep. Omdat ik een hardloper ben. En hardlopers eigenwijs, koppig, onverstandig en meesters in het ontkennen van fysieke ongemakken zijn. Ik wel in elk geval.

Egmond aan Zee. Revanche. Knallen. Drie keer scheepsrecht. De eerste keer dat ik hem liep was ik niet voldoende getraind. De tweede keer besloot ik hem, ingegeven door de omstandigheden op dat moment, met Anita mee te lopen voor support. Vandaag moet het gebeuren en wil ik een goede tijd neerzetten op deze epische halve marathon. En het weer werkt mee, weinig wind, zonnetje en koud. Het beste hardloopweer dat je je maar kan wensen. Het is me echter niet gegund. Het wordt ‘De vloek van Egmond’.

Vanuit Noorwegen via Denemarken naar Nederland heb ik ergens in de ‘vijf keer in het vliegtuig in vier dagen’ een pestje opgepikt. De hele week al beroerd, verhoging, mijn longen uit het lijf hoesten, en snotterend de productie van zakdoeken opgevoerd. Ieder normaal weldenkend mens zou vandaag in zijn bed blijven. Maar ja, ik ben geen normaal weldenkend mens. Voor de goede orde, ik heb goed geslapen, heb geen verhoging meer, hoest nauwelijks nog en ook de zakdoeken blijven ongemoeid. En ik voel me goed, alleen een beetje moe. Slechte smoes, ik weet het. Frank verklaart me voor gek, maar hij kent me ook langer dan vandaag. Mijn grootste kracht is ook mijn grootste zwakte. Ooit wordt het mijn dood. Stomme wilskracht…

We hebben drie lifters, Richard en Selda die ik verleid heb met de gewonnen startbewijzen van de Runnersworld, en Ramona, waar Frank al eerder mee afgesproken heeft. We hebben dan ook full house aan onze pannenkoekentafel. Als ik nooit meer aan de bak dreig te komen kan ik altijd nog een hardlopersontbijtrestaurant beginnen. Iets voor tienen rijden we weg en eerlijk gezegd voel ik me tijdens de rit al wegzakken. Heel even denk ik aan mijn warme zachte bed en vervloek ik mijn dwangmatige impulsen. ‘Though her body cries stop, her spirit shouts never!’

We zijn net te laat voor de RMD groepsfoto. ‘Gaat het?’, is me al twee keer gevraagd. ‘Ja hoor’, lieg ik, maar de dames laten zich niet foppen. Maar ja, ik ben hier nu toch. Richard mag eerder starten en gaat naar de start. Wij volgen een half uurtje later. Als we starten krijg ik nog een kus van Frank en weg is hij. Ik ben hem direct kwijt en probeer niet te volgen. Eerst kijken hoe het gaat. Het voelt wel ok, het is niet koud en ik heb lekkere muziek op. Tenminste, de eerste kilometer. Dan voel ik al ‘low battery’ en niet van mijn headphones, en het onvermijdelijke dringt tot me door. Maar ja, ik kan niemand anders de schuld geven dan mezelf. Het gaan nog 20 lange kilometers worden. Stomme eigenwijsheid…

Het strand valt mee. Het is glad en hard, er staat geen wind en er breekt zelfs een klein zonnetje door. Ik waag het zelfs om tussen mijn stappen door even op te kijken naar de prachtige zee die naast me ligt. Op drie kilometer voel ik me zoals ik me vroeger voelde, toen ik er nog maar drie hoefde te gaan. Nu heb ik er pas drie opzitten. De lucht voelt ook koud aan mijn luchtwegen en ik heb dorst, maar daar is zowaar de 5 km drankpost waar ik een bekertje water drink en een stuk banaan eet. Dan komt de gifbeker. Het mooie platte harde zand verandert in gemene rulle stroop. De strook langs het water waar nog een beetje normaal gelopen kan worden wordt steeds smaller, en ik word boos op iedere loper die me rechts door het water inhaalt en me nat en onder het zand spettert. Bovendien straalt het blijkbaar van me af dat ik de energie van een uitgewrongen keukendoekje heb, want ik word regelmatig opzij geduwd en omver gelopen.

Ik kan me niet heugen dat ik blijer ben geweest dan vandaag als ik het 7 km bordje zie. Exit strand, enter duinen. Heuvelachtig, maar in elk geval met vaste ondergrond. Tot aan de 10,5 km gaat dan ook een stukje makkelijker. Bij de drankpost neem ik toch weer even mijn tijd en eet wat. Vanaf nu wordt het desalniettemin bijna joggen. Die twee kilometer mul zand heeft het kleine beetje energie dat ik had volledig leeggetrokken. Ik word ingehaald door wat RMD-ers, krijg een steek in mijn zij en moet gaan wandelen. Normaal gesproken zou ik langzamer gaan lopen, maar ik kan niet langzamer dan dit. Met een beetje massage trekt het weg en kan ik langzaam door naar de 14 km, waar opnieuw een drankpost is. Een fijne smoes om weer even te wandelen.

Met mijn blik op oneindig en verstand op nul ren ik door. Slechts een enkel moment uit mijn zone stappend om even naar de omgeving te kijken, en een filmpje te maken bij een groep supporters die een cheeringzone met spandoeken ‘Heiloo’ in en ‘Heiloo’ uit hebben gemaakt. Op 16 km neem ik voor de zekerheid nog maar een gel, en op 17 km hebben we de laatste drankpost. Daarna heb ik geen smoezen meer om te wandelen. Maar ach, ik ben alweer vergeten hoe lang geleden ik in overlevingsmodus ben gestapt, maar ik weet wel dat het alweer een aardig aantal kilometers terug is geweest. Ik praat even met Lisanne wat voor weer wat afleiding zorgt, en een stel wil mij als haas gebruiken voor de laatste kilometers. Ik raad het ze maar af.

Vanaf 18 km ga ik aftellen. Ik ben dolblij met de Bloedweg, met name omdat het betekent dat ik er bijna ben. Ik ben zowaar in staat om nog een klein beetje beter te gaan lopen. Dat wil zeggen lopen zoals lopen bedoeld is, in plaats van zielig sjokken. Dan is daar toch eindelijk de finish, zoals ik de hele tijd geweten heb. Ik heb geen seconde getwijfeld dat ik het zou halen, alleen de manier waarop was nog wel een uitdaging. Zodra ik over de finish ben krijg ik een hoestbui en slaat mijn keel dicht waardoor ik geen adem meer krijg. Stomme koppigheid…

Ik blijf rustig en probeer de boel weer onder controle te krijgen, wat gelukkig snel lukt. Er staan een paar RMD-ers te wachten maar ik kan geen gesprek voeren. Mijn stem zit op slot. Ik krijg het koud en we wandelen dan ook snel terug naar de sporthal waar de rest op me wacht. Na het omkleden en het wachten op de bus terug kunnen we lekker naar huis, waar een warm bad, eten en een bank met een dekentje wacht. Eindtijd? 2:26:44. In elk geval binnen de 2,5 uur.

Je hebt in het leven goede ideeën en je hebt slechte ideeën. Dit was een slecht idee. Heb ik er van geleerd? Luister ik de volgende keer naar mijn lichaam? Blijf ik lekker in bed liggen? Nee natuurlijk niet. Stomme hardlopers OCD…

2 Reacties

  1. Shiva

    Haha zo herkenbaar en wat schrijf je heerlijk

    Reageren
    1. Saskia Uit den Bogaard (Auteur bericht)

      Dank je wel voor het compliment!

      Reageren

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.