Asselronde, Testing 1-2-3

Asselronde in Apeldoorn. 25 km. Twee weken na de Polar Bear. Twee weken nadat ik me voor het laatst ziek voelde. Twee weken hersteltijd gehad. En ondanks dat ik me nog steeds niet helemaal 100% fit voel en er nog wat verloren slijm in mijn keel zit, is dit een goed moment om even te testen waar ik sta. Vorig jaar op 10 km per uur, dat zou in theorie dit jaar sneller moeten. Maar we gaan het zien.

De wekker gaat weer belachelijk vroeg. Ik blijf het toch zeggen hoor! Gelukkig hoeven we vandaag niet zelf pannenkoeken te bakken of te rijden, dankzij het aanbod van Richard om mee te rijden. Dus als Frank om 7:30 opstaat, kan ik best blijven liggen tot 7:50, tenslotte gaan we pas om 8:10 de deur uit en heb ik alles al klaar gelegd. Het wordt koud vandaag, Tromsø praktijken, en dus worden het drie lagen. Met lange mouwen, dus niet in het RMD groen maar een goede gelegenheid om mijn nieuwe InkNBurn Run or Die shirt aan te trekken. Met slechts een driekwart thight dat dan weer wel. Maar ja, anders matched het niet.

Op weg naar Apeldoorn kan ik nog een beetje soezen en bedenk me dat ik zo’n geen zin heb om 25 km te gaan rennen. Meestal gaat het dan helemaal lekker, maar toch gebeurt het niet vaak dat ik helemáál geen zin heb. Eenmaal aangekomen op de aangewezen parkeerplek klaagt Frank over last van zijn darmen. Dat gebeurt wel vaker, maar het lijkt toch wel wat serieuzer dan normaal. En als we bij het theater zijn vanwaar we starten gaat het helemaal mis met hem. Beroerd en rillerig kondigt hij een DNS aan, oftewel een Do Not Start. We zijn in shock maar het is niet anders.

We lopen naar de Meet & Greet van de RMD voor de groepsfoto waar we een hoop bekenden tegen komen, sommigen alweer een tijd geleden dat we die gezien hebben, en daarna gelijk door naar de startvakken want het is strak gepland. Ik heb kortsluiting in mijn hoofd. Het feit dat Frank niet meeloopt klopt voor geen meter, ook al zouden we niet samen lopen, en ik voel me incompleet. Ik krijg zelfs even een brok in mijn keel als ik hem een zoen geef door het hek en in mijn eentje over de start loop. Maar ik heb niet lang de tijd om er bij stil te staan. Er wacht 25 km op me en als ik mijn speciaal samengestelde playlist opzet, die ik voor de gelegenheid ‘Go hard, go fast’ heb genoemd, gaat mijn focus naar de run.

In mijn geheugen hebben we twee bulten vandaag, ergens bij 6-7 km en straks bij de 17-18 km. Vorig jaar had ik het niet zo in de gaten, nu ben ik me wel terdege bewust van zowel de bult als het valse plat dat er aan vooraf gaat. Maar ik kan het handelen. Desondanks is de bult pittig. Ze hebben het opgeleukt met bordjes ‘nog 400m tot aan de top’ en ik moet aan de halve van Dublin denken. ‘It’s a hill, get over it’! Bovendien schalt er een dame in mijn oor die onder een harde housebeat continue ‘C’mon!’ zingt. En ‘C’mon’, zeg ik streng tegen mezelf. Op de top staat een drankpost en daarna gaat het valse plat nog een klein stukje door voordat we eindelijk een stuk omlaag mogen. Het kwaad is dan al geschiet als ik mijn rechterbilspier voel, alsmede mijn beide kuiten. Die laatste zijn nu al niet blij, en ik vrees mijn sportmasseuse aanstaande donderdag ook niet. Of misschien juist wel.

Het stuk naar beneden laat ik me lekker vallen om wat snelheid te maken en een beetje bij te komen. Op naar de 10 km waar ik wat te eten gepland heb. Bij de drankpost kunnen ze het niet bijbenen en grijp ik mis bij het water. Lege bekertjes die ze snel proberen bij te vullen. Gelukkig heeft een vrijwilliger verderop nog wel wat te drinken voor me. De keuze is warme thee of ijskoud water maar omdat ik geen thee lust heb ik maar één optie. Op km 12 draaien we het bos in. Ik loop op het fietspad dat er volgens mij vorig jaar nog niet lag. Het is in elk geval beter dan het semi onverharde pad. De koude wind tegen hebben we toch wel. Diezelfde koude wind die nu ook op mijn bovenbenen slaat en mijn passen houterig maken. Mijn playlist trekt me door drie lange kilometers bos. Ik herinnerde me de twee bulten maar was de vele kleine heuveltjes en het valse plat vergeten. Ik ben er weer eens helemaal klaar mee.

Op 15 km gaan we het hoekje om en komen we bij de tweede grote bult uit het parcours. Het is bikkelen en buffelen en mijn kuiten doen nu écht pijn. Ik baal als een oud gebogen mannetje me blijkbaar zonder moeite voorbij rent, en alhoewel ik hem er zélf ingezet heb, klinkt uitgerekend nu ‘Highway to hell’ van AC/DC in mijn oren. Soms denk ik dat mijn telefoon gehackt is door aliens die allerlei experimenten op me aan het uitvoeren zijn tijdens het hardlopen. Zo van ‘eens kijken hoe ze reageert als ze met pijn in de benen, wind tegen en uitgeput een steile heuvel op moet en we voor de gein ‘Highway to hell’ afspelen? Zal ze opgeven en gaan wandelen of juist harder gaan lopen? Of misschien is ze wel zo ver heen dat het haar niks doet? Hmmm, interessant. Volgende week opnieuw proberen, kijken of het resultaat hetzelfde is!’

Wie mij kent weet dat ik er alleen maar harder door ga lopen. Maar ja, die kuiten hé? Die zijn enorm boos op me! Maar gelukkig komt er aan iedere heuvel een eind. En what goes up, must come down! Eindelijk, eindelijk, eíndelijk mag ik heuvel afrennen. De Terminatorknop doet het ook nog en in combinatie met exáct de juiste nummers én het feit dat ik begonnen ben met aftellen maken dat het nog snel gaat ook. Zullen mijn bovenbenen morgen me ook dankbaar voor zijn. Nou ja, dan is mijn lichaam in elk geval in evenwicht. Overal evenveel spierpijn. Zelfs het stukje omhoog bij 23 km kan me ineens niet meer deren en ik hou redelijk tempo. Toch is elke stap een gevecht.

En dan is daar de laatste kilometer. Ik tel per honderd meter af en hou mijn ogen gericht op de finish. Nou ja, met een schuin oog naar de zijkant want Frank zal wel ergens staan. En inderdaad zie ik hem 100 meter voor de finish. Ik wijk af naar rechts, raak hem aan in het voorbij gaan en maak een einde aan deze beproeving. Over de finish krijg ik weer even een dikke keel net als in Egmond, teken dat er toch nog iets niet helemaal 100 % in orde is. Of ligt het toch aan de emotie die, nu al mijn fysieke barrières laag zijn, ineens omhoog komt? Ik heb hoe dan ook even een moment voor mezelf nodig om een paar snikken weg te werken. Ik voel een schouderklopje van een onbekende medeloper in het voorbij gaan. Het doet me goed en het bewijst weer dat we allemaal lid zijn van dezelfde grote hardloopfamilie.

Ik haal mijn meer dan verdiende medaille op en loop naar de uitgang waar Frank me opwacht met een vest. De lieverd en goed ingeschat want ik heb het enorm koud. Ook hij heeft deze 2,5 uur overleefd en voelt zich iets beter ondanks dat het lijkt of hij ook die 25 km gelopen heeft. Op weg naar huis doezel ik weer weg. Maar niet nadat ik de uitslag bekeken heb. 2:21:06. Volgens de TomTom 10,6 km per uur. De exacte snelheid om de marathon net onder de 4 uur te kunnen lopen. Hoef ik het alleen maar 17 km en een beetje langer vol te houden. Desondanks ben ik toch blij. Zoals gezegd was vandaag een test. En het resultaat staat wat mij betreft vast.

The bitch is back! Nou ja, bijna dan…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.