Wedden dat?

Ik neem plaats achter mijn bureautje en pak de stapel papieren die er om smeken om opgeruimd te worden. De archivering van de administratie, een klusje dat mijn OCD genen in opperste staat van opwinding brengt. Als ik zo’n aanval krijg is er geen andere remedie dan er aan toe geven en de boel aan te pakken. Facturen netjes in de ordner, gecategoriseerd, informatiebrieven digitaliseren, de wachtwoorden van diverse inlogs bijwerken, de kortingsbonnen scannen op verloopdatum en de jaaroverzichten die ik nodig heb voor de belastingaangifte bij de andere relevante documenten in een apart mapje. En dan de startbewijzen van de afgelopen drie wedstrijden opruimen.

Ik heb alle startbewijzen van alle wedstrijden die ik ooit gelopen heb vanaf dag één bewaard. Destijds niet wetende dat ik er zo veel zou lopen, heb ik door een onbewuste ingeving het eerste nummer niet weggegooid. Nummer 555, nog een mooi nummer ook. Van een klein relatief onbeduidend loopje. De enige zonde die ik heb begaan is dat ik er gaatjes in geprikt heb om hem in een ordner te stoppen. Inmiddels ben ik aan de tweede ordner begonnen. Vooruit, die van Frank ben ik ook gaan bewaren, alhoewel ik niet zeker weet of ik ze allemáál heb. In elk geval die van de Tilburg Ten Miles zeker niet. Hij stapte uit en uit pure frustratie ging het startnummer verfrommeld de prullenbak in. Ik heb me moeten inhouden om hem er niet uit te vissen, maar ergens vond ik ook dat het zijn goedrecht was om niet herinnerd te worden aan deze zwarte dag in zijn hardloopleven. Maar afgezien daarvan zou ik ze zo’n beetje allemaal moeten hebben, maar ja, ik ben er niet altijd bij geweest.

Sommige mensen behangen hun muur ermee, anderen lijsten ze in. Het probleem bij ons zou absoluut ruimtegebrek zijn, dat zie ik nu al aan de medailles. Bovendien weet ik niet waar het ophoud. Dus voorlopig maar netjes in een map. Op volgorde. Die van hem en haar netjes gescheiden. En alleen die van New York is apart en vormt de kaft van de map. Zonder gaatjes.

En terwijl ik zo door de map blader droom ik weg naar de verschillende wedstrijden. Die allereerste bloedhete CPC. Die Marikenloop waar ik voor het eerst de 10 km onder het uur liep. De eerste marathon, die van het boek. Die halve van Eindhoven waar ik aan het eind zo misselijk was. De Zandvoort Circuit run op mijn verjaardag met die zeikregen. Slechts geëvenaard qua verzopen kat ervaring door de Oliebollenloop in Schoonhoven. De Afsluitdijkrun die niet doorging. De Dam tot Dam waar ik de dag ervoor van mijn paard viel en nauwelijks nog kon lopen. Of de Vondelparkloop, in Amsterdam en in het donker. Iedere loop heeft zo zijn eigen herinneringen. Ieder startnummer zijn betekenis. En ik weet ieder verhaal van iedere loop. Ik herken de startnummers dan ook direct van elke loop. Misschien niet het jaar, tenzij het er op staat of als ik die loop slechts 1x gedaan heb. Waarbij Apeldoorn dit keer het jaartal van vorig jaar er op had staan. Maar voor de rest staan ze in mijn geheugen gegrift, met elk hun eigen vormgeving en karakteristieke eigenschappen. En dan denk ik aan dat programma van vroeger met Jos Brink.

Wedden dat?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.