Berlijn Marathon: First we took Manhattan…

De Berlijn Marathon. Een van de zogeheten Six Majors. Relatief makkelijk toegankelijk omdat je wel moet inloten maar iedereen evenveel kans heeft. En ze zeggen dat hij vlak is, dus een snel parcours. Een paar kenmerken van de marathon die we vandaag gelopen hebben. Toen ik mij in 2016 inschreef voor de loting van 2017 was ik alleen. Frank zat toen nog in zijn ‘ik ben er wel een beetje klaar mee’ modus. Ik zat meer in mijn ‘ik ben net begonnen met marathons lopen’ fase. Toch voelde het niet goed, helemaal toen bleek dat er een hele groep vrienden in datzelfde najaar van 2017 de marathon van Valencia ging lopen. Valencia! Mijn stad. En dan zou ik niet mee kunnen omdat ik Berlijn moest lopen.

Ik was dan ook totaal niet teleurgesteld toen ik werd uitgeloot. Ik liep een geweldige marathon in Valencia, samen met Frank die weer hernieuwde motivatie gevonden had, en samen schreven we ons in voor de loting van 2018. Als team, zodat het allebei of geen van beiden was. Het werd allebei.

Vrijdag

Het trainingsschema na Rotterdam was kort. Korter dan normaal omdat Berlijn in september al is. Een ietwat afwijkend patroon gezien New York en Valencia in November zijn. Hij loopt dan ook dwars door alle normale wedstrijden en zo vlak na de zomer maakt ook dat de lange duurlopen in heel warm weer gedaan zijn. Maar daar lieten we ons niet door weerhouden. Het schema braaf afgewerkt stappen we vrijdagochtend om 5 uur ‘s ochtends in de auto van vriend Menno, die ook meeloopt, en zijn vriendin Rachelle richting het oosten. Koffers in de achterbak en tas met eten voorin. We gaan op reis en nemen mee…

De reis loopt voorspoedig en om 12:00 zijn we al op plaats van bestemming. Ons hotel ligt dicht bij het centrum en heeft zoals je dat noemt ‘karakter’. Lees, het is een duidelijk oud Oost-Duits hotel, outdated met een vleugje vergane glorie. Maar we kunnen al inchecken, de dame bij de receptie is allervrolijkst en het bed voelt goed. Meer hebben we eigenlijk niet nodig.

Na het droppen van de koffers gaan we direct richting de Expo. Het is even zoeken met de metro en de kaartjes maar gelukkig relatief simpel. De metro zelf zit vol met hardlopers en als we aankomen staan er evenveel lopers met hun tasjes klaar om ook weer te vertrekken. De Expo zelf bevindt zich in het oude vliegveldcomplex. Daar waar vroeger de Amerikanen landden om hun zaakjes in West-Berlijn te regelen is het nu gevuld met reclame-uitingen van alles wat maar met de hardloopsport te maken heeft, of niet. En het is druk. Heel erg druk. We waren al gewaarschuwd.

Om naar binnen te mogen moeten we onze paspoorten en afhaalbewijzen laten zien. Omdat Frank zit te bellen en afgeleid is, is er verwarring bij het poortje. Ze sturen hem weg omdat ze denken dat hij supporter is en mag niet doorlopen. Het duurt even voordat de situatie opgehelderd is en dan wordt ook hij met een bandje gebrandmerkt voor het weekend als zijnde ‘marathonloper’. 

Eenmaal binnen is het een chaos. Er staan mensen rijendik overal en nergens en het is onduidelijk waar we naartoe moeten. Gelukkig is Menno al binnen en bericht ons dat we helemaal door moeten lopen over de Expo naar het einde van de laatste van drie hallen. Daar mogen we ons startnummer ophalen. Dat wordt ter plekke geprint en als we ook ons tasje in bezit hebben moeten we alleen ons T-shirt nog ophalen. Te weten helemaal terug lopen naar het begin en bij die ellenlange chaotische rij van mensen aansluiten. Dat gaat niet op een lege maag dus eerst maar wat eten. Om direct geconfronteerd te worden met de volgende uitdaging. Je kan overal alleen maar cash betalen. Mijn telefoon noodbriefje van 20 euro biedt uitkomst voor twee worstenbroodjes en een biertje.

Daarna sluiten we toch maar aan in de rij die dan toch wel weer relatief snel beweegt. We krijgen een mooi groenig Adidas Finisher shirt. Nu alleen nog finishen. De rijen voor de gratis poster en de gratis trailcup slaan we over maar ik ga nog wel even langs de stand van Anita om gedag te zeggen. Fotootje voor het nageslacht en dan hebben we het wel weer gezien. Gemiste kans want ik vind het altijd erg leuk om over een Expo te lopen, maar in deze chaotische drukte krijg ik het alleen maar benauwd en wil ik zo snel mogelijk weer naar buiten.

In plaats van direct naar het hotel te gaan stoppen we onderweg ter hoogte van de Brandenburger Tor. Gelijk maar wat sightseeing meepakken want Frank is überhaupt nog nooit in Berlijn geweest. Het monument voor de Joden, de Tor, het start en finishgebied met de Hall of Fame en onze namen en via de Reichstag terug naar het hotel als we alweer veel te veel gelopen hebben. 

Na een korte break zoeken we het afgesproken restaurant op. Een Argentijns steakhouse en een steak is ‘exactly what the doctor ordered’. Verbazing alom als blijkt dat we ook daar alleen cash kunnen betalen en dat pinnen uit een automaat extra kosten met zich brengt. Rare jongens die Duitsers. Na een heerlijke steak en een nog heerlijkere chocolademousse lopen we richting Checkpoint Charlie dat daar vlakbij in de buurt zit. Daarna dan toch maar met de metro terug naar het hotel. Het is inmiddels al laat en de benen zijn meer dan moe. Tenslotte was het een lange dag.

Zaterdag

Vandaag staat de Breakfastrun op het programma. We hebben goed geslapen en ik word vlak voor de wekker wakker. We moeten naar Schloss Charlottenburg. Makkelijk te bereiken met de metro en een keer overstappen op de trein. Mochten we ons zorgen maken of we het wel kunnen vinden, just follow the crowd! Met een banaan en een halve eierkoek in onze mik staan we een klein uurtje laten tussen duizenden medelopers en een heleboel witte BMW ballonnetjes. Ook hier is het een drukte van belang maar gelukkig valt er weinig te zoeken. Twee INKBURN dames willen met me op de foto vanwege mijn hardloopbroek en een Aziatische dame wil het, tja, waarom eigenlijk? Ach, wat maakt het ook uit. We vinden een paar mede RMD-ers waar we straks de groepsfoto mee maken en klokslag 9:30 mogen we beginnen met rennen.

Nou ja, rennen. Het is meer snelwandelen, maar dat is ook de opzet. Het is al best warm en dat Berlijn zo’n vlak parcours heeft geldt niet voor de Breakfastrun als we minstens twee heuvels op rennen. De sfeer is gemoedelijk en onderweg spreken we meerdere mensen. Na 5 km komen we aan bij het Olympisch stadion waar we zeker weten stilstaan voor de nodige foto’s. Hoe gaaf is dat? De laatste kilometer is langs het stadion naar de achterkant, dan de tunnel door en uitkomen midden in het stadion waar we een rondje over de atletiekbaan mogen lopen. Dan zie je pas goed hoeveel mensen er zijn. Het zijn er meer dan menig hardloopwedstrijd in Nederland.

Eenmaal het stadion door lopen we weer naar buiten en treffen, opnieuw na de nodige foto’s te hebben gemaakt, de andere RMD-ers. Samen lopen we naar het veld waar we ontbijt krijgen. Een chocoladecroissantje, yoghurt, water, chocomelk, een appel en een Berliner Bol. Jammie. Als we na het ontbijt weer naar buiten lopen staan we voor de ingang van het stadion en maken we onze groepsfoto met de olympische ringen op de achtergrond. We nemen afscheid en ieder gaat weer zijn weg.

In ons geval is dat richting hotel om te douchen en om te kleden. We hebben besloten om toch maar fietsen te huren om proberen wat minder te lopen. De eerste stop is de Fernsehturm toren. Eenmaal daar blijkt dat we kaartjes kunnen kopen voor twee uur later. Geen probleem, dan gaan we tussendoor naar de Wall Gallery, een stuk muur dat door diverse kunstenaars is beschilderd. Van daaruit fietsen we weer naar Checkpoint Charly en na een pauze bij de McDonalds terug naar de toren. Onderweg de wegversperringen van het parcours omzeilend.

Bij de toren krijgen we opnieuw te maken met onregelmatigheden. Hadden ze ons verteld dat we om 15:20 de toren op mochten, blijkt dat het zo druk is dat de wachttijd nog een uur extra is. Niet alleen hebben we daar geen zin in maar bovendien redden we dat niet omdat we de fietsen om 17:00 terug moeten brengen. We hebben dan ook zwaar de pest in als we de kaartjes weer inleveren om ons geld terug te krijgen. Deutsche Gründlichkeit my ass…

We sjezen weer terug over Unter der Linden om nog even de Postdammer Platz aan te doen en van daaruit via het park terug naar de fietsenverhuur. Ondanks de voorzorgsmaatregelen heb ik opnieuw hele vermoeide benen, eigenlijk ben ik helemaal moe. Niet de beste manier om rust te nemen de dag voordat je een marathon moet lopen. Nou ja, daar is nu toch niets meer aan te doen. Na een uurtje in het hotel wandelen we een klein stukje naar het restaurant waar we met Menno en Rachelle hebben afgesproken. Een Italiaan, what else? Een flink bord pasta moet morgen maar een beetje compenseren.

Frank wil heel graag pannenkoeken eten morgenochtend dus na het eten zoeken we een tentje dat crêpes verkoopt. De eerste heeft in tegenstelling tot wat de website zegt geen crêpes, de tweede is 850 meter lopen en sluit binnen een kwartier maar de derde hebben we beet. Een koffietent die ook pannenkoeken serveert met kaneel en suiker. Zulke sjieke pannenkoeken hebben we nog nooit gehad. De prijs is er ook naar maar Frank is blij en dat is onbetaalbaar. Terug in het hotel kan ik eindelijk met de benen omhoog en gaat het licht gauw uit. Morgen D-Day. Of moet ik zeggen B-Day?

Zondag

Ik word wakker van gestommel in de kamer naast ons. De eerste gedachte die door mijn hoofd schiet is B-Day! Door een spleet van mijn dikke ogen kijk ik hoe laat het is. 6:30, een uur voor de wekker. Ik voel vlinders in mijn buik en realiseer me dat het te laat is. Ik ben wakker en verder slapen heeft geen zin meer. Toch draai ik me om en doe mijn ogen weer dicht. Tevergeefs, een kwartier later lig ik naar het plafond te staren. Omwille van Frank zal ik het nog drie kwartier uit moeten houden. Ik doe een spelletje op de iPad en dan is Frank ook wakker. Eindelijk mag ik aan de slag.

Ik wil 8:15 de deur uit maar het wordt 8:20. Gelukkig hou ik altijd rekening met marge. We nemen een halte met de metro en wandelen de rest naar het startgebied. Opnieuw is het een kwestie van ‘follow the crowd’. Bij de Reichstag wachten we op Menno en Rachelle. Vanwege de drukte op het netwerk wordt het even bellen voor we elkaar hebben gevonden maar dan kunnen we het terrein op. Rachelle neemt afscheid en stapt op de fiets naar het eerste supporterspunt.

Eenmaal binnen komen we Marilene tegen. Ik moet inmiddels enorm plassen en we moeten ook de tas nog afgeven. Er staat een rij van hier tot Tokio voor slechts een paar Dixies. We sluiten toch maar aan terwijl Frank de tas wegbrengt. We krijgen echter bericht dat in de startvakken er veel meer Dixies staan en praktisch leeg zijn dus we wagen het er maar op. Onderweg er naar toe wil ik het eigenlijk toch wel kwijt dus ik zoek een plekje naast een afvalbak terwijl de rest me afschermt. Opgelucht kunnen we nu verder lopen en het blijkt een goede zet als inmiddels in het startvak ook dikke rijen voor de Dixies staan. Now we wait.

Het is enorm druk. Om 9:15 vertrekken de toppers maar wij moeten wachten tot 10:05 voordat we eindelijk naar voren mogen en ook voor ons het startschot klinkt. Ik ben dan minimaal nog een keer naar de WC geweest. De eerste kilometers zijn een drama. Alhoewel we met zijn drieën oplopen zijn we meer bezig met elkaar in de gaten houden en zigzaggen dan in ons ritme komen. De enorme drukte en het feit dat we het laatste startvak hadden maakt dat er veel langzame mensen zijn, mensen die naast elkaar lopen of zelfs spontaan gaan wandelen, al na 1 kilometer. Het kost veel energie en bovendien is het warm. Maar we doen wat we kunnen.

Mijn eerste prioriteit is Frank niet kwijtraken en dat is best een hele opgave. We lopen twee kilometer door het park voordat we met een bocht richting het noorden gaan. Plots zie ik Frouke voor me lopen. What are the odds? Tussen al die duizenden mensen, zelfs als we in het zelfde startvak stonden. Ik zeg gedag maar ze is duidelijk gespannen. Gelukkig kan er voor de foto nog een glimlach af. We lopen door richting het 5 kilometerpunt. De waterpost gebruik ik om even mijn flesje te vullen, mijn mond te spoelen en er gaat minstens ook een bekertje over mijn gezicht. Ervaring heeft me geleerd dat als het warm is continue koelen het devies is.

Op kilometer 8 komen we op bekend terrein. We zijn nu vlak bij ons hotel en lopen langs ‘onze’ metro halte. Rachelle staat hier ook langs de kant en we zeggen gedag. Ik maak me een beetje zorgen. Heb ik de afgelopen dagen last gehad van mijn rechterbil en been, is het nu mijn linkerbil die aan het protesteren is. En ik ben nog niet eens op 10 km! Nou ja, we zien wel waar het schip strand. Tegen de tijd dat we bij het 10 km punt aankomen zijn we Menno zo’n beetje kwijt. We laten hem maar gaan.

We lopen nu langs de Fernsehturm en het Alexanderplatz en herkennen waar we gisteren gefietst hebben. De waterposten worden nu frequenter en vlak voor het 15 km punt krijgen we ook nog bananen en tot mijn grote en aangename verrassing stukjes appel. Heerlijk vind ik dat en tegenwoordig probeer ik dat ook altijd te regelen. We zijn bij een ietwat saai stuk beland. Er staan weinig mensen en ik weet eigenlijk niet zo goed waar ik loop dus ik kan me ook geen voorstelling maken van de verdere route. Het grootste vermaak zijn de diverse bands langs de kant. Ik ben dan ook blij als we eindelijk het halve marathon punt bereikt hebben. Het doel van 10 km per uur halen we bij lange na niet, mede doordat het in het begin zo druk was. Pas nu beginnen we ruimte te krijgen om te lopen. We zitten op 2:14 dus theoretisch zit een sub 4:30 er nog in. Een PR voor Frank gaat het echter zeker niet meer worden. Helaas, het kan niet iedere keer feest zijn.

Na de helft begin ik lekker aan mijn runners high. Mijn linkerbil is gestopt met protesteren en mijn rechterbil heeft het vrolijk overgenomen. Maar de pijn is draagbaar, wordt niet erger en voelt enigszins verdoofd aan dankzij mijn high. Frank daarentegen begint het zwaar te krijgen. Hij heeft zoals inmiddels bekend veel last van de warmte en ook mentaal moet hij zijn best doen. Ondertussen lopen we opnieuw op plekken die ik niet ken maar het publiek is wel wat aangetrokken. En ook Rachelle staat weer langs de kant. Vanwege mijn high wil ik ook nog wel wat dansen bij de diverse bands en ik begin er steeds meer plezier in te krijgen. Dan zie ik een vrouw met een snel gemaakt bord staan. Kipchoge heeft het wereldrecord verbroken. Hoe gaaf is dat? En wij zijn er bij! Ik zoek het voor de zekerheid nog even op internet en krijg bevestigd dat het nieuwe record op 2:01:40 staat. Wow! Hij is mijn nieuwe held. En het maakt de medaille van dit jaar nóg mooier en specialer want hij staat op de achterkant.

Vanaf 25 km wordt het een kwestie van afwisselend rennen en wandelen. Frank zit er nu echt doorheen en heeft steeds vaker even een momentje nodig om bij te komen. En ook komen we onderweg Menno weer tegen. Zijn scheenbeenblessure is op gaan spelen en hij heeft pijn en moet regelmatig wandelen. Kutzooi. Ondertussen worstelt ook Frank zich naar de 30 km terwijl mijn energie zich steeds meer en meer opkropt. Ik gooi het er maar uit bij het dansen en springen en af en toe een foto maken, onder andere van ‘Koning Frank’, om daarna weer een sprintje te trekken richting mijn eigen Frank. Het begint net als Valencia te voelen alleen toen ging het met Frank wel een stuk beter.

Op 31 km spreek ik het hardop uit. ‘Ik vind marathons rennen leuk!’ Ik weet precies wat Frank daar op gaat antwoorden. ‘Dit is mijn laatste marathon.’ En dat lijkt me niet eens zo onverstandig. Trailen is veel meer zijn ding en daar zou hij makkelijk 42 km kunnen rennen, maar die lange afstanden op een wegwedstrijd? Nee, daar is hij niet voor gemaakt. Op 32 km staan o.a. Stans en Inge. Running Angels die gekomen zijn om Frouke aan te moedigen maar die ik ook ken van de Anita meisjes. Ik spring op ze af, wat is het toch leuk als er bekenden langs de kant staan! We kletsen even, maken een fotootje en gaan dan toch weer door. We moeten nog een stukje.

Dan komen we op een plek die ik wél herken. De Kurfürstendam! De sjieke winkelstraat van Berlijn waar ook de Gedächtniskirche-Kirche staat. Ook hier stop ik voor een foto met een berenstandbeeld en probeer Frank uit te leggen waar we zijn. Het komt maar half aan. Om de hoek is het 35 km punt. Op 36 km komen we Rachelle nog één keer tegen. Ik praat even met haar maar Frank loopt door, bang dat hij anders helemaal niet meer op gang komt. ‘Nog maar 6 km te gaan’, probeer ik opgewekt tegen Frank aan te houden. Het volgende ijkpunt is de Potsdamer Platz. Inmiddels is het publiek aardig toegenomen en worden we regelmatig aangemoedigd. Frank loopt te mopperen over verwarring over de kilometerborden omdat het lijkt dat de 38 en 39 wel erg dicht op elkaar staan en zijn klokje zelfs al veel meer aangeeft. Ik kan me er niet druk om maken.

Aan het eind van de LeipzicherStrasse is het alleen nog de hoek om en mogen we richting de Brandenburger Tor lopen. Een Hollander probeert bij ons aan te haken maar redt het niet. Ik ga toch nog een keer naar de WC en trek weer een sprintje richting Frank. Als we bijna bij 41 km scheidt mijn klokje er mee uit. Ik baal en bedenk dat ik hem gisteren toch nog even vol had moeten maken na de Breakfast run. Maar eerlijk gezegd had ik dan ook niet verwacht dat we er zo lang over zouden doen. We maken nog twee hoekjes alvorens we pas echt Unter der Linden lopen en we de Brandenburger Tor ook daadwerkelijk zien. We stoppen slechts nog om heel even een foto te maken. En dan is daar het ultieme moment. We lopen onder de Brandenburger Tor. Door het midden, want daar liepen vroeger ook de keizers.

Voorbij de Tor staan de toeschouwers nu rijen dik. Ik geniet met volle teugen, een goedmakertje voor afgelopen Rotterdam toen ik volledig gefocust op mijn sub 4 helemaal naar de klote niets mee kreeg van de Coolsingel. Nu leg ik springend, huppelend en dansend de laatste 200 meter af en het publiek vindt het fantastisch. De organisatie blijkbaar ook want mijn naam wordt omgeroepen en ik kom vol in beeld op de videoschermen tot we bij de finish zijn. We hebben het gehaald in een nettotijd van 4:50:40. Nou ja, op die ene seconde langzamer van Frank na dan. Het blijft een vloek.

We halen onze medaille op, proberen nog even op Menno te wachten maar aangezien we ook de tas nog moeten halen en ik mijn medaille wil laten graveren gaan we toch maar weg. Bovendien vermoed ik zo dat Menno helemaal stuk zal zijn en gelijk naar het hotel gaat. Ik krijg gelijk als we tien minuten later een appje krijgen. Hij heeft het in elk geval gered en was maar 6 minuten achter ons. De tas halen en medaille graveren gaat relatief snel en we strompelen richting metro. Ik voel mijn been nu ook wel. Nu mijn runners high plaats maakt voor vermoeidheid keert de pijn terug en verandert mijn rechterbeen langzaam in een blok beton. Als ik in Zuid-Afrika wil lopen zal ik daar echt eerst wat aan moeten doen.

Eenmaal in het hotel douchen we en kleden ons om en na een uurtje chillen krijgen we een teken van leven van Menno. Op naar het bier, iets te eten en dan ons bed opzoeken om de volgende ochtend weer terug naar Nederland te rijden. Wir haben es geschafft. Met wat moeite maar toch. We hebben nu twee van de zes majors gelopen en ik mag officieel zeggen ‘Ich bin ein Berliner’. 

First we took Manhattan. Today we took Berlin!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.