Amerongse Bergtrail

Het is eindelijk lente! Tenminste, in elk geval voor dit weekend. Dus wat doe je dan als na maanden van donkere grijze regenachtige dagen de zon zich laat zien? Dan ga je lekker buitenspelen!

Want zoals ik Frank naar allerlei wegwedstrijdjes sleep, sleept hij me mee de bossen in om te trailen. En dat werkt precies hetzelfde. ‘Schat, ik ga de Amerongse Bergtrail lopen.’ ‘Wanneer is dat?’ ‘Zaterdag 16 februari, ergens in de ochtend.’ Even checken of ik geen springles heb met de paarden. Nope, dan kan ik wel een keer overslaan. ‘Is goed lief, schrijf mij ook maar in.’ Vervolgens krijg ik instructies over hoe laat ik klaar moet staan op de bewuste dag. ‘Hoe ver is het eigenlijk?’ ‘20 km’ ‘Ok’. En dan weet ik hoe ik mijn schema voor die week moet indelen.

We hoeven pas om 12:00 te starten dus het is niet zo allejezus vroeg. De vraag blijft echter nog steeds, wat trek ik aan vandaag? De voorspelde 15 graden moet zeker langzaam opbouwen want als we de deur achter ons dichttrekken is het nog best fris. Het wordt driekwart broek en een enkel shirt. Ik gok het er op en omdat ik ook nog mijn camelback om heb zal het wel meevallen. Het wordt tevens iets bloemigs, tenslotte is het lente. Nou ja, soort van zei ik al. 

Het voelt raar, het is pas zaterdag. Volledig buiten mijn routine om dus, want normaal gesproken rij ik nu paard en doe daarna boodschappen. In plaats daarvan rijden we ergens richting het oosten van het land. En naast mijn bloemige nieuwe broek en shirt heb ik sinds twee dagen ook een nieuw klokje, een Garmin Fenix 5s. Ook wennen. Valentijnskadootje van mijn lief. Hij wilde hem met kerst al geven en ik riep: ‘Doe maar voor mijn verjaardag.’ Maar hij kon niet wachten dus tijdens de pannenkoeken vanochtend gelijk een spoedcursus menustructuur Garmin gehad en de route er in gezet. Want als je iets doet moet je het goed doen.

We kunnen makkelijk parkeren en komen er gauw achter waarom. We moeten nog minstens een kilometer lopen naar de start namelijk. Een of andere boshut waar het een drukte van belang is. We zijn vroeg en genieten van het zonnetje voordat de hele goegemeente bijeen komt voor een speech van de organisator. Ik krijg een beetje Barkley Marathon gevoel als ik een kalende man met een lange grijze baard een speech hoor geven over trailen, het parcours, geen afval achterlaten en het startsein gewoon een ‘Gaan’ is. En dus gaan we maar.

De eerste kilometer is het nog fris maar we warmen al gauw op. Ik ben nu al blij met mijn enkele shirtje. We zitten redelijk achteraan het deelnemersveld, helemaal als Frank vlak na de start moet plassen en ik een losse veter moet vastmaken. Maar ach, het is een trail en dan is snelheid niet belangrijk. Een trail die overigens gelijk al best pittig blijkt te zijn met heuvels en vals plat. Na ongeveer 2,5 km zijn we vlak bij waar we begonnen zijn en staat er een verzorgingspost. De beoogde spekkies hebben ze helaas niet, in plaats daarvan graai ik een handje Jelly Beans en toch ook wat chips omdat die zo lekker zout zijn. Tenslotte is het toch alweer ruim 3 uur geleden dat we pannenkoeken gegeten hebben.

We gaan weer verder en krijgen een behoorlijke lange steile heuvel. Oh ja, ik moest heuveltraining doen geloof ik voor Zuid-Afrika. Mijn mantra is vandaag dan ook ‘Chapmans Peak, Chapmans Peak’. Het voordeel van omhoog is dat je ook weer naar beneden mag. Jammer genoeg moeten we daarna gelijk weer omhoog. Dit keer richting de ‘eenzame eik’. Frank heeft hier een tijdje terug een Social trail gedaan en kent hem al, maar ik moet natuurlijk nog even met hem op de foto. Daarna rennen we weer naar beneden. De route in mijn klokje doet zijn werk want in ons enthousiasme missen we de afslag waarop het horloge verschrikt ‘off route, off route’ schreeuwt. Kut, moeten we weer een stuk omhoog om alsnog naar links af te slaan. Dat is het nadeel van trail. Je loopt soms als een kip zonder kop achter mensen aan zonder op de bordjes te letten.  En dat blijkt als we even later bijna weer verkeerd dreigen te rennen.

We gaan nog een keer langs de eik en hobbelen vrolijk door met iets minder heuvels tot aan de 12 km, waar de volgende verzorgingspost staat. Ik val opnieuw aan op de chips en de Jelly Beans want ook nu moet ik teleurgesteld constateren dat er geen spekkies liggen. En weer door. Het venijn zit hem in de staart want rond de 16 km komt de gemeenste heuvel die ik in tijden tegen gekomen ben. ‘Chapmans Peak, Chapmans Peak’, hou ik mezelf maar weer voor maar echt van harte gaat het niet. Gelukkig weet ik dat aan alles een eind komt, ook aan een gemene heuvel. En dan mogen we weer lekker naar beneden. Ik ben er eerlijk gezegd wel een beetje klaar mee. We krijgen nog een paar kleine stukjes omhoog en dan komt het verlossende bordje. Nog 1 km. En het mooiste van alles? Hij is volledig down hill. 

We laten ons lekker vallen tot aan de finish. Daar staat onze Barkley man iedereen persoonlijk een high five te geven. Ik vind het best. Ik zet mijn klokje uit en val opnieuw aan op de chips en Jelly Beans, later terug te zien op een foto op Instagram. Tevens krijgen we een biertje aangeboden en omdat het nog zonnig is vleien we ons neer op het terras om kroketten te eten. Tenslotte moeten we ook lunchen. Tegen de tijd dat we thuis zijn hebben we bedacht dat we naar de film willen en daarna spareribs eten, dus boodschappen doen zit er niet meer in. Gelukkig hebben we morgen nog, tenslotte is het pas zaterdag. 

Kunnen we morgen mooi nog een rondje hardlopen voor de zondagroutine!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.