Asynchroon


Marathonweekend! Met andere woorden, het feest kan weer beginnen. Vrijdagochtend lekker vroeg beginnen op de zaak zodat ik op tijd naar huis kan dus gaat om 12:30 de laptop uit, ontvang ik nog even de succeswensen van de collega’s en stap ik in mijn auto richting huis.

Het zonnetje schijnt en ik ben in mijn opperbeste humeur. Ik mag zondag #demooiste lopen. Eenmaal thuis kleed ik me om en wacht tot Frank ook klaar is. Samen rijden we naar de plas en lopen we nog een rondje van 5 km, gewoon lekker ontspannen. Daarna gelijk boodschappen doen en omdat ik inmiddels best wel trek gekregen heb haal ik even snel een broodje bij de Italiaanse traiteur. Thuis douchen en opnieuw omkleden, ditmaal in iets makkelijks. Dan richting het centrum van de stad.

Het is alweer aan de late kant dus op de scooter springen en dan snel richting de expo om de startnummers op te halen. Daar overvalt het me weer, de zenuwen, de opwinding, de vlinders in mijn buik. Ik heb er zo’n zin in! Foto hier, foto daar en dan even aan alle standjes op de expo ruiken. Ik wil alles kopen, alles hebben, met name al die dingen waar ik niks aan heb, nooit ga gebruiken of waar ik er al 300 van heb. Het maakt niet uit, ik moet het hebben. En natuurlijk leg ik het ook gewoon braaf weer terug. Tenslotte heb ik er niks aan, gebruik ik het nooit of ik heb er al 300. Daarna gelijk door. Vanavond komen Jenny & Gaston en ik heb ook nog een uur massage in de agenda staan. Om helemaal optimaal aan de start te verschijnen zondag. Thuis eten we iets makkelijks, gewoon ordinair een patatje met een stukje biefstuk. Als Jenny & Gaston er zijn praten we bij terwijl ik mijn nagels in Rotterdams groen en wit lak en zoeken daarna ons bed op.

De volgende dag slapen we een beetje uit. Nou ja, relatief gezien dan. We ontbijten uitgebreid en als iedereen zo’n beetje klaar is gaan we naar Blijdorp voor een wandeling. In de loop van de middag tijd voor lunch en gaan we richting centrum. Traditiegetrouw vraagt dit een pannenkoek met spek en stroop. Stapelen noemen ze dat, maar ik gebruik het gewoon als excuus om al die dingen te eten die slecht voor me zijn of waar ik dik van word. Maar niet dit weekend. En zo wel, boeien! Dat lopen we er daarna wel weer af. 

Om een uur of vier is de City Mini Marathon waar een aantal bekenden meelopen, dus gaan we kijken, sfeer proeven en genieten van de drukte en het mooie weer. Aan het eind van de middag weer richting huis. Qua avondeten wordt het natuurlijk pasta om daarna traditiegetrouw te lachen en te huilen bij ‘De Marathon’. Prachtige film, ook al heb ik hem al zo’n 7 keer gezien, exclusief de musical. Dan leg ik mijn spullen klaar en laat niets aan het toeval over zodat ik de volgende dag alles heb zoals ik het hebben wil en niks kan vergeten. Dan toch echt proberen om op tijd naar bed te gaan want de volgende dag moeten we weer vroeg op.

Ik slaap redelijk goed en ben gelijk wakker als de wekker gaat. Snel douchen en mijn dagelijkse routine van planken uitvoeren. Ja, ook op de dag van de marathon doen we dat gewoon braaf. Ik vlecht mijn haren, kleed me aan en zoek mijn spullen bij elkaar. De zenuwen en de opwinding slaan toe en ik loop als een kip zonder kop rond, iedereen voorzichtig manend om een beetje op te schieten. Ik wil er naar toe, het liefst zo vroeg mogelijk. Typisch gevalletje van FOMO. Als iedereen eindelijk klaar is gaan we met de metro richting Engels, waar ook dit jaar de Green Room weer geïnstalleerd is, de ontmoetingsplek van de RMD Facebook community. Daar is het een hartelijk weerzien van al onze hardloopvrienden, de een nog zenuwachtiger dan de ander. Voor de meesten is Rotterdam niet nieuw maar er zijn er ook voor wie het de eerste keer is. Je haalt ze er zo uit aan de gespannen koppies te zien. Zo zag ik er waarschijnlijk 5 jaar geleden ook uit. Dit jaar is het anders, maar niet minder leuk.

Dan is het tijd om naar de start te gaan en ik duik nog een keer het toilet in, wetende dat ik toch nog drie keer moet, tot aan in het startvak toe. Vorig jaar was de rij te lang en de wachttijd te kort en werd het straatwerk. Dat probeer ik dit jaar te vermijden. Dan zingt Lee en kan ik de emoties niet bedwingen. Mijn ogen worden vochtig, ik krijg de bekende brok in mijn keel en het kippenvel staat wederom duimendik op mijn armen. Na 2015 is het nummer nooit meer hetzelfde geweest, nu zit er betekenis achter die nooit meer weg gaat. Daarna de heartbeat en het afschieten van de eerste startwave. Wij zitten in drie en hoeven niet al te lang te wachten. Ik kus Frank succes en doe mijn muziek in. We hebben afgesproken om in elk geval het eerste stuk samen te lopen en van daaruit kijken we wel verder. Even afhankelijk van hoe ik me voel, hoe Frank zich voelt en hoe het gaat. Daarna weet ik het niet meer. Uiteindelijk zullen we allebei finishen, mijn enige doel is gewoon lekker lopen.

Het hele traject is een groot feest. Een feest op zich, maar ook een feest van herkenning. De route, de gezelligheid, de bekenden langs de kant. Vin Diesel riep het ooit in een film: ‘I live for this shit!’ En alhoewel ik de film niks vond heb ik de uitspraak geadopteerd. Eenmaal over de finish is het weer een mengelmoes van emoties. Trots dat ik het weer geflikt heb, verdrietig dat het weer voorbij is, opgeladen van alle positieve energie en opgelucht dat het allemaal goed gegaan is. Gauw mijn medaille laten graveren en dan terug naar Engels om het feestje nog even voort te zetten. Kijken hoe het iedereen is vergaan, een zak chips open te trekken en een cola te drinken. ‘En het was nog lang onrustig in Rotterdam…’ Dan uiteindelijk richting huis om daar alles in gedachten nog even dunnetjes over te doen. Na een warm bad en een lekkere maaltijd duiken we aan het eind van de dag in bed, moe maar voldaan. Maandag lekker vrij.

Marathon weekend. Zondag loop ik de marathon van Rotterdam. Een fantastisch feestje. Alleen er is maar één maar…

… ik loop de marathon van Rotterdam niet. Het is waar dat ik ingeschreven heb. Ik heb ook een startbewijs gekregen waar ik een startnummer mee opgehaald heb. Ik heb een hardloopsetje en voedsel klaarliggen. Maar zondag loop ik een trainingsrondje van 42,195 km. Ik loop dat trainingsrondje met ruim 14.000 anderen. De route is uitgezet, er is verzorging onderweg geregeld en ik krijg een kadootje na afloop, maar ik loop niet de marathon. Het is niet het einde van een lange trainingsperiode, niet de kers op de taart, niet de afsluiting van het voorjaarsloopseizoen. Na zondag ga ik pas beginnen met taperen, loop ik de hele week gewoon door en moet ik twee weken later pieken. Als iedereen zo’n beetje uit zijn roes stapt zit ik er nog volop in. Ik heb nog een doel, ik moet nog heel blijven en ik moet de spanning nog opbouwen. En dat voelt heel erg asynchroon.

Ik blijf mezelf verbazen. Inmiddels loop ik bijna 9 jaar hard, heb 7 marathons op mijn naam staan waarvan 4x Rotterdam en de muur bezwijkt bijna onder het ijzer van al die andere loopjes. En toch begrijp ik nog steeds niet hoe ik zo verslaafd heb kunnen raken aan iets waar ik een hekel aan had. Zou haat en liefde dan toch zo dicht bij elkaar liggen? Hoe het ook zij, ik heb inmiddels ontelbaar veel gelopen. Maar ik heb sinds die eerste keer in 2015 altijd naar de marathon toegeleefd. De marathon was namelijk het hoogst haalbare. Dit keer is het een tussenstation. Mijn echte uitdaging is pas over twee weken.

Maar desondanks dat ik dit keer als een soort party crasher meeloop doet dat niks af aan iedereen voor wie het wel het officiële feestje is. Of dat nu voor de eerste, de vierde of de tiende keer is. Of dat nu voor de hele, de halve, de kwart of de mini is. Zelfs of dat nu als loper, als vrijwilliger of als supporter is. Maar in welke hoedanigheid je ook deelneemt aan het feestje heb ik maar één advies. Hetzelfde advies dat ik zelf ook meeneem naar Zuid Afrika. Je hoeft namelijk maar een ding te doen.

Geniet!

Ik wens iedereen dan ook heel veel plezier en succes a.s. zondag. En als alle rust weer is wedergekeerd, als de spierpijn is weggetrokken, de medaille op zijn ereplek hangt, de posts op Social media weer over andere zaken gaan en er voorzichtig weer nagedacht wordt over het volgende doel. Als je op paaszaterdag lekker aan je paasontbijtje zit nadat je lekker uitgeslapen bent en gedoucht hebt en je op het punt staat om de deur uit te gaan. Als je bij de bakker staat om een vers brood te kopen of bij de slager een kipfiletje bestelt, langs het voetbalveld van je kinderen staat, op je paard stapt voor een buitenrit of je buikspieren aan het trainen bent in de sportschool. Denk dan even aan mij als ik op 42,195 km aan de steile klim van Chapmans Peak begin op weg naar de laatste 14 km, verder dan ik ooit gelopen heb.

Heel eventjes maar…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.