Old Mutual Two Oceans Marathon: Four seasons in one day

Departure day

De wekker gaat weer veel te vroeg, maar gelukkig valt vandaag weer onder de uitzondering waarop ik het niet erg vind om vroeg op te staan. Ik ga namelijk op vakantie. Een hardloopvakantie, dus het is dubbelop als je meerekent dat ik voor hardlopen ook geaccepteerd heb dat ik vroeg op moet. Een kwartier later dan gepland zitten we in de auto op weg naar Schiphol en voor de verandering zit ik niet continue te denken aan alles wat ik misschien ben vergeten. Eenmaal aangekomen mogen we inchecken. Shit, we zitten niet naast elkaar. Nou ja, het is niet anders. We doorlopen het incheckprogramma als een lichte paniekaanval zich van mij meester dreigt te maken. Er wordt naar de Visuminformatie gevraagd. Visum? VISUM??? We hebben helemaal geen Visum en daar weet ik ook helemaal niks vanaf? Adem blijven halen en even goed lezen. We kunnen de stap overslaan en inchecken. De rijen voor het afgeven van de koffers, de securitycheck en de paspoort controle duren eeuwig en na een haastig McDonalds ontbijtje staan we net op tijd in de rij om te boarden. Voor mij hoor ik een oudere dame zich afvragen: ‘Hoe kan je in godsnaam 56 km achter elkaar hardlopen?’ Ja, hoe kan dat? Als ik eenmaal hoog en droog in het vliegtuig zit kan ik eindelijk ontspannen. Ik zit bij de andere vier mensen uit de Tui groep, Frank drie rijen achter mij. Het feest kan eindelijk beginnen. Na een lange maar comfortabele vlucht komen we aan in Kaapstad en worden we netjes opgehaald en bij het hotel afgeleverd. De kamer is prima en we duiken snel in bed. Morgen start ons Zuid Afrika avontuur.

Day 1

Zonder wekker worden we alsnog vroeg wakker. Dit keer mogen we nog even blijven liggen alvorens we ons op het meer dan uitgebreide ontbijtbuffet van het hotel storten. Pannenkoekjes met smarties en marshmallows, droom ik nog? Verder een omeletje, croissantje en vooruit, een jambroodje. Na het ontbijt gaan we op pad op zoek naar cash. Ik vind het altijd prettig om iets op zak te hebben en volgens Google Maps zit niet ver hier vandaan een ATM. Het wordt een blokje om het hotel als we bij een klein winkelstraatje uitkomen met meerdere banken, waaronder de Old Mutual. Nou ja, blokje, het zijn meer NewYorkiaanse toestanden. Daarna terug om naar de Expo te gaan.

We hebben in het vliegtuig al kennis gemaakt met Sandra, Chris, Peter en Gea, de andere vier ‘deelnemers’ die via TUI geboekt hebben en ons dan ook zullen vergezellen tijdens de excursies. We hebben afgesproken om met elkaar richting Expo te lopen, 5 minuten bij het hotel vandaan. We zijn vroeg en moeten aansluiten in de lange rij wachtenden ondanks onze VIP brief van de lokale touroperator, Penthouse Travel, maar om 10:55 mogen we dan toch al naar binnen. Als eerste komen we in de registratieruimte waar we Frank zijn startnummer voor de trail oppikken. Zo, die is binnen. Nu alleen het T-shirt probleem nog oplossen want in maatje S gaat hij écht niet passen. Hoe dat gebeurd is snappen wij ook niet. De baliemedewerker doet moeilijk en zegt dat ruilen niet kan, de supervisor die rondloopt snapt het probleem en geeft Frank wel een L. Geregeld! Nu kunnen we de Expo op.

We lopen door naar de stand van Penthouse Travel terwijl ik tussendoor nog een kreet op de ‘motivation’ wall van Adidas, de hoofdsponsor, plak. Bij Penthouse hebben ze alles al voor ons opgehaald, inclusief mijn heren M shirt omdat mijn gewenste dames L al uitverkocht was bij de inschrijving. Natuurlijk waag ik een poging bij de dames T-shirt uitgifte om te ruilen maar de dame achter de balie is onverbiddelijk. Ruilen is geen optie. Of ik nu smeek, boos word of huil, ik heb gekregen wat er op mijn inschrijving staat en bovendien ‘is de heren M bijna hetzelfde als de dames L’. Bijna, maar niet helemaal want hij is (te) lang en niet getailleerd. We lopen weg en ik kijk of ik weer een supervisor-achtig iemand zie maar niemand voldoet aan de omschrijving. Frank spoort me aan om het te laten gaan maar ja, zo makkelijk geef ik niet op. We proberen het nog een keer bij de mannen balie. Die doen net zo moeilijk maar we bespeuren een greintje twijfel. Frank is dit keer degene die zijn pitbull genen inzet en hapt vast om niet meer los te laten. Inmiddels met de beste man weer bij de damesshirts beland blijft hij nee zeggen terwijl ik het dames showmodel M pas, dat eigenlijk ook best goed zit. Doe die dan maar. We blijven zeuren maar de M shirtjes zijn al bijna op dus dat gaat echt niet. Frank speelt in op zijn gevoel als hij ‘Ben jij nou de baas?’ vraagt. Dan breekt hij. Het beste dat hij voor me kan doen is me een dames L geven. ‘Vooruit dan maar’, zeg ik heel onschuldig vriendelijk lachend terwijl ik hem bedank, het shirt aanpak en triomfantelijk wegloop. Nu kunnen we de Expo gaan bekijken.

We lopen wat rondjes maar zien eigenlijk niks bijzonders. Het is meer van hetzelfde en if you have seen one, you have seen them all. Dan spot Frank ineens een stand van Anita Active en natuurlijk stel ik me even voor, maak een praatje en ga met ze op de foto nadat ik trots verteld heb dat ik al bijna 5 jaar ‘Anitalady’ ben. Omdat de tijd begint te dringen eten we een pizza op de Expo om vervolgens terug naar het hotel te lopen. Over een kleine 20 minuten moeten we alweer klaarstaan voor onze excursie naar Cape Point. Ondertussen krijg ik bericht uit Nederland. De inschrijving voor de marathon van Athene is geopend. In de drie minuten die we nog hebben voor vertrek schrijf ik ons gauw in. Zo, ook weer geregeld. Het moet niet gekker worden. Aan de vooravond van die belachelijke 56 km sta ik me alweer in te schrijven voor het volgende marathon avontuur. En ook geen makkie schijnt. 

Om 13:30 sharp stappen we bij Mark in de bus, onze gids voor de rest van de middag. Hij rijdt ons richting Cape Point, via de route langs de Atlantische Oceaan en waar we zaterdag het moeilijke stuk van Chapman’s Peak krijgen. Het uitzicht is schitterend en ik maak uitgebreid foto’s voor het geval ik daar zaterdag niet meer toe in staat ben. Van daar uit rijden we door naar het National park van Cape Point, maar eerst stoppen we nog voor een drankje en een ijsje voor het meisje. Het National park is ook prachtig om te zien en we hebben een schitterende dag met een stralende zon. We komen wilde struisvogels tegen en Frank ziet in de verte zelfs een antilope staan. Die kunnen mooi bij het lijstje van de walvis die we eerder zagen zwemmen.

Bij Kaap de Goede Hoop stappen we uit en stappen in de rij met toeristen die een foto willen maken voor het signaleringsbord. Daarna lopen en klimmen we naar boven voor een schitterend uitzicht en een paar selfies. De geschiedenisboekjes van de lagere school komen helemaal tot leven als we boven op een rotsblok staan met uitzicht over de zee. Iets met mannen met baarden. Daarna snellen we weer naar beneden voor de volgende stop, de feitelijke Cape Point waar het park naar vernoemd is. Hier rennen ook Baboons in de rondte. Omdat het al tamelijk laat is besluiten we de kabelbaan naar boven naar de vuurtoren te nemen. Die blijkt al dicht. Nou ja, de laatste staat klaar om naar boven te vertrekken maar de kassa is al dicht. Frank krijgt het weer voor elkaar, we mogen gratis mee naar boven, we moeten alleen naar beneden lopen.

Boven rennen we de trap op naar de oude vuurtoren voor een reeks foto’s om daarna weer gauw naar beneden te rennen. Er zijn ons pinguïns beloofd maar dan moeten we wel opschieten. Dat rennen had ik echter misschien beter niet kunnen doen want eenmaal beneden voel ik het zwaar in mijn linkerkuit en scheenbeen. Hopelijk trekt dat nog weg voor zaterdag. Een half uur rijden later zijn we bij de Boulders waar inderdaad een heleboel pinguïns zitten. De camera draait overuren, helemaal als de megagrote volle maan opkomt. Dan is het toch echt tijd om de excursie af te ronden en dat mag ook wel want we zijn uiteindelijk twee uur later dan gepland terug in het hotel en we hebben zo langzamerhand trek gekregen. We nemen afscheid van Mark en de rest, gaan douchen en wandelen richting het V&A Waterfront, een toeristisch havengebied waar allerlei winkels en restaurants zitten.

Het is nog best een stukje lopen maar het ziet er erg gezellig uit. Na wat zoeken en menu’s bekeken te hebben belanden we bij de belg ‘Den Anker’. We nemen het wild van de dag en krijgen een verrukkelijk stuk Koedoe in rode wijnsaus. Een toetje maakt de dag helemaal af en moe maar voldaan duiken we in bed nadat we alle spullen voor de volgende dag klaar gelegd hebben. Morgen trappen we af. Frank loopt de 12 km trail en ik doe de International Friendship Run met de rest van de groep. De Ultrachallenge 100 van 100. 5,6 km. En dan pas valt het kwartje. 5,6 km is 10% van 56 km. Oh zo…

Pre-race day

De wekker gaat en het is tijd voor Frank om in actie te komen. Terwijl hij staat te douchen check ik mijn mail en krijgen we slecht nieuws. De organisatie van de OMTOM verwacht ‘disruptions’ tijdens de race en hebben besloten om de route te wijzigen. Geen iconische Chapman’s Peak, geen Atlantische Oceaan, geen schitterende views en geen megauitdaging op de hoogtemeters. In plaats daarvan gaan we over Ou Kaapse Weg, een route binnendoor terug naar Kaapstad. Zware teleurstelling gemengd met boosheid en angst. Teleurstelling omdat ik niet de officiële route volg, boosheid omdat het zo slecht geregeld is met de wereld dat er altijd kwaadwillende mensen zijn die de boel willen verzieken en angst opdat er nu niks gebeurt waardoor het helemaal niet doorgaat. Uiteindelijk kies ik maar voor gelatenheid en acceptatie. Ik kan er toch niks aan doen.

We gaan naar beneden om te ontbijten en daarna krijgt Frank de zenuwen. Hij wil weg. De taxi staat al klaar dus hij kan gauw instappen op weg naar zijn eerste uitdaging. Ik ben benieuwd. Hij wil het liefst de 24 km lopen in plaats van de 12 km waar hij feitelijk voor ingeschreven heeft maar ik ben bang dat ze daar moeilijk over gaan doen. Nou ja, ook dat ligt niet in mijn handen. Het voelt vreemd om Frank zo gedag te zeggen en weg te zien rijden, helemaal als ik daarna alleen op mijn kamer zit te wachten tot ik naar de International Friendship Run kan. Ik vul mijn tijd met het schilderen van de Nederlandse vlag op mijn gezicht en lichaam dankzij een goedkoop ‘speciaalvoorkoningsdag’ stiftje dat ik nog gauw even in mijn tas heb gegooid voor vertrek. Dan is het ook voor mij tijd en loop ik naar beneden.

We wandelen gezamenlijk naar de start van de run. Onderweg maken we nog wat foto’s met de Tafelberg op de achtergrond. Ik heb de Nederlandse vlag omgeslagen en draag hem als een cape om me heen. Misschien ook leuk voor Disney. We zijn relatief vroeg en eerlijk gezegd valt het me een klein beetje tegen hoeveel mensen er zijn. Ik zoek naar Michel, onze RMD vriend uit Detroit, maar ik zie hem nergens. De andere hardloopgroepen uit Nederland zijn wel veeltallig aanwezig. Na het introductiepraatje van de organisatie en het uitdelen van allerlei vlaggetjes uit de diverse landen bewegen we ons naar de start. Het is inmiddels enorm mistig geworden. Lekker voor het lopen, jammer van het uitzicht. Wat dat betreft is het echt vier seizoenen op een dag zoals ze dat hier zeggen.

We rennen langs de kust en het tempo zit er best in. Ik maak wat foto’s onderweg en een praatje hier en daar, onder andere met een van de mannen van ‘Hardlopen in Zuid Afrika’. Hij vertelt me goed nieuws en slecht nieuws. In 2015 hebben ze ook de route via de Ou Kaapse Weg gelopen en het goede nieuws is dat we toch de Atlantische Oceaan gaan zien, zij het in de verte, en de route geleidelijker omhoog loopt. Het slechte nieuws is dat we 350 extra hoogtemeters er bij krijgen. En ergens doet me dat dan wel weer goed. Kan niemand zeggen dat ik het makkelijker gehad heb vanwege het feit dat Chapman’s Peak er niet in zit. Ook leer ik dat de ‘disruptions’ te maken hebben met de aankomende verkiezingen en dat ze verwachten dat ze in Hout Bay moeilijkheden willen maken.

De run is uiteindelijk 6 km en na afloop gaan we eigenlijk direct terug naar het hotel. Daar krijg ik bericht van Frank. Hij heeft niet de 24 km kunnen lopen, is klaar en komt naar huis. Ik wacht op hem zodat we samen even kunnen opfrissen en vervolgens met de rest op het terras bij het zwembad gaan zitten voor een drankje. De zon was even terug maar het trekt weer dicht. Rond een uur of 13:00 gaan we richting de Waterfront voor lunch waar Frank voor de springbok gaat en ik een hamburger van iets wilds eet. Ik herken de naam niet maar het smaakt weer prima. Om 15:00 hebben we met Michel afgesproken en nemen nog maar een borrel, figuurlijk gesproken dan. Twee van zijn vrienden sluiten later aan, een Hawaïaanse dame uit Miami en een vriend uit Duitsland. Over International Friendship gesproken.

Aan het eind van de middag nemen we afscheid. Misschien zien we ze morgen nog en anders wie weet waar we elkaar nog eens tegen komen. Er is in elk geval opnieuw een zaadje gepland. Of het ontkiemt weet ik niet, eerst die 56 km maar eens lopen. Maar na de Two Oceans is er iets dat Comrades heet. We lopen nog even langs de supermarkt en zoeken dan het hotel op waar we chillen, ik alles klaar leg voor morgen en we van het buffet eten alvorens in bed te duiken. De wekker staat op 3:30! Are you ready to rumble?

Race day

Ik word half wakker maar de wekker is nog niet gegaan. Geen idee hoe laat het is maar ik wil niet kijken omdat ik dan zeker klaarwakker ben. En dus blijf ik liggen. Als ik later een beetje brak wél van de wekker wakker wordt weet ik dat ik weer in slaap gevallen ben. Jezus wat is het vroeg. Maar we hebben geen tijd om te treuzelen en een half uur later staan we klaar voor het express-ontbijt. Ik heb nul honger, niet in de laatste plaats omdat mijn eten van gisteren nog niet verteerd is, maar ik eet toch wat fruit en twee stukjes van wat een soort wortelcake lijkt. Een banaan en een mueslireep neem ik maar gewoon mee.

We worden exact om 4:30 weggebracht met de bus en zijn iets over 5 in de straat van de start. Ik pak gelijk een Dixie en ook al staan er niet veel mensen duurt het lang. Gelukkig hebben we de tijd. Als ik eindelijk ben geweest moeten Frank en Peter naar hun startvak voor de halve. Ik laat Gea, Sandra en Chris ook alleen om naar startvak C te gaan en te kijken of ik Michel daar zie. Ik ben vroeg en er zijn nog niet veel mensen maar Michel is er nog niet. 10 minuten later stroomt het vol en valt er niks meer te zoeken. Ik sta redelijk vooraan maar een klein half uur voor de start moet ik toch nog een keer plassen. Ik mag via vak B er uit maar moet dan wel weer achter aansluiten. Het zij zo, ik wil toch echt graag plassen. Dus ik ga. Gelukkig ben ik gauw aan de beurt en ren terug naar de ingang. Het is inmiddels behoorlijk vol, maar een paar locals wringen zich tussen de mensen door naar voren en ik glip er gewoon achter aan. Uiteindelijk lukt het me om redelijk terug op mijn oorspronkelijke plek te komen. Daarna duurt het wachten niet lang meer.

Er komt bij tijd en wijlen wat regen naar beneden vallen en ik ben blij met Frank zijn poncho want het is best koud. Dan komt het moment dat het Zuid Afrikaanse volkslied gezongen wordt. Het is geen Lee, maar ik krijg toch een beetje kippenvel. Wat volgt is aftellen en het startschot. De meute komt in beweging en ik ben officieel begonnen aan mijn eerste ultramarathon.

Het is nog donker als we gaan rennen maar het wordt al gauw licht. Achter de gebouwen zie ik het ochtend worden. De eerste 3,5 km gaan direct heuvel op en geven me een voorproefje van wat me te wachten staat. Bovendien is mijn linkerkuit en scheenbeen nog steeds stijf en een beetje pijnlijk. Dan krijg ik zicht op mijn omgeving. We lopen inmiddels in de buitenwijken van Kaapstad waar het contrast tussen arm en rijk pijnlijk duidelijk wordt. Ik ruik zelfs een sterke wietlucht. De enorme stroom hardlopers voor mij lijken surrealistisch in deze omgeving maar de uitzinnige menigte en supporters langs de kant zijn er niet minder om. In de verte heb ik zicht op een berg die ligt te schitteren in een mengeling van donkere wolken en stralende zon. Een pracht van een regenboog op rechts. Een van de vrijwilligers van de verzorgingspost rent enthousiast mee en biedt iedereen die maar wil de plastic zakjes met water of sportdrank aan. Ik moet lachen en op dat moment gaat mijn ‘genieten’ knop vol open. Ik ben de Two Oceans aan het rennen en ik ga er een feestje van maken!

Het eerste stuk tot aan de berg is 13 km lang voordat we de bocht naar links richting de eerste oceaan draaien. We zijn dan inmiddels in Muizenberg beland. Ook hier voldoende animo aan de kant. Dan begint het te regenen. Niet een beetje miezeren maar gewoon een oud Hollandse plensbui. Ik weet niet of ik er blij mee moet zijn. Het koelt lekker af maar zeiknat lopen is niet mijn ding en garandeert schuurplekken. Ik zie voor mij Olaf lopen met een Zandvoort Circuit Run shirt en ik begin een praatje. Maar Olaf begrijpt er niks van. Het blijkt een Duitser die toevallig in Zandvoort heeft gelopen, dus ik wens hem succes en loop maar weer door. De regenbui duurt gelukkig niet lang en tegen de tijd dat we de Atlantische/Indische Oceaankust bereiken is het alweer droog. Ook nu weer vier seizoenen in één dag. Ik word blij van de aanblik van de oceaan en stop voor foto’s. One Ocean down, one to go. 

De route langs de kust is ongeveer 5 km en ik herken waar we vrijdag gereden hebben. Mijn linkerbeen is blijkbaar opgewarmd want die voel ik niet meer. Mijn rechterbeen heeft het echter overgenomen en begint nu te protesteren. Maar dat is bekend terrein en kan ik negeren. Vlak voor het halve marathonpunt zwaait iemand ineens voor mijn neus. Het is Michel, what are the odds? Ik maak gelijk een foto, we lopen wat samen op en kletsen wat. Als we bij de volgende verzorgingspost komen blijft hij achter om zijn flesje te vullen. Ik loop door, ik maak gebruik van mijn flipbeltflesje die ik regelmatig vul met de zakjes water, dan kan ik zelf bepalen wanneer ik drink. Net zo goed dat ik mijn eigen eten bij me heb en de stukken banaan en sinaasappel met zout over kan slaan.

We gaan nu via Vishoek het binnenland in om over te steken naar de andere kant van het schiereiland. Ik ga nog steeds lekker en zit op een gemiddeld tempo van 10 km per uur. We belanden in een sjieke buurt met mooie huizen, Sunnydale en Sun Valley. Het lijkt wel een Amerikaanse suburb en langs de weg staan mensen met borden om te protesteren tegen het vele zinloze plastic, doelend op het water dat in individuele afgesloten plastic zakjes zit. Ik kan ze geen ongelijk geven. Bij 26 km draaien we de Ou Kaapse Weg op. Nog 2 km en dan zitten we op de helft. Dit is ook het enige punt waar we de typische gekookte aardappelen krijgen. Ik pak een kleintje en neem twee hapjes, gewoon omdat het er bij hoort. Ik ben blij als we het ‘half-way’ punt bereikt hebben niet wetende dat de hel op dat exacte punt begint. Als er ooit ergens een Highway to hell bestaat dan is het hier.

De weg kruipt hier omhoog. De zon schijnt fel, het is warm en de helling is steil, heel erg steil. Voor mij zie ik een lang lint van lopers een heel eind omhoog lopen. In eerste instantie begin ik ook vrolijk aan de klim, maar dan krijgen de helling en de zon vat op me. Dat iedereen om me heen aan het wandelen is helpt ook niet. Door blijven rennen is niet te doen en net als al die anderen bezwijk ik ook onder de druk van de duivel die me in mijn oren fluistert om te gaan wandelen. Heel even maar, om mijn hartslag en adem onder controle te krijgen en mijn inmiddels gepijnigde en vermoeide beenspieren even een moment van rust te gunnen. 

Ik ga weer rennen maar niet voor lang. De heuvel is moordend en te lang om het vol te blijven houden tot aan de boog die er staat, waarvan ik vermoed dat het de top is. Mijn vermoeden is onjuist. Als ik er eindelijk ben blijkt dat het slechts een opwarmertje is. Na deze heuvel volgt er nog een, die nog langer en nog steiler is, en daarna nog een en nog een en nog een. Er lijkt geen einde aan te komen. Ik moet iets verzinnen om de kwelling te overwinnen en denk aan wat Michel zei over 100 stappen rennen en 40 wandelen. Ik probeer het uit en het helpt. Niet alleen leidt het af van de warmte, de vermoeidheid en de pijn in mijn benen en voeten, maar ook kom ik sneller vooruit dan zomaar rennen en wandelen omdat er een structuur in zit. En ik hou van structuur. Het is ook makkelijker vol te houden.

Ondanks dat de ‘genieten’ modus overgegaan is in ‘ik ben er nu al klaar mee’ modus en daarna in ‘overlevings’ modus probeer ik toch om me heen te blijven kijken en het uitzicht in me op te nemen. En als ik dan toch aan het wandelen ben kan ik net zo goed ook foto’s maken. Helemaal als ik in de verte de Atlantische kust zie. Oceaan twee ook in de pocket want waarschijnlijk is dit de enige plek waar ik hem op de route ga zien. En toegegeven, het landschap en het uitzicht is schitterend. Dan komt toch het moment waarop ik eindelijk de top van de laatste heuvel bereik. Er staat iemand met een muziekinstallatie en ik hoor Rihanna zingen: ‘Baby, this is what you came for’. Never better said!

Vlak voorbij de top is de volgende verzorgingspost. Mooi, ik ben uitgedroogd en mijn flesje water is inmiddels leeg. En dat geldt niet alleen voor mij. Er is alleen een probleem. Het water is bijna op. De eerste vier tafels hebben niks meer, bij de vijfde is pas een slang waar nog water uitkomt. Het is letterlijk vechten, iedereen staat te dringen om een flesje of bekertje te vullen, mensen worden opzij geduwd en er gaat zelfs een tafel naar de vlakte. De vrijwilligers proberen iedereen tot rust te manen en roepen op om het water niet te verspillen maar het is tegen dovemansoren. En ik beken eerlijk. Mijn overlevingsdrang duwt me tussen de mensen om mijn eigen flesje te vullen. Ik kom met mijn voet onder de tafel en schreeuw het uit, meer ter bescherming om ruimte te krijgen om mijn voet er weer onder uit te halen dan dat het pijn doet. Met wat moeite krijg ik dan toch mijn flesje gevuld en ik zorg dat ik als de hazen weg ben. We tellen 33 km.

Na de hel komt de hemel, al is het maar voor 4 km. Want what goes up, must come down. Een soort Van Brienenoordbrug idee maar dan factor 10. Ik kan eindelijk weer rennen en na het eerste vlakke stuk komt er een net zo’n steil stuk naar beneden. Ook nu zie ik de duizenden hardlopers voor mij rennen, maar in plaats van boven mij zie ik ze in de haarspeldbocht onder mij en ik doe wat me door iedereen afgeraden is maar wat ik altijd doe in dit soort situaties. Ik laat me vallen. 4 heerlijke kilometers lang.

Eenmaal beneden en weer in de bewoonde wereld is er weer volop publiek en water. Vanaf hier is het nog 5 km naar de marathonafstand. Daar ligt nu mijn eerste focus en ik denk terug aan twee weken geleden in Rotterdam. Crooswijk, het 40 km punt, de kubuswoningen en de Coolsingel. Ik bereik de ‘finish’ in 4:36:49. Eigenlijk niet eens zo slecht gezien de omstandigheden al heb ik zwaar moeten inboeten op mijn gemiddelde snelheid. Maar goed, ik kwam niet voor een snelle tijd en ik loop per definitie een PR. Om mij heen is het sowieso een slagveld van wandelaars en vooral ook veel mensen met kramp. Ik focus me voornamelijk op mijn eigen pijn en mijn eigen situatie. Vanaf nu loop ik verder dan ik ooit gelopen heb en ik zet nieuwe tussendoelen. Eerst de 46 km, dan is het nog maar 10 km, dan de 50 km, dan is het officieel een ultramarathon, en dan naar de echte finish.

Maar die 46 km is nog ver en ik moet nog steeds tussen het rennen door wandelen. Het is ook zo warm en ik heb zo’n pijn. Bovendien loopt de weg her en der zwaar schuin af, het lijkt wel het circuit van Zandvoort. En verrassing, vlak na de 42 km gaan we weer heuvel op! Komt er dan echt geen einde aan die heuvels? Ik baal dat ik zoveel moet wandelen maar het gaat echt niet. ‘Keep on walking’ hoor ik in mijn oren en even later ‘Give it up’. Lekker motiverend. De enige troost die ik heb is dat iedereen continue wandelt, zelfs de mensen die volgens hun startnummer dit al vaker gedaan hebben. Want zo’n beetje je hele doopceel staat op dat nummer. In elk geval naast je nummer je startvak, je naam, of je de halve of de ultra loopt, hoe vaak je de halve of de ultra gelopen hebt en je leeftijdscategorie. In mijn geval dus C50769, Saskia, Half 0, Ultra (in rood) 0, en 40. Nu nog wel. De volgende keer dat ik hem loop waarschijnlijk niet meer. Did I say that out loud?

We zijn in Constantia aangekomen en ik beweeg me naar de magische 50 km. Maar eerst krijgen we op 48 km nog een heen en weertje. Een fijn stukje, jawel daar komt hij, heuvel op. Ik bereid me op het ergste voor en voor de verandering heb ik eens mazzel. Het blijkt maar een klein stukje te zijn alvorens we mogen draaien en daarna weer naar beneden mogen rennen. Blijkbaar kwamen ze ergens een paar honderd meter te kort. Mij hoor je niet klagen, een gegeven paard moet je niet in de bek kijken. Maar inmiddels ben ik wel zo ver dat zelfs heuvel af ik niet meer aan een stuk door kan rennen. De schuine weg is de boosdoener. Of zijn het mijn zere…? Kies zelf maar, voeten, kuiten, schenen, hamstrings, bilspieren, quadriceps, armen of schouders. Het kan allemaal, ik reken alles goed.

En dan is daar eindelijk het 50 km punt. Vanaf hier is het officieel een ultramarathon en wat er ook gebeurt, ik heb die ultramarathonafstand gelopen! Ik haal mijn telefoon uit mijn zak voor een triomfantelijke foto en uitgerekend hier staat geen kilometerbord. Die heeft plaats moeten maken voor de tijdregistratiesystemen. Er zit niks anders op, ik moet nog een kilometer door voor de foto. Dan maar op 51 km een ‘vanafhiernogmaar5km’ foto. Ze hebben beloofd dat ik nu alleen nog maar heuvel af mag rennen en dat klopt aardig. Niet dat er nog veel vaart in zit maar ik kom een heel eind. Het tussendoor wandelen is nu relatief minder en korter en het lijkt weer een beetje op hardlopen. Alsof er een cactus in mijn kont zit, dat dan weer wel.

Geheel onverwachts draaien we nu een weg op die ik onmiskenbaar identificeer als de weg naar de universiteit, waar de finish is. Ik ben hier nog nooit geweest en heb het parcours niet in mijn hoofd zitten maar instinctief weet ik het gewoon. Ik krijg gelijk. Het 55 km bord komt als een zegen. De mensen staan weer luid juichend langs de kant te schreeuwen dat ik er bijna ben. Er komt een meisje naast me lopen dat vraagt of ik naar muziek luister. Ik bevestig. Dan zegt ze dat dat niet mag en ik gediskwalificeerd kan worden als ze me zien en dat ik mazzel heb gehad dat niemand het nog opgevallen is. Ik heb blijkbaar gemist dat dat in de spelregels stond en neem het zekere voor het onzekere en doe alles uit en stop het weg. Ik was toch al van plan om de laatste kilometer mijn muziek uit te doen. Later bedenk ik me dat ik niet de enige ben en zelfs mensen gezien heb die een radio gewoon bij zich droegen.

De laatste kilometer krijgen we nog een heel klein gemeen venijnig rottig vervelend kloterig hufterig schofterig heuveltje omhoog alvorens ik het universiteitsterrein op loop, het grasveld op. Hier staan de tribunes en de rijen dik mensen die iedereen naar de finish schreeuwen. Ik sta nog een keer even stil voor een foto voordat ik verder ren en dan zie ik rechts Frank naar me zwaaien en schreeuwen. Ik ren naar hem toe, geef hem een kus en hij geeft me de Nederlandse vlag die ik vervolgens vol trots richting de finish draag. Het is nog maar een meter of 100 nu. Ik kijk op de klok, 6:19:54, en bedenk me dat sprinten geen zin heeft om net onder de 6:20 te komen want dat haal ik toch niet meer. Ik denk dat ik het niet eens zou kunnen, sprinten, en laat het gaan. Het wordt 6:20:13 als ik over de mat loop. De tijdregistratie is op basis van brutotijden dus het komt bijna exact overeen met mijn klokje (nettotijd blijkt later 6:19:01). Het is nu echter even niet belangrijk. Ik heb het volbracht. Mijn eerste ultramarathon. Ik ben te moe en te uitgedroogd om te huilen maar er schiet één gedachte keer op keer door mijn hoofd. Ik doe dit NOOIT meer!

Ik strompel verder en poseer nog even voor een zestal fotografen met mijn vlag alvorens ik mijn medaille op mag halen. Wat is hij mooi! Vol trots hang ik hem om mijn nek en loop door. Ik wil nu heel erg graag een glas cola. Ik word op mijn wenken bedient, want Coca Cola is ook hoofdsponsor en staat met zes tenten klaar om blikjes ijskoude cola en cola Zero uit te delen. Ik grijp er een, drink hem leeg en grijp er nog een. Daarna loop ik nog wat verdwaasd rond als een kip zonder kop en laat het besef bezinken dat ik zojuist 56 km hardgelopen heb, de finish heb gehaald en dat ik klaar ben. Als ik weer tot mezelf gekomen ben zoek ik de uitgang op om naar de tent van de touroperator te gaan. 

Frank staat onverwachts bij de uitgang en ik krijg een kus en een dikke knuffel. Samen lopen we naar de tent waar ik wat kan eten, drinken en een vest aan kan doen want ik heb het heel erg koud gekregen. Daarna gaan we langs de kant staan waar ik hem eerder zag om de rest van de groep binnen te halen, eerst Chris, dan Gea en uiteindelijk ook Sandra. Nog 10 minuten tot cut off time en dan dringt het pas tot me door dat ze dit echt serieus aanpakken. Niks laatste loper die feestelijk onthaald wordt en iedereen die daarna nog binnen komt krijgt toch ook nog een medaille. Gewoon keihard aftellen tot 7 uur en 30 minuten, tot aan de laatste seconde toe, en dan komen er twee mannen die met een touw de finish blokkeren en niemand mag er meer door. Door de speaker horen we dat er vorig jaar nog 5.000 lopers op het parcours waren die niet hebben mogen finishen. Ze hopen dat er dit jaar minder zijn omdat ze een half uur extra gegeven hebben. Met pijn in mijn hart kijken we naar de mensen die het net niet gered hebben. Zij zullen misschien nog wel een medaille krijgen omdat ze al op het gras lopen, maar de rest?

Als iedereen bijgekomen is gaan we met de bus terug naar het hotel. Het is dan inmiddels al vier uur ‘s middags en we hebben er een lange dag op zitten. In het hotel is het douchen en dan aan de bar borrelen tot etenstijd. Er schijnt om 19:00 een restaurant geboekt te zijn en als ik de naam hoor herken ik het van de recensies op internet. Het is een goed restaurant. Daar aangekomen is het even spannend of er ook echt geboekt is als de naam niet 1-2-3 een belletje doet rinkelen bij de receptioniste maar uiteindelijk blijkt het dan toch geregeld. We schuiven aan tafel, eten een heerlijk drie gangen menu inclusief een glas champagne en vertellen elkaar stoere hardloopverhalen. Het is beregezellig en moe maar voldaan sluiten we de avond af en strompelen terug naar het hotel om ons bed op te zoeken. De dag is ten einde. De dag dat ik een ultramarathon liep.

After race day

Ik heb redelijk goed geslapen ondanks alle opwinding. Ons ritme blijft echter  dat we relatief vroeg wakker zijn. We gaan op ons gemak lekker uitgebreid ontbijten als we opnieuw slecht nieuws krijgen. Het is heel hard gaan waaien en de boot naar Robbeneiland van 9:00 is gecancelled, met grote kans dat onze trip van 13:00 ook gecancelled wordt. Na wat discussie over wat te doen wil ik gewoon rond 12:30 bij de pier staan en dan kijken hoe of wat. Omdat we nog tijd hebben haken we aan bij Peter en Gea en lopen richting de Company’s Garden, een soort park/botanische tuin met heel veel zwervers en eekhoorns. We maken daar de tijd vol alvorens terug naar de Waterfront te wandelen. Eenmaal bij de pier en het check-in gebouw is het gelijk duidelijk dat er niet gevaren wordt vandaag. Er hangt een briefje. Binnen sluit ik aan bij de rij om te horen dat de eerstvolgende mogelijkheid dinsdag om 15:00 is. Dat is helaas te laat, we worden om 20:00 opgepikt in het hotel. Dan maar plan B.

Plan B is de Tafelberg op en de kabelbaan. De vraag is hoe komen we daar? Een optie is de Hop on Hop off bus. Omdat Peter en Gea sowieso op de bus willen lopen we met ze mee naar het kantoortje om kaartjes te kopen. En dan valt ook plan B in het water. De kabelbaan is ook dicht en we kunnen de berg niet op. Het is een vakantie met hindernissen. Dan maar mee op de bus. Maar eerst een troostbiertje, in mijn geval een troostmilkshake. Met de bus maken we een rondrit van twee uur om het schiereiland heen. Ik wil daarna nog een rondje met een andere route maar het is laat en we hebben het koud dus we laten het maar. We lopen nog even over de Waterfront en komen Chris en Sandra nog tegen. We gaan terug naar de tent waar we vanmiddag gezeten hebben voor nog wat drinken en een snack. Daarna richting het hotel waar we uit elkaar gaan.

Frank en ik willen wild eten en dankzij een tip van Michel belanden we bij Belthazar. Daar hebben ze inderdaad een uitgebreide wildkaart. Uiteindelijk kies ik voor de Impala en Frank voor de Oryx. Daarna een klein toetje en een klein dessertwijntje. Een van de weinige wijnen die ik wel lekker vind en uiteraard Zuid Afrikaans. Ik ben stijf van het zitten en heb zo’n beetje mijn hoogtepunt spierpijn bereikt dus we strompelen rustig terug naar het hotel om ons bed op te zoeken.

Paasmaandag

Het is behoorlijk druk in het hotel, er zijn veel locals die hun paasweekend hier vieren en een lang weekend hotel geboekt hebben. Het waait nog steeds als een malle dus ook vandaag geen kabelbaan. En zoals het er nu uitziet waarschijnlijk morgen ook niet. Ik zoek vast naar wat alternatieven voor morgen maar we moeten rekening houden met het feit dat we moeten uitchecken en dus beperkt zijn voor wat betreft koffers en douchen. Hiken op Lionshead is een optie, maar eerst morgen even afwachten. Na het ontbijt gaan we richting de Waterfront en van daaruit wandelen we de route die we met de International Friendship Run gelopen hebben. Als we langs de kust lopen zie ik ineens iets in het water. Is dat een dolfijn? We blijven even staan en inderdaad, het is een dolfijn. Sterker nog het zijn er twee. We blijven een tijdje kijken en dan blijken er een heleboel te zitten. Toch leuk om te zien.

We wandelen door het park en langs het voetbalstadion van het WK van 2016, home of the Vuvuzela. We zijn precies op tijd terug in het hotel voor de Stellenbosch Tour met de wijnproeverij. Naast ons rijdt er ook nog een chinees stel mee. Het is drie kwartier rijden voor we er zijn en worden aan een tafel gezet waar we vijf wijnen mogen uitkiezen om te proeven. Ook hebben we een kaas- en vleesplank besteld voor erbij. Omdat ik niet van wijn hou, met uitzondering van hele zoete dessertwijn, vraag ik of ze die ook hebben. Die blijkt in het andere, lees duurdere, pakket te zitten en ik vraag of ik dan vijf wijnen mag inruilen voor twee uit het andere pakket. Ze moet even nadenken maar zegt dan ja. 

Ik krijg een heerlijke zoete ‘Maria’ dus ik kan gezellig meedrinken voor de verandering. Zo gezellig dat ik maar een flesje meeneem voor thuis. De stemming aan tafel gaat met elk glas omhoog en er wordt veel gelachen. Tegen een uur of vier zijn we uitgegeten en gedronken en is de vraag wat nu. Als we snel zijn kunnen we naar nog een andere wijnproeverij, maar dan wel beperkt tot twee glazen en we moeten opschieten. Ik zie een parallel met de pinguïns van vrijdag. Als ook de glazen daar leeg zijn worden we weer terug gebracht naar het hotel waar we nog een biertje drinken om het af te leren. Rond een uur of acht strompelen we weer naar Belthazar waar Frank dit keer de krokodil en ik de Wildebeest neem. Tja, je bent in Zuid Afrika of niet? Met een typisch Zuid Afrikaans toetje sluit ik dan ook af en strompelen we terug naar het hotel voor onze laatste nacht.

Return day

We zijn om 7:45 wakker maar er is nog geen update voor wat betreft de kabelbaan. Dan maar eerst douchen en vast wat spullen inpakken. Dan krijgen we toch het verlossende woord. Ook vandaag is hij dicht. Ik had niet anders verwacht gezien de vlaggen en bomen buiten. Plan B treed in werking. We gaan naar beneden voor het ontbijt en checken gelijk bij de congierge wat de mogelijkheden zijn voor Lionshead. Ik was weer te voorzichtig blijkt want het is slechts een uur naar boven en een uur naar beneden, je hebt geen gids nodig want er loopt een pad dat goed aangegeven staat en Frank regelt en passant ook nog even dat we tot 14:00 de kamer kunnen gebruiken om bij terugkomst nog even te douchen. Gratis. Soms zit het mee.

Na het laatste ontbijtje bellen we een taxi en krijgen we Frank zijn grote vriend die hem ook naar de start van de trail gebracht heeft. Hij brengt ons nu naar de start van het trailpad dat er zeer begaanbaar uitziet. We wandelen naar boven waarbij mijn billen en benen me herinneren aan dat ik niet zo heel erg lang geleden een stukje hardgelopen heb. Maar dat was alweer drie dagen terug, dus niet zeuren nu. Het pad loopt rond de berg en het uitzicht is nu al mooi. Tegelijkertijd vallen we bij tijd en wijlen ten prooi aan de harde wind die hier nog harder waait dan beneden. Na ongeveer een half uur wandelen gaat het pad voorzichtig over in rotsachtige ondergrond tot het punt waar we moeten kiezen, de moeilijke klimroute maar shortcut of de langere makkelijkere route over het pad. Qua hoogtevrees in combinatie met de harde wind kies ik de makkelijkere route maar ik zie aan Frank dat hij wil klimmen. Met een ‘ik zie je op de top’ gaan we uit elkaar. 

Ik klim in mijn eentje voorzichtig verder en ook de makkelijkere route vind ik met die harde wind toch best nog wel lastig en spannend. Gelukkig zijn er meer mensen op het pad. Dan kom ik op een stuk waar ik nog zo’n 300 meter naar boven naar de top kan kijken en zie Frank staan. Hij zwaait naar me en gaat verder. Ik klim ook nog 100 meter verder en dan wordt het me te gortig. Ik durf niet verder. Ik voel me niet stabiel en wordt iedere keer bijna van mijn sokken geblazen en dan moet ik ook nog een enge stalen trap op? No way José. Ik loop liever een ultra. Een man met twee jongetjes komt doodnormaal aanlopen en ik vraag hem of hij Frank wil waarschuwen dat ik niet verder ga. Ik blijf een tijdje wachten, probeer toch nog twee keer verder te klimmen maar besluit dat het écht niet voor mij is en wacht of Frank terug komt. Dat duurt lang en dan ga ik maar vast naar beneden, in elk geval naar het punt waar de route zich splitste. Daar kom ik Frank vast wel weer tegen.

Voorzichtig klauter ik stap voor stap weer naar beneden als ik ineens bij een heel steil stuk met kettingen sta. Ik heb de ketting al vast als ik me bedenk dat ik dit op de heenweg niet gezien heb. Dan realiseer ik me dat dit de moeilijke route is. Ik moet ergens een afslag gemist hebben. Ik loop een stukje terug en dan wint mijn wens om beneden te zijn het van de angst om het steile stuk naar beneden te klimmen. Het is maar een klein stukje en als ik terug ga weet ik niet waar ik uitkom en of ik het wel kan vinden. Ik loop weer terug, grijp de kettingen, werk me via de handvatten naar beneden en zie op het laatste stukje ineens Frank met een verbaasde blik staan. ‘Tja’, roep ik terwijl ik mijn schouders ophaal. Hij is via de makkelijkere route snel naar beneden gekomen om mij te zoeken terwijl ik als een volleerde springbok me aan de kettingen liet zakken. De tegenstrijdigheden in mijn wereld. 

We rusten samen even uit alvorens de rest van de klim weer naar beneden te maken. Naarmate we verder naar beneden komen wordt het makkelijker en na nog een momentje op een bankje waar we nog even stil genieten van het uitzicht zijn we al snel weer beneden. En inderdaad, binnen twee uur. We sturen Alain een berichtje of hij ons weer oppikt en om 13:00 zijn we gedoucht, bepakt en bezakt weer klaar voor de middag. Een hele middag waar we eigenlijk niks gepland hebben.

Na het afgeven van onze koffers wandelen we weer naar de Waterfront om op het hoekje van ‘ons’ terras te gaan zitten. Verrassing, Peter, Gea, Chris en Sandra zijn daar ook dus we sluiten aan om wat te drinken en te eten. Daarna gaat ieder weer zijn eigen weg, in ons geval richting het winkelcentrum om daar de rest van de middag maar een beetje rond te hangen. Meer kunnen we toch niet doen. Om 17:00 zijn we zowel het hangen als het in de wind lopen zat en gaan terug naar het hotel om de rest weer te ontmoeten. We drinken nog wat, we eten nog wat en maken tijd vol tot we opgehaald worden en naar het vliegveld gebracht. Dan is het opnieuw wachten en ons laatste geld opmaken. Ik koop eindelijk een pinguïn voor in ons kastje en loop nog tegen een blikje Koedoe en Impala paté aan. Zo, van die Randen zijn we ook weer af. Eindelijk mogen we het vliegtuig in en vangt de lange weg naar huis aan.

Na een lange onrustige nacht komen we aan op Schiphol en als zombies pikken we onze koffers op, nemen afscheid van onze nieuwe hardloopvrienden en zoeken de bus op die ons naar de auto brengt. Een uur later zijn we thuis en kan het normale leven weer beginnen. Wassen, boodschappen doen, eten koken, TV kijken en dan naar bed. Morgen weer aan het werk. Oh ja, en met de Rotterdam Running Crew een stukje hardlopen. De eerste kilometers als ultramarathonloopster.

De ultramarathon

Nadat ik had besloten en uiteindelijk had ingeschreven om de Two Oceans te gaan lopen hebben Frank en ik regelmatig gediscussieerd over of ik het besef had wat het inhield. Natuurlijk had ik dat niet, ik had nooit verder dan een marathon gelopen. Op basis van die ervaringen heb ik altijd heel arrogant geroepen ‘het is maar 14 km verder’. Heb ik ooit twijfel gehad of ik het ging halen? Nee, eerlijk gezegd niet. Even los van onvoorziene omstandigheden ken ik mezelf en weet ik dat ik doorloop, no matter what. Daarbij geef ik wel toe dat ik geen besef heb gehad van de cut off time en hoe streng ze daar in zijn. Ik heb daar ook nooit over nagedacht. Ik rekende dat ik een marathon in 4:30, worst case 5:00 kon lopen en dan had ik nog 2-2,5 uur voor die laatste 14 km. Dus nee, geen twijfels. Heb ik de zwaarte onderschat? Gedeeltelijk. Ondanks dat ik na afloop riep ‘een marathon is een funrun vergeleken bij dit’ en dat ik ook toegeef dat het wel degelijk zoveel meer is dan ‘maar 14 km verder’ zijn het niet zozeer de kilometers die het zo zwaar gemaakt hebben. Wat ik absoluut onderschat heb zijn de heuvels geweest, die waren killing. Frank heeft een aantal maal geprobeerd om me er van bewust te maken en ik heb dat bewust genegeerd. Ik wilde er niet te veel over nadenken omdat ik er anders misschien niet aan begonnen was.

‘Ik doe dit NOOIT meer’, was mijn stellige gedachte in de laatste 6 km tot aan de finish. Maar dat ben ik natuurlijk allang weer vergeten. Ik wil toch stiekem die Chapman’s Peak een keer meemaken. Ik weet nu wat me te wachten staat en ik wil dus beter kunnen lopen en zal het dan ook anders indelen. Gelijk bij de eerste heuvel al gestructureerder. Misschien nog beter getraind. Het zal niet volgend jaar zijn maar ik wil wel terugkomen. Bovendien moeten we uiteindelijk toch ook nog naar Robbeneiland en de Tafelberg op.

Was het het waard? Ja, voor mij wel. Maar dat is voor iedereen persoonlijk. Ik heb er niet idioot veel meer voor hoeven trainen, heb een stevige hardloopbasis en ik wilde heel graag mijn grens verleggen. Gemotiveerd tot op het bot zeg maar. Kan ik het iedereen aanraden? Nee, niet iedereen. Een ultramarathon is echt van andere orde dan een marathon. ‘A different cookie!’ om het zo maarte zeggen. Als je niet relatief makkelijk een marathon kan lopen en niet bereid bent om 100x dood te gaan onderweg zou ik er zeker niet aan beginnen. Als dat wel zo is dan is het een fantastische ervaring om je grenzen te verleggen. Want wat Youssoef al zei in ‘De Marathon’ geldt in de overtreffende trap voor een ultramarathon, en in speciaal voor de Two Oceans.

Tijdens de Two Oceans kom je jezelf niet tegen. Tijdens de Two Oceans bepaal je wie je bent!

8 Reacties

  1. Mirjam

    Hulde, hulde, hulde lieveling. Wat een ontzettend mooi verhaal. Ik ben beretrots op jou. Tja, en wat moet ik nu met mijn droom en the two oceans… Maar jij hebt mij met je meegenomen met je prachtige verhaal! Dank!

    Reageren
    1. Saskia Uit den Bogaard (Auteur bericht)

      Dank je wel lieverd. Ik hoop dat je droom of een vergelijkbare droom ooit uitkomt, welke dat dan ook is. Ik gun het je zo.

      Reageren
  2. Inge

    Fantastisch beschreven, wat een avontuur!!!! Knap gedaan

    Reageren
    1. Saskia Uit den Bogaard (Auteur bericht)

      Dank je wel, het was zeker een avontuur!

      Reageren
  3. Diana

    Wat een geweld8g leuk verhaal om te lezen! En je hebt het echt geflikt! Supergaaf zeg. Respect. Groet Diana

    Reageren
    1. Saskia Uit den Bogaard (Auteur bericht)

      Dank je wel! En ja, het besef begint nu langzaam te komen dat ik het ‘geflikt’ heb, ha, ha, ha.

      Reageren
  4. Denise

    Geweldig om te lezen. Je hebt het gefixt, diepe buiging!!

    Reageren
    1. Saskia Uit den Bogaard (Auteur bericht)

      Dank u, dank u!

      Reageren

Laat een reactie achter op Saskia Uit den Bogaard Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *