Grossglockner Weissee Trail: No walk in the park

Ik schrik wakker. De wekker. Shit, ik was net lekker in diepe slaap gevallen. Waar ben ik? Hoe laat is het? Oh ja, 4:45 en we zijn in Kaprun. Om 5:30 moeten we de deur uit want we moeten om 6:00 de bus hebben naar Rudolfshütte. We lopen de Grossglockner Weissee trail, de kidsrun van de GrossGlockner Ultratrail van 110 km. Je kan ook 75 km of 50 km maar wij vonden voor zo’n eerste keer 30 km wel genoeg. Me dunkt.

Drie dagen eerder ging de wekker ook al zo vroeg. Om 5:00 stipt stapten we volgens Frank zijn plan in de auto en reden we eerst naar Salzburg, waar we twee nachten zijn gebleven. De geboortestad van Mozart, en daarmee de hometown van de échte Mozartkugeln die ik nog uit mijn jeugd ken en waar ik natuurlijk een doos van meegenomen heb, en de stad waar de Familie von Trapp woonde uit een van mijn favoriete musicals, The sound of Music. Zodra we Salzburg binnen reden schoot het liedje in mijn hoofd om er niet meer uit te gaan. Uiteraard renden we er ook nog een rondje. 3 km heen naar het oorspronkelijke huis van de Von Trappjes en weer 3 km terug.

Vrijdagochtend op weg richting Kaprun, waar we een kleine twee uur later aankwamen. Omdat de kamer nog niet klaar was hebben we eerst de startbewijzen opgehaald. En ja, alle verplichte items zijn gecheckt, inclusief de first aid kit en het jasje van 10.000 schmerber, (20.000 schmerber zelfs in ons geval) mét capuchon. Nog even paniek toen Frank zijn warmtedeken niet kon vinden maar die zat diep weggestopt in zijn trailvest. Daarna de Grossglockner opgezocht, de berg waar de trail naar vernoemd is, om daar de dag door te brengen en vast een beetje sfeer te proeven. En vooral ook om ons te laten realiseren dat die bergen écht hoog zijn. Wat zeiden ze ook alweer? ‘Although the hight difference is negative, GWT 30 is no walk. The terrain is difficult and the alpine environment means a challenge for every participant.’ Ik heb geen flauw idee wat ik me er bij moet voorstellen. Gewoon op de Ram manier dan maar. Head first en dan zien wat er van komt. Na het eten nog even bij de start van de Ultratrail gekeken en alle spullen klaargezet. En dan proberen te slapen.

Dat laatste is dus maar ten delen gelukt als ik met dikke ogen opsta en onder de douche stap. Daarna aankleden, spullen pakken, mijn ‘laatste niet vergeten dingen’ lijstje nakijken en de zak met Cruesli wegwerken die ik hier speciaal voor meegenomen heb. En dan op pad richting de bus. Die zou om 6:00 vertrekken maar omdat we vol zijn rijdt hij om 5:38 al weg. Het is nog minstens een uur rijden naar de kabelbaan die ons naar Rudolfshütte moet brengen en ik gebruik de tijd om nog wat weg te soezen. Daar aangekomen met de skilift naar boven. Het lijkt de Efteling wel, vier man in een hangend karretje die naar de volgende attractie zoeft. Inclusief halverwege stoppen en even stil hangen voordat hij weer verder gaat en ons naar 2315 meter brengt.

Eenmaal boven de WC opzoeken en wachten tot het tijd is. Fotootje maken van het prachtige uitzicht op de bergen en het stuwmeer dat een paar honderd meter beneden ons ligt, de eerste mensen van de 110 km voorbij zien komen (wow, respect), en kennis maken met Linda, wiens man een van die 110 km helden is en zelf ook de 30 km loopt, en met wie ik op Instagram contact heb gehad. Die weet ons te vertellen dat ze uitgaat van 10 uur over die 31 km, en dat alles daar onder meegenomen is. We snappen het nog steeds niet, 10 uur voor 31 km, maar we gaan het zien. Dan is het tijd om naar de start te gaan. We lopen een stukje naar de dam van het stuwmeer vanwaar we vertrekken. Een paar honderd meter naar beneden dus, die we straks ook weer omhoog moeten rennen. Lekker dan, begint gelijk goed.

We staan lekker vooraan en ik vind het prima zo. Frank wil wat naar achteren om de snelle jongens ruimte te geven maar ik denk dat dat wel goed komt zodra het startsein gegeven is. Ik mis soort van de briefing, misschien omdat hij in het Duits is, maar Frank weet te vertellen dat de 75 km is ingekort naar de 50 km vanwege te verwachten onweer vanmiddag. Alles voor de veiligheid, maar ik zou flink balen. Je komt tenslotte toch voor 75 km. Wij zullen er naar verwachting in elk geval geen last van hebben. Dan is het aftellen en er is zelfs een heus pistoolschot. Off we go!

We gaan inderdaad die paar honderd meter weer omhoog. Ik ben zo bezig met mijn voeten goed neerzetten dat ik de fotograaf te laat zie. Niks voor mij, maar zo zie je maar weer. De directe steile klim betekent ook gelijk wandelen. Het maakt me niet uit, we komen voor uitlopen en afzien. Oh nee, ik bedoel natuurlijk genieten. Het zonnetje schijnt lekker, het is niet koud maar ook niet te warm en na het eerste klimmetje hebben we ook gelijk weer een afdaling. Het gaat even mis met de instellingen van ons klokje waardoor we de eerste honderden meters niet registeren waarvan 300 hoogtemeters. Bummer. Want als het niet geregistreerd staat is het niet gebeurd.

Bij de afdaling zwikt een vrouw haar voet en dreigt bijna te vallen en even later zwikt ze weer en valt nu echt. Ze is niet blij maar zegt dat ze ok is. Het zal je maar gebeuren dan heb je toch echt een probleem! Dan moet je óf terug en afhaken of door naar de drankpost halverwege en dan misschien alsnog opgeven. Ik moet er niet aan denken. En misschien had ik dat dan ook niet moeten doen. 

Het is ongeveer 4 kilometer. Als we na een stuk omhoog eindelijk weer een beetje vlak hebben alvorens weer omhoog te gaan, en we een beetje kunnen rennen, slaat het noodlot toe. Ik stap op een puntige steen en zwik mijn linkerenkel beide kanten op alvorens ik de grond kus. Het kleine schaafwondje op mijn rechterknie maakt niet zo veel uit, maar mijn enkel steekt behoorlijk. Is dit het einde? Ik probeer er op te staan. Het doet pijn, maar ik kan staan en na een paar tellen wachten op zich er ook wel op lopen. We wandelen even rustig verder terwijl ik aanvoel hoe het gaat. Het gaat. Voor nu. Door de val ben ik wel even in een soort shocktoestand geraakt en ben niet alleen misselijk maar ook bibberig en licht in mijn hoofd. Als we weer een stukje moeten klimmen heb ik heel even het gevoel alsof ik flauwval en zeg tegen Frank dat ik heel even wil zitten. Dat helpt en even later voel ik me weer normaal. Voorzichtig verder dan maar.

Frank heeft het over uitstappen maar ik voel me in elk geval goed genoeg om het tot aan de drankpost te proberen en daar verder te kijken. En naarmate we verder lopen trekt de pijn redelijk weg. Niet dat ik niks meer voel, maar ik kan lopen, klimmen en zelfs bij goede ondergrond rennen. En ik moet denken aan de tekst die ik gisteren nog op mijn been heb geairbrushed (en er thuis ook maar weer afgewassen had omdat de inkt afgaf). Pain is temporary, glory is forever! Cliché ik weet het, maar vandaag dan toch even heel toepasselijk.

Op 5 km komt gelijk al de piece de resistance. We mogen klimmen, veel, lang, moeilijk en zwaar. Door de Rifflkar naar de top van Kapruner Törl op 2639 m. Tijdens die klim komt het begrip. Het begrip voor de 10 uur van Linda, voor überhaupt de 14 uur tijdslimiet, voor de ‘No walk’, de ‘Challenge’, de nodige ervaring, de goede conditie, het getraind zijn, alles! Nu weten we wat het betekent als je gaat trailen in de Alpen en wat een UTMB trail anders maakt. En nee, dat leer je niet op onze Rotterdamse Alp, die hier eigenlijk best wel bekend is onder het publiek. We zijn al bijna 2 uur bezig voor die 6 km, maar het gaat gewoon niet sneller, los van het vallen en het stoppen voor de foto’s. Alhoewel er natuurlijk ook zat mensen zijn die wėl sneller naar boven gaan. Het zijn de mannen en vrouwen van de langere afstanden die overduidelijk veel ervaring hebben in dit soort trails. Wij zijn dan maar van die wegtoeristen die denken dat omdat ze een paar marathons gelopen hebben, ook wel eventjes een bergje kunnen pakken. Ik ben in elk geval erg blij met mijn stokken.

Het is waarschijnlijk een van de zwaarste dingen die ik tot nu toe in mijn leven heb gedaan, en van zwaarste hardloopevenementen staat hij per definitie bij deze op één. En opnieuw het besef dat ik meer van het asfalt ben. Toch heb ik er een soort haat-liefde verhouding mee, met dat trailen. Waarschijnlijk heb ik nog steeds te veel wegwedstrijd in mijn kop zitten waardoor ik het rennende aspect van een trail niet leuk vind, maar de uitdaging, het toch weer flikken om ze uit te lopen en de prachtige natuur waar het zich meestal in plaatsvindt vind ik dan wel weer leuk. En mijn hardloopmotto is nu eenmaal: ‘Aan alles komt een eind, ook aan…’ Vult u zelf maar in, in dit geval een paar honderd meter berg. 

Als we helemaal op de top zijn wacht ons een verrassing. Een aantal mensen zitten even uit te rusten, maar de rest is al weer naar beneden. Beneden, via een enorme gletsjer met sneeuw. In de beschrijving stond dat we een gletsjer met sneeuw zouden passeren, maar dit hadden we niet verwacht. Ik dacht dat we een horizontaal stuk zouden doorkruisen maar dit is gewoon keihard skiënd op je trailschoenen naar beneden. Een groene piste voor de skiërs onder ons, dat dan weer wel. Na een ontzettend lastig rotsig stukje sta ik boven aan de gletsjer en moet gaan bedenken hoe ik zonder verdere kleerscheuren beneden kom. Rennend door de sneeuw zoals de ervaren mannen en vrouwen doen gaat me echt niet lukken, glibberend en glijdend op mijn voeten met waarschijnlijk een paar buikschuivers is het meest realistische. Maar er is nog een optie. Gewoon, op je reet door de sneeuw naar beneden sleeën. Nou, die dan maar.

Helaas lukt het niet om de hele gletsjer in een keer te pakken. Of misschien beter gezegd gelukkig maar, want binnen no time is alles bevroren en heb ik het gevoel alsof er drie kilo sneeuw in mijn onderbroek zit. Bovendien kom ik her en der toch ook wel een uitstekend stukje rots tegen waar ik voorzichtig mee moet zijn en niet al te veel vaart voor moet hebben. Het wordt dus een combinatie van sleeën en glibberen en glijden. Ook nu komen de stokken weer heel erg van pas. Toch wel een goede investering geweest. Met een zeer natte en ongevoelige kont bereik ik de bodem van de gletsjer en heb ik na nog een honderd meter horizontale sneeuw weer vaste grond onder mijn voeten. Nou ja, ongeveer dan. 

De uitzichten zijn prachtig en de ondergronden gevarieerd. Omringd door bergen met en zonder sneeuw, watervallen en riviertjes van de smeltende gletsjers, dan weer groen, dan weer grijs of wit, en her en der een bergmeer, al dan niet stuwmeer. Qua ondergrond net zo uitgebreid. Singletrack paadjes van hard zand, stenen, sneeuw, riviertjes, modder en rotsen. Vooral veel rotsen. Grote rotsen, kleine rotsen en heel veel venijnige uitstekende stenen op het pad. Ik blijf er regelmatig bijna achter hangen als het op 13 km weer mis gaat. Het ‘bijna’ wordt ‘helemaal’ en opnieuw lig ik met mijn snufferd op de grond. Tja, als je iets doet moet je het goed doen toch? Dit keer is de schade aan mijn linkerknie en elleboog. Twee schaafwonden en een dikke blauwe plek. Frank loopt voor mij en heeft het niet eens in de gaten. Ik pak snel mijn stokken weer op en ga weer verder. Vallen en opstaan. Vallen is niet erg, blijven liggen wel. Bovendien ben ik niet de enige schlemiel die er af en toe bij gaat liggen want het gebeurt om de haverklap. 

Gelukkig krijgen we nu een lang stuk redelijk vlak waar we ook nog een beetje kunnen rennen. Links van ons ligt een gigantisch stuwmeer en we mogen straks over de dam waar waarschijnlijk de verzorgingspost ligt op zo’n 15 km. Dat is halverwege. Om het plaatje compleet te maken zwik ik ook nog even door mijn rechterenkel. Au. Driedubbel au. En een godver. Of twee. Gelukkig gedraagt zich deze beter zoals ik hem ken. De pijn trekt na een minuutje weg om niet meer terug te komen. De linkerkant is wat dat betreft ongehoorzamer. Die voel ik nog wel degelijk, ook al kan ik er nog steeds wel op lopen. 

Aan het eind van de dam is een restaurant en zijn er bussen met toeristen, maar inderdaad ook de verzorgingspost. 15 km en 4,5 uur onderweg. En een beetje omdat we het eerste stukje gemist hebben op de klok. De verzorgingspost is erg uitgebreid. Water en cola, soep, meloen, banaan, worst, kaas, zoute stengels, chocola en powerbars en gelletjes. Ik ga voor de meloen en de zoute stengels en vul mijn waterzak. Vooruit, en een stukje chocola omdat hij van Milka is. Ook nog even plassen, enkeltje testen en dan besluiten om het tweede stuk af te maken. Is te doen. Verstandig? Misschien niet. Waarschijnlijk niet. Maar wanneer ben ik ooit verstandig geweest? Eigenwijs, dat wel. Vraag maar aan mijn moeder. Of aan Frank. Het is te doen, dus doe ik het. Dat zit nu eenmaal in mijn genen. Je kan een kat ook niet afleren om te krabben of een vogel om te vliegen.

We zijn nog geen honderd meter verder of het begint te regenen. Ah, de jasjes. Die hadden we nog niet gehad. Van 20.000 schmerber, mét capuchon. We trekken ze over ons trailvest aan en rennen verder. We hebben nu zelfs af en toe een stukje asfalt maar mogen niet door de tunnels en moeten dus langs de berg. Geen eenvoudige opgave. Mooie maar moeizame paden waar weer veel geploeterd en geklauterd moet worden. Gelukkig is het alweer gestopt met regenen en kunnen de jasjes weer uit. Ik ben inmiddels gewend aan de constante stroom van inhalende lopers, voornamelijk van de 50 km, en stap dan ook continue opzij om ze er langs te laten, waar dankbaar gebruik van gemaakt wordt. In elk geval daar waar het kan, want vaak is het pad zo smal dat ik amper stil kan staan. Frank loopt dan weer voor en dan weer achter me, afhankelijk van waar ik op aanstuur. Het liefst voor me, dan kan ik lekker achter hem aansjokken.

Ik ben blij als we de 20 km aantikken. Nog 10 km te gaan, dat is te overzien en kan ik gaan aftellen. Als we de tunnels hebben gehad duiken we het bos in. Het doet een beetje aan de Ardennen denken, of zelfs Limburg. Veel afdalen over aarden paden met, hoe kan het ook anders, rotsen maar ook boomwortels. Mijn enkel vindt dit niet zo fijn en begint nu toch wel een beetje meer te zeuren. Ik durf echter niet te kijken, dat doe ik bij de finish wel. Ook vrees ik dat ik een teennagel ga verliezen als ik dat zo voel aan mijn rechter grote teen. Voor de rest het gebruikelijke. Pijn in mijn voeten, pijn in mijn knieën, pijn in mijn bovenbenen, pijn in mijn rug, pijn in mijn armen en pijn in mijn schouders. Dat is overigens bij Frank niet heel veel anders.

Dan krijgen we slecht nieuws, niet zijnde dat het weer een beetje is gaan regenen of dat we donder achter de bergen horen. Een dame van de 50 km roept dat het nog 12 km is want zij heeft 38 km op haar klokje staan. Die van mij geeft echter 22 km aan en zou het dus nog maar 8 km moeten zijn. 4 km verschil. Ergens gaat er dus iets niet goed maar wie heeft er nou gelijk? We komen er gauw achter. Als ik 25 km heb staan en mentaal nog maar 5 km hoef komen we bij de tweede drankpost waar een mooi briefje hangt. ‘Noch 8 kilometer’. Kut! Of liever gezegd ‘Scheisse’! Nou ja, ut mot maar…

Gelukkig lijkt het allemaal redelijk vlak vanaf hier en kunnen we zelfs een hele kilometer achter elkaar hardlopen. Dan toch nog een stukje ‘heuvelachtig’ alvorens de laatste kilometers écht vlak. Ik begin nu wel echt last van mijn enkel te krijgen. Alsof mijn lichaam mentaal weet dat het einde nabij is. Nog even de tanden op elkaar en dan zijn we eindelijk in Kaprun terug. Nog 1,5 km, nog 1 km, nog 500 meter en dan zijn we bij het terrein van de start/finish. Handjes vastpakken en in de lucht voor de foto en klaar is Kees. En Frank. En Saskia ook, die is er ook helemaal klaar mee. Linda staat bij de finish op haar man te wachten en heeft er nog geen 6,5 uur over gedaan. Wij iets meer, 8 uur en een kwartier. Weer een hardlooptijdsduur/inspanningsduur record verbroken. 

We krijgen een mooie medaille en lopen naar een provisorisch zwembadje waar kinderen kunnen spelen maar wat gebruikt wordt als koelingsplek voor vermoeide voeten door de hardlopers. Ik trek eindelijk mijn schoenen en sokken uit en aanschouw het slagveld. Binnenkant van de enkel is een beetje dik en blauw maar de buitenkant spant de kroon. Mijn enkel lijkt wel een voetbal zo dik en als ik goed kijk begint hij ook al een beetje blauw te worden. Dat voorspelt niet veel goeds. Ik strompel voor de zekerheid even naar de EHBO en krijg een coolpack omgebonden en het advies om een X-ray te laten maken als ik thuis ben. Bovendien doet hij de ‘gescheurde enkelband’ test. Is het dik en blauw maar doet het geen tot weinig pijn? Dan is hij waarschijnlijk helemaal afgescheurd. Is het dik en blauw en doet het veel pijn? Dan is hij waarschijnlijk gedeeltelijk gescheurd. Ik heb dubbel prijs en vink ze allebei af, helemaal voor de buitenkant en gedeeltelijk voor de binnenkant. Mijn rechtervoet is ok, als je de snel blauw wordende teennagel niet mee telt.

Ik strompel weer terug naar Frank en Linda om het goede nieuws te vertellen. Dat wordt plannen bijstellen de komende weken. Na een tijdje krijg ik het koud, komen er donkere wolken aan en aangezien er geen cola Zero of light op het terrein te krijgen is heb ik ook dorst. Bovendien zal ik niet zo makkelijk naar het appartement terug rennen dus we gaan langzaam aan die kant op, met nadruk op langzaam. Linda moet op haar man wachten. Die zal met de bus terug komen met een heleboel andere chagrijnige lopers want vanwege het te verwachten onweer hebben ze de 110 km bij ‘ons’ startpunt afgekapt. Iedereen die daar op dat moment nog niet was mocht niet verder lopen en hebben dus maar 80 km gedaan. Ik mag dan een enkelprobleempje hebben maar dat komt wel weer goed, maar 110 km starten en dan maar 80 km kunnen lopen is toch wel heel erg zuur, net als die 75 km die 50 km werd. Zo zie je maar weer, alles is relatief.

Eenmaal in het appartement lekker douchen en zorgt Frank na het eten van een welverdiende pizza voor een zwachtel om mijn enkel. Het voordeel van twee EHBO’ers in huis én een zak oefenmateriaal in de kofferbak. Voor de zwachtel maakt dat toch niet uit. Dan vroeg naar bed wat voor mij dan toch weer laat wordt want ja, die blog schrijft zich niet vanzelf en nu zit alles nog vers in het geheugen. Morgen de Spa opzoeken en van daaruit kijken we wel weer verder.

Grossglockner Weissee Trail. Bergbeklimmen in je hardloopoutfit. Skiën op je hardloopschoenen. Sleeën op je billen in je hardloopbroek. 2 keer op je muil gaan, iets stoms met enkels doen, je opnieuw 100.000 keer afvragen waarom dit ook alweer leuk is en dan om je heen kijken voor het antwoord als je de prachtige omgeving ziet. Een dansje doen op de Alpenweide terwijl je The Sound of Music zingt, een grote teennagel verliezen, achteraf verbrand blijken te zijn, en ruim 8 uur buiten spelen. Een onvergetelijke ervaring. Maar een ding weet ik wel. Ik doe dit nooit meer. Oh ja toch wel.

Zei ik dat echt hardop?

2 Reacties

  1. Romana Hejlova

    Ha ha ha, natuurlijk doe je het weer. GGUT 2020: here we come! Romana.

    Reageren
    1. Saskia Uit den Bogaard (Auteur bericht)

      Ha, ha, ha, die, of iets anders. We zullen zien, nog genoeg te lopen!

      Reageren

Laat een antwoord achter aan Saskia Uit den Bogaard Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *