Athene Marathon the authentic

We gaan de marathon van Athene lopen. Samen met vriend Gaston en wat familieleden van Jenny, met aanhang, vliegen we op vrijdagavond richting Athene. Terwijl we naar ons hotel zoeken, hetzelfde als een paar jaar geleden, begint het langzaam allemaal weer boven te komen. De metro, de juiste richting, het restaurantje waar we gegeten hebben. Dit keer komen we echter niet voor sightseeing maar met een ander doeleinde.

Het eerste dat zaterdag op het programma staat is de Expo. Die ligt ruim een uur met het openbaar vervoer van het centrum af, maar met een combi van metro en tram komen we bijna tot aan de deur. Just follow the crowd. Op de Expo is het allemaal goed georganiseerd. Direct bij binnenkomst kunnen we onze startnummers ophalen. Het shirt moet ergens boven maar ze hebben een mooie route gemaakt langs alle stands en je kan maar een kant op. Lekker overzichtelijk.

We slenteren de route af maar eerlijk gezegd is er niet veel interessants. Frank wil een shirt, Gaston een buff en ik wil gratis goodies. Geen van allen krijgen we wat we willen. De enige buit die ik meeneem is een niet te vreten gratis rijstwafel en een veel te dure zak gekochte suikernootjes. Zelfs de nieuwe Hoka’s zijn nog niet te koop en ik zal nog een jaar moeten wachten. Maar we hebben onze startnummers, de sfeer zit er goed in en ook het shirt valt me mee en is leuker dan ik dacht. We kijken nog even naar een filmpje van de route en besluiten dat we trek hebben.

Buiten komen we Chris en Frederike ook nog tegen, die lopen voor Kika. Small world. We nemen de tram terug tot aan de overstap van de metro en zoeken een terrasje waar we broodjes Gyros kunnen eten. Daarna terug in het hotel om even te relaxen en rond 17:00 pakken we de metro richting het olympisch stadion om de dochters van Jenny haar nicht te zien finishen op de 10 km. Nog meer sfeer. Als het bijna etenstijd is zoeken we de Nederlandse Ambassade op. Na alle verhalen over pastaparties willen we op zijn minst even kijken of we kunnen aansluiten. Het is even zoeken maar als we hem dan eindelijk gevonden hebben is het akelig donker en de deur potdicht. Geloof niet dat het hem gaat worden.

We wandelen terug naar de metro en pakken een terras van een restaurant om wat te eten, nadat we gecheckt hebben of ze pasta hebben. Het wordt een bord spaghetti, wat vette gefrituurde courgette en een stuk baklava. Dan lekker weer naar het hotel om te slapen. Tenminste, dat is het plan.

Frank ligt al gauw op een oor maar ik heb ruzie gekregen met mijn maag. Te veel, te vet, te onregelmatig en te ongezond. En dus gaat mijn maag staken met als gevolg dat ik de hele nacht rechtop in mijn bed zit om proberen de boel te laten zakken. Nou ja, de halve nacht dan want de wekker staat om 4:30. 3:30 voor de lezers thuis gezien het uur tijdverschil. Uiteindelijk komen mijn maag en ik dan toch tot een overeenstemming maar het kwaad is al geschied. 

Ik ben in slaap gevallen maar gebroken word ik wakker van de wekker. Ik wil niet. Het is nog veel te vroeg, ik ben enorm brak en mijn maag wil nog steeds niet helemaal meewerken. Gelukkig heb ik alles al klaargezet. Bij het ontbijt, dat speciaal voor de marathon vanaf 5:00 klaarstaat, sluit René aan en neem ik wat yoghurt en een beetje Cruesli die ik de dag er voor bij de supermarkt gekocht heb. Rond 6:00 gaan we 4 man sterk, Frank, Gaston, René en ik, volgens plan richting de bussen, die we gelukkig soepel vinden. Eenmaal in de bus richting Marathonas kan ik rustig ademhalen. Nu kan er niks meer mis gaan. Denk ik…

We zijn Athene nog niet uit of ik kom tot een schokkende ontdekking. Ik ben mijn headphones, en dus mijn muziek vergeten! De mentale slag is groot. Ik heb muziek nodig tijdens de marathon om in mijn bubbel te komen, helemaal als het zwaar wordt en als ik alleen loop. Nu moet ik letterlijk alleen lopen. Maar er is niets meer aan te doen en het zal een nieuwe uitdaging worden. Weet ik gelijk ook hoe dat is.

In de bus doezel ik af en toe even weg terwijl ik Frank op de achtergrond de route hoor analyseren. ‘Oei, dit wordt pittig’, en ‘hier lopen we lekker naar beneden’. Ik ga het wel zien, ik ben te moe om te kijken. Rond 7:30 komen we aan in Marathonas. Het is licht geworden en ik moet enorm nodig naar de WC getuige de krampjes in mijn darmen. Maar eerst moeten we nog een stuk wandelen en de tassen afgeven. Bovendien moet Frank nog van alles uit- en aantrekken. Ondertussen bouwt de druk in mijn darmen zich op. Als Frank niet opschiet gaat het straks gigantisch mis.

Gelukkig komt het niet zo ver. Eenmaal bij het stadion zijn er oneindig veel Dixies. Eindelijk een marathon die het begrepen heeft! Opgelucht kunnen we nu een plekje zoeken en kan ik deze historische plek op me in laten werken. We zijn Gaston en René kwijtgeraakt en Frank heeft ook nog een Meet & Greet van de RMD afgesproken. Dus terwijl hij bij de ingang van het stadion gaat zitten, ga ik een rondje lopen om te kijken of ik Gaston kan vinden. 

Ik kom uit bij de plek waar het olympische vuur ooit gebrand heeft. Op de trap er naartoe en nog verder staat een rij omdat mensen ermee op de foto willen. Natuurlijk wil ik dat ook. Bovendien heb ik nog anderhalf uur de tijd. Als ik eindelijk aan de voet van de trap sta komt er een man die het vuur aansteekt. Nog beter. Een kwartier verder ben ik aan de beurt en kan ik ook mijn foto’s maken. Dan als de sodemieter terug naar Frank die zich afvraagt waar ik blijf. Hij heeft intussen de RMD-ers verzameld voor de groepsfoto.

Na de foto gaan we richting startvak, Frank in 7 en ik in 6. ‘Hij haalt me nog wel in’, zegt hij. En dat zou zomaar kunnen, want echt fit voel ik me niet. Ik hoef niet lang te wachten. We krijgen de eed van de atleet en er komt een bui aandrijven die ons raakt ongeveer 10 seconden nadat het startschot voor ons vak gegeven is. Iedereen, ook ik, graai gauw nog even een plastic zak maar ik gooi hem ook weer weg zodra ik begin te rennen. De bui duurt ook niet lang en we zijn gestart aan de marathon van Athene.

De eerste kilometers gaan goed. Ik moet weer eens plassen maar besluit het op te houden tot 2,5 km, waar de eerste drankpost moet staan, in de hoop dat er ook WC is. Bij het 1 km bord kan ik het niet laten om even een foto te maken. Tenslotte moet ik ook genieten. Op 2,5 km is er geen drankpost. Waarschijnlijk heb ik het verkeerd begrepen dus bij km 3 duik ik maar even een bosje in. Zo, dat loopt een stuk lekkerder. Het tempo zit er goed in en de zon is doorgebroken maar ik heb geen last van de warmte. Het lijf voelt redelijk.

Dan komen we bij het 5 km lusje, een rondje om de kerk of in dit geval de plek waar de slag om Marathonas heeft plaats gevonden. Je weet wel, de aanleiding voor Pheidippides om naar Athene te rennen en te vertellen dat ze gewonnen hadden om vervolgens dood neer te vallen. Met andere woorden, de plek en de reden waarom dit gezeik met die marathon allemaal begonnen is. Ik verwachtte een groot standbeeld of monument maar het is gewoon een kale heuvel. Als ik er naar toe ren kijk ik uit naar de lopers die alweer terug rennen en zie ineens een bekend shirt van de Rotterdam Running Crew. Ik wil roepen maar moet even schakelen en tegen de tijd dat ik dat gedaan heb en Jeroen en Arjan geregistreerd heb in mijn brein zijn ze alweer door. 

Hier staat ook de eerste drankpost waar ik dankbaar gebruik van maak. Ik heb zelf ook drinken bij me maar spoelen en een spons sla ik niet af. Als ik zelf weer terug loop zie ik een standbeeld, en daar moet ik natuurlijk even mee op de foto. Koning Leonidas. Een jongen biedt aan om hem te maken en als we weer gaan rennen knoopt hij een praatje aan. Het voordeel van alleen lopen, ik heb veel meer aanspraak. Hij komt uit Canada en was vorige week nog in Breda en Utrecht geweest. 

Aan de andere kant zie ik Gaston ineens lopen en we geven elkaar een high five. Dan zal Frank niet ver achter me zitten. Richting de 7 km gaan we het rechte stuk op, langs de kust, om zo’n beetje bij de 10 km het eerste dorp tegen te komen met enthousiaste supporters. Met dat ‘saai’ valt het dus alleszins mee. Dat zwaar begint langzaam te komen. Ongemerkt lopen we vals plat naar boven. Ongemerkt, maar stiekem merk je het toch wel. Het blijft namelijk onafgebroken stijgen. Kleine beetjes maar toch. Bovendien krijg ik een ander probleem. Mijn darmen schieten weer in de kramp en ik begin mijn muziek te missen. 

Ik twijfel tussen doorlopen tot aan een drankpost met een WC of gewoon de bosjes inschieten. Ik heb geen WC papier mee en loop door, zo goed en zo kwaad als dat het gaat. Het loopt voor geen meter en mijn onderrug heeft besloten om vrolijk mee te doen met de krampjes. Dan toch de bosjes maar terwijl ik een spons van de grond raap om te kunnen vegen. Gelukkig is het alleen maar lucht. Dit keer, want ik durf niet in te staan voor straks.

Ik klim naar 15 km en dat is een pittige klim. Nu al en veel te vroeg krijg ik een klap van een hamer. Het constante omhoog lopen, geen muziek om in mijn flow te komen en de krampen in de buikregio hebben hun weerslag. Maar de strijd is nog niet gestreden. Op 16 km hoor ik een bekende stem die ik eigenlijk nog even liever niet had gehoord. Frank heeft me ingehaald. Ergens ben ik ook wel opgelucht, nu kunnen we toch samen lopen en finishen. 

Na 500 meter laat ik dat plan varen. De rollen zijn omgekeerd. Hij loopt constant een meter voor me laat zich zakken maar loopt toch weer harder. Ik kan gewoon niet harder met die krampen en hou hem niet bij. Schat, snap je nu wat ik bedoel met in je flow lopen en als de ander dan langzamer loopt? Dat werkt gewoon niet. Ga maar, cu at the finish. ‘Misschien trekt het straks weer weg en kom ik toch weer bij’, denk ik hoopvol. Ondertussen krijg ik appjes binnen van mijn vrienden maar ik kan ze niet lezen. Ik heb wel een vermoeden wat er in staat.

Voorlopig blijft het drama. Ik kom Christelle tegen, die ik in Zuid Afrika heb leren kennen en vervolgens bij allerlei wedstrijden tegen kom. Zo ook hier want ik zag haar in het stadion al. Ze heeft het ook best zwaar en loopt met me mee. Fijn, een beetje afleiding. Helaas trekken de krampen meer aandacht en ik geef aan dat zij ook maar door moet lopen. We zijn dan inmiddels op de helft.

Om toch nog een beetje te blijven ‘genieten’ maak ik nog wat foto’s onderweg. Een oudere man die volledig uitgedost in klederdracht water staat uit te delen kan ik niet zo maar voorbij lopen dus ik wacht even tot hij een momentje heeft en maak een selfie. Hij vindt de erkenning fijn. Ook heb ik wat afleiding van een cameraploeg die een tijdje op mijn hoogte blijft hangen. Leuk voor de Griekse kijkers thuis. Van daar uit weer verder, op naar de 25 km. De route blijft omhoog lopen en ik mis mijn muziek meer dan ooit. Doordat die flow uitblijft ontstaat er een soort domino effect. Ik voel ieder pijntje en krampje, druk tevergeefs op de Terminatorknop, en voor het eerst in mijn hardloopcarrière wil het mentaal ook niet. Ach ja, moet je ook een keer meegemaakt hebben. Dan bedenk ik me ineens dat Jenny op 31 km staat. Dat wordt mijn nieuwe doel voor nu, dan zie ik daarna wel weer verder.

Tot aan die 31 km loop ik af en aan met Christelle op. Als een soort jojo trek ik me aan haar op als ik me even ok voel, en laat haar weer gaan als de kramp weer op komt zetten. Inmiddels beginnen er ook wat schuurplekken op te spelen langs mijn armen omdat mijn shirt kletsnat is van het continue water over me heen gooien. A small price to pay om het koel te houden. Toch is het niet idioot warm. Er is bewolking en er vallen zelfs wat druppeltjes uit de lucht. Maar het sponsen blijft desondanks gewoon lekker.

De 31 km gaat nog even onder een viaduct door maar het grote spandoek met ‘nog 11 km’ geeft wel aan dat we het ergste nu gehad hebben. Nu mogen we volcontinue gaan afdalen. Vanuit de Two Oceans weet ik echter dat dat geen enkele garantie is om tijd in te halen, niet meer te wandelen of dat het zelfs maar makkelijk gaat nu. De continue klim omhoog heeft me zoveel energie gekost en alles doet inmiddels zo’n pijn dat het profijt van omlaag lopen het niet compenseert. Maar vooruit, het helpt wel. 

Boven aan het viaduct staat Jenny. Ik wil bij haar uithuilen maar ik heb geen tranen. Ik sta gewoon droog ondanks dat ik wel genoeg drink. Ze vertelt me dat Frank het ook zwaar heeft en ongeveer twee minuten voor me loopt, en dat Gaston vlak achter me zit. Ergens voelt het toch als gedeelde smart. Ze oppert dat ik op Gaston wacht om samen te lopen maar ik weet dat dat geen goed idee is. Ik zit in een modus waarin ik mijn eigen plan moet kunnen trekken. Rennen als ik kan rennen, wandelen als ik moet wandelen. Bovendien ben ik niet gezellig en alleen maar bezig met overleven.

Ik ren dus verder. En inderdaad omlaag kan ik minimaal 1 km door blijven rennen. Fijn, nu zijn het er nog maar 10. Ik heb uit pure ellende mijn muziek maar via de telefoon aangezet en tussen de aanmoedigingen door hoor ik wat klanken uit mijn Flipbelt komen. Voor het lopen heb ik er niks aan maar op de achtergrond geeft het wat gezelligheid. Het is voor het idee. Iemand spreekt me weer aan en ik maak een kletspraatje. Hoppa, weer een paar honderd meter verder. Uiteindelijk komen we er wel.

Bij 36 km heb ik heel even een opleving en ren een volledige kilometer stevig door naar de 37 km. Nu nog maar 5 km! Ik heb altijd gezegd dat ik 5 km altijd wel uit kan lopen, al moet ik kruipen. Ik check mijn klokje en zie dat ik iets meer dan 10 km per uur moet lopen om nu binnen de 4:45 te finishen, wat ik graag had willen doen. Maar ik voel ook aan mijn complete gestel dat ik dat niet ga redden. Als ik bijna bij 38 km ben komen we bij een Erasmusbrug lookalike en een stenen plakkaat waar Athene op staat. Het voelt als een grens en dus wil ik een foto maken. Er staat een dame zich lekker uit te rekken voor het plakkaat waardoor je de letters niet ziet. Ik wacht tot ze klaar is, mijn tijd wordt toch niks meer, en ren weer verder. 

Het rennen gaat weer iets beter nu ik in Athene ben. Het publiek is nog steeds net zo enthousiast en ik kijk wat om me heen. Het valt me nu pas op dat ik nog nooit zo veel mensen stuk heb zien gaan en het dringt tot me door dat Athene toch wel een iets andere categorie marathon is. Het is niet de route, het is niet de warmte en het zijn niet eens de heuvels. Het is de 20 km constante omhoog lopen. Een stille sluipmoordenaar die alle energie uit je lijf trekt zonder dat je het in de gaten hebt.

40 km. Ik kan de finish nog niet zien maar ik kan hem ruiken, proeven, voelen en zelfs horen. Als een donder ergens in de verte waar het achter de bergen onweert. Mijn klokje wijkt inmiddels 800 meter af maar dat maakt niet meer uit. Ik hoef alleen nog maar door te rennen. Minder dan een kwartiertje en dan is het klaar. Ik herken ineens waar ik loop en bij 41 km komen we langs het moderne standbeeld van een rennende man. We draaien een straat rechts in en dan is het er nog maar 1. 1 lange maar heerlijke kilometer. En dan komt de Griekse Coolsingel!

De draai naar links, de hoek van 90 graden recht de hemel in. Een straat die lekker naar beneden loopt, mensen aan weerszijden rijen dik die je naar de finish schreeuwen. Onderaan de straat het bord met ‘nog 250 meter’. Onder de loopbruggen door en dan het olympisch stadion. Ik sta nog een keer stil, maak een foto en ren dan het tartan op terwijl ik het publiek op de tribunes in kijk of ik Jenny zie. Ik mis ze maar trek mijn breedste en triomfantelijkste glimlach voor de fotograaf bij de finish. Eindtijd 4:49:08. Bij lange na niet mijn snelste tijd maar toch ook niet mijn langzaamste. Wel mijn zwaarste en misschien ook wel mijn leerzaamste marathon.

Ik wandel door en zie dan Frank staan. Ik heb enorm behoefte aan een knuffel en die krijg ik uitgebreid. Dan wandelen we samen verder om de medaille in ontvangst te nemen en nog een kleine goodiebag met wat eten en drinken. Ik zie Christelle nog even en geven elkaar een high five. Dank je wel voor het optrekken! We weten niet waar Gaston is dus we halen onze kleding op en via de what’s app zoeken we Jenny en de rest op. Onderweg nog even wat foto’s en als iedereen weer herenigt is en we even bijgekomen zijn gaan we ieder onze weg naar het hotel om ‘s avonds met elkaar te eten. We hebben gedaan waar we voor gekomen zijn, nu lekker drie dagen vrij om onze wonden te likken.

Athene marathon, the authentic. Been there, done that. Mag ik nu dood neervallen?

3 Reacties

  1. Lidy

    Mooi Saskia

    Reageren
    1. Saskia Uit den Bogaard (Auteur bericht)

      Dank je wel!

      Reageren
  2. Lidy

    Mooi Saskia

    Reageren

Laat een antwoord achter aan Lidy Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *