Spijkenisse halve marathon: Polderbaan

Vrijdagavond een gezellig kerstfeestje op de zaak. Thema jaren 20 want we bestaan 90 jaar, dus in de jaren 20 opgericht. Tot een uur of elf staan we lekker te swingen voordat we de lange werkweek afsluiten en ons bed opzoeken. Zaterdagochtend een heerlijk uurtje paardrijden om daarna gelijk om te kleden en de rest van de dag te collecteren bij het Alexandrium voor de Roparun en ons team, Jatogniettan. Gelukkig mag ik om 16:00 naar huis. Nog even boodschappen doen, douchen en opnieuw omkleden voor een heerlijk avondje uit eten. Goed gezelschap en een uitgebreid vijf gangen menu. Tja, je hebt stapelen en stapelen. En wat doen we zondag? Doe eens een gok.

De halve van Spijkenisse is nieuw voor me. Frank heeft nog even overwogen om mee te gaan maar besluit op het laatste moment om lekker thuis te blijven. Tenslotte heeft hij gisteren al gelopen. Ik bak een pannenkoek Saskia style, pak mijn spullen en rij om 9:30 stipt in mijn eentje naar Spijkenisse toe. Ik kan parkeren in de parkeergarage van het theater en van daar uit is het inderdaad maar een klein stukje lopen naar AV Spark. Onderweg zie ik iemand met een startnummer lopen en realiseer ik me dat ik mijn startnummerband vergeten ben. Dat worden dus ouderwetse speldjes die tegenwoordig zo’n beetje standaard in elke tas in huis zitten.

Eenmaal bij het sportcomplex is het even zoeken naar waar ik mijn tas achter kan laten, de WC en waar alle balies zijn. Er zijn al aardig wat groene shirts te zien. Er staat een rij bij het ophalen van het startnummer waardoor ik het fotomoment voor de hele marathon mis. Ik ben sowieso nog niet helemaal geland en ik vraag me af waarom ik eigenlijk ingeschreven heb? Wat doe ik hier en waarom lig ik niet gewoon lekker in mijn bed of loop een rondje brug in Rotterdam? Het antwoord is simpel. Het plan was om samen met Linda te lopen. Was, want er is een klein ienieminie pietluttig niet noemenswaardig probleempje. Linda meldde zich vanochtend ziek. Nou ja, wat zeg ik altijd? Lopen moet ik toch.

Bovendien heeft iedereen het altijd over Spijkenisse dus wil ik nu met eigen ogen wel eens zien waarom Spijkenisse nou zo leuk is. Ik vraag het een aantal mensen en op basis van hun antwoorden kom ik tot een wonderlijke conclusie. Spijkenisse is helemaal niet leuk om te lopen. Weinig tot geen publiek, heel erg afhankelijk van het weer en vooral een rondje door de polder. Waarom loopt iedereen hem dan? Tja, omdat de rest hem ook loopt. Heb ik weer. Nou ja, lopen moet ik toch. Ik blijf het mezelf herhalen, misschien dat het dan beter wordt. Een voordeel. De zon schijnt en van de code geel waarschuwing die een streep door de kerstmarkt van Dordrecht heeft gezet merken we alleen wat wind.

Ik vind Marilene, ik vind Herman, we zwaaien Bart uit die de hele loopt (en dan zeggen ze altijd dat ik niet goed bij mijn hoofd ben), zeggen Marco gedag en sluiten aan bij de groepsfoto van de halve marathon en 10 km. Nog even een WC opzoeken en dan vooral zoeken naar waar de start is. Ik ben er echt niet bij vandaag. Eenmaal gevonden sta ik een beetje in de leegte te staren als Marilene weer aansluit en we in het startvak gaan staan. Ik ben nog met mijn startnummer aan het kutten als het startschot klinkt. Hé? Wat? Oh shit, ik moet gaan lopen. Gelukkig had ik mijn klokje al wel aangezet. 

We maken eerst een ererondje over de atletiekbaan alvorens we de weg op gaan. Marilene wil onder de twee uur lopen en ik ga weg op 10 km per uur. Tenslotte heb ik vorige week al tempo gemaakt bij de Bruggenloop en moet ik morgen en woensdag weer lopen voor de Rotterdam Running Crew. En het blijft geen feest natuurlijk. Bovendien zijn de eerste paar kilometers smal en is er weinig ruimte om in te halen. Ik verdwijn lekker in mijn bubbel en blijf een beetje bij Marilene in de buurt tot de 5 km. Hier is de eerste drankpost en pak ik even mijn rustmomentje. 

Het lijkt even warm door de zon maar als we daadwerkelijk de polder in lopen heeft de wind vrij spel en ben ik toch heel blij dat ik mijn dikke thermoshirt aangetrokken heb. Langs de kant zie ik zowaar een oud collega staan en ook onderweg word ik aangesproken door een andere oud collega. Kleine wereld. Ik zie op 7 km Arthur staan en dat is zo’n beetje het laatste dat ik bewust registreer. Daarna trek ik me helemaal terug in mijn eigen wereld. Het uitzicht is toch continue hetzelfde. Polder, polder en nog eens polder, met af en toe een verloren paard langs de kant. We hebben wind tegen maar ik vind het niet erg. Het verkoelt mijn verhitte hoofd en op de een of andere manier ga ik er sterker van lopen. De bultjes van dijk op en dijk af daarentegen vind ik zwaar irritant. 

Ik verwacht op 10 km de tweede drankpost maar die blijft uit. Ondertussen ben ik weer aangehaakt bij Marilene die inmiddels met Nathalie op loopt. Ik haal ze in en loop een klein beetje op ze uit. ‘Zeker de Terminatorknop aan?’ hoor ik achter me. Nee, nog niet. Veel te vroeg, die komt pas na de 16 km. Op ongeveer 12 km staat eindelijk de drankpost en de dames lopen me weer voorbij. Heel even ben ik in verwarring als ik 14 km zie staan maar dat is het bord voor de hele marathon. Gelukkig want als ik ergens een hekel aan heb dan is het dat het parcours te kort is of dat we de verkeerde kant op gestuurd worden. In de verte loopt een hele groep en tegen de tijd dat ik bij ze aanhaak realiseer ik me dat het een pacegroep is. Ferry van de RRC loopt voorop voor 2:00. Oh, oh, hier moet ik van weg want ik haat het om in een pacegroep te lopen. Tenzij ik zelf de pacer ben natuurlijk. Ik heb twee opties, achterblijven of er voorbij gaan en voor blijven. Even denken, optie twee dan maar.

Ik werk mezelf naar de 15 km met de belofte dat ik op 16 km wat mag eten. Op dat punt maak ik tevens mijn eerste rekensom, het protest in mijn rechterbil negerend. 24 minuten min een paar seconden voor 6,1 km als ik onder de twee uur wil lopen. Dat is ongeveer 10 km per uur vanaf nu. Zou moeten kunnen als er geen gekke dingen gebeuren. Straks op 18 km nog maar eens kijken. Ik heb de dames dan al weer ingehaald. Ergens krijgen we nog een beetje regen maar het deert me niet. Stiekem vind ik het wel lekker eigenlijk. Bij 16 km eet ik een gel en doen we weer haasje over met Marilene en Nathalie. We hebben de polder verlaten en zijn Spijkenisse weer ingelopen. Even een bultje omhoog en dan rennen we door een winkelstraat terug richting Spark. Op 17 km zijn we op de hoek van de weg en loop ik weer naast Marilene. ‘Ik moet nog 4 km, jij?’, vraag ik vrezend voor het ergste, maar het valt mee want we krijgen nog een lus. 

Het protest in mijn billen begint luider te worden want links heeft zich nu bij het standpunt van rechts gevoegd. Gelukkig ben ik in dit soort gevallen lekker dictatoriaal. ‘Niet zeiken, doorlopen!’ 18 km dus nog 3 te gaan met 19 minuten. Ik heb een minuut speling als ik die 10 km per uur aanhou, dat is even snel gerekend 20 seconden per kilometer. En die heb ik best nodig want ‘Highway to hell’ in mijn oren slaat de spijker op zijn kop. We krijgen nog een heerlijke bult omhoog en ik heb zwaar medelijden met de marathonlopers. Heb je net een kilometer of 40 gelopen, krijg je zo’n teringbult. Ik zou de organisatie mentaal helemaal verrot schelden. Voor mij is het nu nog maar 2 km en ik mag de bult ook weer omlaag. Dat is het moment waarop de Terminatorknop aan gaat. Ik weet nu dat ik die sub2 gewoon ga halen en wil mijn tempo vasthouden.

De laatste kilometer is weer terug op het sportterrein maar het rondje over de atletiekbaan lijkt een eeuwigheid te duren. Ik trek nog een klein sprintje om voorbij drie lopers te gaan, niet omdat ik per se sneller wil lopen maar omdat de fotografen bij de finish dan vrij zicht op me hebben. Ja nou, je bent mediageil of je bent het niet. Op de officiële klok staat iets van 1:58 nog wat brutotijd dus ik ben meer dan tevreden. Ook nu heb ik de bevestiging dat het er nog in zit, ook al kost het me beduidend meer moeite dan een jaar geleden. Ik weet wat me te doen staat. Herman staat bij de finish, die heeft een prima 10 km gelopen, Marilene en Nathalie finishen vlak achter mij. 

Na een bekertje water en een foto met Lawyer Paul blijf ik niet lang hangen. Tenslotte ben ik het hele weekend al op pad. Ik bied Herman een lift naar huis aan en terwijl we naar de parkeergarage lopen vult mijn hoofd zich met blikjes ijskoude chocomelk, heerlijke gebakken eieren met ham of kaas en een warm bubbelbad. Als ik terugdenk aan de race kan ik niet anders concluderen dat ik eigenlijk heerlijk gelopen heb.

Misschien is die halve van Spijkenisse dan stiekem toch eigenlijk wel helemaal prima.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.