De Asselvierkant

Om een beetje fatsoenlijk te kunnen trailen zullen we toch iets buiten de grenzen van de gemeente Rotterdam moeten kijken. Dit weekend zijn we dan ook in Apeldoorn beland. Niet idioot ver, maar de planning waarin Frank op zaterdag en ik op zondag loop maakt dat we toch maar een slaapplaats in de buurt gezocht hebben. En in de buurt betekent in dit geval aan de Loolaan, 500 meter van de start van de Asselronde verwijderd, waar ik gewoon lekker ouderwets 25 km asfalt ga wegtikken. Frank loopt de Kroondomeintrail marathon en komt zondag dan helpen in de RMD Green Room en aanmoedigen.

In tegenstelling tot gisteren is het vandaag een beetje regenachtig maar gelukkig niet koud. Terwijl Frank zich tegoed doet aan het ontbijtbuffet van het hotel hap ik op de kamer wat biologisch verantwoorde granola met een bakje yoghurt weg. Voldoende reden voor mij om volgend jaar ook de marathon op zaterdag te lopen want dit jaar heeft tante Truus daar dan weer te weinig over nagedacht. Rond 9:30 wandelen we naar theater Orpheus waar de RMD Green Room zich bevindt. Frank heeft geregeld dat we toch 17:00 de kamer kunnen hebben dus we kunnen lekker alles laten liggen en na afloop douchen.

Het leek droog maar zodra we naar buiten stappen blijkt het toch te regenen. Dat betekent paraplu uit de auto vissen. Bij Orpheus is het even zoeken waar we moeten zijn maar uiteindelijk vinden we de juiste trap naar boven en naar Marco Vink. We worden gelijk aan het werk gezet. Frank moet bij de trap de mensen van de Green Room ontvangen en afstrepen op de lijst. Ik krijg de eer om de groene bandjes uit te delen. Ik wijt me vol overtuiging aan mijn taak als Green Room Door Bitch om de bandjes niet te strak, niet te los en exact juist te plakken zodat er geen haren tussen gaan zitten. Daar heb ik zelf ook zo’n hekel aan namelijk. En passant zien we dan ook iedereen binnen komen en kunnen gedag zeggen.

De tijd gaat daarmee snel voorbij en ondertussen is Deborah ook gearriveerd en wordt het buiten écht droog. Nou ja, alleen nog een beetje miezer dan, blijkt als we naar de kerk lopen voor de groepsfoto. Daarna naar de start. Ik loop samen met Deborah en het plan is volgens haar schema 5:50 tot 20 km en daarna als het kan versnellen. Er is slechts een klein probleempje. Deborah heeft last van haar been. Nou ja, we gaan er op weg en we zien wel hoe ver we komen. Ik heb zelf ook geen idee of ik het nog vol hou en wat mijn lijf doet.

Ik krijg een appje van Frank, hij staat links vlak na de start. Wij staan rechts dus we schuifelen voorzichtig de linkerkant op. Het hek van ons startvak gaat open en iedereen begint te dribbelen. We dribbelen mee terwijl ik mijn muziek aanzet op de achtergrond. Ik had verwacht stoppen bij de start en dan een officieel startmoment maar het is gewoon doorlopen. Ok, ook goed. Deborah is haar handschoenen vergeten en trekt haar mouwen over haar handen, ergo ik moet de snelheid in de gaten houden. Dat is niet zo moeilijk, we gaan per definitie te snel maar de eerste kilometers is dat nooit zo heel erg.

In mijn hoofd plan ik de route en maak de indeling. Het voordeel van de route kennen is dat je weet waar je je op voor kan bereiden. Het nadeel van de route kennen is dat je weet wat je te wachten staat. 3 km straat, dan door het natuurpark en van daar uit heuveltje op, heuveltje af, heide, bospad en de laatste 10 km op de weg. De focus is echter op Deborah en haar been. Rond de 6 km gaat het de heuvel op en ze voelt hem wel. Nog even volhouden dan mogen we heuvel af. Desalniettemin is heuvel af niet veel beter. Ik wil graag geen energie verliezen met afremmen als we de lange heuvel af lopen bij de 8 km dus ik spreek af dat ik me laat vallen en beneden op Deborah wacht.

Ik vlieg naar beneden. Ergens vind ik dit het lekkerste lopen. ‘Ik ben niet gek, ik ben een vliegtuig!’ Eenmaal beneden zitten we bijna op 10 km en pak ik gelijk wat te eten. Als Deborah weer bij is dribbelen we nog even door en eet zij ook wat. Daarna pakken we het tempo weer op tot de 12 km waar we het bospad in draaien. Het miezert nog steeds maar we hebben er geen last van, sterker nog, het loopt eigenlijk wel lekker. Het is niet koud en niet warm, er zit zuurstof in de lucht en ondanks dat we nat zijn voel ik er niet veel van. 

We spelen een beetje haasje over met een paar RMD-ers. We lopen voor ze, als we wat eten halen ze ons in, maar als wij weer gaan rennen komen we weer bij. Op 14 km zwaai ik nog even naar Jeroen Tibbe, die traditiegetrouw foto’s aan het maken is. Aan het einde van het bospad is het 15 km en draaien we de weg op voor de laatste 10 km en tevens laatste beproeving. Ik gooi er dan ook maar een gelletje in. Het stuk omhoog is zwaar maar minder zwaar dan in mijn geheugen. Een stuk korter ook. Het gemiddelde tempo zakt iets en Deborah heeft het wel even zwaar maar ze zet de tanden op elkaar en loopt stug door. Bikkeltje.

Na de 18 km is het ergste voorbij en is het een kwestie van afdalen en af en toe een beetje klimmen. Maar voornamelijk afdalen. We lopen door tot de 20 km en pakken nog een drankpost. Voor mij het moment om er twee spekkies in te duwen. Bij 21,1 km klokt Deborah ondanks de pijn in haar been een PR op de halve. Ik sla tegen die tijd op tilt. De suikerkick van de spekkies slaat in en ik sta te stuiteren. Bovendien heb ik mijn playlist op hard en snel gezet. Deborah ziet het ook en zegt dat ik maar moet gaan. Lekker, even de suiker er uit rennen.

De mannen die ons bij de heuvel voorbij gelopen zijn haal ik dan ook vrij rap weer in als ik in vliegende vaart de heuvel af kom suizen. Story of de Asselronde, die laatste vliegende kilometers. Mijn klokje geeft nu snelheden van 4:40 aan en ik heb geen stop. Voordat ik het in de gaten heb zie ik de bocht naar ons hotel en de Loolaan. Maar niet nadat ik voorbij Koninging Julianatoren gerend ben, waarmee definitief de discussie die Frank en ik het hele weekend al hebben beslecht is. Ja, de route loopt langs de weg van Koninging Julianatoren. De weg die eindeloos lijkt en we al 7 keer gereden hebben toen we aankwamen, ik Frank wegbracht naar de start van de marathon, weer ophaalde en waar we ‘s avonds wild gegeten hebben.

De Loolaan is 500 meter, een soort Coolsingel. In de verte zie ik Frank al zwaaien en ren zijn richting op voor een foto en een high five alvorens ik over de finish kom. Geen PR maar minder dan een minuut er vanaf, dus gezien de omstandigheden een meer dan super resultaat. Maar vooral omdat ik eigenlijk heerlijk gelopen heb wat ook alweer een tijd geleden was op een wedstrijd. 

Na mijn medaille loop ik terug naar de Green Room en krijg bericht van Deborah dat zij inmiddels ook binnen is. In de Green Room wacht droge kleding, een flesje chocomelk en een zak chips. 

Nadat iedereen binnen is en we een beetje bij gekomen zijn lopen we terug naar het hotel om te douchen, om te kleden, uit te checken en lekker naar huis te rijden. Thuis volgt Sushi en een avond op de bank alvorens de werkweek weer kan beginnen. Plannen voor een loopje voor volgende week zondag worden weer gemaakt en ik bewonder nog even de medaille. Dit jaar voor het eerst een andere medaille dan voorgaande jaren. En het meeste opvallende? Hij is niet rond.

En dat maakt deze loop de Asselvierkant…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.