Lansingerlandrun: Fighting ‘Dennis’

Vandaag een loopje in de buurt dat om 12:00 start. Eindelijk een keer lekker uitslapen dus op de zondag. Behalve als je je opgegeven hebt als vrijwilliger om startnummers uit te delen. Dan gaat de wekker gewoon om 7:00 uur. Gelukkig is het loopje zelf maar 30 km. Lekker door de open polder banjeren. Oh, had ik al verteld dat ‘Dennis’ vanmiddag met ons mee loopt? Dat het KNMI code geel afgegeven heeft? En dat het gaat plenzen? Het wordt écht tijd dat ik een andere hobby zoek. 

Frank heeft iets in verrewegistan involving trails maar gooit me eerst af in Lansingerland. Natuurlijk niet nadat hij niet twee maar drie pannenkoeken voor me gebakken heeft. Twee om nu op te eten, eentje voor straks. Stel je voor dat ik honger krijg. Bij de school waar men straks de startnummers op kan halen en eventueel omkleden is het nog relatief rustig. Van opperbopper Marco krijgen we de taak om de deuren van de gymzaal open te zetten en daarna is het wachten bij de startnummers tot de eerste klant zich aandient.

Terwijl ik moeite doe om langzaam wakker te worden, vrolijk bijgestaan door het opgewekte gekwebbel van de twee dames naast me, zowel links als rechts, is het buiten begonnen met waaien en regenen. Gelukkig zit ik binnen en doet de buienradar een belofte dat het bij de start droog is. Het duurt even voordat de lopers op gang komen om hun nummer op te halen en uit verveling vis ik een krentenbol uit het lunchpakketje. Eet ik straks rond 11:15 mijn pannenkoek wel.

Dan begint het storm te lopen, excusez le mot, en voor ik het weet heb ik niet eens tijd om alle bekenden gedag te zeggen. Ik moet het doen met, ‘hé hoi’s’, ‘hallo’s’ en soms een vluchtige kus. De tijd vliegt voorbij en voor ik het weet is het 11:45 en heb ik twee gesprekken gemist van Deborah met wie ik samen loop. Herman heb ik wel gezien, die bedenkt nog even of hij ons starttempo van 6:00 aan wil kunnen. Ik kleed me gauw om en duik nog even het toilet in terwijl ik de pannenkoek weghap. 

Op weg naar de start bel ik Deborah en binnen een minuut staan we samen te wachten tot de 4 km race klaar is zodat we in het startvak kunnen gaan staan. Ondertussen kletsen en lachen we met een hele bunch RMD-ers die in grote getallen weer aanwezig zijn vandaag. De WPR evenementen zijn toch altijd weer reden voor een groen feestje. Gelukkig heeft de buienradar woord gehouden en is het inmiddels droog. Herman besluit toch ook met ons te starten en met z’n drieën wachten we op het startschot. 

Ik vind het best fris en ben blij dat ik toch een dubbel shirtje aangetrokken heb. Maar nog blijer ben ik dat we van start mogen. Het eerste gedeelte van het parcours is relatief smal en heel erg druk dus veel vaart maken kunnen we niet. Gelukkig maar, want anders zouden we over de weg vliegen. We hebben ook nog eens wind mee. Na een stukje bebouwde kom komen we in de polder en daar voelen we Dennis goed. Ik moet echter eerlijk toegeven dat het wel lekker loopt, ook al weten we allemaal dat we hem straks tegen gaan krijgen.

We hangen een beetje achter een groep als ik doorkrijg dat er een pacer voor loopt. We zitten in de pacegroep van 6:00. Bummer, als ik ergens een hekel aan heb dan is het in een pacegroep lopen. Ik heb ruimte nodig om te kunnen lopen dus we proberen er voorbij te gaan. Herman blijft wat achter maar ik hou hem in de gaten om niet te ver weg te lopen. Dan begint het een beetje te regenen. Gelukkig niet hard maar toch iets harder dan Apeldoorn. Toch is het minder koud. Ik stoor me er maar niet aan.

Inmiddels hebben we ruimte op ons pad gekregen, met als consequentie dat we vol in de wind lopen. Tot een kilometer of 9 is dat helemaal prima zolang hij nog in de rug waait. Maar dan komt het einde van de lus en moeten we er aan geloven. We face Dennis! Het grote antibeuken is begonnen. Het enige voordeeltje dat we krijgen is dat het opgehouden is met regenen. Ik kijk uit naar de drankpost omdat ik op 10 km toch wat wil eten maar op de open weg zie ik niks. Deborah wil ook graag eten dus we besluiten op 11 km dan zelf maar even te gaan wandelen en te eten. Kan Herman ook weer bijkomen. De drankpost blijkt uiteindelijk op 12 km ergens achter een busje te staan waar de vrijwilligers overuren maken om de bekertjes met water te vullen. 

Van daar uit trekken we met z’n drieën weer verder. We spelen haasje over met elkaar en met wat andere medelopers aangezien we allemaal in gevecht zijn met Dennis. Het wordt pas leuk zo rond de 15/16 km. Net over de helft krijg ik een eerste golf runners high over me heen met als gevolg een big smile op mijn gezicht. I am having the time of my life! Deborah en Herman kunnen er dan nog wel om lachen als ik luid zingend en dansend me door de wind worstel. Ik zie een meewarige blik in hun ogen waar het ‘achgossie, laat dat kind toch’ vanaf druipt.

Tot aan de 20 km is er niet veel verandering in de situatie, maar dat is maar schijn. Dennis heeft deze kilometers gebruikt om kracht te verzamelen. Kracht die hij vol op ons loslaat in de volgende 2 km, vlak nadat ik me er van vergewist heb dat Herman niet de afslag naar de 21,1 km neemt. Dan krijg ik mijn tweede golf runners high. Who’s laughing now? Niet Herman en Deborah. Hen is het lachen inmiddels vergaan als Herman nauwelijks vooruit komt en Deborah bijna de sloot in geblazen wordt. Maar ze ploeteren dapper door. Ik ben zo trots op ze, allebei! Gaaf om te zien hoe Deborah beter is geworden met haar gerichte training, en Herman die nooit verder dan 25 km heeft gelopen trotseert hier gewoon een storm.

Ik heb het nog steeds naar mijn zin. Lawyer Paul komt voorbij, die probeert tevergeefs mijn Terminatorknop te kopiëren. Hij komt een heel eind maar helaas voor hem heb ik de enige echte. Er bestaat er maar een op de wereld, and it only answers to me. En dat terwijl ik hem vandaag niet eens nodig heb. We gaan de laatste 5 km in en er komt licht aan het einde van de tunnel. Na nog wat bochtjes lijken we wat meer beschutting te hebben en verwacht ik nu toch echt geen wind tegen meer. Nog een drankpost waar ik van Ria een bekertje water krijg, en dan zitten we op 26 km. Tijd voor een spekje en de uitspraak dat ik nu eigenlijk niet meer wil stoppen.

Als mijn spekje effect krijgt is Deborah me zat en stuurt ze me weg. ‘Ga maar, je spekje gaat werken, loop maar door.’ Ik moet er om lachen en vertrek, ik vertrouw er op dat ze die laatste 4 km wel alleen kan uitlopen. Herman heeft het moeilijker maar ook hem verwacht ik uiteindelijk wel bij de finish en eerlijk gezegd ben ik ook wel een beetje uitgekeken op Dennis. Het was leuk, het was fun, we hebben fijn gespeeld maar het is nu tijd om het af te maken.

Nog 2 km en dan geeft Dennis zich over. In het oog van de 28 km gaan de sokken er in. Dennis tilt me met al zijn kracht op en waait me over het parcours richting de finish, soms met iets te veel enthousiasme maar ik kan het hem niet kwalijk nemen. Hij weet dat ik gewonnen heb en probeert nu in een gunstig blaadje bij me te komen. Hij brengt me tot het viaduct dat de eerste stappen naar de finish aangeeft. Ronald staat met zijn megafoon langs de kant om me te vertellen dat het nog maar 300 meter is. Maar het kan ook 400 zijn. Klopt niet helemaal met mijn klokje die al op de 30 km zit maar vooruit.

Uiteindelijk ben ik toch blij als de finish in zicht is. Het ligt er wat verlaten bij want de meeste mensen schuilen ergens binnen maar de speaker is er niet minder enthousiast over als ik de lijn passeer. Medaille aanpakken van Jolanda, flesje water en een banaan en dan kijken hoe ver de andere twee zijn. Deborah is er ook al gauw, Herman duurt wat langer. Ondertussen haal ik mijn trofee, een zak wokkels, op bij de Jumbo en als we allemaal weer bijeen zijn gauw een foto en dan terug naar de school waar de warme kleding ligt.

Omgekleed en gevoed met chips en chocomelk wacht ik tot Frank me weer komt halen, want je hebt tenslotte werkpaarden en luxepaarden dus waarom met de metro gaan als je een privé chauffeur hebt, om thuis het bad-cola-voedsel-bank-film-bed ritueel te voltooien.

Storm Dennis. Vorige week hadden we Ciara. Heftiger maar ik had er minder last van. Dennis heeft zijn best gedaan, maar in plaats van me het leven zuur te maken heb ik heerlijk buiten gespeeld en ben ik lekker uitgewaaid. Fuck Dennis. En tegen de volgende storm die ons land wil teisteren en mijn loopje probeert te saboteren kan ik eigenlijk maar een ding zeggen.

Mess with the best, die like the rest! 

Fotocredits: Jeroen Tibbe fotografie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.