Het hoekje om

Na 3 weken storm op een rij is de vierde alweer aangekondigd. Ongekend in Nederland, en daar waar vorig jaar de CPC afgelast werd vanwege die ene storm per jaar is het dit keer nog maar de vraag of hij wél doorgaat. Dan kan hij opgeteld worden bij de andere evenementen, al dan niet in de categorie hardlopen, die afgelast zijn. Iedereen die ik spreek is de wind helemaal zat. De wind, de kou, het grauwe weer en de regen. En ik moet eerlijk bekennen dat ik ook wel weer stiekem verlang naar een lekker zonnetje voor een rondje rennen zonder dat ik mijn dikke thermoshirt aan hoef.

Maar voorlopig zullen we het nog moeten doen met het weer dat we hebben. En dat stelt menig hardloper op de proef. Daar waar een aangename temperatuur met dat lekkere zonnetje uitnodigt om de schoenen aan te trekken en een vrolijke 5 km, ach weet je wat het is zo heerlijk buiten we maken er 10 km van, te lopen, zeggen de continue hoosbuien en de door de rukwinden rondvliegende boomtakken dat we lekker binnen moeten blijven. Het enige dat dan tussen jou en je schema staat is de drempel.

De drempel die je over moet om daadwerkelijk je hardloopspullen aan te trekken en te gaan. Ze zeggen wel eens dat dat het moeilijkste van hardlopen is. Kom je thuis van een lange werkdag, je bent moe, het is al laat, eigenlijk heb je honger en als je je werkkleding uittrekt en naar je hardloopspullen rijkt valt je oog ineens op je sweater, joggingbroek en warme comfortabele pantoffels. Buiten hoor je de regendruppels tegen het raam slaan en de wind gieren. Dan wordt die drempel wel ineens heel erg hoog.

Ik heb niet zo’n last van die drempel. Meestal ga ik in de ontkenning door vooral niet te denken aan wat me buiten wacht. Zonder dat nadenken in mijn hardloopkleding schieten, niet treuzelen, spullen pakken en gewoon naar buiten lopen. Als ik eenmaal bezig ben maakt het me ook niet zo veel meer uit. Muziek in mijn oren en lopen, dan kom ik in een soort flow en dan kan de wereld vergaan. Worst case scenario irriteer ik me een beetje en ga sneller lopen, best case scenario kan het me niets schelen en geniet ik van het natuurgeweld waar ik me in bevind. Maar meestal trek ik me terug in mijn eigen wereld en merk ik niet eens wat er om me heen gebeurt. Bij de paarden zie ik dat ook wel eens, dan hebben ze geen zin om te gaan rijden en sluiten ze zich volledig af. Staan ze een beetje voor zich uit te staren terwijl ze opgezadeld worden. 

Mijn moeilijkste moment is eigenlijk 10 meter verder. Als ik de deur uitstap loop ik onder een heel klein afdakje beschut door de kolos van ons flatgebouw. Maar ik weet wat er gaat komen. Wij wonen namelijk aan het eind van een doodlopende straat, aan een binnenhaven. Rechts water, recht voor water en links de trap op naar de dijk, de Maasboulevard over en daarna weer water. Die opstelling heeft een groot nadeel. Het creëert het grootste tochtgat dat je je kan voorstellen. Een tochtgat dat me vol raakt als ik het hoekje om ga. Zo van de relatieve bescherming van de flat, waar het nog droog en warm is, stap ik in de kou en de nattigheid van het zeikweer. Mijn drempel.

Het is een soort onzichtbare muur waar ik tegen aan loop maar doorheen moet. Net als dat moment waarop je een duik in het koude water neemt, het stapje als je met je parachute uit een vliegtuig springt, of de reling bij het abseilen van de Euromast. Maar hoe spannend, eng of moeilijk al die dingen ook zijn, ze hebben allemaal een ding gemeen. Eenmaal over die drempel is het het allemaal waard. Dat heerlijke gevoel dat je jezelf uitgedaagd hebt, je niet hebt laten tegenhouden en daar dan ook de beloning voor krijgt. In mijn geval het goede gevoel dat ik toch ben geweest. Want uiteindelijk kom ik toch altijd weer terug in de luwte van de flat, de bescherming van het afdakje en de warmte van geen wind.

Uiteindelijk kom ik ook dat hoekje om weer terug…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.