Hardloopje

‘Kijk, daar loopt Hans!’ Ik kijk in de verte en zie langs de Maasboulevard twee mensen in tegengestelde richting lopen. ‘Hoe weet je dat nou?’, vraag ik een beetje sceptisch. Ik bedoel, ik weet dat Frank goede ogen heeft maar iemand herkennen op deze afstand geloof ik zelfs bij hem niet. ‘Ik herken hem aan zijn loopje.’ Ik geloof er nog steeds geen reet van maar naarmate we dichterbij komen valt mijn mond open van verbazing. Het is inderdaad Hans met een loopmaatje. Het houdt me de rest van ons rondje bezig. Heeft iedereen een uniek loopje? Net als dat DNA uniek is?

Laat ik eens bij mezelf beginnen. Niet dat ik mezelf kan zien als ik aan het lopen ben, maar ik weet wel dat ik iets raars doe met mijn lichaam tijdens het lopen. Ik merk het tijdens wedstrijden. Je weet wel, dat wat we vroeger wel eens deden toen we nog met heel veel mensen bij elkaar mochten hardlopen. Met een start, een finish en een medaille. Maar dat terzijde. Sinds ik een startnummerbelt draag in plaats van speldjes schuift mijn startnummer altijd naar de linkerkant. Met andere woorden, ik gooi mijn rechterkant iets meer naar voren en draai daarmee ietwat mijn bovenlichaam. Zou ik misschien wat aan moeten doen maar daar ben ik dan weer te lui voor. 

Toen ik trainde voor mijn eerste marathon schopte ik ook vaak met mijn linkervoet tegen de binnenkant van mijn rechterenkel aan. Met alle verwondingen vandien. Dat zie ik wel vaker bij mensen. Het lijkt vooral een vrouwenkwaaltje, dat met die voeten ‘fladderen’. Ik heb het inmiddels afgeleerd omdat ik na mijn opleiding een betere techniek ontwikkelde en mijn voeten daarmee recht vooruit ging plaatsen. Een hele enkele keer, als ik heel moe ben, doe ik het weer. Daarmee direct wetende dat mijn techniek naar de klote gaat als ik te ver ga. Het is dus mogelijk om bepaalde hardloopgewoontes af te leren, zeker als ze voortkomen uit slechte techniek. Maar anderen hebben gewoon te maken met je anatomie.

Zo ken ik iemand die met rare handjes loopt. Een stijve arm en dan een afhangend handje, alsof iemand de pees bij de pols doorgesneden heeft. Of iemand met mobiele enkels wiens voeten helemaal naar binnen lijken te zakken. Waar geen antipronatieschoen tegen opgewassen lijkt. Sommige mensen lopen op een manier die gewoon pijn aan je ogen doet. Dat je denkt, ‘die kan straks minstens drie dagen niet bewegen vanwege de spierpijn’. Maar die waarschijnlijk soepeler en makkelijker lopen dan jij en ik ooit zullen doen. En natuurlijk heb je er ook hele mooie lopers tussen zitten. Zo van ‘wauw, zo ga ik ook lopen!’ Tenminste, voor de komende 5 meter. Om er daarna achter te komen dat het wel erg vermoeiend is om te lopen in een houding die je niet gewend bent.

Als je dat wil aanpassen zal je dat dan ook in kleine stapjes moeten doen. Met een continue bewustzijn stukken van een paar honderd meter in het begin naar een kilometer en zo opbouwen tot het je nieuwe ‘loopje’ is. Een en ander afhankelijk van hoe lang je al loopt natuurlijk, want sommige dingen leer je nooit af. Dat merk ik ook bij het paardrijden. Dat doe ik al 18 jaar en ik heb nog steeds trekjes die ik fout doe. En je moet je ook afvragen of het noodzakelijk is. Ik bedoel, als jij je linkerrobotarm gewoon lekker vooruit wil steken, je romp half naar links trekt, je rechterbeen met een zwaai een halve meter opzij gooit en je nek draait waar The Exorcist jaloers op zou zijn, maar daar een marathon mee kan lopen zonder dat je ergens last van hebt, dan moet je dat gewoon lekker blijven doen.

Zo heeft iedereen zijn of haar eigen loopje. Misschien voor verbetering vatbaar, misschien aangeleerd om nooit meer anders te worden of misschien fysiek niet in staat om anders te lopen. Sommigen daarvan herkenbaar op een paar honderd meter afstand, andere opgaand in een massa van vergelijkbare loopjes. Eerlijk gezegd vallen bijzondere loopjes me wel op maar blijven ze, enkele uitzondering daargelaten, niet echt hangen tenzij ik er op let. Eigenlijk is er maar één wiens loopje ik op redelijke afstand altijd herken. Die ik er gelijk uitpik als ik langs de kant sta te kijken. Op wiens beeld mijn oog direct valt als we een finishfilmpje kijken. Om wie ik stiekem af en toe moet lachen als ik hem zie lopen. Alhoewel, loopje? 

Frank loopt niet, die waggelt…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.