All by myself

Van solorunner naar groepsrunner door Corona grotendeels weer terug naar solorunner. Het is even schipperen en aanspraak doen op mijn flexibiliteit. Gelukkig ben ik zo iemand die als ze niet kan kiezen, dan allebei maar neemt. Bovendien ben ik dit keer gedwongen door de omstandigheden.

Een paar weken terug de vraag: ‘Peter wil graag zijn eerste ultra lopen van 50 km. Gaan jullie mee?’ Tuurlijk joh. Tenslotte moet er toch ook een beetje getraind worden voor die Bello Gallico in december. Bovendien moet ik die discussie thuis ook een beetje voorkomen nu meneer zo’n beetje elk kwartaal niet een maar twee ultra’s loopt. Niet dat we competitief zijn naar elkaar toe, alleen maar een beetje.

Waar ik echter geen rekening mee gehouden heb is dat ik ook wel eens een verkeerd stapje kan zetten, dus toen ik twee weken eerder over een klein ondeugend boomworteltje dreigde te vallen maakte ik een mooie maar pijnlijke uitval pas. Het resultaat was bilspierpijn 2.0. Met andere woorden, als de motor een beetje roestig is en piept is het niet erg, maar in dit geval zat er gewoon zand in en dat loopt voor geen meter. Laat ik nou toevallig twee dagen later sowieso een afspraak bij de fysio hebben staan. Wonderen gebeuren gelijk maar het onmogelijke duurt wat langer.

Puntje bij paaltje loop ik de woensdag voor de bewuste zondag een 20 km testloop en ben ik zowaar weer eens verstandig in mijn leven. Ik besluit om de 50 km even uit te stellen en laat Frank een alternatief voor me maken. Ik start met de groep en doe ergens halverwege een tussendoortje om daarna zelf terug te rennen naar de auto. Een totale afstand van 30 km, haalbaar na de 20 km test. Kan ik lekker de tweede helft op mijn eigen tempo lopen, met muziek, en stoppen c.q. wandelen waar en wanneer ik maar wil.

Zo gezegd zo gedaan en na 16 km vloeken en tieren omdat het zo broeierig warm is, er teveel heuvels in het parcours zitten (newsflash, tijdens een Trailrun zitten er áltijd teveel heuvels in het parcours) en dat ze te hard lopen neem ik afscheid om mijn eigen route verder te volgen. En gek genoeg kom ik vrij snel in mijn flow, na een korte mentale scheldkanonnade op Frank omdat ik een heel stuk door mul zand moet lopen.

Op de een of andere manier vind ik trailen niet erg als ik alleen ben. Voorwaarde is wel dat ik geen haast heb en muziek in mijn oren. Zelfs de startende regen kan mijn humeur niet bederven en tegen de tijd dat het gaat zeikregenen en zelfs onweren ben ik helemaal in mijn element. Gelukkig is het niet koud en terwijl ik door de plassen stamp kijk ik om me heen en zie helemaal niemand. Er komt een ‘alleen op de wereld’ gevoel over me heen. Je weet wel, Rémy. 

Het zit gewoon in mijn genen. Als kind werd ik al bestempeld als ‘a-sociaal’. Niet in de negatieve zin van het woord maar gewoon de neutrale definitie. Leuk hoor mensen, maar ook helemaal prima om gewoon met mezelf te zijn. En dan mijn eigen wereld creëeren. Een wereld waarin alles mogelijk is, waarin ik alles kan zijn wat ik wil, wanneer ik maar wil en hoe ik maar wil. King of my castle. 

Bijvoorkeur als ik aan het buitenspelen ben, op een plek die ik niet ken. Ik heb tenslotte niet voor niets als heel jong kind al geleerd dat je jezelf moet kunnen redden en om van niemand afhankelijk te zijn. Gelukkig heb ik Frank leren kennen, die heeft me nog een beetje in het gareel getrokken om te voorkomen dat ik als oud vrouwtje ooit dood in mijn appartement gevonden wordt, aangevroten door 20 huiskatten.

Ik loop heerlijk de uitgestippelde route, her en der met een kleine dwaling of een lonkend paadje dat mijn nieuwsgierigheid wekt, de drang weerstaand om er toch in te duiken ondanks dat de route op mijn horloge een ander pad aangeeft. De kilometers vliegen voorbij en ik schrik op uit mijn overpeinzingen als Frank ineens belt. Ik ben dan nog maar een kilometer verwijderd van de auto. Frank leert me dat ik nog ruim twee uur de tijd heb voordat zij terug zijn en omdat het nog steeds regent is op het terras zitten niet echt een optie. Bovendien gaat het heel goed met mijn bilspier en had ik toch al bedacht dat ik graag de Pyramide van Austerlitz wilde zien, dus na een korte stop trek ik me opnieuw terug in mijn wereld en begeef ik me op onbekende paden richting een nieuw doel. De teller staat inmiddels op 34 km.

Als ik ook dat doel bereikt heb check ik even wat de status en mijn marge is. 41 km en nog anderhalf uur de tijd. Omdat ik geen vaste route meer heb doe ik wat ik het liefste doe. Ik duik een mooi pad in, geen idee waar naar toe, waar ik uit kom of hoe ver dat het is, slechts ‘ongeveer’ in de juiste richting. Ik gun mezelf een half uur de tijd, daarna moet ik zo langzamerhand gaan kijken waar ik ben en hoe ik terug bij de auto kom. Ik bepaal positie en kom er achter dat ik verkeerd gelopen ben en terug moet. Ach, moet kunnen.

45 km en ongeveer nog een half uur á drie kwartier tijd. Shit, waar stond de auto nou ook alweer? Met een harde klap kom ik terug in de werkelijkheid. Zowel mijn klokje als mijn telefoon zijn bijna leeg en ik ben hopeloos verdwaald. Hoe zat dat ook alweer met jezelf weten te redden? Ach, Frank bellen is toch ook jezelf redden nietwaar? Niemand zegt dat je geen hulp mag vragen. God helps those who help themselves. Nadat ik het adres doorgekregen heb waar de auto staat blijkt dat ik eerder toch in de goede richting zat en nu nog ongeveer 7 km opnieuw de andere kant op moet. Oh well, ik zou oorspronkelijk toch 50 km lopen.

Bij 51,5 km ben ik er helemaal klaar mee en ontzettend blij om de auto te zien. Ik ben de eerste en wacht rustig tot de rest er ook is alvorens we nog even gezellig met elkaar op het terras gaan zitten. ‘Hoe is het gegaan?’ wordt er aan me gevraagd. Nou eigenlijk wel goed en wel lekker.

All by myself…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.