Too infinity and beyond


‘Waar houdt het op, waar ligt je grens?’ vroeg iemand me laatst. Als grapje zei ik: ‘het houdt niet op, niet vanzelf…’. Maar ergens zit er wel een kern van waarheid in. Want iedere keer als ik mezelf weer een grens gesteld heb komt er een moment waarop ik hem bereik, en hem dan toch weer een stukje oprek. Het is net als het sterker maken van je spieren. Je traint ze waardoor er kleine beschadigingen ontstaan. Je lichaam repareert ze en bereidt zich daardoor voor op de volgende keer dat je die training doet zodat je sterk genoeg bent om het te kunnen dragen. Supercompensatie noemen ze dat. De truc zit hem in het opzoeken van die grens en hem een klein beetje te overschrijden, net genoeg zodat er geen onherstelbare schade aangericht wordt. Het is een wankel evenwicht.

De stapjes daarin worden exponentieel steeds kleiner. De stap van 5 naar 10 km gaat meestal wel snel. Van 10 km naar een halve marathon is ook relatief makkelijk te overbruggen. Naar een hele marathon gaat wat tijd overheen maar volgt vaak. Voor veel mensen ligt daar wel de grens. Ik deed er vijf jaar over om er te komen. Het zou er één worden maar door de omstandigheden waren het er al snel twee per jaar. Vervolgens had ik nog eens vier jaar nodig om een stap verder te zetten en mijn eerste ultra was in 2019 pas een feit. 

Aan de andere kant was dat ook een soort doorgebroken barrière waardoor ik in nagenoeg grenzeloos gebied kwam. Als je eenmaal 50 plus hebt gelopen maakt het namelijk niet zo heel veel meer uit of dat nu 52, 56, 60 of 80 km is. Dat klinkt arrogant maar het is een kwestie van mindset. Op een gegeven moment ben je gewoon aan het lopen. Wissel je afstand in voor tijd. Je bent 8 uur aan het lopen en dat betekent dat je de ene keer 50 km aflegt, de andere keer 42 km en op een goede dag 60 km. 

De grootste fout die volgens mij veel lopers maken die voor het eerst voorbij die marathon afstand gaan is die focus op dat getal. ‘Maar 60 km is toch heel erg ver weg?’ Absoluut, en helemaal als je de kilometers aftelt tot aan die 60. Of optelt, het is maar hoe je het bekijkt. Maar als je het omdraait en op een gegeven moment je route aan het lopen bent en daar op focust is het al heel anders. Net als gisteren toen we op 40 km bij het berghuis waren. Van daaruit moesten we nog 20 km. Bijna een halve marathon als je er al een hele op hebt zitten. Pfff, hoe dan? 

Het zit anders. We waren bij het berghuis, hadden er een marathonafstand op zitten en hoefden vanaf daar alleen nog maar terug naar de auto te lopen. En dat dat toevallig 20 km was, nou ja, dan was dat zo. Geen focus op de afstand, maar focus op de route en het eindpunt. Natuurlijk is het zwaar. Natuurlijk ben je moe. Natuurlijk doet het zeer. Maar zoals een wijs ultraloper eens zei, ‘op een gegeven moment doet het pijn, maar meer pijn dan dat het al doet kan toch niet, dus loop je maar gewoon door.’ Dat geldt natuurlijk niet voor blessurepijn, laten we daar duidelijk over zijn. Dan moet je gewoon uitstappen. In alle andere gevallen ‘just keep running’.

Ik heb nu een paar keer 50 km gelopen en een keer 60 km. De volgende keer loop ik, als de omstandigheden het toelaten, 80 km. Geen 20 km verder maar een aantal uur langer. Van daaruit misschien volgend jaar een keer 100 km. En ja, als getallenfetisjist is dat dan wel weer een dingetje. Maar als ik in staat ben om niet naar het getal te kijken en in plaats daarvan op te gaan in het lopen en dat gedachteloos kan doen gaan die uren vanzelf voorbij, begin ik ergens en eindig ik ergens, en staat er aan het eind 100 km op de teller. De Bello Gallico zal een mooie test zijn in deze.

Er zijn mensen die lopen 1000 km en zijn drie weken achter elkaar aan het rennen. Er zijn mensen die kunnen niet verder dan 5 km. Ik heb gisteren 60 km gelopen, maar er zijn ook dagen dat ik ook die 5 km op mijn tandvlees loop. Afhankelijk van mijn fysieke gestel maar nog veel belangrijker van hoe het tussen mijn oren zit. Dus hoe zit het dan met die grens? Ik weet het echt niet. Eliud Kipchoge zei het al. No human is limited. Waar ligt jouw limiet? Op dit moment? 

Echt waar?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.