Berenloop 2020

New York, New York. In een normale wereld zou ik me vandaag klaarmaken om morgen mijn twaalfde officiële wegmarathon te lopen. De 50ste editie van de New York marathon. Maar zoals we allemaal weten leven we momenteel niet meer in een normale wereld. New York werd afgelast. Wat dan? Is er een alternatief? ‘De Berenloop gaat door’ kopte de e-mail ergens deze zomer. Met de goede herinneringen uit 2017 toen ik de halve liep met Anita Active en de rustige zomerperiode op Corona gebied schreef ik ons in. Het voorbehoud ‘stel dat hij tóch niet door gaat, gaan we dan alsnog naar Terschelling?’ beantwoordden we met ‘Ja’. Toen wisten we nog niet hoe groot de behoefte zou zijn om er even uit te gaan.

Uiteindelijk werd ook de Berenloop afgelast. Tenminste, in zijn originele vorm. Er kwam een virtuele vorm voor terug. Inmiddels ouder en wijzer heb ik gewacht tot het allerlaatste moment om in te schrijven. Ik wilde zeker weten dat het überhaupt mogelijk was om naar Terschelling te gaan. Oplopende besmettingen, ziekenhuisopnames, het overlijden van mijn schoonvader en de uitvaart daarna en het sluiten van de horeca. Maar uiteindelijk de mogelijkheid en psychische noodzaak om even uit te waaien om ook op die manier gezond te blijven en straks niet met een burn out thuis te zitten maakt dat we donderdag onze sporttas volgooien en vrijdag op de boot stappen, inclusief inschrijving voor de virtuele run.

Met de wetenschap dat er een paar #Anitaladies op dezelfde boot zullen zitten zoek ik ze op en kunnen we op anderhalve meter toch gezamenlijk de overtocht maken. Als Frank en ik in de bus stappen richting ons hotel in Lies word ik overspoeld door herinneringen. Het eerste jaar dat we samen waren en hij een verrassingsweekendje paardrijden boekte bij een manegehotel. Hardlopen kwam toen in ons vocabulaire niet voor en bij het woord ‘uitwaaien’ trok ik een vies gezicht. Het kan verkeren. Drie jaar geleden met de meiden voor de halve marathon en de huifkartocht die ik op zaterdag maakte. Nooit gedacht dat ik zo vaak op Terschelling zou komen in mijn leven.

Na een klein half uurtje stappen we uit bij ons huis voor de komende drie dagen. Het is even wennen met alle regels maar we hebben een Suite met uitzicht op de tuin. Het is bijna een compleet huisje, maar dan zonder keuken. Twee grote loveseats, TV in de kamer én bij het bed en een bubbelbad in de badkamer. Die gaan wij zeker gebruiken. Ontbijt en eten gaat op afspraak maar we kunnen gelijk lunchen nadat we de tassen gedropt hebben. Daarna springen we in de bus naar West Terschelling om daar een wandeling te maken en even langs lingeriezaak Lijftijd te gaan, waar we Marleen, de eigenaresse en onze sponsor uit 2017, Marjon van Anita die daar een promoweekend heeft, en bij toeval ook de andere Anita meiden tegenkomen. Natuurlijk ook even langs de bakker voor de lokale lekkernijen en langs de VVV voor onze goodiebag van de Berenloop. De aanhoudende miezelregen stuurt ons terug naar het hotel waar we lekker even chillen voordat we gaan eten. Daarna nog even een filmpje pakken en naar bed. Spullen pakken we morgenochtend wel, we hebben geen tijdsdruk.

Na een onrustige nacht doen we vroeg ontbijten. We kunnen kiezen uit Klassiek, Zoet of Zuivel. Zoet wordt het voor mij in elk geval niet, dat doen we zondag wel, Klassiek is me te veel brood. Zuivel dan maar, alhoewel ik eigenlijk weet dat de yoghurt me op gaat breken tijdens het lopen. En misschien de jus de orange en het croissantje ook wel. Of het broodje jam. Vooruit, laat ik eerlijk tegen mezelf zijn, gewoon de hele combinatie ga ik last van krijgen. Normaal gesproken is het een bananenpannekoek met ei en muesli. Maar ik kan het gewoon niet helpen. Ik wil eten, moet eten en ik kan ook niks laten liggen. Ooit kom ik van die dwangneurose om geen eten te laten staan af, maar niet vandaag.

Om 9:30 exact volgens planning staan we klaar om te vertrekken. Joost van de RMD groep heeft zich gemeld om aan te haken voor het eerste deel. Hij loopt de halve, oostkant. Gezellig, we hebben elkaar tenslotte al een tijd niet gesproken. Het is bewolkt en winderig maar droog en na een kilometer komt hij ons al tegemoet lopen. Omdat we starten vanaf ons hotel, op het 11 km punt, zijn we al snel in het prachtige natuurgebied, de Boschplaat. Bij de ingang natuurlijk even een foto, en daarna over het fietspad verder.

Mijn ontbijt speelt zoals verwacht op. Ik klaag niet, ik wist het en willens en wetens heb ik alles opgegeten. Maar het is wel lastig met lopen. De mannen lopen gezellig kwebbelend iedere keer van me weg. Meestal tot een meter of vijftig alvorens Frank zich toch even omdraait om te gaan wandelen nadat hij constateert dat ik er een beetje achter aan hobbel. Of moet ik zeggen sjok? Ik ben bovendien enorm stijf en ook wel moe. Niet helemaal fit, maar misschien is dat met alle emoties van de afgelopen twee weken ook niet zo raar. Ook dat is lastig met lopen. 

De omgeving maakt een hoop goed. Mooie vergezichten, duinen, koeien en in de verte zelfs een paar wilde paarden. Ik hoop vurig dat het weer morgen toch meevalt en ruimte geeft om een fiets te huren en hier terug te komen. Er zijn meer lopers op pad en ook door de vele fietsers worden we aangemoedigd. Iedereen weet wat we aan het doen zijn. Zo trekken de eerste 10 km aan ons voorbij en trekt mijn ontbijtongemak na een serie boertjes ook weg. De stramme onderrug en benen blijven helaas plagen.

Bij km 12 duiken we het bos in en ik vergaap me aan de schakering van herfstkleuren en de paddenstoelen langs de weg. De mannen kunnen me wat, ik stop een paar keer om foto’s te maken. Ze gaan me vanzelf missen en dan stoppen ze wel. De route staat bovendien aangegeven met inmiddels permanente Berenloop bordjes, alhoewel ze af en toe toch een beetje af lijken te wijken van de route die Frank gelukkig op zijn klokje heeft staan.

Bij 15 km duiken we de duinen in en krijgen we wat hoogtemeters. Niets vergeleken met wat we tijdens het trailen gewend zijn, maar vandaag toch een extra handicap. We komen wat ruiters tegen en met een klein schuin oogje kijk ik er naar en denk: ‘ooooh, lekker op de rug van een paard in plaats van hier ploeteren op mijn eigen benen.’ Maar ik weet dondersgoed dat twee uur in het zadel net zo vermoeiend is. 

4 km verder gaan we weer een stukje door een bos. Joost heeft dan al besloten om nog een stukje verder met ons mee te lopen, het strand op, alvorens terug te keren naar zijn verblijfplaats. In het bos horen we ineens iemand roepen. Het zijn Rob en zijn vrouw die achter ons zitten op de fiets. Hij loopt morgen een trail en ze rijden nu een stukje met ons mee. Fijn, weer een beetje afleiding. Zeker omdat ik weer eens mijn headphones vergeten ben en dus geen muziek heb. Na het bos gaan zij verder en na een kilometer doorkruisen slaan we weer af naar rechts richting het strand. Ik herken ineens de route van de halve uit 2017. Bij de strandopgang maak ik een foto bij de boei, net als toen, en eten we wat.

Het strand is hard en we hoeven niet eens naar de vloedlijn om de twee kilometer te overbruggen. Als we van het strand af komen weer een herinnering. Hier maakte ik een foto met een man die Sil de Strandjutter had kunnen zijn. Een vrijwilliger bij de verzorgingspost met een markante kop en een prachtige snor. Een bekende op het eiland bleek later. Nu staat er niemand, op een paar verloren wandelaars na. Het fietspad richting het bos is echter drukbezocht. Je kan merken dat we in de buurt van het dorp komen. Wederom aanmoedigingen in de trant van ‘je bent er bijna’. Ja, bijna bij de officiële start/finish maar wij moeten daarna nog een stukje door. Een kilometer of elf. Consequentie van het ergens op de route starten.

Het bos is eindeloos lang. Frank krijgt last van zijn knie en de lange weg is vals plat omhoog en gek genoeg redelijk verlaten. Ik heb inmiddels niet zoveel oog meer voor de mooie herfstkleuren maar een prominent omhoog staande witte paddestoel kan ik toch niet negeren. We lopen samen in een mooie cadans. Ik wil eigenlijk even wandelen maar om de cadans niet te verbreken stap ik dapper door. Nog 3,5 km tot de hoofdstraat en Lijftijd waar we van Marjon water bij mogen vullen. Ik stuur haar een appje dat we er aan komen.

Als we het dorp binnenkomen staat de grote opblaasbeer er tot mijn verrassing. Hier moet ik écht een foto maken, het enige teken van de Berenloop, want de beren van de bewoners bij hun huizen heb ik tot nu toe gemist. Daarna door de straten van het dorp tot we de hoofdstraat opdraaien richting de Brandaris. Normaal gesproken zouden we nu finishen, dit keer begint het pas echt. De laatste 10 km van een marathon loop je namelijk op karakter en dat hebben we nu ook wel nodig. Bij Lijftijd stoppen we even om water bij te vullen. Even met Marjon en Marleen babbelen en dan weer verder, niet in de laatste plaats omdat stilstaan afkoeling betekent.

We lopen langs de Brandaris en nemen de lus achterlangs richting de haven. Het zonnetje begint langzaam door te breken en we hebben nu wind in de rug. Desondanks vallen deze laatste kilometers zwaar. We lopen op het fietspad en ik kijk naar het landschap dat aan ons voorbij trekt, net als in de bus alleen vele malen langzamer. Op 35 km komen we ineens Jelle, ook van de RMD, tegen. Een goed excuus om even stil te staan en op adem te komen. Hij maakt een foto van ons en natuurlijk doen we alsof we nog helemaal fit zijn. Daarna strompelen we weer lekker verder. Het is nu alleen nog maar naar huis maar het is duidelijk dat we niet meer zo gewend zijn om lange afstanden op asfalt te lopen. Nooit gedacht dat ik dat nog eens zou zeggen trouwens.

Dan zie ik ineens het standbeeld van het Stryper Wyfke. Google het verhaal maar. Ik riep gisteren al dat ik daar een foto wilde maken maar als we er zijn is Frank in gesprek met een man en loopt er gewoon voorbij. ‘And just like that’ is mijn fotomoment voorbij. Ik maak maar een selfie en een kale foto zonder mezelf er op, maar het is toch niet hetzelfde. Bummer. Heel misschien morgen een herkansing als het tenminste niet zeikregent.

Daar waar we tot km 38 over het fietspad langs de weg liepen buigen we in Midsland ineens af de polder in. Klopt dit wel? Frank verzekert me van wel. Vooruit dan maar, maar ik weet zeker dat we hier tijdens de halve destijds niet gelopen hebben. Maar goed, we sjokken gewoon verder. Richting de 40 km kan ik het toch niet laten om even te spieken in de Berenloopapp maar het blijkt toch te kloppen. ‘Vertrauen ist gut, Kontrolleren ist besser’, zeggen we dan altijd gekscherend.

We zitten op 4:30 met nog twee kilometer te gaan. En dan komt er een stukje prestatiedrang naar boven. Ik wil toch minstens binnen de 4:45 finishen. Moet lukken maar dan moet ik wel een beetje blijven lopen nu. Frank loopt nu een paar meter achter me. We draaien naar links richting de weg en hebben wind in de rug. Een welkome aanvulling op het wegblokken van de pijn in mijn poten voor het laatste stuk. Nog een keer naar rechts en dan is het nog maar een paar honderd meter als we weer bij de weg zijn en we het bord ‘Lies’ bereikt hebben. En dan ben ik ineens klaar! 4:43:22. Yes, gelukt! Frank is ook weer bij en met 42,2 km op onze klokjes vinden we het wel best en zakken we als plumpudding in elkaar. Het was toch zwaarder dan gedacht.

We wandelen nog 300 meter voordat we weer bij ons hotel zijn. Daar duiken we lekker het bubbelbad in om als we er weer uitkomen te horen te krijgen dat we onze medaille niet meer op mogen halen. Blijkbaar werd het te druk bij de VVV of was er iets met regels waardoor er toe besloten is. Een kleine domper op het avontuur, ik had me verheugd op een paar leuke foto’s met de medaille morgen. Iets met trots op je prestatie. Maar goed, het heeft geen zin om er lang om te treuren, het is nu eenmaal de nieuwe realiteit.

De rest van de middag hangen we een beetje rond om het haardvuur in de centrale ruimte van het hotel en eten ‘s avonds gezellig afhaal in onze suite. Morgen een beetje afhankelijk van het weer de rest van het eiland bekijken, dan kunnen we maandag rustig naar huis en dinsdag er weer tegen aan. Ons rustig voorbereiden op het volgende avontuur. Overigens ook virtueel, de Airborne Freedom Trail. Maar dat is pas over drie weken weer.

Berenloop 2020. Anders dan anders en helaas geen beren op de weg. Of moet ik zeggen, gelukkig niet?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.