Airborne Freedom Trail

Ergens van de zomer. Ik: ‘Lieffie, wil je nog inschrijven voor de Airborne Freedom Trail?’. Frank: ‘Nee joh, dat is allemaal van die virtuele zooi. Bovendien moet je dan zelf je route zoeken, zelf vervoer regelen wat heel ingewikkeld is en ik heb hem vorig jaar al gelopen. Dat ga ik echt niet doen.’ Een maand geleden. Frank: ‘Schat, Wouter gaat de Airborne Freedom Trail lopen en ik ga met hem mee.’ Oh, ok. Over consequent gesproken. Maar ja, als het om hardlopers en hardlopen gaat zijn we alles behalve consequent. Hoe vaak ik de woorden: ‘Ik ga nooit meer een marathon lopen!’ uit de mond van iemand die prompt een maand later weer ingeschreven heeft heb gehoord… Maar dat terzijde.

Goed, de Airborne Freedom Trail dus. 44 km. Ik vind het helemaal prima want ik wilde hem eigenlijk toch al lopen, zou hem vorig jaar doen maar moest toen bijstellen naar 18 km vanwege mijn enkel en we zijn begonnen aan de Duivelse Uitdaging dus hoe was het ook alweer? ‘Lopen moet ik toch.’ En precies vanwege die Duivelse Uitdaging besluiten we hem dan ook maar door te pakken naar 50 km. Kunnen we die ook weer afstrepen. De 42 km lopen we dan wel op een ander moment. Want stel je voor, als we deze zouden gebruiken hebben we 2 km teveel. Dat dan weer wel.

Nog voor dat we concrete afspraken gemaakt hebben sluit Leonie ‘de leukste’ zich ook bij ons aan en zijn we een mooi clubje van vier. Gelukkig valt onze planning net goed dat we ook weer met vier mogen lopen van meneer Rutte. Rest nog maar één ding. Als ik ga lopen wil ik ook een medaille. De inschrijvingen zijn gesloten maar gelukkig niets dat een oproep op Facebook niet kan oplossen dus diezelfde avond heb ik een startbewijs kunnen scoren, mét medaille.

De officiële route loopt van de Ginkelse Heide naar de John Frostbrug in Arnhem. Van daar uit moeten we dus iets regelen qua vervoer. Omdat ik mijn startbewijs in Papendal op moet halen en we er toch wat kilometers aan vast moeten plakken besluiten we om onze auto bij Dudok bij de finish te zetten en met die van Wouter naar Papendal te rijden. Daar beginnen we met lopen naar de officiële start op de Ginkelse Heide. Dat is een kleine 8 km extra dus dan komen we ongeveer op 51 km uit. 

We lopen op zaterdag en natuurlijk spreken we vroeg af. What else? 8 uur in Arnhem is 6:45 de deur uit is, en als ik alles, maar dan ook alles klaar heb liggen, 6:15 opstaan. Pfff, het wordt steeds erger. En dan is het nog steeds voor de lol. Maar goed, ik bak zelfs pannenkoeken de avond er voor want daar is Frank niet meer aan toe gekomen en die ligt al te slapen. Maar we staan de volgende dag braaf om 8:00 op de afgesproken plek, pannenkoek achter de kiezen en al. Op Papendal kunnen we nog even naar de WC en om 8:30 exact zijn we ‘loopfertig’.

Het stuk van Papendal naar de ‘Start’ is ietwat saai. 8 km langs de weg over het fietspad. Gelukkig is het droog en lekker loopweer en we zien zelfs een prachtige roofvogel vliegen. Om in mijn flow te komen over het asfalt zet ik toch een stukje muziek op en dat bevalt me eigenlijk wel prima. Op die manier zijn we binnen no time op de Ginkelse Heide en het Airbone Monument. Dat vraagt uiteraard om een fotomomentje en omdat er net een dame met haar hond gaat wandelen kunnen we mooi met zijn vieren op de foto. 

Van daaruit duiken we de hei op. Brede zandpaden met wijde vergezichten. Ik denk aan wat hier destijds allemaal gebeurd is en ben onder de indruk. Na 2 km lopen we onder de A12 door en komen we meer in bosrijk gebied. Mijn favoriete omgeving. Ik hou van de zachte ondergrond, de stilte en de aanblik van de bomen. En natuurlijk komen we nog steeds her en der een mooie paddenstoel tegen ook al is de tijd bijna voorbij. Met mijn benen gaat het tot dusver wel ok. De stijve bilspier is vandaag niet op rechts maar op links waardoor ik wat verkramping in mijn hamstring heb maar ik kan er prima mee lopen zolang ik er niet al te veel aandacht aan besteed.

Tegen de tijd dat we bij km 20 het bos weer uitkomen trekt mijn verkramping weg en voelt mijn lijf zo los als dat het in tijden niet gevoeld heeft. Een heerlijk gevoel kan ik je zeggen. Op onze 24 km komen we bij het tunneltje dat ik herken van vorig jaar, waar de 18 km min of meer begint. We komen daar ook een loper tegen die de 18 km doet en die kan gelijk mooi een foto van ons maken. Na het tunneltje wijkt de route weer af van wat ik ken en is alles weer nieuw. Daar trekt mijn losse gevoel ook wel weer een beetje weg en heb ik wat je zou kunnen noemen ‘een dipje’. Ik loop nog steeds prima maar gewoon iets rustiger. 

Richting de 31 km komen we wederom op bekend terrein. Dit is het stuk waar vorig jaar de tent stond met de expositie. Nu is het een leeg grasveld maar gelukkig staan de tanks er nog waar we even gek kunnen doen. In het museum vragen en krijgen we wat water om aan te vullen voor onze laatste 20 km. Hier komen we ook weer andere lopers tegen, we zijn niet de enigen. 

Van daar uit is het even zoeken naar de route en we mogen weer heerlijk het bos in en zelfs over een slootje springen. De muziek maakt voor mij duidelijk het verschil want ik heb er zin in, zeker nu ik mijn playlist gewijzigd heb van ‘lekker lopen’ naar vrij vertaald ‘de beuk er in’. Al snel komen we weer op een voor mij onbekend stuk, de stuwwal. Vorig jaar tot in den treuren aan moeten horen hoe zwaar en hoe stijl die was en ja, het is een klimmetje maar niets vergeleken bij de Trail des Fantômes. En ook Frank moet toegeven dat hij in de herinnering zwaarder leek dan dat hij nu ervaart.

We komen op het hoogste punt en hebben een mooi uitzicht op de omgeving. Daarna mogen we weer lekker naar beneden en scheuren we weer door het bos. Wouter maakt onverwachts een schwalbe die ik nog net kan ontwijken door er overheen te springen. Gelukkig niks aan de hand. Nog geen drie minuten later gaat ook Frank op zijn plaat maar ook bij hem zit de enige deuk in zijn ego. 

De volgende stop is eindelijk het kerkje bij Oosterbeek als de teller op bijna 40 km staat. De deuren zijn dicht en we staan even stil bij het gedenkplaatsje waar ik vorig jaar mijn ‘poppy’, het houten gedenkkruisje achtergelaten heb. Als we doorlopen komen we op het lange pad langs het spoor waar ik vorig jaar vloekend en tierend de graspollen en de modder heb geprobeerd te omzeilen. Dit jaar is het al niet veel anders en ik omzeil vloekend en tierend de graspollen en de modder.

Na onze derde lunchpauze rennen we weer verder op weg naar de begraafplaats waar ik straks het graf van de soldaat zal opzoeken wiens naam op mijn startnummer staat. Want dat is het idee er achter dit jaar, dat je loopt voor een van de omgekomen mannen. Het voelt een beetje dubbel als ik het nummer ‘Deutschland’ van Rammstein in mijn oren hoor klinken maar ergens is het ook wel heel toepasselijk. Zeker als je weet dat het nummer juist bedoeld is om de misstanden uit de Duitse geschiedenis te benoemen, waaronder de tweede Wereldoorlog. 

Het lange grindpad naar de begraafplaats loop ik redelijk in trance en als we er zijn gaat de muziek even uit en wandel ik rustig naar binnen. Ik zoek het graf van mijn soldaat op en als ik het gevonden heb steek ik de poppy in de aarde. Ik krijg een brok in mijn keel en moet een traan wegslikken. Gek is dat, dat iemand die je helemaal niet kent op zo’n manier emotie los kan maken. Maar er hangt een bepaalde energie om me heen die ik door het lopen van de route opgebouwd heb, en die komt er nu uit. 

Als ook Wouter zijn poppy geplaatst heeft lopen we weer naar buiten en vervolgen we onze weg. Ik voel me weer licht en heb enorme zin om die laatste 6 km nog even te knallen. De wandelaars die we tegen komen kunnen mijn uitbarstingen van energie niet erg waarderen maar dat kan me niet zoveel schelen. Ik zit helemaal in mijn runners high en zou nog 100 km kunnen rennen. 

De laatste kilometers zijn weer op asfalt als we in bewoonde wereld terecht komen en we langs de rivier het laatste stuk naar de brug rennen. Frank heeft pijn in zijn voeten en Wouter blijft bij hem maar Leonie en ik zetten nog even aan voor de laatste twee kilometer. Ik kom exact uit bij de brug en als ik mijn horloge uitgezet heb wandel ik rustig terug naar de rest. Op naar Dudok voor de medaille en een stuk appeltaart. Als we die achter de kiezen hebben zoeken we de auto op want we beginnen nu toch wel af te koelen. Een half uur later rijden we weer huiswaarts nadat we afscheid genomen hebben en alweer nieuwe plannen gemaakt.

Airborne Freedom Trail 44 km. Check!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.