Runnorexia

Vandaag weer eens een langere afstand op asfalt gelopen. En daar word ik gelijk weer voor afgestraft. Ik heb een rebelse linker grote teen. Tijdens het lopen trek ik hem namelijk een klein beetje omhoog. Daarnaast ben ik, over het algemeen gezegend maar in dit geval vervloekt, met harde nagels. Die combinatie maakt dat ik steevast gaten krijg in mijn sokken, en als ik niet oppas, in mijn schoenen. Met name de schoenen met een relatief zachte bovenkant.

Vandaag waren het dus mijn sokken. Speciale dure sokken die mijn voeten extra warm moeten houden in deze kou. Nou ben ik niet te beroerd om de gaten te stoppen, Frank verklaart me voor gek, maar dat gaat maar tot zo ver. Ook ben ik niet te krenterig om nieuwe te kopen, maar eerlijk gezegd is het wel de reden waarom ik geen peperdure compressiekousen meer draag. De sokken zijn de laatste barrière naar die eerder genoemde schoenen met zachte bovenkant, waar ik er toevallig nu drie paar van heb.

Koop je toch schoenen met een harde bovenkant zou je zeggen? Tja, daar heb ik er ook een paar van. En mijn trailschoenen zijn ook allemaal met een stevige bovenkant. Dat geeft echter een ander probleem. Want als twee krachten zich met elkaar meten moet uiteindelijk een van de twee wijken. Door het continue stoten van die nagel tegen de bovenkant van mijn schoen is er strijd, en als de schoen stand houdt, delft de nagel het onderspit.

Een typisch kwaaltje van een hardloopverslaving. Daar waar een junk zijn tanden verliest, raak je als hardloper vroeg of laat een teennagel kwijt. Maar er zijn meer tekenen aan de wand. Heeft een junk littekens van het prikken, heeft de hardloper zichtbare oorlogswonden van zijn schuurplekken. En beiden zijn mager en pezig met een ingevallen bekkie. Een junk is altijd bezig met zijn volgende fix, een hardloper met zijn volgende wedstrijd of doel. Die fix duurt dan ook altijd maar even en steeds korter waardoor die steeds groter moet zijn, en geen van twee maakt zich erg druk om ‘the smell’.

Nu zijn er gelukkig genoeg mensen die de boel redelijk in de hand weten te houden. Niet vaker dan zo veel per week of per maand, niet verder dan afstand X of proberen af te wisselen met andere zaken. Fietsen of bootcampen. In elk geval beter voor je sokken. En je teennagels.

Bij mij lukt dat niet, ik ben te verslaafd. Ik probeer de schade dus maar te beperken door sokken en schoenen af te wisselen, en sokken in de uitverkoop te kopen. Die enkele keer dat de teennagel de strijd verliest accepteer ik dan maar omdat gelukkig in tegenstelling tot die tanden, de nagel uiteindelijk wel weer aangroeit. Bij mij wel in elk geval, bij Frank zijn ze sowieso in een bijna permanente staat van ontbinding.

Dus kijk maar eens goed naar je hardlopende collega, vriend of vriendin, kennis of familielid. Is hij of zij afgevallen de laatste tijd? Een beetje hologig? Met littekens langs de randen van de onderbroek of op de schouders door het dragen van een hardloopvest? Dan kan je er redelijk van op aan. Maar wil je het helemaal zeker weten? Vraag dan of je even naar de voeten mag kijken. Mist er een of meerdere teennagels? Dan is er geen twijfel mogelijk.

Dan heb je te maken met een ernstig geval van Runnorexia!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.