Two Rivers: the winter edition

De Two Rivers is het kleine Nederlandse zusje van de Two Oceans in Kaapstad, dus als je de Two Oceans loopt, moet je de Two Rivers eigenlijk ook lopen. Normale mensen lopen eerst de Two Rivers en daarna de Two Oceans, maar ja, ik ben niet normaal hé? Ik doe altijd alles andersom.

Nou is het niet helemaal aan mij te wijten. Toen ik twee jaar geleden trainde voor de Two Oceans paste de Two Rivers niet in mijn schema. Ik had me voorgenomen om hem dan maar in 2020 te lopen, maar nog voor ik het definitief kon regelen gooide Ciara roet in het eten. Driemaal scheepsrecht dan maar. Corona of niet, een soort van virtuele versie waarbij je wel op het parcours maar zonder organisatie loopt maakt het mogelijk. Dit keer had ik mazzel met het plannen. De oorspronkelijke startdatum van 31/1 zat snel vol en kijkend naar de agenda werd het dan 14 februari. Toen niet wetende dat een week eerder, 7 februari, het onmogelijk geweest zou zijn om te lopen.

14 februari is wel een dingetje overigens. Want Valentijnsdag. Wars van iedere vorm van commercialisering houden Frank en ik helemaal niet van dit soort ‘feestdagen’. Maar ja, toen wij 18 jaar geleden onze eerste date planden hadden we helemaal niet in de gaten dat onze gezamenlijke agenda’s een overlappend gaatje op Valentijnsdag hadden. Daar kwamen we later achter toen Frank me vroeg of ik het erg vond om ‘tussen al die gefrustreerde stellen’ te zitten. Niet dus en tussen het wat onhandige gestuntel van het maken van zo’n eerste date door werd het ‘de Griek’. Niet wetende dat het die avond een lifetime contract werd en we dus ‘verplicht’ een keer per jaar Grieks eten terwijl we dat eigenlijk helemaal niet zo geweldig vinden. Als ik dat geweten had had ik voor Indiaas gekozen maar je weet wat ze zeggen. Achteraf is een koe in zijn kont kijken. En ach, het heeft ook wel wat.

Valentijnsdag dus. We hebben het tijdslot van 9:30 – 10:00 dus we hoeven niet eens op een heel onchristelijk tijdstip op te staan. En zaterdagavond roept Frank spontaan: ‘Zal ik weer eens ouderwets pannenkoeken bakken als we toch een marathon gaan lopen?’ Lekker! De weersverwachtingen zijn gemend. Droog, zonnetje, maar wel wat wind en nog steeds min 5 graden of zo. De laatste winterdag want maandag gaat het dooien. Voor de zekerheid hebben we bij de organisatie toch ook wel even gecheckt hoe het parcours er bij ligt. ‘Eerste 15 km grotendeels sneeuw- & ijsvrij. 15 tot 18 km besneeuwd pad, 18 tot 35 km grotendeels sneeuw- en ijsvrij. Vanaf 35 km gladde stukken op de dijk, op sommige stukjes goed uitkijken en de eindsprint bewaren voor de editie van 2022!’

Ok, houden we rekening mee. 

Rond 9:15 parkeren we netjes in het centrum van Zaltbommel waar de start en finish is. Ik moet echt plassen maar natuurlijk nergens een plekje waar ik dat ongestoord en vooral ongezien kan doen. Dan maar even naar het poortje en de dijk, waar ik aan de oever van de rivier dan toch even terecht kan. Als ik klaar ben zie ik een gaaf standbeeld van een hoofd van een jongen met een uitgestrekte arm. Een absoluut fotomoment en in het water staat er nog een van diezelfde jongen maar dan helemaal. Al met al even bezig dus en als ik terug ben bij Frank staat hij al te schelden. ‘Wat bleef je lang weg! Ik sta hier mijn ballen er af te vriezen…’ Ik hou wijselijk mijn mond over de foto’s, dat leest hij vanavond wel in mijn blog, als hij inmiddels is opgewarmd met een whisky in zijn hand.

Ik zoek nog even naar een startbordje maar vind niks dus dan maar gewoon klokje aanzetten en gaan. Frank heeft de route op zijn horloge staan maar zodra we door de poort zijn weten we het al even niet meer. ‘Ik kan het niet lezen, met mijn zonnebril op.’ Hmmm, te klein schermpje voor je oude ogen zal je bedoelen. We lossen het op door de route ook op mijn horloge te activeren waardoor we even stil staan. Ondertussen komt er een man uit zijn huis lopen die direct door heeft wat er aan de hand is en ons de weg wijst. Juistum, en we zijn weer op weg.

Het is inderdaad koud en het duurt even voordat we opwarmen. We lopen op het fietspad Zaltbommel uit omdat daar geen ijs of sneeuw ligt en volgen braaf de route die mijn horloge ons aangeeft. Al snel zitten we op een landweg met links en rechts besneeuwde weilanden. Laten we eerlijk zijn, dit is toch nu al een prachtig plaatje? Wat dat betreft denk ik dat we best mazzel hebben want zonder dit winter wonderland zou de route op stukken best wel eens saai kunnen zijn.

We lopen stilzwijgend naast elkaar, allebei met onze eigen muziek en gedachtes. Daardoor missen we even een bordje met een pijl naar links tot mijn horloge zenuwachtig begint te piepen. Terug dan maar en alsnog de goede richting op. Nu moet Frank plassen en ik loop door zodat ik verderop positie kan nemen om wat foto’s te maken. We lopen door verschillende dorpen en tegen de tijd dat we voor het eerst een dijk oplopen zitten we op 10 km. Mooi moment om even wat te eten. 

Tijdens het eten maak ik de fout die ik altijd maak. Iets met een ezel en een steen. Ik moet niet rennen en eten tegelijk, helemaal niet als het een droge Liga is. Koekkruimels hebben namelijk de nare gewoonte om naar binnen gezogen te worden als je ademhaalt door je mond dus binnen no-time sta ik mijn longen uit mijn lijf te hoesten. Sowieso niet handig voor het lopen maar in deze tijden ook niet zo als passerende wandelaars me toch een beetje vreemd aan staan te kijken. 

De volgende 5 km worden we getrakteerd op vergezichten van een besneeuwd en beijzeld landschap in de stralende zon en mensen die her en der aan het schaatsen zijn. Maar ook de wind laat nu van zich voelen. Krijgen we er gratis en voor niks bij. De organisatie houdt woord, tot 15 km lopen we op het door de vorst wittige maar stroeve asfalt. Op exact 15 km begint een voetpad op de dijk waar een dikke laag sneeuw en ijs op ligt. Dáááág hardlopen, hallo voorzichtig schuifelen over het ijs. Nou vooruit, een beetje dribbelen lukt wel. Ik maak maar van de gelegenheid gebruik om weer wat te eten en foto’s te maken. 

Gelukkig krijgen we ook een stuk waar wat meer sneeuw ligt en we toch wat kunnen rennen. Frank heeft zijn telefoon in de hand en ik denk dat hij foto’s wil maken dus ik sta even stil zodat hij positie kan nemen als ik hem de telefoon weer weg zie stoppen en door zie lopen. Lachend om mijn eigen onnozelheid zet ik de achtervolging maar in. Op inderdaad 18 km is het ijs weer weg en ben ik weer bij. We kunnen nu weer gewoon lopen maar ik heb een beetje moeite om mijn ritme weer te vinden.

We werken onszelf naar de 21 km, na ergens toch weer een afslagje gemist te hebben, dat precies bij een viaduct onder de A2 ligt. Mijn klokje loopt echter een paar honderd meter voor door die paar keer dat we even fout liepen. Geeft niet. Ik klok gewoon af op 42,2 km straks en bovendien moeten we voor de Duivelse Uitdaging toch 42,42 km lopen. We zijn weer op een dijk beland richting Kerkdriel. Er lijkt geen eind aan te komen en de wind is hier ongenadig. Koud en dan weer recht voor, dan weer rechts zij langs. Ik ben over het algemeen wel een ijskonijn, maar zelfs ik heb het nu koud. Mijn rechterbeen krijgt het zwaar te verduren en begint op te stijven. Als dit nog erg lang duurt vrees ik het ergste. Door mijn stijve been ben ik ook in de rest van mijn lichaam erg gespannen. Mijn camelback met het broodnodige eten en drinken drukt op mijn schouders ‘and I wished we had a normal race’ waar alles voor je verzorgd wordt. Maar het is niet anders. Kutcorona!

Het zijn 6 lange kilometers voordat we eindelijk weer een beetje in de beschutting van de bewoonde wereld komen. Ik stel me zo voor hoe het moet zijn als je hier met regen en wind loopt en besluit dat ik dan toch wel erg blij ben met het zonnetje. De auto’s die af en aan over de dijk rijden en vaak niet eens vaart minderen mogen dan weer opzouten. Je voelt het gelijk als je uit de wind loopt en ik begin weer wat gevoel in mijn rechterbeen te krijgen. Ik eet nog een verloren Sultana die ik nog over had van mijn ‘20 km eetmomentje’ en dan zijn we ineens op een rotonde waar het bord 30 km staat. Natuurlijk moet ik even een foto maken en dan ineens uit het niets komtie. De oh zo geliefde Runners High!

Ik voel alle spanning en vermoeidheid uit mijn lijf wegvloeien, ik zet een verse sessie van discotheekmuziek uit mijn studententijd op en begin te lopen alsof ik er net 3 km warmlopen op heb zitten. Frank loopt een stukje achter me en ik trippel lichtvoetig naar de 32 km, totdat ik een getal op mijn klokje zie staan tot aan de finish met nog maar één cijfer. Dat valt samen met weer een dijk met ijs en sneeuw dus ik besluit dat het een goed moment is om even te wandelen, Frank de gelegenheid te geven om weer bij te komen en een geschild appeltje uit mijn camelback te toveren. 

Als die op is en we weer willen gaan lopen zegt Frank dat ik maar moet gaan, ik loop aan het eind net iets sneller dan hij en misschien dat ik nog onder de 4:30 kan lopen. Ik zit in tweestrijd. Aan de ene kant samen uit, samen thuis, en zou graag samen met hem onder de 4:30 lopen, maar aan de andere kant weet ik wat een hekel hij er aan heeft als ik net iets sneller voor zijn neus loop, dan zit ik hem alleen maar in de weg. Ik kijk diep in zijn blauwe ogen en besluit dat ik de rest van het parcours mijn eigen tempo maar probeer te lopen. En ach, misschien stort ik wel in over twee kilometer, dan is hij snel genoeg weer bij me.

Ik wissel mijn muziek voor iets stevigers, drink nog een paar slokken en ga. De triomf duurt niet lang. Na nog geen twee kilometer word ik alweer geconfronteerd met een dikke laag ijs en sneeuw op het fietspad. Ik zou parallel langs de weg kunnen lopen maar dan snij ik toch wel een stuk af. Dat is me mijn eer te na en dus kies ik voor het besneeuwde fietspad, duimend dat het niet al te lang duurt. Na een halve kilometer komen de weg en het fietspad weer naast elkaar te liggen en kan ik weer op de weg lopen. Helaas ben ik uit mijn flow en is de Runners High daarmee weggezakt. Bikkelen dus. Maar eerst even wandelen en iets van suiker naar binnen gooien.

Ik kijk achterom en zie een loper in het zwart. Ik denk dat het Frank is, al blijkt later dat dat niet zo is. Het zet me weer in beweging en als ik 36 km klok ga ik stiekem toch rekenen. Als ik 10 km per uur blijf lopen zou ik het moeten kunnen redden. Moet ik niet al te veel sneeuw en ijs meer tegen komen. Bij 38 km moet ik weer de dijk op en terwijl ik dat doe word ik door de loper achter mij ingehaald. Ik zie nu dat het Frank niet is maar iemand die begeleid wordt door een fietser. Ik heb nog 27 minuten. Op dat moment stap ik weer op een stukje ijs en dreig weg te glijden. ‘Glad hé?’ roept de loper in de het voorbij gaan. Nou, dat kan je wel zeggen ja.

Ik doe mijn best om mijn ritme te behouden en een beetje over het gras vlak langs de rand te lopen, waar vooral sneeuw ligt. Ik kan niet voluit maar in elk geval een beetje blijven rennen ook al is de ondergrond erg ongelijk. Waar dat trailen allemaal niet goed voor is. Het gaat af en aan. Dan weer een heel stuk ‘schoon’ waar ik snelheid kan maken, voor zover dat met bijna 40 km op de klok überhaupt kan, en stukjes waar ik moet dribbelen. Al met al maak ik stiekem toch kilometers van sneller dan 10 km per uur. Doet me een beetje denken aan de laatste kilometers van mijn enige sub 4. Stukjes wandelen, maar als ik rende dan ging het toch snel.

40 km en nog 15 minuten. In de verte zie ik de beroemde ‘brug bij Zaltbommel’. Ik wil dolgraag een foto maken, maar ik wil nog liever een sub 4:30, want ook al schiet er regelmatig door mijn hoofd ‘laat gaan’, kan ik het toch niet laten om te proberen. En dan eindelijk gaat de verlossende laatste kilometer in. Nu heb ik nog 9 minuten en tenzij ik spreekwoordelijk ‘op mijn muil ga’ moet ik het nu toch zeker redden. Ik loop op de automatische piloot en tel de honderden meters af. Als mijn klokje dan eindelijk 42,2 km aangeeft zet ik hem stop, net zo abrupt als mijn benen. Made it! Nog niet uit overigens, want voor de Duivelse Uitdaging moet ik nog 200 meter verder.

Ik sta toevallig weer bij een bordje van de Two Rivers en maak zowel foto’s als een filmpje om te bewijzen dat ik 42,2 km in 4:28:30 heb gelopen voor de officiële uitslag. Dan wacht ik op Frank om de laatste meters samen te lopen. Hij blijkt niet zo heel ver achter en binnen een paar minuten komt hij aanrennen terwijl ik gelijk maar even een paar foto’s maak. Hij rent onverwacht door en omdat ik niet weet of hij al op 42,2 km zit laat ik hem maar gaan. Ik zet mijn klokje weer aan en hobbel er nog 200 meter achteraan om de 42,42 km af te maken en zet dan alles helemaal uit. Nog even een foto van en met een beeld van Jip & Janneke, want Fiep Westendorp woonde hier zo wordt mij verteld door een voorbijganger terwijl hij het huis aanwijst waar ik dan ook nog maar een foto van maak. Daarna nog even uitdribbelen terug naar de auto en naar Frank.

We trekken wat droogs aan en blijven niet hangen. Het is mooi geweest. Lekker naar huis, een broodje Unox scoren want daar heb ik ineens trek in en via het bad naar de bank, wachtend op onze Griekse maaltijd. Ach ja, normale mensen blijven met Valentijnsdag in bed of maken een romantische wandeling door het bos. Maar ik had al gezegd dat ik niet normaal ben en soort zoekt soort, dus mijn lieftallige echtgenoot is ook niet normaal. Liefde is… samen een marathon lopen op Valentijnsdag!

Happy Valentine!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.