Voornse Duintrail 2021

Nu dat door Corona de grote evenementen weer aan alle kanten afgelast worden zijn we blij dat we de trails nog hebben. Veel kleinschaliger, geen publiek en werken met gefaseerde start waves past het allemaal nog. De Voornse Duintrail gaat dus gewoon door, ook binnen de huidige maatregelen. 

We hebben ingeschreven voor de 43 km. Een mooie laatste training voor de Bello Gallico, een duiveltje en bovendien hebben we de laatste keer de 28 km gelopen en we proberen altijd progressie te maken dus gaan we een tandje hoger. De rest van de trail vriendjes lopen de 28 km en Olav is vrijwilliger. Alleen René start met ons op de 43 km.

Fijn dat de wekker weer vertrouwd vroeg staat. Na vorige week uitslapen was ik de hele dag van slag. En ook als vertrouwd blijf ik het liefste in mijn bed liggen maar ga ik er toch uit. Gelukkig heb ik gisteren alles al klaar gelegd, inclusief de nieuwe warme merinowol sokken die we gisteren gekocht hebben en ik wil uitproberen, want ik heb mijn tijd vandaag wel nodig. Planning was 8:00 de deur uit maar dat wordt al gauw 8:10. Gelukkig is Oostvoorne bekend terrein na jaren duiken in het meer en omdat we als eerste starten is er ook nog plek op het parkeerterrein. Gauw startnummer halen en ik moet naar de wc. De tijd is krap want we hebben maar 20 minuten. Ik moet Frank dus ook een beetje achter zijn broek aan zitten want die staat met Leonie te kletsen.

Als we nog 5 minuten hebben moet ik nog een keer naar de wc maar er staat een rij bij de dames. Uiteindelijk lukt het me om binnen de tijd bij de mannen te gaan en rennen we naar de start. We kunnen nog net de rest gedag zeggen die net aankomen. Ze staan al op ons te wachten om te starten dus eigenlijk is het gelijk gaan. 

Het eerste stukje is bekend. Vlonder, dan het mountainbike pad en de dijk met gras. Fijn, daar hou ik altijd zo van. Not! Op km 2 moet Rob ongeveer staan dus ik kijk naar hem uit maar zie hem niet. In tegenstelling tot eerdere berichten is het niet alleen droog maar schijnt zelfs de zon. Ik zou zelfs mijn zonnebril meegenomen kunnen hebben. En mijn sokken zijn prima warm aan mijn voeten. Dan gaan we gelukkig het bos in en daar staat dan toch Rob. Buik inhouden, lachen en stoer kijken. Dat lukt nog wel in deze fase van de loop.

Het is desondanks gelijk best een pittig parcours en dat merk ik aan mijn lijf. Ik ben stijf maar ook moe. Het eerste stukje heeft al best wat energie gekost en gek genoeg heb ik zelfs een extra krentenbol gegeten maar voel ik toch honger. Voorlopig eerst maar even doorlopen maar ik kom er niet lekker in. Frank en ik hadden in eerste instantie afgesproken om op eigen tempo te gaan lopen maar Frank wilde op het laatste moment toch samen lopen. Ik merk dat ik daar tegen aan hik. Hij kan sneller, ik heb het gevoel dat ik hem op hou en voel me ook ietwat gepusht om bij hem te blijven. 

Dan gebeurt er iets met me. We zijn inmiddels op 10 km en ik krijg een inzinking. Ik voel me hondsmoe, we zijn laatsten en ik heb er geen zin meer in. Ik ga wandelen en zeg het tegen Frank. Wanhopig probeert hij te verzinnen wat hij kan doen maar er is niks dat gaat helpen. Ik stuur hem dan ook weg. Na wat wikken en wegen laat hij me alleen. Hij is nog geen drie seconden weg of de sluizen gaan open. De huilbui die al weken dwars zit komt er nu eindelijk uit terwijl ik een stukje ontbijtkoek probeer weg te eten. Huilen en eten tegelijk gaat moeizaam en ondertussen vragen een aantal bezorgde passerende lopers van de 28 km of het goed gaat. Ik stuur ze huilend weg wat een raar gezicht moet zijn. Tegelijkertijd haat ik ze stuk voor stuk. Vanwege de single tracks is het beleefd om ze voorbij te laten maar daardoor moet ik elke keer uit mijn ritme om van de track af te stappen en ze voorbij te laten. Maar ook dat gaat voorbij.

Als ik uitgehuild ben realiseer ik me dat ik nu ruim 30 km in mijn eentje moet lopen en ik zie er enorm tegenop. Ik heb spijt dat ik Frank weggestuurd heb want ik kan wel een knuffel gebruiken maar ik weet ook dat ik hem dit niet aan had willen doen. Ik ben nog nooit zo dicht bij uitstappen geweest. Er zijn twee redenen om het niet te doen. Ik ga er geheid spijt van krijgen want het zit tussen mijn oren dus er is geen enkele fysieke reden om het te doen. Bovendien is uitstappen voor altijd en als ik door loop kan ik er zomaar weer zin in krijgen nu dat ik die donkere wolk kwijt ben. De tweede reden is meer praktisch want ik zou bij god niet weten waar ik heen moet als ik uitstap. Dus loop ik voorlopig maar even door.

Bij de verzorgingspost word ik gelijk aangesproken door de vrijwilligers. ‘Ben jij Saskia?’ Als ik bevestig krijg ik een boodschap van Frank doorgespeeld. Hij is trots op me en vindt me een bikkel, of iets dergelijks. Wat is het toch een lieverd. Als ik wat cola heb gedronken en een tucje gegeten ga ik weer verder. Links is voor de 28 km, ik ga rechts voor de 43 km. Natuurlijk ga ik rechts. Opgeven is geen optie.

We zitten rond de 14 km en een kilometer later draai ik richting strand waar Olav als vrijwilliger staat. Hij maakt een paar foto’s en ik kan nog lachen. Of misschien moet ik zeggen weer. Ik praat even met hem en daarna stuurt hij me het strand op. Gek genoeg kan ik hier prima bikkelen. Gewoon blik op oneindig en verstand op nul terwijl ik lekker naar mijn muziek luister. Ik maak zelfs even tijd voor een foto. Ik heb voor de zekerheid nu wel mijn navigatie maar aangezet. Het zand is hard en in de verte zie ik zowaar de laatste dame op mij na. Ze wandelt maar als ze omkijkt en mij ziet gaat ze weer rennen. Toch kom ik aardig in haar buurt.

Het strand is ruim 3 km en als we er af gaan rennen we richting de parkeerplaats waar we ooit met Wouter gelopen hebben. Ik herken daarna het stuk wederom langs het water maar nu met duinen en mul zand. Het is enorm zwaar en het is meer wandelen dan rennen. Ik hou de dame voor mij in het vizier en we tikken de 21 km aan. We zijn op de helft, min of meer. We komen nu op een stuk asfalt en wederom kan ik wat snelheid maken. Olav had het al aangegeven. Ik kom opnieuw in de buurt van de dame voor mij en loop een heel stuk vlak achter haar. Dan zit ik er naast en ze vraagt waar Frank is. Ook vertelt ze me dat we door haar straat lopen. Vermoedelijk haar moeder, fietst mee en maakt foto’s en ook een man (misschien haar vriend?) loopt wat stukjes mee. Ik loop er inmiddels weer achter.

Dan krijgen we een stukje vals plat en ga ik er alsnog voorbij. Het lijkt wel of dat een psychologische drempel is voor haar want ze gaat gelijk wandelen en ik loop uit. Ik ben niet meer de laatste. We zijn nu bij Quackjeswater en gaan het bos in waar we ook al vaker met Wouter hebben gelopen. Mijn plan was om weer wat te eten als ik weer bij Olav zou zijn maar dat ga ik niet redden. Ik moet dus mijn vest uit doen om mijn krentenbol te pakken en half etend half dribbelend ga ik verder, opnieuw richting strand.

Nu is het maar één kilometer maar de ondergrond is iets zachter dus zwaarder. Ik zoek het harde zand op tot ik weer bij de vrijwilligers ben die me seinen dat ik er af moet. Ik had het al gezien en dribbel er heen. Maarten is er ook en ik zeg hem gedag maar ga wel verder. Ik duik nu de duinen weer in, niet alleen zand maar ook op en neer. Opnieuw een energie drain. Het enige lichtpuntje is dat ik richting de 30 km loop. 

Olav staat nu in de duinen en moedigt me weer aan. Ik maak weer even een praatje en dan spreekt Olav de magische woorden: ‘Het wordt nog heel zwaar, je krijgt de vlonders en dan is er heel veel modder. En dan aan het eind is er niet te lopen maar dan ben je er al bijna.’ Lekker motiverend Olav! Zeker als je al helemaal naar de klote bent. Maar goed, inmiddels ben al ik al heel veel stadia voorbij dus ren ik nog steeds maar gewoon verder.

Even later opnieuw de verzorgingspost en ze herkennen me van daarnet. Ik word dan ook goed aangemoedigd. De andere dame in kwestie heb ik in geen velden of wegen meer gezien, ik vraag me af of ze nog loopt. Maar ik kan er ook niet te lang bij stilstaan want ik moet nog een stukje. Wat volgt is vijf kilometer door bekend terrein over de hei en door het bos. Ik heb nog een enorm spannend moment als ik blijf haken aan een wortel. Het duurt vijf stappen voor ik mijn evenwicht hervind en blijf staan, en een halve kilometer voordat mijn hartslag weer wat gezakt is.

Halverwege kilometer 35 kom ik aan het einde van het bospad om weer op het grindpad te komen. De bordjes geven aan voor de 15 km rechtdoor, de 28 km en 43 km moeten opnieuw voor ons een bekend lusje. Aan het eind van dat lusje echter even verwarring. Ik zie twee bordjes en ze wijzen allebei een andere kant op. Gelukkig heb ik mijn GPX aan staan en kan ik op basis daarvan bepalen waar ik heen moet. En dat blijkt dubbel nodig omdat even later er helemaal geen bordje hangt en ook geen linten.

Op 37,5 km opnieuw het strand op. Een stuk met modder en water en daarna weer zand. Het stinkt hier vanwege het aangestrande droge wier wat op de kant ligt. Dan door de struiken met gemene stekels om de 40 km aan te tikken en opnieuw komen er een paar snikken van een huilbui opborrelen. Gelukkig is deze een stuk kleiner dan de eerste. Nu wordt het echt aftellen maar het laatste stuk moet nog komen. Veel modder maakt het weer een uitdaging maar zeker ook de natte voeten die ik oploop. 

Mijn GPX zegt dat ik naar rechts moet langs de kant maar de linten zeggen een stuk links over de weg. Wat te doen? De instructies waren duidelijk, de organisatie zei al dat er afwijkingen op de GPX waren omdat het niet te doen was en we de linten moesten volgen. Ik vind het allemaal best en ga de weg op. Uiteindelijk moet ik toch langs de kant van het water en ik kan er alleen maar komen door dwars door een plas te lopen. In elk geval één natte voet. Ik had me geen zorgen hoeven maken. Twee minuten later zijn allebei mijn voeten sowieso nat. En daar helpen ook geen supersonische merinowol sokken tegen.

Ik ga mijn laatste kilometer in en zie dat ik nog 9 minuten heb om binnen de zes uur te finishen. Op dat moment wist ik nog niet wat ik nu weet. Even later duik ik namelijk een smal paadje in met dikke modder- en waterplassen. Niet te rennen. Dat duurt minstens 500 meter. Dan het laatste stukje over het strand en in de verte hoor ik de speaker me aankondigen. Door mijn muziek heen hoor ik hem iets roepen over hoe knap hij het vindt gezien het feit dat ik ‘al zo lang aan het lopen ben’. Lekker dan. Niet helemaal wat ik wil horen op dit moment maar het maakt dat ik in elk geval aanzet om er een eind aan te maken.

Frank staat me op te wachten bij de finish en ook René is er nog maar die gaat wel gelijk weg. De rest is logischerwijs al naar huis. Ik vraag me af of er nog een broodje Unox is. Frank moet hem weliswaar binnen halen maar vooruit, ik heb mijn broodje. Dan snel de tas pakken en wegwezen want ik ben er wel een beetje klaar mee. Dat wordt wat als we over twee weken die Bello Gallico moeten lopen. Dan moet ik deze afstand twee keer. Hopelijk wel minder zand. Voorlopig volgende week de social trail van de RMD. Oh, en sorry organisatie en vrijwilligers dat jullie zo lang op me moesten wachten.

Voornse Duintrail. Veel duinen. Veel zand. Helemaal naar de klote!

2 Reacties

  1. Bianca

    Wat een heerlijk en vooral eerlijk verslag weer!

    Reageren
    1. Saskia Uit den Bogaard (Auteur bericht)

      Dank je wel. En ja, soms is het gewoon even kut en dat mag ook gewoon verteld worden toch?

      Reageren

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.