De rode kamer van pijn

De meeste vrouwen weten direct waar ik het over heb. Voor de mannen, en die paar dames die onder een steen gelegen hebben, zo heet de SM kamer uit 50 tinten grijs. Ik heb het boek overigens alleen maar gelezen uit pure nieuwsgierigheid (tuurlijk Sas!). En de andere twee delen heb ik doorheen gebrowsed voor het verhaal, waarbij ik de sexscenes overgeslagen heb (ik zou het gewoon blijven volhouden, misschien dat iemand je gelooft). Maar dat terzijde.

Toen ik begon met hardlopen kocht ik een broek en een paar schoenen. Ik had een hardloopshirtje gekregen met reclame er op, dus die had ik al. Daar liep ik mijn eerste rondjes in. Gewoon lekker simpel. Rechttoe, rechtaan. Tenslotte wist ik toen niet beter en was ik onervaren. Het eerste gestuntel in een oude broek en katoenen shirt niet meegerekend.

Maar ik leer snel. Al gauw kwam het eerste speeltje. Heel onschuldig, een houdertje voor mijn telefoon met een headset. Voor de broodnodige achtergrondmuziek. Om een beetje in de mood te komen zeg maar. Daarna kocht ik betere schoenen, de betere broek en een eigen shirtje. Naarmate de sessies vaker en langer werden kwam het glijmiddel. Tegen het schuren, want ja, na meer dan een uurtje gaat het toch een beetje schrijnen.

De volgende stap waren allerlei soorten kleine gadgets. Riempjes, lampjes, tuigjes met slangetjes. Om uit te drinken. Iets om je haar uit je gezicht te houden. En op die manier het beter en langer vol te kunnen houden. Nieuwe shirtjes, nieuwe broeken, dit keer niet alleen functioneel maar meer voor het oog. Beetje krachtvoedsel onderweg om nóg een beetje langer door te kunnen gaan. Maar er is een grens. Ik zocht hem op. Ik liep een marathon. Op het randje van de pijn. Ik raakte er van in extase, met aan het eind maar één gedachte. ‘Dit wil ik nóg een keer!’ De beer was los.

Daarna is alles anders. Je neemt tijd om te bekomen van alle emoties. Je doet het weer wat rustiger aan. Geniet van de momenten er na, perfectioneert je stijl. En toch blijft het knagen. Waar lag die grens ook alweer? En zou je hem kunnen rekken? En wat gebeurt er dan? Het laat je niet los. De gedachte heeft zich vastgebeten in je hoofd. Het is onvermijdelijk en zoekt hem weer op. Steeds een beetje dichterbij.

En dan komt het punt waarop je die grens ook daadwerkelijk overgaat. Die grens van plezier en pijn. Die grens waar ik vandaag overheen gegaan ben. En waar je het ultieme hulpstuk voor kunt gebruiken. Ik heb het gewoon gedaan. Ik ben de winkel in gestapt en heb hem gekocht. De zwarte uit de etalage in plaats van de vrouwvriendelijke roze versie uit het schap. Zwart past namelijk beter bij het beeld dat ik er van heb. Met instructies hoe hem te gebruiken.

Kenners uit het circuit trekken een pijnlijk gezicht als ik het vertel. En toch zijn ze laaiend enthousiast. Thuis zoek ik een goed moment. Een moment waarop ik rustig de tijd heb en niet gestoord kan worden. Een moment waar ik me eerst mentaal op heb voorbereid. Ik haal hem uit de verpakking, bestudeer hem aandachtig. Ik probeer hem voorzichtig uit.

Alle waarschuwingen en verhalen zijn waar. Geen woord van gelogen. It hurts. Like hell. Maar het is een zoete pijn. This is it. Dit is de grens, de grens waar pijn en plezier vervagen. Pijn op het moment dat ik bezig ben, genot als ik hijgend even stop. En opnieuw pijn als ik weer verder ga. Maar het voelt nu al anders. Nee, dit is niet voor beginners.

Ze zeggen dat het beter wordt. Dat je het lekker gaat vinden. Dat je er verslaafd aan raakt. Ik voorzie nu al dat mijn volgende nog harder zal zijn. En daarna met een leuk printje. Net als met het shirtje. Niet alleen functioneel, maar meer voor het oog. Na afloop leg ik hem met respect bij de rest van mijn hardloopspeeltjes. In mijn rode kamer van pijn.

En jij? Heb jij al een foamroller?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.