Komt een hardloopster bij de bewegingswetenschapper

Ik mocht van mijn fysio niet verder dan 10 km lopen totdat ik de oorzaak van mijn blessure(s) had achterhaald. Ze stuurde me door naar het Sport Medisch Adviescentrum. Daar kon ik een afspraak maken met Jasper Snijders en moest ik maar voor bellen. De volgende dag gelijk gebeld. Boter bij de vis, koe bij de horens, spijkers met koppen want, ‘we are on a schedule!’ Of ze me mochten terugbellen omdat de dame van de afspraken aan de lijn met iemand anders zat. Hell no, I’ll hold! 10 minuten later had ik een afspraak voor de maandag er op.

Vandaag is D-Day. Vandaag zal bepalend zijn of er überhaupt nog iets van de marathonplannen terecht gaat komen. Door een escalatie met een klant kom ik nog bijna te laat ook. Bepakt en bezakt met een tas vol schoenen, hardloop- én normale schoenen, nette kleding om me om te kleden want ik moet daarna gelijk door naar mijn werk, mijn handtas en een partij gezonde spanning gemixt met een sprankje hoop meld ik mij exact om 11:30 bij het eindpunt van route 24 van het Ikazia ziekenhuis. Toeval bestaat niet, dat ligt op de route van de marathon.

Ik was gewaarschuwd dat Jasper geheel niet onaardig was om naar te kijken. Op hoog niveau gespeeld in het Nederlandse handbalteam heeft hij daarnaast heel veel studies gevolgd over bewegen. Twee keer prijs dus. Na het lichten van mijn doopceel mag ik de boel uittrekken. Mijn schoenen en sokken dat is. Jasper zet in op een stevig wandeltempo op de loopband waar allemaal spannende sensoren aanzitten. Ondertussen word ik van achteren ook nog gefilmd. Met korte broek en mijn shirt ín mijn broek. Charming, dat heb ik ooit al eens geroepen. Maar blijkbaar wel effectief.

Op het wandelfilmpje ziet hij gelijk al dat ik ongelijk loop. En dus komen de meetlatten te voorschijn. Niet om me te spanken, maar om mijn benen en heupen te meten. En ja hoor, eindelijk bevestiging wat ik al jaren heb gedacht, maar door twee fysio’s ontkend werd. Nou ja vooruit, ‘ze konden het niet zo 1-2-3 zien’. Maar het slechte nieuws moge duidelijk zijn. Ik ben misvormd! Shit, moet ik weer nieuwe shirtjes laten drukken. Met als tekst ‘Saskia, Hunchback of Rotterdam’. Het scheelt nog geen centimeter en in het dagelijkse leven zou ik het nooit merken, maar met al die extra kilometers wordt het toch een probleem. Maar goed, eindelijk gerechtigheid dus, ik was niet gek. Alleen jammer dat ik het verkeerde been had, want niet mijn linkerbeen, maar mijn rechterbeen is langer. Hij laat me het verschil voelen voordat ik mijn schoenen weer aan mag trekken en een stukje op de band mag hardlopen. Het proces herhaalt zich en dan laat hij de resultaten zien en spreekt ze met me door.

Ietwat doorgezakte voorvoeten (niet schrikken, is niet erg), linkerbeen loopt goed, voet een beetje schuin weg, maar rechts trek ik mijn heup omhoog om te compenseren voor mijn kortere been, geholpen door het een beetje inknikken van mijn rug op rechts, wat uiteindelijk voor overbelasting zorgt. En niet op mijn onderrug, maar op mijn heup, bekken en bilspier. Misschien had ik toch beter op moeten letten tijdens de biologieles vroeger, dan had ik geweten dat die zwakke plek in mijn rug mijn rug niet was. Maar dat terzijde. Ook ben ik een middenvoetlander. En ja Frank, dat maakt een hoop lawaai tijdens het lopen maar is helemaal prima. Dus geen platvoeten, en geen slechte looptechniek. Die steek ik sowieso vast in mijn zak vandaag, zijnde al meer dan een jaar onderwerp van discussie als we samen lopen.

Allemaal leuk en aardig. Maar wat gaan we er nou aan doen? Natuurlijk weet Jasper daar wel raad mee. Ik krijg een hakophoginkje. Voor links. Ze zitten per twee in een pakje, dus één voor in mijn favoriete hardloopschoen, en één voor de schoen van alledag. Een soort siliconen flappertjes die net als de raamklimmertjes lekker zonder lijm blijven plakken. Kost wat, maar dan heb je ook wat. Ze zijn rood met zwart, dat dan weer wel. Kleurt mooi bij de rest van mijn loopkleding. Daarnaast krijg ik, hoe kan het ook anders, weer een nieuwe oefening toegevoegd aan mijn lijstje. Met de opbeurende woorden, ‘dat gaat pijn doen in het begin, maar dat is ok, als het pijn doet, doe je het goed’. Wat is dat toch met therapeuten en pijn? Een soort sadistisch afreageersysteem vanwege een slechte jeugd of zo?

Oorzaak? Check! Oplossing? Check! En dan de hamvraag. ‘Dokter, mag ik blijven hardlopen?’ Hij begint met 5 km. Maar daar neem ik geen genoegen mee. Dus als de pijn afneemt, ik mijn oefeningen blijf doen, met hulp van de fysio, ik na inspanning niet langer dan één dag last heb, ik tijdens het lopen rustig aan doe én mijn trainingen niet ga opbouwen, dan mag het. Na wat laatste puntjes en een vervolgafspraak over drie weken stel ik toch ook maar de vraag die ik eigenlijk niet durf te stellen. ‘Ik heb over twee weken de CPC, een halve marathon staan. Mag ik…?’ Blijkbaar krijgt hij medelijden met me. Ik krijg een opnieuw een waslijst met mitsen en maren en voorwaarden, waarvan de belangrijkste is dat ik dit weekend 15 km pijnvrij kan lopen.

Tijdens mijn autoritje naar de zaak blijft er maar één ding hangen van de hele sessie. ‘Hij zegt geen nee!’

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.