May the force be with you

Ik heb slecht geslapen. Niet alleen de spanning, maar ‘a funny feeling’ in onze beider kelen maken dat we het Kralingse bos vannacht omgezaagd hebben, en de cola en chocola vlak voor het slapen zullen ook niet geholpen hebben. Het nabootsen van de marathonomstandigheden voor de 30 km duurloop is dan wel weer gelukt, dan doe je toch ook geen oog dicht. Het moet maar.

Vorig jaar keek ik enorm op tegen de 30 km. Met vrees begon ik aan de tocht om uiteindelijk breed lachend en euforisch 33 km te klokken. Niets en niemand kon me toen meer iets maken. Vandaag hik ik er ook tegen aan maar om andere redenen. De twijfel vreet aan mijn hersenen en er ligt een blok beton op mijn maag. 3 weken er tussen uit geweest, 3 lange duurlopen gemist, en ik tob over mijn been want ook al ging de CPC afgelopen zondag heel goed, heb ik stiekem toch wel weer een paar dagen last gehad. Moet ik deze 30 nou wel doen? Formeel staat hij pas volgende week op het schema, maar met de Venloop had ik hem sowieso naar voren getrokken. Twee weken geleden was het oorspronkelijke plan, toen heb ik uiteindelijk de helft gedaan. Ik had er eigenlijk al rekening mee gehouden dat ik hem helemaal niet meer ging doen. Maar toch word ik gedreven door die onzichtbare kracht die zegt: ‘Je moet het testen. Je moet weten of het gaat.’ En die kracht is sterker dan ik, sterker dan de twijfel of het verstandig is en ik niet beter gewoon rustig aan kan doen, nog één halve marathon loop en dan 3 weken onderhouden tot aan 10 april. Ik kan hem niet weerstaan.

Ik heb een kleine escape ingebouwd. Ik neem de 21 km route van Rotterdam Rent, die me netjes terug bij huis brengt. Gaat het niet, dan laat ik het er bij en stap door de voordeur onder de douche. Maar gaat het wel, dan doe ik wat ik tijdens de marathon ook moet doen. Dan doe ik nog een rondje Kralingse Bos. Ik maak het mezelf moeilijk, dat weet ik. Dubbel moeilijk, want ik ga het ook alleen doen. Ik zou niet anders willen. Ik wil Frank niet ophouden en sommige dingen moet je nu eenmaal alleen doen. En op de grote dag moet ik het ook alleen doen, want dat hebben we zo afgesproken. Het afbreukrisico voor mij is straks te groot en zo kan Frank lekker een PR lopen. Voor de vorm neem ik ook mijn metrokaart mee voor als het helemaal niet gaat. Ik hoop dat ik de kracht heb om hem te gebruiken als het nodig is. Een derde van een marathon lopen is mentaal. Laten we maar eens kijken waar ik van gemaakt ben. En zo ga ik op weg.

Het is 10:00, marathonstarttijd. Toeval, maar komt wel goed uit in het kader van omstandigheden nabootsen. Het weer werkt in elk geval mee, nog een beetje mistig, maar zonnig en lekker fris. Perfecter loopweer dan dit bestaat niet. Mijn Flipbelt puilt uit van eierkoeken, ontbijtkoek en gelletjes. Op mijn rug een bidon met water en een electrolytentablet. Frank loopt de eerste drie kilometer met me mee, daarna scheiden onze wegen zich. Na vier kilometer komt het eerste schrikmoment. Ik voel mijn kuit opspelen. Nu al? Dat belooft weinig goeds. Op kilometer vijf doe ik dan ook heel even wandelen, drink wat en zet mijn muziek aan. Het trekt gelukkig weg. Qua muziek bewaar ik Rammstein en Metallica voor later, als ik het zwaar krijg, en zet nu iets vrolijks op. Past beter bij de stralende zon én stiekem heb ik er wel zin in. De eerste hobbel is de Van Brienenoord. Ik wandel het stijlste stuk omhoog terwijl ik mijn eerste eierkoek wegkauw. Ik ben toch een beetje verstandiger geworden, ik moet nog 24 km en wil me niet nu al stuklopen. Het gaat lekker, gewoon in een rustig tempo loop ik langs de Kuip bij ongeveer 10 km. Ik maak er een toeristische route van. Mijn eigen ‘Road through Rotterdam’.

Next stop is de SS Rotterdam. Letterlijk. Ik zit op ongeveer 15 km en neem even pauze om de tweede eierkoek in mijn inmiddels holle kies te duwen. So far so good en via de Hoerenloper richting Hotel New York en de Erasmusbrug. Daarna naar huis lopen, maar nog niet helemaal. Bij 21 km sta ik op de hoek en moet besluiten of ik doorloop of niet. Yeah right! Geen haar op mijn lichaam die er aan denkt om nu te stoppen. Nou ja, misschien die paar haren tussen mijn billen, want die zijn de enigen die al vanaf het begin protesteren tegen deze exercitie.

Langs het ’39 km punt’ ga ik het bos in. Op 24 km voel ik het ineens door mijn lijf stromen. Runners high! Alle pijntjes verdwijnen tijdelijk naar de achtergrond en ik verlies de controle over mijn benen. Ze krijgen een eigen wil en ik kan niet meer stoppen. Ze dragen me 2 km verder, tot aan het stoplicht, waar ik dan ook nog maar een gelletje neem. Een gelletje dat niet goed opent waardoor de boel langs mijn hand en arm stroomt. Fraai is dat. Nog 6 km te gaan, ik begin nu moe te worden, ik heb een enorme plakhand en op uitgerekend dit moment begint de dame in mijn headphone te roepen dat de batterij nu toch zo langzamerhand ‘low’ is. Natuurlijk, de mentale test.

Maar we lopen gewoon door, ik ben toch geen watje? Toch ben ik blij als ik boven het viaduct kom, voor de laatste kilometers naar huis. De Maasboulevard ligt er schitterend bij, in de stralende zon. Nog één selfie. Ik klok 30 km met ‘The eye of the tiger’ op de achtergrond. Hoe kon het ook anders. Daarna blijft het stil, de batterij is leeg, en niet alleen van de headphones. Maar aan alles komt een eind, dus ook aan 32 km. Op exact 32,195 km zet ik alles stil. Die laatste 10 doen we op 10 april op karakter. Nu wel door de voordeur onder de douche.

Ik durf het bijna niet te zeggen, ik wil niet te vroeg juichen, ik zal de hele week spijt hebben, ik moet maandag op het matje komen bij de evaluatie van de bewegingsanalyse en ik wil de goden niet verzoeken, maar er speelt op dit moment maar één gedachte door mijn hoofd.

The bitch is back!

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.