De 10 van Noordwijk

Met een ernstig geval van afkickverschijnselen komt de 10 van Noordwijk voorbij. Yes! Een wedstrijdje. Op zondag. In de buurt. En het past ook nog in het schema. Niet eens zo heel diep in mijn hart weet ik dat als het niet in het schema had gepast, ik ook gewoon ingeschreven had. Maar het helpt wel om Frank mee te sleuren. En na de inschrijving gepost te hebben op Facebook sluiten er nog meer RMD-ers aan. Gelukkig, ik kan gewoon niet meer zonder. Als op zondag om 7:30 de wekker gaat nadat we gisteravond uitgebreid gegeten hebben en ik nog steeds de hele nacht hyper wakker heb gelegen vanwege het goede nieuws van vrijdag denk ik daar toch ietsje anders over. Blijft toch een dingetje, dat vroege opstaan.

Gelukkig staat Simcha om 8:15 voor de deur, en heb ik Frank alweer de keuken in kunnen schoppen voor pannenkoeken. Simcha eet mee, en ik bedenk me dat we wel een beetje op James Corden lijken, met iedere keer een andere RMD-er die bij ons een pannenkoek mee eet voor een wedstrijd. Jammer dat ik er nu pas aan denk, anders hadden we de pannenkoeken Hall of Fame kunnen maken.

Tegen de tijd dat we in de pendelbus in Noordwijk zitten begin ik een beetje wakker te worden, en we zijn ruim op tijd om de startnummers op te pikken en de traditionele groepsfoto te maken. Die tijd vervliegt echter snel als we in de rij voor de Dixies staan en ook nog iets-meer-dan-de-beloofde-200 meter naar de start moeten lopen. Dribbelend dan maar, kunnen we gelijk warmlopen. Het is niet koud maar wel bewolkt. De strategie vandaag is ‘lekker lopen’ en ook nog een beetje genieten van het uitzicht. Desalniettemin zet ik gewoon Metallica op, om toch een beetje snelheid te maken.

Voordeel van laat aan de start is niet lang wachten en we schuiven aan bij Bart en zijn zoon. Ik heb niet eens in de gaten dat het startschot klinkt, maar merk het gauw genoeg als de meute zich in beweging zet. Lekker gaan met die banaan. Het eerste stuk lopen Frank en ik met elkaar op. Hij gaat best hard maar ik wil hem een beetje bijhouden. Soms wisselen we stuivertje en loop ik voorop om hem te hazen. Het helpt ons door de eerste 5 km heen. Benauwde kilometers, want we hebben ook nog wind mee, en het parcours is alles behalve vlak. Ook ietwat saaie kilometers, want hoezeer ik ook probeer te genieten van de omgeving, veel meer dan asfalt en wat paarden in de wei kom ik niet.

Pas als we de duinen in gaan komt de natuur in beeld. Toch kan ik het niet helpen om vergelijk te trekken met Meijendel in Den Haag, en ik moet toegeven dat Meijendel wint in deze. Gelukkig krijgen we hier wel wat wind tegen en dat brengt verkoeling. Tel daar bij op dat er een fijn nummertje in mijn oren klinkt, en ik versnel bij de 6 km, Frank laat ik daarmee wat achter me. Tactisch gezien nog wat te vroeg op het parcours, maar aan de andere kant ook een gevalletje van gebruik maken van de omstandigheden. Ik pik dan ook zorgvuldig een andere haas uit om achter te lopen. Dat hou ik redelijk vol en loop gestaag ook nog wat groene shirtjes voorbij.

Dan komt kilometer 9 in beeld. Even denk ik verschrikt dat we het strand nog op gaan, maar we draaien een hoek om naar de boulevard waar ik in de verte de finish al kan zien liggen. Mijn playlist schakelt door naar wat waarschijnlijk het laatste nummer zal zijn. ‘Please, please, please, laat het Atlas Rise zijn!’, smeek ik tot een hogere macht, mijn favoriete nummer waarmee ik zeker weet dat ik een laatste lange eindsprint kan trekken. Ik kijk express niet op mijn klokje of ik in PR modus sta, maar ergens voel ik aan dat het zou moeten kunnen, zeker met een eindsprint.

En omdat je soms van die dagen hebt dat alles klopt, hoor ik de eerste tonen van het door mij zo gewenste nummer. ‘Yes!’, schreeuw ik in mijn hoofd en maak nog net geen sprongetje van blijdschap. Ik span mijn spieren aan, zet mijn ledematen in een technisch correcte positie en maak vaart. Ik merk tevens dat ik nu al profijt heb van de training van mijn ademhalingspieren. ‘Rennen Sas, alsof je leven er vanaf hangt!’ Of zoiets.

Als ik even later hijgend over de streep kom kijk ik gelijk naar de eindtijd, en krijg ik bevestiging van wat ik ergens al wist. Ik heb een PR gelopen, met ruim een minuut sneller en eindelijk nu ook met officiële tijdsregistratie. Time to beat is nu 51:31 en ik voel iets kriebelen. Een paralleletje met de halve marathon onder de twee uur en de gedachte dat ik 12 km p/u op de 6 km kan lopen. Want als ik 6 kan, zou ik dan ook…? Zal ik dan wel serieus voor moeten trainen, maar een sub 50 op 10 km zou haalbaar moeten zijn. Ik parkeer hem even. Ik wacht op Frank en daarna wachten we samen op de rest, om daarna de tas op te halen en nog even wat te drinken. Het zit er weer op, en het zomerreces is nu écht gestart. Zucht, nog 4 weken wachten tot aan de halve marathon van Dublin.

Zou er in de tussentijd écht geen loopje meer in de buurt zijn?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.