Mescherbergloop 2017: Kruistocht in spijkerbroek

Na de teleurstelling en het achteraf toch wel leuke avontuur van de afgelaste Bruggenloop vorige week, kan ik gelukkig nog op enige wijze gehoor geven aan mijn OCD neigingen om het jaar af te sluiten met een hardloopevenement. En ik zeg met nadruk evenement, want het is niet echt een wedstrijd. Behalve dan de wedstrijd in ons hoofd, want laatste worden zoals vorig jaar was één keer grappig, maar laten we ons natuurlijk geen twee keer gebeuren. Net zo goed als dat ik geeist heb dat ik dit jaar wél een stuk vlaai bij de finish krijg. We gaan dus op kruistocht. Maar we zullen zien, eerst maar eens waarmaken.

Het is droog en het stapelen is gisteren op de kerstmarkt van Aken ook prima gelukt. Met een stuk Duitse Sachertorte, een broodje Bradwürst en vanochtend stevig Duits brood bij het ontbijt in het lijf zou ik een toptijd neer moeten kunnen zetten. Bovendien krijg ik óók nog voor de wedstrijd pannenkoeken, met liefde gebakken door Gaston. Maar ja, die heuvels hé? En die trap met 180 treden. En ik hoorde ook nog iets over blubber, véél blubber… Misschien als we dit keer niet helemaal achteraan starten? Stiekem zie ik er een beetje tegenop vandaag.

We gaan op tijd weg en eenmaal in de tent bij de start zijn we toch wel bekend bij een aantal mensen. Vooral vanwege het feit dat we, juist ja, vorig jaar als laatste geëindigd zijn. De opmerkingen zijn niet van de lucht, maar gefocust op dat we dit jaar zeker sneller zullen lopen. Blijkbaar worden we op Facebook toch wel in de gaten gehouden en weten ze dat we sneller zijn geworden. Ik val daarbij nog eens extra op omdat ik een kerstmuts op heb. Gisteren in een opwelling gekocht en vandaag aan mijn gewone muts vastgemaakt. Gewoon, omdat ik dat leuk vind en het tenslotte bijna kerst is.

10 minuten voor start staat iedereen ineens op en loopt naar buiten, alsof er een voor ons onhoorbaar signaal is afgegeven. En misschien is dat ook wel zo. Wie weet met dat Limburgs, dat verstaan wij normale stervelingen uit het Westen nu eenmaal niet. Frank en ik hebben afgesproken ieder voor zich te lopen, maar we starten wel samen. Gaston is zich even warmlopen, en zien we niet meer als het startschot gegeven wordt. Ik ben blij dat we mogen gaan lopen, mijn voeten zijn inmiddels al gevoelloos van de kou.

Ik ga natuurlijk weer veel te snel van start, en ben Frank eigenlijk gelijk al kwijt. Ik ga dan ook alleen de wei omhoog, die ik me nog herinner van vorig jaar. Gaston waarschuwde voor plassen. Die blijven gelukkig uit, en ik moet meer uitkijken dat ik niet in een sappige koeienvlaai stap. Dan heb ik liever de abrikozen variant die ik al heb zien staan. Ik val ook op bij de fotograaf vanwege mijn muts, dus ik lach maar eens extra lief. Na de wei een vlak stuk en via het asfalt steil naar beneden door Mesch, het dorp waar de loop naar vernoemd is. En dan weer gezellig door de blubber omhoog. Ik praat mezelf moed in. ‘Vorige week ploeterde ik door de sneeuw, dus nu door de modder lukt ook!’

Het gaat lekker en voor ik het weet zit ik al op 5 km en de eerste drankpost. Ik kijk stiekem op mijn klokje en zie 27 minuten. Maar ik moet nog wat heuveltjes. Ik weet niet zo heel veel meer van het parcours, en dat is op sommige momenten maar goed ook anders had ik misschien niet meegedaan. Ik maak ook de fout om naar mijn schoenen te kijken. Die zien zwart van de modder, Mud Masters is er niks bij. En niet alleen mijn schoenen. Dat wordt poetsen. Maar niet nu, voorlopig nog even doorhobbelen. Het enige voordeel is dat mijn voeten nu zo langzamerhand weer hun gevoel terug hebben.

Bij een kilometer of zeven kom ik in een soort trance. Ik ren achter een pezig oud mannetje aan maar ik concentreer me op mezelf en hoor alleen mijn eigen ademhaling en het zompige geluid van mijn hardloopschoenen in de blubber. Dat duurt een kilometer of twee, want als we bij een trappetje aankomen, niet dé trap die volgt nog, gaat de man wandelen en ga ik hem toch maar voorbij. Na een lang stuk bos omlaag en het kruisen van een weg moeten we weer een bochtje om voor een stuk bos omhoog. Ik hoor één van de vrijwilligers iets zeggen in de trant van: ‘Kijk, die loopt in spijkerbroek!’, en ik moet stiekem een beetje lachen. Dat kennen ze in het zuiden van het land blijkbaar niet, een hardloopbroek die er uitziet als een spijkerbroek. Maar ergens heeft hij ook wel een beetje gelijk. Tenslotte is dit mijn eigen kruistocht in spijkerbroek.

Dan zitten we net even voorbij de 10 km en komt ‘dé trap’. En hoe sterk en stoer ik ook ben tegenwoordig, deze gaat niet rennend maar wandelend, langzaam en met een zware ademhaling. Ik eet gelijk een paar gedroogde abrikozen, en lach inmiddels voor de derde keer naar de fotograaf. Want ook aan 180 traptreden komt een eind, en na een bekertje water van de drankpost bovenaan kom ik hardlopend heuvel af wel weer op adem. Heel even dreigt het fout te gaan, als ik iemand inhaal die net op dat moment naar links stapt, en mijn rechtervoet precies op een uitstekende steen terecht komt. Ik voel een klein trekje in mijn enkel, maar mijn balanssessies in de sportschool redden de dag. En waarschijnlijk de weken erna ook.

Eenmaal beneden zitten we op 12 km. Nog drie te gaan, en een beetje, maar ze hebben nog een kleine verrassing voor ons in petto. Een van de dingen die ik nog wél weet van vorig jaar, een idioot steile heuvel op 13 km. Met termen als ‘kleine stapjes’, en ‘blijven dribbelen, dan ben je nog altijd sneller dan een wandelaar’, kom ik ook aan de top van deze heuvel, om daarna gewoon weer lekker verder door de modder te glijden en te glibberen. De fotograaf is me inmiddels spuugzat als hij opnieuw mijn kerstmuts ontwaart, maar ik blijf vrolijk lachen. De laatste kilometer is weer heuvel af en een lachertje. Definitely niet laatste dit jaar, Frank noch Gaston in geen velden of wegen te bekennen, en de 15 km in elk geval binnen de 1:30. De finish in die tijd haal ik nét niet, want die ligt op 15,6 km. Never mind, deel I van de kruistocht is volbracht.

Deel II volgt er direct achteraan want binnen is het eerste dat ik doe een stuk abrikozenvlaai halen. Dan gauw weer naar buiten, waar Frank net gefinisht is. Samen wachten we op Gaston die ook niet lang meer op zich laat wachten. We drinken nog wat, praten nog wat na, ik kom nog een RMD-er tegen en dan met onze blubberpoten naar huis. Daar wacht ons nog een verrassing. Jenny & Gaston komen net uit Nieuw Zeeland en een vriend van hun doet iets met kunststof en laseren. Ze hebben een heuse Mescherbergloopmedaille voor ons gemaakt. We bezitten nu dus een uniek exemplaar, waar er slechts drie van op de wereld bestaan.

Daar waar ik het vorige week moest doen met alleen een oliebol, ben ik vandaag niet laatste, heb ik een stuk vlaai, een PR op de trail, én een unieke medaille! En zo eindigt mijn kruistocht in spijkerbroek in een algehele triomf. Hebben we 2017 toch nog goed afgesloten, op naar 2018. Alhoewel…

… zag ik 31 december niet iets over een Oliebollenloop?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.